2007-01-01 | BWBR0019057 | Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
This commit is contained in:
parent
7477edb5d6
commit
3d777ea68b
1 changed files with 83 additions and 49 deletions
|
|
@ -19,7 +19,7 @@ citeertitel: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
|
|||
Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
– *arbeidsongeschiktheidsuitkering*: de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in hoofdstuk 6;
|
||||
– *arbodienst*: een dienst als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet 1998;
|
||||
– *arbodienst*: een dienst als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet;
|
||||
– *eigenrisicodrager*: de werkgever aan wie op grond van artikel 40, aanhef en eerste lid, onderdeel b of c, van de Wet financiering sociale verzekeringen toestemming is verleend om zelf het risico te dragen van betaling van het daarvoor in aanmerking komende deel van de arbeidsongeschiktheidsuitkering of de WGA-uitkering;
|
||||
– *justitiële inrichting*: een penitentiaire inrichting, een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden, of een inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;
|
||||
– *lichaam*: publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon, maat- en vennootschap, samenwerkingsvorm zonder rechtspersoonlijkheid die maatschappelijk kan worden gelijkgesteld met een vereniging, onderneming van publiekrechtelijke rechtspersonen en doelvermogens;
|
||||
|
|
@ -86,7 +86,7 @@ d. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huish
|
|||
|
||||
**2.** In het eerste lid wordt onder duurzaam verstaan een medisch stabiele of verslechterende situatie.
|
||||
|
||||
**3.** Onder duurzaam wordt mede verstaan een medisch situatie waarbij op lange termijn een geringe kans op herstel bestaat.
|
||||
**3.** Onder duurzaam wordt mede verstaan een medische situatie waarbij op lange termijn een geringe kans op herstel bestaat.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
|
|
@ -205,7 +205,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder arbeidsverleden verst
|
|||
a. het aantal kalenderjaren, gelegen in de periode vanaf en met inbegrip van 1998 tot en met het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de dag is gelegen waarop het recht op een uitkering op grond van deze wet is ontstaan, of zou zijn ontstaan als artikel 23, zesde lid, of 64, elfde lid, niet zou zijn toegepast, waarover de werknemer aantoont over 52 of meer dagen per jaar loon te hebben ontvangen; en
|
||||
b. het aantal kalenderjaren vanaf en met inbegrip van het jaar waarin de werknemer zijn 18e verjaardag bereikte tot 1998.
|
||||
|
||||
**2.** Een kalenderjaar wordt in aanmerking genomen bij de berekening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, indien volgens de beschikking, bedoeld in artikel 83c van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de werknemer in dat jaar over 52 of meer dagen loon heeft ontvangen.
|
||||
**2.** Een kalenderjaar wordt in aanmerking genomen bij de berekening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, indien volgens de beschikking, bedoeld in artikel 83i van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de werknemer in dat jaar over 52 of meer dagen loon heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt, indien over een kalenderjaar een beschikking als bedoeld in het tweede lid niet is afgegeven, dat kalenderjaar in aanmerking genomen indien de werknemer aantoont daarin over 52 of meer dagen loon te hebben ontvangen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -220,25 +220,27 @@ b. dagen waarover een persoon een uitkering ontvangt op grond van hoofdstuk III
|
|||
|
||||
**6.** In afwijking van het vijfde lid worden over de periode tot 1 januari 2005, waarin een persoon recht heeft op kinderbijslag op grond van artikel 7 van de Algemene Kinderbijslagwet of een andere gezinsbijslag als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel h, van verordening (EG) nr. 1408/71 van de Raad van de Europese Gemeenschap van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PbEG L 149) voor een tot zijn huishouden behorend kind dat bij de aanvang van dat kalenderjaar de leeftijd van vijf jaar niet heeft bereikt, gelijkgesteld met, en worden dergelijke kalenderjaren over de periode van 1 januari 2005 tot 1 januari 2007 voor drie kwart gelijkgesteld met, kalenderjaren waarin over 52 of meer dagen loon is ontvangen.
|
||||
|
||||
**7.** Het vijfde en zesde lid vinden geen toepassing indien de verzorgende persoon in een kalenderjaar voor een periode langer dan een half jaar als werknemer in de zin van een wettelijke regeling inzake werkloosheid recht heeft op een uitkering ter zake van werkloosheid of op de loongerelateerde uitkering op grond van hoofdstuk 7 van deze wet.
|
||||
**7.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, worden niet reeds in aanmerking genomen kalenderjaren vanaf en met in begrip van een bij ministeriële regeling nader te bepalen kalenderjaar, waarin een persoon inkomsten ontvangt voor het verlenen van zorg op grond van een regeling voor persoonsgebonden budget, die is gegrond op artikel 44, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten of die voldoet aan artikel 14a van de Zorgverzekeringswet, voor de helft gelijkgesteld met kalenderjaren waarin over 52 of meer dagen loon is ontvangen, tenzij hij deze inkomsten ontvangt uit arbeid als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de Ziektewet. De eerste zin is uitsluitend van toepassing indien de in de eerste zin bedoelde persoon aantoont dat deze zorgverlening aan deze voorwaarden voldoet of heeft voldaan. Die persoon wordt aangemerkt als verzorgend persoon. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van dit lid.
