2006-10-01 | BWBR0003482 | Algemeen militair ambtenarenreglement

This commit is contained in:
Coornhert 2006-10-01 12:00:00 +00:00
parent e423eeea87
commit 3f4cbf43b5

View file

@ -2164,7 +2164,7 @@ Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
a. *gewezen militair:* de militair die is ontslagen uit de dienst bij het beroepspersoneel;
b. *laatstelijk genoten bezoldiging:* de som van de geldelijke inkomsten per maand, die in aanmerking worden genomen bij de vaststelling van de pensioengrondslag van de militair, zulks naar de toestand op de dag voorafgaande aan het ontslag.
**2.** De gewezen militair die wegens ziekte of een gebrek, ontstaan voor het tijdstip van ingang van zijn ontslag, nadien nog ongeschikt is voor het verrichten van naar aard en omvang soortgelijke arbeid als die welke als militair werd verricht, heeft, naar regels bij ministeriële regeling te stellen, gedurende die ongeschiktheid aanspraak op de laatstelijk genoten bezoldiging. Het in de vorige volzin bepaalde geldt slechts voor zover de termijn van achttien kalendermaanden, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van het Inkomstenbesluit militairen, nog niet is verstreken.
**2.** De gewezen militair die wegens ziekte of een gebrek, ontstaan voor het tijdstip van ingang van zijn ontslag, nadien nog ongeschikt is voor het verrichten van naar aard en omvang soortgelijke arbeid als die welke als militair werd verricht, heeft gedurende een termijn van twaalf maanden na zijn ontslag aanspraak op zijn laatstelijk genoten bezoldiging. Vervolgens heeft hij aanspraak op 70% van zijn laatstelijk genoten bezoldiging. Het in de vorige volzin bepaalde geldt slechts voor zover de termijn van achttien kalendermaanden, gerekend vanaf de eerste ziektedag, nog niet is verstreken.
**3.** De gewezen militair die binnen een maand na het tijdstip van ingang van zijn ontslag wegens ziekte of een gebrek ongeschikt wordt voor het verrichten van naar aard en omvang soortgelijke arbeid als die welke als militair werd verricht, heeft, mits hij gedurende twee maanden onmiddellijk aan evenbedoeld tijdstip voorafgaande in werkelijke dienst is geweest, naar regels bij ministeriële regeling te stellen, gedurende die ongeschiktheid, doch uiterlijk tot een jaar na de aanvang daarvan, aanspraak op de laatstelijk genoten bezoldiging.
@ -2197,7 +2197,7 @@ b. verminderd na toepassing van artikel 120a;
c. verminderd met:
1° de periodieke inkomsten waarop hij uit hoofde van het laatstelijk door hem beklede ambt na het ontslag aanspraak kan maken;
2° inkomsten die hij inmiddels mocht zijn gaan genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf.
2° inkomsten die hij inmiddels mocht zijn gaan genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf. Bij deze vermindering wordt uitgegaan van de volledige laatstgenoten bezoldiging.
### Artikel 120a