From 3cf955204d2e658611e0640ffe55dbbae5680a82 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 17 May 2002 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2002-05-17 | BWBR0005946 | Inrichtingsbesluit W.V.O. --- .../BWBR0005946/README.md | 38 +++++-------------- 1 file changed, 9 insertions(+), 29 deletions(-) diff --git a/amvb/inrichtingsbesluit-wvo/BWBR0005946/README.md b/amvb/inrichtingsbesluit-wvo/BWBR0005946/README.md index f493893f316..2311fbbfcae 100644 --- a/amvb/inrichtingsbesluit-wvo/BWBR0005946/README.md +++ b/amvb/inrichtingsbesluit-wvo/BWBR0005946/README.md @@ -86,11 +86,11 @@ kunstvakken: de vakken behorende tot de beeldende vorming, alsmede muziek, dans **1.** -Tot het eerste leerjaar van een school, behalve voor zover het betreft een school voor praktijkonderwijs; kan als leerling slechts worden toegelaten degene die: +Tot het eerste leerjaar van een school, behalve voor zover het betreft een school voor praktijkonderwijs, kan als leerling slechts worden toegelaten degene die: a. afkomstig is van een school voor basisonderwijs en bij wie naar het oordeel van de directeur van de school voor basisonderwijs de grondslag voor het volgen van aansluitend voortgezet onderwijs in voldoende mate is gelegd, of b. afkomstig is van een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs en aan het einde van het schooljaar de leeftijd van 14 jaar heeft bereikt, of -c. afkomstig is van een school voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school of instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs en bij wie naar het oordeel van de directeur van de desbetreffende school of instelling de grondslag voor het volgen van aansluitend voortgezet onderwijs in voldoende mate is gelegd. +c. afkomstig is van een school voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school of instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra en bij wie naar het oordeel van de directeur van de desbetreffende school of instelling de grondslag voor het volgen van aansluitend voortgezet onderwijs in voldoende mate is gelegd. **2.** Bij beslissingen over de toelating op grond van het eerste lid betrekt het bevoegd gezag het onderwijskundig rapport dat ingevolge artikel 42 van de Wet op het primair onderwijs dan wel ingevolge artikel 43, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra of artikel 163, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs is opgesteld. @@ -147,7 +147,7 @@ Tot een school of afdeling voor praktijkonderwijs kan als leerling worden toegel ### Artikel 8 -Onverminderd het bepaalde in de artikelen 3, 7 en 10, eerste lid, wordt een kandidaat-leerling niet toegelaten tot een school of afdeling, aangewezen op grond van artikel 24, zesde lid, van de wet, dan nadat het bevoegd gezag zich ervan heeft vergewist dat dit onderwijs voor hem het meest aangewezen is, gelet op de bijzondere aard en doelstelling van het desbetreffende onderwijs. +Onverminderd het bepaalde in de artikelen 3, 7 en 10, eerste lid, wordt een kandidaat-leerling niet toegelaten tot een school of afdeling, aangewezen op grond van artikel 24, vijfde lid, van de wet, dan nadat het bevoegd gezag zich ervan heeft vergewist dat dit onderwijs voor hem het meest aangewezen is, gelet op de bijzondere aard en doelstelling van het desbetreffende onderwijs. ### Artikel 9 @@ -257,25 +257,7 @@ d. de zienswijze van de leraar of leraren, belast met het onderwijs in het betro ### Artikel 20 -**1.** - -De opgaven, bedoeld in artikel 28*a*, derde lid, van de wet strekken ertoe, vast te stellen in welke mate kennis, inzicht en vaardigheden zijn verworven. Opgaven bestaan uit: - -a. een geheel van schriftelijk te beantwoorden vragen, -b. een opdracht voor een werkstuk, of -c. richtlijnen voor het op andere wijze vaststellen van de mate waarin kennis, inzicht en vaardigheden zijn verworven. - -**2.** Van de opgaven maken onderdeel uit, voorschriften voor de beoordeling. - -**3.** Onze Minister deelt het bevoegd gezag jaarlijks in de maand juni mede, welke opgaven beschikbaar zullen worden gesteld in het daarop volgende schooljaar. De opgaven worden in enkelvoud beschikbaar gesteld. - -**4.** Het bevoegd gezag draagt ervoor zorg dat de opgaven en het gemaakte schriftelijke werk na afname worden ingenomen. - -**5.** De opgaven worden gemaakt in de tijd die daarvoor op de opgaven is vermeld en met de in voorkomende gevallen voor het maken van de opgave toegestane hulpmiddelen. In bijzondere gevallen kan het bevoegd gezag ten behoeve van een individuele leerling afwijken van de in de eerste volzin bedoelde tijd of hulpmiddelen. - -**6.** Het bevoegd gezag bewaart de resultaten van de toetsing waarvoor de in het eerste lid bedoelde opgaven zijn vastgesteld, in elk geval tot drie maanden na afloop van het schooljaar waarin de leerling de toetsen heeft afgelegd. - -**7.