2018-05-26 | BWBR0039531 | NWO Subsidieregeling 2017

This commit is contained in:
Coornhert 2018-05-26 12:00:00 +00:00
parent d9f95a4f7e
commit 3f3d88ca6f

View file

@ -63,6 +63,7 @@ b. De onderzoekers genieten vrijheid van publicatie in de internationale wetensc
4. Van de in lid 3, onder a, sub i, genoemde voorwaarde kan in de brochure (Call for proposals) worden afgeweken indien er sprake is van een internationaal subsidie-instrument waarbinnen NWO de verantwoordelijkheid draagt voor de aanvraag- en beoordelingsprocedure, of indien een (private) cofinancier van een NWO subsidie-instrument aanzienlijk bijdraagt aan het voor dit instrument beschikbare budget en tussen NWO en deze (private) cofinancier overeenstemming is bereikt over de categorieën en/of het percentage buitenlandse organisaties dat een subsidieaanvraag kan indienen.
5. In de brochure betreffende een subsidie-instrument uitgevoerd door het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO), kan worden bepaald dat subsidie kan worden aangevraagd door onderzoekers en/of vertegenwoordigers van (niet in lid 1 genoemde) niet- universitaire onderzoeksinstituten, van hbo-instellingen en van overige onderwijsinstellingen die onderzoek kunnen uitvoeren van vergelijkbaar niveau.
6. In de brochure betreffende een subsidie-instrument uitgevoerd door het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA, kan worden bepaald dat subsidie kan worden aangevraagd door onderzoekers en/of vertegenwoordigers van hbo-instellingen.
7. In de brochure betreffende een subsidie-instrument in het kader van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) kan worden bepaald dat van de in lid 3, onder a, genoemde voorwaarden wordt afgeweken. In dat geval dient de hoofdaanvrager werkzaam te zijn bij een organisatie die onafhankelijk is in de uitvoering van onderzoek en is gevestigd in Nederland.
### 1.2. Hoofd- en medebegunstigde
@ -540,8 +541,8 @@ ii. De IE-rechten komen toe aan de werkgever van de onderzoeker die de vinding h
i. Indien de waarde van de private cofinanciering niet hoger is dan 10% (rekenkundig afgerond zonder decimaal), verwerft de betreffende cofinancier geen rechten op de resultaten van de uitvoerende onderzoekspartij. De cofinancier kan tijdens het onderzoek gegenereerde resultaten royalty-vrij aanwenden uitsluitend voor intern gebruik;
ii. Indien de waarde van de private cofinanciering tenminste 11% bedraagt doch niet hoger is dan 30% (rekenkundig afgerond zonder decimaal) verwerft de private cofinancier in aanvulling op het onder i genoemde recht, een optierecht op licentie of overdracht van de projectresultaten die (mede)eigendom zijn van de kennisinstelling(en) en eventueel NWO. Bij effectuering van de optie dient voor overdracht of verkrijging van een al dan niet exclusieve licentie een marktprijs te worden betaald minus de private bijdrage. Indien meerdere gebruikers in aanmerking komen voor een optie, worden de toepassingsgebieden bepaald. Indien dit niet mogelijk is, hebben de bijdragende gebruikers samen een optie op een semi-exclusieve licentie. Indien een werknemer van een private cofinancier mede-uitvinder is van een octrooi op een resultaat, verkrijgt deze private cofinancier voorts een optie op een niet-exclusief, royalty-vrij, niet-overdraagbaar gebruiksrecht voor maximaal 30 maanden op dat octrooi.
iii. Indien de waarde van de private cofinanciering 31% of meer bedraagt, verwerft de private cofinancier in aanvulling op het onder ii genoemde optierecht- een optierecht op niet-exclusief, royalty-vrij commercieel gebruiksrecht.
6. In een overeenkomst wordt van elk van de private cofinanciers aangegeven in welk van de in lid 6 genoemde categorieën de cofinancier wordt ingedeeld. De waardebepaling van de geleverde bijdrage(n) vindt plaats op grond van de in artikel 3.2.4 beschreven systematiek.
7. In de brochure kunnen nadere beperkingen worden gesteld aan de termijn waarbinnen de in lid 6 genoemde optierechten door private cofinanciers kunnen worden uitgeoefend.
6. In een overeenkomst wordt van elk van de private cofinanciers aangegeven in welk van de in lid 5 genoemde categorieën de cofinancier wordt ingedeeld. De waardebepaling van de geleverde bijdrage(n) vindt plaats op grond van de in artikel 3.2.4 beschreven systematiek.
7. In de brochure kunnen nadere beperkingen worden gesteld aan de termijn waarbinnen de in lid 5 genoemde optierechten door private cofinanciers kunnen worden uitgeoefend.
8. Bij overdracht van rechten op projectresultaten geldt als uitgangspunt dat hiervoor een marktconforme vergoeding dient te worden betaald, minus de private bijdrage. IE-rechten mogen slechts worden overgedragen aan derden voor zover daardoor eventuele private cofinanciers niet onevenredig in hun belangen worden geschaad.
## 5. Algemeen