From 40689e87371c335249789a57fc20d4eaf75a2fda Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 8 Jun 2013 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2013-06-08 | BWBR0027122 | Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in Aruba --- .../BWBR0027122/README.md | 240 +++++++++--------- 1 file changed, 124 insertions(+), 116 deletions(-) diff --git a/circulaire/handleiding-rijkswet-op-het-nederlanderschap-2003-toegespitst-op-het-gebruik-in/BWBR0027122/README.md b/circulaire/handleiding-rijkswet-op-het-nederlanderschap-2003-toegespitst-op-het-gebruik-in/BWBR0027122/README.md index f84de92a6c2..62e4fc1d82b 100644 --- a/circulaire/handleiding-rijkswet-op-het-nederlanderschap-2003-toegespitst-op-het-gebruik-in/BWBR0027122/README.md +++ b/circulaire/handleiding-rijkswet-op-het-nederlanderschap-2003-toegespitst-op-het-gebruik-in/BWBR0027122/README.md @@ -86,41 +86,50 @@ Indien betrokkene in de PIVA is opgenomen als zijnde van onbekende nationaliteit #### 1. Algemeen -Of en vanaf welk moment sprake is van toelating is op zich een vreemdelingenrechtelijke vraag en dient door het bevoegd gezag in Aruba beantwoord te worden. In het Arubaans vreemdelingenrecht dient rekening te worden gehouden met de toepasselijke wet en regelgeving en jurisprudentie. +Of en vanaf welk moment sprake is van toelating is op zich een vreemdelingenrechtelijke vraag en moet door het bevoegd gezag in Aruba beantwoord worden. In het Arubaans vreemdelingenrecht moet rekening worden gehouden met de toepasselijke Landsverordening toelating, uitzetting en verwijdering (LTUV) en jurisprudentie. -Ingevolge dit artikellid betekent ‘toelating’ dat het bevoegde gezag in Aruba ermee instemt dat een vreemdeling voor een tijdelijke dan wel onbepaalde periode in Aruba verblijft op basis van een vergunning tot (tijdelijk) verblijf. Daarnaast kan een vreemdeling in Aruba verblijven op basis van het bezit van een status ingevolge de artikelen 1 en 3 van de LTU(V). Instemming door het bevoegde gezag houdt in het eerste geval in dat een daartoe strekkend besluit van een bevoegde overheidsinstantie een vereiste is. In het tweede geval zal het bevoegd gezag op uitdrukkelijk verzoek van de vreemdeling een daartoe strekkende verklaring afgeven in welke de status (momentopname) ingevolge de LTUV wordt bevestigd. Ingevolge artikel 7 en artikel 7a van de LTU(V) worden de vergunning tot tijdelijk verblijf en de vergunning tot verblijf verleend door of namens de minister, belast met vreemdelingenzaken. +Let op! Per 1 juli 2006 is de Landsverordening toelating en uitzetting (LTU) gewijzigd in Landsverordening toelating, uitzetting en verwijdering (LTUV). In de Handleiding wordt verwezen naar beide landsverordeningen door het gebruik van de afkorting LTU(V). -Dat sprake is van toelating in Aruba dient door de vreemdelingte worden aangetoond aan de hand van een verblijfsdocument (te weten een vergunning tot (tijdelijk) verblijf, een verklaring toelating van rechtswege of een verklaring dat de LTU niet van toepassing is) of andere bescheiden (status van rechtswege of LTUV niet van toepassing) (artikelen 6, eerste lid, aanhef en onder f, en 31, eerste lid, aanhef en onder f, BVVN). Dit geldt ook voor alle minderjarige vreemdelingen die volgens de LTUV ook in het bezit moeten zijn van een verblijfsdocument. +Toelating in Aruba moet door de vreemdeling worden aangetoond aan de hand van een verblijfsdocument. Zie hiervoor paragraaf 2 Toelating. + +Let op! Het aantonen van toelating met een bewijsmiddel (verblijfsdocument) geldt ook voor minderjarige vreemdelingen die op grond van de LTU(V) zelfstandig in het bezit moeten zijn van een verblijfsdocument. #### 2. Toelating -De toelating in Aruba in de zin van deze Rijkswet dient door de vreemdeling te worden aangetoond aan de hand van een verblijfsdocument. Dit document is, hetzij: +‘Toelating’ betekent in de Arubaanse situatie concreet dat een vreemdeling (niet-Nederlander) verblijfsrecht heeft in Aruba op grond van de LTU(V). Het verblijfsrecht voor een niet-Nederlander kan voor een bepaalde of onbepaalde tijd zijn. De vreemdeling verblijft in de volgende gevallen rechtmatig in Aruba als hij in het bezit is van één van de volgende documenten: -Een vergunning tot tijdelijk verblijf (artikel 6, tweede lid, LTUV jo. Artikel 7 LTUV); +1. een vergunning tot tijdelijk verblijf (artikel 6, tweede lid, LTUV jo. artikel 7 LTUV); of +2. een vergunning tot verblijf (artikel 6, derde lid, LTUV jo. artikel 7a LTUV); of +3. een verklaring van toelating van rechtswege (artikel 3 LTU(V)); of +4. een verklaring van toelating van rechtswege op grond van het beoogde artikel 3, eerste lid aanhef en onder g, uit het voorstel (ZJ 2011-2012-736) tot aanpassing van de LTU(V). -Een vergunning tot verblijf (artikel 6, derdelid, LTUV jo. Artikel 7 a LTUV); +*Ad 1 en 2:* -Een verklaring dat de LTU niet van toepassing is (een zg. NVT-verklaring op grond van artikel 1 LTU); +Instemming door het bevoegd gezag houdt in dat een daartoe strekkend besluit inhoudende de verstrekking van een verblijfsrecht van een bevoegde overheidsinstantie vereist is. Uit artikel 7 en artikel 7a LTU(V) volgt dat een vergunning tot tijdelijk verblijf (vttv) en de vergunning tot verblijf worden verleend namens de minister, belast met vreemdelingenzaken. -Een verklaring van toelating van rechtswege (artikel 3 LTU(V)) of +*Ad. 3:* -Een verklaring overgangsbepaling artikel VI LTUV van 1 oktober 2008. +Het bevoegd gezag geeft op uitdrukkelijk verzoek van de vreemdeling een daartoe strekkende verklaring af waarin de status op grond van de LTU(V) wordt bevestigd. + +*Ad. 4:* + +Anticiperend op de wijziging van de LTU(V) verstrekt de Arubaanse vreemdelingendienst (DIMAS) op verzoek van de vreemdeling een verklaring inhoudende dat de vreemdeling geacht moet worden de status van rechtswege toegelaten vreemdeling te hebben op grond van de Landsverordening, zoals deze komt te luiden nadat wetsvoorstel (ZJ 2011-2012-736) is aangenomen. Dit is een toelating van rechtswege op grond van (beoogd) artikel 3, eerste lid aanhef en onder g, LTU(V). + +Deze toelatingsmogelijkheid bestaat voor een niet-Nederlander die getrouwd is met en inwoont bij een op Aruba geboren of genaturaliseerde Nederlander of een persoon als bedoeld in de onderdelen a t/m f van artikel 3 LTU(V). Deze laatste personen kunnen ook niet-Arubaanse Nederlanders zijn of vreemdelingen die werkzaam zijn voor Aruba. + +Staande het huwelijk van ten minste één Nederlander geadopteerde of rechtsgeldig door een Nederlander erkende minderjarige inwonende kinderen krijgen ook een toelating van rechtswege. Veelal zullen deze minderjarigen door de adoptie of de erkenning het Nederlanderschap hebben gekregen. Als dat niet het geval is en er sprake is van een verzoek om medenaturalisatie op grond van artikel 11 RWN dan geldt een verklaring ex het beoogde artikel 3, eerste lid aanhef en onder g, LTU(V) als toelating voor onbepaalde tijd. Voorafgaande aan het verlenen van een eerste vergunning tot tijdelijk verblijf wordt in de regel aan de vreemdeling een Voorlopige Toelating tot Aruba (VTA) verstrekt. De datum van binnenkomst met ‘VTA’ wordt gehanteerd als datum van eerste toelating mits op dat moment aan de voorwaarden voor verblijf wordt voldaan. Bij toelatingen zonder VTA is de datum van eerste toelating de datum van de beslissing (ondertekening) van de eerste vergunning tot (tijdelijk) verblijf. #### 3. Toelating voor onbepaalde tijd -Het begrip ‘toelating voor onbepaalde tijd heeft dezelfde betekenis als het begrip ‘geen bedenkingen tegen verblijf voor onbepaalde tijd’ in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, RWN. Een vreemdeling tegen wiens verblijf voor onbepaalde tijd in Nederland, Curaçao en Sint Maarten en Aruba geen bedenkingen bestaan, voldoet dan ook aan het vereiste ‘toelating voor onbepaalde tijd’. Op de wijze als beschreven in de toelichting bij artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, RWN kan worden beoordeeld of wordt voldaan aan dit vereiste. Hieronder wordt volstaan met een korte toelichting. +‘Toelating’ betekent in de Arubaanse situatie concreet dat een vreemdeling (niet-Nederlander) verblijfsrecht heeft in Aruba op grond van de LTU(V). Het begrip ‘toelating voor onbepaalde tijd’ betekent hetzelfde als het begrip ‘geen bedenkingen tegen verblijf voor onbepaalde tijd’ in de zin van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, RWN. Een vreemdeling tegen wie het verblijf voor onbepaalde tijd in het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba geen bedenkingen bestaan, voldoet aan het vereiste ‘toelating voor onbepaalde tijd’. Op de wijze als beschreven in de toelichting bij artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, RWN kan worden beoordeeld of wordt voldaan aan dit vereiste. Hieronder volgt een korte toelichting. -Bij een vreemdeling die in het bezit is van een**vergunning tot tijdelijk verblijf** dient nader te worden onderzocht of sprake is van een toelating op grond van bestendig verblijf dat naar zijn aard voor onbepaalde tijd is. +Bij een vreemdeling die in Aruba in het bezit is van een **vergunning tot tijdelijk verblijf (vttv)** moet worden beoordeeld of sprake is van een toelating op grond waarvan sprake is van bestendig verblijf dat naar zijn aard voor onbepaalde tijd is. Een en ander hangt af van de beperking (de ‘reden’ van verblijf, het verblijfsdoel) waaronder de vergunning is verleend, soms aangevuld met het aantal aaneensluitend aan de vreemdeling verleende vergunningen met die bepaalde beperking. -Een vreemdeling die in het bezit is van een**vergunning tot verblijf** heeft altijd toelating voor onbepaalde tijd in hier bedoelde zin. +Een vreemdeling die in het bezit is van een **vergunning tot verblijf** heeft altijd toelating voor onbepaalde tijd in de zin van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, RWN. -Ten aanzien van vreemdelingen die **verblijf van rechtswege** hebben op grond van artikel 3 van de LTU(V) geldt het volgende. - -Een vreemdeling die is toegelaten op grond van artikel 3 LTU(V) heeft weliswaar van rechtswege verblijf in Aruba, maar dit betekent niet dat er altijd ook sprake is van verblijf voor onbepaalde tijd in de zin van de RWN. Voor een uitgebreidere toelichting wordt verwezen naar de toelichting op artikel 8 lid 1 onder b RWN. - -Een vreemdeling in de zin van artikel 1 LTU en die in het bezit is van**een NVT-verklaring**, is toegelaten voor onbepaalde tijd als bedoeld in de RWN, zolang aan de voorwaarden voor de verklaring wordt voldaan. +Ten aanzien van een vreemdeling die **verblijf van rechtswege** heeft in Aruba op grond van artikel 3 van de LTU(V) geldt het volgende. Deze vreemdeling (niet-Nederlander) is weliswaar van rechtswege toegelaten in Aruba op grond van artikel 3 LTU(V), maar dit betekent niet dat er altijd ook sprake is van verblijf voor onbepaalde tijd in de zin van de RWN. Voor een uitgebreidere toelichting wordt verwezen naar de toelichting op artikel 8 lid 1 onder b RWN. #### 4. Toelating minderjarigen @@ -128,35 +137,40 @@ Om in aanmerking te komen voor (mede)naturalisatie dient een kind op grond van a #### 5. Onafgebroken periode(n) van toelating/‘verblijfsgat’ -Sedert 1 april 2003 is in verschillende artikelen in de RWN als voorwaarde opgenomen dat een vreemdeling een bepaalde periode, van één jaar (artikel 6, eerste lid, aanhef en onder f, RWN), twee jaar (artikel 8, tweede lid, RWN), drie jaar (artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b, RWN, artikel 8, vierde en vijfde lid, RWN en artikel 11, derde, vierde en vijfde lid, RWN), vijf jaar (artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c, RWN), veertien jaar (artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, RWN) of vijftien jaar (artikel 6, eerste lid, aanhef en onder g en h, RWN) onafgebroken in het Koninkrijk moet zijn toegelaten. Dit houdt in dat er in de vereiste periode geen zogeheten vreemdelingrechtelijke ‘verblijfsgaten’ mogen voorkomen. Een verblijfsgat leidt tot een onderbreking van de hierboven genoemde termijnen. Na de onderbreking begint de termijn opnieuw te lopen. Of sprake is van een verblijfsgat is op zich een vreemdelingrechtelijke vraag en dient door de bevoegde autoriteiten van Aruba beantwoord te worden. +Sinds 1 april 2003 is in verschillende artikelen in de RWN als voorwaarde opgenomen dat een vreemdeling een bepaalde periode, van één jaar (artikel 6, eerste lid, aanhef en onder f, RWN), twee jaar (artikel 8, tweede lid, RWN), drie jaar (artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b, RWN, artikel 8, vierde en vijfde lid, RWN en artikel 11, derde, vierde en vijfde lid, RWN), vijf jaar (artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c, RWN), veertien jaar (artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, RWN) of vijftien jaar (artikel 6, eerste lid, aanhef en onder g en h, RWN) onafgebroken in (één van de landen van) het Koninkrijk moet zijn toegelaten. Dit houdt in dat in de vereiste periode van toelating geen zogeheten vreemdelingenrechtelijke ‘verblijfsgaten’ mogen voorkomen. Een verblijfsgat leidt tot een onderbreking van de termijn. Na de onderbreking begint de termijn opnieuw te lopen. Of sprake is van een verblijfsgat is een vreemdelingenrechtelijke vraag en moet in beginsel door de bevoegde autoriteiten van Aruba worden beantwoord. -Een aanvangsdatum werd tot 1 augustus 2009 om technische redenen (nog) niet vermeld op de vergunning tot tijdelijk verblijf. De datum van afloop van de vergunning tot tijdelijk verblijf werd wel in het besluit opgenomen. Vergunningen tottijdelijk verblijf worden in principe voor de duur van maximaal (1) een jaar verstrekt.2De volgende verblijfsdoelen kunnen van een kortere duur zijn: Vergunningen tot tijdelijk verblijf voor animeerpersonen, projectgebonden arbeid. In sommige gevallen is het ook volgens de wet en het beleid mogelijk om een vergunning voor een langere duur te verstrekken: Vergunningen tot tijdelijk verblijf voor renteniers kunnen voor de duur van het gegarandeerde inkomen worden afgegeven. Bij herzieningen in bezwaar en beroep. +Een aanvangsdatum van het verblijfsrecht (de toelating) werd tot 1 augustus 2009 om technische redenen (nog) niet vermeld op de vergunning tot tijdelijk verblijf. De datum van afloop van de vergunning tot tijdelijk verblijf (vttv) werd wel in het besluit opgenomen. Vergunningen tot tijdelijk verblijf worden in principe voor de duur van maximaal een jaar verstrekt. -De DIMAS hanteert t.a.v. verblijfsgaten het volgende beleid. +De volgende verblijfsdoelen kunnen van een kortere duur zijn: vergunningen tot tijdelijk verblijf voor animeerpersonen en projectgebonden arbeid. In sommige gevallen is het ook volgens de LTU(V) en het beleid mogelijk om een vergunning voor een langere duur te verstrekken: Vergunningen tot tijdelijk verblijf voor renteniers kunnen voor de duur van het gegarandeerde inkomen worden afgegeven. -Met betrekking tot aanvragen om een vergunning tot tijdelijk verblijf ingediend na de datum van afloop van de voorafgaande vergunning tot tijdelijk verblijf, dienteen onderscheid te worden gemaakt in de aanvragen van vóór juli 2006 en aanvragen van na juli 2006. +De Departamento di Integracion Maneho y Admision di Stranhero (DIMAS) hanteert ten aanzien van verblijfsgaten het volgende beleid. -Voor de aanvragen van vóór juli 2006 geldt dat de vergunningen tot tijdelijk verblijf geacht worden te zijn afgegeven voor de duur van (1) een jaar. D.w.z. dat de late aanvragen niet hebben geleid tot een verblijfsgat indien duidelijk is dat de vervaldatum van de nieuwe vergunning (1) een jaar na datum verloop van de voorafgaande vergunning is. Als de vervaldatum langer dan een jaar na datum vervolgaanvraag is, kan ervan worden uitgegaan dat een verblijfsgat tot stand is gekomen. +Met betrekking tot aanvragen om een vttv ingediend na de datum van afloop van de voorafgaande vttv, moet een onderscheid worden gemaakt in de aanvragen van