diff --git a/amvb/scheepsafvalstoffenbesluit-rijn-en-binnenvaart/BWBR0012019/README.md b/amvb/scheepsafvalstoffenbesluit-rijn-en-binnenvaart/BWBR0012019/README.md index 3a31057f063..89645adeeb9 100644 --- a/amvb/scheepsafvalstoffenbesluit-rijn-en-binnenvaart/BWBR0012019/README.md +++ b/amvb/scheepsafvalstoffenbesluit-rijn-en-binnenvaart/BWBR0012019/README.md @@ -443,6 +443,10 @@ De schipper verleent medewerking aan de toepassing van de artikelen 41 tot en me **2.** In bij regeling van Onze Minister te bepalen gevallen wordt na lossing de ladingtank ontgast overeenkomstig de ontgassingsstandaarden in Aanhangsel IIIa behorende bij de Uitvoeringsregeling. +**3.** Tot het moment dat de termijn van twee jaar, bedoeld in artikel 11.01, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling, is verstreken, is het verboden om de dampen van de goederen met de UN-nummers vermeld in Tabel II van aanhangsel IIIa bij het verdrag in de atmosfeer uit te stoten, tenzij aan de voorwaarden, bedoeld in dat aanhangsel, wordt voldaan. De dampen van deze goederen worden ontgast overeenkomstig het tweede lid, tenzij anders is bepaald in artikel 7.04 van de Uitvoeringsregeling. + +**4.** De kosten voor de ontgassing, bedoeld in het derde lid, worden verdeeld overeenkomstig artikel 7.06 van de Uitvoeringsregeling. + ### Artikel 46 Vervallen