|
||||
|
||||
**8.**
|
||||
**8.** Het vijfde, zesde en zevende lid vinden geen toepassing indien de verzorgende persoon in een kalenderjaar voor een periode langer dan een half jaar als werknemer in de zin van een wettelijke regeling inzake werkloosheid recht heeft op een uitkering ter zake van werkloosheid of op de loongerelateerde uitkering op grond van hoofdstuk 7 van deze wet.
|
||||
|
||||
**9.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van het vijfde en zesde lid wordt onder:
|
||||
|
||||
a. een kind verstaan een eigen, aangehuwd of pleegkind;
|
||||
b. een pleegkind verstaan een kind dat als een eigen kind wordt onderhouden en opgevoed.
|
||||
|
||||
**9.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, worden dagen, tot een maximum van achttien maanden, waarover de werknemer onbetaald verlof heeft genoten, gelijkgesteld met dagen, waarover loon is ontvangen.
|
||||
**10.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, worden dagen, tot een maximum van achttien maanden, waarover de werknemer onbetaald verlof heeft genoten, gelijkgesteld met dagen, waarover loon is ontvangen.
|
||||
|
||||
**10.** Voor de toepassing van dit artikel wordt niet als loon beschouwd een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, met uitzondering van een uitkering op grond van hoofdstuk IV van die wet, een uitkering op grond van hoofdstuk 7 van deze wet met uitzondering van een uitkering aan de persoon die slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur, alsmede een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 80%.
|
||||
**11.** Voor de toepassing van dit artikel wordt niet als loon beschouwd een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, met uitzondering van een uitkering op grond van hoofdstuk IV van die wet, een uitkering op grond van hoofdstuk 7 van deze wet met uitzondering van een uitkering aan de persoon die slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur, alsmede een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 80%.
|
||||
|
||||
**11.**
|
||||
**12.**
|
||||
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld:
|
||||
|
||||
a. ter vaststelling van het aantal dagen waarover loon is ontvangen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en tweede lid;
|
||||
b. op grond waarvan voor het bepalen van het aantal van 52 dagen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, dagen waarover, anders dan bedoeld in het negende lid, geen loon is ontvangen, worden gelijkgesteld met dagen waarover loon is ontvangen.
|
||||
b. op grond waarvan voor het bepalen van het aantal van 52 dagen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, dagen waarover, anders dan bedoeld in het tiende lid, geen loon is ontvangen, worden gelijkgesteld met dagen waarover loon is ontvangen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. De verzekering
|
||||
|
||||
|
|
@ -353,7 +355,13 @@ e. 80% of meer 70%, bedraagt.
|
|||
|
||||
**4.** De hoogte van de uitkering, bedoeld in het derde lid, wordt eerst nadat een wijziging in de mate van arbeidsongeschiktheid ten minste twee kalendermaanden heeft voortgeduurd, herzien.
|
||||
|
||||
**5.** Op de WGA-uitkering, bedoeld in het derde lid, wordt, indien de persoon, die op grond van deze paragraaf verzekerd is, meer verdient dan zijn resterende verdiencapaciteit als bedoeld in artikel 60, vierde en vijfde lid, per kalendermaand 70% van dat meerdere in mindering gebracht.
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Op de WGA-uitkering, bedoeld in het derde lid, wordt, indien de persoon, die op grond van deze paragraaf verzekerd is, meer verdient dan zijn resterende verdiencapaciteit als bedoeld in artikel 60, vierde en vijfde lid, per kalendermaand in mindering gebracht: 0,7 x A x B/C waarbij:
|
||||
|
||||
- A staat voor dat meerdere;
|
||||
- B staat voor het dagloon waarnaar de WGA-uitkering is berekend;
|
||||
- C staat voor het dagloon waarnaar de WGA-uitkering zou zijn berekend indien dat niet gemaximeerd zou zijn op het in artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen bedoelde bedrag met betrekking tot een loontijdvak van een dag.
|
||||
|
||||
### Artikel 21a
|
||||
|
||||
|
|
@ -392,11 +400,16 @@ b. perioden die niet al op grond van onderdeel a meetellen maar waarin de verzek
|
|||
|
||||
**5.** Voor het bepalen van de wachttijd worden niet in aanmerking genomen perioden gedurende welke een uitkering wordt genoten als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, onder 2°.
|
||||
|
||||
**6.** Op aanvraag van de verzekerde stelt het UWV, in afwijking van het eerste lid, een verkorte wachttijd vast indien de verzekerde volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 4, tweede lid, en bij de aanvraag artikel 65 in acht is genomen. Een verkorte wachttijd bedraagt ten minste 13 weken en ten hoogste 78 weken. Het einde van een verkorte wachttijd wordt niet eerder vastgesteld dan tien weken na de dag waarop de aanvraag daartoe is ingediend. Dit lid is niet van toepassing op de verzekerde aan wie ziekengeld als bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de Ziektewet wordt uitgekeerd.
|
||||
**6.** Op aanvraag van de verzekerde stelt het UWV, in afwijking van het eerste lid, een verkorte wachttijd vast indien de verzekerde volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 4, tweede lid, en bij de aanvraag artikel 66 in acht is genomen. Een verkorte wachttijd bedraagt ten minste 13 weken en ten hoogste 78 weken. Het einde van een verkorte wachttijd wordt niet eerder vastgesteld dan tien weken na de dag waarop de aanvraag daartoe is ingediend. Dit lid is niet van toepassing op de verzekerde aan wie ziekengeld als bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de Ziektewet wordt uitgekeerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
**1.** Na afloop van de wachttijd wordt het tijdvak, gedurende welke de verzekerde jegens zijn werkgever, recht heeft op loon of bezoldiging, op gezamenlijk verzoek van de verzekerde en die werkgever door het UWV verlengd tenzij zwaarwegende omstandigheden zich daartegen verzetten.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Na afloop van de wachttijd wordt het tijdvak, gedurende welke de verzekerde jegens zijn werkgever recht heeft op loon of bezoldiging, op gezamenlijk verzoek van de verzekerde en die werkgever door het UWV verlengd, tenzij:
|
||||
|
||||
a. artikel 29 of 29a, eerste of vierde lid, of artikel 76c, onderdeel a, van de Ziektewet van toepassing is, of
|
||||
b. zwaarwegende omstandigheden zich daartegen verzetten.
|
||||
|
||||
**2.** Het verlengde tijdvak, bedoeld in het eerste lid, eindigt op de door het UWV aangegeven datum en kan op verzoek van de werkgever of de verzekerde worden verkort, of wordt op hun gezamenlijk verzoek verder verlengd tenzij zwaarwegende omstandigheden zich daartegen verzetten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -417,7 +430,7 @@ Indien artikel 24, eerste lid, toepassing heeft gevonden:
|
|||
a. stelt de werkgever in overleg met de verzekerde, indien hij nog geen reïntegratieverslag heeft opgesteld, in afwijking van het derde lid, het reïntegratieverslag uiterlijk vijftien weken voor het verstrijken van het door het UWV vastgestelde verlengde tijdvak, bedoeld in artikel 24, eerste lid, op en verstrekt een afschrift daarvan aan de verzekerde;
|
||||
b. vult de werkgever in overleg met de verzekerde, indien hij al een reïntegratieverslag heeft opgesteld dit reïntegratieverslag uiterlijk vijftien weken voor het verstrijken van het door het UWV vastgestelde verlengde tijdvak, bedoeld in artikel 24, eerste lid, aan en verstrekt een afschrift daarvan aan de verzekerde, tenzij de verzekerde verzoekt dit, in verband met het doen van een aanvraag als bedoeld in artikel 64 eerder te doen. De werkgever komt binnen twee weken aan dit verzoek tegemoet.
|
||||
|
||||
**5.** Bij de uitvoering van het eerste tot en met het vierde lid laat de werkgever zich bijstaan door een persoon als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 die belast is met de bijstand, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van die wet of door een arbodienst.
|
||||
**5.** Bij de uitvoering van het eerste tot en met het vierde lid laat de werkgever zich bijstaan door een persoon als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet die belast is met de bijstand, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van die wet of door een arbodienst.
|
||||
|
||||
**6.** De verzekerde verleent zijn medewerking bij het opstellen van het plan van aanpak en het opstellen van het reïntegratieverslag.
|
||||
|
||||
|
|
@ -425,9 +438,9 @@ b. vult de werkgever in overleg met de verzekerde, indien hij al een reïntegrat
|
|||
|
||||
**8.** Indien bij de behandeling van de aanvraag, bedoeld in artikel 64 blijkt dat de werkgever zijn verplichting om een reïntegratieverslag op te stellen niet of niet volledig is nagekomen, stelt het UWV aan de werkgever een termijn waarbinnen het reïntegratieverslag wordt verstrekt of aangevuld.
|
||||
|
||||
**9.** Indien bij de behandeling van de aanvraag, bedoeld in artikel 64 en de beoordeling, bedoeld in artikel 65 blijkt dat de werkgever zonder deugdelijke grond zijn verplichtingen op grond van het eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid dan wel de krachtens het zevende lid gestelde regels niet of niet volledig nakomt of onvoldoende reïntegratie-inspanningen heeft verricht, verlengt het UWV het tijdvak gedurende welke de verzekerde jegens die werkgever recht heeft op loon op grond van artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek dan wel aanspraak op bezoldiging op grond van artikel 76a, eerste lid, van de Ziektewet, opdat de werkgever zijn tekortkoming ten aanzien van de in de eerste zin bedoelde verplichtingen of reïntegratie-inspanningen kan herstellen.
|
||||
**9.** Indien bij de behandeling van de aanvraag, bedoeld in artikel 64 en de beoordeling, bedoeld in artikel 65 blijkt dat de werkgever zonder deugdelijke grond zijn verplichtingen op grond van het eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid dan wel de krachtens het zevende lid gestelde regels niet of niet volledig nakomt of onvoldoende reïntegratie-inspanningen heeft verricht, verlengt het UWV het tijdvak gedurende welke de verzekerde jegens die werkgever recht heeft op loon op grond van artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek dan wel aanspraak op bezoldiging op grond van artikel 76a, eerste lid, van de Ziektewet, opdat de werkgever zijn tekortkoming ten aanzien van de bedoelde verplichtingen of reïntegratie-inspanningen kan herstellen. Het tijdvak bedoeld in de eerste zin, is ten hoogste 52 weken.
|
||||
|
||||
**10.** Het UWV geeft de beschikking omtrent de toepassing van het negende lid zes weken voor de afloop van de wachttijd, bedoeld in artikel 23, of indien toepassing is gegeven aan artikel 24 voor de afloop van het verlengde tijdvak, indien de aanvraag, bedoeld in artikel 64, tijdig is gedaan. Indien de aanvraag, bedoeld in artikel 64, niet tijdig is gedaan, wordt de in de vorige zin bedoelde beschikking uiterlijk zes weken voor de afloop van het tijdvak, bedoeld in artikel 629, elfde lid, onderdeel b, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek gegeven dan wel van het tijdvak, bedoeld in artikel 76a, zesde lid, onderdeel b, van de Ziektewet.
|
||||
**10.** Het UWV geeft de beschikking omtrent de toepassing van het negende lid uiterlijk zes weken voor de afloop van de wachttijd, bedoeld in artikel 23, of indien toepassing is gegeven aan artikel 24 voor de afloop van het verlengde tijdvak, indien de aanvraag, bedoeld in artikel 64, tijdig is gedaan. Indien de aanvraag, bedoeld in artikel 64, niet tijdig is gedaan, wordt de in de vorige zin bedoelde beschikking uiterlijk zes weken voor de afloop van het tijdvak, bedoeld in artikel 629, elfde lid, onderdeel b, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek gegeven dan wel van het tijdvak, bedoeld in artikel 76a, zesde lid, onderdeel b, van de Ziektewet.
|
||||
|
||||
**11.** Verlenging van het tijdvak als bedoeld in het negende lid vindt niet plaats indien het UWV de beschikking omtrent de toepassing van het negende lid niet geeft voor de afloop van de wachttijd, bedoeld in artikel 23, of indien toepassing is gegeven aan artikel 24 van deze wet dan wel aan het elfde lid, onderdeel b, van artikel 629 van Titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of artikel 76a, zesde lid, onderdeel b, van de Ziektewet, voor afloop van het verlengde tijdvak.
|
||||
|
||||
|
|
@ -471,7 +484,7 @@ e. op verzoek onverwijld inzage te geven aan het UWV in een op hem betrekking he
|
|||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De verplichtingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op oproepen, vragen en onderzoeken door:
|
||||
De verplichtingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van:
|
||||
|
||||
a. de Centrale organisatie werk en inkomen;
|
||||
b. het reïntegratiebedrijf dat in opdracht van het UWV of de eigenrisicodrager werkzaamheden, verricht; of
|
||||
|
|
@ -560,7 +573,7 @@ De verzekerde die een aanvraag voor een uitkering heeft ingediend, of een recht
|
|||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
**1.** De verzekerde die recht heeft op een WGA-uitkering en wiens uitkering door het UWV wordt betaald, heeft recht op ondersteuning bij arbeidsinschakeling en, met inachtneming van de daarvoor geldende wettelijke bepalingen, op de naar het oordeel van het UWV noodzakelijk geachte voorziening gericht op arbeidsinschakeling, tenzij artikel 42 van toepassing is.
|
||||
**1.** De verzekerde die recht heeft op een WGA-uitkering die niet ten laste komt van een eigenrisicodrager, heeft recht op ondersteuning bij arbeidsinschakeling en, met inachtneming van de daarvoor geldende wettelijke bepalingen, op de naar het oordeel van het UWV noodzakelijk geachte voorziening gericht op arbeidsinschakeling, tenzij artikel 42 van toepassing is.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere en zo nodig afwijkende regels worden gesteld op grond waarvan het UWV op aanvraag van de verzekerde, bedoeld in het eerste lid, of een verzekerde met naar het oordeel van het UWV structurele functionele beperkingen, in het kader van de bevordering en ondersteuning bij de inschakeling in de arbeid als zelfstandige, voorzieningen kan verstrekken.
|
||||
|
||||
|
|
@ -616,13 +629,11 @@ b. werkzaamheden, waarbij de werkgever, bij wie de proefplaatsing geschiedt, een
|
|||
c. werkzaamheden, die de gedeeltelijk arbeidsgeschikte niet reeds eerder onbeloond op een proefplaats bij die werkgever of diens rechtsvoorganger heeft verricht; en
|
||||
d. werkzaamheden, waarbij er, naar het oordeel van het UWV of de eigenrisicodrager, een reëel uitzicht is op een op de onbeloonde werkzaamheden aansluitende dienstbetrekking van dezelfde of grotere omvang voor ten minste 6 maanden.
|
||||
|
||||
**3.** De gedeeltelijk arbeidsgeschikte die werkzaamheden verricht als bedoeld in het eerste lid, doet daarvan onverwijld mededeling aan het UWV of de eigenrisicodrager.
|
||||
**3.** Indien de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, wegens ziekte worden onderbroken, wordt de periode waarin een uitkering bij ziekte wordt ontvangen, voor de toepassing van dat lid buiten beschouwing gelaten.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, wegens ziekte worden onderbroken, wordt de periode waarin een uitkering bij ziekte wordt ontvangen, voor de toepassing van dat lid buiten beschouwing gelaten.
|
||||
**4.** In afwijking van artikel 30, eerste lid, onderdeel b, is de gedeeltelijk arbeidsgeschikte die onbeloonde werkzaamheden op een proefplaats als bedoeld in het eerste of tweede lid verricht, voor de duur van de proefplaatsing niet verplicht passende arbeid te verkrijgen.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van artikel 30, eerste lid, onderdeel b, is de gedeeltelijk arbeidsgeschikte die onbeloonde werkzaamheden op een proefplaats als bedoeld in het eerste of tweede lid verricht, voor de duur van de proefplaatsing niet verplicht passende arbeid te verkrijgen.
|
||||
|
||||
**6.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van dit artikel.
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van dit artikel.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4.3. Bevoegdheden en verplichtingen van het UWV
|
||||
|
||||
|
|
@ -648,7 +659,16 @@ Het UWV kan controlevoorschriften vaststellen. Deze voorschriften gaan niet verd
|
|||
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
||||
**1.** Het UWV maakt per werkgever, die behoort tot een bij ministeriële regeling te bepalen categorie, het percentage werknemers van die werkgever dat in een kalenderjaar recht heeft gekregen op een WGA-uitkering openbaar. Dat percentage wordt verkregen door het aantal werknemers dat in dienstbetrekking stond tot die werkgever, dat recht heeft gekregen op een WGA-uitkering in het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarin openbaarmaking plaatsvindt, te delen door het gemiddelde aantal werknemers dat in dienstbetrekking stond tot die werkgever gedurende het kalenderjaar dat voorafgaat aan eerstgenoemd kalenderjaar.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het UWV maakt per werkgever, die behoort tot een bij ministeriële regeling te bepalen categorie, het percentage werknemers van die werkgever dat in een kalenderjaar T recht heeft gekregen op een WGA-uitkering openbaar in jaar T+1. Dat percentage wordt als volgt berekend:
|
||||
|
||||
A / B
|
||||
|
||||
waarbij:
|
||||
|
||||
- A staat voor het aantal werknemers dat in dienstbetrekking stond tot die werkgever, dat recht heeft gekregen op een WGA-uitkering in het jaar T; en
|
||||
- B staat voor het gemiddelde aantal werknemers dat in dienstbetrekking stond tot die werkgever gedurende het jaar T-2.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder recht krijgen op een WGA-uitkering verstaan het voor de eerste maal betaald krijgen van die uitkering.
|
||||
|
||||
|
|
@ -757,7 +777,7 @@ Onderdeel b strekt zich mede uit tot afname van arbeidsgeschiktheid voor zover d
|
|||
|
||||
### Artikel 46a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Indien voor het vaststellen van het recht op uitkering op grond van deze wet, in het kader van een aanvraag voor de toekenning van een uitkering op grond van deze wet, naar het oordeel van het UWV een medisch onderzoek nodig is en de betrokkene niet meewerkt aan dat onderzoek, blijven eventuele uit deze wet voortvloeiende aanspraken op een uitkering op grond van deze wet buiten aanmerking, voor zolang het recht op uitkering niet kan worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6. Inkomensverzekering voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten
|
||||
|
||||
|
|
@ -813,11 +833,19 @@ b. geen recht had op een WGA-uitkering en de volledige en duurzame arbeidsongesc
|
|||
|
||||
### Artikel 51
|
||||
|
||||
De arbeidsongeschiktheidsuitkering bedraagt per kalendermaand 70% van het maandloon.
|
||||
De arbeidsongeschiktheidsuitkering bedraagt per kalendermaand 70%per 01-01-2007 en terugwerkend tot en met 29-12-2005: 75% van het maandloon.
|
||||
|
||||
### Artikel 52
|
||||
|
||||
**1.** Op de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt per kalendermaand 70% van het in die kalendermaand verworven inkomen in mindering gebracht.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Op de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt per kalendermaand in mindering gebracht:
|
||||
|
||||
0,7 x A x B/C waarbij:
|
||||
|
||||
- A staat voor het in die kalendermaand verworven inkomen;
|
||||
- B staat voor het dagloon waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is berekend;
|
||||
- C staat voor het dagloon waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering zou zijn berekend indien dat niet gemaximeerd zou zijn op het in artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen bedoelde bedrag met betrekking tot een loontijdvak van een dag.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de volledig en duurzaam arbeidsongeschikte gedurende een aaneengesloten termijn van twaalf kalendermaanden per kalendermaand een inkomen verwerft dat meer bedraagt dan 20% van het maatmaninkomen per kalendermaand, roept het UWV de verzekerde op voor een onderzoek naar het voortbestaan van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -895,10 +923,11 @@ b. een mate van arbeidsongeschiktheid had van minder dan 35% en de gedeeltelijke
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De verzekerde voldoet aan de referte-eis indien hij:
|
||||
De verzekerde voldoet aan de referte-eis indien:
|
||||
|
||||
a. in 36 weken onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag na de dag waarop het recht op loon op grond van artikel 629 van Boek 7 van het van het Burgerlijk Wetboek of bezoldiging op grond van hoofdstuk IV, vierde afdeling, van de Ziektewet of het recht op ziekengeld op grond van artikel 29 van de Ziektewet is geëindigd, in ten minste 26 weken als verzekerde arbeid heeft verricht: of
|
||||
b. onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag van de wachttijd recht heeft op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet.
|
||||
a. hij in 36 weken onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag na de dag waarop het recht op loon op grond van artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of bezoldiging op grond van hoofdstuk IV, vierde afdeling, van de Ziektewet of het recht op ziekengeld op grond van artikel 29 van de Ziektewet is geëindigd, in ten minste 26 weken als verzekerde arbeid heeft verricht;
|
||||
b. hij onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag van de wachttijd recht heeft op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet; of
|
||||
c. zijn recht op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet is geëindigd wegens het gaan verrichten van arbeid in dienstbetrekking en hij op de eerste dag van de wachttijd recht op herleving van die uitkering zou hebben gehad, indien hij op die dag geen recht had gekregen op ziekengeld als bedoeld in de Ziektewet.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -957,22 +986,27 @@ b. een vervolguitkering.
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De loongerelateerde uitkering van de WGA-uitkering bedraagt per kalendermaand: 0,7 × (C–D) waarbij:
|
||||
De loongerelateerde uitkering van de WGA-uitkering bedraagt per kalendermaand:
|
||||
|
||||
C staat voor het maandloon; en
|
||||
0,7 x (A-B x C/D) waarbij:
|
||||
|
||||
D staat voor het in de betreffende kalendermaand verworven inkomen.
|
||||
- A staat voor het maandloon;
|
||||
- B staat voor het in de desbetreffende kalendermaand verworven inkomen;
|
||||
- C staat voor het dagloon waarnaar de loongerelateerde uitkering van de WGA-uitkering is berekend;
|
||||
- D staat voor het dagloon waarnaar de loongerelateerde uitkering van de WGA-uitkering zou zijn berekend indien dat niet gemaximeerd zou zijn op het in artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen bedoelde bedrag met betrekking tot een loontijdvak van een dag.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de loonaanvullingsuitkering van de WGA-uitkering indien de verzekerde ten minste zijn overblijvende verdiencapaciteit als bedoeld in het derde lid benut of indien voor hem geen inkomenseis als bedoeld in artikel 60 geldt.
|
||||
|
||||
**3.** De overblijvende verdiencapaciteit, bedoeld in het twee lid, is gelijk aan twee maal de inkomenseis, bedoeld in artikel 60, tweede lid.
|
||||
**3.** De overblijvende verdiencapaciteit, bedoeld in het tweede lid, is gelijk aan twee maal de inkomenseis, bedoeld in artikel 60, tweede lid.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De loonaanvullingsuitkering van de WGA-uitkering bedraagt voor de verzekerde die ten minste 50% van doch minder dan zijn overblijvende verdiencapaciteit benut, per kalendermaand: 0,7 × (E–F) waarbij:
|
||||
De loonaanvullingsuitkering van de WGA-uitkering bedraagt voor de verzekerde die ten minste 50 % van doch minder dan zijn overblijvende verdiencapaciteit benut, per kalendermaand: 0,7 x (E-F x G/H). Hierbij staat:
|
||||
|
||||
- E staat voor het maandloon; en
|
||||
- F staat voor de overblijvende verdiencapaciteit.
|
||||
- E voor het maandloon;
|
||||
- F voor de overblijvende verdiencapaciteit;
|
||||
- G voor het dagloon waarnaar de loonaanvullingsuitkering van de WGA-uitkering is berekend;
|
||||
- H staat voor het dagloon waarnaar de loonaanvullingsuitkering van de WGA-uitkering zou zijn berekend indien dat niet gemaximeerd zou zijn op het in artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen bedoelde bedrag met betrekking tot een loontijdvak van een dag.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -981,7 +1015,7 @@ Indien de hoogte van de uitkering, bedoeld in het vierde lid, per kalendermaand
|
|||
- G staat voor het uitkeringspercentage, bedoeld in het zesde lid; en
|
||||
- H staat voor het minimumloon per maand of het maandloon in het geval het minimumloon per maand hoger is dan het maandloon,
|
||||
|
||||
wordt de hoogte van de uitkering, bedoeld in het vierde lid, vastgesteld op G × H, doch ten hoogste op 0,7 × (C–D), als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
wordt de hoogte van de uitkering, bedoeld in het vierde lid, vastgesteld op G × H, doch ten hoogste op 0,7 x (A-B x C/D), als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1009,6 +1043,8 @@ De vervolguitkering van de WGA-uitkering bedraagt per kalendermaand: G × H waar
|
|||
- G staat voor het uitkeringspercentage, bedoeld in artikel 61, zesde lid; en
|
||||
- H staat voor het minimumloon per maand of het maandloon in het geval het minimumloon per maand hoger is dan het maandloon.
|
||||
|
||||
Indien niet over een volledige kalendermaand recht op een uitkering bestaat bedraagt het minimumloon, bedoeld in de eerste zin, de uitkomst van het aantal dagen in de desbetreffende kalendermaand waarover recht op een uitkering bestaat gedeeld door het totaal aantal dagen in de desbetreffende kalendermaand vermenigvuldigd met het minimumloon. Bij het bepalen van het aantal dagen worden de zaterdagen en zondagen buiten beschouwing gelaten.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 61, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
|
@ -1070,7 +1106,7 @@ De aanvraag voor een uitkering op grond van deze wet gaat vergezeld van een reï
|
|||
|
||||
**2.** Een aanvraag voor een verkorte wachttijd kan slechts eenmaal worden gedaan.
|
||||
|
||||
**3.** Op verzoek van de werknemer verstrekt de persoon, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998, die belast is met de bijstand, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van die wet, een verklaring waaruit de medische situatie alsmede de vooruitzichten van de werknemer blijken. De verklaring wordt mede opgesteld op basis van gegevens inzake de medische specialistische onderzoeken of behandelingen die de aanvrager heeft ondergaan, tenzij in redelijkheid niet van de bedrijfsarts kan worden gevergd dat hij deze gegevens aan zijn verklaring ten grondslag legt.
|
||||
**3.** Op verzoek van de werknemer verstrekt de persoon, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, die belast is met de bijstand, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van die wet, een verklaring waaruit de medische situatie alsmede de vooruitzichten van de werknemer blijken. De verklaring wordt mede opgesteld op basis van gegevens inzake de medische specialistische onderzoeken of behandelingen die de aanvrager heeft ondergaan, tenzij in redelijkheid niet van de bedrijfsarts kan worden gevergd dat hij deze gegevens aan zijn verklaring ten grondslag legt.
|
||||
|
||||
**4.** Een aanvraag voor een verkorte wachttijd gaat vergezeld van de verklaring, bedoeld in het derde lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1208,7 +1244,7 @@ b. de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen
|
|||
|
||||
**4.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het UWV besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.
|
||||
|
||||
**5.** De beschikking tot terugvordering vermeldt hetgeen wordt teruggevorderd, de termijn of termijnen waarbinnen moet worden betaald, alsmede dat de beschikking bij gebreke van tijdige betaling zal worden tenuitvoergelegd op de wijze als omschreven in artikel 77.
|
||||
**5.** De beschikking tot terugvordering vermeldt hetgeen wordt teruggevorderd, de termijn of termijnen waarbinnen moet worden betaald, alsmede dat de beschikking bij gebreke van tijdige betaling zal worden tenuitvoergelegd op de wijze als omschreven in artikel 78.
|
||||
|
||||
**6.** Degene van wie wordt teruggevorderd is verplicht desgevraagd aan het UWV de inlichtingen te verstrekken die voor de terugvordering van belang zijn.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1262,7 +1298,7 @@ b. de periode die op grond van het eerste lid, onderdeel b, geldt op de dag waar
|
|||
|
||||
**1.** De eigenrisicodrager is bevoegd, met inachtneming van artikel 72, de door het UWV toegekende arbeidsongeschiktheidsuitkering of WGA-uitkering namens het UWV te betalen aan de verzekerde, bedoeld in artikel 82, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** De door de eigenrisicodrager op grond van het eerste lid aan de verzekerde betaalde loonaanvullingsuitkering, bedoeld in hoofdstuk 7, alsmede de op grond van enige wet hierover verschuldigde premies die daarop niet in mindering kunnen worden gebracht en de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet, over deze uitkering, kunnen door hem op het UWV worden verhaald, met uitzondering van een bedrag overeenkomende met het bedrag van de vervolguitkering, bedoeld in hoofdstuk 7, waar de verzekerde, zonder toepassing van artikel 62, derde lid, recht op zou hebben indien hij geen recht zou hebben gehad op de loonaanvullingsuitkering, bedoeld in hoofdstuk 7, vermeerderd met de premies die op grond van enige wet daarover verschuldigd zouden zijn en die daarop niet in mindering kunnen worden gebracht en de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet, over deze uitkering.
|
||||
**2.** De door de eigenrisicodrager op grond van het eerste lid aan de verzekerde betaalde loonaanvullingsuitkering, bedoeld in hoofdstuk 7, alsmede de op grond van enige wet hierover verschuldigde premies die daarop niet in mindering kunnen worden gebracht en de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet, over deze uitkering, kunnen door hem op het UWV worden verhaald, met uitzondering van een bedrag overeenkomende met het bedrag van de vervolguitkering, bedoeld in hoofdstuk 7, waar de verzekerde, zonder toepassing van artikel 62, derde lid, recht op zou hebben indien hij geen recht zou hebben gehad op de loonaanvullingsuitkering, bedoeld in hoofdstuk 7, vermeerderd met de premies die op grond van enige wet daarover verschuldigd zouden zijn en die daarop niet in mindering kunnen worden gebracht en de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet, over deze uitkering. Met betrekking tot de verzekerde, bedoeld in artikel 60, derde lid, bedraagt het bedrag van de loonaanvullingsuitkering dat niet op het UWV kan worden verhaald, in afwijking van de eerste zin, 70% van het minimumloon of het voor de verzekerde geldende dagloon indien dat lager is dan 70% van het minimumloon vermeerderd met de premies die op grond van enige wet daarover verschuldigd zouden zijn en die daarop niet in mindering kunnen worden gebracht en de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet, over deze uitkering.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de eigenrisicodrager de uitkering niet betaalt, betaalt het UWV deze uitkering en verhaalt het UWV de uitkering, alsmede de op grond van enige wet over deze uitkering verschuldigde premies die niet op deze uitkering in mindering kunnen worden gebracht en de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet, over deze uitkering, op de eigenrisicodrager. Op de eigenrisicodrager wordt evenwel niet verhaald hetgeen deze, als hij de uitkering wel had betaald, op grond van het tweede lid op het UWV had kunnen verhalen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1298,7 +1334,7 @@ c. de werkgever die de onderneming overdraagt een werkgever is wiens eigenrisico
|
|||
|
||||
### Artikel 86
|
||||
|
||||
**1.** Het UWV brengt bij de eigenrisicodrager de kosten in rekening ter zake van de betaling van de uitkering door het UWV en het verhaal op de eigenrisicodrager, bedoeld in artikel 83, derde lid.
|
||||
**1.** Het UWV kan bij de eigenrisicodrager kosten in rekening brengen ter zake van de betaling van de uitkering door het UWV en het verhaal op de eigenrisicodrager, bedoeld in artikel 83, derde lid.
|
||||
|
||||
**2.** Het UWV vergoedt aan de eigenrisicodrager op aanvraag de schade die deze lijdt door toepassing van artikel 117, eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1412,7 +1448,7 @@ b. de verzekerde, bedoeld in artikel 82, de verplichting, bedoeld in artikel 27,
|
|||
|
||||
**3.** Indien de persoon aan wie een boete is opgelegd een uitkering ontvangt op grond van de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de Wet werk en inkomensvoorziening kunstenaars, betaalt de Sociale verzekeringsbank, onderscheidenlijk de betrokken gemeente het bedrag van die boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is van hem, op zijn verzoek aan het UWV.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de persoon aan wie een boete is opgelegd geen uitkering als bedoeld in het derde lid ontvangt, of meer ontvangt, dan wel ten aanzien van zodanige uitkering toepassing van het derde lid niet mogelijk is, wordt de beschikking waarbij de boete is opgelegd bij gebreke van tijdige betaling met toepassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op zijn kosten betekend tenuitvoergelegd.
|
||||
**4.** Indien de persoon aan wie een boete is opgelegd geen uitkering als bedoeld in het tweede of derde lid ontvangt, of meer ontvangt, dan wel ten aanzien van zodanige uitkering toepassing van het tweede of derde lid niet mogelijk is, wordt de beschikking waarbij de boete is opgelegd bij gebreke van tijdige betaling met toepassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op zijn kosten betekend en tenuitvoergelegd.
|
||||
|
||||
**5.** De tenuitvoerlegging van een beschikking waarbij een boete is opgelegd vindt plaats met toepassing van het tweede of derde lid, dan wel van het vierde lid, dan wel van het tweede of derde lid in combinatie met het vierde lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1589,8 +1625,8 @@ Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op aanspraken
|
|||
Geen recht op uitkering op grond van deze wet heeft de persoon die:
|
||||
|
||||
a. verzekerd is op grond van artikel 16 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
|
||||
b. de persoon die recht heeft op toekenning of heropening van arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de artikelen 19a, 20, 43a, onderscheidenlijk 47, 47a of 47b van die wet; en
|
||||
c. de persoon die belanghebbende is als bedoeld in artikel 1 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen.
|
||||
b. recht heeft op toekenning of heropening van arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de artikelen 19a, 20, 43a, onderscheidenlijk 47, 47a of 47b van die wet; en
|
||||
c. belanghebbende is als bedoeld in artikel 1 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen.
|
||||
|
||||
### Artikel 121
|
||||
|
||||
|
|
@ -1678,9 +1714,7 @@ i. jonger dan 23 jaar is, zes maanden.
|
|||
|
||||
### Artikel 128
|
||||
|
||||
Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip wordt artikel 90, derde lid, als volgt gelezen:
|
||||
|
||||
3. Het UWV stelt nadere regels met betrekking tot het eerste lid voorzover het betreft een maatregel als bedoeld in artikel 88.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 129
|
||||
|
||||
|
|
@ -1718,13 +1752,13 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
|||
|
||||
### Artikel 133b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Artikel 24, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van artikel XII, onderdeel E, van de Verzamelwet sociale verzekeringen 2007, blijft van toepassing op een verzoek om verlenging als bedoeld in artikel 24, eerste lid, dat op of voor die dag is ingediend en waarop nog geen beslissing is genomen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 14. Strafbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 134
|
||||
|
||||
De werkgever die niet voldoet aan de verplichting, bedoeld in artikel 35, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.
|
||||
De werkgever die niet voldoet aan de verplichting, bedoeld in artikel 33, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.
|
||||
|
||||
### Artikel 135
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue