diff --git a/wet/wetboek-van-burgerlijke-rechtsvordering-geldt-in-geval-van-digitaal-procederen/BWBR0001827/README.md b/wet/wetboek-van-burgerlijke-rechtsvordering-geldt-in-geval-van-digitaal-procederen/BWBR0001827/README.md index 62654fef5ec..50dc3c9d1bb 100644 --- a/wet/wetboek-van-burgerlijke-rechtsvordering-geldt-in-geval-van-digitaal-procederen/BWBR0001827/README.md +++ b/wet/wetboek-van-burgerlijke-rechtsvordering-geldt-in-geval-van-digitaal-procederen/BWBR0001827/README.md @@ -362,15 +362,15 @@ Een rechter van wie wraking is verzocht, kan in de wraking berusten. **3.** Na de conclusie van het openbaar ministerie, onderscheidenlijk de procureur-generaal bij de Hoge Raad, is geen plaats meer voor debat door partijen. Wel kunnen partijen binnen twee weken nadat de conclusie is genomen dan wel een afschrift daarvan aan partijen is verzonden, hun schriftelijk commentaar daarop, zo nodig in een brief vervat, aan de rechter, of, bij een meervoudige kamer, aan de voorzitter, of, bij de Hoge Raad, aan de President van de Hoge Raad doen toekomen, met afschrift aan de wederpartij en het openbaar ministerie, onderscheidenlijk de procureur-generaal. -#### Afdeling Vijfde A. De directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit en de commissie van de Europese gemeenschappen +#### Afdeling Vijfde A. De raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit en de commissie van de Europese gemeenschappen ### Artikel 44a -**1.** De directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit of de Commissie van de Europese Gemeenschappen kan, niet optredende als partij, schriftelijke opmerkingen maken ingevolge artikel 15, derde lid, eerste alinea, van verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van de Europese Unie van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PbEG 2003, L 1), indien deze de wens daartoe te kennen heeft gegeven. Met toestemming van de rechter kan de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit of de Commissie van de Europese Gemeenschappen ook mondelinge opmerkingen maken. De rechter kan daartoe een roldatum bepalen. +**1.** De raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit of de Commissie van de Europese Gemeenschappen kan, niet optredende als partij, schriftelijke opmerkingen maken ingevolge artikel 15, derde lid, eerste alinea, van verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van de Europese Unie van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PbEG 2003, L 1), indien deze de wens daartoe te kennen heeft gegeven. Met toestemming van de rechter kan de raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit of de Commissie van de Europese Gemeenschappen ook mondelinge opmerkingen maken. De rechter kan daartoe een roldatum bepalen. -**2.** Op een verzoek ingevolge artikel 15, derde lid, tweede alinea, van de verordening verstrekt de rechter aan de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit of de Commissie van de Europese Gemeenschappen de in die bepaling bedoelde stukken. Partijen kunnen binnen een door de rechter te bepalen termijn hun mening over de te verstrekken stukken geven. +**2.** Op een verzoek ingevolge artikel 15, derde lid, tweede alinea, van de verordening verstrekt de rechter aan de raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit of de Commissie van de Europese Gemeenschappen de in die bepaling bedoelde stukken. Partijen kunnen binnen een door de rechter te bepalen termijn hun mening over de te verstrekken stukken geven. -**3.** Partijen kunnen binnen een door de rechter te bepalen termijn op de opmerkingen van de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit of de Commissie van de Europese Gemeenschappen reageren. +**3.** Partijen kunnen binnen een door de rechter te bepalen termijn op de opmerkingen van de raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit of de Commissie van de Europese Gemeenschappen reageren. #### Afdeling Zesde. Exploten @@ -7975,6 +7975,8 @@ De kosten die voortvloeien uit de uitvoering van een beslissing van een rechtban De eigendom van het cultuurgoed na de teruggave ervan wordt bepaald door het nationale recht van de staat die de rechtsvordering tot teruggave heeft ingesteld. +### Titel 14. Van rechtspleging in zaken betreffende de verbindendverklaring van overeenkomsten strekkende tot collectieve schadeafwikkeling + ## Boek Vierde. Arbitrage ### Titel Eerste. Arbitrage in Nederland