2018-07-01 | BWBR0040728 | Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken
This commit is contained in:
parent
00cc2db575
commit
3feadd654f
1 changed files with 55 additions and 24 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwer
|
|||
bwb_id: BWBR0040728
|
||||
type: wet
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2018-03-31'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2018-04-11'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0040728
|
||||
citeertitel: Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -14,15 +14,13 @@ citeertitel: Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en
|
|||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *aanbieder:* een aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet;
|
||||
- *beheerder:* degene die als natuurlijk persoon handelende in de uitoefening van een beroep of een bedrijf dan wel als rechtspersoon een net beheert;
|
||||
- *beheerpolygoon:* de weergave door een beheerder respectievelijk door een netwerkexploitant van een aaneengesloten gebied, waarbinnen een beheerder een of meer netten beheert, respectievelijk een netwerkexploitant fysieke infrastructuur beheert;
|
||||
- *civiele werken:* civiele werken als bedoeld in artikel 5a.1 van de Telecommunicatiewet;
|
||||
- *coördinatie:*coördinatie van civiele werken als bedoeld in artikel 5 van richtlijn nr. 2014/61/EU;
|
||||
- *coördinatie:*coördinatie van civiele werken als bedoeld in artikel 5 van richtlijn nr. 2014/61/EU;
|
||||
- *Dienst:* de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, bedoeld in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster;
|
||||
- *fysieke infrastructuur:* fysieke infrastructuur als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet;
|
||||
- *gebiedsinformatie:* het geheel van informatie dat door beheerders of netwerkexploitanten, ingevolge de artikelen 11, eerste lid, en 12, eerste lid en tweede lid, onderdeel a, aan de Dienst is verstrekt over de betrokken oriëntatiepolygoon dan wel graafpolygoon;
|
||||
|
|
@ -45,9 +43,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
- *oriëntatieverzoek:* het verzoek aan de Dienst om gebiedsinformatie, bedoeld in artikel 7, eerste tot en met derde lid;
|
||||
- *registratiemelding:* de melding van de beheerder of een netwerkexploitant, bedoeld in artikel 6, tweede of derde lid;
|
||||
- *richtlijn nr. 2014/61/EU:*
|
||||
richtlijn nr. 2014/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 mei 2014 inzake maatregelen ter verlaging van kosten van de aanleg van elektronischecommunicatienetwerken met hoge snelheid (PbEU 2014 L 155).
|
||||
|
||||
**2.** Onder net als bedoeld in het eerste lid, wordt niet begrepen de niet met andere kabels of leidingen samengebonden delen van kabels of leidingen die een verbinding vormen tussen een net dat naar zijn aard voor aansluiting van huishoudens wordt opengesteld, en één onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdeel a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken.
|
||||
richtlijn nr. 2014/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 mei 2014 inzake maatregelen ter verlaging van kosten van de aanleg van elektronischecommunicatienetwerken met hoge snelheid (PbEU 2014 L 155).
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Preventie van graafschade
|
||||
|
||||
|
|
@ -97,11 +93,15 @@ a. opdrachtgevers en grondroerders ten behoeve van het voorbereiden van graafwer
|
|||
b. aanbieders ten behoeve van de voorbereiding van een verzoek tot medegebruik of coördinatie;
|
||||
c. bestuursorganen voor zover deze gebiedsinformatie noodzakelijk is voor de uitvoering van hun taak.
|
||||
|
||||
### Artikel 5a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De Dienst registreert de beheerpolygonen ten behoeve van de informatie-uitwisseling over:
|
||||
De Dienst registreert de beheerpolygonen en de beheerders ten behoeve van de informatie-uitwisseling over:
|
||||
|
||||
a. ondergrondse netten;
|
||||
b. fysieke infrastructuur van netwerkexploitanten;
|
||||
|
|
@ -123,6 +123,8 @@ Het tweede lid is tevens van toepassing op een netwerkexploitant die fysieke inf
|
|||
a. reeds heeft voldaan aan de verplichtingen in het tweede lid, onderdelen a en b, of
|
||||
b. uitsluitend antenne-opstelpunten beheert en diegene de informatie als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdelen a tot en met c, omtrent die antenne-opstelpunten middels het antenneregister toegankelijk heeft gemaakt.
