2024-01-01 | BWBR0011919 | Wet bevordering eigenwoningbezit

This commit is contained in:
Coornhert 2024-01-01 12:00:00 +00:00
parent 74673d8c3a
commit 409ff7619e

View file

@ -179,7 +179,7 @@ Vervallen
Voor een primaire toekenning is vereist dat:
a. de koopsom van de woning niet hoger is dan € 218.500, en
a. de koopsom van de woning niet hoger is dan € 224.625, en
b. het bedrag van de hypothecaire lening niet hoger is dan het bedrag, genoemd onder a, vermeerderd met 8 procent.
**2.** Het in het eerste lid, onder a, genoemde bedrag wordt met ingang van 1 januari van elk jaar gewijzigd overeenkomstig artikel 41.
@ -202,7 +202,7 @@ Vervallen
### Artikel 20
Voor een primaire toekenning ten behoeve van een bestaande woning is vereist dat deze zich niet bevindt op bodem, waarvan ingevolge de Wet bodembescherming is vastgesteld dat deze ernstig verontreinigd is.
Vervallen
### Artikel 21
@ -282,8 +282,8 @@ Vervallen
Bij ministeriële regeling wordt een opslagpercentage vastgesteld. Dat percentage wordt:
a. bij toetsinkomens van € 38.325 of meer zodanig vastgesteld dat met gebruikmaking daarvan een hypothecaire lening in de vorm van een annuïteitenhypotheek kan worden afgesloten ter hoogte van het bedrag, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder b, dan wel
b. bij toetsinkomens van minder dan € 38.325 zodanig vastgesteld dat dit percentage overeenkomt met het ingevolge onderdeel a vastgestelde percentage dat geldt bij een toetsinkomen van € 38.325.
a. bij toetsinkomens van € 42.175 of meer zodanig vastgesteld dat met gebruikmaking daarvan een hypothecaire lening in de vorm van een annuïteitenhypotheek kan worden afgesloten ter hoogte van het bedrag, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder b, dan wel
b. bij toetsinkomens van minder dan € 42.175 zodanig vastgesteld dat dit percentage overeenkomt met het ingevolge onderdeel a vastgestelde percentage dat geldt bij een toetsinkomen van € 42.175.
**3.** De in het eerste en tweede lid bedoelde percentages kunnen bij ministeriële regeling worden gewijzigd als daartoe aanleiding bestaat als gevolg van de ontwikkeling van het rentetarief, bedoeld in artikel 26, eerste lid.