diff --git a/amvb/besluit-bovenwettelijke-uitkeringen-bij-werkloosheid-voor-de-sector-rijk/BWBR0008114/README.md b/amvb/besluit-bovenwettelijke-uitkeringen-bij-werkloosheid-voor-de-sector-rijk/BWBR0008114/README.md index 800e0241385..7aa4c4aeea2 100644 --- a/amvb/besluit-bovenwettelijke-uitkeringen-bij-werkloosheid-voor-de-sector-rijk/BWBR0008114/README.md +++ b/amvb/besluit-bovenwettelijke-uitkeringen-bij-werkloosheid-voor-de-sector-rijk/BWBR0008114/README.md @@ -26,7 +26,7 @@ b. betrokkene: c. aanvullende uitkering: de aanvullende uitkering bedoeld in Hoofdstuk 2 van dit besluit; d. aansluitende uitkering: de aansluitende uitkering bedoeld in Hoofdstuk 3 van dit besluit; e. bovenwettelijke uitkering: aanvullende en aansluitende uitkering; -f. dagloon: het dagloon in de zin van de Werkloosheidswet, evenwel zonder de maximumdagloongrens van artikel 9 van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, verminderd met de bijdragen strekkende tot betaling van de premie van een door of voor de betrokkene afgesloten particuliere ziektekostenverzekering als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel *c*, van het besluit Algemene Dagloonregelen WW; +f. dagloon: het dagloon in de zin van artikel 45 van de Werkloosheidswet, evenwel zonder toepassing van het bedrag, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen met betrekking tot een loontijdvak van een dag; g. diensttijd: voorzover gelegen voor 1 januari 1996: @@ -70,7 +70,9 @@ a. die op de dag van ontslag de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt met b. die op de dag van ontslag 21 jaar oud is met een duur van 19,5% van de diensttijd en zo vervolgens per leeftijdsjaar opklimmend met 1,5%; c. die op de dag van ontslag 60 jaar of ouder is, met een duur gelijk aan 78% van de diensttijd. -**2.** De duur van de uitkering van betrokkene die ten tijde van het ontslag 55 jaar of ouder is en een diensttijd, voor zover geldig voor pensioen, van tenminste tien jaar heeft volbracht, wordt na afloop van de termijn, welke op basis van het eerste lid is toegekend, verlengd tot de eerste dag van de kalendermaand volgend op die waarin hij de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. +**2.** Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, is de duur van de uitkering in ieder geval gelijk aan de periode gedurende welke recht op een werkloosheidsuitkering bestaat. + +**3.** De duur van de uitkering van betrokkene die ten tijde van het ontslag 55 jaar of ouder is en een diensttijd, voor zover geldig voor pensioen, van tenminste tien jaar heeft volbracht, wordt na afloop van de termijn, welke op basis van het eerste lid is toegekend, verlengd tot de eerste dag van de kalendermaand volgend op die waarin hij de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. ## Hoofdstuk 2. De aanvullende uitkering bij werkloosheid @@ -84,19 +86,15 @@ c. die op de dag van ontslag 60 jaar of ouder is, met een duur gelijk aan 78% va ### Artikel 4 -**1.** Indien de duur van de uitkering, berekend op basis van artikel 2 van dit besluit, ten minste gelijk is aan de duur van de uitkering, berekend op basis van de artikelen 42 en 49 of 52*g* van de Werkloosheidswet, wordt de uitkering krachtens de Werkloosheidswet gedurende de eerste 12 maanden tot 80%, gedurende de daaropvolgende zes maanden tot 75% en gedurende de daaropvolgende periode tot 70% van het voor betrokkene geldende dagloon aangevuld. +**1.** De uitkering krachtens de Werkloosheidswet wordt aangevuld tot 70% van het voor betrokkene geldende dagloon. -**2.** Indien de duur van de uitkering, berekend op basis van artikel 2 van dit besluit korter is dan de duur van de uitkering, berekend op basis van de artikelen 42 en 49 of 52*g* van de Werkloosheidswet, wordt de uitkering krachtens de artikelen 42 en 52*g* van de Werkloosheidswet gedurende de eerste twaalf maanden tot 80%, gedurende de daaropvolgende zes maanden tot 75% en vervolgens tot 70% aangevuld. Gedurende de vervolguitkering, bedoeld in artikel 49 van de Werkloosheidswet, wordt de uitkering krachtens de Werkloosheidswet tot 100% van het minimumloon aangevuld, met dien verstande dat dit nooit meer bedraagt dan 70% van het dagloon. - -**3.** Voor de toepassing van dit artikel wordt de uitkering krachtens de Werkloosheidswet steeds geacht door betrokkene onverminderd te zijn genoten. +**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt de uitkering krachtens de Werkloosheidswet steeds geacht door betrokkene onverminderd te zijn genoten. ### Artikel 5 -**1.** Indien de betrokkene gedurende de periode dat hij krachtens de Werkloosheidswet recht heeft op een uitkering, wegens ziekte verhinderd wordt arbeid te verrichten en deswege een uitkering geniet krachtens de Ziektewet, wordt die uitkering krachtens de Ziektewet aangevuld tot de percentages van het dagloon bedoeld in artikel 4, met inachtneming van de daaraan voorafgaande termijn waarover betrokkene recht op een aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 3, heeft gehad. +**1.** Indien de betrokkene gedurende de periode dat hij krachtens de Werkloosheidswet recht heeft op een uitkering, wegens ziekte verhinderd wordt arbeid te verrichten en deswege een uitkering geniet krachtens de Ziektewet, wordt die uitkering krachtens de Ziektewet aangevuld tot 70% van het voor betrokkene geldende dagloon. -**2.** Indien het recht op uitkering krachtens de Werkloosheidswet na afloop van de periode, waarin de Ziektewet op betrokkene van toepassing is geweest, herleeft, tellen zowel de termijn waarover betrokkene voorafgaand aan deze periode recht heeft gehad op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet als de termijn waarin de Ziektewet op hem van toepassing is geweest met inachtneming van hetgeen hieromtrent in artikel 43, tweede en derde lid, van de Werkloosheidswet is bepaald, mee voor het vaststellen van de hoogte van de aanvullende uitkering bedoeld in artikel 4 van dit besluit. - -**3.** Voor de toepassing van dit artikel wordt de uitkering krachtens de Ziektewet steeds geacht onverminderd door betrokkene te zijn genoten. +**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt de uitkering krachtens de Ziektewet steeds geacht onverminderd door betrokkene te zijn genoten. ### Artikel 5a @@ -111,9 +109,7 @@ a. in verband met haar zwangerschap en bevalling gedurende ten minste 16 weken a b. in verband met adoptie gedurende ten hoogste vier aaneengesloten weken vanaf twee weken vóór de eerste dag dat de feitelijke opneming ter adoptie een aanvang heeft genomen of zal nemen, aangevuld tot 100% van het voor betrokkene geldende dagloon; of c. in verband met het opnemen van een pleegkind gedurende ten hoogste vier aaneengesloten weken vanaf twee weken vóór de eerste dag dat de feitelijke opneming van het pleegkind een aanvang heeft genomen of zal nemen, aangevuld tot 100% van het voor betrokkene geldende dagloon. -**2.** Indien het recht op uitkering krachtens de Werkloosheidswet na afloop van de periode, waarin de Wet arbeid en zorg, op betrokkene van toepassing is geweest, herleeft, tellen zowel de termijn waarover betrokkene voorafgaand aan deze periode recht heeft gehad op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet als de termijn waarin de Wet arbeid en zorg op hem of haar van toepassing is geweest met inachtneming van hetgeen hieromtrent in artikel 43, tweede en derde lid, van de Werkloosheidswet is bepaald, mee voor het vaststellen van de hoogte van de aanvullende uitkering bedoeld in artikel 4 van dit besluit. - -**3.** Voor de toepassing van dit artikel wordt de uitkering krachtens de Wet arbeid en zorg steeds geacht onverminderd door betrokkene te zijn genoten. +**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt de uitkering krachtens de Wet arbeid en zorg steeds geacht onverminderd door betrokkene te zijn genoten. ### Artikel 6 @@ -143,11 +139,11 @@ De duur van de aansluitende uitkering is de op het moment van ontslag berekende ### Artikel 10 -**1.** De aansluitende uitkering bedraagt voor betrokkene gedurende de eerste twaalf maanden 80%, gedurende de daaropvolgende zes maanden 75%, en vervolgens 70% van het voor hem geldende dagloon. Gedurende de verlenging, bedoeld in artikel 2, tweede lid, is de uitkering gelijk aan 70% van het dagloon. +**1.** De aansluitende uitkering bedraagt 70% van het voor betrokkene geldende dagloon. -**2.** Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met de termijn waarin betrokkene reeds recht heeft gehad op aanvullende uitkering. +**2.** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid bedraagt de aansluitende uitkering van de betrokkene die ten tijde van het ontslag de leeftijd van 55 jaar nog niet had bereikt, in de laatste twee jaar voor ommekomst van de aansluitende uitkering, 75% van het minimumloon dat voor betrokkene zou gelden, doch ten hoogste 70% van het dagloon. -**3.** Ten aanzien van de hoogte van de aansluitende uitkering zijn de artikelen 45 en 47, tweede en derde lid van de Werkloosheidswet en artikel 34 van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid en de daarop gebaseerde dagloonregels van toepassing. +**3.** Ten aanzien van de hoogte van de aansluitende uitkering zijn de artikelen 45 en 47, tweede en derde lid, van de Werkloosheidswet van toepassing. ### Artikel 11 @@ -163,18 +159,12 @@ De duur van de aansluitende uitkering is de op het moment van ontslag berekende **2.** Betrokkene, bedoeld in het eerste lid, heeft met ingang van de eerste dag volgende op die waarop de suppletie op grond van artikel 5, onderdeel *a*, van de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Rijk is geëindigd, recht op een bovenwettelijke uitkering krachtens dit besluit, voor de periode dat de duur van de bovenwettelijke uitkering, waarop betrokkene krachtens dit besluit recht zou hebben gehad indien hij geen recht op suppletie zou hebben gehad, langer is dan de duur van de suppletie. -**3.** Ter bepaling van de hoogte van de bovenwettelijke uitkering wordt uitgegaan van de datum van het ontslag, als bedoeld in het eerste lid. - -**4.** De bovenwettelijke uitkering eindigt na ommekomst van de duur van de bovenwettelijke uitkering. - ### Artikel 13 **1.** Betrokkene, die terzake van een ontslag wegens ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte recht heeft op een WAO-uitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, heeft recht op een bovenwettelijke uitkering krachtens dit besluit op het moment dat de mate van arbeidsongeschiktheid op een lager percentage wordt vastgesteld dan 80% en daardoor recht heeft op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet. Indien de WAO-uitkering, als bedoeld in de eerste volzin, is ontstaan uit twee of meer dienstbetrekkingen wordt het recht op bovenwettelijke uitkering krachtens dit besluit toegerekend aan de dienstbetrekking ter zake waarvan hij betrokkene is in de zin van dit besluit, naar rato van de feitelijk genoten inkomsten uit hoofde van de desbetreffende dienstbetrekkingen. **2.** Ter bepaling van de duur van de bovenwettelijke uitkering krachtens artikel 2 van dit besluit wordt uitgegaan van de datum van het ontslag, als bedoeld in het eerste lid. -**3.** De hoogte van de bovenwettelijke uitkering krachtens dit besluit wordt vastgesteld te rekenen vanaf de datum van het ontslag, als bedoeld in het eerste lid. - ### Artikel 14 **1.** Indien het recht op een bovenwettelijke uitkering geheel of gedeeltelijk is geëindigd wegens het gaan verrichten van arbeid als werknemer en betrokkene vervolgens wederom werkloos is geworden in de zin van de Werkloosheidswet, herleeft op zijn verzoek het recht op een bovenwettelijke uitkering voor zover er een nieuw recht op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet bestaat, met ingang van de eerste dag waarop het nieuwe recht op uitkering krachtens de Werkloosheidswet is ontstaan. De duur en de hoogte van de bovenwettelijke uitkering zijn gelijk aan de duur en hoogte van de uitkering waarop betrokkene op grond van dit besluit nog recht zou hebben gehad indien hij onafgebroken werkloos zou zijn geweest. @@ -213,7 +203,7 @@ Op aanvraag van betrokkene kan het recht op bovenwettelijke uitkering op grond v ### Artikel 18 -In afwijking van de artikelen 4 en 10 van dit besluit bedraagt het percentage 77% in plaats van 80%, 72% in plaats van 75%, 67% in plaats van 70% van het dagloon, zolang de Wet van 20 december 1984 houdende aanpassing van uitkeringspercentages van ontslaguitkerings- en arbeidsongeschiktheidsregelingen voor overheidspersoneel, onderwijspersoneel en daarmee gelijk te stellen personeel (*Stb*. 657) op betrokkene van toepassing is. +In afwijking van de artikelen 4 en 10 van dit besluit bedraagt het percentage 67% in plaats van 70% van het dagloon, zolang de Wet van 20 december 1984 houdende aanpassing van uitkeringspercentages van ontslaguitkerings- en arbeidsongeschiktheidsregelingen voor overheidspersoneel, onderwijspersoneel en daarmee gelijk te stellen personeel (*Stb*. 657) op betrokkene van toepassing is. ### Artikel 19 @@ -231,7 +221,7 @@ Ten aanzien van de betrokkene van wie de ingangsdatum van het ontslag gelegen is ### Artikel 20b -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Ten aanzien van de betrokkene die op de dag vóór 1 januari 2006 recht had op een bovenwettelijke uitkering op basis van dit besluit, zijn de artikelen 4, 5, 10 en 18, zoals die luidden op de dag vóór 1 januari 2006 van toepassing. ### Artikel 21 @@ -243,7 +233,7 @@ Vervallen ### Artikel 22a -De ambtenaar, die voor of op 1 juli 1997 in tijdelijke dienst is aangesteld en die tot de datum van ontslag, die ligt op of na 1 januari 2001, onafgebroken in tijdelijke dienst is geweest, heeft recht op een aanvullende uitkering overeenkomstig hoofdstuk II van dit besluit. +Vervallen ### Artikel 23