2014-01-01 | BWBR0012702 | Besluit stralingsbescherming

This commit is contained in:
Coornhert 2014-01-01 12:00:00 +00:00
parent 80982439b5
commit 3f8731a122

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit stralingsbescherming
bwb_id: BWBR0012702
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2013-06-25'
datum_inwerkingtreding: '2014-01-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0012702
citeertitel: Besluit stralingsbescherming
---
@ -20,20 +20,26 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
*aanwijsinstrument:* instrument voor tijd- of plaatsbepaling, dan wel voor het meten, bepalen of aangeven van andere grootheden, bestemd voor gebruik op of in de directe omgeving van personen;
*activiteit: *activiteit als bedoeld in bijlage 2;
*activiteit: *activiteit als bedoeld in de bijlage;
*activiteitsconcentratie: *activiteitsconcentratie als bedoeld in bijlage 2;
*activiteitsconcentratie: *activiteitsconcentratie als bedoeld in de bijlage;
*afgedankte hoogactieve bron*: hoogactieve bron die niet langer wordt gebruikt, noch bestemd is om te worden gebruikt voor de handeling waarvoor een vergunning is verleend;
*algemeen coördinerend deskundige:* stralingsbeschermingsdeskundige die namens de ondernemer ervoor zorgt dat handelingen of werkzaamheden plaatsvinden binnen het kader van de regels bij of krachtens de wet, die daarop toezicht houdt en controle uitoefent, die andere zaken die betrekking hebben op stralingsbescherming coördineert en die namens de ondernemer intern toestemming verleent voor handelingen en werkzaamheden;
*arbodienst: *een dienst als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet;
*A-werknemer: *de blootgestelde werknemer, bedoeld in artikel 79, tweede lid;
*beheer van radioactieve afvalstoffen:* alle activiteiten die te maken hebben met het hanteren, de voorbehandeling, de behandeling, het conditioneren, de opslag of de eindberging van radioactieve afvalstoffen, met uitzondering van het vervoer buiten het terrein van de inrichting;
*beheersysteem:* systeem dat gegevens en documenten bevat die betrekking hebben op de stralingsbescherming binnen de onderneming;
*besmetting: *de aanwezigheid van radioactieve stoffen in een materiaal, in of op een oppervlak, in een omgeving, of uitwendig op of inwendig in een persoon;
*Beveiligingsdeskundige:* deskundige op het gebied van bewaring en beveiliging van splijtstoffen, ertsen, inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onder a en b, van de wet, alsmede radioactieve stoffen, als bedoeld in bij minsteriële regeling aan te geven gevallen;
*blootgestelde werknemer: *werknemer die gedurende zijn werktijd ten gevolge van handelingen een blootstelling ondergaat die kan leiden tot een dosis die hoger is dan een der in artikel 76 genoemde dosislimieten;
*blootstelling: *het blootgesteld zijn aan ioniserende straling;
@ -48,25 +54,29 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
*bijlage:* bij dit besluit behorende bijlage;
*deskundige: *een persoon, die met het oog op de betrokken taak als deskundige is ingeschreven in een register als bedoeld in artikel 7, tweede lid;
*coördinerend deskundige:* stralingsbeschermingsdeskundige die namens de ondernemer ervoor zorgt dat handelingen of werkzaamheden plaatsvinden binnen het kader van de regels bij of krachtens de wet, die daarop toezicht houdt en controle uitoefent en die andere zaken die betrekking hebben op stralingsbescherming coördineert;
*deskundige:* een persoon die een diploma, certificaat, of een ander getuigschrift ter afsluiting van een opleiding op het gebied van stralingsbescherming heeft behaald bij een instelling als bedoeld in artikel 7f;
*dosisbeperking: *dosiswaarde die bij de planning van handelingen wordt vastgesteld als plafondwaarde voor het optimaliseringsproces van de bescherming tegen ioniserende straling bij een handeling, taak of beroep of een categorie daarvan;
*effectieve dosis: *effectieve dosis als bedoeld in bijlage 2;
*effectieve dosis: *effectieve dosis als bedoeld in de bijlage;
*effectieve volgdosis: *effectieve volgdosis als bedoeld in bijlage 2;
*effectieve volgdosis: *effectieve volgdosis als bedoeld in de bijlage;
*eindberging:* de plaatsing van radioactieve afvalstoffen of verbruikte splijtstoffen in een inrichting zonder de bedoeling die afvalstoffen of splijtstoffen terug te halen;
*equivalente dosis: *equivalente dosis als bedoeld in bijlage 2;
*equivalente dosis: *equivalente dosis als bedoeld in de bijlage;
*externe werknemer: *A-werknemer die onder verantwoordelijkheid van een ondernemer die in een andere lidstaat van de Europese Unie is gevestigd, werkzaam is op Nederlands grondgebied in een zone als bedoeld in artikel 83, eerste lid, onder a, onderdeel 1°;
*externe werknemer: *A-werknemer die onder verantwoordelijkheid van een ondernemer die in een andere lidstaat van de Europese Unie of een derde land is gevestigd, werkzaam is op Nederlands grondgebied in een zone als bedoeld in artikel 83, eerste lid, onder a, onderdeel 1°;
*gezondheidsschade: *de geschatte kans op een kortere levensduur en verminderde kwaliteit van leven voor een persoon door de negatieve effecten van lichamelijke afwijkingen, kanker, en ernstige genetische effecten als gevolg van blootstelling aan ioniserende straling;
*handeling: *het bereiden, voorhanden hebben, toepassen of zich ontdoen van een kunstmatige bron of van een natuurlijke bron, voor zover deze natuurlijke bron is of wordt bewerkt met het oog op zijn radioactieve eigenschappen dan wel het gebruiken of voorhanden hebben van een toestel, uitgezonderd bij een interventie, een ongeval of een radiologische noodsituatie;
*hoogactieve bron*: ingekapselde bron die een radionuclide bevat waarvan de activiteit op het tijdstip waarop de bron is gefabriceerd, of indien dit niet bekend is, voor het eerst op de markt wordt gebracht, gelijk is aan of hoger is dan het desbetreffende activiteitsniveau in bijlage 5, zolang de activiteit van dat radionuclide niet lager is dan het activiteitsniveau dat voor dat nuclide is opgenomen in bijlage 1, tabel 1;
*hoogactieve bron:* ingekapselde bron die een radionuclide bevat waarvan de activiteit een waarde overstijgt die gelijk is aan of hoger is dan het voor die bron krachtens artikel 3, eerste lid, geldende activiteitsniveau;
*industriële radiografie:* het door middel van ioniserende straling vanuit een toestel of apparaat via een stralingsdetector produceren van een visueel waarneembaar beeld door het geproduceerde signaal om te zetten naar een videosignaal, dat wordt weergegeven door een monitor dan wel een methode waarbij de projectie van het te onderzoeken object wordt vastgelegd op filmmateriaal;
*ingekapselde bron: *radioactieve stoffen die zijn ingebed in of gehecht aan vast dragermateriaal of zijn omgeven door een omhulling van materiaal met dien verstande dat hetzij het dragermateriaal hetzij de omhulling voldoende weerstand biedt om onder normale gebruiksomstandigheden elke verspreiding van radioactieve stoffen te voorkomen;
@ -80,35 +90,45 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
*locatie: *inrichting als aangewezen krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer of plaats, waar een handeling of werkzaamheid wordt verricht;
*lozing: *lozing in de bodem, in de lucht, in het openbare riool of in het oppervlaktewater;
*lozing:* lozing op of in de bodem, in de lucht, in het openbare riool of in het oppervlaktewater;
*lozing in de bodem: *het definitief in de bodem brengen of doen brengen teneinde deze aldaar te laten, van vloeibare of in water opgeloste radioactieve stoffen dan wel van in een waterstroom meegevoerde deeltjes van radioactieve stoffen, of het op de bodem brengen van deze stoffen indien daarbij de vloeistof voor een deel in de bodem treedt, met uitzondering van meststoffen in de zin van de Meststoffenwet;
*lozing op of in de bodem:* het definitief op of in de bodem brengen of doen brengen van vloeibare of in vloeistof opgeloste radioactieve stoffen dan wel van in een vloeistofstroom meegevoerde deeltjes van radioactieve stoffen, of het op de bodem brengen van deze stoffen indien daarbij vloeistof voor een deel in de bodem treedt, niet zijnde meststoffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Meststoffenwet;
*lozing in het openbare riool: *het in het openbare riool ontsnappen of laten ontsnappen van vloeibare of in water opgeloste radioactieve stoffen dan wel van in een waterstroom meegevoerde deeltjes van radioactieve stoffen;
*lozing in het openbare riool: *het in het openbare riool ontsnappen of laten ontsnappen van vloeibare of in vloeistof opgeloste radioactieve stoffen dan wel van in een vloeistofstroom meegevoerde deeltjes van radioactieve stoffen;
*lozing in de lucht: *het in de lucht ontsnappen van of laten ontsnappen van gasvormige radioactieve stoffen dan wel van in een luchtstroom meegevoerde deeltjes van radioactieve stoffen;
*lozing in de lucht: *het in de lucht ontsnappen van of laten ontsnappen van gasvormige radioactieve stoffen dan wel van in een gasstroom meegevoerde deeltjes van radioactieve stoffen;
*lozing in het oppervlaktewater: *het in het oppervlaktewater ontsnappen of laten ontsnappen van vloeibare of in water opgeloste radioactieve stoffen dan wel van in een waterstroom meegevoerde deeltjes van radioactieve stoffen;
*lozing in het oppervlaktewater: *het in het oppervlaktewater ontsnappen of laten ontsnappen van vloeibare of in vloeistof opgeloste radioactieve stoffen dan wel van in een vloeistofstroom meegevoerde deeltjes van radioactieve stoffen;
*meet-, regel- of ijkbron:* bron die uitsluitend wordt gebruikt in een al dan niet vaste meet-, regel- of ijkopstelling;
*meldpunt stralingsincidenten:* meldpunt als bedoeld in artikel 12a;
*mijnbouw: *handelingen of werkzaamheden in het kader van het verrichten van verkenningsonderzoek, het opsporen of het winnen van delfstoffen of aardwarmte, dan wel het opslaan van stoffen;
*natuurlijke bron: *kosmische straling of bron van natuurlijke oorsprong, niet zijnde een toestel;
*omgevingsdosisequivalent: *omgevingsdosisequivalent als bedoeld in bijlage 2;
*omgevingsdosisequivalent: *omgevingsdosisequivalent als bedoeld in de bijlage;
*omgevingsdosisequivalenttempo: *omgevingsdosisequivalenttempo als bedoeld in bijlage 2;
*omgevingsdosisequivalenttempo: *omgevingsdosisequivalenttempo als bedoeld in de bijlage;
*ondernemer: *degene onder wiens verantwoordelijkheid een handeling of werkzaamheid wordt verricht;
*Onze Minister:* Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
*ongewilde verspreiding:* ongewilde verspreiding van een radioactieve stof als gevolg van een handeling of werkzaamheid die onder verantwoordelijkheid van een ondernemer is verricht en die niet meer onder controle van de betrokken ondernemer is;
*Onze Ministers: *Onze Ministers van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
*Onze Minister:* Onze Minister van Economische Zaken;
*Onze Ministers:* Onze Ministers van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
*open bron: *bron, niet zijnde een ingekapselde bron en niet zijnde een toestel;
*oppervlaktebesmetting: *oppervlaktebesmetting als bedoeld in bijlage 2;
*oppervlaktebesmetting: *oppervlaktebesmetting als bedoeld in de bijlage;
*potentiële blootstelling: *blootstelling die niet met zekerheid zal optreden maar waarvan de waarschijnlijkheid van optreden en de grootte van de daarbij eventueel optredende blootstelling van tevoren kunnen worden geschat;
*overbestraling:* blootstelling, waarbij de in de artikelen 76, 77 en 78 genoemde effectieve dosis of equivalente dosis wordt overschreden;
*overmatige blootstelling:* blootstelling die plaats vindt bij een onvoorzienbare of onbedoelde gebeurtenis, die kan leiden tot een blootstelling die hoger is dan bepaald in de risicoanalyse;
*potentiële blootstelling: *blootstelling die niet met zekerheid zal optreden maar waarvan de waarschijnlijkheid van optreden en de grootte van de daarbij eventueel optredende blootstelling van tevoren kunnen worden geschat en die voor de aanvang van de handelingen en werkzaamheden met behulp van een risicoanalyse is bepaald;
*radioactieve afvalstof: *radioactieve stof die krachtens artikel 38 als zodanig is aangemerkt en die niet wordt geloosd;
@ -116,14 +136,24 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
*radiotoxiciteitsequivalent: *de activiteit die bij inname leidt tot een effectieve volgdosis van 1 sievert voor een volwassen referentiepersoon;
*richtlijn 2011/77/Euratom:* richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad van 19 juli 2011 tot vaststelling van een communautair kader voor een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval (Pb EU 2011, L 199);
*reguliere blootstelling:* blootstelling onder normale bedrijfsomstandigheden, welke voor de aanvang van de handelingen of werkzaamheden met behulp van een risicoanalyse is geschat;
*bedrijfstakdirecteur:* bevoegde bedrijfstakdirecteur van de Arbeidsinspectie;
*richtlijn 2011/77/Euratom:* richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad van 19 juli 2011 tot vaststelling van een communautair kader voor een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval (Pb EU 2011, L 199);
*risicoanalyse:* risico-inventarisatie en -evaluatie als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet;
*schade: *nadelige gevolgen van ioniserende straling voor mensen, dieren, planten en goederen;
*stralingsarts: *een persoon, die als stralingsarts is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 7, eerste lid;
*stralingsincident:* onvoorziene gebeurtenis, situatie of ongewilde verspreiding waarbij gevaar bestaat, dan wel gevaar is opgetreden, anders dan een reguliere of potentiële blootstelling, voor:
een blootstelling aan ioniserende straling van leden van de bevolking van meer dan 0,1 mSv per jaar,
een lozing op of in de bodem, in het riool, in het oppervlaktewater of in de lucht boven een door Onze Minister vastgestelde waarde, of
een overmatige blootstelling of overbestraling van werknemers;
*toezichthoudend deskundige:* deskundige die een handeling of werkzaamheid uitvoert, of onder wiens toezicht een handeling of werkzaamheid wordt uitgevoerd;
*werknemer: *persoon die, hetzij in dienst of onder gezag van een ondernemer, hetzij als zelfstandige, arbeid verricht;
*werkzaamheid: *het bereiden, voorhanden hebben, toepassen van of zich ontdoen van een natuurlijke bron voor zover die niet wordt of is bewerkt wegens zijn radioactieve eigenschappen, uitgezonderd bij een interventie, een ongeval of een radiologische noodsituatie;
@ -140,36 +170,40 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Dit besluit is niet van toepassing op:
a. lozing of het zich ontdoen van radioactieve stoffen waarvoor de in de artikelen 35, 37 en 108 gestelde verboden niet gelden;
b. het vervoeren van radioactieve stoffen en het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen daarvan;
b. het vervoeren van radioactieve stoffen buiten een locatie en het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen daarvan;
c. het vervoeren van toestellen, die tijdens vervoer niet gebruikt worden;
d. handelingen met een toestel met een maximale hoogspanning van 5 kV;
e. blootstelling aan radon en dochternucliden, afkomstig uit de onverstoorde aardkorst of uit bouwmaterialen gebruikt in gebouwen;
f. bovengrondse blootstelling aan radionucliden die zich bevinden in de onverstoorde aardkorst of in bouwmaterialen gebruikt in gebouwen;
g. straling ten gevolge van radionucliden die van nature in het menselijk lichaam aanwezig zijn;
g. ioniserende straling ten gevolge van radionucliden die van nature in het menselijk lichaam aanwezig zijn;
h. kosmische straling ter hoogte van het aardoppervlak;
i. kosmische straling in een vliegtuig voor leden van de bevolking en voor werknemers, die niet behoren tot de vliegtuigbemanning;
j. blootstelling aan radon en dochternucliden die vrijkomen bij het verbranden of afblazen van aardgas.
### Artikel 3
**1.** De bepaling van de omgevingsdosisequivalenten, de equivalente en de effectieve doses geschiedt op de wijze, vermeld in de bijlagen 2, 3 en 4.
**1.**
**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld voor methoden van bepaling van de doses, bedoeld in het eerste lid, die gelijkwaardig zijn aan die bedoeld in het eerste lid en in plaats daarvan kunnen worden toegepast.
Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld:
**3.**
a. voor de bepaling van de omgevingsdosisequivalenten;
b. voor de bepaling van de equivalente en de effectieve doses;
c. met betrekking tot de waarden voor de activiteitsconcentraties en de totale activiteit voor radionucliden;
d. betreffende de aanwijzing van radionucliden die bij de toetsing van natuurlijke bronnen zijn vrijgesteld van sommatie;
e. voor de bepaling van het activiteitsniveau van radionucliden.
**2.**
Bij regeling van Onze Minister kunnen:
a. regels worden gesteld voor de bepaling van de in het eerste lid bedoelde doses;
b. methoden worden aangewezen voor de wijze waarop deze doses worden getoetst aan de in dit besluit genoemde doses.
a. methoden worden aangewezen voor de wijze waarop de in het eerste lid, onder b, bedoelde doses worden getoetst aan de in dit besluit genoemde doses;
b. regels worden gesteld voor de meetmethoden van activiteiten, activiteitsconcentraties of oppervlaktebesmetting.
**4.** Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld voor de meetmethoden van activiteit, activiteitsconcentratie of oppervlaktebesmetting.
**3.** Ten behoeve van de bepaling van doses worden alle effectieve of equivalente doses gesommeerd die een persoon ontvangt ten gevolge van handelingen en werkzaamheden, voor zover geregeld bij of krachtens dit besluit, met uitzondering van een radiologische verrichting, bij of krachtens het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen en bij of krachtens het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen.
**5.** Ten behoeve van de bepaling van doses worden alle effectieve of equivalente doses gesommeerd die een persoon ontvangt ten gevolge van handelingen en werkzaamheden, voor zover geregeld bij of krachtens dit besluit, met uitzondering van een radiologische verrichting, bij of krachtens het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen en bij of krachtens het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen.
**4.** Ten behoeve van de toetsing aan de krachtens het eerste lid, onder c, vastgestelde waarden worden alle activiteiten die zich op enig moment binnen een locatie bevinden of worden geloosd, gewogen en gesommeerd voor zover geregeld bij of krachtens dit besluit, bij of krachtens het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen en bij of krachtens het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen.
**6.** Ten behoeve van de toetsing aan de in bijlage 1, tabel 1 en tabel 2, vermelde waarden worden alle activiteiten die zich op enig moment binnen een locatie bevinden gewogen en gesommeerd voor zover geregeld bij of krachtens dit besluit, bij of krachtens het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen en bij of krachtens het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen.
**7.** In afwijking van het zesde lid worden de activiteiten of activiteitsconcentraties in natuurlijke bronnen niet gesommeerd met de activiteiten of activiteitsconcentraties in kunstmatige bronnen.
**5.** In afwijking van het vierde lid worden de activiteiten of activiteitsconcentraties in natuurlijke bronnen niet gesommeerd met de activiteiten of activiteitenconcentraties in kunstmatige bronnen.
## Hoofdstuk 2. Rechtvaardiging en optimalisatie
@ -192,7 +226,7 @@ b. welke handelingen of categorieën daarvan overeenkomstig het eerste lid niet
**6.** Dit artikel is niet van toepassing op de rechtvaardiging, bedoeld in de artikelen 55, 56 en 57.
**7.** Naast de handelingen of categorieën van handelingen die door Onze Minister volgens het eerste lid zijn gerechtvaardigd, kan Onze Minister van Defensie, met het oog op het belang dat de krijgsmacht dient, een andere handeling of categorie van handelingen rechtvaardigen. Deze handeling of categorie van handelingen wordt door Onze Minister van Defensie bekendgemaakt op een bij regeling van deze Minister bepaalde wijze.
**7.** Naast de handelingen of categorieën van handelingen die krachtens het eerste lid zijn gerechtvaardigd, kan Onze Minister van Defensie, met het oog op het belang dat de krijgsmacht dient, een andere handeling of categorie van handelingen rechtvaardigen. Deze handeling of categorie van handelingen wordt door Onze Minister van Defensie bekendgemaakt op een bij regeling van deze Minister bepaalde wijze.
**8.** Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op het verzoek om rechtvaardiging als bedoeld in het eerste en zevende lid.
@ -206,79 +240,106 @@ b. welke handelingen of categorieën daarvan overeenkomstig het eerste lid niet
**1.** Onverminderd artikel 48, zorgt de ondernemer ervoor dat plaatsen binnen een locatie waar handelingen worden verricht, zodanig zijn ingericht dat voor personen die zich daarbuiten bevinden, ten gevolge van de handelingen tezamen een dosisbeperking van 1 mSv effectieve dosis in een kalenderjaar wordt gehanteerd.
**2.** Indien het redelijkerwijs niet mogelijk is met bouwkundige voorzieningen te voldoen aan de verplichting, bedoeld in het eerste lid, wordt deze verkregen door middel van organisatorische maatregelen.
**2.** De ondernemer zorgt ervoor dat bij het verrichten van handelingen die overeenkomstig artikel 21 worden gemeld, voor personen op enig punt buiten de locatie ten gevolge van die handelingen tezamen een dosisbeperking van 10 µSv effectieve dosis in een kalenderjaar wordt gehanteerd.
**3.** De ondernemer zorgt ervoor dat bij het verrichten van handelingen die overeenkomstig artikel 21 worden gemeld, voor personen op enig punt buiten de locatie ten gevolge van die handelingen tezamen een dosisbeperking van 10 µSv effectieve dosis in een kalenderjaar wordt gehanteerd.
**3.** Indien het redelijkerwijs niet mogelijk is met bouwkundige voorzieningen te voldoen aan de verplichting, bedoeld in het eerste lid, wordt deze verkregen door middel van organisatorische maatregelen.
**4.** Bij regeling van Onze Minister kunnen andere dosisbeperkingen worden vastgesteld voor daarbij aangegeven categorieën van handelingen, taken of functies.
**4.** Bij regeling van Onze Minister of Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunnen andere dosisbeperkingen worden vastgesteld voor daarbij aangegeven categorieën van handelingen, taken of functies.
## Hoofdstuk 3. Algemene voorschriften
### Paragraaf 3.1. bevoegdheden deskundige
### Paragraaf 3.1. Bevoegdheden en taken van de stralingsarts en de algemeen coördinerend, coördinerend en toezichthoudend deskundige
### Artikel 7
**1.** De ingevolge dit besluit door een stralingsarts te verrichten taken worden slechts uitgevoerd door een persoon die als stralingsarts is ingeschreven in het door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan te wijzen register en zijn taken uitvoert in overeenstemming met een persoon als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet die belast is met de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b of c, van die wet of de arbodienst.
**1.** De ingevolge dit besluit door een stralingsarts te verrichten taken worden slechts uitgevoerd door een persoon die door Onze Minister als stralingsarts is ingeschreven in een door Onze Minister gehouden register en die zijn taken uitvoert in overeenstemming met een persoon als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet die belast is met de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b of c, van die wet of de arbodienst.
**2.** De ingevolge dit besluit door een deskundige te verrichten taken worden slechts uitgevoerd door een persoon die als deskundige voor de uitvoering van de betrokken taak is ingeschreven in een door Onze Ministers aan te wijzen register.
**2.** Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden eisen vastgesteld met betrekking tot de kennis, vaardigheden en bekwaamheden, waaraan moet worden voldaan om als stralingsarts in het register, bedoeld in het eerste lid, te worden ingeschreven.
**3.** Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden eisen vastgesteld met betrekking tot de kennis en bekwaamheden, waaraan moet worden voldaan om als stralingsarts in het register, bedoeld in het eerste lid, te worden ingeschreven.
**3.** Een inschrijving in een register als bedoeld in het eerste lid, kan worden geweigerd of doorgehaald, indien niet of niet volledig voldaan is aan de bij of krachtens de wet of dit besluit gestelde eisen.
**4.** Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden eisen vastgesteld met betrekking tot vaardigheden en bekwaamheden, waaraan moet worden voldaan om als deskundige in een register als bedoeld in het tweede lid, te worden ingeschreven. De eisen kunnen verschillend worden vastgesteld voor de verschillende taken.
**5.** Een inschrijving in een register als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan worden geweigerd of ingetrokken, indien niet of niet volledig voldaan is aan de bij of krachtens de wet of dit besluit gestelde eisen.
**6.**
**4.**
Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden regels gesteld voor:
a. de aanwijzing en het beheer van het register, bedoeld in het eerste lid;
b. de wijze van inschrijving;
c. de gegevens en bescheiden die bij een aanvraag tot inschrijving worden verstrekt;
d. de vergoeding die ten hoogste voor de inschrijving is verschuldigd;
e. de gronden waarop en de gevallen waarin de inschrijving kan worden geweigerd of doorgehaald.
a. de wijze van inschrijving;
b. de gegevens en bescheiden die bij een aanvraag tot inschrijving worden verstrekt;
c. de gronden waarop en de gevallen waarin de inschrijving kan worden geweigerd of doorgehaald.
**7.**
Bij regeling van Onze Ministers worden regels gesteld voor:
a. de aanwijzing en het beheer van het register, bedoeld in het tweede lid;
b. de wijze van inschrijving;
c. de gegevens en bescheiden die bij een aanvraag tot inschrijving worden verstrekt;
d. de vergoeding die ten hoogste voor de inschrijving is verschuldigd;
e. de gronden waarop en de gevallen waarin de inschrijving kan worden geweigerd of doorgehaald.
**8.**
Bij regeling van Onze Ministers kunnen regels worden gesteld voor:
a. de aanwijzing van een instelling als bedoeld in artikel 69a van de wet;
b. de gronden waarop die instelling kan worden aangewezen of de aanwijzing kan worden gewijzigd of ingetrokken;
c. de gegevens en het verslag, bedoeld in artikel 69b van de wet, die de instelling aan Onze Ministers verstrekt en de wijze waarop die informatie wordt verstrekt.
**9.** Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanvraag tot inschrijving als bedoeld in het eerste en tweede lid.
**5.** Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanvraag tot inschrijving als bedoeld in het eerste lid.
### Artikel 7a
**1.** Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid of, indien sprake is van een krachtens artikel 69a, eerste lid, van de Kernenergiewet aangewezen instelling, de aangewezen instelling, schrijft op aanvraag een persoon, die onderdaan is van een betrokken staat, bedoeld in artikel 1 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties, in het register, genoemd in artikel 7, eerste respectievelijk tweede lid, indien op grond van artikel 6 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties is aangetoond dat deze persoon over gelijkwaardige kwalificaties beschikt als de stralingsarts respectievelijk deskundige, bedoeld in artikel 1. Artikel 7, negende lid, is van overeenkomstige toepassing op de aanvraag tot inschrijving als bedoeld in de eerste volzin.
Onze Minister schrijft op aanvraag een persoon die onderdaan is van een betrokken staat als bedoeld in artikel 1 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties in het register, bedoeld in artikel 7, eerste lid, indien op grond van artikel 6 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties is aangetoond dat deze persoon over kwalificaties bezit die gelijkwaardig zijn aan de kwalificaties waaraan ingevolge het bepaalde krachtens artikel 7, tweede lid, moet worden voldaan om als stralingsarts in het register te worden ingeschreven. Artikel 7, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op de aanvraag tot inschrijving als bedoeld in de eerste volzin.
**2.** De krachtens het eerste lid ingeschreven persoon beheerst de Nederlandse taal op een zodanig niveau dat voorschriften en aanwijzingen op bij of krachtens de Kernenergiewet vereiste etiketten van bronnen, instrumenten, technieken, beveiligingsmiddelen of materialen, alsmede andere voor de toepassing van en de omgang met bronnen, instrumenten, technieken, beveiligingsmiddelen of materialen bij of krachtens de Kernenergiewet gestelde regels, begrepen en uitgevoerd kunnen worden.
### Artikel 7b
**1.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
**2.** Bij regeling van Onze Ministers worden eisen vastgesteld met betrekking tot de kennis, vaardigheden en bekwaamheden waaraan moet worden voldaan om als algemeen coördinerend deskundige of coördinerend deskundige in het register, bedoeld in het eerste lid, te worden ingeschreven. De eisen kunnen verschillend worden vastgesteld voor de verschillende taken.
**3.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
### Artikel 7c
De ingevolge dit besluit door een toezichthoudend deskundige te verrichten taken worden slechts uitgevoerd door een persoon die beschikt over een diploma, certificaat of een ander getuigschrift ter afsluiting van een opleiding op het gebied van stralingsbescherming behaald bij:
a. een door Onze Minister erkende instelling als bedoeld in artikel 7f, eerste lid; of
b. een door een andere lidstaat van de Europese Unie of andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland erkende of aangewezen instelling of opleiding.
### Artikel 7d
Onze Ministers schrijven op aanvraag een persoon die onderdaan is van een betrokken staat als bedoeld in artikel 1 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties in het register, bedoeld in artikel 7b, eerste lid, indien op grond van artikel 6 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties is aangetoond dat deze persoon over kwalificaties bezit die gelijkwaardig zijn aan de kwalificaties waaraan ingevolge het bepaalde krachtens artikel 7b, tweede lid, moet worden voldaan om als deskundige in het register te worden ingeschreven. Artikel 7b, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op de aanvraag tot inschrijving als bedoeld in de eerste volzin.
### Artikel 7e
**1.** Onze Minister houdt het register, bedoeld in artikel 7b, eerste lid, waarin een algemeen coördinerend deskundige of coördinerend deskundige wordt ingeschreven.
**2.** Een inschrijving in het register, bedoeld in het eerste lid, kan worden geweigerd of doorgehaald, indien niet of niet volledig voldaan is aan de bij of krachtens de wet of bij of krachtens dit besluit gestelde eisen.
**3.**
Bij regeling van Onze Ministers en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kunnen regels worden gesteld voor:
a. de wijze van inschrijving;
b. de gegevens en bescheiden die bij een aanvraag tot inschrijving worden verstrekt;
c. de vergoeding die ten hoogste voor de inschrijving is verschuldigd;
d. de gronden waarop en de gevallen waarin de inschrijving kan worden geweigerd of doorgehaald;
e. de wijze waarop Onze Ministers en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zich kunnen laten adviseren door een aangewezen instelling als bedoeld in artikel 69a, eerste lid, van de wet over het inschrijven van deskundigen in het register.
### Artikel 7f
**1.** Onze Minister erkent instellingen waar personen een diploma, certificaat of een ander getuigschrift ter afsluiting van een opleiding op het gebied van stralingsbescherming kunnen behalen.
**2.**
Bij regeling van Onze Ministers en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kunnen regels worden gesteld betreffende:
a. eisen aan de aanvraag van een erkenning;
b. eisen aan de kwaliteit van de opleiding;
c. eisen aan de examinering, toetsing en het vaststellen van eindtermen;
d. eisen voor beroep en klachten;
e. de wijze waarop Onze Ministers en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zich kunnen laten adviseren over het verlenen van een erkenning.
**3.** De erkenning, bedoeld in het eerste lid, wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.
### Artikel 8
**1.** Een dosimetrische dienst heeft tot taak het verstrekken van persoonlijke controlemiddelen aan de ondernemer ten behoeve van A- of B-werknemers en het, door het uitlezen van deze controlemiddelen, bepalen in welke mate de A- of B-werknemers aan ioniserende straling blootgesteld zijn geweest. Deze taak wordt slechts verricht door een dienst die als zodanig is erkend door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanvraag om een erkenning als bedoeld in de tweede volzin.
**1.** Een dosimetrische dienst heeft tot taak het verstrekken van persoonlijke controlemiddelen aan de ondernemer ten behoeve van A- of B-werknemers en het, door het uitlezen van deze controlemiddelen, bepalen in welke mate de A- of B-werknemers aan ioniserende straling blootgesteld zijn geweest. Deze taak wordt slechts verricht door een dienst die als zodanig is erkend door Onze Minister. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanvraag om een erkenning als bedoeld in de tweede volzin.
**2.** Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden eisen vastgesteld met betrekking tot de kwaliteit van de dienstverlening, de werkwijze en de deskundigheid van de dienst, waaraan moet worden voldaan om krachtens het eerste lid te kunnen worden erkend.
### Artikel 9
**1.** De ondernemer zorgt ervoor dat een handeling wordt uitgevoerd door of onder toezicht van een deskundige.
**1.** De ondernemer zorgt ervoor dat een handeling wordt uitgevoerd door of onder toezicht van een toezichthoudend deskundige.
**2.** Bij regeling van Onze Ministers kan voor bepaalde handelingen een bepaald niveau van deskundigheid worden geëist.
**2.** De ondernemer zorgt ervoor dat een in zijn onderneming werkzame toezichthoudend deskundige adequate bij- en nascholing op het gebied van stralingsbescherming geniet.
**3.** De bepalingen in dit besluit met betrekking tot de deskundigheid gelden niet voor handelingen die volgens dit besluit niet meldingsplichtig of vergunningplichtig zijn.
**3.** Bij regeling van Onze Ministers kan voor bepaalde handelingen een bepaald niveau van deskundigheid en bij- en nascholing worden geëist.
**4.** De ondernemer legt de toedeling van bevoegdheden en verantwoordelijkheden met betrekking tot de bescherming tegen ioniserende straling schriftelijk vast.
**4.** De bepalingen in dit besluit met betrekking tot de deskundigheid gelden voor handelingen die volgens dit besluit meldingsplichtig of vergunningplichtig zijn.
**5.** De ondernemer legt de toedeling van bevoegdheden en verantwoordelijkheden met betrekking tot de bescherming tegen ioniserende straling schriftelijk vast.
### Artikel 10
@ -323,8 +384,8 @@ De ondernemer zorgt er ten aanzien van een hoogactieve bron en haar toebehoren v
a. wordt gecontroleerd of de bron aanwezig is op de plaats waar deze wordt toegepast of is opgeslagen:
1°. elke twee maanden, indien de bron minder dan een keer per twee maanden wordt toegepast;
2°. een maal per jaar, indien de bron een keer of meer dan een keer per twee maanden wordt toegepast;
1°. elke drie maanden, indien de bron minder dan een keer per drie maanden wordt toegepast;
2°. een maal per jaar, indien de bron een keer of meer dan een keer per drie maanden wordt toegepast;
b. een maal per jaar wordt gecontroleerd of de bron en de bronhouder nog in goede staat zijn.
**6.**
@ -337,6 +398,10 @@ c. een andere ondernemer die bevoegd is de bron te ontvangen.
**7.** De ondernemer stelt financiële middelen en faciliteiten voor een passende bescherming tegen ioniserende straling ter beschikking aan de personen of de stralingsbeschermingseenheid, bedoeld in artikel 12, die met de uitvoering van die bescherming zijn belast.
### Artikel 11a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 12
**1.** Bij regeling van Onze Minister worden ondernemers, soorten ondernemingen of locaties aangewezen, waarin een stralingsbeschermingseenheid, waarin tevens de deskundige werkzaam is, aanwezig is en worden regels gesteld voor de taken, bevoegdheden en werkwijze van een stralingsbeschermingseenheid.
@ -352,51 +417,87 @@ d. toestemming geeft voor een handeling.
**3.** Onze Minister kan toestaan dat een stralingsbeschermingseenheid als bedoeld in het eerste lid, voor verscheidene ondernemers taken verricht. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanvraag om een beschikking als bedoeld in de eerste volzin.
### Artikel 12a
**1.** Er is een meldpunt stralingsincidenten voor het melden van stralingsincidenten, ongevallen en radiologische noodsituaties.
**2.** Het meldpunt wordt beheerd door een door Onze Minister aangewezen instantie.
### Artikel 13
**1.** De ondernemer zorgt ervoor dat een handeling waarbij het voorzienbaar is dat personen onbedoeld aan overmatige uitwendige bestraling of overmatige inwendige besmetting kunnen worden blootgesteld, slechts wordt verricht nadat een deskundige is geraadpleegd.
**1.**
**2.**
De ondernemer zorgt ervoor dat een stralingsincident, een ongeval of een radiologische noodsituatie onmiddellijk wordt gemeld bij:
Indien naar het oordeel van een deskundige de blootstelling, bedoeld in het eerste lid, zich voordoet of dreigt voor te doen, zorgt de ondernemer ervoor dat onmiddellijk:
1°. het meldpunt stralingsincidenten; en
2°. de betrokken stralingsarts indien overbestraling of besmetting van een A-werknemer heeft plaatsgevonden.
a. de handeling wordt gestaakt;
b. de gevaarlijke plaatsen worden ontruimd;
c. worden verwittigd:
1°. de betrokken stralingsarts, indien overmatige uitwendige bestraling of overmatige inwendige besmetting van een werknemer heeft plaatsgevonden;
2°. indien het een radiologische verrichting betreft, de ter plaatse bevoegde Inspecteur voor de Gezondheidszorg;
3°. indien het arbeidsaspecten betreft, de bedrijfstakdirecteur;
4°. indien het milieuaspecten betreft, de inspecteur;
5°. indien het mijnbouw betreft, de Inspecteur-Generaal der Mijnen.
**3.** De ondernemer beëindigt een maatregel als bedoeld in het tweede lid, onder a of b, niet dan in overeenstemming met de deskundige of met toestemming van de in het tweede lid, onder c, bedoelde personen.
### Artikel 14
**1.** De ondernemer zorgt ervoor dat zoveel als redelijkerwijs mogelijk wordt voorkomen dat radioactieve stoffen of toestellen zoekraken, worden ontvreemd of ongewild worden verspreid.
**2.**
De ondernemer stelt schriftelijke instructies vast ter voorkoming van:
a. ongeoorloofde toegang tot een hoogactieve bron,
b. verlies of diefstal van een hoogactieve bron, of
c. beschadiging door brand van een hoogactieve bron.
**2.** De ondernemer zorgt ervoor dat een handeling waarbij het voorzienbaar is dat personen onbedoeld aan overmatige uitwendige bestraling of overmatige inwendige besmetting kunnen worden blootgesteld, slechts wordt verricht nadat een coördinerend of toezichthoudend deskundige hierover is geraadpleegd.
**3.**
De ondernemer doet onmiddellijk mededeling aan in ieder geval de inspecteur en de bedrijfstakdirecteur en, indien het mijnbouw betreft, tevens aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen, van:
Indien naar het oordeel van een coördinerend of toezichthoudend deskundige de blootstelling, bedoeld in het tweede lid, zich voordoet of dreigt voor te doen, zorgt de ondernemer ervoor dat onmiddellijk:
a. de handeling wordt gestaakt,
b. de gevaarlijke plaatsen worden ontruimd, en
c. deze situatie wordt gemeld bij:
1°. de betrokken stralingsarts, indien overmatige uitwendige bestraling of overmatige inwendige besmetting van een werknemer heeft plaatsgevonden; en
2°. het meldpunt stralingsincidenten.
**4.** Het meldpunt stralingsincidenten stelt de bij regeling van Onze Minister aangewezen instanties zo spoedig mogelijk op de hoogte van de meldingen, bedoeld in het eerste en derde lid.
**5.** De ondernemer beëindigt de maatregelen als bedoeld in het derde lid, onder a of b, slechts na overeenstemming met de coördinerend deskundige of de toezichthoudend deskundige en niet eerder dan een week nadat overeenkomstig het derde lid melding is gedaan, tenzij de instantie die ingevolge dat lid of het vierde lid van de melding op de hoogte is gebracht, binnen die termijn een andere termijn voor het beëindigen van de maatregelen voorschrijft.
### Paragraaf 3.1a. Veiligheidsvoorschriften voor bronnen
### Artikel 14
**1.** De ondernemer zorgt ervoor dat zoveel als redelijkerwijs mogelijk wordt voorkomen dat een bron zoekraakt, wordt ontvreemd of ongewild wordt verspreid en dat hij, indien zich een zodanige situatie voordoet, alle noodzakelijke maatregelen neemt om de bron weer onder zijn controle of beheer te brengen en een eventuele besmetting te verwijderen of verdere blootstelling van personen te voorkomen.
**2.**
De ondernemer stelt bij een handeling met een hoogactieve bron schriftelijke instructies vast ter voorkoming van:
a. ongeoorloofde toegang tot de bron,
b. verlies of diefstal van de bron, of
c. beschadiging door brand van de bron.
**3.**
De ondernemer meldt de volgende situaties of maatregelen onmiddellijk bij het meldpunt stralingsincidenten:
a. het zoekraken, de ontvreemding of de ongewilde verspreiding van een bron;
b. een ongeoorloofde handeling met een hoogactieve bron;
b. een ongeoorloofde handeling met een bron;
c. de getroffen maatregelen na:
1°. het zoekraken, de ontvreemding of een ongeoorloofde handeling met een hoogactieve bron, of
2°. elke gebeurtenis waarbij een hoogactieve bron kan zijn beschadigd;
d. elk incident of ongeval met een hoogactieve bron dat leidt tot onopzettelijke blootstelling van een werknemer of een lid van de bevolking.
1°. het zoekraken, de ontvreemding of een ongeoorloofde handeling met een bron, of
2°. elke gebeurtenis waarbij een bron kan zijn beschadigd;
d. elk stralingsincident of ongeval met een bron dat leidt tot onopzettelijke blootstelling van een werknemer of een lid van de bevolking.
**4.** De ondernemer zorgt ervoor dat radioactieve stoffen of toestellen zoveel als redelijkerwijs mogelijk zijn beveiligd tegen brand.
**4.** De ondernemer zorgt ervoor dat bronnen zoveel als redelijkerwijs mogelijk zijn beveiligd tegen brand.
### Artikel 14a
Nadat handelingen met een ingekapselde bron definitief zijn beëindigd, zorgt de ondernemer er voor dat:
a. hiervan zo spoedig mogelijk mededeling wordt gedaan aan Onze Minister, en
b. hij zich, binnen twee jaar na die beëindiging, van de ingekapselde bron ontdoet door afgifte aan:
1°. degene die de bron heeft vervaardigd of geleverd,
2°. een persoon die gerechtigd is met het oog op gebruik, product- of materiaalhergebruik van radioactieve stoffen, of inzameling van radioactieve afvalstoffen de stoffen te ontvangen, of
3°. een krachtens artikel 37, zesde of zevende lid, aangewezen instelling, of krachtens artikel 37, achtste lid, erkende ophaaldienst die gerechtigd is de stoffen te ontvangen.
### Artikel 14b
Nadat handelingen met een toestel definitief zijn beëindigd, zorgt de ondernemer ervoor dat:
a. hiervan zo spoedig mogelijk mededeling wordt gedaan aan Onze Minister, en
b. hij zich binnen twee jaar na die beëindiging van dat toestel ontdoet door afgifte aan:
1°. degene die het toestel heeft vervaardigd of geleverd, of
2°. een persoon die gerechtigd is met het oog op gebruik, product- of materiaalhergebruik het toestel te ontvangen, of
c. binnen twee jaar na die beëindiging het toestel is verschroot.
### Paragraaf 3.2. Voorlichting en instructie
@ -424,6 +525,8 @@ c. de mogelijke gevolgen van het wegvallen van een passende controle op hoogacti
**5.** De ondernemer stelt met betrekking tot de in het eerste lid genoemde onderwerpen schriftelijke instructies vast en verstrekt deze instructies aan personen als bedoeld in het eerste lid en aan anderen die kunnen worden blootgesteld door de handelingen.
**6.** De ondernemer zorgt ervoor dat de in het vijfde lid bedoelde instructies zijn opgesteld in de Nederlandse of in een voor de betrokken werknemer begrijpelijke taal. Zo nodig worden in plaats van schriftelijke instructies afbeeldingen of symbolen gebruikt.
### Artikel 16
De ondernemer zorgt ervoor dat vrouwen die ten gevolge van een handeling kunnen worden blootgesteld aan ioniserende straling voor aanvang van het verrichten van handelingen zijn geïnformeerd over:
@ -440,32 +543,40 @@ De ondernemer zorgt ervoor dat de werknemers meewerken aan het voor hen georgani
### Artikel 18
**1.**
**1.** De ondernemer zorgt ervoor dat met betrekking tot toestellen voldaan wordt aan de bij regeling van Onze Minister gestelde regels.
De ondernemer zorgt ervoor dat met betrekking tot toestellen:
**2.**
a. een zodanige afscherming is aangebracht dat de straling die naar buiten treedt, uitgezonderd op de plaats van de opening bestemd voor het naar buiten treden van de nuttige stralenbundel, zo weinig als redelijkerwijs mogelijk schade kan toebrengen. Deze afschermingseisen gelden niet:
Hiertoe behoren in ieder geval regels met betrekking tot:
1°. voor het testen van een toestel;
2°. voor röntgenbuizen tot een maximale hoogspanning van meer dan 300 kV, indien deze worden gebruikt in een speciaal daarvoor ingerichte plaats, of
3°. tijdens reparatie, onderhoud of onderzoek met röntgenbuizen opgesteld in laboratoria of beproevingsruimten, mits maatregelen zijn genomen waardoor schade ten gevolge van uitwendige bestraling zoveel als redelijkerwijs mogelijk wordt voorkomen;
b. een tubus of een ander middel dat de grootte van de nuttige stralenbundel bepaalt, dezelfde mate van bescherming tegen straling waarborgt als het omhulsel van een toestel;
c. een toestel en de bijbehorende hulp- en beveiligingsmiddelen zodanig zijn opgesteld en afgeschermd dat personen zich niet aan de primaire stralenbundel behoeven bloot te stellen, tenzij bij het ondergaan van een radiologische verrichting;
d. tenzij dit redelijkerwijs niet kan worden gevergd, maatregelen worden getroffen ten aanzien van de opstelling en werkwijze van een toestel om te voorkomen dat door verstrooide straling schade wordt toegebracht;
e. een toestel niet door onbevoegden in werking kan worden gesteld;
f. regelmatig van ieder toestel de goede werking met het oog op de bescherming tegen ioniserende straling wordt gecontroleerd;
**2.** Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot het bepaalde in dit artikel.
a. het testen van een toestel voor de ingebruikname daarvan;
b. de afscherming van een toestel tegen ioniserende straling;
c. de opstelling van een toestel en de bijbehorende hulp- en beveiligingsmiddelen;
d. de werkwijze van een toestel;
e. maatregelen ter voorkoming van gebruik van een toestel door onbevoegden;
f. de controle op de werking van een toestel;
h. het omgevingsdosisequivalenttempo dat een toestel mag veroorzaken;
i. eisen waaraan degene die het toestel gebruikt moet voldoen.
### Artikel 19
**1.** Onverminderd artikel 18 zorgt de ondernemer er ter bescherming van werknemers en van leden van de bevolking voor dat toestellen voor diagnostisch of therapeutisch gebruik voor radiologische verrichtingen of in de veterinaire praktijk voldoen aan de eis dat bij gesloten opening het omgevingsdosisequivalenttempo van de door het omhulsel naar buiten tredende straling, gemeten bij een maximale hoogspanning en de daarbij behorende continu toelaatbare stroom op een meter afstand van het focus, niet meer bedraagt dan 1 mSv per uur bij toestellen voor diagnostisch gebruik of 10 mSv per uur bij toestellen voor therapeutisch gebruik.
**1.** De ondernemer zorgt ervoor dat met betrekking tot ingekapselde bronnen voldaan wordt aan de bij regeling van Onze Minister gestelde regels.
**2.** De ondernemer zorgt ervoor dat personen tijdens een radiologische verrichting of bij een veterinaire diagnostische of therapeutische verrichting met ioniserende straling, uitgezonderd degene die de verrichting ondergaat, zich achter een afscherming van voldoende stralenverzwakkend vermogen of buiten de ruimte waar het onderzoek plaatsvindt bevinden of dat aan hen doelmatige persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking worden gesteld.
**2.**
Hiertoe behoren in ieder geval regels met betrekking tot:
a. maatregelen bij de binnenkomst van de bron op de locatie;
b. eisen aan de constructie en verpakking van de bron;
c. maatregelen ter voorkoming van gebruik van een bron door onbevoegden;
d. de controle op de werking van een bron;
e. het omgevingsdosisequivalenttempo dat een bron mag veroorzaken;
f. het verrichten van een lek- of besmettingstest;
g. eisen waaraan degene die de bron gebruikt moet voldoen.
### Artikel 20
**1.** De ondernemer zorgt ervoor dat, in situaties waar ten gevolge van handelingen of werkzaamheden de in artikel 49 of 76 genoemde doses kunnen worden overschreden, op daarvoor geschikte plaatsen doelmatige en duidelijke waarschuwingsborden of -tekens en opschriften worden aangebracht.
**1.** De ondernemer zorgt ervoor dat, in situaties waar ten gevolge van handelingen de in artikel 49 of 76 genoemde doses kunnen worden overschreden, op daarvoor geschikte plaatsen doelmatige en duidelijke waarschuwingsborden of -tekens en opschriften worden aangebracht.
**2.** De ondernemer zorgt ervoor dat ruimten en plaatsen waar handelingen met open bronnen worden verricht, de inrichting daarvan of daarin gebruikte voorwerpen regelmatig volgens door hem schriftelijk vastgestelde procedures worden gecontroleerd op besmetting.
@ -473,6 +584,8 @@ f. regelmatig van ieder toestel de goede werking met het oog op de bescherming t
**4.** Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het model, de opschriften en de minimale grootte van de waarschuwingsborden of -tekens, bedoeld in het eerste lid, en waar en op welke wijze deze moeten worden aangebracht.
### Paragraaf 3.3a. Voorschriften voor hoogactieve bronnen
### Artikel 20a
**1.**
@ -502,7 +615,7 @@ a. de bron wordt vergezeld van:
1°. schriftelijke informatie die bevestigt dat de bron voldoet aan het eerste lid en aan de krachtens artikel 20, vierde lid, met betrekking tot de bron of de bronhouder gestelde regels;
2°. kleurenfotos van het ontwerp van de bron en de bijbehorende bronhouder, en, voorzover van toepassing, van het ontwerp van de bijbehorende broncontainer en de bijbehorende apparatuur;
b. de onder a bedoelde informatie en fotos bij de levering van de bron worden verstrekt aan degene aan wie die bron wordt geleverd;
c. de in het eerste en vierde lid bedoelde code en de krachtens artikel 20, vierde lid, op de bron, bronhouder of broncontainer aangebrachte waarschuwingstekens en opschriften leesbaar blijven.
c. de in het eerste en vierde lid bedoelde code en de krachtens artikel 20, vierde lid, op de bron, bronhouder of broncontainer aangebrachte waarschuwingstekens en opschriften zo goed mogelijk leesbaar blijven.
### Artikel 20b
@ -531,7 +644,7 @@ Artikel 20b, eerste tot en met derde lid, en artikel 20a, tweede, zesde en zeven
### Artikel 20ca
Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kan regels stellen ten aanzien van de beveiliging van het voorhanden hebben van radioactieve stoffen, bestemd voor handelingen waarvoor ingevolge artikel 24 of artikel 25 een vergunning is vereist.
Onze Minister kan regels stellen ten aanzien van de beveiliging van het voorhanden hebben van radioactieve stoffen, bestemd voor handelingen waarvoor ingevolge artikel 24 of artikel 25 een vergunning is vereist.
### Paragraaf 3.4. Financiële zekerheid met betrekking tot hoogactieve bronnen
@ -574,11 +687,9 @@ De ondernemer verstrekt voordat hij een hoogactieve bron verwerft, aan Onze Mini
a. informatie over het volume van de verworven bron, bronhouder en vaste afscherming van die bron;
b. schriftelijk bewijs dat de krachtens artikel 20d, eerste lid, vereiste financiële zekerheid is gesteld.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien de daarin bedoelde gegevens reeds op grond van artikel 44, zevende lid, bij de aanvraag om een vergunning zijn verstrekt.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien de daarin bedoelde gegevens reeds bij een aanvraag om een vergunning voor een handeling als bedoeld in de artikelen 24, en 25, eerste lid, zijn verstrekt.
**3.** De ondernemer doet van iedere wijziging met betrekking tot de gestelde financiële zekerheid uiterlijk vier weken na die wijziging schriftelijk mededeling aan Onze Minister.
**4.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere eisen worden gesteld met betrekking tot de te verstrekken gegevens.
**3.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere eisen worden gesteld met betrekking tot de te verstrekken gegevens.
### Paragraaf 3.5. Kosten opslag radioactieve afvalstoffen
@ -622,24 +733,26 @@ k. een overzicht van met andere lidstaten en derde landen gesloten overeenkomste
## Hoofdstuk 4. Meldingen, vergunningen, aanvragen en procedures
### Paragraaf 4.1. Meldingen van handelingen met toestellen
### Paragraaf 4.1. Meldingen van handelingen met toestellen en radioactieve stoffen
### Artikel 21
**1.** De ondernemer die een handeling verricht met een toestel meldt dit ten minste drie weken tevoren overeenkomstig de artikelen 40 en 41.
**1.** De ondernemer die een handeling met een toestel of een radioactieve stof verricht, meldt dit ten minste drie weken voor aanvang van deze handeling.
**2.**
Deze verplichting geldt niet indien het een handeling betreft met:
a. een toestel waarvoor ingevolge dit besluit een vergunning is vereist;
a. een toestel of radioactieve stof waarvoor ingevolge dit besluit een vergunning is vereist;
b. een elektronenstraalbuis voor visuele beeldweergave;
c. een ander toestel dan bedoeld onder a of b met een maximale hoogspanning van niet meer dan 30 kV, dat onder normale bedrijfsomstandigheden op 0,1 meter afstand van enig bereikbare buitenzijde van het toestel geen hoger omgevingsdosisequivalenttempo veroorzaakt dan 1 µSv per uur;
d. een ander toestel dan bedoeld onder a, b of c, dat onder normale bedrijfsomstandigheden op 0,1 meter afstand van enig bereikbare buitenzijde van het toestel geen hoger omgevingsdosisequivalenttempo veroorzaakt dan 1 µSv per uur en dat behoort tot een type dat door Onze Minister is goedgekeurd op grond van bij regeling van Onze Minister gestelde regels.
**3.** De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor handelingen met bronnen indien in de aanvraag om een vergunning voor een handeling als bedoeld in de artikelen 23, eerste en tweede lid, 24, 25, eerste lid, 35, eerste lid, en 37, eerste lid, dan wel in het jaarverslag behorende bij deze vergunning reeds melding is gedaan van de handelingen met deze bronnen.
### Artikel 22
Indien met een toestel geen handelingen meer worden verricht die zijn gemeld overeenkomstig artikel 21, meldt de ondernemer dit overeenkomstig de artikelen 40 en 42 binnen drie weken na het beëindigen van de handeling.
Indien met een toestel of radioactieve stof geen handelingen meer worden verricht die zijn gemeld overeenkomstig artikel 21, meldt de ondernemer dit zo spoedig mogelijk na het beëindigen van de handeling.
### Paragraaf 4.2. Vergunningen voor handelingen
@ -666,7 +779,13 @@ Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor:
a. handelingen met elektronenmicroscopen;
b. het uitsluitend in opslag hebben van toestellen ten behoeve van de handel in deze toestellen;
c. een toestel dat wordt gebruikt voor onderwijsdoeleinden, dat onder normale bedrijfsomstandigheden op 0,1 meter afstand van enig bereikbare buitenzijde van het toestel geen hoger omgevingsdosisequivalenttempo veroorzaakt dan 1 µSv per uur en dat behoort tot een type dat door Onze Minister is goedgekeurd op grond van bij regeling van Onze Minister gestelde regels.
c. een toestel dat wordt gebruikt voor onderwijsdoeleinden, dat onder normale bedrijfsomstandigheden op 0,1 meter afstand van enig bereikbare buitenzijde van het toestel geen hoger omgevingsdosisequivalenttempo veroorzaakt dan 1 µSv per uur en dat behoort tot een type dat door Onze Minister is goedgekeurd op grond van bij regeling van Onze Minister gestelde regels;
d. handelingen met toestellen die zijn bestemd en worden gebruikt ten behoeve van de volgende toepassingen:
1°. diergeneeskundige diagnostiek, uitsluitend voor zover het veterinaire toepassingen betreft met een toestel met alleen een verticaal neerwaarts gerichte bundel met een vaste focus- film afstand;
2°. röntgendiffractie of spectrografie toegepast in een gesloten veiligheidskabinet;
3°. bagagecontrole met een vaste opstelling, met uitzondering van een toestel dat deeltjes versnelt en ioniserende straling met een energie van meer dan 1 MeV kan uitzenden;
4°. kwaliteitscontrole van levensmiddelen en andere producten.
### Artikel 24
@ -691,12 +810,16 @@ c. met radioactieve stoffen handelingen te verrichten voor:
Het verbod, bedoeld in het eerste lid en in artikel 24, onder c, geldt niet indien binnen een locatie:
a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken radioactieve stof lager is dan de in bijlage 1, tabel 1, genoemde waarde, of
b. de activiteitsconcentratie van die stof lager is dan de in bijlage 1, tabel 1, genoemde waarde.
a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken radioactieve stof lager is dan de krachtens artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, daarvoor vastgestelde waarde,
b. de activiteitsconcentratie van die stof lager is dan de krachtens artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, daarvoor vastgestelde waarde, of
c. een handeling wordt verricht met:
**3.** Indien een radioactieve stof meer soorten radionucliden bevat, wordt de activiteitsconcentratie van de radionucliden gewogen gesommeerd volgens de in bijlage 3 aangegeven methode. Aan het tweede lid, onder b, wordt voldaan indien de uitkomst van deze sommatie kleiner of gelijk aan 1 is.
1°. een Nikkel-63 bron die onderdeel is van analyseapparatuur met een maximale activiteit van 1 GBq, of
2°. een meet-, regel- of ijkbron in een vaste opstelling met een activiteit van de gebruikte nuclide van minder dan 100 maal de activiteit van de krachtens artikel 3 daarvoor vastgestelde waarde.
**4.** Indien binnen een locatie op enig moment meer handelingen plaatsvinden, worden de activiteiten van de radionucliden in de bij die handelingen betrokken radioactieve stoffen gewogen gesommeerd volgens de in bijlage 3 aangegeven methode. Aan het tweede lid, onder a, wordt voldaan indien de uitkomst van deze sommatie kleiner of gelijk aan 1 is.
**3.** Indien een radioactieve stof meer soorten radionucliden bevat, wordt de activiteitsconcentratie van de radionucliden gewogen gesommeerd volgens de bij regeling van Onze Minister aan te wijzen methode. Aan het tweede lid, onder b, wordt voldaan indien de uitkomst van deze sommatie kleiner of gelijk aan 1 is.
**4.** Indien binnen een locatie op enig moment meer handelingen plaatsvinden, worden de activiteiten van de radionucliden in de bij die handelingen betrokken radioactieve stoffen gewogen gesommeerd volgens de bij regeling van Onze Minister aan te wijzen methode. Aan het tweede lid, onder a, wordt voldaan indien de uitkomst van deze sommatie kleiner of gelijk aan 1 is.
**5.** Bij regeling van Onze Minister kunnen handelingen met producten als bedoeld in artikel 24, onder b, worden aangewezen, waarbij de aan deze producten toegevoegde radionucliden niet worden betrokken bij een sommatie als bedoeld in het derde lid.
@ -710,7 +833,7 @@ b. de activiteitsconcentratie van die stof lager is dan de in bijlage 1, tabel 1
**1.**
Het in artikel 25, eerste lid, gestelde verbod geldt tevens niet voor handelingen met een ingekapselde bron waarbij de in bijlage 1, tabel 1, genoemde waarden voor de activiteit en de activiteitsconcentratie worden overschreden, indien:
Het in artikel 25, eerste lid, gestelde verbod geldt tevens niet voor handelingen met een ingekapselde bron waarbij de krachtens artikel 3, aanhef en onder c, vastgestelde waarde voor de activiteit en de activiteitsconcentratie worden overschreden, indien:
a. deze van een door Onze Minister goedgekeurd type is, en
b. deze onder normale bedrijfsomstandigheden op 0,1 meter van enige bereikbare buitenzijde daarvan geen hogere omgevingsdosisequivalent kan geven dan 1 µSv per uur.
@ -734,69 +857,37 @@ a. het een aanwijsinstrument betreft;
b. uitsluitend H-3 in lichtcellen of Pm-147 in lichtgevende verf wordt, onderscheidenlijk is toegevoegd voor verlichtingsdoeleinden;
c. het aanwijsinstrument in totaal een lagere activiteit bevat dan 1 GBq H-3 of 10 MBq Pm-147;
d. het aanwijsinstrument voldoet aan in het belang van de bescherming tegen ioniserende straling bij regeling van Onze Minister gestelde voorschriften met betrekking tot de constructie;
e. geen herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht, waarbij een onderdeel van het aanwijsinstrument, waaraan voor verlichtingsdoeleinden H-3 in lichtcellen of Pm-147 in lichtgevende verf is toegevoegd, van zijn omhulsel wordt ontdaan; en
f. niet meer dan 100 aanwijsinstrumenten waaraan voor verlichtingsdoeleinden H-3 in lichtcellen of Pm-147 in lichtgevende verf is toegevoegd, voorhanden zijn.
e. op het aanwijsinstrument de bij regeling van Onze Minister aangewezen merk- of waarschuwingstekens zijn aangebracht;
f. herstel- en onderhoudswerkzaamheden aan het aanwijsinstrument worden verricht overeenkomstig de door Onze Minister vastgestelde regels; en
g. niet meer dan 500 aanwijsinstrumenten waaraan voor verlichtingsdoeleinden H-3 in lichtcellen of Pm-147 in lichtgevende verf is toegevoegd, voorhanden zijn.
### Artikel 29
**1.**
**1.** Het is verboden buiten Nederland vervaardigde aanwijsinstrumenten waaraan voor verlichtingsdoeleinden radionucliden zijn toegevoegd, voorhanden te hebben met het doel deze binnen Nederland in de handel te brengen, indien deze instrumenten niet voldoen aan de bij of krachtens de artikelen 27 en 28 gestelde regels.
De in artikel 27 gestelde verboden gelden niet indien:
**2.** Onze Minister van Defensie kan ontheffing verlenen van de in de artikelen 24, onder b, en 25, eerste lid, en 27 gestelde verboden indien het aanwijsinstrumenten betreft waaraan voor verlichtingsdoeleinden radionucliden zijn toegevoegd en die in gebruik zijn dan wel bestemd zijn voor gebruik bij de krijgsmacht en die bedoeld zijn voor gebruik onder operationele omstandigheden.
a. het een aanwijsinstrument betreft;
b. uitsluitend H-3 in lichtcellen of Pm-147 in lichtgevende verf wordt, onderscheidenlijk is toegevoegd voor verlichtingsdoeleinden;
c. het aanwijsinstrument in totaal een lagere activiteit bevat dan 3 GBq H-3 of 30 MBq Pm-147, en
d. voldoet aan in het belang van de bescherming tegen ioniserende straling bij regeling van Onze Minister gestelde voorschriften met betrekking tot de constructie.
**2.** Onze Minister van Defensie kan ontheffing verlenen van de in de artikelen 24, onder b, 25, eerste lid, en 27 gestelde verboden, indien het aanwijsinstrumenten betreft waaraan voor verlichtingsdoeleinden radionucliden zijn toegevoegd en die in gebruik zijn dan wel bestemd zijn voor gebruik bij de krijgsmacht en die zijn bedoeld voor gebruik onder operationele omstandigheden.
**3.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot aanwijsinstrumenten.
### Artikel 30
**1.** De in de artikelen 25 en 27, onder b, gestelde verboden gelden niet voor het voorhanden hebben, toepassen of zich ontdoen van een aanwijsinstrument dat voor verlichtingsdoeleinden minder dan 56 kBq Ra-226+ of minder dan 0,93 GBq H-3 in lichtgevende verf bevat door detailhandelaren of particulieren, noch voor het herstellen of onderhouden van zodanige instrumenten door de ondernemer, voor zover die instrumenten voor het tijdstip waarop dit verbod in werking treedt, zijn vervaardigd en in Nederland in de handel zijn gebracht.
**2.**
De ondernemer zorgt ervoor dat na herstel- of onderhoudswerkzaamheden aan een aanwijsinstrument als bedoeld in het eerste lid:
a. een bij regeling van Onze Minister vast te stellen waarschuwingsteken voor ioniserende straling is aangebracht op een vanaf de buitenzijde van het instrument zichtbare plaats;
b. het merkteken T 25 of Ra 1,5 onderscheidenlijk voor H-3 en Ra-226+ in lichtgevende verf, is aangebracht op een vanaf de buitenzijde van het instrument zichtbare plaats.
**3.** Het in artikel 27, onder b, gestelde verbod geldt niet voor aanwijsinstrumenten, waaraan radioactieve nucliden zijn toegevoegd voor verlichtingsdoeleinden, indien dit aanwijsinstrument voorhanden is voor een tentoonstelling of de ondernemer zich ervan ontdoet na een tentoonstelling.
**4.** Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de voorschriften die kunnen worden verbonden aan een vergunning voor handelingen als bedoeld in het derde lid.
Vervallen
### Artikel 31
**1.** De ondernemer controleert na het voor verlichtingsdoeleinden toevoegen van radioactieve stoffen aan aanwijsinstrumenten of deze aanwijsinstrumenten voldoen aan de bij en krachtens de artikelen 28 of 29 gestelde voorschriften.
**2.** De ondernemer tekent de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde controles en de resultaten daarvan aan in een daartoe bestemde administratie.
**3.** Onze Minister kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verplichtingen ontheffing verlenen, indien de ondernemer ten genoegen van Onze Minister aantoont dat de in het eerste en tweede lid bedoelde controles en administratie door een ander worden uitgevoerd.
**4.** De in het tweede en derde lid bedoelde administratie wordt ten minste vijf jaar bewaard.
**5.** Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld met betrekking tot het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid.
**6.** Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanvraag om een ontheffing als bedoeld in het derde lid.
Vervallen
### Artikel 32
De ondernemer zorgt ervoor dat op een aanwijsinstrument waaraan H-3 in lichtcellen of Pm-147 in lichtgevende verf voor verlichtingsdoeleinden is toegevoegd, op een vanaf de buitenzijde van het instrument zichtbare plaats is aangebracht:
a. een waarschuwingsteken als bedoeld in artikel 30, tweede lid, onder a;
b. indien het betreft een aanwijsinstrument als bedoeld in artikel 29 het merkteken voor T 3 GBq of Pm 30 MBq onderscheidenlijk voor H-3 in lichtcellen en Pm-147 in lichtgevende verf.
Vervallen
### Artikel 33
De ondernemer zorgt ervoor dat na herstel- of onderhoudswerkzaamheden aan een aanwijsinstrument waaraan radionucliden voor verlichtingsdoeleinden zijn toegevoegd:
a. ten gevolge van die herstel- en onderhoudswerkzaamheden geen afwijkingen van de bij en krachtens de artikelen 28 en 29 gestelde voorschriften zijn ontstaan;
b. het krachtens artikel 30, tweede lid, onder a, vastgestelde waarschuwingsteken voor ioniserende straling is aangebracht op een vanaf de buitenzijde van het instrument zichtbare plaats;
c. het in de artikelen 30, tweede lid, onder b, onderscheidenlijk 32, onder b, genoemde merkteken is aangebracht.
Vervallen
### Artikel 34
Het is verboden buiten Nederland vervaardigde aanwijsinstrumenten, waaraan voor verlichtingsdoeleinden radionucliden zijn toegevoegd, voorhanden te hebben met het doel deze binnen Nederland in de handel te brengen, indien deze niet voldoen aan de bij en krachtens de artikelen 28, 29, 31 en 32 gestelde voorschriften.
Vervallen
### Paragraaf 4.4. Vergunningen en voorschriften inzake zich ontdoen van radioactieve stoffen
@ -808,17 +899,17 @@ Het is verboden buiten Nederland vervaardigde aanwijsinstrumenten, waaraan voor
Dit verbod geldt niet indien:
a. bij lozing in de lucht, de activiteit van de in totaal in een kalenderjaar geloosde hoeveelheid radioactieve stoffen bij het verlaten van de locatie via een lozingspunt lager is dan 1 radiotoxiciteitsequivalent voor inhalatie als bedoeld in bijlage 2;
b. bij lozing in het openbare riool, de activiteit van de in totaal in een kalenderjaar geloosde hoeveelheid radioactieve stoffen bij het verlaten van de locatie via een lozingspunt lager is dan 10 radiotoxiciteitsequivalent voor ingestie als bedoeld in bijlage 2;
c. bij lozing in het oppervlaktewater, de activiteit van de in totaal in een kalenderjaar geloosde hoeveelheid radioactieve stoffen bij het verlaten van de locatie via een lozingspunt lager is dan 0,1 radiotoxiciteitsequivalent voor ingestie als bedoeld in bijlage 2.
a. bij lozing in de lucht, de activiteit van de in totaal in een kalenderjaar geloosde hoeveelheid radioactieve stoffen bij het verlaten van de locatie via een lozingspunt lager is dan 1 radiotoxiciteitsequivalent voor inhalatie als bedoeld in de bijlage;
b. bij lozing in het openbare riool, de activiteit van de in totaal in een kalenderjaar geloosde hoeveelheid radioactieve stoffen bij het verlaten van de locatie via een lozingspunt lager is dan 10 radiotoxiciteitsequivalent voor ingestie als bedoeld in de bijlage;
c. bij lozing in het oppervlaktewater, de activiteit van de in totaal in een kalenderjaar geloosde hoeveelheid radioactieve stoffen bij het verlaten van de locatie via een lozingspunt lager is dan 0,1 radiotoxiciteitsequivalent voor ingestie als bedoeld in de bijlage.
**3.** Het is verboden radioactieve stoffen te lozen in de bodem.
**3.** Het is verboden radioactieve stoffen te lozen op of in de bodem.
**4.** Het verbod, bedoeld in het derde lid, geldt niet voor het lozen in de bodem, wanneer de geloosde hoeveelheid radioactieve stoffen bij het verlaten van het lozingspunt minder bedraagt dan 10^-6 radiotoxiciteitsequivalent voor ingestie als bedoeld in bijlage 2.
**4.** Het verbod, bedoeld in het derde lid, geldt niet voor het lozen in de bodem, wanneer de in een kalenderjaar totaal geloosde hoeveelheid radioactieve stoffen bij het verlaten van het lozingspunt minder bedraagt dan 10^-6 radiotoxiciteitsequivalent voor ingestie als bedoeld in de bijlage.
**5.** Het verbod, bedoeld in het derde lid, geldt niet voor het lozen van productiewater bij mijnbouw, indien dit geschiedt door middel van injecteren naar een soortgelijke bodemformatie en diepte als waaruit het water afkomstig is en op zodanige wijze dat het water niet in andere watervoerende lagen komt.
**6.** De geloosde hoeveelheden, uitgedrukt in radiotoxiciteitsequivalenten, worden gecorrigeerd voor fysisch verval door middel van de correctiefactoren zoals aangegeven in bijlage 2.
**6.** De geloosde hoeveelheden, uitgedrukt in radiotoxiciteitsequivalenten, worden gecorrigeerd voor fysisch verval door middel van de correctiefactoren zoals aangegeven in de bijlage.
### Artikel 36
@ -843,18 +934,18 @@ d. voorwerpen, stoffen en materialen die met radioactieve stoffen zijn besmet of
Het verbod geldt niet indien:
a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken radioactieve stoffen in een kalenderjaar in totaal lager is dan de in bijlage 1, tabel 1, genoemde waarde, of
b. de activiteitsconcentratie van die stof lager is dan de in bijlage 1, tabel 1, genoemde waarde.
a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken radioactieve stoffen in een kalenderjaar in totaal lager is dan de waarde die voor die radioactieve stoffen krachtens artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, is vastgesteld, of
b. de activiteitsconcentratie van die stof lager is dan de daarvoor krachtens artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, vastgestelde waarde.
**3.** Artikel 25, derde, vierde, zesde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
**4.** Het verbod geldt tevens niet indien het ingekapselde bronnen betreft, die worden teruggenomen door degene die de bron heeft vervaardigd of geleverd.
**4.** Het verbod geldt, onverminderd het bepaalde in artikel 11, zesde lid, tevens niet indien het ingekapselde bronnen betreft, die worden teruggenomen door degene die de bron heeft vervaardigd of geleverd.
**5.**
Het verbod geldt tevens niet indien het een feitelijke levering betreft van radioactieve stoffen door enkele overgave aan een derde met het oog op:
a. gebruik, product- of materiaalhergebruik van radioactieve stoffen, of
a. product- of materiaalhergebruik van radioactieve stoffen, of
b. inzameling van radioactieve afvalstoffen.
**6.** Het verbod geldt tevens niet voor afgifte aan een door Onze Ministers aangewezen instelling voor ontvangst van in bezit genomen radioactieve stoffen als bedoeld in artikel 33, vierde lid, van de wet.
@ -877,7 +968,7 @@ b. inzameling van radioactieve afvalstoffen.
**4.** De in het derde lid gestelde verplichting geldt niet indien de radioactieve afvalstoffen een fysische halveringstijd hebben van minder dan 100 dagen en maximaal 2 jaar worden opgeslagen in een daartoe geschikte ruimte met het oog op fysisch verval tot afvalstoffen als bedoeld in artikel 37, tweede lid.
**5.** Het is verboden radioactieve afvalstoffen te mengen met het doel de activiteitsconcentratie van de stoffen beneden de in bijlage 1, tabel 1, bedoelde waarden te brengen.
**5.** Het is verboden radioactieve afvalstoffen te mengen met het doel de activiteitsconcentratie van de stoffen beneden de krachtens artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, daarvoor vastgestelde waarden te brengen.
### Paragraaf 4.5. Weigering vergunning
@ -885,7 +976,7 @@ b. inzameling van radioactieve afvalstoffen.
Geen vergunning krachtens dit hoofdstuk wordt verleend indien:
a. niet aan de voorwaarden van de artikelen 4, 5, 6 en 48 betreffende rechtvaardiging, optimalisatie en dosislimieten is voldaan;
a. niet aan de voorwaarden van de artikelen 4, 5, 6, 9, 10, 11, 12, 48, 76, 77 en 78 betreffende rechtvaardiging, deskundigheid, optimalisatie en dosislimieten is voldaan;
b. voor een lid van de bevolking dat zich buiten de locatie bevindt, als gevolg van de handeling waarvoor de vergunning is aangevraagd en ten gevolge van andere handelingen binnen en buiten deze locatie, een van de volgende doses wordt overschreden:
1°. een effectieve dosis van 1 mSv in een kalenderjaar en met inachtneming daarvan:
@ -895,48 +986,23 @@ d. niet is aangetoond dat de krachtens artikel 20d, eerste lid, vereiste financi
### Artikel 39a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Onverminderd de artikelen 18a, 31, vierde lid, en 34, zevende lid, van de wet kan een vergunning die krachtens dit hoofdstuk is verleend, geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken indien er gedurende twee jaar geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning.
### Paragraaf 4.6. Procedurele voorschriften voor meldingen
### Artikel 40
**1.** De ondernemer doet de melding, bedoeld in de artikelen 21 en 22, bij Onze Minister.
**1.** De ondernemer doet een melding als bedoeld in de artikelen 21, 22 en 103 bij Onze Minister.
**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de melding, bedoeld in het eerste lid.
**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot een melding als bedoeld in het eerste lid.
### Artikel 41
**1.**
De melding, bedoeld in artikel 21, bevat in ieder geval:
a. de naam en het adres van degene die de melding ondertekent;
b. de naam en het adres van de ondernemer;
c. het adres of de kadastrale gegevens van de locatie;
d. een omschrijving van de handeling, de plaats van de handeling en van het doel;
e. de maximale effectieve dosis die een persoon in een kalenderjaar kan ontvangen op enig punt buiten de locatie ten gevolge van de toestellen die zich binnen twee meter van enig punt buiten de locatie bevinden.
**2.** De melding bevat voorts een beschrijving van het toestel waarmee de gemelde handeling wordt verricht.
**3.** Indien de in het eerste lid, onder e, bedoelde dosis hoger is dan 10 µSv, bevat de melding tevens een beschrijving van de maatregelen ter voorkoming van en bescherming tegen schade in en buiten de locatie.
**4.** Indien de handeling uitsluitend het in opslag hebben van een toestel betreft, worden slechts de in het eerste lid, onder a tot en met d, genoemde gegevens verstrekt en wordt vermeld welk soort toestel het betreft.
**5.** Degene die de handeling meldt, is verplicht aan Onze Minister kennis te geven van een na de melding opgetreden wijziging in een van de gegevens die bij de melding zijn vermeld.
**6.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de gegevens die een melding bevat en tot de situaties waarin een nieuwe melding is vereist.
Vervallen
### Artikel 42
De melding, bedoeld in artikel 22, bevat in ieder geval:
a. de naam en het adres van degene die de melding ondertekent;
b. de naam en het adres van de ondernemer;
c. het adres of de kadastrale gegevens van de locatie;
d. een aanduiding van de handeling;
e. indien van toepassing de wijze waarop de ondernemer zich van het toestel heeft ontdaan;
f. indien van toepassing een wijziging van de effectieve dosis als bedoeld in artikel 41, eerste lid, onder e.
Vervallen
### Paragraaf 4.7. Procedurele voorschriften voor vergunningen
@ -948,46 +1014,9 @@ f. indien van toepassing een wijziging van de effectieve dosis als bedoeld in ar
### Artikel 44
**1.**
**1.** De houder van een vergunning is verplicht aan Onze Minister kennis te geven van een na het verlenen van de vergunning opgetreden wijziging in een der gegevens vermeld bij de aanvraag om de vergunning.
De aanvraag om een vergunning voor een handeling als bedoeld in dit besluit bevat in ieder geval:
a. de naam en het adres van degene die de aanvraag ondertekent;
b. de naam en het adres van de ondernemer;
c. een omschrijving van de locatie en het adres of de kadastrale gegevens daarvan, bij wisselende locaties wordt een zo goed mogelijke aanduiding hiervan gegeven;
d. een omschrijving van de handeling waarvoor vergunning wordt gevraagd en het doel daarvan;
e. de maximale totale effectieve dosis zowel ten gevolge van lozingen als ten gevolge van externe straling op basis van omgevingsdosisequivalenten, die een persoon in een kalenderjaar kan ontvangen op enig punt buiten de locatie van alle meldings- en vergunningplichtige handelingen tezamen binnen de locatie waarop de vergunningaanvraag van toepassing is;
f. de maximale effectieve of equivalente dosis die de bij de handelingen betrokken werknemers in een kalenderjaar kunnen ontvangen;
g. een beschrijving van de stralingsbeschermingsorganisatie en van de aanwezige deskundigheid met betrekking tot de handeling;
h. een opgave van de tijdsduur van de handeling;
i. een overzicht van alle meldingsplichtige en vergunningplichtige handelingen binnen de locatie, gespecificeerd naar aard en omvang.
**2.** Indien de aanvraag betrekking heeft op een handeling met een toestel, bevat zij voorts een beschrijving van het toestel onder vermelding van de gegevens betreffende de ioniserende straling die het toestel kan uitzenden.
**3.**
Indien de aanvraag betrekking heeft op een handeling met radioactieve stoffen, bevat zij voorts:
a. een opgave van de radionucliden, waarvoor vergunning wordt gevraagd;
b. een opgave van de ten gevolge van alle vergunningplichtige handelingen maximaal in de lucht, in het openbare riool, het oppervlaktewater, of in de bodem te lozen radiotoxiciteitsequivalenten voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft, uitgedrukt in radiotoxiciteitsequivalenten voor inhalatie, respectievelijk ingestie en gewogen voor inhalatie en ingestie;
c. de radiotoxiciteitsequivalenten waarvoor de vergunning om te lozen wordt aangevraagd.
**4.** Indien de aanvraag betrekking heeft op een handeling met een ingekapselde bron, bevat zij voorts een opgave van de chemische en fysische toestand en vorm waardoor deze radioactieve stoffen een ingekapselde bron vormen alsmede een aanduiding van de constructie en de kwaliteit van de bron.
**5.** Indien het een handeling met radioactieve stoffen betreft, bevat de aanvraag voorts een opgave van de overeenkomstig bijlage 3 gewogen en gesommeerde activiteit van de radionucliden in de radioactieve stoffen, die op de in het eerste lid, onder c, bedoelde locatie ten hoogste aanwezig zal zijn.
**6.** Indien de omgevingsdosisequivalent, bedoeld in het eerste lid, onder e, hoger is dan 10 µSv of de radiotoxiciteitsequivalenten van de geloosde activiteiten een dosis vertegenwoordigen die gelijk aan of hoger is dan 1 µSv, in een kalenderjaar op enig punt buiten de locatie, bevat de aanvraag tevens een beschrijving van de maatregelen ter voorkoming van en bescherming tegen schade in en buiten de locatie.
**7.**
Indien het een handeling met een hoogactieve bron betreft, bevat de aanvraag voorts:
a. informatie over het volume van de bron, de bronhouder en de vaste afscherming van die bron;
b. schriftelijk bewijs dat de krachtens artikel 20d, eerste lid, vereiste financiële zekerheid is gesteld.
**8.** De houder van een vergunning is verplicht aan Onze Minister kennis te geven van een na het verlenen van de vergunning opgetreden wijziging in een der gegevens vermeld bij de aanvraag om de vergunning.
**9.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de gegevens van de aanvraag van de vergunning.
**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de gegevens van de aanvraag van de vergunning.
### Paragraaf 4.8. Voorbereidingsprocedure
@ -1002,13 +1031,13 @@ d. indien al eerder vergunning voor een toestel van hetzelfde type met betrekkin
### Artikel 46
**1.** Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, alsmede afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer zijn niet van toepassing op de voorbereiding van een beschikking ter zake van een vergunning voor het verrichten van handelingen met open bronnen, indien de uitkomst van de gewogen sommatie van de activiteiten van de op enig moment aanwezige hoeveelheid radionucliden in de bij die handelingen betrokken radioactieve stoffen volgens de in bijlage 3 aangegeven methode niet meer bedraagt dan 10^4.
**1.** Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, alsmede afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer zijn niet van toepassing op de voorbereiding van een beschikking ter zake van een vergunning voor het verrichten van handelingen met open bronnen, indien de uitkomst van de gewogen sommatie van de activiteiten van de op enig moment aanwezige hoeveelheid radionucliden in de bij die handelingen betrokken radioactieve stoffen volgens de in de regeling, bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, genoemde methode niet meer bedraagt dan 10^4.
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor ingekapselde bronnen met dien verstande dat de uitkomst niet meer bedraagt dan 10^7.
### Artikel 47
**1.** Indien op de voorbereiding van een beschikking terzake van een vergunning voor het verrichten van een handeling met radioactieve stoffen afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, worden, anders dan als adviseurs, betrokken: het gedeputeerde staten van de provincie, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de handeling wordt of zal worden verricht of, indien het een lozing in oppervlaktewateren betreft, het orgaan dat belast is met het kwalitatieve beheer van het oppervlaktewater waarin wordt of zal worden geloosd.
**1.** Indien op de voorbereiding van een beschikking terzake van een vergunning voor het verrichten van een handeling met radioactieve stoffen afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, worden, anders dan als adviseurs, betrokken: het college van gedeputeerde staten van de provincie, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de handeling wordt of zal worden verricht of, indien het een lozing in oppervlaktewateren betreft, het orgaan dat belast is met het kwalitatieve beheer van het oppervlaktewater waarin wordt of zal worden geloosd.
**2.** Indien op de voorbereiding van een beschikking terzake van een vergunning voor een handeling met een toestel afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, wordt, anders dan als adviseur, betrokken het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de handeling wordt of zal worden verricht.
@ -1046,7 +1075,7 @@ b. een equivalente dosis van:
**1.** De ondernemer zorgt ervoor dat in omstandigheden waar een lid van de bevolking als gevolg van handelingen, die onder zijn verantwoordelijkheid worden verricht, aan besmetting of ioniserende straling binnen of buiten de locatie kan worden blootgesteld, voor de daarvoor in aanmerking komende plaatsen berekeningen van de effectieve of equivalente doses worden gemaakt en zo nodig metingen worden verricht.
**2.** De ondernemer houdt een administratie bij waarin hij de resultaten aantekent van de metingen en gebruikt deze, indien nodig, voor het bepalen van de doses, bedoeld in het eerste lid en de artikelen 48 en 49.
**2.** De ondernemer houdt een administratie bij waarin hij de resultaten aantekent van de metingen en de berekeningen en gebruikt deze, indien nodig, voor het bepalen van de doses, bedoeld in het eerste lid en de artikelen 48 en 49.
**3.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld voor de inhoud, het beheer en de bewaartermijn van de administratie.
@ -1062,7 +1091,7 @@ Bij een ongeval of radiologische noodsituatie binnen zijn locatie zorgt de onder
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. apparatuur: toestellen, ingekapselde bronnen en open bronnen alsmede bijbehorende apparaten zoals ontwikkelmachines en gammacamera's;
a. apparatuur: toestellen, ingekapselde bronnen en open bronnen alsmede bijbehorende apparaten zoals ontwikkelmachines, diagnostische monitoren, PET/CT-scanners en gammacamera's;
b. behandelend arts: een arts of een tandarts onder wiens medische verantwoordelijkheid een blootstelling aan ioniserende straling plaatsvindt;
c. bevolkingsonderzoek: onderzoek onder risicogroepen van de bevolking waarbij ioniserende straling wordt toegepast met het doel een vroegtijdige diagnose te verkrijgen;
d. diagnostische referentieniveaus: dosisniveaus in de medische radiodiagnostiek en bij gebruik van radiofarmaca, hoeveelheden toe te dienen radioactiviteit, voor karakteristieke onderzoeken van groepen patiënten van standaardgrootte of standaardfantomen voor globaal gedefinieerde soorten toestellen of apparaten;
@ -1075,7 +1104,7 @@ j. praktische aspecten: de feitelijke uitvoering van een blootstelling als bedoe
k. radiodiagnostisch: betrekking hebbend op in vivo diagnostische nucleaire geneeskunde, diagnostische en tandheelkundige radiologie;
l. radiologisch: betrekking hebbend op radiodiagnostische en radiotherapeutische procedures en interventie-radiologie of andere plannings- of geleideradiologie;
m. radiotherapeutisch: betrekking hebbend op radiotherapie, waaronder mede begrepen nucleaire geneeskunde voor therapeutische doeleinden;
n. verwijzend arts: een arts of een tandarts die een verrichting aanvraagt waarbij gebruik wordt gemaakt van ioniserende straling.
n. verwijzend beroepsbeoefenaar: een medisch beroepsbeoefenaar waaronder in ieder geval begrepen een arts, tandarts, verpleegkundig specialist of physician assistant, die een verrichting aanvraagt waarbij gebruik wordt gemaakt van ioniserende straling.
### Artikel 53
@ -1095,17 +1124,24 @@ e. vrijwillig deelnemen aan medische of biomedische onderzoeksprogramma's.
### Artikel 54
De ondernemer zorgt ervoor dat een radiologische verrichting uitsluitend geschiedt onder medische verantwoordelijkheid van een behandelend arts die is ingeschreven in een krachtens artikel 14 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg ingesteld register en die voldoet aan de bij ministeriële regeling vastgestelde deskundigheidseisen.
**1.**
De ondernemer zorgt ervoor dat een radiologische verrichting uitsluitend geschiedt onder medische verantwoordelijkheid van een behandelend arts die:
a. voldoet aan de bij regeling van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vastgestelde deskundigheidseisen, en
b. indien deze geen tandarts is, is ingeschreven in het krachtens artikel 14 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg ingesteld register voor medische specialisten.
**2.** De deskundigheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt behaald bij een erkende instelling als bedoeld in artikel 7c, onderdeel a, dan wel een erkende of aangewezen instelling of opleiding als bedoeld in artikel 7c, onderdeel b.
### Artikel 55
**1.** Een type radiologische verrichting is niet gerechtvaardigd, indien het totale mogelijke diagnostische of therapeutische voordeel, waaronder begrepen het directe nut voor de gezondheid van de persoon die de blootstelling ondergaat, en het maatschappelijk nut, niet opweegt tegen de gezondheidsschade die de persoon die de blootstelling ondergaat, kan ondervinden, mede in aanmerking genomen de doeltreffendheid, de voordelen en risico's van de beschikbare alternatieve technieken die hetzelfde oogmerk hebben maar geen of minder blootstelling met zich meebrengen.
**2.** Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan in de Staatscourant bekend maken welke typen van radiologische verrichtingen die blootstelling ingevolge het eerste lid niet rechtvaardigen, verboden zijn.
**2.** Bij regeling van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan worden vastgesteld welke typen van radiologische verrichtingen die blootstelling ingevolge het eerste lid niet rechtvaardigen, verboden zijn.
### Artikel 56
**1.** De verwijzend arts en de behandelend arts beoordelen ieder op grond van hun specifieke verantwoordelijkheid of een individuele radiologische verrichting gerechtvaardigd is, met inachtneming van de specifieke oogmerken van de blootstelling en de kenmerken van de betrokken persoon.
**1.** De verwijzend beroepsbeoefenaar en de behandelend arts beoordelen ieder op grond van hun specifieke verantwoordelijkheid of een individuele radiologische verrichting gerechtvaardigd is, met inachtneming van de specifieke oogmerken van de blootstelling en de kenmerken van de betrokken persoon.
**2.** In afwijking van artikel 55, tweede lid, kan een radiologische verrichting die ingevolge dat lid verboden is, onder speciale omstandigheden, in afzonderlijk te beoordelen gevallen, toch gerechtvaardigd zijn. De afzonderlijke beoordeling van de hiervoor genoemde rechtvaardiging wordt geregistreerd in het dossier van betrokkene.
@ -1120,7 +1156,7 @@ b. medisch en biomedisch onderzoek.
### Artikel 58
De ondernemer zorgt ervoor dat voor blootstelling als bedoeld in artikel 53, eerste lid, voor radiotherapeutische doeleinden de patiëntdosis op klinisch fysisch verantwoorde wijze in het doelvolume individueel wordt berekend en toegediend, in aanmerking nemende dat de patiëntdosis in het weefsel buiten het doelvolume zo laag mogelijk dient te zijn, maar zonder aan het beoogde radiotherapeutische effect van de blootstelling afbreuk te doen.
De ondernemer zorgt ervoor dat voor blootstelling als bedoeld in artikel 53, eerste lid, voor radiotherapeutische doeleinden de te bestralen doelvolumes op klinisch fysisch verantwoorde wijze individueel zullen worden gepland, in aanmerking nemende dat de patiëntdosis in het weefsel buiten het doelvolume zo laag als redelijkerwijs mogelijk dient te zijn, maar zonder aan het beoogde radiotherapeutische effect van de blootstelling afbreuk te doen.
### Artikel 59
@ -1137,7 +1173,7 @@ b. indien de experimentele radiologische verrichting voor proefpersonen een voor
**1.** Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan dosisbeperkingen vaststellen voor blootstellingen als bedoeld in artikel 53, tweede lid.
**2.** Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan regels geven voor de blootstellingen, bedoeld in het eerste lid.
**2.** Bij regeling van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kunnen, in overeenstemming met Onze Minister, regels worden gesteld voor de blootstellingen, bedoeld in het eerste lid.
### Artikel 62
@ -1211,7 +1247,7 @@ c. toediening aan de patiënt van een hoge dosis ioniserende straling.
### Artikel 71
De verwijzende en de behandelend arts informeren bij een vrouw of er sprake is van zwangerschap en of er borstvoeding wordt gegeven, voordat een radiologische verrichting wordt uitgevoerd.
De verwijzend beroepsbeoefenaar en de behandelend arts informeren bij een vrouw of er sprake is van zwangerschap en of er borstvoeding wordt gegeven, voordat een radiologische verrichting wordt uitgevoerd.
### Artikel 72
@ -1286,6 +1322,8 @@ b. een equivalente dosis van:
2°. 150 mSv in een kalenderjaar voor de huid, gemiddeld over enig blootgesteld huidoppervlak van 1 cm^2, of
3°. 150 mSv in een kalenderjaar voor handen, onderarmen, voeten en enkels.
**4.** In het geval van inwendige besmetting wordt de effectieve volgdosis toegewezen aan het jaar van inname.
### Artikel 79
**1.** De ondernemer deelt ten behoeve van de individuele monitoring en het toezicht blootgestelde werknemers in als A- of B-werknemer.
@ -1296,13 +1334,13 @@ b. een equivalente dosis van:
**1.** De ondernemer zorgt ervoor dat de arbeidsomstandigheden voor de zwangere werknemer zodanig zijn dat de equivalente dosis ten gevolge van het werk voor het ongeboren kind zo laag is als redelijkerwijs mogelijk is en dat het onwaarschijnlijk is dat deze dosis vanaf het moment van melding van de zwangerschap aan de ondernemer tot aan het einde van de zwangerschap 1 mSv zal overschrijden.
**2.** De ondernemer zorgt ervoor dat een werknemer, indien zij borstvoeding geeft, gedurende de periode dat zij borstvoeding geeft, vrij van handelingen wordt gesteld waarbij een meer dan gering risico bestaat op radioactieve besmetting van het lichaam.
**2.** De ondernemer zorgt ervoor dat een werknemer, indien zij hem in kennis heeft gesteld dat zij borstvoeding geeft, gedurende deze periode geen handelingen verricht waarbij op basis van een risicoanalyse een relevant risico bestaat op radioactieve besmetting van het lichaam.
### Artikel 81
**1.**
In uitzonderlijke omstandigheden, met uitzondering van radiologische noodsituaties, kan de bedrijfstakdirecteur, of bij mijnbouw, de Inspecteur-Generaal der Mijnen, op verzoek van de ondernemer ontheffing van de in artikel 77 genoemde dosislimieten verlenen, mits
In uitzonderlijke omstandigheden, met uitzondering van radiologische noodsituaties, kan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, of bij mijnbouw, Onze Minister, op verzoek van de ondernemer ontheffing van de in artikel 77 genoemde dosislimieten verlenen, mits
a. het een A-werknemer betreft;
b. de blootstelling geschiedt op basis van vrijwilligheid;
@ -1314,7 +1352,7 @@ g. het geen vrouw betreft die borstvoeding geeft terwijl er kans bestaat op besm
h. de blootstelling van te voren door de ondernemer wordt gemotiveerd en de blootstelling en de risico's van te voren door de ondernemer worden besproken met de betrokken werknemers, de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, de stralingsarts en de deskundige, en
i. de betrokken werknemers tevoren door de ondernemer worden geïnformeerd over de tijdens de handelingen te nemen voorzorgsmaatregelen.
**2.** In de situatie, bedoeld in het eerste lid, rapporteert de ondernemer na afloop aan de bedrijfstakdirecteur, of bij mijnbouw aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen, over de uitgevoerde handelingen, de wijze waarop bescherming tegen ioniserende straling is uitgevoerd en de door de werknemer ontvangen effectieve of equivalente dosis.
**2.** In de situatie, bedoeld in het eerste lid, rapporteert de ondernemer na afloop aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, of bij mijnbouw aan Onze Minister, over de uitgevoerde handelingen, de wijze waarop bescherming tegen ioniserende straling is uitgevoerd en de door de werknemer ontvangen effectieve of equivalente dosis.
**3.** De ondernemer verstrekt de uitslag van de in het tweede lid berekende of bepaalde dosis aan de in artikel 91, tweede lid, bedoelde instelling en aan de betrokken werknemer.
@ -1334,14 +1372,16 @@ De ondernemer zorgt ervoor dat, indien dat nodig is met het oog op de beschermin
a. een ruimte wordt aangemerkt als gecontroleerde zone, indien:
1°. de mogelijk door een werknemer te ontvangen dosis gelijk is aan een effectieve dosis die hoger is dan 6 mSv in een kalenderjaar of een equivalente dosis die hoger is dan drie tiende van de dosis, genoemd in artikel 77, eerste lid, onder b, of
1°. de mogelijk door een werknemer in de ruimte te ontvangen dosis gelijk is aan een effectieve dosis die hoger is dan 6 mSv in een kalenderjaar of een equivalente dosis die hoger is dan drie tiende van de dosis, genoemd in artikel 77, eerste lid, onder b, of
2°. er een mogelijkheid is van verspreiding van radioactieve stoffen vanuit de ruimte zodanig dat personen een dosis hoger dan een effectieve of equivalente dosis, genoemd in artikel 76, kunnen ontvangen;
b. een ruimte wordt aangemerkt als bewaakte zone, indien de mogelijk door een werknemer te ontvangen effectieve dosis hoger is dan 1 mSv in een kalenderjaar en lager dan 6 mSv in een kalenderjaar of de equivalente dosis hoger is dan die genoemd in artikel 76, onder b, en lager dan die genoemd onder a, ten eerste.
b. een ruimte wordt aangemerkt als bewaakte zone, indien de mogelijk door een werknemer in de ruimte te ontvangen effectieve dosis hoger is dan 1 mSv in een kalenderjaar en lager dan 6 mSv in een kalenderjaar of de equivalente dosis hoger is dan die genoemd in artikel 76, onder b, en lager dan die genoemd onder a, ten eerste.
**2.** De ondernemer houdt in een gecontroleerde en in een bewaakte zone passend toezicht op de arbeidsomstandigheden met het oog op de bescherming tegen ioniserende straling.
**3.** De ondernemer zorgt ervoor dat de omvang en de kwaliteit van de maatregelen ten behoeve van de bescherming tegen ioniserende straling zijn afgestemd op de risico's die aan de bronnen en de betrokken handelingen verbonden zijn.
**4.** Indien uit een risicoanalyse blijkt dat een ruimte niet langer voldoet aan de criteria, bedoeld in het eerste lid, onder a of b, om als gecontroleerde zone, onderscheidenlijk bewaakte zone, te worden aangemerkt, zorgt de ondernemer ervoor dat de betrokken ruimte niet langer wordt aangemerkt als gecontroleerde zone, onderscheidenlijk bewaakte zone en dienen de handelingen met bronnen, voor zover deze plaats dienen te vinden in een gecontroleerde zone of bewaakte zone, in die ruimte te worden gestaakt.
### Artikel 84
**1.**
@ -1372,7 +1412,7 @@ c. aan personen die in de zone werkzaam zijn schriftelijke werkinstructies zijn
Ten behoeve van de uitvoering van de artikelen 84 en 85 verricht de ondernemer, indien van toepassing, metingen binnen de bewaakte en gecontroleerde zone van:
a. de dosistempi, met opgave van de aard en de kwaliteit van de desbetreffende straling, of
a. de dosistempi, met opgave van de aard en de kwaliteit van de desbetreffende ioniserende straling, of
b. bij de aanwezigheid van open bronnen, de activiteitsconcentratie in de lucht en de oppervlaktebesmetting met opgave van de aard en de fysische en chemische toestand en vorm ervan.
### Paragraaf 7.3. Bepaling van blootstelling
@ -1381,19 +1421,17 @@ b. bij de aanwezigheid van open bronnen, de activiteitsconcentratie in de lucht
**1.** De ondernemer stelt aan een blootgestelde werknemer een passend, persoonlijk dosiscontrolemiddel ter beschikking, die door de ondernemer wordt betrokken van een dosimetrische dienst als bedoeld in artikel 8.
**2.** De ondernemer zorgt ervoor dat de persoonlijke dosiscontrolemiddelen door de blootgestelde werknemer gedurende de tijden van mogelijke blootstelling op de juiste plaats of plaatsen worden gedragen en dat deze dosiscontrolemiddelen periodiek ter uitlezing aan de, in het eerste lid bedoelde, dosimetrische dienst worden gezonden.
**2.** De ondernemer zorgt ervoor dat de persoonlijke dosiscontrolemiddelen door de blootgestelde werknemer gedurende de tijden van mogelijke blootstelling op de juiste plaats of plaatsen worden gedragen en dat deze dosiscontrolemiddelen periodiek worden uitgelezen.
**3.** De ondernemer zorgt ervoor dat de dosimetrische dienst periodiek, met behulp van de met deze dosiscontrolemiddelen verkregen gegevens, bepaalt in welke mate deze personen aan ioniserende straling blootgesteld zijn geweest.
**4.** De ondernemer zorgt ervoor dat voor gevallen waarin blootgestelde werknemers onder voor de werksituatie normale condities een relevante inwendige besmetting kunnen ontvangen, er een passend systeem voor de dosiscontrole is.
**5.** De ondernemer doet bij overbestraling van een werknemer onmiddellijk mededeling aan de bedrijfstakdirecteur en, indien het mijnbouw betreft, de Inspecteur-Generaal der Mijnen.
**6.** Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan nadere regels stellen met betrekking tot het bepaalde in dit artikel.
**5.** Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan nadere regels stellen met betrekking tot het bepaalde in dit artikel.
### Artikel 88
**1.** De bedrijfstakdirecteur of, bij mijnbouw, de Inspecteur-Generaal der Mijnen, of, indien het de krijgsmacht betreft een door Onze Minister van Defensie aan te wijzen autoriteit, kan, indien het meten van blootstelling aan ioniserende straling aan de hand van persoonlijke controlemiddelen niet of niet goed mogelijk is, of als op andere wijze de effectieve of equivalente dosis wordt bepaald, ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 87.
**1.** Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid of, bij mijnbouw, Onze Minister, of, indien het de krijgsmacht betreft een door Onze Minister van Defensie aan te wijzen autoriteit, kan, indien het meten van blootstelling aan ioniserende straling aan de hand van persoonlijke controlemiddelen niet of niet goed mogelijk is, of als op andere wijze de effectieve of equivalente dosis wordt bepaald, ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 87.
**2.** Aan de ontheffing, bedoeld in het eerste lid, worden voorschriften verbonden die inhouden dat de effectieve of equivalente dosis geschat wordt aan de hand van de individuele metingen bij andere blootgestelde werknemers, of aan de hand van de in artikel 86 bedoelde ruimtemonitoring, of in het geval van vliegtuigbemanningen op een wijze als bedoeld in artikel 111, eerste lid, onder b, of op andere wijze.
@ -1409,6 +1447,8 @@ b. bij de aanwezigheid van open bronnen, de activiteitsconcentratie in de lucht
### Artikel 90
**1.**
De ondernemer zorgt ervoor dat afzonderlijk van iedere blootgestelde werknemer wordt geregistreerd:
a. de naam, de geboortedatum en het geslacht;
@ -1417,6 +1457,8 @@ c. de gemeten of bepaalde doses op grond van de artikelen 87 tot en met 89;
d. de resultaten van de ruimtemonitoring die zijn gebruikt bij de berekening van de effectieve of equivalente doses;
e. in het geval van de in de artikelen 81 en 89 bedoelde blootstelling, de rapporten met betrekking tot de omstandigheden en de genomen maatregelen.
**2.** De ondernemer zorgt ervoor dat de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder c en d, in ieder geval ten minste dertig jaar nadat deze persoon de handelingen heeft beëindigd, worden bewaard of zoveel langer totdat de persoon op wie de gegevens betrekking hebben de leeftijd van vijfenzeventig jaar heeft bereikt of zou hebben bereikt.
### Artikel 91
**1.** Er is een dosisregistratiesysteem voor het bewaren van de uitslagen van de gemeten of bepaalde doses, bedoeld in de artikelen 87, 88 en 89.
@ -1427,11 +1469,11 @@ e. in het geval van de in de artikelen 81 en 89 bedoelde blootstelling, de rappo
**4.** Bij de verwerking van persoonsgegevens in het systeem, bedoeld in het eerste lid, kan de in het tweede lid bedoelde instelling gebruik maken van het burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaalnummer met het oog op de vaststelling van de identiteit van de persoon, bedoeld in het derde lid.
**5.** Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunnen nadere regels worden gesteld voor de toegankelijkheid en het beheer van het registratiesysteem.
**5.** Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunnen nadere regels worden gesteld over de werkwijze, de toegankelijkheid en het beheer van het registratiesysteem.
### Artikel 92
**1.** De ondernemer zorgt ervoor dat de uitslag van de individuele monitoring, bedoeld in de artikelen 87, 88 en 89, onverwijld aan de in artikel 91 bedoelde instelling wordt gezonden. De ondernemer geeft daarbij aan waar de individuele dosismeter is gedragen of op welke wijze de inwendige besmetting is bepaald.
**1.** De ondernemer zorgt ervoor dat de uitslag van de individuele monitoring, bedoeld in de artikelen 87, 88 en 89, aan de in artikel 91 bedoelde instelling wordt gezonden. De ondernemer geeft daarbij aan waar de individuele dosismeter is gedragen of op welke wijze de inwendige besmetting is bepaald.
**2.** De werknemer heeft inzage in de gegevens die zijn blootstelling betreffen.
@ -1446,7 +1488,7 @@ b. de betrokken werknemer;
c. de deskundige;
d. indien het een A-werknemer betreft, de stralingsarts.
**2.** De ondernemer meldt de uitslag van de individuele monitoring, bedoeld in artikel 89, onverwijld aan de in het eerste lid bedoelde personen of dienst en aan de bedrijfstakdirecteur of, indien het mijnbouw betreft, de Inspecteur-Generaal der Mijnen in wiens werkgebied het ongeval of de noodsituatie is opgetreden.
**2.** De ondernemer meldt de uitslag van de individuele monitoring, bedoeld in artikel 89, onverwijld aan de in het eerste lid bedoelde personen of dienst en aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid of, indien het mijnbouw betreft, Onze Minister.
### Artikel 94
@ -1454,15 +1496,17 @@ d. indien het een A-werknemer betreft, de stralingsarts.
**2.** Het stralingspaspoort wordt op aanvraag door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, of een door hem daartoe aangewezen instelling, afgegeven aan een ondernemer ten behoeve van diens werknemer.
**3.** Bij terugkeer van de werknemer in Nederland meldt de ondernemer onverwijld de gegevens uit het stralingspaspoort aan de in artikel 91 bedoelde instelling.
**3.** De ondernemer zorgt ervoor dat een werknemer de blootstellingsgegevens afkomstig van de handelingen als A-werknemer in het buitenland door de buitenlandse ondernemer in zijn stralingspaspoort laat aantekenen en dat hij zijn persoonlijk controlemiddel gebruikt tijdens deze handelingen in het buitenland.
**4.** Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan met betrekking tot het bepaalde in dit artikel nadere regels stellen die onder meer betrekking hebben op het model van het stralingspaspoort en op de aanvraag, de kosten, het verlies of het in het ongerede raken van het stralingspaspoort.
**4.** Bij terugkeer van de werknemer in Nederland meldt de ondernemer onverwijld de gegevens uit het stralingspaspoort aan de in artikel 91 bedoelde instelling.
**5.** Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan met betrekking tot het bepaalde in dit artikel nadere regels stellen die onder meer betrekking hebben op het model van het stralingspaspoort en op de aanvraag, de kosten, het verlies of het in het ongerede raken van het stralingspaspoort.
### Artikel 95
**1.** Het is de ondernemer verboden om een externe werknemer onder zijn verantwoordelijkheid in Nederland of op het Nederlands continentaal plat te laten werken, indien deze werknemer niet in het bezit is van een geldig stralingspaspoort, verstrekt door een overheidsinstantie van de lidstaat van de ondernemer van de externe werknemer in wiens opdracht de externe werknemer handelingen verricht.
**1.** Het is de ondernemer verboden om een externe werknemer onder zijn verantwoordelijkheid in Nederland of op het Nederlands continentaal plat handelingen te laten verrichten, indien deze werknemer niet in het bezit is van een geldig stralingspaspoort, verstrekt door een overheidsinstantie van de lidstaat van de ondernemer van de externe werknemer in wiens opdracht de externe werknemer handelingen verricht.
**2.** De ondernemer registreert de uitslag van de individuele monitoring, bedoeld in de artikelen 81, 87, 88 en 89, onverwijld na beëindiging van de handelingen of werkzaamheden in het stralingspaspoort.
**2.** De ondernemer registreert de uitslag van de individuele monitoring, bedoeld in de artikelen 81, 87, 88 en 89, onverwijld na beëindiging van de handelingen in het stralingspaspoort.
### Paragraaf 7.5. Medisch toezicht
@ -1511,8 +1555,8 @@ Een medisch onderzoek door een stralingsarts vindt voorts plaats indien daartoe
De ondernemer zorgt ervoor dat er een medisch dossier wordt bijgehouden waarin van elke A-werknemer ten minste wordt geregistreerd:
a. de aard van het werk;
b. de uitslagen van de onderzoeken, bedoeld in de artikelen 96 en 97;
c. de resultaten van de individuele monitoring, bedoeld in artikel 95, tweede lid;
b. de uitslagen van de onderzoeken, bedoeld in de artikelen 96, 97 en 99;
c. de resultaten van de individuele monitoring, bedoeld in de artikelen 81, 87, 88 en 89;
d. indien van toepassing de gegevens met betrekking tot een radiologische noodsituatie.
**2.** De ondernemer zorgt ervoor dat het medisch dossier, bedoeld in het eerste lid, in ieder geval wordt bewaard totdat de persoon op wie de gegevens betrekking hebben de leeftijd van vijfenzeventig jaar heeft bereikt of zou hebben bereikt, maar ten minste dertig jaar nadat deze persoon de handelingen heeft beëindigd.
@ -1523,13 +1567,13 @@ d. indien van toepassing de gegevens met betrekking tot een radiologische noodsi
### Artikel 101
Met betrekking tot werkzaamheden zijn de bepalingen van dit besluit die betrekking hebben op handelingen met radioactieve stoffen, met uitzondering van de artikelen 27 tot en met 34 en hoofdstuk 6, van overeenkomstige toepassing, voor zover daarvan in dit hoofdstuk niet wordt afgeweken.
Met betrekking tot werkzaamheden zijn de bepalingen van dit besluit die betrekking hebben op handelingen met radioactieve stoffen, met uitzondering van de artikelen 27 tot en met 29 en hoofdstuk 6, van overeenkomstige toepassing, voor zover daarvan in dit hoofdstuk niet wordt afgeweken.
### Paragraaf 8.2. Meldingen en vergunningen
### Artikel 102
**1.** Onze Minister maakt in de Staatscourant een lijst van werkzaamheden bekend, waarvan het mogelijk is dat bij het verrichten van die werkzaamheden de in bijlage 1, tabel 1 en 2, vermelde waarden worden overschreden.
**1.** Onze Minister maakt in de Staatscourant een lijst van werkzaamheden bekend, waarvan het mogelijk is dat bij het verrichten van die werkzaamheden de krachtens artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, vastgestelde waarden worden overschreden.
**2.** Voordat een ondernemer een werkzaamheid gaat verrichten die op de in het eerste lid bedoelde lijst staat vermeld, gaat hij na of deze werkzaamheid overeenkomstig artikel 103 moet worden gemeld dan wel dat daarvoor overeenkomstig de artikelen 107 en 108 een vergunning is vereist.
@ -1543,50 +1587,29 @@ Deze verplichting geldt niet, indien binnen een locatie:
a. het een werkzaamheid betreft waarbij:
1°. de activiteit van de radionucliden in de betrokken natuurlijke bronnen steeds lager is dan de in bijlage 1, tabel 1, vermelde waarde, of
2°. de activiteitsconcentratie van de betrokken natuurlijke bronnen lager is dan de in bijlage 1, tabel 1, vermelde waarde;
1°. de activiteit van de radionucliden in de betrokken natuurlijke bronnen steeds lager is dan de krachtens artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, vastgestelde waarde, of
2°. de activiteitsconcentratie van de betrokken natuurlijke bronnen lager is dan de krachtens artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, vastgestelde waarde;
b. het een werkzaamheid betreft waarvoor ingevolge artikel 107 een vergunning is vereist.
**3.** Artikel 25, derde, vierde, zesde, zevende en achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
**4.** Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat in daarbij aangegeven gevallen met het oog op de stralingsbescherming het tweede lid niet van toepassing is.
**5.** De in het eerste lid gestelde verplichting geldt niet voor werkzaamheden met natuurlijke bronnen indien de aanvraag om een vergunning als bedoeld in dit besluit gegevens als bedoeld in artikel 105 omtrent deze bronnen bevat.
**5.** De in het eerste lid gestelde verplichting geldt niet voor werkzaamheden indien de aanvraag om een vergunning als bedoeld in dit besluit gegevens als bedoeld bij of krachtens artikel 40, tweede lid, omtrent deze bronnen bevat.
**6.** Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald in welke gevallen vrijstelling geldt van de in het eerste lid gestelde verplichting met betrekking tot daarbij aangewezen werkzaamheden, indien een zodanige werkzaamheid al is gemeld door een andere ondernemer en aan bij de regeling gestelde regels is voldaan.
### Artikel 104
Indien een werkzaamheid, die overeenkomstig artikel 103 is gemeld, niet meer wordt verricht, meldt de ondernemer dit aan Onze Minister binnen vier weken na het beëindigen van de werkzaamheid.
Indien een werkzaamheid niet meer wordt verricht, meldt de ondernemer dit aan Onze Minister zo spoedig mogelijk na het beëindigen van de werkzaamheid.
### Artikel 105
**1.**
De melding, bedoeld in artikel 103, bevat in ieder geval:
a. de naam en het adres van degene die de melding ondertekent;
b. de naam en het adres van de ondernemer;
c. het adres of de kadastrale gegevens van de locatie;
d. een omschrijving van de werkzaamheid, de plaats van de werkzaamheid en van het doel;
e. bij product- of materiaalhergebruik of bestemming als afval de eindbestemming van het materiaal en een schatting van de effectieve doses in een kalenderjaar, die personen ten gevolge van die eindbestemming en van het verwerkingspad kunnen ontvangen;
f. een opgave van de betrokken natuurlijke bronnen en de daarin voorkomende radionucliden.
**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de gegevens die een melding bevat en tot de situaties waarin een nieuwe melding is vereist.
Vervallen
### Artikel 106
**1.**
De melding van een werkzaamheid, bedoeld in artikel 104, bevat in ieder geval:
a. de naam en het adres van degene die de melding ondertekent;
b. de naam en het adres van de ondernemer;
c. het adres of de kadastrale gegevens van de locatie;
d. een aanduiding van de werkzaamheid;
e. indien van toepassing een wijziging van de gegevens als bedoeld in artikel 105, eerste lid, onder e.
**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de gegevens die deze melding bevat.
Vervallen
### Artikel 107
@ -1596,8 +1619,8 @@ e. indien van toepassing een wijziging van de gegevens als bedoeld in artikel 10
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt binnen een locatie niet, indien:
a. de activiteit van de radionucliden in de bij die werkzaamheid betrokken natuurlijke bronnen lager is dan de in bijlage 1, tabel 1, vermelde waarde, of
b. de activiteitsconcentratie van de bij die werkzaamheid betrokken natuurlijke bronnen lager is dan tienmaal de in bijlage 1, tabel 1, vermelde waarde.
a. de activiteit van de radionucliden in de bij die werkzaamheid betrokken natuurlijke bronnen lager is dan de krachtens artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, vastgestelde waarde, of
b. de activiteitsconcentratie van de bij die werkzaamheid betrokken natuurlijke bronnen lager is dan tienmaal de krachtens artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, vastgestelde waarde.
**3.** Artikel 25, derde, vierde, zesde, zevende en achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
@ -1609,7 +1632,7 @@ b. de activiteitsconcentratie van de bij die werkzaamheid betrokken natuurlijke
**1.** Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister natuurlijke bronnen te lozen of een werkzaamheid te verrichten ten gevolge waarvan natuurlijke bronnen worden geloosd.
**2.** Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien de activiteit van de in een kalenderjaar te lozen radionucliden die in bijlage 1, tabel 2, zijn vermeld, bij het verlaten van de locatie lager is dan de daarbij in die tabel aangegeven waarde.
**2.** Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien de activiteit van de in een kalenderjaar te lozen radionucliden die in de regeling, bedoeld in artikel 3, eerste lid, zijn aangewezen, bij het verlaten van de locatie lager is dan de daarbij in die regeling aangegeven waarde.
**3.** Artikel 25, derde, vierde, zesde, zevende en achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
@ -1619,24 +1642,13 @@ b. de activiteitsconcentratie van de bij die werkzaamheid betrokken natuurlijke
### Artikel 109
**1.**
Op de aanvraag om een vergunning, bedoeld in de artikelen 107 en 108, is artikel 43 van overeenkomstige toepassing. De aanvraag bevat in ieder geval:
a. de naam en het adres van degene die de aanvraag ondertekent;
b. de naam en het adres van de ondernemer;
c. het adres of de kadastrale gegevens van de locatie;
d. een omschrijving van de werkzaamheid, de plaats van de werkzaamheid en van het doel;
e. bij product- of materiaalhergebruik de eindbestemming van het materiaal en een schatting van de effectieve doses in een kalenderjaar, die personen ten gevolge van die eindbestemming en van het verwerkingspad kunnen ontvangen;
f. een opgave van de betrokken natuurlijke bronnen en de daarin voorkomende radionucliden.
**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de gegevens die een aanvraag bevat.
Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld over de aanvraag van een vergunning voor een werkzaamheid als bedoeld in de artikelen 107 en 108.
### Artikel 110
**1.** Bij regeling van Onze Minister kunnen, indien dat naar het oordeel van Onze Minister met het oog op rechtvaardiging en optimalisatie noodzakelijk is, regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van daarbij aangegeven werkzaamheden die overeenkomstig artikel 103 worden gemeld.
**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld met betrekking tot product- of materiaalhergebruik en opslag van afval van natuurlijke bronnen, voor categorieën van gevallen waarin de activiteitsconcentratie in combinatie met de totale activiteit van de betrokken natuurlijke bronnen hoger is dan de in bijlage 1, tabel 1, aangegeven waarde.
**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld met betrekking tot product- of materiaalhergebruik en opslag van afval van natuurlijke bronnen, voor categorieën van gevallen waarin de activiteitsconcentratie in combinatie met de totale activiteit van de betrokken natuurlijke bronnen hoger is dan de krachtens artikel 3 vastgestelde waarde.
**3.** Artikel 25, derde, vierde, zevende en achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
@ -1646,8 +1658,8 @@ f. een opgave van de betrokken natuurlijke bronnen en de daarin voorkomende radi
Het is verboden radioactieve afvalstoffen afkomstig van natuurlijke bronnen te mengen zodanig dat de activiteitsconcentratie van die afvalstoffen gebracht wordt:
a. beneden tienmaal de in bijlage 1, tabel 1, bedoelde waarden, of
b. beneden de in bijlage 1, tabel 1, bedoelde waarden.
a. beneden tienmaal de krachtens artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, aangewezen waarden, of
b. beneden de krachtens artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, aangewezen waarden.
**2.** Onverminderd het bepaalde in de artikelen 103 en 107 geldt het verbod, bedoeld in het eerste lid, niet, indien wordt aangetoond dat het mengen geen groter gevaar, grotere schade of meer hinder veroorzaakt dan in het geval de radioactieve afvalstoffen afkomstig van natuurlijke bronnen niet zouden worden gemengd.
@ -1662,9 +1674,9 @@ In afwijking van de artikelen 102 tot en met 110 zorgt de ondernemer ervoor dat
a. deze voor zijn indiensttreding of tewerkstelling als zodanig wordt voorgelicht omtrent de risico's van kosmische straling;
b. de grootte van de door hem ontvangen effectieve dosis ten gevolge van kosmische straling wordt bepaald door middel van een door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vastgestelde methode;
c. indien een effectieve dosis van 6 mSv in een kalenderjaar kan worden overschreden, ter voldoening aan de in artikel 5 gestelde verplichting een aangepast werkrooster wordt vastgesteld en uitgevoerd en de desbetreffende werknemer wordt ingedeeld als A-werknemer;
d. de door hem ten gevolge van kosmische straling ontvangen effectieve dosis tezamen met de effectieve doses ten gevolge van handelingen die onder verantwoordelijkheid van de ondernemer worden verricht, 20 mSv in een kalenderjaar niet overschrijdt.
d. de door hem ten gevolge van kosmische straling ontvangen effectieve dosis tezamen met de effectieve doses ten gevolge van handelingen en werkzaamheden die onder verantwoordelijkheid van de ondernemer worden verricht, 20 mSv in een kalenderjaar niet overschrijdt.
**2.** De artikelen 15, eerste en vijfde lid, 16, 79, 80, 90, 91, 92, tweede lid, en 96 tot en met 100 zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 92, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «de uitslag van de individuele monitoring, bedoeld in de artikelen 87, 88 en 89» wordt gelezen: de uitslag van de individuele monitoring, bedoeld in artikel 111, eerste lid.
**2.** De artikelen 15, eerste en vijfde lid, 16, 17, 79, 80, 90, 91, 92, tweede lid, en 96 tot en met 100 zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 92, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «de uitslag van de individuele monitoring, bedoeld in de artikelen 87, 88 en 89» wordt gelezen: de uitslag van de individuele monitoring, bedoeld in artikel 111, eerste lid.
**3.** Dit artikel is niet van toepassing op vluchten die uitsluitend op een hoogte van minder dan acht kilometer plaatsvinden.
@ -1674,7 +1686,7 @@ d. de door hem ten gevolge van kosmische straling ontvangen effectieve dosis tez
### Artikel 112
**1.** Een interventie wordt slechts verricht indien de daarvan verwachte beperking van de schade en de nadelige sociale en maatschappelijke gevolgen veroorzaakt door straling, voldoende is om de schade, de nadelige sociale en maatschappelijke gevolgen en de kosten van de interventie te rechtvaardigen.
**1.** Een interventie wordt slechts verricht indien de daarvan verwachte beperking van de schade en de nadelige sociale en maatschappelijke gevolgen veroorzaakt door ioniserende straling, voldoende is om de schade, de nadelige sociale en maatschappelijke gevolgen en de kosten van de interventie te rechtvaardigen.
**2.** De vorm, de omvang en de duur van de interventie zijn zodanig, dat het voordeel van de daarmee te bereiken beperking van de gezondheidsschade, rekening houdend met de schade die aan de interventie is verbonden, zo groot is als redelijkerwijs mogelijk is.
@ -1687,9 +1699,7 @@ Onze Minister, en:
a. indien het de krijgsmacht betreft, Onze Minister van Defensie;
b. indien het medische stralingstoepassingen betreft, Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
c. indien het arbeidsbescherming betreft, Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
d. indien het mijnbouw betreft, Onze Minister van Economische Zaken;
e. indien het lozing in het oppervlaktewater betreft, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
f. indien het lozing in het oppervlaktewater of lozing in de lucht betreft, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
d. indien het een lozing in het oppervlaktewater betreft, Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
zorgen ervoor dat er teams voor technische en medische interventie en voor het verwijderen van radioactieve besmetting beschikbaar zijn, die voor de uitvoering daarvan voldoende zijn toegerust.
@ -1743,7 +1753,7 @@ jodiumprofylaxe, openbare orde en veiligheid: 100 mSv
**1.** Onze in artikel 113 genoemde Ministers, ieder voor zover het het in dat artikel genoemde belang betreft, of de ondernemer kunnen een situatie aanmerken als een situatie die leidt tot langdurige blootstelling als gevolg van een radiologische noodsituatie of van een vroegere handeling of werkzaamheid.
**2.** Onze Ministers kunnen in het geval dat de situatie als bedoeld in het eerste lid onder de verantwoordelijkheid van een ondernemer valt, de ondernemer verplichten de interventie uit te voeren.
**2.** Onze in artikel 113 genoemde Ministers kunnen in het geval dat de situatie als bedoeld in het eerste lid onder de verantwoordelijkheid van een ondernemer valt, de ondernemer verplichten de interventie uit te voeren.
**3.**
@ -1760,15 +1770,16 @@ d. het regelen van de toegang tot of het gebruik van de locaties of gebouwen, di
### Artikel 120
**1.** De ondernemer die handelingen verricht, houdt een administratie bij van die handelingen.
**1.** De ondernemer die handelingen verricht, houdt een administratie bij van die handelingen. Deze administratie wordt ondergebracht in een beheersysteem.
**2.**
De administratie bevat ten minste:
a. de naam van de rechtspersoon en de verantwoordelijke deskundige;
a. de naam van de rechtspersoon en de verantwoordelijke algemeen coördinerend deskundige, coördinerend deskundige of toezichthoudend deskundige;
b. de plaats waar de handelingen worden verricht;
c. een omschrijving van de aard en de omvang van de handelingen.
c. een omschrijving van de aard en de omvang van de handelingen;
d. de risicoanalyse.
**3.** Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels voor de inhoud en regels voor de bewaartermijnen van de administratie gesteld.
@ -1780,26 +1791,15 @@ c. een omschrijving van de aard en de omvang van de handelingen.
### Artikel 121
**1.** Degene die binnen een locatie handelingen verricht als bedoeld in artikel 43, derde lid, houdt een administratie bij van die handelingen.
**1.** Degene die op wisselende plaatsen handelingen verricht in het kader van industriële radiografie, houdt per locatie een administratie bij van die handelingen.
**2.**
**2.** Een administratie als bedoeld in het eerste lid wordt ondergebracht in een beheersysteem.
De administratie bevat:
**3.** Degene die een administratie als bedoeld in het eerste lid voert, bewaart de gegevens waaruit die administratie bestaat, tenminste gedurende drie jaar na het kalenderjaar waarop zij betrekking hebben.
a. de naam van de houder van de vergunning en het nummer van de voor de betrokken handelingen verleende vergunning;
b. het tijdstip waarop of de periode binnen een kalenderjaar waarin de handelingen zijn verricht;
c. de plaats, de aard en de omvang van de handelingen;
d. de aan de handelingen toe te rekenen maximale toename van de effectieve dosis die personen op enig punt buiten de locatie kunnen ontvangen.
**4.** Bij regeling van Onze Minister worden nadere eisen gesteld waaraan de administratie, bedoeld in het eerste lid, moet voldoen.
**3.** Indien degene die binnen een locatie handelingen gaat verrichten als bedoeld in artikel 43, derde lid, opnamen maakt of radioscopie toepast in het kader van niet destructief onderzoek wordt in de administratie tevens het totaal aantal opnamen en uren radioscopie binnen dezelfde locatie vermeld. Voor de toepassing van deze bepaling wordt het aantal opnamen gelijk gesteld aan het aantal voor dat doel gebruikte films.
**4.** Indien degene die binnen een locatie handelingen gaat verrichten als bedoeld in het derde lid, een redelijk vermoeden heeft dat het totaal aantal opnamen dat binnen de locatie zal worden gemaakt, het aantal van 3300 in een kalenderjaar zal overschrijden, meldt hij dit onverwijld aan Onze Minister en de opdrachtgever. Voor de toepassing van deze bepaling wordt acht uur radioscopie gelijk gesteld met een opname.
**5.** Degene die een administratie als bedoeld in het eerste lid voert, bewaart de bescheiden waaruit die administratie bestaat, ten minste gedurende vijf jaar na het kalenderjaar waarop zij betrekking hebben.
**6.** In dit artikel en de daarop berustende bepalingen wordt onder radioscopie verstaan: het door middel van ioniserende straling vanuit een toestel of apparaat via een stralingsdetector produceren van een visueel waarneembaar beeld door het geproduceerde signaal om te zetten naar een videosignaal, dat wordt weergegeven door een monitor.
**7.** Het eerste lid geldt niet indien het aantal tevoren geschatte opnamen per kalenderjaar minder dan 100 is.
**5.** De in het eerste lid gestelde verplichting geldt niet indien het aantal tevoren geschatte opnamen per kalenderjaar minder dan 100 is.
### Artikel 122
@ -1809,16 +1809,16 @@ d. de aan de handelingen toe te rekenen maximale toename van de effectieve dosis
Nadere eisen die uitsluitend betrekking hebben op de bescherming van werknemers tegen ioniserende straling ten gevolge van handelingen worden gesteld:
a. indien het mijnbouw betreft: door de Inspecteur-Generaal der Mijnen;
a. indien het mijnbouw betreft: door Onze Minister;
b. indien het andere handelingen betreft: door een daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen ambtenaar.
**3.** Indien deze nadere eisen die geen betrekking hebben op de bescherming van werknemers tegen ioniserende straling bij door hen te verrichten handelingen, worden ze gesteld door de inspecteur, of de Inspecteur-Generaal voor de Gezondheidszorg, voor zover het de onder hen ressorterende belangen betreft of indien het de mijnbouw op het continentaal plat betreft, de Inspecteur-Generaal der Mijnen.
**3.** Indien deze nadere eisen die geen betrekking hebben op de bescherming van werknemers tegen ioniserende straling bij door hen te verrichten handelingen, worden ze gesteld door de inspecteur, of Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, voor zover het de onder hen ressorterende belangen betreft of indien het de mijnbouw op het continentaal plat betreft, Onze Minister.
**4.** Nadere eisen die zowel de in het tweede als in het derde lid bedoelde belangen betreffen, worden gesteld door de in die leden genoemde bestuursorganen gezamenlijk.
### Artikel 123
**1.** In bijzondere gevallen kan Onze Minister en Onze Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, indien het radiologische verrichtingen betreft, van Defensie, indien het de krijgsmacht betreft en van Economische Zaken, indien het mijnbouw betreft, ontheffing verlenen van de voorschriften in paragraaf 3.3, en de artikelen 120 en 121.
**1.** In bijzondere gevallen kunnen Onze Ministers onderscheidenlijk Onze Minister van Defensie, indien het de krijgsmacht betreft, ontheffing verlenen van de voorschriften in de hoofdstukken 3, 5, 6, 7, 8 en 10 van dit besluit.
**2.** Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
@ -1828,9 +1828,7 @@ b. indien het andere handelingen betreft: door een daartoe door Onze Minister va
### Artikel 124
**1.** Indien dit in het belang van de bescherming tegen ioniserende straling naar het oordeel van Onze Ministers dringend noodzakelijk is en naar hun oordeel een wijziging van dit besluit niet kan worden afgewacht, kunnen bij regeling van Onze Ministers regels worden gesteld, die van dit besluit afwijken maar met een strekking als bedoeld in dit besluit. Een zodanige regeling vervalt een jaar nadat zij in werking is getreden, of, indien binnen die termijn een wijziging van de betrokken bepaling van dit besluit inwerking is getreden, op het tijdstip waarop die wijziging in werking treedt. Onze Ministers kunnen de termijn bij ministeriële regeling eenmaal met ten hoogste een jaar verlengen.
**2.** De waarden van bijlage 1, de tabellen 1, 2 en 3, en van bijlage 4 kunnen bij regeling van Onze Minister worden gewijzigd.
Indien dit in het belang van de bescherming tegen ioniserende straling naar het oordeel van Onze Ministers dringend noodzakelijk is en naar hun oordeel een wijziging van dit besluit niet kan worden afgewacht, kunnen bij regeling van Onze Ministers regels worden gesteld, die van dit besluit afwijken maar met een strekking als bedoeld in dit besluit. Een zodanige regeling vervalt een jaar nadat zij in werking is getreden, of, indien binnen die termijn een wijziging van de betrokken bepaling van dit besluit inwerking is getreden, op het tijdstip waarop die wijziging in werking treedt. Onze Ministers kunnen de termijn bij ministeriële regeling eenmaal met ten hoogste een jaar verlengen.
### Artikel 125
@ -1884,19 +1882,17 @@ Na de inwerkingtreding van dit besluit berusten:
a. de beschikking van 31 augustus 1987 inzake erkenning Centrale Organisatie voor Radioactief Afval N.V. als ophaaldienst, op artikel 37, zevende lid, van dit besluit;
b. het besluit houdende instelling gecentraliseerd systeem voor opslag radiologische gegevens en vaststelling stralingspaspoort, op de artikelen 91 en 94 van dit besluit;
c. de beschikkingen krachtens artikel 25, eerste lid, juncto artikel 81, eerste lid van het Besluit stralenbescherming Kernenergiewet, zoals dat besluit luidde tot de datum van inwerkingtreding van dit besluit, op artikel 8, eerste lid, van dit besluit;
c. de beschikkingen krachtens artikel 25, eerste lid, juncto artikel 81, eerste lid van het Besluit stralenbescherming Kernenergiewet, zoals dat besluit luidde tot 1 maart 2002, op artikel 8, eerste lid, van dit besluit;
d. de Regeling aanwijzing Elektronenmicroscopen Kernenergiewet 1998 op artikel 21, tweede lid, onder d, van dit besluit;
e. de Regeling aanwijzing rookmelders Kernenergiewet 2000-II op artikel 26, tweede lid, van dit besluit.
### Artikel 132
**1.** Tot een bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te bepalen datum wordt een persoon, die krachtens artikel 34, eerste lid, van het Besluit stralenbescherming Kernenergiewet, zoals dat besluit luidde tot de datum van inwerkingtreding van dit besluit, is erkend als arts die belast is met het medisch toezicht aangemerkt als stralingsarts, die is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 7, eerste lid.
**1.** Tot een bij regeling van Onze Ministers te bepalen datum wordt een persoon, die in het bezit is van een diploma van een opleiding op de niveaus, bedoeld in de Regeling erkenning opleidingen deskundigen radioactieve stoffen en toestellen zoals deze regeling luidde tot de datum van inwerkingtreding van dit besluit en de richtlijn van 20 november 1984 voor erkenning van opleidingen deskundigen radioactieve stoffen en toestellen, aangemerkt als een deskundige die is ingeschreven in een register als bedoeld in artikel 7, tweede lid.
**2.** Tot een bij regeling van Onze Ministers te bepalen datum wordt een persoon, die in het bezit is van een diploma van een opleiding op de niveaus, bedoeld in de Regeling erkenning opleidingen deskundigen radioactieve stoffen en toestellen zoals deze regeling luidde tot de datum van inwerkingtreding van dit besluit en de richtlijn van 20 november 1984 voor erkenning van opleidingen deskundigen radioactieve stoffen en toestellen, aangemerkt als een deskundige die is ingeschreven in een register als bedoeld in artikel 7, tweede lid.
**2.** Tot een bij regeling van Onze Ministers te bepalen datum wordt een opleiding, die overeenkomstig de Regeling erkenning opleidingen deskundigen radioactieve stoffen en toestellen zoals deze regeling luidde tot de datum van inwerkingtreding van dit besluit en de richtlijn van 20 november 1984 voor erkenning van opleidingen deskundigen radioactieve stoffen en toestellen is erkend, aangemerkt als een opleiding als bedoeld in het tweede lid.
**3.** Tot een bij regeling van Onze Ministers te bepalen datum wordt een opleiding, die overeenkomstig de Regeling erkenning opleidingen deskundigen radioactieve stoffen en toestellen zoals deze regeling luidde tot de datum van inwerkingtreding van dit besluit en de richtlijn van 20 november 1984 voor erkenning van opleidingen deskundigen radioactieve stoffen en toestellen is erkend, aangemerkt als een opleiding als bedoeld in het tweede lid.
**4.** Tot een bij ministeriële regeling te bepalen datum kunnen Onze Ministers en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een opleiding als bedoeld in het tweede lid erkennen.
**3.** Tot een bij ministeriële regeling te bepalen datum kunnen Onze Ministers en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een opleiding als bedoeld in het tweede lid erkennen.
### Artikel 133
@ -1918,164 +1914,4 @@ Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip,
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit stralingsbescherming.
## Bijlage 1. Vrijstellings- en vrijgavegrenzen
Bij het toepassen van tabel 1A is het volgende van belang:
1. Nucliden met het achtervoegsel «+» of «sec» in tabel 1 stellen moedernucliden voor, die in evenwicht zijn met hun dochternucliden zoals vermeld in aanhangsel A bij tabel 1. In dit geval hebben de in tabel 1 vermelde waarden alleen betrekking op het moedernuclide, maar zijn de dochternucliden die ingroeien daarin reeds verdisconteerd. Dat wil zeggen dat er bij evenwicht uitsluitend getoetst wordt aan de waarde voor het moedernuclide.
2. Tabel 1 geeft de waarden voor de activiteitsconcentraties en totale activiteit voor circa 800 verschillende radionucliden. Daarvan waren circa 400 radionucliden niet opgenomen in de richtlijn 96/29 of in de Mededelingen van de Commissie, maar zijn berekend door de National Radiological Protection Board (NRPB) uit het Verenigd Koninkrijk (UK) (NRPB-R306) en volledigheidshalve toegevoegd. Ook aanhangsel A bij tabel 1 is om die reden uitgebreid. De waarden voor de activiteitsconcentratie en de totale activiteit zijn evenzeer van kracht voor de toepassing van de artikelen 25, 26 en 37.
3. In bijlage 3 zijn enige natuurlijke radionucliden uit deze tabel genoemd die in Nederland bij de toetsing van natuurlijke bronnen vrijgesteld zijn van sommatie. Zij behoeven derhalve ook niet bepaald te worden.
4. Na de artikelsgewijze toelichting is een toelichting opgenomen waarin wordt ingegaan op de reden waarom de vrijstellingswaarden hetzelfde zijn als de vrijgave waarden.
5. Terwille van de leesbaarheid zijn de machten van de waarden in de tabel aangegeven met de notatie 1 E, dat wil zeggen dat bijvoorbeeld 10-4 en 104 vermeld staan als 1E-4 respectievelijk 1E+4.
6.Indien een radionuclide niet in tabel 1 is opgenomen, is dit radionuclide vrijgesteld van de meldings-of vergunningsplicht en ook van de in bijlage 3 gegeven gewogen sommatie van activiteiten, activiteitsconcentraties of enige andere grootheid als bedoeld in artikel 25, zevende lid.
## Bijlage 2. Definities van grootheden en eenheden
## Bijlage 3. Gewogen sommatie van activiteiten en activiteitsconcentraties
In deze bijlage wordt de methode gegeven waarmee activiteiten en activiteitsconcentraties gewogen moeten worden gesommeerd en getoetst conform artikel 25, derde lid en vierde lid.
Deze sommatie met betrekking tot de totale activiteit op enig moment aanwezig binnen een locatie dient op de volgende wijze te geschieden:
*[afbeelding]*
waarin:
*A*
_i is totale activiteit van radionuclide i, waarmee een handeling verricht wordt [Bq]
*A*
_v,i, is de vrijstellings- of vrijgavewaarde voor de totale activiteit voor radionuclide i [Bq]. Voor de waarden *A*_v dienen de tabellen 1 of 2 van bijlage 1 voor handelingen respectievelijk werkzaamheden gehanteerd te worden.
Met betrekking tot de activiteitsconcentratie, dienen de radioactieve stoffen die bij afzonderlijke handelingen betrokken zijn afzonderlijk in samenhang met hun totale activiteit bezien te worden.
Indien zowel de activiteitsconcentratie als de totale activiteit van een van die stoffen boven de vrijstellings- of vrijgave waarde uitkomt is er vergunningplicht (of bij werkzaamheden soms meldingsplicht).
De sommatie met betrekking tot de activiteitsconcentraties van verschillende radionucliden in één radioactieve stof, dient op de volgende wijze te geschieden:
*[afbeelding]*
waarin:
*C*
_i is activiteitsconcentratie van radionuclide i in een radioactieve stof [Bq.g^1]
*C*
_v,i is de vrijstellings- of vrijgavewaarde voor de activiteitsconcentratie voor radionuclide i [Bq.g^1].
Voor de waarden van C_v dienen de tabellen 1 voor handelingen respectievelijk werkzaamheden gehanteerd te worden.
De activiteitsconcentratie en daarmee ook de activiteit van vele natuurlijke radionucliden komen steeds in een vaste verhouding met die van andere radionucliden voor. Indien nu de berekende vrijstellingswaarde of vrijgavewaarde van een der radionucliden veel hoger is dan volgens deze vaste verhouding voor zou kunnen komen, is het niet nuttig om de activiteitsconcentratie van dat radionuclide vast te stellen of mee te nemen bij de sommatie.
Onze Ministers hebben daarom bepaald dat de totale activiteit, de activiteitsconcentratie of enige andere grootheid, bedoeld in artikel 25, zevende lid, van de radionucliden Th-234, U-234, U-235, Ra-223, Ra-224, Th-227 en Pa-231 niet bij de sommatie, bedoeld in artikel 25, derde en vierde lid, behoeven te worden meegenomen en derhalve ook niet behoeven te worden bepaald.
## Bijlage 4. Gegevens voor de bepaling van de effectieve volgdosis
Gegevens voor de bepaling van de effectieve volgdosis (E(τ)) na uitwendige bestraling of inname van een radioactieve stof met behulp van de tabellen in bijlage 3 van richtlijn 96/29 en in bijlage 2 van de Mededelingen van de Commissie betreffende de toepassing van richtlijn 96/29, van 23 februari 1998. De effectieve dosis ten gevolge van externe bestraling wordt bepaald met behulp van ICRP-publicatie 74 en ICRU-publicatie 57.
Tenzij anders aangegeven gelden de voorschriften ten aanzien van doses voor de som van de doses tengevolge van de uitwendige blootstelling over een bepaalde periode en van de volgdoses voor 50 jaar (voor kinderen tot de leeftijd van 70 jaar) ten gevolge van inname tijdens diezelfde periode. De betreffende periode is de periode die is aangegeven in de artikelen 9 en 13 van de richtlijn 96/29 in verband met de dosislimieten.
Over het algemeen wordt de effectieve dosis *E* die een individu van de leeftijdsgroep *g* ontvangt overeenkomstig onderstaande formule berekend:
*[afbeelding]*
waarin: *E***_extern de effectieve dosis is ten gevolge van externe blootstelling;
• *e(g)*_j,ing en *e(g)*_j,inh zijn de effectieve volgdoses per via ingestie of inhalatie ingenomen activiteit van radionuclide j voor leeftijdsgroep *g* (Sv Bq^ 1); Deze zijn gegeven in de tabellen onder punt D van deze bijlage.
• *A*_j,ing en *A*_j,inh zijn de binnengekregen activiteit via ingestie, respectievelijk inhalatie van het radionuclide j (Bq).
In **tabel 4.1 en 4.2** wordt aangegeven wat de effectieve volgdosis per via ingestie en inhalatie ingenomen activiteit (Bq) radionuclide is voor leden van de bevolking in verschillende leeftijdsklassen. Omdat in tabel 5 alleen gegevens voor volwassen werknemers worden gegeven, kan kolom 1217a ook worden gebruikt voor het bepalen van de dosis voor leerlingen en studerenden van 16 en 17 jaar. Hierbij kan het nuttig zijn om in sommige situaties na te gaan of de voor de leden van de bevolking gehanteerde standaardparameters toepasselijk zijn voor de fysische en chemische vormen waarin de radionucliden op het werk voorkomen. De dochternucliden van radon (Rn-222) en thoron (Rn 220) blijven daarbij buiten beschouwing.
Wat betreft blootstelling van leden van de bevolking zijn in tabel 4.1 voor ingestie de waarden verwerkt die overeenkomen met de verschillende factoren f_1 voor opname via de darmwand bij zuigelingen en ouderen. Wat betreft blootstelling van leden van de bevolking zijn in tabel 4.2 voor inhalatie de waarden verwerkt voor de verschillende soorten longretentie, met passende waarden f_1 voor dat gedeelte van de inname dat wordt afgevoerd via het maag-darmkanaal. Indien informatie over deze waarden beschikbaar is, wordt de passende waarde gehanteerd; zo niet dan wordt de meest restrictieve waarde aangehouden. De longabsorptietypen hiervoor zijn gegeven in **tabel 4.3**.
In **tabel 5** wordt aangegeven wat de effectieve volgdosis per via ingestie en inhalatie ingenomen Bq radionuclide is voor blootgestelde werknemers en voor leerlingen en studerenden van 18 jaar en ouder; de dochternucliden van radon en thoron blijven daarbij buiten beschouwing. In **tabel 6** is die gegeven voor oplosbare of reactieve gassen en dampen en in **tabel 7** voor edelgassen.
Wat beroepsblootstelling betreft zijn in tabel 5 de waarden voor ingestie verwerkt die overeenkomen met de verschillende factoren f_1 voor opname via de darmwand alsmede de waarden voor inhalatie voor de verschillende soorten longretentie, met passende waarden f_1 voor dat gedeelte van de inname dat wordt afgevoerd via het maag-darmkanaal.
In **tabel 8** staan de factoren f_1 voor opname via de darmwand per element en verbinding daarvan voor werknemers en leden van de bevolking bij opname via ingestie. In **tabel 9** staan de longabsorptietypen en de factoren f_1 voor opname via de darmwand per element en per verbinding daarvan voor blootgestelde werknemers, leerlingen en studerenden van 18 jaar en ouder en leden van de bevolking bij inname via inhalatie.
Voor leden van de bevolking dient bij de longabsorptietypen en de factoren f_1 voor opname via de darmwand aan de hand van de beschikbare internationale richtsnoeren rekening te worden gehouden met de chemische vorm van het element. In het algemeen dient bij ontbreken van informatie over deze parameters de meest conservatieve waarde te worden gehanteerd.
Voor dochternucliden van radon (Rn-222) en thoron (Rn-220) gelden de volgende conventionele omrekeningsfactoren, effectieve dosis per eenheid potentiële blootstelling aan alfa-energie (Sv per Jhm^ 3):
Potentiële alfa-energie (van dochternucliden van radon en thoron) is de uiteindelijk afgegeven totale energie tijdens het verval van dochternucliden van radon en thoron in de gehele vervalcyclus tot, maar niet met inbegrip van ^210Pb voor dochternucliden van ^222Rn en tot stabiel ^208Pb voor dochternucliden van ^220Rn. De eenheid is J (joule). Voor blootstelling aan een gegeven concentratie gedurende een gegeven tijd is de eenheid Jhm^3.
Overgenomen uit bijlage III van richtlijn 96/29 en de Mededeling van de Commissie der EG, 23 februari 1998, PbEG 1998, C 133.
Tabel nummers:
4.1 Ingestiedosiscoëfficiënten voor leden van de bevolking.
4.2 Inhalatiedosiscoëfficiënten voor leden van de bevolking.
4.3 Longabsorptietypen, gebruikt voor de berekening van de inhalatiedosiscoëfficiënt voor aan deeltjesaerosols of gassen en dampen blootgestelde leden van de bevolking.
5 Inhalatie- en ingestiedosiscoëfficiënten voor werknemers.
6 Effectieve volgdosis coëfficiënten voor oplosbare of reactieve gassen en dampen.
7 Effectieve dosis ten gevolge van blootstelling van volwassenen aan edelgassen
8 Waarden voor f_1 voor de berekening van ingestiedosiscoëfficiënten.
9 Longabsorptietypen en f_1-waarden voor de scheikundige vormen van de elementen voor de berekening van inhalatiedosiscoëfficiënten.
^1 De waarde van f_1 voor 15-jarigen is 0,4.
^2 De waarden van f_1 voor 1 tot 15-jarigen is 0,2.
^3 De waarden van f_1 voor 1 tot 15-jarigen is 0,3.
^1 Type F duidt snelle eliminatie uit de long aan (Fast)
Type M duidt matig snelle eliminatie uit de long aan (Moderate)
Type S duidt langzame eliminatie uit de long aan (Slow).
^2 De waarde van f_1 voor 1 tot 15-jarigen is 0,4.
^3 De waarde van f_1 voor 1 tot 15-jarigen is 0,2.
^4 De waarde van f_1 voor 1 tot 15-jarigen is 0,3.
^1 Deeltjes: Snel (Fast F), Matig snel (Moderate M) en Langzaam (Slow S); Gassen en dampen (G).
Aanbevolen default absorptietype voor deeltjesaerosolen wanneer er geen specifieke informatie beschikbaar is (zie ICRP publikatie nr 71).
^1 Type F duidt snelle eliminatie uit de long aan.
Type M duidt matig snelle eliminatie uit de long aan.
Type S duidt langzame eliminatie uit de long aan.
^2 OGT: Organisch gebonden tritium.
Effectieve volgdosis e(g) per via inhalatie opgenomen eenheid van inname (Sv Bq^ 1) voor oplosbare of reactieve gassen en dampen
^1Erg snelle resorptie.
^2 Voor absorptie van nikkel carbonyl zie paragraaf 5.6 van ICRP publikation nr 71.
^3 Voor kwik gas geldt: Depositie 10% : 20% : 40% (bronchiaal : bronchiolair : alveolair-interstitieel); 1,7 dag retentie halveringstijd (ICRP Publikation nr 68).
## Bijlage 5. , behorende bij
## Bijlage . Definities van grootheden en eenheden