vóór 1 juli 2006 en aanvragen van na 1 juli 2006. -Voor de aanvragen ingediend na 1 juli 2006 geldt dat aanvragen binnen drie maanden na verloop van de vorige vergunning niet zullen leiden tot een verblijfsgat. Deze aanvragen ter verkrijging van een vergunning tot tijdelijk verblijf worden afgehandeld alsof tijdig ingediend. Met betrekking tot aanvragen ingediend na 1 juli 2006 en na 3 maanden na afloop van de geldigheidsduur geldt dat in principe een verblijfsgat is ontstaan. Dit is af te leiden uit de datum verval van de afgegeven vergunning tot tijdelijk verblijf welk (1) een jaar na datum (late) indiening is bij vervolg aanvragen. +De vttv wordt geacht te zijn afgegeven voor de duur van een jaar. Dit betekent dat de late aanvragen niet hebben geleid tot een verblijfsgat als duidelijk is dat de vervaldatum van de nieuwe vergunning een jaar na datum verloop van de voorafgaande vergunning is. De vergunningen zijn qua vervaldatum aaneensluitend. Als de vervaldatum langer dan een jaar na datum vervolgaanvraag is, kan ervan worden uitgegaan dat sprake is van een verblijfsgat. -De Gouverneur onderzoekt aan de hand van het verblijfsdocument in samenhang met de beschikbare gegevens in de PIVA (en – indien voorhanden – de gegevens in het NAVAS), de huidige verblijfsrechtelijke status van een optant of een naturalisandus en van de personen voor wie medeverkrijging/medeverlening is verzocht (artikelen 22, eerste lid, en 48, eerste lid, BVVN). +Aanvragen die binnen drie maanden na verloop van de vorige vergunning zijn ingediend zullen niet leiden tot een verblijfsgat. Deze aanvragen van een vttv worden behandeld als tijdig ingediend. Met betrekking tot aanvragen ingediend na 1 juli 2006 en na 3 maanden na afloop van de geldigheidsduur van een verblijfsdocument geldt als hoofdregel dat een verblijfsgat is ontstaan. Dit is af te leiden uit de datum verval van de afgegeven vttv welk een jaar na datum (late) indiening is bij vervolg aanvragen. -Indien uit de overgelegde verblijfstitels in samenhang met de beschikbare gegevens uit de PIVA en NAVAS c.q. de vreemdelingenadministratie niet duidelijk blijkt of de vereiste periode van toelating onafgebroken is geweest, zal de Gouverneur een bericht om toelating (BOT) opvragen aan de DIMAS. De procedure hiervoor is als volgt: +**De Gouverneur onderzoekt aan de hand van het verblijfsdocument in samenhang met de beschikbare gegevens in de PIVA (en – als aanwezig – de gegevens in het NAVAS), de huidige verblijfsrechtelijke status van een optant of een naturalisandus en van de personen voor wie medeverkrijging/medeverlening is verzocht (artikelen 22, eerste lid, en 48, eerste lid, BVVN).** -##### 5.1 +Als uit de overgelegde verblijfsdocumenten in samenhang met de beschikbare gegevens uit de PIVA en NAVAS c.q. de vreemdelingenadministratie niet duidelijk blijkt of de vereiste periode van toelating onafgebroken is geweest, zal de Gouverneur een bericht omtrent toelating (BOT) opvragen bij de DIMAS. De procedure hiervoor is omschreven in paragraaf 5.1. -– een vreemdeling meldt zich bij de Gouverneur met als doel het Nederlanderschap aan te vragen; -– de Gouverneur adviseert betrokkene over de wijze waarop het Nederlanderschap kan worden verkregen (optie of naturalisatie). Aan de hand van deze informatie bepaalt betrokkene op welke wijze hij de Nederlandse nationaliteit wenst te verkrijgen. Welke periode van onafgebroken toelating voor betrokkene geldt, is afhankelijk van de vraag op grond van welke wettelijke bepaling deze het Nederlanderschap kan en wenst te verkrijgen; -– de vreemdeling dient een optieverklaring of een verzoek om naturalisatie in. Bij de indiening verstrekt de optant/naturalisandus de benodigde gegevens (artikel 6, eerste lid, BVVN en artikel 31, eerste lid, BVVN); -– na betaling van de verschuldigde leges, of na de beslissing tot vrijstelling of ontheffing van die betaling en na overlegging van de benodigde stukken, neemt de Gouverneur de optieverklaring of het verzoek om naturalisatie in behandeling (artikel 20 en 46, tweede lid BVVN); -– de Gouverneur onderzoekt de verblijfsrechtelijke status van de optant/ naturalisandus aan de hand van het verblijfsdocument in samenhang met de verblijfsrechtelijke gegevens in de PIVA (artikelen 22, eerste lid BVVN en artikelen 47 en 48, eerste lid BVVN). Zij onderzoeken tevens of aan de andere voorwaarden voor de verlening van het Nederlanderschap is voldaan; -– Indien het verblijfsdocument en de PIVA voor de beoordeling van de optieverklaringen/verzoeken om naturalisatie niet of in onvoldoende mate uitsluitsel geven over de duur en de aard van toelating van betrokkene: -– De Gouverneur verzoekt schriftelijk aan de DIMAS om afgifte van een BOT (artikel 4, eerste lid, BOT). In dit verzoek vermeldt de Gouverneur over welke periode en welke aard van toelating zich het bericht omtrent toelating dient uit te laten (artikel 4, tweede lid, BOT). De DIMAS hoeft dus niet zelf vast te stellen aan welke aard en periode van toelating betrokkene of betrokkenen in zijn of hun specifieke situatie moet(en) voldoen; -– raadpleegt de DIMAS het dossier en de NAVAS en vermeldt de gegevens op het bericht omtrent toelating (modellen 1.32 of 2.18); -– stuurt de DIMAS het ingevulde bericht omtrent toelating (met een afschrift van een procedure overzicht uit het NAVAS), voorzien van de datum van afgifte, een handtekening van de behandelend ambtenaar en een dienststempel terug naar de Gouverneur. -– bij optie: de DIMAS stuurt het ingevulde bericht omtrent toelating (met een afschrift van een procedure overzicht uit het NAVAS), voorzien van de datum van afgifte, een handtekening van de behandelend ambtenaar en een dienststempel terug naar de Gouverneur. De Gouverneur beslist op de optieverklaring met inachtneming van de gegevens in het bericht omtrent toelating (en de andere stukken); -– bij naturalisatie: de DIMAS stuurt namens de Minister belast met Vreemdelingenzaken in Aruba een kopie van het verblijfsdocument en het bericht omtrent toelating (met een afschrift van een procedureoverzicht uit het NAVAS), voorzien van de datum van afgifte, een handtekening van de behandelend ambtenaar en een dienststempel, door tussenkomst van de Gouverneur, naar de IND. De IND beslist op het verzoek met inachtneming van de gegevens in het bericht omtrent toelating (en de andere stukken). +##### 5.1. Procedure afgifte bericht omtrent toelating + +• een vreemdeling meldt zich bij de Gouverneur met als doel het Nederlanderschap aan te vragen; +• de Gouverneur adviseert de vreemdeling over de wijze waarop het Nederlanderschap kan worden verkregen (optie of naturalisatie). Aan de hand van deze informatie bepaalt de vreemdeling op welke wijze hij de Nederlandse nationaliteit wenst te verkrijgen. Welke periode van onafgebroken toelating voor de vreemdeling geldt, is afhankelijk van de vraag op grond van welke wettelijke bepaling deze het Nederlanderschap kan en wenst te verkrijgen; +• de vreemdeling legt een optieverklaring af of dient een verzoek om naturalisatie in. Bij de aflegging van de optieverklaring of indiening van het verzoek om naturalisatie verstrekt de vreemdeling de benodigde gegevens (artikel 6, eerste lid, BVVN en artikel 31, eerste lid, BVVN); +• na betaling van de verschuldigde optie- of naturalisatiegelden, of na de beslissing tot vrijstelling of ontheffing van die betaling en na overlegging van de benodigde stukken, neemt de Gouverneur de optieverklaring of het verzoek om naturalisatie in behandeling (artikel 20 en 46, tweede lid BVVN); +• de Gouverneur onderzoekt de verblijfsrechtelijke status van de vreemdeling aan de hand van het verblijfsdocument in samenhang met de verblijfsrechtelijke gegevens in de PIVA (artikelen 22, eerste lid BVVN en artikelen 47 en 48, eerste lid BVVN). Ook onderzoekt de Gouverneur of aan de andere voorwaarden voor de verlening van het Nederlanderschap is voldaan; +• als het verblijfsdocument en de PIVA voor de beoordeling van de optieverklaringen of verzoeken om naturalisatie niet of in onvoldoende mate uitsluitsel geven over de duur en de aard van toelating van de vreemdeling: + +• verzoekt de Gouverneur schriftelijk aan de DIMAS om afgifte van een BOT (artikel 4, eerste lid, BOT). In dit verzoek vermeldt de Gouverneur over **welke periode en welke aard van toelating zich het bericht omtrent toelating dient uit te laten** (artikel 4, tweede lid, BOT). De DIMAS hoeft dus niet zelf vast te stellen aan welke aard en periode van toelating de vreemdeling(en) in zijn of hun specifieke situatie moet(en) voldoen; +• raadpleegt de DIMAS het dossier en het NAVAS en vermeldt de gegevens op het bericht omtrent toelating (modellen 1.32 of 2.18); +• geeft de DIMAS een BOT af dat alleen betrekking heeft op de door de Gouverneur genoemde periode; +• stuurt de DIMAS het ingevulde bericht omtrent toelating (met een afschrift van een procedure overzicht uit het NAVAS), voorzien van de datum van afgifte, een handtekening van de behandelend ambtenaar en een dienststempel terug naar de Gouverneur. +• bij optie: de DIMAS stuurt het ingevulde bericht omtrent toelating (met een afschrift van een procedure overzicht uit het NAVAS), voorzien van de datum van afgifte, een handtekening van de behandelend ambtenaar en een dienststempel terug naar de Gouverneur. De Gouverneur beslist op de optieverklaring met inachtneming van de gegevens in het bericht omtrent toelating (en de andere stukken); +• bij naturalisatie: de DIMAS stuurt namens de Minister belast met Vreemdelingenzaken in Aruba een kopie van het verblijfsdocument en het bericht omtrent toelating (met een afschrift van een procedureoverzicht uit het NAVAS), voorzien van de datum van afgifte, een handtekening van de behandelend ambtenaar en een dienststempel, door tussenkomst van de Gouverneur, naar de IND. De IND beslist op het verzoek met inachtneming van de gegevens in het bericht omtrent toelating (en de andere stukken); +• Volgens jurisprudentie kan bij twijfel gemotiveerd worden afgeweken van de conclusie van de vreemdelingenautoriteit (DIMAS) of wel of niet sprake is geweest van verschoonbaarheid van een in de vreemdelingenadministratie aanwezig gat tussen de periodes van toelating. ### 1-1-h. Toelichting ad @@ -1468,15 +1482,21 @@ De twintigjarige A, van Dominicaanse nationaliteit, heeft van haar tweede tot ha #### 1. Algemeen -Een vreemdeling die een optieverklaring aflegt verkrijgt het Nederlanderschap door de bevestiging, bedoeld in artikel 6, derde lid, RWN, als cumulatief: +Een vreemdeling die een optieverklaring aflegt, verkrijgt het Nederlanderschap door de bevestiging, bedoeld in artikel 6, derde lid, RWN, als cumulatief: -– hij meerderjarig is: hij moet dus ten minste achttien jaar zijn of voordien gehuwd zijn (geweest). (Zie voor uitleg van het begrip ’meerderjarige’ de toelichting bij artikel 1, eerste lid, aanhef en onder b, RWN.) Onder huwelijk wordt hier mede verstaan een in Nederland of buiten Nederland geregistreerd partnerschap als bedoeld in artikel 1, tweede lid, RWN; -– hij op enig moment in het bezit is geweest van de Nederlandse nationaliteit of de staat van Nederlands onderdaan-niet-Nederlander; -– hij op het moment van de bevestiging van de verkrijging gedurende een jaar of langer toelating voor onbepaalde tijd en hoofdverblijf in het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft. Het begrip ‘toelating voor onbepaalde tijd’ houdt in dat de optant in het bezit moet zijn van een verblijfsrecht met een niet-tijdelijk karakter. Voor een nadere uitleg van dit begrip en de wijze waarop kan worden beoordeeld of aan dit vereiste wordt voldaan, wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 1, eerste lid, aanhef en onder g, RWN én artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, RWN. Optant dient zijn rechtmatige verblijf aan de hand van een verblijfsdocument aan te tonen. Zie voor een uitleg van het begrip ‘hoofdverblijf’ de toelichting bij artikel 1, eerste lid, aanhef en onder h, RWN. De periode van een jaar toelating voor onbepaalde tijd en hoofdverblijf moet ‘onafgebroken’ zijn. In deze periode mogen er derhalve geen zogenaamde ‘verblijfsgaten’ voorkomen. Een verblijfsgat leidt tot een onderbreking van de termijn. Na de onderbreking begint een nieuwe termijn van een jaar te lopen. Of wordt voldaan aan de vereiste periode van onafgebroken toelating zal de Gouverneur afleiden uit het verblijfsdocument en de gegevens uit de-bevolkingsadministratie. In andere gevallen zal de duur van de onafgebroken toelating alleen kunnen worden beoordeeld door de DIMAS aan de hand van de gegevens in het NAVAS en het vreemdelingendossier. In die situatie zal de Gouverneur de DIMAS verzoeken om aan hem een bericht omtrent toelating af te geven. Het is overigens de bedoeling dat een bericht omtrent toelating alleen wordt gevraagd indien de Gouverneur niet of in onvoldoende mate beschikt over voldoende gegevens. Ook in gevallen waarbij de gegevens in het NAVAS en het overgelegde verblijfsdocument elkaar tegenspreken of er anderszins omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel bestaat over de juiste verblijfsrechtelijke positie van de optant, dient een bericht omtrent toelating te worden gevraagd. Voor de gevallen waarin en de wijze waarop een bericht omtrent toelating moet worden gevraagd, wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 1, eerste lid, aanhef en onder g, RWN; -– hij het Nederlanderschap niet heeft verloren door intrekking van het besluit waarbij het Nederlanderschap is verleend of verkregen, omdat hij na de totstandkoming van de naturalisatie of de optie niet al het mogelijke heeft gedaan om zijn oorspronkelijke nationaliteit te verliezen (artikel 15, eerste lid, aanhef en onder d of f, RWN); -– hij het Nederlanderschap niet heeft verloren door intrekking door onze Minister omdat hij dit Nederlanderschap vóór 1 april 2003 heeft verkregen door naturalisatie die berust op een door hem gegeven valse verklaring of bedrog dan wel op het verzwijgen van enig voor de naturalisatie relevant feit (artikel 14, eerste lid, RWN). De intrekking van het Nederlanderschap van een persoon op grond van artikel 14, eerste lid, RWN werkt niet verder terug dan tot 1 april 2003 (artikel II, eerste lid, RRWN). Op grond van artikel II, tweede lid, RRWN wordt deze persoon voor de toepassing van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder f, RWN geacht niet het Nederlanderschap te hebben bezeten en kan dus op grond van dat artikellid niet opteren. Een persoon wiens Nederlanderschap op grond van artikel 14, eerste lid, RWN ná 1 april 2003 is ingetrokken, wordt – de intrekking heeft terugwerkende kracht tot het moment van verkrijging – eveneens geacht niet het Nederlanderschap te hebben bezeten. Ook die persoon kan niet opteren op grond van het onderhavige artikellid; -– er op grond van zijn gedrag geen ernstige vermoedens bestaan dat hij gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk. Zie hiervoor de toelichting bij artikel 6, vierde lid, RWN en artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, RWN; en -– hij zich bereid heeft verklaard bij de verkrijging van het Nederlanderschap een verklaring van verbondenheid af te leggen (zie toelichting bij artikel 6, tweede lid, RWN). +• hij meerderjarig is: hij moet dus ten minste achttien jaar zijn of voordien getrouwd zijn (geweest). Zie voor uitleg van het begrip ’meerderjarige’ de toelichting bij artikel 1, eerste lid, aanhef en onder b, RWN. Onder huwelijk wordt hier mede verstaan een in Europees Nederland of buiten Europees Nederland geregistreerd partnerschap als bedoeld in artikel 1, tweede lid, RWN; +• hij op enig moment in het bezit is geweest van de Nederlandse nationaliteit of de staat van Nederlands onderdaan-niet-Nederlander; +• hij op het moment van de bevestiging van de verkrijging gedurende een jaar of langer toelating voor onbepaalde tijd en hoofdverblijf in het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft. + +*Voorbeeld:* + +Henri, een oud-Nederlander, geeft les op een middelbare school op Aruba. Henri is in het bezit van een vttv afgegeven onder de beperking verrichten van arbeid. Als hij drie jaren is toegelaten, verzoekt zijn werkgever gemotiveerd een vergunning aan Henri te verlenen, die de toelating tot Aruba met maximaal een jaar verlengt. Henri krijgt voor de vierde maal een vttv afgegeven onder de beperking verrichten van arbeid. Ook het daaropvolgende jaar krijgt Henri, die nog altijd les geeft aan een middelbare school, een vttv afgegeven onder de beperking verrichten van arbeid. Henri kan nu aantonen dat hij ten minste één jaar toelating voor onbepaalde tijd op Aruba heeft en legt met succes een optieverklaring af. + +Voor een nadere uitleg van het begrip ‘verblijfsrecht met een niet-tijdelijk karakter’ en de wijze waarop kan worden beoordeeld of aan dit vereiste wordt voldaan, wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 1, eerste lid, aanhef en onder g, RWN én artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, RWN. Optant dient zijn rechtmatige verblijf aan de hand van een verblijfsdocument aan te tonen. Zie voor een uitleg van het begrip ‘hoofdverblijf’ de toelichting bij artikel 1, eerste lid, aanhef en onder h, RWN. De periode van een jaar toelating voor onbepaalde tijd en hoofdverblijf moet ‘onafgebroken’ zijn. In deze periode mogen er dus geen zogenaamde ‘verblijfsgaten’ voorkomen. Een verblijfsgat leidt tot een onderbreking van de termijn. Na de onderbreking begint een nieuwe termijn van een jaar te lopen. Of wordt voldaan aan de vereiste periode van onafgebroken toelating zal de Gouverneur afleiden uit het verblijfsdocument en de gegevens uit de bevolkingsadministratie. In die situatie zal de Gouverneur de DIMAS verzoeken om aan hem een bericht omtrent toelating af te geven. Het is overigens de bedoeling dat een bericht omtrent toelating alleen wordt gevraagd als de Gouverneur niet of in onvoldoende mate beschikt over voldoende gegevens. Ook in gevallen waarbij de gegevens in het NAVAS en het overgelegde verblijfsdocument elkaar tegenspreken of er anderszins omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel bestaat over de juiste verblijfsrechtelijke positie van de optant, dient een bericht omtrent toelating te worden gevraagd. Voor de gevallen waarin en de wijze waarop een bericht omtrent toelating moet worden gevraagd, wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 1, eerste lid, aanhef en onder g, RWN; +• hij het Nederlanderschap niet heeft verloren door intrekking van het besluit waarbij het Nederlanderschap is verleend of verkregen, omdat hij na de totstandkoming van de naturalisatie of de optie niet al het mogelijke heeft gedaan om zijn oorspronkelijke nationaliteit te verliezen (artikel 15, eerste lid, aanhef en onder d of f, RWN); +• hij het Nederlanderschap niet heeft verloren door intrekking door onze Minister omdat hij dit Nederlanderschap vóór 1 april 2003 heeft verkregen door naturalisatie die berust op een door hem gegeven valse verklaring of bedrog of op het verzwijgen van enig voor de naturalisatie relevant feit (artikel 14, eerste lid, RWN). De intrekking van het Nederlanderschap van een persoon op grond van artikel 14, eerste lid, RWN werkt niet verder terug dan tot 1 april 2003 (artikel II, eerste lid, RRWN). Op grond van artikel II, tweede lid, RRWN wordt deze persoon voor de toepassing van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder f, RWN geacht niet het Nederlanderschap te hebben bezeten en kan dus op grond van dat artikellid niet opteren. Een persoon van wie het Nederlanderschap op grond van artikel 14, eerste lid, RWN ná 1 april 2003 is ingetrokken, wordt – de intrekking heeft terugwerkende kracht tot het moment van verkrijging – ook geacht niet het Nederlanderschap te hebben bezeten. Ook die persoon kan niet opteren op grond van het onderhavige artikellid; +• er op grond van zijn gedrag geen ernstige vermoedens bestaan dat hij gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk. Zie hiervoor de toelichting bij artikel 6, vierde lid, RWN en artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, RWN; en +• hij zich bereid heeft verklaard bij de verkrijging van het Nederlanderschap een verklaring van verbondenheid af te leggen (zie toelichting bij artikel 6, tweede lid, RWN). #### 2. Oud-Nederlander of oud-Nederlands onderdaan-niet-Nederlander @@ -3582,103 +3602,90 @@ Is de verzoeker nog minderjarig, maar is naturalisatie gewenst op grond van zeer #### 1. Algemeen -Dit artikellid strekt ertoe te waarborgen dat het (op grond van de LTU(V)92 Per 1 oktober 2008 is de LTU gewijzigd in Landsverordening toelating, uitzetting en verwijdering (LTUV). Echter, er kunnen verzoekers zijn die ook na 1 oktober 2008 nog rechtmatig verblijf hebben o.g.v. de LTU. gevoerde) vreemdelingenbeleid en het (op grond van de RWN gevoerde) naturalisatiebeleid met elkaar in overeenstemming zijn. De verlening van het Nederlanderschap mag het vreemdelingenbeleid immers niet doorkruisen. +Dit artikellid strekt ertoe te waarborgen dat het (op grond van de LTU(V) gevoerde) vreemdelingenbeleid en het (op grond van de RWN gevoerde) naturalisatiebeleid met elkaar in overeenstemming zijn. De verlening van het Nederlanderschap mag het vreemdelingenbeleid immers niet doorkruisen. -Onderstaand wordt aangegeven welke verblijfstitels er op grond van de LTU(V) in Aruba bestaan (paragraaf 2) en op welke wijze aan de hand van het verblijfsdocument van de verzoeker kan worden beoordeeld of er in beginsel al dan niet bedenkingen bestaan tegen het verblijf voor onbepaalde tijd (paragraaf 3). Verder wordt beschreven hoe te handelen indien verzoeker niet beschikt over een verblijfsdocument, hij niet beschikt over het juiste verblijfsdocument, het verblijfsrecht behoort te worden ingetrokken, het verblijfsrecht van rechtswege is komen te vervallen dan wel verzoeker op grond van het vreemdelingenrecht niet behoeft te beschikken over een verblijfsdocument. In die gevallen kan de vraag of er bedenkingen bestaan in bovenbedoelde zin niet (eenvoudig) aan de hand van een verblijfsdocument worden beantwoord (paragraaf 5). +Let op! Per 1 juli 2006 is de LTU gewijzigd in Landsverordening toelating, uitzetting en verwijdering (LTUV). -De uiteindelijke beslissing of een verzoeker om naturalisatie wel of niet voldoet aan het criterium uit artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b RWN ligt bij de Minister van Justitie van het Koninkrijk die oordeelt over de afwijzing of de inwilliging van het verzoek. Daartoe hanteert de Minister van Justitie van het Koninkrijk de dienaangaande in de Nederlandse Handleiding93 Voor deze uitgangspunten: Zie de Nederlandse Handleiding, toelichting op artikel 1, eerste lid onder g, RWN, par. 3. verwoorde uitgangspunten op verblijfsrechtelijk terrein. Dit betekent dat een als vóórtdurend gekenmerkt verblijfsrecht (doel van het verblijfsrecht is niet-tijdelijk van aard) een verblijfsrecht is waarbij geen bedenkingen tegen het verblijf in Nederland, Curaçao en Sint Maarten of Aruba aanwezig zijn. Daarbij maakt het niet uit of de verblijfsvergunning met dat verblijfsdoel steeds moet worden verlengd. Het maakt daarbij ook niet uit of het verblijfsrecht zelf mogelijk afloopt en weer (met hetzelfde verblijfsdoel) moet worden verlengd. +In paragraaf 2 wordt aangegeven welke verblijfstitels er op grond van de LTU(V) in Aruba bestaan. In paragraaf 3 wordt aangegeven op welke wijze aan de hand van het verblijfsdocument van de verzoeker kan worden beoordeeld of er in beginsel al dan niet bedenkingen bestaan tegen het verblijf voor onbepaalde tijd. + +Verder wordt beschreven hoe te handelen wanneer de verzoeker niet beschikt over een verblijfsdocument, hij niet beschikt over het juiste verblijfsdocument, het verblijfsrecht behoort te worden ingetrokken, het verblijfsrecht van rechtswege is komen te vervallen of de verzoeker op grond van het vreemdelingenrecht niet behoeft te beschikken over een verblijfsdocument. In die gevallen kan de vraag of er bedenkingen bestaan in bovenbedoelde zin niet (eenvoudig) aan de hand van een verblijfsdocument worden beantwoord. Zie hiervoor paragraaf 5. + +De uiteindelijke beslissing of een verzoeker om naturalisatie wel of niet voldoet aan het criterium uit artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b RWN ligt bij de IND die namens de in de Koninkrijksregering voor het Nederlanderschap verantwoordelijke bewindspersoon oordeelt over de afwijzing of de inwilliging van het verzoek. Daartoe hanteert de IND de dienaangaande in de Nederlandse Handleiding verwoorde uitgangspunten op verblijfsrechtelijk terrein. Zie hiervoor de toelichting bij artikel 1, eerste lid en onder g, paragraaf 3. Dit betekent dat een als vóórtdurend gekenmerkt verblijfsrecht (doel van het verblijfsrecht is niet-tijdelijk van aard) een verblijfsrecht is waarbij geen bedenkingen tegen het verblijf in het Europese deel van Nederland (dat hiervoor aansluit bij het Vreemdelingenbesluit), Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba aanwezig zijn. Daarbij maakt het niet uit of de verblijfsvergunning met dat verblijfsdoel steeds moet worden verlengd. Het maakt daarbij ook niet uit of het verblijfsrecht zelf mogelijk afloopt en weer (met hetzelfde verblijfsdoel) moet worden verlengd. #### 2. Verblijfsvergunningen en andere verblijfsdocumenten op grond van de LTU(V) -De LTUV onderscheidt de volgende verblijfstitels: +De LTU(V) onderscheidt de volgende verblijfstitels: -1. Een**vergunning tot tijdelijk verblijf** (artikel 6, tweede lid, LTUV; zie hierna sub 3.1 en 3.1.1) +1. Een **vergunning tot tijdelijk verblijf** (artikel 6, tweede lid, LTU(V); zie hierna sub 3.1 en 3.1.1). -Deze vergunning wordt in de praktijk o.a. verleend voor de volgende verblijfsdoelen +Deze vergunning wordt in de praktijk o.a. verleend voor de volgende verblijfsdoelen: -Tijdelijk verblijf gezin +• tijdelijk verblijf gezin (o.a. gezinshereniging, gezinsvorming); +• tijdelijk verblijf voortgezet gezin/studie; +• tijdelijk verblijf werk/arbeid (o.a. regulier, inwonende dienstbode en beroepspersonen); +• tijdelijk verblijf rentenier: naar haar aard voor onbepaalde tijd, namelijk voor zolang de rentenier over gegarandeerd inkomen beschikt en dit kan aantonen; +• tijdelijk verblijf studie; +• tijdelijk verblijf voor verblijf bij garantsteller; +• tijdelijk verblijf verblijven; +• tijdelijk verblijf animeerpersoon; +• tijdelijk verblijf projectverbonden; +• tijdelijk verblijf stagiaire; +• tijdelijk verblijf asiel. -Tijdelijk verblijf werk (o.a. regulier/inwonende dienstbode/beroepspersonen +Al naargelang het verblijfsdoel worden de vergunningen tot tijdelijk verblijf voor verschillende perioden verleend c.q. verlengd. Dat een vergunning tot tijdelijk verblijf wordt afgegeven wil niet zeggen dat er bedenkingen bestaan tegen verblijf voor onbepaalde tijd in Aruba. Zie sub 3 (Geen) bedenkingen tegen verblijf voor onbepaalde tijd. -Tijdelijk verblijf rentenier: naar haar aard voor onbepaalde tijd, namelijk voor zolang deze over gegarandeerd inkomen beschikt en dit kan aantonen. +Let op! Het kan voorkomen dat een vreemdeling een ‘tijdelijk’ verblijfsdoel heeft volgens het Arubaanse vreemdelingenrecht. Als het verblijfsrecht met de beperking ‘het verrichten van arbeid in loondienst’ vijf keer of meer is verstrekt, valt de ‘tijdelijkheid’ van het verblijfsrecht weg. Dan is feitelijk sprake van toelating voor onbepaalde tijd of van geen bedenkingen tegen het verblijf voor onbepaalde tijd in Aruba in de zin van de RWN. +2. Een **vergunning tot verblijf** (artikel 6, derde lid, LTU(V) jo artikel 7a; zie hierna sub 3.2). -Tijdelijk verblijf studie +De vergunning tot verblijf is een vergunning voor onbepaalde tijd welke na verloop van tien jaren rechtmatig verblijf wordt afgegeven aan de vreemdeling. +3. Een **verklaring van toelating van rechtswege** (artikel 3 LTU(V)). -Tijdelijk verblijf voor verblijf bij garantsteller - -Tijdelijk verblijf verblijven - -Tijdelijk verblijf animeerpersoon - -Tijdelijk verblijf projectverbonden - -Tijdelijk verblijf stagiaire - -Tijdelijk verblijf asiel - -Al naargelang het verblijfsdoel worden de vergunningen tot tijdelijk verblijf voor verschillende perioden verleend c.q. verlengd. Dat een vergunning tot tijdelijk verblijf wordt afgegeven wil niet zeggen dat er bedenkingen bestaan tegen verblijf voor onbepaalde tijd in Aruba. Zie hierover sub 3. (Geen) bedenkingen tegen verblijf voor onbepaalde tijd). -2. Een**vergunning tot verblijf** (artikel 6, derde lid, LTUV jo artikel 7a; zie hierna sub 3.2) - -De vergunning tot verblijf is een vergunning voor onbepaalde tijd welke na verloop van tien jaren legaal verblijf wordt afgegeven aan de vreemdeling. -3. Een**verklaring dat de LTU niet van toepassing is** (een zg. NVT-verklaring op grond van artikel 1) - -Vanaf de inwerkingtreding van de LTU van 1 juli 2006 wordt deze verklaring niet meer afgegeven aan niet-Nederlanders. (Zie hierna onder Overgangsrecht met betrekking tot artikel 1 en 3 LTUV.) -4. Een**verklaring van toelating van rechtswege** (artikel 3 LTUV) - -De volgende personen hebben op grond van artikel 3 LTUV van rechtswege verblijf in Aruba: +De volgende personen hebben op grond van artikel 3 LTU(V) van rechtswege verblijf in Aruba: a. personen die in dienst zijn van een van de landen van het Koninkrijk of van een bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, aangewezen ander land of van een internationale organisatie; -b. personen die in dienst zijn geweest van Aruba of vóór 1 januari 1986 in dienst waren van Curaçao en Sint Maarten of het eilandgebied Aruba en uit dien hoofde pensioen of uitkering bij wijze van pensioen genieten, alsmede de niet hertrouwde weduwen van zodanige personen; -c. in Aruba als zodanig toegelaten beroepsconsuls, beroeps-consulaire ambtenaren en ander consulair personeel; -d. militairen, gedurende de tijd dat zij in Aruba zijn gestationeerd; -e. opvarenden van tot de zee- of luchtmacht van enige mogendheid behorende schepen of luchtvaartuigen, gedurende de tijd, dat Aruba met toestemming van de bevoegde autoriteit wordt aangedaan; -f. Nederlanders die gedurende langer dan vijf jaar onafgebroken in Aruba zijn toegelaten geweest van rechtswege of krachtens vergunning. +b. personen die in dienst zijn geweest van Aruba of vóór 1 januari 1986 in dienst waren van de Nederlandse Antillen of het eilandgebied Aruba en uit dien hoofde pensioen of uitkering bij wijze van pensioen genieten, alsmede de niet hertrouwde weduwen van zodanige personen; +c. in Aruba als zodanig toegelaten beroepsconsuls, beroepsconsulaire ambtenaren en ander consulair personeel; +d. militaire, gedurende de tijd dat zij in Aruba zijn gestationeerd; +e. opvarende van tot de zee- of luchtmacht van enige mogendheid behorende schepen of luchtvaartuigen, gedurende de tijd, dat Aruba met toestemming van de bevoegde autoriteit wordt aangedaan; +f. Nederlanders die gedurende langer dan vijf jaar onafgebroken in Aruba van rechtswege toelating hadden of krachtens vergunning. +g. de niet-Nederlander die gehuwd is met en inwoont bij een Nederlander en die beschikt over een verklaring van toelating van rechtswege op grond van het beoogde artikel 3, eerste lid aanhef en onder g uit het voorstel (ZJ 2011-2012-736) tot aanpassing van de LTU(V); +h. de minderjarige niet-Nederlander die die beschikt over een verklaring van toelating van rechtswege op grond van het beoogde artikel 3, eerste lid aanhef en onder g uit het voorstel (ZJ 2011-2012-736) tot aanpassing van de LTU(V). -Artikel VI (Afkondigingsblad van Aruba 2006 no 30) +*Ad g en h:* -Een verblijfstitel die is verleend voor de inwerkingtreding van de LTU van 1 juli 2006 blijft van kracht gedurende drie jaar na de datum van inwerkingtreding van deze landsverordening, tenzij het bescheid waaruit die verblijfstitel blijkt, een kortere duur vermeldt. +In Aruba was tot 1 juli 2006 het vreemdelingenrecht niet van toepassing op de niet-Nederlandse huwelijkspartner van een Arubaanse Nederlander. De niet-Nederlandse partner was ‘niet-toelatingsplichtig’ en daarmee rechtmatig op Aruba. De Immigratiedienst van Aruba verstrekte op verzoek een (niet-constitutieve) ‘verklaring-niet toelatingsplichtig’. Naturalisatie was wel mogelijk. De niet-Nederlander had rechtmatig verblijf en bij de huwelijkspartner van een onderdaan wordt als hoofdregel aangenomen dat de verblijfsrechtelijke positie in beginsel van niet-tijdelijke aard is. -De DIMAS heeft aan personen die een verblijfsstatus o.g.v. artikel 1 en 3 van de LTU (oud) hebben verkregen en na de wijziging van de LTU een aanvraag hebben ingediend dat zij die status bevestigd willen zien, een verklaring conform VI overgangsbepaling afgegeven. +Een verklaring-niet toelatingsplichtig in de zin van artikel 1 LTU wordt vanaf 1 juli 2012 niet meer afgegeven aan niet-Nederlanders, zonder dat de LTU(V) een nieuwe voorziening kent. Vanaf 1 juli 2012 kunnen alleen Nederlanders in de zin van artikel 1, eerste lid aanhef en onder a t/m c, LTU(V) aanspraak maken op een dergelijke verklaring. -Na 1 juli 2009 zullen deze personen, indien niet reeds een andere status verworven ex artikel 1 of 3 LTUV, een andere verblijfstitel moeten hebben. +Wel geldt met ingang van 1 juli 2012 een beleidsinstructie van de DIMAS waarin is bepaald dat deze categorie niet-Nederlanders wordt geacht rechtmatig verblijf te hebben op Aruba. Deze instructie geldt ook voor de niet-Nederlandse huwelijkspartner van een Arubaanse Nederlander die vanaf 2006 jaarlijks een verblijfsvergunning zou moeten aanvragen. Vooruitlopend op de wijziging van de LTU(V) verstrekt de DIMAS op verzoek een verklaring van rechtswege op grond van (beoogd) artikel 3, eerste lid aanhef en onder g, LTU(V), inhoudende dat betrokkene wordt geacht de status van rechtswege toegelaten vreemdeling te hebben op grond van de nieuwe landsverordening. Dit is een toelating van rechtswege op grond van (beoogd) artikel 3, eerste lid aanhef en onder g, LTU(V). Staande het huwelijk van ten minste één Nederlander geadopteerde of rechtsgeldig door een Nederlander erkende minderjarige inwonende kinderen krijgen ook een toelating van rechtswege. Veelal zullen deze minderjarigen door de adoptie of de erkenning het Nederlanderschap hebben gekregen. Als dat niet het geval is en er sprake is van een verzoek om medenaturalisatie op grond van artikel 11 RWN dan geldt een verklaring ex het beoogde artikel 3, eerste lid aanhef en onder g, LTU(V) als toelating voor onbepaalde tijd. -De volgende artikelen gaven tot 1 juli 2006 een verblijfstitel uit hoofde van de LTU zelf: +#### 3. (Geen) bedenkingen tegen verblijf voor onbepaalde tijd -Artikel 1 d LTU: - -de buiten Aruba geboren leden van het wettig gezin van de op het eiland Aruba geboren man (en vrouw) van Nederlandse nationaliteit - -Artikel 1 e LTU: - -de buiten Aruba geboren minderjarige kinderen van de op het eiland Aruba geboren man of vrouw van Nederlandse nationaliteit - -Artikel 1 f LTU: - -de minderjarige kinderen van de in de onderdelen d en e genoemde personen, die bij het bereiken van hun meerderjarigheid, ingezetenen zijn van Aruba en de Nederlandse nationaliteit bezitten. - -Artikel 3 g LTU - -Het wettig gezin van de in de onderdelen a,b, c en d genoemde personen dat als zodanig bij het gezinshoofd inwoont. - -#### 3. (geen) bedenkingen tegen verblijf voor onbepaalde tijd - -De uiteindelijke beslissing of er wel of niet bedenkingen bestaan tegen het verblijf voor onbepaalde tijd in Aruba van een verzoeker om naturalisatie ligt bij de Minister van Justitie van het Koninkrijk die oordeelt over de afwijzing of de inwilliging van het verzoek. Daartoe hanteert de Minister van Justitie van het Koninkrijk de dienaangaande in de Nederlandse Handleiding94 Zie noot 2. verwoorde uitgangspunten op verblijfsrechtelijk terrein. Dit betekent dat een als vóórtdurend gekenmerkt verblijfsrecht (doel van het verblijfsrecht is niet-tijdelijk van aard) een verblijfsrecht is waarbij geen bedenkingen tegen het verblijf in Nederland, Curaçao en Sint Maarten of Aruba aanwezig zijn. Daarbij maakt het niet uit of de verblijfsvergunning met dat verblijfsdoel steeds moet worden verlengd. Het maakt daarbij ook niet uit of het verblijfsrecht zelf mogelijk afloopt en weer (met hetzelfde verblijfsdoel) moet worden verlengd. +De uiteindelijke beslissing of wel of niet bedenkingen bestaan tegen het verblijf voor onbepaalde tijd in Aruba van een verzoeker om naturalisatie ligt bij Onze Minister die oordeelt over de afwijzing of de inwilliging van het verzoek. Daartoe hanteert Onze Minister de dienaangaande in de Nederlandse handleiding verwoorde uitgangspunten op verblijfsrechtelijk terrein. Dit betekent dat een als vóórtdurend gekenmerkt verblijfsrecht (doel van het verblijfsrecht is niet-tijdelijk van aard) een verblijfsrecht is waarbij geen bedenkingen tegen het verblijf in het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba aanwezig zijn. Daarbij maakt het niet uit of de verblijfsvergunning met dat verblijfsdoel steeds moet worden verlengd. Het maakt daarbij ook niet uit of het verblijfsrecht zelf mogelijk afloopt en weer (met hetzelfde verblijfsdoel) moet worden verlengd. Bij de beoordeling van een verzoek om naturalisatie zal steeds de vraag moeten worden beantwoord of er op grond van de verblijfstitel van de vreemdeling bedenkingen bestaan tegen het verblijf voor onbepaalde tijd in Aruba in de zin van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, RWN. Hiervoor geldt voor de verschillende verblijfstitels het volgende. -##### 3.1. De vergunning tot tijdelijk verblijf +##### 3.1. De vergunning tot tijdelijk verblijf (vttv) -Een vergunning tot tijdelijk verblijf die verleend is onder de beperking voor het zoeken en verrichten van arbeid in loondienst die is aangevraagd op of na 1 juli 2006 (zie hierna paragraaf 3.1.1), het verblijf als stagiaire of practicant, het volgen van een studie, het verblijf als au pair, het verblijf in het kader van uitwisseling, het ondergaan van medische behandeling, het verblijf als vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Aruba kan vertrekken, is tijdelijk van aard. Tegen het verblijf voor onbepaalde tijd in Aruba van verzoekers die in het bezit zijn van een dergelijke vergunning tot tijdelijk verblijf bestaan dus bedenkingen. +Een vttv die is verleend met als verblijfsdoel het zoeken en verrichten van arbeid in loondienst die is aangevraagd op of na 1 juli 2006 (zie paragraaf 3.1.1), het verblijf als stagiaire of practicant, het volgen van een studie, het verblijf als au pair, het verblijf in het kader van uitwisseling, het ondergaan van medische behandeling, het verblijf als vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Aruba kan vertrekken, is tijdelijk van aard. Tegen het verblijf voor onbepaalde tijd in Aruba van verzoekers die in het bezit zijn van een dergelijke vttv bestaan dus bedenkingen tegen het verblijf voor onbepaalde tijd in de zin van de RWN. Dit is alleen anders wanneer de toelatende overheid, blijkens de verblijfsrechthistorie conform de beleidsinstructie van 1 juni 2010, vooruitlopend op de herziening van de LTU(V), van de DIMAS ertoe is overgegaan de vreemdeling meer dan vier jaar achtereen een vttv met als verblijfsdoel het verrichten van arbeid in loondienst te verstrekken. De DIMAS voert dus vooruitlopend op de herziening van de LTU(V) bepaalde onderdelen van de huidige LTU(V) niet meer uit. Bij nota van 4 april 2013 is aan de in de Koninkrijksregering voor het Nederlanderschap verantwoordelijke bewindspersoon gevraagd of in het kader van de toepassing van de RWN de huidige verblijfsvergunning ‘arbeid in loondienst’ in Aruba vanaf de vijfde opeenvolgende vergunning in de optie- en naturalisatieprocedure te beschouwen als een verblijfsrecht van niet-tijdelijke aard, en dus goed voor naturalisatie en optie. Op 10 april 2013 heeft de in de Koninkrijksregering voor het Nederlanderschap verantwoordelijke bewindspersoon voornoemde beleidswijziging goedgekeurd. -Een vergunning tot tijdelijk verblijf die verleend is onder de beperking voor het verrichten van arbeid als zelfstandige, het verrichten van arbeid in loondienst voor langer dan een jaar mits deze is aangevraagd voor 1 juli 2006 (zie hierna paragraaf 3.2), verblijf bij echtgeno(o)t (e) of partner, verblijf bij een ouder of ander gezinslid, is niet-tijdelijk van aard. Er bestaan in deze gevallen geen bedenkingen tegen het verblijf voor onbepaalde tijd. +Een vttv die is verleend met als verblijfsdoel verrichten van werk/arbeid als zelfstandige, het verrichten van arbeid in loondienst voor langer dan een jaar mits deze is aangevraagd voor 1 juli 2006 (zie paragraaf 3.2), verblijf bij echtgeno(o)t (e) of partner, verblijf bij een ouder of ander gezinslid, verblijfsdoel voortgezet gezin/studie, is niet-tijdelijk van aard. Er bestaan in deze gevallen geen bedenkingen tegen het verblijf voor onbepaalde tijd in de zin van de RWN. -###### 3.1.1 +Een vttv die is verleend met als verblijfsdoel arbeid als zelfstandige, verblijf bij echtgeno(o)t (e) of partner, verblijf bij een ouder of ander gezinslid, is niet-tijdelijk van aard. Er bestaan in deze gevallen geen bedenkingen tegen het verblijf voor onbepaalde tijd in de zin van de RWN. -Met de inwerkingtreding van de gewijzigde LTU (AB 2006 no. 30) op 1 juli 2006, is een vergunning tot tijdelijk verblijf met de beperking ‘voor het verrichten van arbeid in loondienst’, een verblijfsrecht dat tijdelijk van aard is geworden. In het kader van de beoordeling of sprake is van bedenkingen tegen het verblijf voor onbepaalde tijd in de zin van de RWN geldt, dat een vergunning tot tijdelijk verblijf in het kader van het verrichten van arbeid in loondienst die is aangevraagd op of na 1 juli 2006, leidt tot bedenkingen. +###### 3.1.1. De vergunning tot tijdelijk verblijf voor het verrichten van arbeid in loondienst -Een verzoeker met een vergunning tot tijdelijk verblijf met de beperking ‘voor het verrichten van arbeid in loondienst’, die op 1 juli 2006 of later is aangevraagd, wordt ontraden om een verzoek om naturalisatie in te dienen. Houdt verzoeker niettemin vast aan indiening van het verzoek om naturalisatie, dan wordt de procedure gevolgd zoals beschreven in paragraaf 4 van de toelichting bij dit artikellid. De IND beoordeelt op basis van het door verzoeker overgelegde verblijfsdocument en het advies van de Gouverneur of sprake is van bedenkingen tegen het verblijf voor onbepaalde tijd. Voor de beantwoording van de vraag of de vergunning voor of na 1 juli 2006 is aangevraagd, wordt verwezen naar de vreemdelingenadministratie (NAVAS). +De huidige Arubaanse Landsverordening (AB 2006, no. 30) bepaalt dat het verblijfsdoel arbeid in loondienst ‘tijdelijk’ van aard is en beperkt tot maximaal vier jaar. Sinds juni 2012 is bij het Arubaanse Parlement een herziening van de LTU(V) aanhangig. Vooruitlopend op de herziening wordt de LTU(V) op onderdelen niet (meer) uitgevoerd door de DIMAS. Anticiperende beleidsinstructies van Aruba bepalen in de plaats daarvan voor sommige niet-Nederlanders hun vreemdelingenrechtelijke situatie. Dit is ook het geval bij verblijfsrecht voor de vreemdeling die arbeid in loondienst verricht. Dit leidt ertoe dat een vreemdeling die langer dan vier jaar op Aruba is toch een voorgezet legaal verblijf kan hebben met een vijfde of volgende vergunning voor arbeid in loondienst. -Ten aanzien van kennismigranten geldt vanaf november 2007 op het voorgaande een uitzondering. Tegen hun verblijf voor onbepaalde tijd in Aruba op basis van een vergunning tot tijdelijk verblijf voor het verrichten van arbeid in loondienst bestaan geen bedenkingen. +Met ingang van 10 april 2013, de datum waarop de in de Koninkrijksregering voor het Nederlanderschap verantwoordelijke bewindspersoon dit heeft goedgekeurd, geldt het volgende. Tegen het verblijf voor onbepaalde tijd in Aruba van een verzoeker om naturalisatie, die in het bezit is van een vttv afgegeven onder het verblijfsdoel verrichten van arbeid in loondienst en die zich bevindt in de toelatingsjaren één tot en met vier, bestaan – conform het in Aruba geldende vreemdelingenrecht – bedenkingen. Dit betekent dat een verzoek om naturalisatie wordt afgewezen. Als er na vier achtereenvolgende verblijfsvergunningen met het verblijfsdoel ‘arbeid in loondienst’ aansluitend een vijfde (of later een daarop volgende) verblijfsvergunning ‘arbeid in loondienst’ is verstrekt, dan wordt het verblijfsrecht met ingang van de vijfde verstrekking (toelatingsjaar 5) beschouwd als ‘niet-tijdelijk van aard’. Het onderstaande schema licht dit toe. + +| Vttv verlening (verblijfsdoel: verrichten van arbeid in loondienst) | Verlenging vttv (verblijfdsdoel: verrichten van arbeid in loondienst) | Verlenging vttv (verblijfsdoel: verrichten van arbeid in loondienst) | Vttv verlening o.g.v. bijzondere omstandigheden en gemotiveerd verzoek van werkgever | Vttv verlening; géén bedenkingen; afleggen optieverklaring is mogelijk | Verlenging vttv; géén bedenkingen; verzoek om naturalisatie is mogelijk (als ook voldaan wordt aan de overige voorwaarden voor naturalisatie) | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| Vttv/jaar 1 | Vttv/jaar 2 | Vttv/jaar 3 | Vttv/jaar 4 | Vttv/jaar 5 | Vttv/jaar 6 | + +De IND beoordeelt op basis van de door verzoeker overgelegde verblijfsdocumenten en het advies van de Gouverneur of sprake is van bedenkingen tegen het verblijf voor onbepaalde tijd. + +Ten aanzien van kennismigranten geldt vanaf november 2007 op het voorgaande een uitzondering. Tegen hun verblijf voor onbepaalde tijd in Aruba op basis van een vttv voor het verrichten van arbeid in loondienst bestaan ook in de eerste vier toelatingsjaren geen bedenkingen. ##### 3.2. De vergunning tot verblijf @@ -3690,9 +3697,10 @@ Ten aanzien van verzoekers om naturalisatie op wie de LTU (oud)96 De LTU van vó ##### 3.4. Een verklaring van toelating van rechtswege -– Ten aanzien van vreemdelingen die in het bezit zijn van een artikel 3 lid 1 sub a LTU(V) verklaring en die een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd hebben, wordt aangenomen dat er geen bedenkingen bestaan tegen hun verblijf voor onbepaalde tijd in Aruba. Tegen het verblijf voor onbepaalde tijd in Aruba van vreemdelingen, in het bezit van een artikel 3 lid 1 sub a LTU(V) verklaring in combinatie met een arbeidsovereenkomst die jaarlijks verlengd wordt, bestaan geen bedenkingen als zij een verklaring van de Gouverneur overleggen waarin deze dit bevestigt. -– Vreemdelingen die zijn toegelaten op grond van artikel 3 lid 1 onder b LTU(V) (en hun gezinsleden op grond van onderdeel g LTU (oud)97Idem.) en i LTU (oud) en in het bezit zijn van een verklaring van toelating van rechtswege hebben een verblijfsrecht met een niet-tijdelijk karakter en tegen hun verblijf voor onbepaalde tijd in Aruba bestaan dus geen bedenkingen. (Zie echter hiervoor onder Overgangsrecht met betrekking tot artikel 1 en 3 LTUV.) -– Voor de overige categorieën vreemdelingen in het bezit van een artikel 3 LTUV verklaring geldt dat er bedenkingen bestaan tegen hun verblijf voor onbepaalde tijd in Aruba. +Ten aanzien van vreemdelingen die in het bezit zijn van een artikel 3 lid 1 sub a LTU(V) verklaring en die een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd hebben, wordt aangenomen dat er geen bedenkingen bestaan tegen hun verblijf voor onbepaalde tijd in Aruba: + +• Vreemdelingen die een verklaring van toelating van rechtswege hebben op grond van het beoogde artikel 3, eerste lid aanhef en onder g, uit het voorstel (ZJ 2011-2012-736) tot aanpassing van de LTU(V). Zie paragaaf 2. Tegen hun verblijf voor onbepaalde tijd in Aruba bestaan geen bedenkingen in de zin van de RWN; +• Voor de overige categorieën vreemdelingen die in het bezit zijn van een bestaand artikel 3 LTU(V) verklaring geldt dat wel bedenkingen bestaan tegen hun verblijf voor onbepaalde tijd in Aruba in de zin van de RWN. #### 4. Beoordelingsmoment