|
||||
|
||||
**4.** Indien sprake is van overdracht van een net of een deel van dat net, doen de oude en de nieuwe beheerder gezamenlijk melding van de wijziging, bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Informatie-uitwisseling ten behoeve van graafwerkzaamheden, of ten behoeve van medegebruik of coördinatie als bedoeld in
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
|
@ -152,7 +154,7 @@ b. coördinatie.
|
|||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bepaalde categorieën grondroerders worden aangewezen die zijn vrijgesteld van de verplichting om een graafmelding te doen voor zover zij graafwerkzaamheden verrichten in grond die in eigendom of in beheer is van de grondroerder en die graafwerkzaamheden niet dieper gaan dan 50 cm onder het maaiveld.
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bepaalde categorieën grondroerders worden aangewezen die zijn vrijgesteld van de verplichting om een graafmelding te doen voor zover zij graafwerkzaamheden verrichten in grond die in eigendom of in beheer is van de grondroerder en die graafwerkzaamheden niet dieper gaan dan 50 cm onder het maaiveld.
|
||||
|
||||
**2.** Vrijstelling laat de op de grondroerder rustende zorgplichten, bedoeld in artikel 2, eerste, tweede en derde lid, onderdeel b, onverlet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -178,7 +180,7 @@ Onverwijld doch uiterlijk binnen één werkdag na verzending van een graafberich
|
|||
|
||||
a. de liggingsgegevens;
|
||||
b. de relevante eigenschappen van zijn net;
|
||||
c. in voorkomend geval welke voorzorgsmaatregelen als bedoeld in artikel 15, eerste of tweede lid, zullen worden getroffen, en
|
||||
c. in voorkomend geval welke voorzorgsmaatregelen als bedoeld in artikel 15, eerste of tweede lid, noodzakelijk zijn, en
|
||||
d. zijn contactgegevens.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een beheerder de termijn, genoemd in het eerste lid, overschrijdt, doet de Dienst daarvan onverwijld mededeling aan Onze Minister.
|
||||
|
|
@ -210,13 +212,27 @@ b. de locatie en het type werkzaamheden, de betrokken netwerkelementen, en de ge
|
|||
|
||||
**3.** Indien de Dienst niet binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, respectievelijk de termijn van artikel 12, van alle beheerders de ingevolge de artikelen 11, eerste lid, en 12, eerste lid en tweede lid, onderdeel a, vereiste informatie heeft ontvangen, doet de Dienst daarvan mededeling bij het verstrekken van de gebiedsinformatie.
|
||||
|
||||
### Artikel 13a
|
||||
|
||||
**1.** Indien de van de Dienst verkregen gebiedsinformatie naar het oordeel van de grondroerder of opdrachtgever onvoldoende is voor een zorgvuldige voorbereiding of uitvoering van de voorgenomen graafwerkzaamheden, verstrekt de beheerder aan de grondroerder of opdrachtgever op diens verzoek nadere informatie over zijn net.
|
||||
|
||||
**2.** De beheerder verstrekt de nadere informatie onverwijld, doch uiterlijk binnen drie werkdagen na ontvangst van het verzoek, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 13b
|
||||
|
||||
**1.** Indien ingeval van een graafmelding sprake is van een melding van voorzorgsmaatregelen als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel c, neemt de grondroerder contact op met de desbetreffende beheerder om afspraken te maken over de te treffen voorzorgsmaatregelen.
|
||||
|
||||
**2.** De grondroerder en de beheerder leggen de afspraken, bedoeld in het eerste lid, schriftelijk vast.
|
||||
|
||||
**3.** Het contact, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats zodra degene die de graafmelding heeft gedaan de gebiedsinformatie heeft ontvangen, doch uiterlijk drie werkdagen voor de geplande aanvang van de graafwerkzaamheden.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
Onze Minister kan voor de situatie dat graafmeldingen die betrekking hebben op graafwerkzaamheden als bedoeld in artikel 8, derde lid, gezamenlijk worden gedaan door tussenkomst van een door Onze Minister aan te wijzen organisatie, bij regeling vrijstelling verlenen van de verplichtingen ten aanzien van de termijnen, bepaald in de artikelen 8, eerste lid, 10, 11, eerste lid, en 13, eerste lid. De vrijstelling kan onder beperkingen worden verleend.
|
||||
Onze Minister kan voor de situatie dat graafmeldingen die betrekking hebben op graafwerkzaamheden als bedoeld in artikel 8, derde lid, gezamenlijk worden gedaan door tussenkomst van een door Onze Minister aan te wijzen organisatie, bij regeling vrijstelling verlenen van de verplichtingen ten aanzien van de termijnen, bepaald in de artikelen 8, eerste lid, 10, 11, eerste lid, 13, eerste lid en 13b. De vrijstelling kan onder beperkingen worden verleend.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.** De beheerder van een net met gevaarlijke inhoud treft voorzorgsmaatregelen voordat een grondroerder graafwerkzaamheden in de omgeving daarvan verricht. Deze voorzorgsmaatregelen betreffen in ieder geval de aanwijzing ter plaatse van de exacte ligging van dat net door de beheerder.
|
||||
**1.** De beheerder van een net met gevaarlijke inhoud treft de voorzorgsmaatregelen waarvan hij met de grondroerder heeft afgesproken dat hij die voor zijn rekening neemt, voordat die grondroerder graafwerkzaamheden in de omgeving daarvan verricht. Deze voorzorgsmaatregelen betreffen in ieder geval de aanwijzing ter plaatse van de exacte ligging van dat net door de beheerder.
|
||||
|
||||
**2.** De beheerder van een net met een grote waarde kan voorzorgsmaatregelen treffen voordat een grondroerder graafwerkzaamheden in de omgeving daarvan verricht.
|
||||
|
||||
|
|
@ -224,7 +240,7 @@ Onze Minister kan voor de situatie dat graafmeldingen die betrekking hebben op g
|
|||
|
||||
**4.** De beheerder treft de voorzorgsmaatregelen binnen drie werkdagen nadat de grondroerder contact met hem heeft opgenomen, tenzij hij in overleg met de grondroerder andere afspraken maakt.
|
||||
|
||||
**5.** Indien een beheerder voorzorgsmaatregelen treft, treft de grondroerder eveneens de nodige voorzorgsmaatregelen. Hij legt deze schriftelijk vast en brengt deze voor aanvang van de graafwerkzaamheden ter kennis van de betrokken beheerder.
|
||||
**5.** De grondroerder treft de voorzorgsmaatregelen waarvan hij met de beheerder heeft afgesproken dat hij die voor zijn rekening neemt.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
|
|
@ -234,7 +250,7 @@ Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan ter voorkoming van een terroristisc
|
|||
|
||||
**1.** De beheerder rapporteert aan de Dienst telkens in januari het aantal schadegevallen als gevolg van graafwerkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuur van de Dienst neemt een overzicht op van het aantal schadegevallen in het jaarverslag, bedoeld in artikel 18 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.
|
||||
**2.** De Dienst maakt ten minste jaarlijks een overzicht van het aantal gemelde schadegevallen openbaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
|
|
@ -246,7 +262,7 @@ De grondroerder meldt schade aan een net als gevolg van zijn graafwerkzaamheden
|
|||
|
||||
**2.** Van de melding, bedoeld in het eerste lid, doet de Dienst onverwijld mededeling aan de betrokken beheerder.
|
||||
|
||||
**3.** De beheerder treft binnen dertig werkdagen na ontvangst van de mededeling, bedoeld in het tweede lid, de als gevolg van de melding, bedoeld in het eerste lid, noodzakelijke maatregelen.
|
||||
**3.** De beheerder treft onverwijld, doch uiterlijk binnen dertig werkdagen na ontvangst van de mededeling, bedoeld in het tweede lid, de als gevolg van de melding, bedoeld in het eerste lid, noodzakelijke maatregelen.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
|
|
@ -267,11 +283,11 @@ b. registreert de Dienst de globale ligging van de met betrekking tot dat net be
|
|||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
Op een gemeente die gegevens heeft ontvangen door toepassing van artikel 20, vierde lid, zijn de artikelen 11 en 19, tweede lid, van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de gemeente de met betrekking tot dat net bekende gegevens verstrekt, met inbegrip van eventuele correcties ingevolge artikel 19, tweede lid.
|
||||
Op een gemeente die gegevens heeft ontvangen door toepassing van artikel 20, vierde lid, zijn de artikelen 11, 13a, 13b, 15, eerste en tweede lid, en 19, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de gemeente de met betrekking tot dat net bekende gegevens verstrekt, met inbegrip van eventuele correcties ingevolge artikel 19, tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
De Dienst bewaart gedurende een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen periode gegevens over de uitvoering van de artikelen 6, tweede lid, 7, 8, eerste en tweede lid, 10, 11, 12, eerste lid en tweede lid, onderdeel a, 13, 17, eerste lid, 19, eerste en tweede lid, 20, met uitzondering van de gegevens, bedoeld in de artikelen 11, eerste lid, onderdelen a, b en c, en 12, eerste lid, onderdelen a, b en c, en tweede lid, onderdeel a.
|
||||
De Dienst bewaart gedurende een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen periode gegevens over de uitvoering van de artikelen 6, tweede en vierde lid, 7, 8, eerste en tweede lid, 10, 11, 12, eerste lid en tweede lid, onderdeel a, 13, 17, eerste lid, 19, eerste en tweede lid, 20, met uitzondering van de gegevens, bedoeld in de artikelen 11, eerste lid, onderdelen a, b en c, en 12, eerste lid, onderdelen a, b en c, en tweede lid, onderdeel a.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 5. Geschilbeslechting omtrent informatie-uitwisseling ten behoeve van medegebruik van fysieke infrastructuur of coördinatie van civiele werken
|
||||
|
||||
|
|
@ -326,7 +342,8 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gest
|
|||
a. het op zorgvuldige wijze verrichten van graafwerkzaamheden, bedoeld in artikel 2, tweede lid;
|
||||
b. registratiemeldingen, oriëntatieverzoeken en graafmeldingen;
|
||||
c. de voorzorgsmaatregelen en de inachtneming daarvan, bedoeld in artikel 15, eerste, tweede en vijfde lid;
|
||||
d. de ontvangstbevestiging, bedoeld in artikel 10, onderdeel a, en het graafbericht, bedoeld in artikel 8, eerste lid.
|
||||
d. de ontvangstbevestiging, bedoeld in artikel 10, onderdeel a, en het graafbericht, bedoeld in artikel 8, eerste lid;
|
||||
e. het contact en de afspraken, bedoeld in de artikelen 13a en 13b.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -355,25 +372,31 @@ Indien de in deze wet geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoeri
|
|||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
**1.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2, 6, tweede en derde lid, 8, 11, eerste lid, 12, 15, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 17, eerste lid, 18, 19, eerste en derde lid, 20, eerste en derde lid, 24, 26, 28, eerste en tweede lid, derde lid, onderdelen a, b en c, vierde lid, onderdelen a en b, 29, eerste lid, en 30, zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
|
||||
**1.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2, 5a, 6, tweede, derde en vierde lid, 8, 11, eerste lid, 12, 13a, 13b, 15, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 17, eerste lid, 18, 19, eerste en derde lid, 20, eerste en derde lid, 24, 26, 28, eerste en tweede lid, derde lid, onderdelen a, b en c, vierde lid, onderdelen a en b, 29, eerste lid, 30 en 41a, zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
|
||||
|
||||
**2.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
Onze Minister is bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de verplichtingen, gesteld bij of krachtens de artikelen 2, 6, tweede lid, 11, eerste lid, 12, 15, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 17, eerste lid, 24, 28, eerste, tweede en derde lid, onderdelen a en c, 30, of van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
Onze Minister is bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de verplichtingen, gesteld bij of krachtens de artikelen 2, 5a, 6, tweede en vierde lid, 11, eerste lid, 12, 13a, 13b, 15, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 17, eerste lid, 24, 28, eerste, tweede en derde lid, onderdelen a en c, 30 en 41a, of van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
**1.** Ingeval van overtreding van de artikelen 2 en 15, derde lid, kan Onze Minister een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450.000.
|
||||
**1.** Ingeval van overtreding van de artikelen 2 en 15, derde lid, kan Onze Minister een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450.000.
|
||||
|
||||
**2.** Ingeval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 6, tweede lid, 8, 11, eerste lid, 12, 15, eerste, vierde en vijfde lid, 17, eerste lid, 18, 19, eerste en derde lid, 20, eerste en derde lid, 24, 28, eerste en tweede lid, derde lid, onderdelen a, b en c, vierde lid, onderdelen a en b, 29, eerste lid, 30, of van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht kan Onze Minister een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 100.000.
|
||||
**2.** Ingeval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 5a, 6, tweede en derde lid, 8, 11, eerste lid, 12, 13a, 13b, 15, eerste, vierde en vijfde lid, 17, eerste lid, 18, 19, eerste en derde lid, 20, eerste en derde lid, 24, 28, eerste en tweede lid, derde lid, onderdelen a, b en c, vierde lid, onderdelen a en b, 29, eerste lid, 30, 41a, of van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht kan Onze Minister een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 100.000.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 8. Bevoegdheid gemeenten
|
||||
|
||||
### Artikel 35
|
||||
|
||||
Deze wet laat onverlet dat de gemeenteraad in het belang van de openbare orde en veiligheid bij verordening regels kan geven omtrent het verrichten van graafwerkzaamheden, waaronder het binden van graafwerkzaamheden aan het hebben van een vergunning.
|
||||
De bevoegdheid, de gemeenteraad toekomend ingevolge artikel 149 van de Gemeentewet, blijft ten aanzien van het verrichten van graafwerkzaamheden gehandhaafd voor zover de door hem te maken verordeningen niet met deze wet in strijd zijn.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 8a. Evaluatiebepaling
|
||||
|
||||
### Artikel 35a
|
||||
|
||||
Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet en vervolgens iedere vijf jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet op het voorkomen van graafschade in de praktijk.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 9. Wijziging van andere wetten
|
||||
|
||||
|
|
@ -397,12 +420,20 @@ Wijzigt de Organisatiewet Kadaster.
|
|||
|
||||
Wijzigt de Wet op de economische delicten.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 10. Overgangsbepaling
|
||||
## Hoofdstuk 10. Overgangsbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 41
|
||||
|
||||
Op bezwaar en beroep ingevolge de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten dat is ingediend tegen een besluit van voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, blijven de bij of krachtens de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten geldende voorschriften zoals die luidden onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 41a
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 11 is een beheerder voor de delen van zijn net die bestaan uit de niet met andere kabels of leidingen samengebonden delen van kabels of leidingen die een verbinding vormen tussen een net dat naar zijn aard voor aansluiting van huishoudens wordt opengesteld, en één onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdeel a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken niet verplicht om liggingsgegevens daarvan aan de Dienst te verstrekken voor zover hij die liggingsgegevens niet beschikbaar heeft in de voor overdracht via het elektronische informatiesysteem, bedoeld in artikel 4, voorgeschreven weergave en voor zover geen sprake is van renovatie of onderhoud van de desbetreffende delen van zijn net.
|
||||
|
||||
**2.** Ten aanzien van een net als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel m, van de Gaswet is het eerste lid van toepassing tot en met 31 december 2019.
|
||||
|
||||
**3.** Ten aanzien van een net als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Elektriciteitswet 1998, een net bestaande uit een collectiefleidingnet of een distributienet als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drinkwaterwet of een net bestaande uit een ondergrondse kabel als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet en waarvan de ligging anders dan door opgraving kan worden bepaald is het eerste lid van toepassing tot en met 31 december 2027. Na 31 december 2027 kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld over de bepaling van de ligging, anders dan door opgraving, van een net of distributienet waarvan de ligging enkel door opgraving kan worden bepaald.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 11. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 42
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue