2013-04-25 | BWBR0009641 | Natuurbeschermingswet 1998
This commit is contained in:
parent
d473dbed03
commit
416ef2a96b
1 changed files with 36 additions and 13 deletions
|
|
@ -115,23 +115,23 @@ b. de redelijkerwijze te verwachten financiële en economische gevolgen van het
|
|||
|
||||
### Artikel 9a
|
||||
|
||||
**1.** Het Milieu- en Natuurplanbureau brengt eenmaal in de vier jaar aan Onze Minister een wetenschappelijk rapport uit, waarin de toestand van natuur, bos en landschap, alsmede de ten aanzien daarvan meest waarschijnlijke en mogelijke andere toekomstige ontwikkelingen voor een door Onze Minister aan te geven periode worden beschreven.
|
||||
**1.** Het Planbureau voor de Leefomgeving brengt eenmaal in de vier jaar aan Onze Minister een wetenschappelijk rapport uit, waarin de toestand van natuur, bos en landschap, alsmede de ten aanzien daarvan meest waarschijnlijke en mogelijke andere toekomstige ontwikkelingen voor een door Onze Minister aan te geven periode worden beschreven.
|
||||
|
||||
**2.** Het Milieu- en Natuurplanbureau brengt jaarlijks aan Onze Minister een wetenschappelijk rapport uit, waarin, mede in het licht van in eerdere rapporten beschreven ontwikkelingen, de stand van zaken in de beleidsuitvoering, de voortgang en nieuwe ontwikkelingen worden beschreven. Indien zich onvoorzien een omstandigheid voordoet die belangrijke gevolgen kan hebben voor de ontwikkeling van natuur, bos en landschap op langere termijn, neemt het Milieu- en Natuurplanbureau, indien Onze Minister daarom verzoekt, in een rapport tevens een beschrijving op van die mogelijke ontwikkeling.
|
||||
**2.** Het Planbureau voor de Leefomgeving brengt eenmaal in de twee jaar aan Onze Minister een wetenschappelijk rapport uit, waarin, mede in het licht van in eerdere rapporten beschreven ontwikkelingen, de stand van zaken in de beleidsuitvoering, de voortgang en nieuwe ontwikkelingen worden beschreven. Indien zich onvoorzien een omstandigheid voordoet die belangrijke gevolgen kan hebben voor de ontwikkeling van natuur, bos en landschap op langere termijn, neemt het Planbureau voor de Leefomgeving, indien Onze Minister daarom verzoekt, in een rapport tevens een beschrijving op van die mogelijke ontwikkeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 9b
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister wijst, tezamen met – voor zover het hem aangaat – Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, overheidsinstellingen aan, die door het Milieu- en Natuurplanbureau in ieder geval worden betrokken bij het opstellen van de in artikel 9a bedoelde rapporten.
|
||||
**1.** Onze Minister wijst, tezamen met – voor zover het hem aangaat – Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, overheidsinstellingen aan, die door het Planbureau voor de Leefomgeving in ieder geval worden betrokken bij het opstellen van de in artikel 9a bedoelde rapporten.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan, tezamen met – voor zover het hem aangaat – Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, regels stellen ten aanzien van de wijze waarop de krachtens het eerste lid aangewezen overheidsinstellingen bij het opstellen van de rapporten worden betrokken.
|
||||
|
||||
**3.** Het Milieu- en Natuurplanbureau en de op grond van het eerste lid aangewezen instellingen verschaffen elkaar desgevraagd alle inlichtingen en gegevens waarover zij kunnen beschikken voorzover dat voor het opstellen van de rapporten, bedoeld in artikel 9a, eerste en tweede lid, redelijkerwijs noodzakelijk is.
|
||||
**3.** Het Planbureau voor de Leefomgeving en de op grond van het eerste lid aangewezen instellingen verschaffen elkaar desgevraagd alle inlichtingen en gegevens waarover zij kunnen beschikken voorzover dat voor het opstellen van de rapporten, bedoeld in artikel 9a, eerste en tweede lid, redelijkerwijs noodzakelijk is.
|
||||
|
||||
### Artikel 9c
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan aanwijzingen geven omtrent veronderstelde ontwikkelingen die in ieder geval als grondslag voor beschrijvingen als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, moeten worden aangenomen, alsmede omtrent onderwerpen die in ieder geval in een rapport als bedoeld in dat artikellid, moeten worden beschreven.
|
||||
|
||||
**2.** Behoudens artikel 9a, tweede lid, en het eerste lid, geven Onze betrokken Ministers het Milieu- en Natuurplanbureau en de krachtens artikel 9b, eerste lid, aangewezen instellingen geen aanwijzingen met betrekking tot de inhoud van de rapporten.
|
||||
**2.** Behoudens artikel 9a, tweede lid, en het eerste lid, geven Onze betrokken Ministers het Planbureau voor de Leefomgeving en de krachtens artikel 9b, eerste lid, aangewezen instellingen geen aanwijzingen met betrekking tot de inhoud van de rapporten.
