2006-03-08 | BWBR0002505 | Ontgrondingenwet

This commit is contained in:
Coornhert 2006-03-08 12:00:00 +00:00
parent 51b00c829a
commit 40680ab8c5

View file

@ -17,7 +17,7 @@ citeertitel: Ontgrondingenwet
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. zee: de Noordzee en de Waddenzee;
b. planologische medewerking verlenen: het nemen van een of meer besluiten krachtens de Wet op de Ruimtelijke Ordening door het bestuur van een gemeente of van de provincie waarin die gemeente is gelegen, waardoor een ontgronding kan plaatsvinden zonder strijd met het bepaalde bij of krachtens de Wet op de Ruimtelijke Ordening;
b. planologische medewerking verlenen: het nemen van een of meer besluiten krachtens de Wet op de Ruimtelijke Ordening door de raad onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders van een gemeente of provinciale staten of gedeputeerde staten van de provincie waarin die gemeente is gelegen, waardoor een ontgronding kan plaatsvinden zonder strijd met het bepaalde bij of krachtens de Wet op de Ruimtelijke Ordening;
c. winplaats: een plaats die is bestemd voor de winning van vaste stoffen door middel van ontgronding;
d. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.
@ -112,7 +112,7 @@ Alvorens een winplaats wordt vastgesteld in een streekplan, verzoeken gedeputeer
### Artikel 7d
Binnen drie maanden nadat het in artikel 7*c* bedoelde verzoek is ingekomen, deelt de raad van ieder van de gemeenten op het gebied waarvan de beoogde winplaats betrekking heeft, aan gedeputeerde staten mee of zodanige winplaats in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan, een ter inzage gelegd ontwerp voor een herziening van het bestemmingsplan of een geldend voorbereidingsbesluit ter zake, en deelt, zo zulks niet het geval is, mee of het gemeentebestuur bereid is aan zodanige winplaats planologische medewerking te verlenen.
Binnen drie maanden nadat het in artikel 7*c* bedoelde verzoek is ingekomen, deelt het college van burgemeesters en wethouders van ieder van de gemeenten op het gebied waarvan de beoogde winplaats betrekking heeft, aan gedeputeerde staten mee of zodanige winplaats in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan, een ter inzage gelegd ontwerp voor een herziening van het bestemmingsplan of een geldend voorbereidingsbesluit ter zake, en deelt, zo zulks niet het geval is, mee of de raad onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders bereid is aan zodanige winplaats planologische medewerking te verlenen.
### Artikel 7e
@ -120,7 +120,7 @@ Indien de beoogde winplaats in strijd is met het geldende bestemmingsplan, een t
### Artikel 7f
Het gemeentebestuur verleent uiterlijk binnen een jaar na het onherroepelijk worden van het besluit tot vaststelling van een winplaats in een streekplan ter zake planologische medewerking, voor zover het overeenkomstig artikel 7*d* ten aanzien van de winplaats de bereidheid tot het verlenen van zodanige medewerking heeft aangegeven.
De raad onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders verleent uiterlijk binnen een jaar na het onherroepelijk worden van het besluit tot vaststelling van een winplaats in een streekplan ter zake planologische medewerking, voor zover het overeenkomstig artikel 7d ten aanzien van de winplaats de bereidheid tot het verlenen van zodanige medewerking heeft aangegeven.
### Artikel 7g
@ -160,9 +160,9 @@ Vervallen
**1.** Op de voorbereiding van een beschikking als bedoeld in artikel 8 zijn afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer van toepassing. Voorts is paragraaf 14.1 van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing.
**2.** De raad van ieder van de gemeenten op het gebied waarvan de aanvrage om vergunning betrekking heeft, deelt aan het ingevolge artikel 8 bevoegde gezag binnen zes weken nadat het verzoek daartoe is ingekomen, mee of de beoogde ontgronding in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan, een ter inzage gelegd ontwerp voor een herziening van het bestemmingsplan of een geldend voorbereidingsbesluit ter zake, en deelt, zo zulks niet het geval is, mee of het gemeentebestuur bereid is aan de ontgronding planologische medewerking te verlenen.
**2.** Het college van burgemeester en wethouders van ieder van de gemeenten op het gebied waarvan de aanvrage om vergunning betrekking heeft, deelt aan het ingevolge artikel 8 bevoegde gezag binnen zes weken nadat het verzoek daartoe is ingekomen, mee of de beoogde ontgronding in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan, een ter inzage gelegd ontwerp voor een herziening van het bestemmingsplan of een geldend voorbereidingsbesluit ter zake, en deelt, zo zulks niet het geval is, mee of de raad onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders bereid is aan de ontgronding planologische medewerking te verlenen.
**3.** Indien Onze Minister het ingevolge artikel 8 bevoegde gezag is, delen provinciale staten van de provincie op het gebied waarvan de aanvrage om vergunning betrekking heeft, binnen zes weken nadat het verzoek daartoe is ingekomen, mee of de beoogde ontgronding in overeenstemming is met het geldende streekplan of een ter inzage gelegd ontwerp van een streekplan, alsmede, zo zulks niet het geval is, of het provinciebestuur bereid is aan de ontgronding planologische medewerking te verlenen.
**3.** Indien Onze Minister het ingevolge artikel 8 bevoegde gezag is, delen gedeputeerde staten van de provincie op het gebied waarvan de aanvrage om vergunning betrekking heeft, binnen zes weken nadat het verzoek daartoe is ingekomen, mee of de beoogde ontgronding in overeenstemming is met het geldende streekplan of een ter inzage gelegd ontwerp van een streekplan, alsmede, zo zulks niet het geval is, of provinciale staten of gedeputeerde staten bereid zijn aan de ontgronding planologische medewerking te verlenen.
**4.** Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de artikelen 7c en 7d zijn toegepast.
@ -170,17 +170,17 @@ Vervallen
**6.** Beschikkingen als bedoeld in het eerste lid worden genomen na afweging van alle in artikel 3, tweede lid, bedoelde belangen.
**7.** Een vergunning wordt niet verleend of gewijzigd indien de beoogde ontgronding in strijd zou zijn met een bestemmingsplan, een ter inzage gelegd ontwerp voor een herziening van het bestemmingsplan of een geldend voorbereidingsbesluit ter zake, tenzij de raad van de betrokken gemeente heeft meegedeeld planologische medewerking te zullen verlenen, dan wel gedeputeerde staten onderscheidenlijk Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer ter zake toepassing hebben gegeven aan artikel 37, vierde of vijfde lid, onderscheidenlijk artikel 37, eerste of tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
**7.** Een vergunning wordt niet verleend of gewijzigd indien de beoogde ontgronding in strijd zou zijn met een bestemmingsplan, een ter inzage gelegd ontwerp voor een herziening van het bestemmingsplan of een geldend voorbereidingsbesluit ter zake, tenzij het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente heeft meegedeeld dat de raad onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders planologische medewerking zal verlenen, dan wel gedeputeerde staten onderscheidenlijk Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer ter zake toepassing hebben gegeven aan artikel 37, vierde of vijfde lid, onderscheidenlijk artikel 37, eerste of tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
**8.** Een vergunning wordt voorts door Onze Minister niet verleend of gewijzigd indien de beoogde ontgronding in strijd zou zijn met het geldende streekplan, of een ter inzage gelegd ontwerp van een streekplan, tenzij provinciale staten van de betrokken provincie hebben meegedeeld planologische medewerking te zullen verlenen, dan wel Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer toepassing heeft gegeven aan artikel 6, eerste of tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
**8.** Een vergunning wordt voorts door Onze Minister niet verleend of gewijzigd indien de beoogde ontgronding in strijd zou zijn met het geldende streekplan, of een ter inzage gelegd ontwerp van een streekplan, tenzij gedeputeerde staten van de betrokken provincie hebben meegedeeld dat provinciale staten of gedeputeerde staten planologische medewerking zullen verlenen, dan wel Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer toepassing heeft gegeven aan artikel 6, eerste of tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
**9.** Indien ingevolge het eerste lid paragraaf 14.1 van de Wet milieubeheer wordt toegepast, worden de in dat kader tot stand komende beschikkingen tot het verlenen, wijzigen of intrekken van een vergunning of enige andere bestuursrechtelijke toestemming inzake een ontgronding gelijktijdig door gedeputeerde staten bekendgemaakt.
### Artikel 11
**1.** Het gemeentebestuur verleent uiterlijk binnen een jaar na het onherroepelijk worden van de beschikking van Onze Minister of van gedeputeerde staten op de aanvrage om een vergunning ter zake van de in die beschikking bedoelde ontgronding planologische medewerking, voor zover het overeenkomstig artikel 10, tweede lid, ten aanzien van die ontgronding de bereidheid tot het verlenen van zodanige medewerking heeft aangegeven.
**1.** De raad onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders verleent uiterlijk binnen een jaar na het onherroepelijk worden van de beschikking van Onze Minister of van gedeputeerde staten op de aanvrage om een vergunning ter zake van de in die beschikking bedoelde ontgronding planologische medewerking, voor zover het overeenkomstig artikel 10, tweede lid, ten aanzien van die ontgronding de bereidheid tot het verlenen van zodanige medewerking heeft aangegeven.
**2.** Provinciale staten verlenen uiterlijk binnen een jaar na het onherroepelijk worden van de beschikking van Onze Minister op de aanvrage om een vergunning ter zake van de in die beschikking bedoelde ontgronding planologische medewerking, voor zover zij overeenkomstig artikel 10, derde lid, ten aanzien van die ontgronding de bereidheid tot het verlenen van zodanige medewerking hebben aangegeven.
**2.** Provinciale staten of gedeputeerde staten verlenen uiterlijk binnen een jaar na het onherroepelijk worden van de beschikking van Onze Minister op de aanvrage om een vergunning ter zake van de in die beschikking bedoelde ontgronding planologische medewerking, voor zover gedeputeerde staten overeenkomstig artikel 10, derde lid, ten aanzien van die ontgronding de bereidheid tot het verlenen van zodanige medewerking hebben aangegeven.
### Artikel 12
@ -234,9 +234,9 @@ Indien het beroep is ingesteld door een ander dan de aanvrager of houder van de
### Artikel 21a
**1.** Indien tegen een aanvrage voor of het ontwerp van het besluit van Onze Minister of het bestuur van een provincie of een gemeente, dat nodig is voor de inrichting of het gebruik van een winplaats die is vastgesteld in een streekplan dan wel een bestemmingsplan, bedenkingen naar voren kunnen worden gebracht, kunnen deze bedenkingen geen grond vinden in bedenkingen tegen de vastgestelde winplaats.
**1.** Indien tegen een aanvrage voor of het ontwerp van het besluit van Onze Minister of een college van gedeputeerde staten of een college van burgemeester en wethouders, dat nodig is voor de inrichting of het gebruik van een winplaats die is vastgesteld in een streekplan dan wel een bestemmingsplan, bedenkingen naar voren kunnen worden gebracht, kunnen deze bedenkingen geen grond vinden in bedenkingen tegen de vastgestelde winplaats.
**2.** Indien tegen een besluit van Onze Minister of het bestuur van een provincie of een gemeente, dat dient voor het verwezenlijken van een winplaats die is vastgesteld in een streekplan dan wel een bestemmingsplan, beroep kan worden ingesteld, kan dat beroep geen grond vinden in bedenkingen tegen de vastgestelde winplaats.
**2.** Indien tegen een besluit van Onze Minister of gedeputeerde staten of een college van burgemeester en wethouders, dat dient voor het verwezenlijken van een winplaats die is vastgesteld in een streekplan dan wel een bestemmingsplan, beroep kan worden ingesteld, kan dat beroep geen grond vinden in bedenkingen tegen de vastgestelde winplaats.
### Artikel 21b