diff --git a/amvb/besluit-uitvoering-pensioenwet-en-wet-verplichte-beroepspensioenregeling/BWBR0020892/README.md b/amvb/besluit-uitvoering-pensioenwet-en-wet-verplichte-beroepspensioenregeling/BWBR0020892/README.md index 24e24db4cbc..7910b03c17b 100644 --- a/amvb/besluit-uitvoering-pensioenwet-en-wet-verplichte-beroepspensioenregeling/BWBR0020892/README.md +++ b/amvb/besluit-uitvoering-pensioenwet-en-wet-verplichte-beroepspensioenregeling/BWBR0020892/README.md @@ -263,11 +263,26 @@ Bij de informatie over toeslagverlening is artikel 4 van overeenkomstige toepass ### Artikel 19 -De overdragende uitvoerder verstrekt de opgave of de voorlopige opgave, bedoeld in artikel 18, binnen twee maanden na ontvangst van het daartoe strekkende verzoek aan de ontvangende uitvoerder. +De overdragende uitvoerder verstrekt de opgave of de voorlopige opgave, bedoeld in artikel 18, binnen twee maanden na ontvangst van het daartoe strekkende verzoek aan de ontvangende uitvoerder. Indien toepassing is gegeven aan artikel 19a wordt de termijn, bedoeld in dit artikel, met twee maanden verlengd. + +### Artikel 19a + +**1.** + +De in artikel 71 van de Pensioenwet dan wel artikel 82 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling genoemde plicht tot waardeoverdracht geldt niet indien een aanvullende bijdrage van de oude of nieuwe werkgever noodzakelijk is en voldaan is aan de volgende voorwaarden: + +a. de aanvullende bijdrage bedraagt meer dan € 15.000,– en meer dan 10% van de overdrachtswaarde; en +b. de betreffende werkgever is een kleine werkgever als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, onder b, van het Besluit Wfsv. + +**2.** Indien de overdragende pensioenuitvoerder bij vaststelling van de opgave of voorlopige opgave, bedoeld in artikel 18 of de ontvangende pensioenuitvoerder na ontvangst van de opgave of voorlopige opgave, bedoeld in artikel 18, vaststelt dat een aanvullende bijdrage van de oude of nieuwe werkgever noodzakelijk is die meer bedraagt dan € 15.000,– en meer dan 10% van de overdrachtswaarde, stelt hij de betreffende werkgever in de gelegenheid om binnen een maand na ontvangst van het daartoe strekkende verzoek aan te tonen dat de werkgever een kleine werkgever is als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. Tevens wordt de betreffende werkgever gevraagd of hij, indien hij een kleine werkgever is, bereid is de aanvullende bijdrage te betalen. De overdragende pensioenuitvoerder informeert de ontvangende pensioenuitvoerder terstond na afloop van de gegeven termijn over hetgeen van de oude werkgever is vernomen. + +**3.** Indien de werkgever niet binnen de gegeven termijn aantoont een kleine werkgever te zijn als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt aangenomen dat hij geen kleine werkgever is. + +**4.** Indien op grond van de voorgaande leden de plicht tot waardeoverdracht niet geldt en de werkgever niet bereid is de aanvullende bijdragen te betalen, informeert de ontvangende pensioenuitvoerder de deelnemer hierover schriftelijk. ### Artikel 20 -De ontvangende uitvoerder verstrekt de opgave of voorlopige opgave, bedoeld in artikel 18, binnen twee maanden na ontvangst aan de deelnemer onder vermelding van de aanspraken die zullen voortvloeien uit de waardeoverdracht en de wijze waarop de aanspraken in de pensioenregeling, ondergebracht bij de ontvangende uitvoerder, zullen worden behandeld. Bij de informatie over toeslagverlening is artikel 4 van overeenkomstige toepassing. +De ontvangende uitvoerder verstrekt de opgave of voorlopige opgave, bedoeld in artikel 18, binnen twee maanden na ontvangst aan de deelnemer onder vermelding van de aanspraken die zullen voortvloeien uit de waardeoverdracht en de wijze waarop de aanspraken in de pensioenregeling, ondergebracht bij de ontvangende uitvoerder, zullen worden behandeld. Bij de informatie over toeslagverlening is artikel 4 van overeenkomstige toepassing. Indien toepassing is gegeven aan artikel 19a wordt de termijn, bedoeld in dit artikel, met twee maanden verlengd. ### Artikel 21 @@ -497,76 +512,31 @@ d. het overnemen van elkaars oordeel. ### Artikel 41 -**1.** - -De Nederlandsche Bank kan eenmalig een bedrag in rekening brengen aan een uitvoerder ter vergoeding van kosten van de behandeling van: - -a. de toetsing van de betrouwbaarheid van personen als bedoeld in artikel 105, negende lid, van de Pensioenwet en artikel 110, negende lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling; -b. de toetsing van de deskundigheid van personen als bedoeld in artikel 30; -c. een verzoek om verlening of wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 125, onderdeel a, van de Pensioenwet en artikel 25, onderdeel a, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling; -d. de inschrijving in het register, bedoeld in artikel 210 van de Pensioenwet en artikel 204 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling. - -**2.** Bij regeling van Onze Minister wordt op voorstel van de Nederlandsche Bank de hoogte van de eenmalig in rekening te brengen bedragen, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld. +Vervallen ### Artikel 42 -**1.** De toezichthouder brengt jaarlijks een bedrag in rekening aan uitvoerders ter zake van kosten als bedoeld in artikel 160 van de Pensioenwet dan wel artikel 155 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, voor zover de desbetreffende kosten niet al op grond van artikel 41 in rekening worden gebracht. - -**2.** De op grond van het eerste lid in rekening te brengen kosten worden op basis van de begroting waarmee is ingestemd door Onze Minister, geraamd voor het jaar waarop het in rekening te brengen bedrag betrekking heeft. - -**3.** De geraamde kosten worden toegerekend aan categorieën van uitvoerders naar de mate van het beslag op de werkzaamheden van de toezichthouder, bedoeld in artikel 160 van de Pensioenwet en artikel 155 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling. - -**4.** De per categorie toegerekende geraamde kosten worden verminderd of vermeerderd met het aan de desbetreffende categorie toe te rekenen exploitatiesaldo als bedoeld in artikel 160, tweede lid, van de Pensioenwet en artikel 155, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, en verminderd met de aan de desbetreffende categorie toe te rekenen opbrengsten uit bestuurlijke boetes en verbeurde dwangsommen als bedoeld in artikel 160, derde lid, van de Pensioenwet en artikel 155, derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling die niet reeds zijn opgenomen in het exploitatiesaldo. - -**5.** - -De in het derde lid bedoelde categorieën van pensioenuitvoerders zijn: - -a. fondsen; -b. verzekeraars; -c. premiepensioeninstellingen. - -**6.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere categorieën worden vastgesteld. +Vervallen ### Artikel 43 -**1.** - -Het bedrag, bedoeld in artikel 42, eerste lid, bestaat uit per categorie vast te stellen minimumbedragen ter dekking van de minimale toezichtkosten per uitvoerder in de desbetreffende categorie, vermeerderd met een bedrag dat: - -a. wordt gebaseerd op de kosten die per categorie zijn toegerekend op de wijze, bedoeld in artikel 42, onder aftrek van het totaal van de aan de desbetreffende categorie in rekening te brengen minimumbedragen, en -b. is doorberekend naar rato van de maatstafgegevens die betrekking hebben op het voorafgaande jaar dan wel, indien deze gegevens niet beschikbaar zijn, het daaraan voorafgaande jaar of het lopende jaar. - -**2.** - -Bij regeling van Onze Minister kunnen op voorstel van de toezichthouder per onderwerp van toezicht worden vastgesteld: - -a. de minimumbedragen per categorie; -b. de maatstaven per categorie; -c. de maximummaatstaven per categorie; en -d. de tarieven per categorie. +Vervallen ### Artikel 44 -**1.** Het bedrag, bepaald op basis van artikel 43, wordt voor een uitvoerder die niet eerder dan 1 februari van het lopende jaar onder een categorie valt, in rekening gebracht naar evenredigheid van het aantal maanden in het jaar dat de uitvoerder onder de categorie valt, waarbij een gedeelte van een maand geldt als volledige maand. - -**2.** Aan een uitvoerder die niet langer onder een categorie valt, wordt het bedrag terugbetaald naar evenredigheid van het aantal maanden van het jaar dat de uitvoerder niet langer onder de categorie valt, waarbij een gedeelte van een maand geldt als volledige maand. +Vervallen ### Artikel 45 -**1.** Een uitvoerder verstrekt binnen een door de toezichthouder te stellen redelijke termijn een opgave van de maatstafgegevens. - -**2.** Indien een uitvoerder niet binnen de in het eerste lid bedoelde termijn een opgave heeft gedaan of een kennelijk onjuiste of onvolledige opgave heeft gedaan, kan de toezichthouder een schatting maken van de maatstafgegevens. +Vervallen ### Artikel 46 -**1.** De toezichthouder bepaalt de wijze en het tijdstip van betaling van de bedragen, bedoeld in de artikelen 41 en 42. - -**2.** Indien als wijze van betaling automatische incasso is overeengekomen, kan de toezichthouder bij het in rekening brengen van het bedrag per factuur een korting toepassen. +Vervallen ### Artikel 47 -Indien een uitvoerder het vermogen heeft gekregen van een uitvoerder die in het lopende jaar of in het voorafgaande jaar is opgehouden onder een categorie te vallen, wordt het bedrag ter vergoeding van de kosten, bedoeld in artikel 42, eerste lid, die door de toezichthouder ten aanzien van laatstbedoelde uitvoerder zijn gemaakt, in rekening gebracht bij de verkrijgende uitvoerder, voor zover deze kosten niet reeds bij de laatstbedoelde uitvoerder in rekening zijn gebracht. +Vervallen ## Hoofdstuk 10. Boeteregeling