2011-01-01 | BWBR0019057 | Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
This commit is contained in:
parent
4c2b9d2db5
commit
40f4c9f445
1 changed files with 49 additions and 73 deletions
|
|
@ -34,6 +34,7 @@ Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaa
|
|||
– *sociaal-fiscaalnummer*: het nummer, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel k, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
|
||||
– *UWV*: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
|
||||
– *vreemdeling*: de persoon, bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000;
|
||||
– *vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel:* een bij onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht, behoudens de gevallen, bedoeld in artikel 37, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;
|
||||
– *wachtgeld:* wachtgeld op grond van het Rijkswachtgeldbesluit 1959, uitkering op grond van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, wachtgeld of daarmee gelijkgestelde uitkering op grond van de Algemene militaire pensioenwet, of een met die wachtgelden of die uitkeringen vergelijkbare uitkering op grond van ontslag of werkloosheid, met uitzondering van een uitkering in verband met functioneel leeftijdsontslag of vrijwillig vervroegd uittreden;
|
||||
– *wachttijd*: de wachttijd, bedoeld in artikel 23;
|
||||
– *WGA-uitkering*: de werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten, bedoeld in hoofdstuk 7;
|
||||
|
|
@ -137,20 +138,11 @@ b. de persoon, die wegens werkloosheid niet werkt en die op grond van een bij mi
|
|||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** De persoon die binnen vier weken na het einde van zijn verzekering ziek wordt, wordt voor het recht op een uitkering op grond van deze wet beschouwd alsof hij verzekerd was gebleven. Indien de verzekering berust op een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 3 van de Ziektewet, is de eerste zin eerst na het eindigen van die dienstbetrekking van toepassing.
|
||||
|
||||
De persoon, die:
|
||||
**2.** Het eerste lid blijft buiten toepassing ten aanzien van de persoon, die op grond van artikel 6, eerste lid, onderdeel a of b van de Ziektewet, niet verzekerd is.
|
||||
|
||||
a. gedurende twee maanden onafgebroken op alle dagen verzekerd is geweest, of
|
||||
b. in de loop van de twee maanden, voorafgaande aan het einde van zijn verzekering, op ten minste 16 dagen verzekerd is geweest,
|
||||
|
||||
wordt, indien hij in het in onderdeel a bedoelde geval binnen een maand na het einde van die twee maanden en in het in onderdeel b bedoelde geval binnen acht dagen na het einde van zijn verzekering ziek wordt, voor het recht op een uitkering op grond van deze wet, beschouwd alsof hij verzekerd was gebleven. Indien de verzekering berust op een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 3 van de Ziektewet, is de eerste zin eerst na het eindigen van die dienstbetrekking van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid, onderdeel a, genoemde termijn van twee maanden wordt geacht niet te zijn onderbroken, indien de betrokkene gedurende niet meer dan zeven dagen niet verzekerd is geweest. Voor de toepassing van dit en het eerste lid wordt arbeid, in een aaneengesloten nachtdienst op twee dagen verricht, gerekend als arbeid op één dag.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid blijft buiten toepassing ten aanzien van de persoon, die op grond van artikel 6, eerste lid, onderdeel a of b van de Ziektewet, niet verzekerd is.
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld, op grond waarvan personen, die niet verzekerd zijn en die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt of gedeeltelijk arbeidsgeschikt worden als gevolg van bij die maatregel aan te wijzen beroepsziekten, voor het recht op een uitkering worden beschouwd alsof zij verzekerd zijn.
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld, op grond waarvan personen, die niet verzekerd zijn en die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt of gedeeltelijk arbeidsgeschikt worden als gevolg van bij die maatregel aan te wijzen beroepsziekten, voor het recht op een uitkering worden beschouwd alsof zij verzekerd zijn.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1.4. Begrip werkgever
|
||||
|
||||
|
|
@ -414,7 +406,7 @@ b. perioden die niet al op grond van onderdeel a meetellen maar waarin de verzek
|
|||
|
||||
**5.** Voor het bepalen van de wachttijd worden niet in aanmerking genomen perioden gedurende welke een uitkering wordt genoten als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, onder 2°.
|
||||
|
||||
**6.** Op aanvraag van de verzekerde stelt het UWV, in afwijking van het eerste lid, een verkorte wachttijd vast indien de verzekerde volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 4, tweede lid, en bij de aanvraag artikel 66 in acht is genomen. Een verkorte wachttijd bedraagt ten minste 13 weken en ten hoogste 78 weken. Het einde van een verkorte wachttijd wordt niet eerder vastgesteld dan tien weken na de dag waarop de aanvraag daartoe is ingediend. Dit lid is niet van toepassing op de verzekerde aan wie ziekengeld als bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de Ziektewet wordt uitgekeerd en die geen recht heeft op loon op grond van artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
**6.** Op aanvraag van de verzekerde stelt het UWV, in afwijking van het eerste lid, een verkorte wachttijd vast indien de verzekerde volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 4, tweede lid, en bij de aanvraag artikel 66 in acht is genomen. Een verkorte wachttijd bedraagt ten minste 13 weken en ten hoogste 78 weken. Het einde van een verkorte wachttijd wordt niet eerder vastgesteld dan tien weken na de dag waarop de aanvraag daartoe is ingediend. Dit lid is niet van toepassing op de verzekerde aan wie ziekengeld als bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de Ziektewet wordt uitgekeerd en die geen recht heeft op loon op grond van artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of op bezoldiging of hetgeen daarmee overeenkomt als bedoeld in artikel 76a van de Ziektewet.
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
|
|
@ -452,7 +444,7 @@ b. vult de werkgever in overleg met de verzekerde, indien hij al een reïntegrat
|
|||
|
||||
**8.** Indien bij de behandeling van de aanvraag, bedoeld in artikel 64 blijkt dat de werkgever zijn verplichting om een reïntegratieverslag op te stellen niet of niet volledig is nagekomen, stelt het UWV aan de werkgever een termijn waarbinnen het reïntegratieverslag wordt verstrekt of aangevuld.
|
||||
|
||||
**9.** Indien bij de behandeling van de aanvraag, bedoeld in artikel 64 en de beoordeling, bedoeld in artikel 65 blijkt dat de werkgever zonder deugdelijke grond zijn verplichtingen op grond van het eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid dan wel de krachtens het zevende lid gestelde regels niet of niet volledig nakomt of onvoldoende reïntegratie-inspanningen heeft verricht, verlengt het UWV het tijdvak gedurende welke de verzekerde jegens die werkgever recht heeft op loon op grond van artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek dan wel aanspraak op bezoldiging op grond van artikel 76a, eerste lid, van de Ziektewet, opdat de werkgever zijn tekortkoming ten aanzien van de bedoelde verplichtingen of reïntegratie-inspanningen kan herstellen. Het tijdvak bedoeld in de eerste zin, is ten hoogste 52 weken.
|
||||
**9.** Indien bij de behandeling van de aanvraag, bedoeld in artikel 64 en de beoordeling, bedoeld in artikel 65 blijkt dat de werkgever zonder deugdelijke grond zijn verplichtingen op grond van het eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid dan wel de krachtens het zevende lid gestelde regels niet of niet volledig nakomt of onvoldoende reïntegratie-inspanningen heeft verricht, verlengt het UWV het tijdvak gedurende welke de verzekerde jegens die werkgever recht heeft op loon op grond van artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek dan wel aanspraak op bezoldiging op grond van artikel 76a, eerste lid, van de Ziektewet, opdat de werkgever zijn tekortkoming ten aanzien van de bedoelde verplichtingen of reïntegratie-inspanningen kan herstellen. Het tijdvak bedoeld in de eerste zin, is ten hoogste 52 weken. Indien op het moment van verlenging van het tijdvak, bedoeld in de eerste zin, recht bestaat op verlof op grond van artikel 3:1, van de Wet arbeid en zorg, vangt het tijdvak aan met ingang van de dag waarop dat verlof eindigt. Indien tijdens het verlengde tijdvak, bedoeld in de eerste zin, recht ontstaat op verlof als bedoeld in de derde zin, wordt het tijdvak onderbroken voor de duur van dat verlof.
|
||||
|
||||
**10.** Het UWV geeft de beschikking omtrent de toepassing van het negende lid uiterlijk zes weken voor de afloop van de wachttijd, bedoeld in artikel 23, of indien toepassing is gegeven aan artikel 24 voor de afloop van het verlengde tijdvak, indien de aanvraag, bedoeld in artikel 64, tijdig is gedaan. Indien de aanvraag, bedoeld in artikel 64, niet tijdig is gedaan, wordt de in de vorige zin bedoelde beschikking uiterlijk zes weken voor de afloop van het tijdvak, bedoeld in artikel 629 lid 11, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, gegeven dan wel van het tijdvak, bedoeld in artikel 76a, zesde lid, onderdeel a, van de Ziektewet. In afwijking van de tweede zin geeft het UWV, in het geval van een niet tijdige aanvraag, die op grond van artikel 64, zesde lid, geacht wordt tijdig te zijn ingediend, en waarbij de niet tijdigheid van de aanvraag het gevolg is van het niet naleven van de verplichting, bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Ziektewet, de beschikking omtrent toepassing van het negende lid binnen zeven weken na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel 64.
|
||||
|
||||
|
|
@ -476,7 +468,9 @@ b. vult de werkgever in overleg met de verzekerde, indien hij al een reïntegrat
|
|||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid is artikel 25, eerste, tweede, derde, vijfde, zesde, zevende en achtste lid, van overeenkomstige toepassing op de eigenrisicodrager, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Ziektewet ten aanzien van de personen, bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdelen a, b en c, van die wet, die laatstelijk tot hem in dienstbetrekking stonden. Indien bij de behandeling van de aanvraag, bedoeld in artikel 64 en de beoordeling, bedoeld in artikel 65 blijkt dat de eigenrisicodrager, bedoeld in de eerste zin, zonder deugdelijke grond de uit die zin voortvloeiende verplichtingen niet of niet volledig nakomt of onvoldoende reïntegratie-inspanningen heeft verricht, verlengt het UWV het tijdvak gedurende welke de persoon, bedoeld in de eerste zin recht op ziekengeld heeft op grond van artikel 29 van de Ziektewet, op dat de werkgever zijn tekortkoming ten aanzien van de in de tweede zin bedoelde verplichtingen of reïntegratie-inspanningen kan herstellen. Artikel 25, tiende tot en met zestiende lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de uitvoering van dit artikel.
|
||||
**4.** Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van de verzekerde die een werkgever als bedoeld in artikel 25, eerste lid, heeft en op die op de dag voordat recht op ziekengeld op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel d, van de Ziektewet ontstond, uitsluitend recht op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet had, omdat artikel 20, zesde lid, onderdeel b, van die wet van toepassing was.
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de uitvoering van dit artikel.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Rechten en plichten in verband met het recht op een uitkering op grond van deze wet
|
||||
|
||||
|
|
@ -609,7 +603,9 @@ b. binnen drie jaar na de aanvang van de arbeid als zelfstandige is ontstaan, in
|
|||
|
||||
**3.** Voorzieningen als bedoeld in het eerste lid worden niet verstrekt of worden beëindigd indien het inkomen van de persoon die arbeid als zelfstandige verricht, na een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen aantal kalenderjaren na de aanvang van de arbeid als zelfstandige, meer bedraagt dan een bij die maatregel vast te stellen bedrag. Bij of krachtens die maatregel wordt tevens bepaald wat onder inkomen als bedoeld in de eerste zin wordt verstaan.
|
||||
|
||||
**4.** Dit artikel is niet van toepassing op de persoon die recht op arbeidsondersteuning heeft op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten.
|
||||
**4.** Voor de toepassing van dit artikel en de daarop berustende bepalingen wordt, in afwijking van artikel 1, verstaan onder zelfstandige: de persoon die, anders dan in dienstbetrekking, arbeid in eigen bedrijf verricht of een beroep uitoefent, teneinde daarmee inkomen te verwerven.
|
||||
|
||||
**5.** Dit artikel is niet van toepassing op de persoon die recht op arbeidsondersteuning heeft op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten.
|
||||
|
||||
### Artikel 35
|
||||
|
||||
|
|
@ -782,12 +778,13 @@ a. het recht hebben op een uitkering:
|
|||
|
||||
1°. op grond van hoofdstuk 6 of hoofdstuk 7 van deze wet; of
|
||||
2°. op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg als gevolg van de toepassing van artikel 3:6, eerste lid, onderdeel b, onder 2° van die wet;
|
||||
b. het nog niet geëindigd zijn van het tijdvak waarin recht bestaat op loon op grond van artikel 629, elfde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of op bezoldiging op grond van artikel 76a, zesde lid, van de Ziektewet of op ziekengeld op grond van artikel 29, negende lid, van de Ziektewet, tenzij dit loon of deze bezoldiging uitsluitend wordt genoten uit hoofde van een andere dienstbetrekking dan de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 23, tweede lid;
|
||||
c. volledige arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 46, tweede lid;
|
||||
b. het nog niet geëindigd zijn van het tijdvak waarin recht bestaat op loon op grond van artikel 629, elfde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of op bezoldiging op grond van artikel 76a, zesde lid, van de Ziektewet of op ziekengeld op grond van artikel 29, tiende lid, van de Ziektewet, tenzij dit loon of deze bezoldiging uitsluitend wordt genoten uit hoofde van een andere dienstbetrekking dan de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 23, tweede lid;
|
||||
c. vervallen;
|
||||
d. het rechtens zijn vrijheid zijn ontnomen;
|
||||
e. het niet in Nederland wonen;
|
||||
f. het bereiken of bereikt hebben van de eerste dag van de kalendermaand waarin de verzekerde de leeftijd van 65 jaar bereikt;
|
||||
g. overlijden van de verzekerde.
|
||||
e. het zich onttrekken aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel;
|
||||
f. het niet in Nederland wonen;
|
||||
g. het bereiken of bereikt hebben van de eerste dag van de kalendermaand waarin de verzekerde de leeftijd van 65 jaar bereikt;
|
||||
h. overlijden van de verzekerde.
|
||||
|
||||
### Artikel 44
|
||||
|
||||
|
|
@ -798,13 +795,13 @@ Artikel 43, onderdeel d, is niet van toepassing op:
|
|||
a. de gevallen, bedoeld in de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen en in artikel 37, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht; en
|
||||
b. bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt buiten een justitiële inrichting.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van artikel 49, eerste lid, onderdeel b, en 56, eerste lid, onderdeel b, is artikel 43, onderdeel d, eerst van toepassing met ingang van de dag dat de persoon één maand rechtens zijn vrijheid is ontnomen.
|
||||
**2.** In afwijking van artikel 49, eerste lid, onderdeel b, en 56, eerste lid, onderdeel b, is artikel 43, onderdeel d, eerst van toepassing met ingang van de dag dat de persoon één maand rechtens zijn vrijheid is ontnomen. Artikel 43, onderdeel d, is evenwel van toepassing met ingang van de eerste dag van de vrijheidsontneming indien de persoon, bedoeld in de eerste zin, op de dag voorafgaande aan de vrijheidsontneming geen recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering of een WGA-uitkering omdat er op hem een uitsluitingsgrond van toepassing is als bedoeld in artikel 43, onderdeel e.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van het tweede lid, worden perioden van vrijheidsontneming samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
|
||||
|
||||
### Artikel 45
|
||||
|
||||
**1.** Artikel 43, onderdeel e, is niet van toepassing op de verzekerde die woont in een land waarin op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie recht op een uitkering op grond van deze wet kan bestaan.
|
||||
**1.** Artikel 43, onderdeel f, is niet van toepassing op de verzekerde die woont in een land waarin op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie recht op een uitkering op grond van deze wet kan bestaan.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -815,7 +812,7 @@ b. de eventueel in dat verdrag of besluit aanwezige beperkingen.
|
|||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot artikel 43, onderdeel e, afwijkende regels worden gesteld ten gunste van:
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot artikel 43, onderdeel f, afwijkende regels worden gesteld ten gunste van:
|
||||
|
||||
a. de verzekerde, die werkzaamheden verricht in het algemeen belang en niet in Nederland woont;
|
||||
b. de verzekerde, die in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba woont; of
|
||||
|
|
@ -823,29 +820,7 @@ c. de gezinsleden van de in de onderdelen a of b bedoelde verzekerde.
|
|||
|
||||
### Artikel 46
|
||||
|
||||
**1.** In dit artikel wordt verstaan onder volledige arbeidsongeschiktheid het als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling slechts in staat zijn om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Artikel 43, onderdeel c, is van toepassing indien er sprake is van volledige arbeidsongeschiktheid:
|
||||
|
||||
a. die bestond op het tijdstip van aanvang van de verzekering of ontstond tijdens een periode waarin de verzekerde op grond van artikel 64 Wet financiering sociale verzekeringen een ontheffing van de verplichtingen op grond van deze wet had wegens gemoedsbezwaren; of
|
||||
b. die binnen een half jaar na het tijdstip van aanvang van de verzekering of na het tijdstip van eindiging van de periode, bedoeld in onderdeel a, is ingetreden, terwijl de gezondheidstoestand van de verzekerde op dat tijdstip het intreden van die arbeidsongeschiktheid binnen een half jaar kennelijk moest doen verwachten.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Bij de vaststelling van het maatmaninkomen worden buiten aanmerking gelaten verdiensten die meer bedragen dan gelet op de gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid kan worden verdiend door de verzekerde die:
|
||||
|
||||
a. gedeeltelijk arbeidsgeschikt, doch niet volledig arbeidsongeschikt is op het tijdstip van aanvang van de verzekering of op het moment van eindiging van de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde periode; of
|
||||
b. gedeeltelijk arbeidsgeschikt, doch niet volledig arbeidsongeschikt wordt binnen een half jaar na het tijdstip van aanvang van verzekering of na het tijdstip van eindiging van de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde periode, terwijl de gezondheidstoestand van de verzekerde op dat tijdstip het intreden van deze gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid binnen een half jaar kennelijk moest doen verwachten.
|
||||
|
||||
Onderdeel b strekt zich mede uit tot afname van arbeidsgeschiktheid voor zover deze kennelijk is voortgekomen uit dezelfde oorzaak als die tot die gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid heeft geleid en die binnen een half jaar na aanvang van de verzekering is ingetreden.
|
||||
|
||||
**4.** Het tweede lid, onderdeel b, en derde lid, onderdeel b, blijven buiten toepassing ten aanzien van de verzekerde, die onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip van aanvang van de verzekering, in verband met artikel 6, eerste lid, onderdeel a of b, van de Ziektewet niet verzekerd was.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de bij de aanvang van de verzekering, bedoeld in het tweede en derde lid, aanwezige arbeidsongeschiktheid nadien is afgenomen of aanwezige gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid nadien is toegenomen, wordt in plaats van de aanvang van de verzekering gelezen het tijdstip waarop de arbeidsongeschiktheid is afgenomen respectievelijk de gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid toenam.
|
||||
|
||||
**6.** Artikel 6 en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op dit artikel.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 46a
|
||||
|
||||
|
|
@ -877,7 +852,7 @@ a. recht had op een WGA-uitkering;
|
|||
b. geen recht had op een WGA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en de volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid intreedt binnen vijf jaar na de in artikel 47, tweede lid, bedoelde dag en voortkomt uit dezelfde oorzaak als op grond waarvan hij gedurende de wachttijd ongeschikt was tot het verrichten van zijn arbeid; of
|
||||
c. geen recht had op een WGA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en de volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid intreedt binnen vier weken na de in artikel 47, tweede lid, bedoelde dag en voortkomt uit een andere oorzaak als op grond waarvan hij gedurende de wachttijd ongeschikt was tot het verrichten van zijn arbeid.
|
||||
|
||||
**2.** Indien op de dag, bedoeld in artikel 47, tweede lid, geen recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering is ontstaan omdat op die dag op de verzekerde een of beide uitsluitingsgronden, bedoeld in artikel 43, onderdeel d of e, van toepassing waren, ontstaat alsnog recht op die uitkering op de dag dat zich geen van deze uitsluitingsgronden meer voordoet.
|
||||
**2.** Indien op de dag, bedoeld in artikel 47, tweede lid, geen recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering is ontstaan omdat op die dag op de verzekerde een of meer uitsluitingsgronden als bedoeld in artikel 43, onderdeel d, e of f, van toepassing waren, ontstaat alsnog recht op die uitkering op de dag dat zich geen van deze uitsluitingsgronden meer voordoet.
|
||||
|
||||
### Artikel 49
|
||||
|
||||
|
|
@ -886,7 +861,7 @@ c. geen recht had op een WGA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschik
|
|||
Het recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering eindigt op de dag dat:
|
||||
|
||||
a. de persoon die recht heeft op die uitkering niet meer volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is; of
|
||||
b. er op hem een uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 43, onderdeel d, e, f of g van toepassing is.
|
||||
b. er op hem een uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 43, onderdeel d, e, f, g of h van toepassing is.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, eindigt het recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering van de persoon die aansluitend aan het recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering als gevolg van het feit dat hij niet gedeeltelijk arbeidsgeschikt is geen recht krijgt op een WGA-uitkering, na twee maanden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -899,7 +874,7 @@ Indien op grond van artikel 49, eerste lid, onderdeel a, het recht op een arbeid
|
|||
a. recht had op een WGA-uitkering; of
|
||||
b. geen recht had op een WGA-uitkering en de volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid intreedt binnen vijf jaar na die dag van eindiging en voortkomt uit dezelfde oorzaak als op grond waarvan hij eerder recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering.
|
||||
|
||||
**2.** Indien op grond van artikel 49, eerste lid, onderdeel b, het recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering is geëindigd omdat op de persoon die recht had op die uitkering een of beide uitsluitingsgronden, bedoeld in artikel 43, onderdeel d of e, van toepassing waren, herleeft het recht op die uitkering op de dag dat zich geen van deze uitsluitingsgronden meer voordoet.
|
||||
**2.** Indien op grond van artikel 49, eerste lid, onderdeel b, het recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering is geëindigd omdat op de persoon die recht had op die uitkering een of meer uitsluitingsgronden als bedoeld in artikel 43, onderdeel d, e of f, van toepassing waren, herleeft het recht op die uitkering op de dag dat zich geen van deze uitsluitingsgronden meer voordoet.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6.2. De duur en hoogte van de arbeidsongeschiktheidsuitkering
|
||||
|
||||
|
|
@ -961,7 +936,7 @@ a. recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering;
|
|||
b. minder dan 35% arbeidsongeschikt was en de gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid voortkomt uit dezelfde oorzaak als die op grond waarvan hij gedurende de wachttijd ongeschikt was tot het verrichten van zijn arbeid; of
|
||||
c. minder dan 35% arbeidsongeschikt was en de gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid voortkomt uit een andere oorzaak dan die op grond waarvan hij gedurende de wachttijd ongeschikt was tot het verrichten van zijn arbeid.
|
||||
|
||||
**2.** Indien op de dag, bedoeld in artikel 54, tweede lid, geen recht op een WGA-uitkering is ontstaan omdat op die dag op de verzekerde een of beide uitsluitingsgronden als bedoeld in artikel 43, onderdeel d of e, van toepassing waren, ontstaat alsnog recht op deze uitkering op de dag dat zich geen van deze uitsluitingsgronden meer voordoet.
|
||||
**2.** Indien op de dag, bedoeld in artikel 54, tweede lid, geen recht op een WGA-uitkering is ontstaan omdat op die dag op de verzekerde een of meer uitsluitingsgronden als bedoeld in artikel 43, onderdeel d, e of f, van toepassing waren, ontstaat alsnog recht op deze uitkering op de dag dat zich geen van deze uitsluitingsgronden meer voordoet.
|
||||
|
||||
**3.** Het recht op een WGA-uitkering kan in de situatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, en het tweede lid niet later ingaan dan vijf jaar na de dag, bedoeld in artikel 54, tweede lid, en in de situatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, niet later dan vier weken na de dag, bedoeld in artikel 54, tweede lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -972,7 +947,7 @@ c. minder dan 35% arbeidsongeschikt was en de gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid
|
|||
Het recht op een WGA-uitkering eindigt op de dag dat:
|
||||
|
||||
a. de verzekerde niet meer gedeeltelijk arbeidsgeschikt is; of
|
||||
b. er op hem een uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 43, onderdeel a, onder 2°, d, e, f of g van toepassing is;
|
||||
b. er op hem een uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 43, onderdeel a, onder 2°, d, e, f, g of h van toepassing is;
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, eindigt het recht op een WGA-uitkering van de verzekerde wiens mate van arbeidsongeschiktheid lager is dan 35%, twee maanden na de dag dat hij niet langer gedeeltelijk arbeidsgeschikt is, doch niet eerder dan op de dag dat de loongerelateerde uitkering van de WGA-uitkering eindigt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -987,7 +962,7 @@ Indien op grond van artikel 56, eerste lid, onderdeel a, tweede of derde lid het
|
|||
a. recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering; of
|
||||
b. een mate van arbeidsongeschiktheid had van minder dan 35% en de gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid voortkomt uit dezelfde oorzaak op grond waarvan hij eerder recht had op een WGA-uitkering.
|
||||
|
||||
**2.** Indien op grond van artikel 56, eerste lid, onderdeel b, geen recht op een WGA-uitkering meer bestaat omdat op de persoon die recht had op die uitkering een of meer uitsluitingsgronden als bedoeld in artikel 43, onderdeel a, onder 2°, d of e, van toepassing waren, herleeft het recht op die uitkering op de dag dat zich geen van deze uitsluitingsgronden meer voordoet.
|
||||
**2.** Indien op grond van artikel 56, eerste lid, onderdeel b, geen recht op een WGA-uitkering meer bestaat omdat op de persoon die recht had op die uitkering een of meer uitsluitingsgronden als bedoeld in artikel 43, onderdeel a, onder 2°, d, e of f, van toepassing waren, herleeft het recht op die uitkering op de dag dat zich geen van deze uitsluitingsgronden meer voordoet.
|
||||
|
||||
**3.** Het recht op een WGA-uitkering kan in de situatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, en het tweede lid, niet later herleven dan vijf jaar na de dag, bedoeld in artikel 56.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1137,7 +1112,7 @@ Indien de verzekerde, die slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te v
|
|||
|
||||
**3.** De verzekerde doet zijn aanvraag uiterlijk dertien weken voor afloop van de wachttijd of indien toepassing is gegeven aan artikel 24, derde lid, dertien weken voor afloop van het in dat lid bedoelde verlengde tijdvak.
|
||||
|
||||
**4.** Indien het UWV de in het eerste lid bedoelde aanvraag afwijst omdat een uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 43, onderdeel d of e, van toepassing is maakt het UWV melding van de mogelijkheid tot het doen van een nieuwe aanvraag alsmede van de termijn waarbinnen een nieuwe aanvraag dient te worden gedaan.
|
||||
**4.** Indien het UWV de in het eerste lid bedoelde aanvraag afwijst omdat een uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 43, onderdeel d, e of f, van toepassing is maakt het UWV melding van de mogelijkheid tot het doen van een nieuwe aanvraag alsmede van de termijn waarbinnen een nieuwe aanvraag dient te worden gedaan.
|
||||
|
||||
**5.** Indien het vierde lid van toepassing is doet de verzekerde zijn nieuwe aanvraag binnen de op grond van dat lid door het UWV aangegeven termijn.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1189,18 +1164,13 @@ De aanvraag voor een uitkering op grond van deze wet gaat vergezeld van een reï
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het UWV schort de betaling van de uitkering op of schorst het de betaling, indien het op grond van duidelijke aanwijzingen van oordeel is of het gegronde vermoeden heeft dat:
|
||||
Het UWV schort de betaling van de uitkering op of schorst de betaling, indien het op grond van duidelijke aanwijzingen van oordeel is of het gegronde vermoeden heeft dat:
|
||||
|
||||
a. het recht op uitkering niet of niet meer bestaat;
|
||||
b. recht op een lagere uitkering bestaat;
|
||||
c. de persoon, die recht heeft op een uitkering of zijn wettelijke vertegenwoordiger een verplichting als bedoeld in artikel 27, 28, 29 of 30 of een instelling als bedoeld in artikel 71 een verplichting als bedoeld in artikel 27, niet of niet behoorlijk is nagekomen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Indien de uitkering, bedoeld in het eerste lid, in het buitenland wordt uitbetaald:
|
||||
|
||||
a. worden de daaraan verbonden kosten van overmaking op de uitkering in mindering gebracht; en
|
||||
b. geschiedt de betaling in afwijking van artikel 4:89, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het tijdstip waarop de rekening van de daartoe door de schuldeiser aangewezen bank wordt gecrediteerd.
|
||||
**3.** Indien de uitkering, bedoeld in het eerste lid, in het buitenland wordt uitbetaald, geschiedt de betaling in afwijking van artikel 4:89, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het tijdstip waarop de rekening van de daartoe door de schuldeiser aangewezen bank wordt gecrediteerd.
|
||||
|
||||
**4.** Wanneer de persoon, die recht heeft op een uitkering op grond van deze wet, een ander machtigt om de uitkering in ontvangst te nemen, onderscheidenlijk een verleende machtiging intrekt, wordt daaraan gevolg gegeven met ingang van een betalingstermijn, aanvangende na de dag waarop de machtiging wordt ingediend, onderscheidenlijk waarop van haar intrekking mededeling wordt gedaan, doch niet later dan de eerste dag van de tweede maand na de dag van indiening onderscheidenlijk intrekking van die machtiging.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1210,7 +1180,7 @@ b. geschiedt de betaling in afwijking van artikel 4:89, derde lid, van de Algeme
|
|||
|
||||
### Artikel 68
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 67, eerste lid, betaalt het UWV een gedeelte van de uitkering waarop op grond van deze wet recht bestaat als vakantiebijslag jaarlijks in de maand mei over de aan die maand voorafgaande twaalf kalendermaanden, of, indien het recht op uitkering eerder dan in de maand mei geheel eindigt, in de desbetreffende kalendermaand. De vakantiebijslag bedraagt 8/108 van de uitkering.
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 67, eerste lid, betaalt het UWV een gedeelte van de uitkering waarop op grond van deze wet recht bestaat als vakantiebijslag jaarlijks in de maand mei over de aan die maand voorafgaande kalendermaanden, of, indien het recht op uitkering eerder dan in de maand mei geheel eindigt, in de desbetreffende kalendermaand. De vakantiebijslag bedraagt 8/108 van de uitkering.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het percentage van de vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, wordt gewijzigd, wijzigt de in het eerste lid genoemde breuk dienovereenkomstig. Het gewijzigde percentage wordt in aanmerking genomen over de uitkering waarop op grond van deze wet recht bestaat vanaf de dag waarop de wijziging ingaat.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1260,15 +1230,15 @@ Na het overlijden van de persoon, die recht had op een uitkering op grond van de
|
|||
|
||||
a. aan de langstlevende van de echtgenoten;
|
||||
b. bij ontstentenis van de in onderdeel a bedoelde persoon, aan de minderjarige kinderen tot wie de overledene in familierechtelijke betrekking stond;
|
||||
c. bij ontstentenis van de in de onderdelen a en b bedoelde personen, aan de persoon ten aanzien van wie de overledene grotendeels in de kosten van het bestaan voorzag en met wie hij in gezinsverband leefde.
|
||||
c. bij ontstentenis van de in de onderdelen a en b bedoelde personen, aan de persoon met wie de overledene in gezinsverband leefde.
|
||||
|
||||
**2.** Met de persoon die recht had op een uitkering op grond van deze wet, wordt voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld, de persoon wiens overlijden heeft plaats gevonden in de kalendermaand waarin hij de leeftijd van 65 jaar zou hebben bereikt doch voor het bereiken van deze leeftijd is overleden, en die uitsluitend als gevolg van artikel 43, onderdeel f, over de dag van zijn overlijden geen recht op een uitkering had.
|
||||
**2.** Met de persoon die recht had op een uitkering op grond van deze wet, wordt voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld, de persoon wiens overlijden heeft plaats gevonden in de kalendermaand waarin hij de leeftijd van 65 jaar zou hebben bereikt doch voor het bereiken van deze leeftijd is overleden, en die uitsluitend als gevolg van artikel 43, onderdeel g, over de dag van zijn overlijden geen recht op een uitkering had.
|
||||
|
||||
**3.** De overlijdensuitkering is gelijk aan het bedrag van de uitkering op grond van deze wet over één kalendermaand, berekend naar de hoogte van die uitkering op de dag of laatstelijk voor de dag van overlijden van de persoon.
|
||||
|
||||
**4.** In verband met het overlijden van de persoon die recht had op een uitkering op grond van deze wet, is artikel 43, onderdeel f, niet van toepassing.
|
||||
**4.** In verband met het overlijden van de persoon die recht had op een uitkering op grond van deze wet, is artikel 43, onderdeel g, niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** De overlijdensuitkering wordt op verzoek aan de rechthebbende of rechthebbenden genoemd in het eerste lid door het UWV uitbetaald.
|
||||
**5.** De overlijdensuitkering wordt ambtshalve of op verzoek aan de rechthebbende of rechthebbenden genoemd in het eerste lid door het UWV uitbetaald.
|
||||
|
||||
**6.** De overlijdensuitkering wordt in een bedrag ineens uitbetaald.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1409,7 +1379,7 @@ c. de werkgever die de onderneming overdraagt een werkgever is wiens eigenrisico
|
|||
|
||||
**6.** Voor de toepassing van het eerste lid en het tweede lid, eerste zin, draagt de eigenrisicodrager het risico gedurende de periode die op grond van artikel 82, eerste lid, geldt op de dag waarop het recht op uitkering is ontstaan.
|
||||
|
||||
**7.** In de situatie, bedoeld in het tweede lid, verhaalt het UWV de kosten die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van artikel 30a, eerste lid, juncto derde lid, onderdeel c, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen op de werkgever, bedoeld in het tweede lid. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de soort en de omvang van de kosten, bedoeld in de eerste zin.
|
||||
**7.** In de situatie, bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, verhaalt het UWV de kosten die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van artikel 30a, eerste lid, juncto derde lid, onderdeel c, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen op de werkgever, bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, of de kredietinstelling of verzekeraar, bedoeld in artikel 40, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de soort en de omvang van de kosten, bedoeld in de eerste zin.
|
||||
|
||||
### Artikel 85
|
||||
|
||||
|
|
@ -1748,11 +1718,7 @@ Bij het vaststellen van de periode van vier weken, bedoeld in dit artikel blijve
|
|||
|
||||
### Artikel 124
|
||||
|
||||
Indien een persoon op de dag voorafgaand aan de verzekering op grond van deze wet verzekerd was op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt in artikel 46 onder een ontheffing van de verplichtingen op grond van deze wet mede verstaan een ontheffing van de verplichtingen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en wordt gelezen voor:
|
||||
|
||||
a. aanvang van de verzekering: aanvang van de verzekering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
|
||||
b. aanvang van verzekering: aanvang van verzekering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
|
||||
c. artikel 6, eerste lid, onderdelen a of b, van de Ziektewet: artikel 6, eerste lid, onderdelen a of b, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 125
|
||||
|
||||
|
|
@ -1832,10 +1798,20 @@ Artikel 37a vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
|
|||
|
||||
### Artikel 133e
|
||||
|
||||
**1.** Artikel 34a is niet van toepassing op de persoon, wiens arbeid als zelfstandige is aangevangen voor de dag van inwerkingtreding van de Wet van 3 december 2009 tot uitbreiding van de mogelijkheid om voorzieningen te verstrekken bij arbeid als zelfstandige (Stb. 589), tenzij deze persoon aanspraak had op een voorziening op grond van artikel 34, tweede lid, artikel 3:64 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, artikel 65e van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 67c van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of artikel 52d van de Ziektewet, zoals die artikelen luidden voor de inwerkingtreding van die wet.
|
||||
**1.** Artikel 34a is niet van toepassing op de persoon, wiens arbeid als zelfstandige als bedoeld in artikel 34a, vierde lid is aangevangen voor de dag van inwerkingtreding van de Wet van 3 december 2009 tot uitbreiding van de mogelijkheid om voorzieningen te verstrekken bij arbeid als zelfstandige (Stb. 589), tenzij deze persoon aanspraak had op een voorziening op grond van artikel 34, tweede lid, artikel 3:64 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, artikel 65e van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 67c van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of artikel 52d van de Ziektewet, zoals die artikelen luidden voor de inwerkingtreding van die wet.
|
||||
|
||||
**2.** Een voorziening die voor de dag van inwerkingtreding van de Wet van 3 december 2009, tot uitbreiding van de mogelijkheid om voorzieningen te verstrekken bij arbeid als zelfstandige (Stb. 589), is verstrekt of aangevraagd op grond van artikel 34, tweede lid, artikel 3:64 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, artikel 65e van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 67c van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of artikel 52d van de Ziektewet, zoals die artikelen luidden voor de inwerkingtreding van die wet, wordt aangemerkt als een voorziening die is verstrekt op grond van artikel 34a.
|
||||
|
||||
### Artikel 133f
|
||||
|
||||
De artikelen 43, onderdeel c, 46 en 124 zoals die luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving blijven van toepassing op de persoon wiens eerste werkdag waarop door hem wegens ziekte niet is gewerkt of het werken tijdens de werktijd is gestaakt, is gelegen voor die dag.
|
||||
|
||||
### Artikel 133g
|
||||
|
||||
**1.** Ten aanzien van de verzekerde wiens recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering of recht op een WGA-uitkering voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van artikel XXII, onderdeel Ba, van de Verzamelwet SZW 2011, al is ingegaan en die zich op die dag onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel, wordt voor de toepassing van artikel 43, onderdeel e, als eerste dag waarop hij zich aan de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel onttrekt, aangemerkt de dag van inwerkingtreding van artikel XXII, onderdeel Ba, van de Verzamelwet SZW 2011, en eindigt het recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering of het recht op een WGA-uitkering, in afwijking van artikel 49, eerste lid, onderdeel b, respectievelijk artikel 56, eerste lid, onderdeel b, vanaf de dag dat het onttrekken aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel zes maanden heeft geduurd.
|
||||
|
||||
**2.** Dit artikel vervalt zes maanden na de dag van zijn inwerkingtreding.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 14. Strafbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 134
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue