2026-01-22 | BWBR0048350 | Regeling Tijdelijke wet Groningen

This commit is contained in:
Coornhert 2026-01-22 12:00:00 +00:00
parent 2992db0982
commit 3de5fb1d15

View file

@ -27,7 +27,7 @@ In deze regeling wordt verstaan onder:
- *gebouw met een licht verhoogd risico:* gebouw met een licht verhoogd risico als bedoeld in artikel 10b, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit;
- *gebouw met een normaal risico:* gebouw met een normaal risico als bedoeld in artikel 10b, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit;
- *gebouw met een verhoogd risico:* gebouw met een verhoogd risico als bedoeld in artikel 10b, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit;
- *Minister:* Minister van Economische Zaken en Klimaat;
- *Minister:* Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
- *openbare registers:* openbare registers als bedoeld in artikel 16 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;
- *openingsratio:* verhouding tussen het totale oppervlak van deuren en ramen in een gevel ten opzichte van het totale geveloppervlak;
- *oplossen:* bieden van financiële en andersoortige bijstand;
@ -135,7 +135,7 @@ De vergoeding wordt vastgesteld op basis van:
a. de in bijlage 2 opgenomen standaardbedragen; of
b. de door de eigenaar overgelegde offertes van derden of andere bewijsstukken, indien het activiteiten betreft waarvoor geen standaardbedragen in bijlage 2 zijn opgenomen, voor zover die offertes of bewijsstukken zijn gebaseerd op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd.
**2.** De vergoeding omvat mede een aanspraak ter hoogte van € 890,50, berekend op basis van 6,5 arbeidsuren tegen een uurtarief van € 137 voor het inschakelen van een financieel of bouwkundig adviseur.
**2.** De vergoeding omvat mede een aanspraak ter hoogte van € 890,50, berekend op basis van 6,5 arbeidsuren tegen een uurtarief van € 137 voor het inschakelen van een bouwkundig, bodemkundig, ecologisch, hydrologisch of financieel adviseur.
**3.** In gevallen waarin door de bijzondere omstandigheden van het geval de vergoeding te laag is en dit leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard kan de Minister deze verhogen.
@ -157,14 +157,12 @@ b. de door de eigenaar overgelegde offertes van derden of andere bewijsstukken,
**2.** Indien de eigenaar een toegelaten instelling is, is hij vrijgesteld van het gebruik van de modelbepalingen ontwerpfase.
**3.** De Minister betaalt de vergoeding aan de opdrachtnemer die de kosten in rekening brengt bij de eigenaar op basis van door de eigenaar overgelegde facturen of andere bewijsstukken of aan de eigenaar voor die kosten die de eigenaar al heeft voldaan aan de opdrachtnemer.
**3.** De Minister betaalt de vergoeding aan de opdrachtnemer die de kosten in rekening brengt bij de eigenaar op basis van door de eigenaar overgelegde facturen of andere bewijsstukken of aan de eigenaar voor die kosten die de eigenaar al heeft voldaan aan de opdrachtnemer. Indien de eigenaar een toegelaten instelling is, kan betaling aan de eigenaar plaatsvinden voor kosten die de eigenaar nog zal voldoen aan de opdrachtnemer op grond van door de Minister in het besluit tot vergoeding aan te wijzen bewijsstukken die door de eigenaar zijn overgelegd.
**4.** De Minister betaalt de opdrachtnemer of de eigenaar binnen 30 dagen na ontvangst van de facturen of andere bewijsstukken.
### Artikel 4.2
**1.**
De vergoeding omvat, voor zover de eigenaar de te vergoeden activiteiten in eigen beheer uitvoert:
a. de kosten voor:
@ -173,10 +171,7 @@ a. de kosten voor:
2°. het laten maken van een technisch ontwerp;
3°. het natuurvrij laten maken van een gebouw;
b. de vereiste leges en heffingen voor de versterking of de sloop en nieuwbouw;
c. een aanspraak ter hoogte van € 2.055 berekend op basis van 15 arbeidsuren tegen een uurtarief van € 137 voor het inschakelen van een financieel of bouwkundig adviseur;
d. andere kosten waarvan de Minister op verzoek van de eigenaar voorafgaand aan het maken van die kosten heeft geoordeeld dat deze noodzakelijk zijn voor de voorbereiding van de versterkingsmaatregelen.
**2.** Op het eerste lid, onderdeel c, zijn de artikelen 8a.1, 8a.2, 8a.4 en 8a.5 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat waar in de genoemde artikelen wordt gesproken over het Instituut of de Minister dit gelezen moet worden als de Minister, dat in artikel 8a.4, eerste lid, voor artikel 8a.3, eerste lid gelezen moet worden artikel 4.2, onderdeel c en dat in artikel 8a.5, eerste lid, voor artikel 8a.3 gelezen moet worden artikel 4.2, onderdeel c.
c. andere kosten waarvan de Minister op verzoek van de eigenaar voorafgaand aan het maken van die kosten heeft geoordeeld dat deze noodzakelijk zijn voor de voorbereiding van de versterkingsmaatregelen.
### Artikel 4.3
@ -200,7 +195,7 @@ d. andere kosten waarvan de Minister op verzoek van de eigenaar voorafgaand aan
**2.** Indien de eigenaar een toegelaten instelling is, is hij vrijgesteld van het gebruik van de modelbepalingen uitvoeringsfase.
**3.** De Minister betaalt uit het budget de kosten voor de uitvoering van de versterkingsmaatregelen aan de opdrachtnemer die de kosten in rekening brengt bij de eigenaar op basis van door de eigenaar overgelegde facturen van derden of andere bewijsstukken of aan de eigenaar voor die kosten die de eigenaar al heeft voldaan aan de opdrachtnemer.
**3.** De Minister betaalt uit het budget de kosten voor de uitvoering van de versterkingsmaatregelen aan de opdrachtnemer die de kosten in rekening brengt bij de eigenaar op basis van door de eigenaar overgelegde facturen van derden of andere bewijsstukken of aan de eigenaar voor die kosten die de eigenaar al heeft voldaan aan de opdrachtnemer. Indien de eigenaar een toegelaten instelling is, kan betaling aan de eigenaar plaatsvinden voor kosten die de eigenaar nog zal voldoen aan de opdrachtnemer op grond van door de Minister in het versterkingsbesluit aan te wijzen bewijsstukken die door de eigenaar zijn overgelegd.
**4.** De Minister betaalt de opdrachtnemer of de eigenaar binnen 30 dagen na ontvangst van de facturen of andere bewijsstukken.
@ -226,10 +221,6 @@ Het budget bedraagt per gebouw dat is opgenomen in het versterkingsbesluit ten h
**5.** Voor voorzieningen, installaties en maatregelen die niet als standaardmaatregelen zijn opgenomen in de Groningen Maatregelencatalogus, wordt het budget vastgesteld overeenkomstig de bedragen in door de eigenaar overgelegde offertes van derden of andere bewijsstukken, voor zover die offertes of bewijsstukken zijn gebaseerd op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd.
**6.** Indien de eigenaar, niet zijnde een toegelaten instelling, bij het in eigen beheer uitvoeren van de versterkingsmaatregelen een bouwkundig of financieel adviseur inschakelt omvat het budget ook een vergoeding in de vorm van een aanspraak voor die inschakeling ter hoogte van € 2.055 berekend op basis van 15 arbeidsuren tegen een uurtarief van € 137.
**7.** Op het zesde lid zijn de artikelen 8a.1, 8a.2, 8a.4 en 8a.5 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat waar in de genoemde artikelen wordt gesproken over het Instituut of de Minister dit gelezen moet worden als de Minister, dat in artikel 8a.4, eerste lid, voor artikel 8a.3 gelezen moet worden artikel 5.2, zesde lid en dat in artikel 8a.5, eerste lid, voor artikel 8a.3 gelezen moet worden artikel 5.2, zesde lid.
### Artikel 5.3
**1.** Het budget wordt vastgesteld op basis van door de eigenaar overgelegde offertes van derden of andere bewijsstukken, voor zover die offertes en bewijsstukken zijn gebaseerd op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd.
@ -258,11 +249,10 @@ Bij het indienen van een aanvraag als bedoeld in artikel 13ja van de wet overle
a. een uitvoeringsontwerp, inclusief kostenraming;
b. een verklaring van de opdrachtnemer, bedoeld in artikel 4.1, dat het gebouw na uitvoering van de maatregelen aan de veiligheidsnorm voldoet;
c. een overdracht van zijn vordering tot vergoeding van schade op de exploitant ter zake van de kosten van de versterkingsmaatregelen, bedoeld in artikel 13i, vierde lid, van de wet;
d. een budgetaanvraag voor de uitvoering van het uitvoeringsontwerp, indien de eigenaar deze in eigen beheer wenst uit te voeren;
e. een uittreksel van de Kamer van Koophandel van ten hoogste drie maanden oud, indien de aanvrager een rechtspersoon is;
f. een getekend machtigingsformulier, indien een gemachtigde de aanvraag doet;
g. de gegevens om de benodigde vergunningsaanvragen in te dienen, indien de eigenaar deze niet zelf indient.
c. een budgetaanvraag voor de uitvoering van het uitvoeringsontwerp, indien de eigenaar deze in eigen beheer wenst uit te voeren;
d. een uittreksel van de Kamer van Koophandel van ten hoogste drie maanden oud, indien de aanvrager een rechtspersoon is;
e. een getekend machtigingsformulier, indien een gemachtigde de aanvraag doet;
f. de gegevens om de benodigde vergunningsaanvragen in te dienen, indien de eigenaar deze niet zelf indient.
**2.** Het uitvoeringsontwerp, inclusief de kostenraming, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt opgesteld volgens detailniveau 6 van de NEN 2699:2017 en maakt duidelijk welke activiteiten die zijn opgenomen in het uitvoeringsontwerp niet noodzakelijk zijn om het gebouw te laten voldoen aan de veiligheidsnorm.
@ -272,7 +262,7 @@ g. de gegevens om de benodigde vergunningsaanvragen in te dienen, indien de eige
**1.** Een eigenaar komt in aanmerking voor vergoeding van de schade die optreedt ten gevolge van de uitvoering van de versterkingsmaatregelen als bedoeld in artikel 10g, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit indien de schade op verzoek van de eigenaar niet door de Minister in natura wordt hersteld.
**2.** Een rechtmatige gebruiker, niet zijnde de eigenaar, komt niet in aanmerking voor vergoeding van de schade die een direct gevolg is van de voorbereiding of uitvoering van de versterkingsmaatregelen als bedoeld in artikel 13m, eerste lid, onderdeel b, van de wet indien hij de rechtmatige gebruiker is van een gebouw van een toegelaten instelling, tenzij de vergoeding betrekking heeft op compensatie voor ongemak, bedoeld in bijlage 2, tabel 2.2, eerste rij.
**2.** Een rechtmatige gebruiker, niet zijnde de eigenaar, komt niet in aanmerking voor vergoeding van de schade die een direct gevolg is van de voorbereiding of uitvoering van de versterkingsmaatregelen als bedoeld in artikel 13m, eerste lid, onderdeel b, van de wet indien hij de rechtmatige gebruiker is van een gebouw van een toegelaten instelling, tenzij de vergoeding betrekking heeft op compensatie voor ongemak, bedoeld in bijlage 2, tabel 2.2, eerste rij, of op vergoeding voor eigen tijd, bedoeld in bijlage 2, tabel 2.2, elfde rij.
**3.**
@ -298,7 +288,13 @@ b. hij die voorziening zelf heeft aangebracht, of kan aantonen dat hij deze tege
### Artikel 7.2
**1.** De vergoeding wordt vastgesteld op basis van de in bijlage 2 opgenomen standaardbedragen, de overgelegde offertes van derden of andere bewijsstukken, voor zover die offertes en bewijsstukken zijn gebaseerd op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, of door middel van het door de Minister gehanteerde rekenmodel.
**1.**
De vergoeding wordt vastgesteld op basis van:
a. de bedragen, genoemd of bedoeld in bijlage 2;
b. de overgelegde offertes van derden of andere bewijsstukken, indien het activiteiten betreft waarvoor geen bedragen in bijlage 2 zijn opgenomen, voor zover die offertes of bewijsstukken zijn gebaseerd op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd; of
c. het door de Minister gehanteerde rekenmodel.
**2.** Indien de vergoeding niet overeenkomstig het eerste lid kan worden vastgesteld, stelt de Minister een onafhankelijk adviseur als bedoeld in artikel 3:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht aan die een advies uitbrengt over de hoogte van de vergoeding.
@ -324,13 +320,13 @@ De Minister kan de schadevergoeding geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien
Als gevallen als bedoeld in artikel 13j, derde lid, van de wet waarvoor de redelijke termijn voor het nemen van een versterkingsbesluit maximaal zes maanden bedraagt na de dagtekening van de beoordeling en waarvoor de verlenging van die termijn maximaal zes maanden bedraagt, worden aangewezen gevallen waarin uit de beoordeling, uitgevoerd op basis van een typologie, blijkt dat de soort maatregelen die nodig zijn om een gebouw aan de veiligheidsnorm te laten voldoen, ertoe leiden dat de uitvoering van de versterking naar verwachting ten hoogste vier maanden in beslag zal nemen.
### Paragraaf 8a. Vergoeding financieel en bouwkundig advies
### Paragraaf 8a. Vergoeding bouwkundig, bodemkundig, ecologisch, hydrologisch of financieel advies
### Artikel 8a.1
**1.**
De eigenaar komt in aanmerking voor een vergoeding als bedoeld in artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet, voor de kosten die hij maakt voor bouwkundig advies indien de adviseur:
De eigenaar komt in aanmerking voor een vergoeding als bedoeld in artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet, voor de kosten die hij maakt voor bouwkundig advies indien tegen de adviseur geen ernstige bezwaren bestaan en de adviseur:
a. beschikt over grondige inhoudelijke kennis en ruime ervaring op het gebied van bouwprocessen, blijkens:
@ -344,7 +340,52 @@ e. onafhankelijk is, inhoudende dat hij geen arbeidsrelatie heeft tot de exploit
**2.**
De eigenaar komt in aanmerking voor een vergoeding als bedoeld in artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet, voor de kosten die hij maakt voor financieel advies indien de adviseur:
De eigenaar komt in aanmerking voor een vergoeding als bedoeld in artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet, voor de kosten die hij maakt voor bodemkundig advies indien tegen de adviseur geen ernstige bezwaren bestaan en de adviseur:
a. beschikt over grondige inhoudelijke kennis en ruime ervaring in de gebouwde omgeving op het gebied van bodemonderzoek, blijkens:
1°. een afgeronde opleiding op minimaal hbo-niveau met het accent op funderingstechnologie; en
2°. minimaal vijf jaar relevante werkervaring daarin;
b. literatuuronderzoek kan verrichten naar geohydrologische omstandigheden;
c. grondboringen kan laten uitvoeren en beoordelen;
d. bodemmonsters kan laten afnemen en analyseren;
e. gedetailleerde rapportages kan uitwerken en bevindingen kan formuleren;
f. een bodemkundige opbouw kan beschrijven en over de risicos voor de gebouwde omgeving kan adviseren;
g. toezicht kan houden op bouwprojecten bij grondverzet-, hei- en bronbemalingsactiviteiten; en
h. onafhankelijk is, inhoudende dat hij geen arbeidsrelatie heeft tot de exploitant, de aandeelhouders van de exploitant of de overheid en dat hij niet eerder betrokken is geweest bij het gebouw in het kader van het versterkingstraject door de Minister.
**3.**
De eigenaar komt in aanmerking voor een vergoeding als bedoeld in artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet, voor de kosten die hij maakt voor ecologisch advies indien tegen de adviseur geen ernstige bezwaren bestaan en de adviseur:
a. beschikt over grondige inhoudelijke kennis en ruime ervaring in de gebouwde omgeving op het gebied van natuurbescherming, soortherkenning en het zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten, blijkens:
1°. een afgeronde opleiding op minimaal hbo-niveau met het accent op ecologie of biologie;
2°. minimaal vijf jaar relevante werkervaring daarin; en
3°. binnen de kaders van het soortenmanagementplan, bedoeld in bijlage I, onderdeel A, van de Omgevingsregeling, aantoonbare ecologische kennis en ervaring heeft in soort-specifieke ecologie;
b. de potentie van gebouwen voor soorten kan herkennen;
c. kennis heeft van algemeen erkende onderzoeksmethoden;
d. gedetailleerde rapportages kan uitwerken en bevindingen kan formuleren;
e. specifieke ecologische maatregelen, die gerelateerd zijn aan het schade- of versterkingstraject, kan begeleiden en controleren, en oplossingen kan bieden indien hierdoor knelpunten ontstaan;
f. kan adviseren over het natuurvrij maken buiten de gestelde reguliere perioden of de impact van de voorgestelde ecologische maatregelen kan aanduiden; en
g. onafhankelijk is, inhoudende dat hij geen arbeidsrelatie heeft tot de exploitant, de aandeelhouders van de exploitant of de overheid en dat hij niet eerder betrokken is geweest bij het gebouw in het kader van het versterkingstraject door de Minister.
**4.**
De eigenaar komt in aanmerking voor een vergoeding als bedoeld in artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet, voor de kosten die hij maakt voor hydrologisch advies indien tegen de adviseur geen ernstige bezwaren bestaan en de adviseur:
a. beschikt over grondige inhoudelijke kennis en ruime ervaring in de gebouwde omgeving op het gebied van grondwaterpeil en grondwateronttrekkingen, blijkens:
1°. een afgeronde opleiding op minimaal hbo-niveau met het accent op geohydrologie; en
2°. minimaal vijf jaar relevante werkervaring daarin;
b. bureau- of effectenstudies kan uitvoeren op basis van beschikbare grondwatermodellen en grondwaterpeilingen;
c. grondwaterpeilingen kan laten uitvoeren;
d. gedetailleerde rapportages kan uitwerken en bevindingen kan formuleren; en
e. onafhankelijk is, inhoudende dat hij geen arbeidsrelatie heeft tot de exploitant, de aandeelhouders van de exploitant of de overheid en dat hij niet eerder betrokken is geweest bij het gebouw in het kader van het versterkingstraject door de Minister.
**5.**
De eigenaar komt in aanmerking voor een vergoeding als bedoeld in artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet, voor de kosten die hij maakt voor financieel advies indien tegen de adviseur geen ernstige bezwaren bestaan en de adviseur:
a. beschikt over grondige inhoudelijke kennis en ruime ervaring op het gebied van persoonlijke financiën, blijkens:
@ -354,7 +395,7 @@ b. onafhankelijk is, inhoudende dat hij geen arbeidsrelatie heeft tot de exploit
### Artikel 8a.2
Bij het indienen van een aanvraag voor de vergoeding, bedoeld in artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet, bij het Instituut respectievelijk de Minister, overlegt de eigenaar de naam en contactgegevens van de bouwkundig adviseur of de financieel adviseur waarvan de eigenaar gebruik wenst te maken.
Bij het indienen van een aanvraag voor de vergoeding, bedoeld in artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet, bij het Instituut respectievelijk de Minister, overlegt de eigenaar de naam en contactgegevens van de bouwkundig, bodemkundig, ecologisch, hydrologisch of financieel adviseur waarvan de eigenaar gebruik wenst te maken.
### Artikel 8a.3
@ -364,15 +405,15 @@ Bij het indienen van een aanvraag voor de vergoeding, bedoeld in artikel 13n, vi
### Artikel 8a.4
**1.** Indien het aantal arbeidsuren, genoemd in artikel 8a.3, eerste lid, ontoereikend blijkt door de complexiteit van het te leveren bouwkundig advies of financieel advies, kan de eigenaar een aanvraag tot vergoeding van aanvullende arbeidsuren doen.
**1.** Indien het aantal arbeidsuren, genoemd in artikel 8a.3, eerste lid, ontoereikend blijkt door de complexiteit van het te leveren bouwkundig, bodemkundig, ecologisch, hydrologisch of financieel advies, kan de eigenaar een aanvraag tot vergoeding van aanvullende arbeidsuren doen.
**2.** Bij het indienen van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, overlegt de eigenaar een raming en onderbouwing van de verwachte aanvullende benodigde arbeidsuren voor het bouwkundig advies of het financieel advies aan de Minister of het Instituut.
**2.** Bij het indienen van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, overlegt de eigenaar een raming en onderbouwing van de verwachte aanvullende benodigde arbeidsuren voor het bouwkundig, bodemkundig, ecologisch, hydrologisch of financieel advies aan de Minister of het Instituut.
**3.** Het Instituut of de Minister neemt een besluit over het verhogen van de aanspraak op vergoeding binnen acht weken na de ontvangst van de aanvraag.
### Artikel 8a.5
**1.** Het Instituut of de Minister betaalt de vergoeding aan degene die de kosten voor het leveren van bouwkundig advies of financieel advies bij de eigenaar in rekening brengt, op basis van een gespecificeerde factuur. De vergoeding bedraagt niet meer dan de hoogte van de aanspraak, bedoeld in artikel 8a.3, eventueel verhoogd op grond van artikel 8a.4.
**1.** Het Instituut of de Minister betaalt de vergoeding aan degene die de kosten voor het leveren van bouwkundig, bodemkundig, ecologisch, hydrologisch of financieel advies bij de eigenaar in rekening brengt, op basis van een gespecificeerde factuur. De vergoeding bedraagt niet meer dan de hoogte van de aanspraak, bedoeld in artikel 8a.3, eventueel verhoogd op grond van artikel 8a.4.
**2.** De factuur, op basis waarvan de vergoeding betaald wordt, is voorzien van een handtekening van de eigenaar. De eigenaar verklaart hiermee akkoord te zijn met de arbeidsuren die de adviseur heeft gefactureerd.
@ -392,17 +433,19 @@ Vervallen
### Artikel 9.1
Het tijdstip, bedoeld in artikel 22b, vierde lid, van de wet is 1 januari 2024.
Vervallen
### Artikel 9.2
**1.** Indien uit een beoordeling die heeft plaatsgevonden volgens de NPR 9998:2018 tijdvak 2 of een eerdere versie van de NPR 9998 blijkt dat een gebouw niet aan de veiligheidsnorm voldoet, kan de eigenaar de Minister verzoeken vast te stellen of het gebouw aan de veiligheidsnorm voldoet overeenkomstig artikel 10f, eerste lid, van het Besluit, tenzij voor de uitvoering van de versterkingsmaatregelen al een versterkingsbesluit is genomen, of een aannemingsovereenkomst of depotovereenkomst is gesloten.
**1.** Indien uit een beoordeling die heeft plaatsgevonden volgens de NPR 9998:2018 tijdvak 2 of een eerdere versie van de NPR 9998 blijkt dat een gebouw niet aan de veiligheidsnorm voldoet, stelt de Minister op verzoek van de eigenaar vast of het gebouw aan de veiligheidsnorm voldoet overeenkomstig artikel 10f, eerste lid, van het Besluit, tenzij voor de uitvoering van de versterkingsmaatregelen al een versterkingsbesluit is genomen, of een aannemingsovereenkomst of depotovereenkomst is gesloten.
**2.** Indien een gebouw is gesplitst in appartementsrechten en de versterkingsmaatregelen uit het versterkingsadvies ook zien op de gemeenschappelijke delen, wordt het verzoek gedaan door de vereniging van eigenaars.
**3.** Het verzoek wordt ingediend bij de Minister met gebruikmaking van een door de Minister vastgesteld formulier.
**3.** Indien het gebouw constructief is verbonden met andere gebouwen, overlegt de Minister met de eigenaren van alle constructief verbonden gebouwen of de herbeoordeling wordt uitgevoerd voor al deze gebouwen. Indien hiervoor steun ontbreekt, kan de Minister beslissen of deze herbeoordeling desondanks plaatsvindt.
**4.** Het verzoek kan worden gedaan tot en met het tijdstip dat vermeld is in de brief waarmee het formulier aan de eigenaar wordt verstrekt. Dat tijdstip is ten minste zes maanden na dagtekening van die brief.
**4.** Het verzoek wordt ingediend bij de Minister met gebruikmaking van een door de Minister vastgesteld formulier.
**5.** Het verzoek kan worden gedaan tot en met het tijdstip dat vermeld is in de brief waarmee het formulier aan de eigenaar wordt verstrekt. Dat tijdstip is ten minste zes maanden na dagtekening van die brief.
### Artikel 9.3
@ -467,15 +510,15 @@ Als de te hanteren versie van de NPR 9998, bedoeld in artikel 10f, vijfde lid,
### Artikel 11.1
De hoogte van de financiële middelen voor de uitgaven van het Instituut inzake tegemoetkomingen in het kader van duurzaam herstel als bedoeld in artikel 2, tiende lid, van de wet is het bedrag opgenomen voor Duurzaam herstel in de tabel behorende bij de artikelsgewijze toelichting op beleidsartikel 5 in onderdeel B van de memorie van toelichting van de wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat voor het desbetreffende jaar.
De hoogte van de financiële middelen voor de uitgaven van het Instituut inzake tegemoetkomingen in het kader van duurzaam herstel als bedoeld in artikel 2, tiende lid, van de wet is het bedrag opgenomen voor Duurzaam herstel in de tabel behorende bij de artikelsgewijze toelichting op beleidsartikel 5 in onderdeel B van de memorie van toelichting van de wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor het desbetreffende jaar.
### Artikel 11.2
**1.** De hoogte van de financiële middelen voor de uitgaven van het Instituut voor het oplossen van knelpunten als gevolg van schade, niet zijnde bijzondere situaties of vastgelopen situaties, die ontstaan door het kader, bedoeld in artikel 2, zesde lid van de wet, is het bedrag opgenomen voor de knelpunten IMG in de tabel behorende bij de artikelsgewijze toelichting op beleidsartikel 5 in onderdeel B van de memorie van toelichting van de wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat voor het desbetreffende jaar.
**1.** De hoogte van de financiële middelen voor de uitgaven van het Instituut voor het oplossen van knelpunten als gevolg van schade, niet zijnde bijzondere situaties of vastgelopen situaties, die ontstaan door het kader, bedoeld in artikel 2, zesde lid van de wet, is het bedrag opgenomen voor de knelpunten IMG in de tabel behorende bij de artikelsgewijze toelichting op beleidsartikel 5 in onderdeel B van de memorie van toelichting van de wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor het desbetreffende jaar.
**2.** De hoogte van de financiële middelen voor de uitgaven van het Instituut voor het oplossen van knelpunten als gevolg van schade is voor zover het bijzondere situaties betreft het bedrag opgenomen voor de Commissie bijzondere situaties in de tabel behorende bij de artikelsgewijze toelichting op beleidsartikel 5 in onderdeel B van de memorie van toelichting van de wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat voor het desbetreffende jaar.
**2.** De hoogte van de financiële middelen voor de uitgaven van het Instituut voor het oplossen van knelpunten als gevolg van schade is voor zover het bijzondere situaties betreft het bedrag opgenomen voor de Commissie bijzondere situaties in de tabel behorende bij de artikelsgewijze toelichting op beleidsartikel 5 in onderdeel B van de memorie van toelichting van de wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor het desbetreffende jaar.
**3.** De hoogte van de financiële middelen voor de uitgaven van het Instituut en de Minister voor het oplossen van knelpunten als gevolg van schade is voor zover het vastgelopen situaties betreft het bedrag opgenomen voor vastgelopen dossiers in de tabel behorende bij de artikelsgewijze toelichting op beleidsartikel 5 in onderdeel B van de memorie van toelichting van de wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat voor het desbetreffende jaar.
**3.** De hoogte van de financiële middelen voor de uitgaven van het Instituut en de Minister voor het oplossen van knelpunten als gevolg van schade is voor zover het vastgelopen situaties betreft het bedrag opgenomen voor vastgelopen dossiers in de tabel behorende bij de artikelsgewijze toelichting op beleidsartikel 5 in onderdeel B van de memorie van toelichting van de wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor het desbetreffende jaar.
### Paragraaf 12. Overgangsrecht en slotbepalingen
@ -499,7 +542,7 @@ Met de beroepseisen ter zake van een opdrachtnemer die de beoordeling, het ontwe
### Artikel 12.3a
Met de beroepseisen ter zake van het leveren van financieel of bouwkundig advies, genoemd in deze regeling, worden gelijkgesteld beroepseisen die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die een beroepsniveau waarborgen dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd.
Met de beroepseisen ter zake van het leveren van bouwkundig, bodemkundig, ecologisch, hydrologisch of financieel advies, genoemd in deze regeling, worden gelijkgesteld beroepseisen die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die een beroepsniveau waarborgen dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd.
### Artikel 12.3b