|
||||
|
||||
### Artikel 9d
|
||||
|
||||
|
|
@ -139,7 +139,7 @@ b. de redelijkerwijze te verwachten financiële en economische gevolgen van het
|
|||
|
||||
**2.** Onze Minister doet een rapport als bedoeld in artikel 9a, tweede lid, eveneens toekomen aan de Staten-Generaal, en wel gelijktijdig met de begroting.
|
||||
|
||||
**3.** Het Milieu- en Natuurplanbureau draagt er zorg voor dat de rapporten algemeen verkrijgbaar worden gesteld.
|
||||
**3.** Het Planbureau voor de Leefomgeving draagt er zorg voor dat de rapporten algemeen verkrijgbaar worden gesteld.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk III. Beschermde gebieden
|
||||
|
||||
|
|
@ -373,6 +373,22 @@ b. gedeputeerde staten, in andere gevallen dan die, bedoeld in onderdeel a.
|
|||
|
||||
**3.** Een krachtens het eerste of tweede lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan zes weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Van plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide Kamers der Staten-Generaal.
|
||||
|
||||
### Artikel 19db
|
||||
|
||||
**1.** Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een ontwikkelingsgebied als bedoeld in artikel 2.3 van de Crisis- en herstelwet, kan de voorwaarden, voorschriften en beperkingen bevatten waaronder een vergunning als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, wordt verleend, indien op grond van een voor dat plan opgestelde passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat projecten die aan deze voorwaarden, voorschriften en beperkingen voldoen de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden niet kunnen aantasten, dan wel is voldaan aan de artikelen 19g, tweede, derde en vierde lid, en 19h, onderscheidenlijk op grond van artikel 19e een beoordeling is uitgevoerd van andere handelingen.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuursorgaan dat bevoegd is voor de verlening van vergunningen als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, voor projecten of andere handelingen in een ontwikkelingsgebied, kan voorafgaand aan de vaststelling van een daarop betrekking hebbend bestemmingsplan instemming verlenen aan de in het eerste lid genoemde voorwaarden, voorschriften en beperkingen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Een vergunning als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, wordt verleend indien:
|
||||
|
||||
a. het project of de andere handeling voldoet aan de voorwaarden, opgenomen in een plan als bedoeld in het eerste lid, en
|
||||
b. de beoordelingen, genoemd in het eerste lid, op het moment van de verlening van de vergunning actueel zijn, en
|
||||
c. het bestuursorgaan dat bevoegd is voor de verlening van de vergunning instemt, of voorafgaand aan de vaststelling van het in het eerste lid genoemde plan heeft ingestemd met de in het eerste lid genoemde voorwaarden, voorschriften en beperkingen.
|
||||
|
||||
**4.** Aan een vergunning als bedoeld in het derde lid worden de in het bestemmingsplan op grond van het eerste lid opgenomen voorschriften verbonden. Zij wordt onder de in het bestemmingsplan op grond van het eerste lid opgenomen beperkingen verleend.
|
||||
|
||||
### Artikel 19e
|
||||
|
||||
Gedeputeerde staten houden bij het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, rekening
|
||||
|
|
@ -434,6 +450,8 @@ c. de krachtens het zesde lid aangewezen handelingen de krachtens artikel 19d, v
|
|||
|
||||
**3.** Ingeval een handeling als bedoeld in het eerste lid bestaand gebruik is waarop artikel 19d, derde lid, van toepassing is, is in plaats van het verbod, bedoeld in artikel 16, eerste lid, artikel 19c van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de maatregelen, bedoeld in artikel 19c, eerste en tweede lid, tot doel hebben te voorkomen dat bestaand gebruik mogelijk nadelige gevolgen heeft voor het Natura 2000-gebied, gelet op de doelstellingen, bedoeld in artikel 10a, derde lid.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 65 is niet van overeenkomstige toepassing op handelingen als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 19j
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -503,10 +521,10 @@ c. de wijze waarop de gegevens worden verstrekt.
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Bij besluiten over het toepassen van artikel 19c en het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, betrekt het bevoegd gezag niet de gevolgen die een handeling kan hebben door het veroorzaken van stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied in de volgende gevallen:
|
||||
Onder significante gevolgen als bedoeld in de artikelen 19d, eerste lid, en 19j, tweede lid, worden niet verstaan de gevolgen van een handeling, onderscheidenlijk de in een plan voorziene activiteiten, door het veroorzaken van stikstofdepositie op voor stikstofgevoelige habitats in een Natura 2000-gebied in de volgende gevallen:
|
||||
|
||||
a. de handeling is gebruik dat op de referentiedatum werd verricht en is sedertdien niet of niet in betekenende mate gewijzigd, en heeft sedertdien per saldo geen toename van stikstofdepositie op de voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied veroorzaakt;
|
||||
b. de handeling is een activiteit die na de referentiedatum is begonnen, of een gebruik dat na de referentiedatum in betekenende mate is gewijzigd, waarbij is verzekerd dat, in samenhang met voor die activiteit getroffen maatregelen, de stikstofdepositie op de voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied als gevolg van die activiteit of dat gebruik per saldo niet is toegenomen of zal toenemen.
|
||||
a. de handeling is gebruik dat op de referentiedatum werd verricht, onderscheidenlijk het plan was van toepassing op de referentiedatum en is sedertdien niet of niet in betekenende mate gewijzigd, en heeft sedertdien per saldo geen toename van stikstofdepositie op de voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied veroorzaakt;
|
||||
b. de handeling is een activiteit die na de referentiedatum is begonnen, of een gebruik dat na de referentiedatum in betekenende mate is gewijzigd, onderscheidenlijk het plan is van toepassing geworden na de referentiedatum, of is nadien in betekenende mate gewijzigd, waarbij is verzekerd dat, in samenhang met voor die activiteit getroffen maatregelen, de stikstofdepositie op de voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied als gevolg van die activiteit of dat gebruik of dat plan, per saldo niet is toegenomen of zal toenemen.
|
||||
|
||||
**2.** Met betrekking tot de bepaling van de door handelingen en maatregelen als bedoeld in het eerste lid veroorzaakte of te veroorzaken stikstofdepositie kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld. Daarbij kan onder meer worden geregeld dat hiervoor bij of krachtens andere wetten bijgehouden of aan een bevoegd gezag overgelegde gegevens kunnen worden gebruikt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -514,10 +532,13 @@ b. de handeling is een activiteit die na de referentiedatum is begonnen, of een
|
|||
|
||||
Onder «referentiedatum» als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan:
|
||||
|
||||
a. 7 december 2004, of
|
||||
b. de datum waarop het desbetreffende gebied is aangewezen ter uitvoering van richtlijn 79/409/EEG dan wel, ingeval dit eerder is, de datum waarop het desbetreffende gebied door de Europese Commissie tot een gebied van communautair belang is verklaard ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van richtlijn 92/43/EEG, voor zover die aanwijzing, onderscheidenlijk verklaring plaatsvindt na 7 december 2004.
|
||||
a. voor gebieden ter uitvoering van richtlijn 92/43/EEG:
|
||||
|
||||
**4.** Onder «voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied» wordt voor de toepassing van dit artikel en de artikelen 19ke en 19kf verstaan: voor stikstof gevoelige natuurlijke habitats en habitats van soorten in een Natura 2000-gebied ten aanzien waarvan op grond van artikel 6, eerste lid, van richtlijn 92/43/EEG een verplichting geldt tot het treffen van instandhoudingsmaatregelen.
|
||||
1°. 7 december 2004, of
|
||||
2°. de datum waarop het desbetreffende gebied door de Europese Commissie tot een gebied van communautair belang is verklaard ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van richtlijn 92/43/EEG, voor zover die verklaring plaatsvindt na 7 december 2004;
|
||||
b. voor gebieden ter uitvoering van richtlijn 79/409/EEG de datum waarop het desbetreffende gebied is aangewezen ter uitvoering van richtlijn 79/409/EEG.
|
||||
|
||||
**4.** Onder «voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied» wordt voor de toepassing van dit artikel en de artikelen 19ke en 19kf verstaan: voor stikstof gevoelige natuurlijke habitats en habitats van soorten in een Natura 2000-gebied ten aanzien waarvan op grond van artikel 6, tweede lid, van richtlijn 92/43/EEG een verplichting geldt tot het treffen van instandhoudingsmaatregelen.
|
||||
|
||||
### Artikel 19ke
|
||||
|
||||
|
|
@ -602,7 +623,9 @@ c. gebiedsgerichte of effectgerichte maatregelen van bestuurorganen van het Rijk
|
|||
|
||||
### Artikel 19ki
|
||||
|
||||
Onze Minister en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in overeenstemming met de provincies, wijzigen of vervangen op verzoek van een bestuursorgaan dat het aangaat, in het programma opgenomen maatregelen als bedoeld in artikel 19kh, eerste lid, onderdeel c, indien het desbetreffende bestuursorgaan ten genoegen van Onze voornoemde Ministers en de provincies heeft aangetoond dat die wijziging of de vervangende maatregel per saldo een vergelijkbaar of positiever effect zal hebben op de vermindering van de stikstofdepositie.
|
||||
**1.** Onze Minister en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in overeenstemming met de provincies, wijzigen of vervangen op verzoek van een bestuursorgaan dat het aangaat, in het programma opgenomen maatregelen als bedoeld in artikel 19kh, eerste lid, onderdeel c, indien het desbetreffende bestuursorgaan ten genoegen van Onze voornoemde Ministers en de provincies heeft aangetoond dat die wijziging of de vervangende maatregel per saldo een vergelijkbaar of positiever effect zal hebben op de vermindering van de stikstofdepositie.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister, in overeenstemming met het betrokken bevoegd gezag, kan een in het programma opgenomen project als bedoeld in artikel 19kh, vijfde lid, wijzigen of een project toevoegen, overeenkomstig de voorwaarden van artikel 19kh, vijfde lid, indien is aangetoond dat die wijziging of toevoeging per saldo een vergelijkbaar of positiever effect zal hebben op de vermindering van de stikstofdepositie.
|
||||
|
||||
### Artikel 19kj
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue