diff --git a/wet/invorderingswet-1990/BWBR0004770/README.md b/wet/invorderingswet-1990/BWBR0004770/README.md index f08de10ba1b..e28b3b20b74 100644 --- a/wet/invorderingswet-1990/BWBR0004770/README.md +++ b/wet/invorderingswet-1990/BWBR0004770/README.md @@ -763,50 +763,47 @@ b. bedragen die na het overlijden van de hoofdelijk aansprakelijk gestelde worde ### Artikel 49 -**1.** Aansprakelijkstelling geschiedt bij beschikking door de ontvanger en vindt niet plaats vóór het tijdstip waarop de belastingschuldige in gebreke is met de betaling van zijn belastingschuld. De beschikking vermeldt het bedrag waarvoor de aansprakelijkheid bestaat en de grond waarop de aansprakelijkheid berust. Voor zover de aansprakelijkstelling betrekking heeft op een bestuurlijke boete, geschiedt zij met overeenkomstige toepassing van hoofdstuk VIIIA, afdeling 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. +**1.** Aansprakelijkstelling geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking door de ontvanger en vindt niet plaats vóór het tijdstip waarop de belastingschuldige in gebreke is met de betaling van zijn belastingschuld. De beschikking vermeldt in ieder geval het bedrag waarvoor de aansprakelijkheid bestaat en de termijn waarbinnen het bedrag moet worden betaald. Voor zover de aansprakelijkstelling betrekking heeft op een bestuurlijke boete, geschiedt zij met overeenkomstige toepassing van hoofdstuk VIIIA, afdeling 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. -**2.** De ontvanger maakt de beschikking bekend door middel van een gedagtekende kennisgeving die wordt verzonden als aangetekend stuk. +**2.** De ontvanger maakt de beschikking bekend door toezending als aangetekend stuk. -**3.** De aansprakelijk gestelde kan binnen zes weken na de dagtekening van de kennisgeving waarmee de beschikking is bekendgemaakt de aansprakelijkheid betwisten door middel van een met redenen omklede schriftelijke mededeling aan de ontvanger. De ontvanger stelt degene die de aansprakelijkheid betwist zonder dit met redenen te omkleden in de gelegenheid zijn betwisting binnen een door hem te stellen redelijke termijn te motiveren. De betwisting kan niet betrekking hebben op de hoogte van de belastingaanslag. - -**4.** Indien op grond van het derde lid de aansprakelijkheid met redenen omkleed wordt betwist, kan de ontvanger de betrokkene dagvaarden voor de burgerlijke rechter, overeenkomstig de daarvoor geldende wettelijke bepalingen. - -**5.** Indien de aansprakelijkheid niet of niet tijdig is betwist overeenkomstig het derde lid, is het bedrag vermeld in de kennisgeving twee maanden na de dagtekening van de kennisgeving invorderbaar. - -### Artikel 50 - -**1.** Indien de aansprakelijkheid berust op artikel 34, artikel 35, artikel 36, artikel 37, artikel 42, tweede lid, of artikel 42c, kan de aansprakelijk gestelde tegen de naheffingsaanslag voor zover hij daarvoor aansprakelijk is gesteld een bezwaarschrift indienen bij de inspecteur die de naheffingsaanslag heeft vastgesteld. - -**2.** Indien de aansprakelijkheid berust op artikel 36a, artikel 40 of artikel 44 kan de aansprakelijk gestelde tegen de aanslag of de navorderingsaanslag waarvoor hij aansprakelijk is gesteld, dan wel waarmee de voorlopige aanslag waarvoor hij aansprakelijk is gesteld is verrekend, een bezwaarschrift indienen bij de inspecteur die de aanslag, onderscheidenlijk de navorderingsaanslag, heeft vastgesteld. - -**3.** De ontvanger stelt de aansprakelijk gestelde desgevraagd op de hoogte van de gegevens met betrekking tot de belastingaanslag waarvoor hij aansprakelijk is gesteld voor zover deze gegevens redelijkerwijze van belang kunnen worden geacht voor het instellen van bezwaar, beroep of beroep in cassatie door de aansprakelijk gestelde. +**3.** Met betrekking tot bezwaar tegen de in het eerste lid bedoelde beschikking, met betrekking tot beroep ter zake van een uitspraak op het desbetreffende bezwaar, alsmede met betrekking tot beroep in cassatie ter zake van de desbetreffende rechterlijke uitspraak, gelden dezelfde regels als die welke van toepassing zijn op bezwaar, beroep of beroep in cassatie als bedoeld in hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. **4.** -Met betrekking tot bezwaar als bedoeld in het eerste en tweede lid, met betrekking tot beroep ter zake van een uitspraak op het desbetreffende bezwaar, alsmede met betrekking tot beroep in cassatie ter zake van de desbetreffende rechterlijke uitspraak, gelden dezelfde regels als die welke van toepassing zijn op bezwaar, beroep of beroep in cassatie als bedoeld in hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, met dien verstande dat: +Met betrekking tot het derde lid zijn de artikelen 25, zesde lid, en 27e van de Algemene wet inzake rijksbelastingen niet van toepassing indien het niet aan de aansprakelijk gestelde is te wijten dat: -a. de artikelen 25, zesde lid, en 27e van die wet niet van toepassing zijn indien het niet aan de aansprakelijk gestelde is te wijten dat de vereiste aangifte niet is gedaan of dat niet volledig is voldaan aan de verplichtingen ingevolge de artikelen 41, tweede lid, 47, 47a, 49 en 52 van die wet, alsmede aan de verplichtingen ingevolge de artikelen 52a en 53, eerste, tweede en derde lid, van die wet voorzover het verplichtingen van administratieplichtigen betreft ten behoeve van de heffing van de belasting waarvan de inhouding aan hen is opgedragen; -b. in afwijking van artikel 22*j* van die wet de termijn voor het maken van bezwaar aanvangt met ingang van de dag na de dagtekening van de kennisgeving waarmee de in artikel 49 bedoelde beschikking is bekendgemaakt, dan wel, indien de aanslag na de bekendmaking is vastgesteld, met ingang van de dag na de dagtekening van het aanslagbiljet. +a. de vereiste aangifte niet is gedaan; of +b. niet volledig is voldaan aan de verplichtingen ingevolge de artikelen 41, tweede lid, 47, 47a, 49 en 52 van die wet, alsmede aan de verplichtingen ingevolge de artikelen 52a en 53, eerste, tweede en derde lid, van die wet voor zover het verplichtingen van administratieplichtigen betreft ten behoeve van de heffing van de belasting waarvan de inhouding aan hen is opgedragen. -**5.** De inspecteur doet uitspraak op het bezwaarschrift binnen zes weken nadat het vonnis in de procedure, bedoeld in artikel 49, vierde lid, kracht van gewijsde heeft verkregen. +**5.** De ontvanger stelt de aansprakelijk gestelde desgevraagd op de hoogte van de gegevens met betrekking tot de belasting waarvoor hij aansprakelijk is gesteld voor zover deze gegevens voor het maken van bezwaar, het instellen van beroep of beroep in cassatie redelijkerwijs van belang kunnen worden geacht. -**6.** Bezwaar is niet toegestaan voor zover feiten of omstandigheden in het geding zijn, die van belang zijn geweest bij de vaststelling van de belastingaanslag en ter zake waarvan een onherroepelijke rechterlijke uitspraak is gewezen. +**6.** Het bezwaar kan geen betrekking hebben op feiten of omstandigheden die van belang zijn geweest bij de vaststelling van een belastingaanslag en ter zake waarvan een onherroepelijke rechterlijke uitspraak is gedaan. + +### Artikel 50 + +Vervallen ### Artikel 51 -**1.** Op een conservatoir beslag door de ontvanger tot verhaal van de belastingaanslag op degene die aansprakelijk is of wordt gesteld, is artikel 700, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet van toepassing. +**1.** Op een conservatoir beslag door de ontvanger ten laste van degene die aansprakelijk is of wordt gesteld, is artikel 700, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet van toepassing. -**2.** Tenzij op het tijdstip van het leggen van het beslag de aansprakelijk gestelde reeds op de voet van artikel 49, vierde lid, is gedagvaard, vervalt het beslag van rechtswege indien de ontvanger niet binnen vier maanden na de dagtekening van de kennisgeving bedoeld in artikel 49, tweede lid, tot dagvaarding van de aansprakelijk gestelde is overgegaan. Het beslag vervalt bovendien indien de eis in de procedure bedoeld in artikel 49, vierde lid, is afgewezen en deze afwijzing in kracht van gewijsde is gegaan. Heeft voor het leggen van het beslag geen aansprakelijkstelling plaatsgevonden, dan vervalt het beslag indien niet binnen drie maanden na het leggen van het beslag aansprakelijkstelling plaatsvindt. De voorzieningenrechter van de rechtbank die het verlof tot het leggen van het beslag heeft verleend kan de in de vorige volzin bedoelde termijn verlengen, indien de ontvanger dit vóór het verstrijken van de termijn verzoekt. Tegen de beschikking is geen hogere voorziening toegelaten. Ingeval een conservatoir derdenbeslag van rechtswege is vervallen stelt de ontvanger de derde-beslagene daarvan schriftelijk in kennis. +**2.** + +Het beslag vervalt van rechtswege indien: + +a. de aansprakelijk gestelde bezwaar heeft gemaakt tegen de beschikking, bedoeld in artikel 49, eerste lid, en de ontvanger niet binnen vier maanden na de dagtekening van de beschikking uitspraak heeft gedaan op het bezwaarschrift; of +b. vóór het leggen van het beslag geen aansprakelijkstelling heeft plaatsgevonden en aansprakelijkstelling niet alsnog plaatsvindt binnen drie maanden na het leggen van het beslag. + +**3.** De voorzieningenrechter van de rechtbank die het verlof tot het leggen van het beslag heeft verleend, kan de termijn, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, verlengen indien de ontvanger dit vóór het verstrijken van de termijn verzoekt. Tegen de beschikking, bedoeld in de vorige volzin, is geen hogere voorziening toegelaten. + +**4.** Ingeval een conservatoir derdenbeslag van rechtswege is vervallen, stelt de ontvanger de derdebeslagene daarvan schriftelijk in kennis. ### Artikel 52 -**1.** Indien de aansprakelijk gestelde de aansprakelijkheid niet of niet tijdig betwist en niet binnen de in artikel 49, vijfde lid, gestelde termijn betaalt, kan de invordering van het in de kennisgeving vermelde bedrag van de belastingaanslag geschieden bij een door de ontvanger uit te vaardigen dwangbevel. De artikelen 11, 12, 13 en 14 zijn van overeenkomstige toepassing. +**1.** Het bedrag, vermeld in een beschikking als bedoeld in artikel 49, eerste lid, is invorderbaar twee maanden na de dagtekening van de beschikking. De artikelen 9, tiende lid, 11, 12, 13, 14 en 19 zijn van overeenkomstige toepassing. -**2.** Indien de betwisting op grond van artikel 49, derde lid, heeft geleid tot een vonnis waarbij uitsluitend de aansprakelijkheid is vastgesteld, kan de invordering van het in de kennisgeving vermelde bedrag van de belastingaanslag geschieden op de dag na de dag waarop dat vonnis kracht van gewijsde heeft verkregen bij een door de ontvanger uit te vaardigen dwangbevel. De artikelen 11, 12, 13 en 14 zijn van overeenkomstige toepassing. - -**3.** De aansprakelijk gestelde kan tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel in verzet komen op overeenkomstige wijze als een belastingschuldige op de voet van artikel 17, met dien verstande dat het bepaalde in het derde lid van dat artikel eveneens geldt voor het niet ontvangen zijn van de kennisgeving bedoeld in artikel 49, tweede lid, en voor de omstandigheden die aan de orde zijn gesteld in het rechtsgeding als bedoeld in artikel 49, vierde lid, dan wel in een dergelijk rechtsgeding aan de orde hadden kunnen worden gesteld. - -**4.** Artikel 19 is van overeenkomstige toepassing. +**2.** De aansprakelijk gestelde kan tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel inzake de invordering van een aansprakelijkheidsschuld in verzet komen op overeenkomstige wijze als een belastingschuldige op de voet van artikel 17, met dien verstande dat het bepaalde in het derde lid van dat artikel eveneens geldt voor het niet ontvangen zijn van de beschikking, bedoeld in artikel 49, eerste lid, en voor de omstandigheden die aan de orde zijn of hadden kunnen worden gesteld bij het maken van bezwaar tegen de in artikel 49, eerste lid, bedoelde beschikking, bij het instellen van beroep ter zake van een uitspraak op het desbetreffende bezwaar of bij het instellen van beroep in cassatie ter zake van een uitspraak op het desbetreffende beroep. ### Artikel 53 @@ -814,11 +811,17 @@ b. in afwijking van artikel 22*j* van die wet de termijn voor het maken van bezw **2.** Het bepaalde in artikel 25 met betrekking tot de mogelijkheid van uitstel van betaling vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van de aansprakelijk gestelde. -**3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld krachtens welke de aansprakelijk gestelde die niet in staat is anders dan met buitengewoon bezwaar een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te voldoen, geheel of gedeeltelijk wordt ontslagen van zijn betalingsverplichting. +**3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld krachtens welke de aansprakelijk gestelde die niet in staat is anders dan met buitengewoon bezwaar het bedrag waarvoor hij aansprakelijk is gesteld geheel of gedeeltelijk te voldoen, geheel of gedeeltelijk wordt ontslagen van zijn betalingsverplichting. ### Artikel 54 -De ontvanger doet aan de belastingschuldige mededeling van zijn voornemen tot betaling aan de aansprakelijk gestelde die een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk heeft voldaan, van een bedrag als gevolg van een vermindering op die belastingaanslag of op de aanslag waarmee die belastingaanslag op de voet van artikel 15 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is verrekend, dan wel van zijn voornemen tot verrekening ingevolge artikel 24 van dat bedrag. De betaling vindt plaats tot ten hoogste het bedrag dat die aansprakelijk gestelde heeft betaald op die belastingaanslag of op de aanslag waarmee die belastingaanslag op de voet van artikel 15 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is verrekend. De betaling aan de aansprakelijk gestelde doet het recht van de belastingschuldige op de teruggaaf teniet gaan. Bij de toepassing van de vorige drie volzinnen is, in afwijking van het bepaalde in artikel 24, tweede lid, de ontvanger niet verplicht op verzoek van de belastingschuldige te verrekenen. Indien een aanslag na de verrekening van die aanslag met een voorlopige aanslag leidt tot een teruggave, wordt deze teruggave voor de toepassing van de eerste volzin aangemerkt als een vermindering op de voorlopige aanslag. +**1.** Een teruggaaf als gevolg van een vermindering van een belastingaanslag waarop het door de aansprakelijk gestelde betaalde bedrag is afgeboekt, alsmede een teruggaaf als gevolg van een vermindering van een aanslag waarmee een voorlopige aanslag, waarop het door de aansprakelijk gestelde betaalde bedrag is afgeboekt, op de voet van artikel 15 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is verrekend, komt niet toe aan de belastingschuldige doch aan de aansprakelijk gestelde, tot het bedrag dat hij op grond van die aansprakelijkstelling heeft voldaan. + +**2.** Indien een aanslag na de verrekening van een voorlopige aanslag met die aanslag leidt tot een teruggaaf, wordt deze teruggaaf voor de toepassing van het eerste lid aangemerkt als een vermindering van de voorlopige aanslag. + +**3.** De ontvanger doet aan de belastingschuldige mededeling van zijn voornemen tot betaling van de in het eerste lid bedoelde teruggaaf aan de aansprakelijk gestelde, dan wel van zijn voornemen tot verrekening op de voet van artikel 24 van die teruggaaf. + +**4.** Indien meer dan één aansprakelijk gestelde recht hebben op dezelfde teruggaaf, komt het bedrag van de teruggaaf toe aan ieder van hen naar evenredigheid van ieders op grond van de aansprakelijkstelling betaalde bedrag. ### Afdeling 3. Bijzondere verhaalsregelingen voor de aansprakelijk gestelde