2015-12-15 | BWBR0034363 | Wet lokaal spoor
This commit is contained in:
parent
9c16326778
commit
3f033dad84
1 changed files with 33 additions and 20 deletions
|
|
@ -19,35 +19,32 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
- *beheerder:* beheerder van de lokale spoorweginfrastructuur die als zodanig is aangewezen op grond van artikel 18, eerste lid;
|
||||
- *dagelijks bestuur:* dagelijks bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000;
|
||||
- *Locaalspoor- en Tramwegwet:*
|
||||
Wet van 9 juli 1900, houdende nadere regeling van den dienst en het gebruik van spoorwegen, waarop uitsluitend met beperkte snelheid wordt vervoerd (Stb. 1900, 118);
|
||||
Wet van 9 juli 1900, houdende nadere regeling van den dienst en het gebruik van spoorwegen, waarop uitsluitend met beperkte snelheid wordt vervoerd (Stb. 1900, 118);
|
||||
- *lokaal spoorwegverkeerssysteem:* verkeerssysteem van de krachtens artikel 2, eerste lid, als zodanig aangewezen lokale spoorweg;
|
||||
- *lokale spoorweg:* spoorweg die krachtens artikel 2, eerste lid, als zodanig is aangewezen;
|
||||
- *lokale spoorweginfrastructuur:* de elementen, bedoeld in artikel 2, vijfde lid;
|
||||
- *Metroreglement:*
|
||||
Besluit van 30 oktober 1981, houdende vaststelling van een Algemeen reglement voor de stadsspoorwegen (Stb. 1981, 700);
|
||||
Besluit van 30 oktober 1981, houdende vaststelling van een Algemeen reglement voor de stadsspoorwegen (Stb. 1981, 700);
|
||||
- *Onze Minister:* Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
|
||||
- *rechthebbende:* eigenaar, bezitter of degene die een recht van erfpacht, opstal, vruchtgebruik, gebruik, huur of pacht heeft;
|
||||
- *Reglement dienst hoofd- en lokaalspoorwegen:*
|
||||
Besluit van 25 januari 1977, houdende vaststelling van een algemeen reglement voor de dienst op de hoofd- en lokaalspoorwegen (Stb. 1977, 152);
|
||||
- *richtlijn 95/18/EG:*
|
||||
richtlijn 95/18/EG van de Raad van de Europese Unie van 19 juni 1995 betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen (PbEG 1995, L 143);
|
||||
- *richtlijn 2001/14/EG:*
|
||||
richtlijn 2001/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 26 februari 2001 inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur (PbEG 2001, L 75);
|
||||
Besluit van 25 januari 1977, houdende vaststelling van een algemeen reglement voor de dienst op de hoofd- en lokaalspoorwegen (Stb. 1977, 152);
|
||||
- *richtlijn 2004/49/EG:*
|
||||
richtlijn 2004/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 inzake de veiligheid op de communautaire spoorwegen en tot wijziging van Richtlijn 95/18/EG van de Raad betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen, en van Richtlijn 2001/14/EG van de Raad inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur alsmede inzake veiligheidscertificering (PbEG 2004, L 164);
|
||||
richtlijn 2004/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 inzake de veiligheid op de communautaire spoorwegen en tot wijziging van Richtlijn 95/18/EG van de Raad betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen, en van Richtlijn 2001/14/EG van de Raad inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur alsmede inzake veiligheidscertificering (PbEG 2004, L 164);
|
||||
- *richtlijn 2007/59/EG:*
|
||||
richtlijn 2007/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2007 inzake de certificering van machinisten die locomotieven en treinen op het spoorwegsysteem van de Gemeenschap besturen (PbEU 2007, L 315);
|
||||
richtlijn 2007/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2007 inzake de certificering van machinisten die locomotieven en treinen op het spoorwegsysteem van de Gemeenschap besturen (PbEU 2007, L 315);
|
||||
- *richtlijn 2008/57/EG:*
|
||||
richtlijn 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 juni 2008 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Gemeenschap (PbEU 2008, L 191);
|
||||
richtlijn 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 juni 2008 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Gemeenschap (PbEU 2008, L 191);
|
||||
- *richtlijn 2012/34/EU:* richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 tot instelling van één Europese spoorwegruimte (PbEU L 2012, 343/32);
|
||||
- *spoorvoertuig:* voertuig, bestemd voor verkeer over de lokale spoorweg;
|
||||
- *toezichthouder:* de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen, bedoeld in artikel 42, eerste lid;
|
||||
- *vervoerder:* onderneming die met een spoorvoertuig vervoer verricht over een lokale spoorweg;
|
||||
- *wegbeheerder:* overheden, genoemd in de artikelen 15 tot en met 17 van de Wegenwet of, indien van toepassing, het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 20, derde lid van de Wet personenvervoer 2000 voor zover het wegbeheer aan het openbaar lichaam is overgedragen;
|
||||
- *weggebruiker:* weggebruiker als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
|
||||
- *Wet aanleg locaalspoor- en tramwegen:*
|
||||
Wet van 15 december 1917, houdende voorschriften omtrent aanleg en instandhouding van spoorwegen, waarop uitsluitend met beperkte snelheid wordt vervoerd, op wegen niet onder beheer van het Rijk (Stb. 1917, 703);
|
||||
Wet van 15 december 1917, houdende voorschriften omtrent aanleg en instandhouding van spoorwegen, waarop uitsluitend met beperkte snelheid wordt vervoerd, op wegen niet onder beheer van het Rijk (Stb. 1917, 703);
|
||||
- *Wet zwerfstroomen:*
|
||||
Wet van 1 november 1924, houdende wettelijke maatregelen tegen aantasting van metalen voorwerpen in den bodem door zwerfstroomen, afkomstig van de spoorstaven van electrische spoor- en tramwegen (Stb. 1924, 498).
|
||||
Wet van 1 november 1924, houdende wettelijke maatregelen tegen aantasting van metalen voorwerpen in den bodem door zwerfstroomen, afkomstig van de spoorstaven van electrische spoor- en tramwegen (Stb. 1924, 498).
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -68,15 +65,15 @@ b. geen hoofdspoorweg is als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Spoorwegwe
|
|||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** De hoofdstukken 2 tot en met 10 zijn uitsluitend van toepassing op lokale spoorwegen die uitgesloten kunnen worden van het toepassingsgebied van richtlijn 2001/14/EG en van de uitvoeringsmaatregelen bij richtlijn 2008/57/EG en richtlijn 2004/49/EG.
|
||||
**1.** De hoofdstukken 2 tot en met 10 zijn van toepassing op lokale spoorwegen die uitgesloten kunnen worden van het toepassingsgebied van de artikelen 7, 8 en 13 en hoofdstuk IV van richtlijn 2012/34/EU en van de uitvoeringsmaatregelen bij richtlijn 2008/57/EG en bij richtlijn 2004/49/EG.
|
||||
|
||||
**2.** Tenzij bij of krachtens deze wet anders is bepaald, zijn lokale spoorwegen als bedoeld in het eerste lid uitgesloten van het toepassingsgebied van richtlijn 2001/14/EG en van de uitvoeringsmaatregelen bij richtlijn 2008/57/EG en richtlijn 2004/49/EG. Vervoerders die gebruik maken van een dergelijke lokale spoorweg zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van richtlijn 95/18/EG. Bestuurders op een dergelijke spoorweg zijn vrijgesteld van de uitvoeringsmaatregelen bij richtlijn 2007/59/EG.
|
||||
**2.** Tenzij bij of krachtens deze wet anders is bepaald, zijn lokale spoorwegen als bedoeld in het eerste lid uitgesloten van het toepassingsgebied van de artikelen 7, 8 en 13 en hoofdstuk IV van richtlijn 2012/34/EU en van de uitvoeringsmaatregelen bij richtlijn 2008/57/EG en bij richtlijn 2004/49/EG. Tenzij bij of krachtens deze wet anders is bepaald, zijn vervoerders die gebruik maken van een dergelijke lokale spoorweg uitgesloten van het toepassingsgebied van de hoofdstukken II en III van richtlijn 2012/34/EU. Tenzij bij of krachtens deze wet anders is bepaald, zijn bestuurders op een dergelijke spoorweg vrijgesteld van de uitvoeringsmaatregelen bij richtlijn 2007/59/EG.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels gesteld worden over lokale spoorwegen die niet uitgesloten kunnen worden van het toepassingsgebied van richtlijn 2001/14/EG en van de uitvoeringsmaatregelen bij richtlijn 2008/57/EG en richtlijn 2004/49/EG.
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over lokale spoorwegen die niet uitgesloten kunnen worden van het toepassingsgebied van de artikelen 7, 8 en 13 en hoofdstuk IV van richtlijn 2012/34/EU en van de uitvoeringsmaatregelen bij richtlijn 2008/57/EG en richtlijn 2004/49/EG.
|
||||
|
||||
**4.** De regels, bedoeld in het derde lid, kunnen in ieder geval inhouden het geheel of gedeeltelijk van toepassing verklaren van deze wet, de Spoorwegwet of de op die wetten berustende bepalingen.
|
||||
|
||||
**5.** In het koninklijk besluit, bedoeld in artikel 2, wordt vermeld of het een lokale spoorweg als bedoeld in het eerste of het derde lid betreft.
|
||||
**5.** In het koninklijk besluit, bedoeld in artikel 2, wordt aangeduid of een spoorweg onder het eerste of het derde lid valt.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Zorg voor de veiligheid op en nabij de lokale spoorwegen
|
||||
|
||||
|
|
@ -305,6 +302,10 @@ g. zijn veiligheidsbeheersysteem heeft afgestemd op het veiligheidsbeheersysteem
|
|||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over het veiligheidsbeheersysteem.
|
||||
|
||||
### Artikel 19a
|
||||
|
||||
De infrastructuurbeheerder is verantwoordelijk voor zijn eigen beheer, bestuur en interne controle en neemt hierbij het heffings- en toewijzingskader en de specifieke regels die door de lidstaten zijn opgesteld, in acht.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
**1.** De lokale spoorweginfrastructuur waarover vervoer wordt verricht wordt door de beheerder zodanig beheerd dat de lokale spoorweginfrastructuur blijft voldoen aan de artikelen 5 en 6.
|
||||
|
|
@ -327,7 +328,7 @@ c. de wegbeheerder van een daaraan grenzende weg.
|
|||
|
||||
**2.** Het beheerplan behoeft de instemming van gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur.
|
||||
|
||||
**3.** De beheerder legt jaarlijks voor 1 april aan gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur in een jaarverslag verantwoording af over de uitoefening van zijn taken in het afgelopen kalenderjaar.
|
||||
**3.** De beheerder legt jaarlijks voor 1 april aan gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur in een jaarverslag verantwoording af over de uitoefening van zijn taken in het afgelopen kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**4.** Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur kunnen in de voorschriften, bedoeld in artikel 18, zesde lid, eisen stellen aan de inhoud en de procedure van totstandkoming van het beheerplan alsmede aan het jaarverslag.
|
||||
|
||||
|
|
@ -479,6 +480,18 @@ b. niet meer voldoet aan artikel 28.
|
|||
|
||||
**4.** Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur kunnen nadere regels stellen over de uitvoering van het tweede en derde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 29a
|
||||
|
||||
Een vervoerder die niet alleen onder de directe of indirecte zeggenschap staat van een onderneming of een andere entiteit die andere spoorvervoerdiensten dan stads-, voorstads- en regionale diensten verricht of integreert, maar die ook direct of indirect eigendom is van of wordt beheerd door de Staat, heeft een onafhankelijke rechtspositie op het vlak van bestuur, administratief beheer en interne administratieve, economische en boekhoudkundige controle, volgens welke hij in het bijzonder beschikt over een vermogen, een begroting en een boekhouding die gescheiden zijn van die van de Staat.
|
||||
|
||||
### Artikel 29b
|
||||
|
||||
**1.** Indien een vervoerder onder de directe of indirecte zeggenschap staat van een onderneming of een andere entiteit die andere spoorvervoerdiensten dan stads-, voorstads- en regionale diensten verricht of integreert, worden de winst-en-verliesrekeningen en balansen gescheiden opgesteld en gepubliceerd voor zover het betreft enerzijds activiteiten met betrekking tot de levering van vervoerdiensten door die vervoerder en anderzijds activiteiten met betrekking tot de levering van vervoerdiensten door die onderneming of andere entiteit.
|
||||
|
||||
**2.** Financiële middelen die door een bestuursorgaan zijn verstrekt met het oog op een van de in het eerste lid bedoelde activiteiten worden niet overgedragen naar de andere activiteit.
|
||||
|
||||
**3.** De wijze waarop de boekhoudingen van de verschillende bedoelde activiteiten worden gevoerd, maakt het mogelijk toe te zien op het verbod op de overdracht van openbare financiële middelen van het ene activiteitengebied naar het andere.
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -672,14 +685,14 @@ Het dagelijks bestuur is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang
|
|||
|
||||
De boete die ten hoogste kan worden opgelegd, bedraagt indien begaan door:
|
||||
|
||||
a. een natuurlijk persoon, niet zijnde een onderneming € 5.700,–;
|
||||
b. een onderneming € 225.000,–.
|
||||
a. een natuurlijk persoon, niet zijnde een onderneming € 5.700,–;
|
||||
b. een onderneming € 225.000,–.
|
||||
|
||||
**3.** De hoogte van de bestuurlijke boete is in ieder geval afgestemd op de omzet van een onderneming, indien de overtreder een onderneming is.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de gegevens omtrent de omzet van een onderneming, bedoeld in het derde lid, niet aan gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur beschikbaar zijn gesteld, kunnen gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur aan degene aan wie de boete wordt opgelegd verzoeken deze gegevens binnen een door hen te stellen termijn te verstrekken. Indien de betrokkene niet binnen de gestelde termijn voldoet aan dit verzoek, is de hoogte van de boete gelijk aan het maximale boetebedrag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b.
|
||||
|
||||
**5.** De in het tweede lid genoemde bedragen kunnen elke twee jaar, met ingang van 1 januari van een jaar, bij ministeriële regeling worden aangepast aan de ontwikkeling van de consumentenprijsindex sinds de vorige aanpassing van deze bedragen. Bij deze aanpassing wordt het geldbedrag van op een veelvoud van € 5,– naar beneden afgerond.
|
||||
**5.** De in het tweede lid genoemde bedragen kunnen elke twee jaar, met ingang van 1 januari van een jaar, bij ministeriële regeling worden aangepast aan de ontwikkeling van de consumentenprijsindex sinds de vorige aanpassing van deze bedragen. Bij deze aanpassing wordt het geldbedrag van op een veelvoud van € 5,– naar beneden afgerond.
|
||||
|
||||
### Artikel 45
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue