2024-01-01 | BWBR0013685 | Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over rijkswaterstaatswerken

This commit is contained in:
Coornhert 2024-01-01 12:00:00 +00:00
parent 1edff64e65
commit 3f19b27dfa

View file

@ -1,14 +1,16 @@
---
titel: Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over rijkswaterstaatswerken
titel: Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over waterstaatswerken
of wegen in beheer bij het Rijk
bwb_id: BWBR0013685
type: beleidsregel
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2009-12-11'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0013685
citeertitel: Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over rijkswaterstaatswerken
citeertitel: Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over waterstaatswerken
of wegen in beheer bij het Rijk
---
# Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over rijkswaterstaatswerken
# Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over waterstaatswerken of wegen in beheer bij het Rijk
### Artikel 1
@ -16,7 +18,7 @@ In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
### Artikel 1a
Deze beleidsregel berust mede op de artikelen 6.12, 6.13 en 6.14 van het Waterbesluit.
Vervallen
### Artikel 2
@ -36,7 +38,7 @@ Deze beleidsregel is niet van toepassing op de exclusieve economische zone.
**2.** Binnen 50m uit de rand van de vaarweg wordt plaatsing slechts toegestaan indien uit aanvullend onderzoek blijkt dat er geen hinder voor wal- en scheepsradar optreedt. De minimale afstand tot de rand van de vaarweg is altijd ten minste de helft van de rotordiameter.
**3.** Het bepaalde onder het eerste en tweede lid laat onverlet de toepassing van de Beleidslijn ruimte voor de rivier.
**3.** Het bepaalde onder het eerste en tweede lid laat onverlet de toepassing van de Beleidslijn grote rivieren.
**4.** Plaatsing mag geen visuele hinder opleveren voor het scheepvaartverkeer en bedienend personeel van kunstwerken. Het zicht op vaarwegmarkeringstekens mag niet door plaatsing van windturbines worden afgeschermd.
@ -54,9 +56,7 @@ e. geen negatieve invloed hebben op de kustlijnligging;
f. het uitvoeren van zandsuppleties en onderwatersuppleties niet in onaanvaardbare mate bemoeilijken;
g. niet de veiligheid van het scheepvaartverkeer aantasten.
**2.** Plaatsing van windturbines in het niet gemeentelijk ingedeelde deel van de territoriale zee wordt slechts toegestaan voor zover een plan, vastgesteld op grond van de Wet ruimtelijke ordening, zodanige plaatsing toelaat.
**3.** Voor vaarwegen in de territoriale zee is artikel 4 van overeenkomstige toepassing.
**2.** Voor vaarwegen in de territoriale zee is artikel 4 van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 6
@ -66,15 +66,15 @@ g. niet de veiligheid van het scheepvaartverkeer aantasten.
### Artikel 7
**1.** Plaatsing van windturbines in de kern- of beschermingszone van een waterkering in beheer van het Rijk, wordt slechts toegestaan indien door de initiatiefnemer voldoende kan worden aangetoond dat deze geen negatieve gevolgen heeft voor de waterkerende functie van de waterkering conform de veiligheidsnorm bij of krachtens de Waterwet.
**1.** Plaatsing van windturbines in de kern- of beschermingszone van een waterkering in beheer van het Rijk, wordt slechts toegestaan indien door de initiatiefnemer voldoende kan worden aangetoond dat deze geen negatieve gevolgen heeft voor de waterkerende functie van de waterkering conform de veiligheidsnorm bij of krachtens de Omgevingswet.
**2.** Het bepaalde in het eerste lid geldt onverminderd het bepaalde in de artikelen 3 tot en met 6.
### Artikel 8
**1.** De vergunningen op grond van Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de artikelen 6.12, 6.13 of 6.14 van het Waterbesluit zal worden verleend voor een bepaalde termijn.
**1.** De vergunning op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder f, aanhef en onder 1° en 2° van de Omgevingswet zal worden verleend voor een bepaalde termijn.
**2.** Indien van de vergunningen op grond van Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de artikelen 6.12, 6.13 of 6.14 van het Waterbesluit niet binnen een in de vergunning bepaalde termijn gebruik wordt gemaakt, wordt de vergunning ingetrokken.
**2.** Indien van de vergunning op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder f, aanhef en onder 1° en 2° van de Omgevingswet niet binnen een in de vergunning bepaalde termijn gebruik wordt gemaakt, wordt de vergunning ingetrokken.
### Artikel 9
@ -82,4 +82,4 @@ Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening
### Artikel 10
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over rijkswaterstaatswerken.
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over waterstaatswerken of wegen in beheer bij het Rijk.