1999-06-01 | BWBR0005170 | Aanwijzingsbesluit economische noodwetgeving

This commit is contained in:
Coornhert 1999-06-01 12:00:00 +00:00
parent 317f27ff1a
commit 3e399bb13b

View file

@ -12,33 +12,36 @@ citeertitel: Aanwijzingsbesluit economische noodwetgeving
### Artikel 1
Als de autoriteiten, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Prijzennoodwet worden, met de titel van economisch commissaris, aangewezen de leden van de Kamer van Koophandel.
Als de autoriteiten, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Prijzennoodwet (*Stb.* 1984, 575) worden, met de titel van economisch commissaris, aangewezen de secretarissen, dan wel, in gevallen waarin bij de betrokken Kamer meer dan een secretaris is benoemd, de algemeen secretarissen van de hierna genoemde Kamers van Koophandel en Fabrieken. Ieder van hen oefent de in artikel 16, eerste lid, van de Prijzennoodwet bedoelde bevoegdheden slechts uit in het gebied dat hierna is vermeld bij de Kamer waarvan hij secretaris of algemeen secretaris is:
### Artikel 2
Als de autoriteiten, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de Prijzennoodwet, worden aangewezen voor Onze Minister van:
a. Buitenlandse Zaken: de commissarissen van de Koning, ieder voor de provincie waarvoor hij is benoemd;
b. Veiligheid en Justitie: de commissarissen van de Koning, ieder voor de provincie waarvoor hij is benoemd;
c. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties: de commissarissen van de Koning, ieder voor de provincie waarvoor hij is benoemd;
d. Financiën: de voorzitters van de managementteams van de Belastingdienst/Douane;
e. Defensie: de regionale militaire commandanten, ieder voor het gezagsgebied waarvoor hij is aangesteld;
f. Infrastructuur en Milieu: de hoofdingenieur-directeuren van de regionale organisatieonderdelen van het directoraat-generaal Rijkswaterstaat, ingesteld krachtens artikel 2, eerste lid, onder b, van het Instellingsbesluit directoraat-generaal Rijkswaterstaat 2013, ieder voor het gezagsgebied van het regionale organisatieonderdeel waarvoor hij is aangesteld;
g. Volksgezondheid, Welzijn en Sport: de inspecteurs van het Staatstoezicht op de volksgezondheid.
b. Justitie: de commissarissen van de Koning, ieder voor de provincie waarvoor hij is benoemd;
c. Binnenlandse Zaken: de commissarissen van de Koning, ieder voor de provincie waarvoor hij is benoemd;
d. Financiën: de hoofden van de eenheden douane, ieder voor het gebied dat ingevolge artikel 7 van de Organisatieregeling Belastingdienst (*Stcrt.* 1989, 21) als zijn ambtsgebied is vastgesteld;
e. Defensie: de provinciale militaire commandanten, ieder voor het gebied dat in artikel 3 van het Besluit gezagsgebieden militaire gezagsdragers (*Stb.* 1986, 58) als zijn gezagsgebied is vastgesteld;
f. Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer: de hoofdingenieurs-directeuren, tevens inspecteurs voor de volkshuisvesting, ieder voor de provincie waarvoor hij is benoemd;
g. Verkeer en Waterstaat: de rijkshoofdinspecteurs van het verkeer, ieder voor het district aan het hoofd waarvan hij is gesteld en dat is vastgesteld bij artikel 3 van de beschikking van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 5 januari 1983, nr. WBJ/V20 012 (*Stcrt.* 7);
h. Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur: de regionale geneeskundige inspecteurs van de volksgezondheid, ieder voor het gebied dat ingevolge artikel 1 van het koninklijk besluit van 20 januari 1964 (*Stb.* 25) tot vaststelling van de ambtsgebieden van de regionale inspecteurs van de volksgezondheid als zijn ambtsgebied is vastgesteld.
### Artikel 3
**1.** De in de artikelen 1 en 2 aangewezen autoriteiten oefenen de krachtens artikel 16 van de Prijzennoodwet gemandateerde bevoegdheden zoveel mogelijk uit na overleg met de voorzitters van de veiligheidsregios die binnen het gezagsgebied van de betrokken autoriteit zijn gelegen.
**1.** De in de artikelen 1 en 2, onder d tot en met h, genoemde autoriteiten verrichten hun taak zoveel mogelijk na overleg met de commissaris van de Koning van de provincie waarin het in die artikelen voor hen aangewezen gebied is gelegen, en zij verstrekken deze op diens verzoek inlichtingen over het door hen gevoerde en te voeren beleid.
**2.** De commissaris van de Koning verricht zijn taak krachtens de aanwijzing in artikel 2, onder b, zoveel mogelijk na overleg met het College van procureurs-generaal.
### Artikel 4
De in de artikelen 1 en 2 genoemde autoriteiten maken de regelingen die zij hebben vastgesteld krachtens de Prijzennoodwet, de Distributiewet 1939 (*Stb.* 633), de Hamsterwet (*Stb.* 1962, 542), de Vorderingswet 1962 (*Stb.* 587) en de artikelen 1:4, eerste en tweede lid, en 3:1 van de Algemene douanewet zo mogelijk bekend in een of meer in het betrokken gebied verschijnende dag- of weekbladen. De regelingen treden niet in werking alvorens zij, op die wijze, dan wel indien dit niet mogelijk is, op een andere door hen bepaalde wijze, zijn bekendgemaakt.
De in de artikelen 1 en 2 genoemde autoriteiten maken de regelingen die zij hebben vastgesteld krachtens de Prijzennoodwet, de Distributiewet 1939 (*Stb.* 633), de Hamsterwet (*Stb.* 1962, 542), de Vorderingswet 1962 (*Stb.* 587) en de In- en uitvoerwet (*Stb.* 1988, 228) zo mogelijk bekend in een of meer in het betrokken gebied verschijnende dag- of weekbladen. De regelingen treden niet in werking alvorens zij, op die wijze, dan wel indien dit niet mogelijk is, op een andere door hen bepaalde wijze, zijn bekendgemaakt.
### Artikel 5
Vervallen
**1.** Zodra de verbinding tussen Onze betrokken Ministers en een gebied, waarmee de verbinding verbroken was, is hersteld, doet Onze Minister van Economische Zaken daarvan mededeling aan de desbetreffende bij de artikelen 1 en 2 aangewezen autoriteiten. Een dergelijke mededeling wordt tevens bekendgemaakt in de Staatscourant.
**2.** Zo spoedig mogelijk na de bekendmaking van de in het eerste lid bedoelde mededeling leggen de betrokken, bij de artikelen 1 en 2 aangewezen, autoriteiten aan Onze minister wiens bevoegdheden zij hebben uitgeoefend rekening en verantwoording af van al hetgeen zij in de uitoefening van die bevoegdheden hebben verricht.
### Artikel 6