** Het bevoegd gezag verleent desgevraagd medewerking aan het beproeven van de in het eerste lid bedoelde opgaven, behoudens indien artikel 28*a*, vierde lid, van de wet toepassing vindt. +Vervallen #### Paragraaf 3. Overige inrichtingsvoorschriften v.w.o., h.a.v.o., m.a.v.o., v.b.o. @@ -584,7 +566,7 @@ b. indien van toepassing, dat aan de voorwaarde van artikel 26l, tweede lid, eer ### Artikel 26m -Een ingevolge artikel 26k verleende toestemming tot het verzorgen van een intrasectoraal programma vervalt van rechtswege met ingang van een schooljaar indien het desbetreffende intrasectorale programma gedurende de twee daaraan voorafgaande schooljaren door geen leerlingen is bezocht. Voor de toepassing van de eerste volzin wordt uitgegaan van het aantal leerlingen op 1 oktober van elk van de twee in die volzin bedoelde schooljaren. +Een ingevolge artikel 10b, negende lid, dan wel artikel 10d, negende lid, van de wet verleende toestemming tot het verzorgen van een intrasectoraal programma vervalt van rechtswege met ingang van een schooljaar indien het desbetreffende intrasectorale programma gedurende de twee daaraan voorafgaande schooljaren door geen leerlingen is bezocht. Voor de toepassing van de eerste volzin wordt uitgegaan van het aantal leerlingen op 1 oktober van elk van de twee in die volzin bedoelde schooljaren. ### Artikel 26n @@ -598,13 +580,15 @@ a. in de periode van de basisvorming onderwijs in de taal van het land van oorsp b. voor de eerste maal tot een school zijn toegelaten en daarbij zijn geplaatst in een hoger leerjaar dan het eerste en voordien buiten Nederland vergelijkbaar onderwijs hebben gevolgd en daarbij geen of te weinig onderwijs in het desbetreffende vak hebben genoten, of c. onderwijs gaan volgen in de basisberoepsgerichte leerweg en die in het schooljaar voorafgaand aan het betrokken schooljaar leerwegondersteunend onderwijs volgden. +**3.** Indien toepassing van artikel 11g, vierde lid, van de wet ertoe heeft geleid dat een leerling in de periode van basisvorming niet de tweede moderne vreemde taal, zijnde Franse taal of Duitse taal, heeft gevolgd, is ten aanzien van die leerling het tweede lid, eerste volzin, van overeenkomstige toepassing. + #### Paragraaf 4. Voorwaarden verzorgen onderdelen programma v.m.b.o. beroepsgerichte leerwegen of gemengde leerweg door andere school ### Artikel 27 **1.** Onze Minister kan op aanvraag van het bevoegd gezag van een school voor v.b.o. of het bevoegd gezag van een scholengemeenschap of school als bedoeld in artikel 10d, eerste lid, van de wet, toestemming verlenen aan datzelfde bevoegd gezag voor zover het betreft een andere school voor v.b.o., of aan een ander bevoegd gezag van een school voor v.b.o. dan die waar de desbetreffende leerlingen zijn ingeschreven, om vakken en programma-onderdelen te verzorgen als bedoeld in artikel 10b, tiende lid, onderdeel d, of artikel 10d, tiende lid, onderdeel d, van de wet, mits dat doelmatig is gelet op het geheel en de spreiding van het aanbod van v.b.o. -**2.** Aan de aanvraag ligt een schriftelijke samenwerkingsovereenkomst ten grondslag tussen de in het eerste lid bedoelde bevoegde gezagsorganen, tenzij de in het eerste lid bedoelde scholen in stand worden gehouden door hetzelfde bevoegd gezag. Uit de samenwerkingsovereenkomst moet blijken dat noch de aanvang noch de beƫindiging van het verzorgen van vakken en programma-onderdelen door een andere school voor v.b.o., bedoeld in het eerste lid, leidt tot kosten van uitkeringen krachtens het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel. +**2.** Aan de aanvraag ligt een schriftelijke samenwerkingsovereenkomst ten grondslag tussen de in het eerste lid bedoelde bevoegde gezagsorganen, tenzij de in het eerste lid bedoelde scholen in stand worden gehouden door hetzelfde bevoegd gezag. Uit de samenwerkingsovereenkomst moet blijken dat noch de aanvang noch de beƫindiging van het verzorgen van vakken en programma-onderdelen door een andere school voor v.b.o., bedoeld in het eerste lid, leidt tot kosten van werkloosheidsuitkeringen. **3.** De aanvraag kan ertoe strekken dat het bevoegd gezag dat de aanvraag indient, de mogelijkheid krijgt leerlingen in te schrijven voor v.b.o.-afdelingen waarin dat bevoegd gezag niet gerechtigd is onderwijs te verzorgen maar waartoe het bevoegd gezag waarmee de in het tweede lid bedoelde samenwerkingsovereenkomst is gesloten, wel gerechtigd is. @@ -628,11 +612,7 @@ Vervallen. ### Artikel 30 -Onze Minister neemt een afdeling als bedoeld in artikel 69, derde lid, van de wet, op in het plan van scholen, bedoeld in artikel 65 van de wet, indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat die afdeling zal worden bezocht door ten minste 120 leerlingen, gelet op: - -a. het bepaalde in artikel 69, vijfde lid, van de wet, -b. de belangstelling voor de desbetreffende afdeling en -c. het leerlingenverloop, blijkens statistische gegevens, waaronder die verstrekt door het Centraal Bureau voor de Statistiek. +Vervallen #### Paragraaf 6. Stages