2004-11-01 | BWBR0007124 | Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart
This commit is contained in:
parent
9319f89fc1
commit
3f204ccca6
1 changed files with 5 additions and 5 deletions
|
|
@ -45,7 +45,7 @@ r. exploitatiewijze A1: exploitatiewijze waarbij de vaartijd van een schip per 2
|
|||
s. exploitatiewijze A2: exploitatiewijze waarbij de vaartijd van een schip per 24 uur, blijkens de op die periode betrekking hebbende aantekening in het vaartijdenboek, bedoeld in artikel 25, onderdeel a, ten hoogste 18 uur bedraagt;
|
||||
t. exploitatiewijze B: exploitatiewijze waarbij de vaartijd van een schip per 24 uur, blijkens de op die periode betrekking hebbende aantekening in het vaartijdenboek, bedoeld in artikel 25, onderdeel a, meer dan 18 uur bedraagt;
|
||||
u. tachograaf: een registratie-apparaat ter controle van de naleving van bij of krachtens de wet gegeven voorschriften, van een door Onze Minister goedgekeurd model;
|
||||
v. Scheepvaartinspectie: de Scheepvaartinspectie, bedoeld in artikel 10 van de Schepenwet.
|
||||
v. divisie Scheepvaart: divisie Scheepvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat.
|
||||
|
||||
**2.** Waar in dit besluit de aanduiding «jaar» wordt gebruikt in relatie tot vaartijd, wordt hieronder verstaan hetgeen als zodanig geldt op grond van artikel 23.01, vierde lid, van het Besluit Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995.
|
||||
|
||||
|
|
@ -453,7 +453,7 @@ Motorschepen, duwboten, duwstellen en passagiersschepen, die met een minimumbema
|
|||
- voor duwboten, die een duwstel voortbewegen, geldt Standaard S1 en bovendien een uitrusting met hydraulisch of elektrisch aangedreven koppellieren. Deze uitrusting is echter niet vereist, als het vaartuig aan de kop van het duwstel met een boegschroefinstallatie is uitgerust, die vanuit de stuurhut van het duwende duwboot te bedienen is;
|
||||
- voor passagiersschepen geldt Standaard S1 en bovendien een uitrusting met een vanuit de stuurhut bedienbare boegschroefinstallatie. Deze uitrusting is echter niet vereist, indien de voortstuwingsinstallatie en de stuurinrichting van het passagiersschip gelijkwaardige manoeuvreereigenschappen waarborgen.
|
||||
|
||||
**2.** Het voldoen of niet voldoen aan de voorschriften bedoeld in het eerste lid wordt door het hoofd van de Scheepvaartinspectie in een verklaring vastgelegd. De verklaring, bedoeld in het Besluit Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995, afgegeven door de Commissie van Deskundigen, waarin is vastgelegd of een schip al dan niet voldoet aan de voorschriften met betrekking tot de uitrusting van schepen, wordt met de in de eerste volzin bedoelde verklaring gelijkgesteld.
|
||||
**2.** Het voldoen of niet voldoen aan de voorschriften bedoeld in het eerste lid wordt door de inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat in een verklaring vastgelegd. De verklaring, bedoeld in het Besluit Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995, afgegeven door de Commissie van Deskundigen, waarin is vastgelegd of een schip al dan niet voldoet aan de voorschriften met betrekking tot de uitrusting van schepen, wordt met de in de eerste volzin bedoelde verklaring gelijkgesteld.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -473,11 +473,11 @@ Onverminderd het bepaalde in het derde lid wordt, indien een schip niet voldoet
|
|||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** De minimumbemanning van schepen, waarop de artikelen 12,12a,12b en 12 c niet van toepassing zijn, is, rekening houdend met de afmetingen, de bouw, de inrichting en de bestemming van deze schepen, voldoende met het oog op de veiligheid van de vaart en van de arbeid aan boord.
|
||||
**1.** De minimumbemanning van schepen, waarop de artikelen 12, 12a, 12b en 12c niet van toepassing zijn, is, rekening houdend met de afmetingen, de bouw, de inrichting en de bestemming van deze schepen, voldoende met het oog op de veiligheid van de vaart en van de arbeid aan boord.
|
||||
|
||||
**2.** Het hoofd van de Scheepvaartinspectie kan met inachtneming van het eerste lid, na overleg met het bevoegde districtshoofd van de Arbeidsinspectie, ten aanzien van elk schip als bedoeld in het eerste lid afzonderlijk dan wel voor categorieën van schepen als bedoeld in het eerste lid de minimumbemanning vaststellen. Schepen als bedoeld in de vorige zin zijn voorzien van een verklaring, afgegeven door het hoofd van de Scheepvaartinspectie, waarin de minimumbemanning is vastgelegd.
|
||||
**2.** De inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat kan met inachtneming van het eerste lid, na overleg met het bevoegde districtshoofd van de Arbeidsinspectie, ten aanzien van elk schip als bedoeld in het eerste lid afzonderlijk dan wel voor categorieën van schepen als bedoeld in het eerste lid de minimumbemanning vaststellen. Schepen als bedoeld in de vorige zin zijn voorzien van een verklaring, afgegeven door de inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat, waarin de minimumbemanning is vastgelegd.
|
||||
|
||||
**3.** Het hoofd van de Scheepvaartinspectie kan na overleg met het bevoegde districtshoofd van de Arbeidsinspectie, ten aanzien van bunkerschepen met een lengte van minder dan 35 meter die slechts op korte trajecten ingezet worden, een minimumbemanning voorschrijven die afwijkt van artikel 12, eerste lid. Bunkerschepen als bedoeld in de vorige zin, zijn voorzien van een verklaring, afgegeven door het hoofd van de Scheepvaartinspectie, waarin de minimumbemanning is vastgelegd.
|
||||
**3.** De inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat kan na overleg met het bevoegde districtshoofd van de Arbeidsinspectie, ten aanzien van bunkerschepen met een lengte van minder dan 35 meter die slechts op korte trajecten ingezet worden, een minimumbemanning voorschrijven die afwijkt van artikel 12, eerste lid. Bunkerschepen als bedoeld in de vorige zin, zijn voorzien van een verklaring, afgegeven door de inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat, waarin de minimumbemanning is vastgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue