2004-12-29 | BWBR0003833 | Besluit trekkende bevolking WPO

This commit is contained in:
Coornhert 2004-12-29 12:00:00 +00:00
parent 0657f7ac6b
commit 3fbcd83cca

View file

@ -369,9 +369,9 @@ Onze Minister verstrekt maandelijks voorschotten op de vergoeding en bepaalt de
### Artikel C 1
**1.** Het onderwijs aan varende kinderen wordt verzorgd door een school voor ligplaatsonderwijs.
**1.** Het onderwijs aan varende kinderen wordt verzorgd door de school voor varende kinderen.
**2.** Een school kan een of meer nevenvestigingen in stand houden waar onderwijs wordt gegeven.
**2.** Het bevoegd gezag van de school voor varende kinderen houdt een hoofdvestiging in stand en kan in een of meer andere gemeenten een vestiging in stand houden waar onderwijs aan varende kinderen wordt verzorgd.
### Afdeling 2. Onderwijs
@ -393,14 +393,14 @@ Vervallen
Het onderwijs aan varende kinderen wordt verzorgd:
a. in onderwijsruimten op plaatsen waar een school of een nevenvestiging van een school in stand wordt gehouden;
b. aan boord, door middel van :
a. in onderwijsruimten op plaatsen waar de school voor varende kinderen of een vestiging van deze school in stand wordt gehouden;
b. aan boord, door middel van:
1 ^e boordbezoek,
2 ^e afstandsonderwijs door middel van vormen van telecommunicatie, dan wel
3 ^e speelwerkpakketten
**3.** Een leerling is gehouden het onderwijs, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, te volgen indien de afstand tussen de ligplaats van het schip waar de leerling aan boord woont en de school of een nevenvestiging minder bedraagt dan 5 kilometer, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg.
**3.** Een leerling is gehouden het onderwijs, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, te volgen indien de afstand tussen de ligplaats van het schip waar de leerling aan boord woont en de school voor varende kinderen of een vestiging van deze school minder bedraagt dan 5 kilometer, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg.
### Artikel C 4
@ -426,285 +426,89 @@ Vervallen
### Artikel C 9
**1.** Een kind kan als leerling tot de school voor ligplaatsonderwijs worden toegelaten indien het de leeftijd van 3,5 jaar heeft bereikt.
**1.** Een kind kan als leerling tot de school voor varende kinderen worden toegelaten indien het de leeftijd van 3,5 jaar heeft bereikt.
**2.** Een leerling verlaat de school voor ligplaatsonderwijs in elk geval na afloop van het schooljaar waarin deze de leeftijd van 7 jaar heeft bereikt.
**2.** Een leerling verlaat de school voor varende kinderen in elk geval na afloop van het schooljaar waarin deze de leeftijd van 7 jaar heeft bereikt.
### Afdeling 4. Overige bepalingen
### Artikel C 9a
Vervallen
### Artikel
Vervallen
### Afdeling 5. Bekostiging
### Afdeling 4. Bekostiging
#### Paragraaf 1. Algemeen
### Artikel C 10
De artikelen 6, 7, 8, 9 en 10, vierde lid, van het Bekostigingsbesluit WPO zijn van overeenkomstige toepassing.
#### Paragraaf 2. Formatie personeel
### Artikel C 11
De artikelen 1, 2, 3, 4, 6, 7, 8 en 9 van het Bekostigingsbesluit WPO zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat ten aanzien van artikel 7, eerste lid, onder b, de bepaling inzake de termijn van 6 maanden buiten toepassing blijft.
**1.** De formatie wordt toegekend in formatierekeneenheden.
### Artikel
**2.** Grondslag voor de berekening van de formatie voor een schooljaar is een vaste voet en het aantal leerlingen, bedoeld in artikel C 2, dat op de teldatum 1 oktober van het voorafgaande schooljaar, aan de school voor varende kinderen is ingeschreven. De formatie wordt berekend door het aantal leerlingen op de teldatum te vermenigvuldigen met een aantal formatierekeneenheden dat jaarlijks voorafgaand aan het schooljaar schriftelijk wordt bekend gemaakt en te verhogen met de vaste voet. De uitkomst wordt rekenkundig afgerond op een heel getal.
Vervallen
**3.** Het bevoegd gezag van de school voor varende kinderen zendt de telling van het aantal leerlingen, bedoeld in het tweede lid, voor 15 oktober van het desbetreffende jaar aan Onze Minister.
#### Paragraaf 2. Aanvang van de bekostiging
**4.** Onze Minister kan op verzoek van het bevoegd gezag op grond van bijzondere omstandigheden meer formatie toekennen dan op grond van het tweede lid wordt vastgesteld.
### Artikel C 12
De totale omvang van de formatie die voor de school voor varende kinderen wordt vastgesteld, is het formatiebudget. Het formatiebudget bedraagt de som van de aantallen formatierekeneenheden, berekend op grond van artikel C 11.
#### Paragraaf 3. Wijze van bekostiging
### Artikel C 13
**1.** Het bevoegd gezag kan Onze Minister verzoeken de school voor bekostiging in aanmerking te brengen. De bekostiging kan slechts aanvangen per 1 augustus van een schooljaar.
**1.** Het Rijk bekostigt ten behoeve van elk kalenderjaar de uitgaven voor voorzieningen in de huisvesting en voor de materiële instandhouding.
**2.** Het verzoek gaat vergezeld van een opgave van het verwachte aantal leerlingen en de voorgestelde datum van aanvang van de bekostiging. Voorts vermeldt het bevoegd gezag van een bijzondere school naam en adres van het bevoegd gezag en de richting van de school.
**2.** De bekostiging van voorzieningen in de huisvesting en voor de materiële instandhouding ten behoeve van een kalenderjaar, bestaat uit een vast bedrag, verhoogd met een bedrag voor elke leerling, bedoeld in artikel C 11, tweede lid.
**3.** Onze Minister willigt het verzoek in elk geval in, indien op grond van de bij het verzoek overgelegde gegevens aannemelijk is dat de school zal worden bezocht door ten minste 20 leerlingen.
**4.** Onze Minister besluit binnen 3 maanden na ontvangst van het verzoek. Indien Onze Minister niet binnen 3 maanden heeft besloten, is het verzoek ingewilligd.
#### Paragraaf 3. Voorziening in de huisvesting
**3.** De bekostiging, bedoeld in het tweede lid, wordt jaarlijks aangepast overeenkomstig de prijsmutatie van de netto materiële consumptie, zoals opgenomen in de Macro Economische Verkenning, die naar verwachting zal optreden tussen het prijsniveau in het kalenderjaar waarvoor de bekostiging wordt vastgesteld en het prijsniveau in het daaraan voorafgaande jaar.
### Artikel C 14
**1.** Het bevoegd gezag dat een voorziening in de huisvesting voor een school gehuisvest in een gebouw wenst met inbegrip van de eerste inrichting, dient een daartoe strekkende aanvraag in bij Onze Minister. Het bevoegd gezag vermeldt de reden voor en de omvang van de voorziening.
**2.** Onder een voorziening in de huisvesting wordt verstaan een voorziening als bedoeld in artikel 92, eerste lid, van de wet.
**3.** Artikel 3 van het Uitvoeringsbesluit voorzieningen in de huisvesting PO/VO is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel C 14a
**1.**
Onze Minister weigert inwilliging van het in artikel C 14, eerste lid, bedoelde verzoek, in voorkomende gevallen na overleg met de desbetreffende gemeente, indien hij van oordeel is dat:
a. de gewenste voorziening geen voorziening is in de zin van artikel 92 van de wet,
b. de gewenste voorziening niet gerechtvaardigd is op grond van de aard en de omvang van de voorzieningen waarover de school reeds beschikt, voor zover deze uit de openbare kas zijn bekostigd,
c. de gewenste voorziening niet gerechtvaardigd is op grond van de te verwachten ontwikkeling van het aantal leerlingen of onderwijskundige ontwikkelingen,
d. op andere wijze dan is gevraagd redelijkerwijs in de behoefte aan huisvesting van de school kan worden voorzien, of
e. de gewenste voorziening op grond van de hem ten dienste staande gegevens niet noodzakelijk is.
**2.** Een voorziening in de huisvesting kan tevens worden geweigerd, indien de voorziening als gevolg van het verwijtbaar nalaten van noodzakelijk onderhoud in een slechte bouwkundige staat verkeert of indien de voorziening nodig is voor herstel van schade die is veroorzaakt door schuld of toedoen van het bevoegd gezag.
**3.** Alvorens Onze Minister een besluit neemt dat afwijkt van hetgeen in het verzoek is aangegeven, pleegt hij overleg met het bevoegd gezag.
**4.** Artikel C 13, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel C 14b
Artikel 106 van de wet is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor vervreemding of bezwaring toestemming van Onze Minister is vereist.
#### Paragraaf 3A. Materiële instandhouding van een school gehuisvest in een gebouw.
Artikel 15, eerste tot en met vierde lid, met uitzondering van onderdeel b van het eerste lid, en het zesde lid, van het Bekostigingsbesluit WPO zijn van overeenkomstige toepassing op de bekostiging van voorzieningen in de huisvesting en voor de materiële instandhouding.
### Artikel C 15
**1.** Indien de school is gehuisvest in een gebouw zijn de artikelen 113, 114, 116, 119, 134, eerste, derde, zevende en achtste lid, en 135 van de wet van overeenkomstige toepassing.
**2.**
Onze Minister stelt jaarlijks de vergoeding vast per school voor de kosten van:
a. het noodzakelijk vervoer van de leerlingen ten behoeve van het schoolbezoek;
b. het zwemonderwijs en het daaraan verbonden noodzakelijke vervoer van de leerlingen;
c. de vergoeding van de belastingen ter zake van onroerende zaken.
### Artikel C 15a
De grondslag voor de vergoeding van de in artikel C 15 bedoelde kosten zijn:
a. het normatief bepaalde aantal te huisvesten groepen leerlingen dat gelijk wordt gesteld aan het aantal formatieplaatsen berekend overeenkomstig artikel C 15f, met dien verstande dat wordt gerekend met het aantal leerlingen bepaald overeenkomstig onderdeel b, en
b. het rekenkundig afgeronde gemiddelde van de hoogste dagtellingen van het aantal leerlingen van de maand september van het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarover de vergoeding plaatsvindt tot en metde maand april van het jaar voorafgaande aan het jaar waarover de vergoeding plaatsvindt.
#### Paragraaf 4. Voorziening in de huisvesting en materiële instandhouding van een school gehuisvest op een vaartuig
### Artikel C 15a.1
**1.** Een school gehuisvest op een vaartuig ontvangt jaarlijks van het Rijk een vergoeding bestemd voor voorzieningen in de huisvesting en voor de materiële instandhouding.
**2.** De in het eerste lid bedoelde vergoeding voor een kalenderjaar wordt vastgesteld per formatieplaats, berekend overeenkomstig artikel C 15f, waarbij aan de eerste formatiepats f 50 000, wordt toegekend en aan elke volgende formatieplaats f 30 000,. Bij de berekening van het aantal formatieplaatsen op grond van de eerste volzin wordt uitgegaan van het rekenkundig afgeronde gemiddelde van de hoogste dagtellingen van het aantal leerlingen van de maand september van het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarover de vergoeding plaatsvindt, tot en met de maand april van het jaar voorafgaande aan het jaar waarover de vergoeding plaatsvindt.
**3.** De in het tweede lid bedoelde vergoeding wordt jaarlijks aangepast overeenkomstig de prijsmutatie van de netto materiële consumptie, zoals opgenomen in de Macro Economische Verkenning, die naar verwachting zal optreden tussen het prijsniveau in het kalenderjaar waarvoor de vergoeding wordt vastgesteld en het prijsniveau in het daaraan voorafgaande jaar.
**4.** Artikel C 14b is van overeenkomstige toepassing.
**5.** Artikel C 15, tweede lid, onderdelen a en b, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de vaststelling geschiedt op basis van het rekenkundig afgeronde gemiddelde van de hoogste dagtellingen van het aantal leerlingen van de maand september van het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarover de vergoeding plaatsvindt tot en met de maand april van het jaar voorafgaande aan het jaar waarover de vergoeding plaatsvindt.
#### Paragraaf 4A. Formatie personeel
### Artikel C 15b
**1.**
De formatie voor een school omvat de formatie
a. voor de vervulling van de reguliere taken van de school, en
b. voor speciale doeleinden.
De formatie, bedoeld in onderdeel *a*, is redelijkerwijs voldoende voor het leiden en beheren van de school, voor het geven van onderwijs aan de school en voor de overige werkzaamheden die verband houden met het onderwijs aan de school.
**2.** Onze Minister kan op verzoek van het bevoegd gezag op grond van bijzondere omstandigheden meer formatie toekennen aan een school dan op grond van het eerste lid juncto de artikelen C 15*c* tot en met C 15*m* wordt vastgesteld.
### Artikel C 15c
**1.** De totale omvang van de formatie, bedoeld in artikel C 15*b*, die voor een school wordt vastgesteld, is het formatiebudget. Indien op grond van artikel C 15j kan worden voorzien in formatie voor speciale doeleinden, maakt deze formatie uitsluitend deel uit van het formatiebudget indien de desbetreffende formatierekeneenheden worden besteed voor die speciale doeleinden. Het formatiebudget wordt in de vorm van formatierekeneenheden aan het bevoegd gezag van een school toegekend.
**2.** De omvang van het formatiebudget wordt bepaald door de som van de aantallen formatierekeneenheden zoals voor de school berekend op grond van de artikelen C 15*e* tot en met C 15*m*.
### Artikel C 15d
De formatie voor de vervulling van reguliere taken van de school, bedoeld in artikel C 15*b*, eerste lid onderdeel *a*, bestaat uit:
a. de normatieve formatie,
b. een opslag in verband met formatieve fricties,
c. een opslag vanwege herbezetting in verband met arbeidsduurverkorting,
d. een opslag vanwege herbezetting in verband met toepassing regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen, en
e. een opslag ten behoeve van schoolspecifiek formatie- en personeelsbeleid voor de schooljaren 1993-1994 en 1994-1995.
### Artikel C 15e
De normatieve formatie van een school, bedoeld in artikel C 15*d* onderdeel *a*, omvat de basisformatie en de formatie voor de schoolleiding.
### Artikel C 15f
De basisformatie wordt berekend op 1 formatieplaats ingeval het aantal leerlingen 16 of minder bedraagt. Tot en met telkens 16 leerlingen boven het aantal van 16 wordt de basisformatie met 1 formatieplaats verhoogd.
### Artikel C 15g
De formatie voor de schoolleiding wordt uitgedrukt in formatierekeneenheden. De berekening van de formatie vindt plaats aan de hand van onderstaand schema:
### Artikel C 15h
De opslag in verband met rechtspositionele aanspraken van personeel bij vermindering van de formatie bedraagt 12 formatierekeneenheden.
### Artikel C 15i
**1.** De aantallen formatierekeneenheden, berekend op grond van artikel C 15m, worden verhoogd met 8,11% vanwege herbezetting in verband met arbeidsduurverkorting. De uitkomst wordt afgerond op een geheel getal. Bij de afronding worden de decimalen verwaarloosd indien het eerste cijfer achter de komma kleiner is dan 5, en worden de decimalen verwaarloosd en het getal verhoogd met 1 indien het eerste cijfer achter de komma gelijk is aan of groter is dan 5.
**2.** Het aantal formatierekeneenheden, berekend op grond van artikel C 15m en verhoogd op grond van het eerste lid, wordt tevens verhoogd met het aantal formatierekeneenheden dat behoort bij het gedeelte van de betrekkingsomvang dat kan worden herbezet in verband met toepassing van de regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen, bedoeld in titel 16 van hoofdstuk 1 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC. Het eerste lid, tweede en derde volzin, is van toepassing.
### Artikel C 15i.1
Vervallen
### Artikel C 15i.2
Vervallen
### Artikel C 15i.3
Vervallen
### Artikel C 15j
De formatie voor speciale doeleinden, bedoeld in artikel C 15*b*, eerste lid onderdeel *b*, omvat de formatie voor personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en innovatie.
### Artikel C 15k
Vervallen
### Artikel C 15k.1
**1.**
De formatie voor personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en innovatie wordt vastgesteld door het aantal formatierekeneenheden, berekend op grond van artikel C 15f, te vermenigvuldigen:
a. met 2,7% indien het aantal formatieplaatsen op de school, berekend op grond van artikel C 15f, op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar kleiner is dan 7,4; of
b. met 5,0% indien het aantal formatieplaatsen op de school, berekend op grond van artikel C 15f, op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar gelijk is aan of groter is dan 7,4.
**2.** De uitkomst van de berekening op grond van het eerste lid wordt vervolgens afgerond op een geheel getal. Bij de afronding worden de decimalen verwaarloosd indien het eerste cijfer achter de komma kleiner is dan 5, en worden de decimalen verwaarloosd en het getal verhoogd met 1 indien het eerste cijfer achter de komma gelijk is aan of groter is dan 5.
### Artikel C 15l
**1.** Grondslag voor de berekening van het aantal leerlingen, bedoeld in de artikelen C15f en C15g, is het gemiddelde van de hoogste dagtellingen van de maanden september tot en met april van het voorafgaande schooljaar.
**2.** Voor het schooljaar waarin een nieuwe school wordt geopend, geldt het gemiddeld aantal leerlingen van de hoogste dagtellingen van de maanden september tot en met november volgend op de aanvang van de bekostiging.
### Artikel C 15m
**1.** Voor de omrekening in formatierekeneenheden wordt het aantal formatieplaatsen vermenigvuldigd met 179.
**2.** De berekening, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats op 4 decimalen nauwkeurig. De uitkomst van de som van het aantal formatierekeneenheden, berekend op grond van het eerste lid, wordt afgerond op een geheel getal. Bij de afronding worden de decimalen verwaarloosd indien het eerste cijfer achter de komma kleiner is dan 5, en worden de decimalen verwaarloosd en het getal verhoogd met 1 indien het eerste cijfer achter de komma gelijk is aan of groter is dan 5.
#### Paragraaf 5. Wijze van bekostiging
Artikel 13, eerste en derde lid, van het Bekostigingsbesluit WPO is van overeenkomstige toepassing op de bekostiging van voorzieningen in de huisvesting en voor de materiële instandhouding.
### Artikel C 16
Het Rijk vergoedt aan het bevoegd gezag van een school gehuisvest in een gebouw de kosten van de voorzieningen bedoeld in artikel C 14.
**1.**
### Artikel C 16a
Met inachtneming van de artikelen C 11 en C 12 bekostigt het Rijk:
Artikel 15 van het Bekostigingsbesluit WPO is van overeenkomstige toepassing op de vergoeding voor de huisvesting en de materiële instandhouding van een school, gehuisvest in een gebouw of op een vaartuig.
a. de uitgaven van het personeel dat is aangesteld ten laste van het formatiebudget,
b. de geldswaarde van niet verbruikte formatierekeneenheden, en
c. de vergoedingen, bedoeld in artikel 126 van de wet.
### Artikel C 16b
**2.** Artikel 137, tweede en derde lid, van de wet voor wat betreft artikel 123, tweede lid, onder c, van de wet, alsmede artikel 30 van het Bekostigingsbesluit WPO zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 13, eerste en derde lid, van het Bekostigingsbesluit WPO is van overeenkomstige toepassing op de vergoeding voor de materiële instandhouding van een school, gehuisvest in een gebouw en op de vergoeding voor de huisvesting en de materiële instandhouding van een school, gehuisvest op een vaartuig.
### Artikel C 17
### Artikel C 16c
De artikelen 140 tot en met 147 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
Vervallen
### Artikel C 16d
Vervallen
### Artikel
Vervallen
a. in artikel 142, tweede en derde lid, «nevenvestiging» wordt gelezen als: vestiging, bedoeld in artikel C 1, tweede lid, van het Besluit trekkende bevolking WPO;
b. in artikel 144, eerste lid onder d1e, «artikel 137, derde lid» wordt gelezen als: artikel C 16, eerste lid onder a, van het Besluit trekkende bevolking WPO, en
c. in artikel 144, eerste lid onder d2e, «artikel 137, eerste lid onder b» wordt gelezen als: artikel C 16, eerste lid onder b, van het Besluit trekkende bevolking WPO.
### Artikel C 18
**1.**
**1.** De bekostiging, bedoeld in artikel C 16, eerste lid, onder a, wordt besteed aan de kosten van het personeel dat is aangesteld ten laste van het formatiebudget.
Met inachtneming van de artikelen C 15*b* tot en met C 15*m* van dit besluit vergoedt het Rijk aan het bevoegd gezag van de openbare en bijzondere scholen:
a. de uitgaven voor het personeel dat is aangesteld ten laste van het formatiebudget, en
b. de geldswaarde van niet verbruikte formatierekeneenheden, en
c. de bekostiging, bedoeld in artikel 126 van de wet.
**2.** Artikel 137, tweede en derde lid, van de wet alsmede artikel 30 van het Bekostigingsbesluit WPO zijn van overeenkomstige toepassing.
### Artikel C 18a
De artikelen 140 tot en met 147 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:
a. in artikel 144, eerste lid onderdeel d 1° van de wet “artikel 137, derde lid" wordt gelezen als artikel C18, eerste lid, onderdeel a van het Besluit trekkende bevolking WPO, en
b. in artikel 144, eerste lid onderdeel d 2° van de wet "artikel 104, eerste lid onder *b*" wordt gelezen als artikel C18, eerste lid, onderdeel b van het Besluit trekkende bevolking WPO.
### Artikel C 18b
**1.** De vergoeding, bedoeld in artikel C 18, eerste lid onderdeel *a*, wordt besteed aan de kosten van het personeel dat is aangesteld ten laste van het formatiebudget.
**2.** De vergoeding, bedoeld in artikel C 18, eerste lid onderdeel *b*, wordt besteed aan personele uitgaven.
**2.** De bekostiging, bedoeld in artikel C 16, eerste lid, onder b, wordt besteed aan personele uitgaven.
**3.** Artikel 150 van de wet is van overeenkomstige toepassing.
#### Paragraaf 6. Beëindiging van de bekostiging
### Artikel C 19
**1.** De bekostiging van een bijzondere school wordt beëindigd aan het einde van het tweede schooljaar volgend op het schooljaar waarin het gemiddelde van de hoogste dagtellingen van de maanden september tot en met april minder heeft bedragen dan 10.
Indien een andere school voor basisonderwijs tijdelijk het onderwijs verzorgt aan een of meer leerlingen die zijn ingeschreven bij de school voor varende kinderen, ontvangt die andere school voor basisonderwijs ondersteuning door de school voor varende kinderen en kan die andere school voor basisonderwijs een vergoeding ontvangen volgens een regeling die het bevoegd gezag van de school voor varende kinderen met het bevoegd gezag van die andere school voor basisonderwijs overeenkomt.
**2.** De bekostiging van een bijzondere school wordt niet beëindigd binnen de eerste 5 jaren van bekostiging van de school.
#### Paragraaf 4. Beëindiging van de bekostiging
### Artikel C 20
**1.** De gemeenteraad besluit tot opheffing van een openbare school aan het einde van het tweede schooljaar volgend op het schooljaar waarin het gemiddelde van de hoogste dagtellingen van de maanden september tot en met april minder heeft bedragen dan 10.
**2.** Een openbare school wordt niet opgeheven binnen de eerste 5 jaren van bekostiging van de school.
### Artikel C 21
**1.** Indien gebouwen, terreinen of roerende zaken van scholen, ten behoeve waarvan een vergoeding is genoten, geheel of gedeeltelijk aan hun bestemming worden onttrokken of met toestemming van Onze Minister worden vervreemd, anders dan bedoeld in artikel 56 van de wet, dan wel indien de bekostiging wordt beëindigd, is het bevoegd gezag aan het Rijk een bedrag verschuldigd. Het bevoegd gezag kan, buiten het geval van vervreemding, in plaats van betaling van dit bedrag de eigendom van die gebouwen, terreinen of roerende zaken, binnen 4 maanden aan het Rijk overdragen.
**2.** Onze Minister stelt na overleg met het bevoegd gezag het bedrag bedoeld in het eerste lid, vast op de grondslag van de waarde van de gebouwen, terreinen of roerende zaken en de door het bevoegd gezag daarvoor ontvangen vergoedingen en uit eigen middelen bestede gelden.
### Artikel C 21a
**1.** Indien vaartuigen of andere roerende zaken van scholen, ten behoeve waarvan een vergoeding is genoten, geheel of gedeeltelijk aan hun bestemming worden onttrokken of met toestemming van Onze Minister worden vervreemd, anders dan bedoeld in artikel 56 van de wet, dan wel indien de bekostiging wordt beëindigd, is het bevoegd gezag aan het Rijk een bedrag verschuldigd. Indien het andere roerende zaken betreft, kan het bevoegd gezag buiten het geval van vervreemding in plaats van betaling binnen 4 maanden de eigendom van die roerende zaken aan het Rijk overdragen.
**2.** Onze Minister stelt na overleg met het bevoegd gezag het bedrag bedoeld in het eerste lid, vast op de grondslag van de waarde van de vaartuigen of andere roerende zaken en de door het bevoegd gezag daarvoor ontvangen vergoedingen en uit eigen middelen bestede gelden.
De bekostiging van de school voor varende kinderen wordt beëindigd indien het aantal ingeschreven leerlingen in het eerste en derde schooljaar van 3 achtereenvolgende schooljaren telkens minder heeft bedragen dan 50.
## Titel D