2008-11-30 | BWBR0012288 | Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
This commit is contained in:
parent
68ed0aa4bf
commit
3ebc8ffcb4
1 changed files with 30 additions and 4 deletions
|
|
@ -585,11 +585,9 @@ De bewijslast om aan te tonen dat de feitelijke gezinsband of de afhankelijkheid
|
|||
|
||||
#### 6.3. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
|
||||
|
||||
Gezinsleden van een vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt tegengeworpen, komen op grond van artikel 3.77 en 3.107 Vb in beginsel niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning. Het gaat hier dus om contra-indicaties die niet samenhangen met persoonlijke gedragingen of eigenschappen van het ‘gezinslid’ zelf, maar van de vreemdeling aan wie reeds verblijf is geweigerd.
|
||||
Gezinsleden van een vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt tegengeworpen, komen op grond van artikel 3.77 en 3.107 Vb in beginsel niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning (zie C4/3.11.4.)
|
||||
|
||||
In deze gevallen bestaat, gelet op het belang van de openbare orde, ernstig bezwaar tegen het verblijf van betrokkenen. Er dient immers te worden vermeden dat artikel 1F Vluchtelingenverdrag zijn praktische belang verliest. Het verlenen van een verblijfstitel aan gezinsleden zou betekenen, dat de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen in de praktijk vrijwel zeker voor langere tijd feitelijk hier te lande zou kunnen verblijven, mede dankzij de rechten en voorzieningen die de gezinsleden zouden genieten op grond van de verleende verblijfstitel. Gelet op het uitzonderlijke karakter van de gepleegde misdrijven weegt het belang van de openbare orde in Nederland in dit geval zwaarder.
|
||||
|
||||
Eén en ander ligt anders in de situatie waar gezinsleden op zelfstandige gronden (dus op grond van hun eigen relaas) in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. Deze gronden worden op de gebruikelijke wijze beoordeeld. Indien aan één of meer gezinsleden op zelfstandige gronden een verblijfsvergunning asiel wordt verleend, betekent dit niet dat de geweigerde vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, onder e of f, Vw. Ook in de beoordeling van deze aanvraag wordt artikel 1F tegengeworpen.
|
||||
In het geval een ouder, niet zijnde de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen, op zelfstandige gronden in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel, dan kunnen gerelateerd aan die ouder de overige gezinsleden, niet zijnde de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen, in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, onder e of f, Vw.
|
||||
|
||||
## 3. De imperatieve afwijzingsgronden
|
||||
|
||||
|
|
@ -1459,6 +1457,34 @@ Indien de toets inderdaad tot deze conclusie leidt, en er geen andere grond is v
|
|||
|
||||
##### 3.11.4. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
|
||||
|
||||
###### 3.11.4.1. Algemeen
|
||||
|
||||
Gezinsleden van een vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt tegengeworpen, komen op grond van artikel 3.77 en 3.107 Vb in beginsel niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning. Het gaat hier dus om contra-indicaties die niet samenhangen met persoonlijke gedragingen of eigenschappen van het 'gezinslid' zelf, maar van de vreemdeling aan wie reeds verblijf is geweigerd.
|
||||
|
||||
In deze gevallen bestaat, gelet op het belang van de openbare orde, ernstig bezwaar tegen het verblijf van betrokkenen. Er dient immers te worden vermeden dat artikel 1F Vluchtelingenverdrag zijn praktische belang verliest. Het verlenen van een verblijfstitel aan gezinsleden zou betekenen, dat de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen in de praktijk vrijwel zeker voor langere tijd feitelijk hier te lande zou kunnen verblijven, mede dankzij de rechten en voorzieningen die de gezinsleden zouden genieten op grond van de verleende verblijfstitel. Gelet op het uitzonderlijke karakter van de gepleegde misdrijven weegt het belang van de openbare orde in Nederland in dit geval zwaarder.
|
||||
|
||||
Eén en ander ligt anders in de situatie waar gezinsleden op zelfstandige gronden (dus op grond van hun eigen relaas) in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. Deze gronden worden op de gebruikelijke wijze beoordeeld. Indien aan één of meer gezinsleden op zelfstandige gronden een verblijfsvergunning asiel wordt verleend, betekent dit niet dat de geweigerde vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, onder e of f, Vw. Ook in de beoordeling van deze aanvraag wordt artikel 1F Vluchtelingenverdrag tegengeworpen.
|
||||
|
||||
###### 3.11.4.2. Verbroken gezinsband
|
||||
|
||||
Indien een vreemdeling aannemelijk maakt dat de gezinsband met de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen feitelijk is verbroken kan dit ertoe leiden dat het ex-gezinslid niet langer de contra-indicatie openbare orde, op grond van de toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag op de hoofdpersoon van het gezin, wordt tegengeworpen. Van verbreking van de gezinsband wordt niet uitgegaan indien blijkt dat de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen bij het gezinslid verblijft of zal verblijven of anderszins gebruik zal maken van de voorzieningen van het gezinslid. Indien later blijkt dat van een feitelijk verbroken gezinsband geen sprake is, kan de verblijfsvergunning van het gezinslid alsnog worden ingetrokken.
|
||||
|
||||
###### 3.11.4.3. Het vervallen van de contra-indicatie
|
||||
|
||||
Gezinsleden van een vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen en die langdurig ononderbroken in Nederland verblijven wordt niet langer de contra-indicatie openbare orde tegengeworpen. Hiertoe is niet relevant of er nog sprake is van een gezinsband met de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen. Daarnaast is de opstelling van de gezinsleden in hun eigen vertrekproces van belang.
|
||||
|
||||
De genoemde contra-indicatie wordt niet langer tegengeworpen aan het gezinslid van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen als aan de volgende drie cumulatieve voorwaarden wordt voldaan:
|
||||
|
||||
a. gerekend vanaf de datum van de eerste asielaanvraag is sprake van een langdurig verblijf in Nederland van ten minste tien jaren;
|
||||
b. genoemd verblijf is ononderbroken; en
|
||||
c. er is geen sprake geweest van frustratie van het vertrekproces.
|
||||
|
||||
Genoemde termijn vangt aan op de datum van de eerste asielaanvraag van de gezinsleden. Voor de gezinsleden binnen één gezin waarbinnen de feitelijke gezinsband niet is verbroken geldt voor alle gezinsleden de datum eerste aanvraag van het hier langst verblijvende gezinslid – niet zijnde de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen – als aanvang van de termijn.
|
||||
|
||||
Ononderbroken verblijf wordt niet aangenomen indien sprake is van aantoonbaar vertrek van het betreffende gezinslid vanaf de datum van de eerste asielaanvraag. Aantoonbaar vertrek uit Nederland kan onder andere blijken uit gecontroleerd vertrek (zoals uitzetting of door IOM gefaciliteerd vertrek), een Dublinoverdracht, of anderszins.
|
||||
|
||||
Genoemde contra-indicatie komt niet te vervallen indien aantoonbaar sprake is geweest van frustratie van het vertrekproces. De frustratie van het vertrekproces wordt individueel beoordeeld. Aantoonbare frustratie kan bijvoorbeeld blijken uit een ambtsbericht van de DT&V.
|
||||
|
||||
#### 3.12. Europese lijst van veilige landen van herkomst
|
||||
|
||||
Indien de vreemdeling afkomstig is uit een land dat ingevolge artikel 29 Richtlijn 2005/85 is opgenomen op de gemeenschappelijke minimumlijst van derde landen die als veilig land van herkomst worden beschouwd, wordt dit mede betrokken bij het onderzoek naar de asielaanvraag.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue