2009-06-01 | BWBR0013489 | Vaststellingsbesluit formulieren bedoeld in de Wet op de lijkbezorging betreffende overlijden ten gevolge van niet-natuurlijke oorzaak
This commit is contained in:
parent
4531db5b03
commit
4178f03b70
1 changed files with 13 additions and 175 deletions
|
|
@ -1,16 +1,14 @@
|
|||
---
|
||||
titel: Vaststellingsbesluit formulieren bedoeld in de Wet op de lijkbezorging betreffende
|
||||
overlijden ten gevolge van niet-natuurlijke oorzaak
|
||||
titel: Besluit modellen artikel 9, tweede lid, Wet op de lijkbezorging
|
||||
bwb_id: BWBR0013489
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2002-04-01'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2009-04-16'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0013489
|
||||
citeertitel: Vaststellingsbesluit formulieren bedoeld in de Wet op de lijkbezorging
|
||||
betreffende overlijden ten gevolge van niet-natuurlijke oorzaak
|
||||
citeertitel: Besluit modellen artikel 9, tweede lid, Wet op de lijkbezorging
|
||||
---
|
||||
|
||||
# Vaststellingsbesluit formulieren bedoeld in de Wet op de lijkbezorging betreffende overlijden ten gevolge van niet-natuurlijke oorzaak
|
||||
# Besluit modellen artikel 9, tweede lid, Wet op de lijkbezorging
|
||||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
|
|
@ -30,8 +28,6 @@ geboren op te ,
|
|||
|
||||
gewoond hebbende te , overleden op ;
|
||||
|
||||
verklaart het lijk persoonlijk te hebben geschouwd;
|
||||
|
||||
verklaart geen verklaring van overlijden af te geven;
|
||||
|
||||
verklaart dat de dood van de overledene is ingetreden ten gevolge van de toepassing van levensbeëindiging op verzoek/het verlenen van hulp bij zelfdoding*;
|
||||
|
|
@ -40,7 +36,7 @@ verklaart in verband met dit overlijden wel/geen* schriftelijke wilsverklaring v
|
|||
|
||||
verklaart in verband met dit overlijden wel/geen* schriftelijke verklaring van een geconsulteerde arts te hebben ontvangen;
|
||||
|
||||
verklaart bij dit formulier te hebben overgelegd een verslag inzake de inachtneming van de zorgvuldigheidseisen, bedoeld in artikel 2 van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding, volgens het model in de Bijlage bij besluit houdende vaststelling van de formulieren, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de Wet op de lijkbezorging betreffende het overlijden ten gevolge van een niet-natuurlijke oorzaak, niet zijnde levensbeëindiging zonder uitdrukkelijk verzoek;
|
||||
verklaart bij dit formulier te hebben overgelegd een beredeneerd verslag volgens het model, bedoeld bij de bijlage bij het Besluit modellen artikel 9, tweede lid, Wet op de lijkbezorging;
|
||||
|
||||
verklaart, indien ontvangen, de schriftelijke wilsverklaring van de overledene en de schriftelijke verklaring van de geconsulteerde arts te hebben overgelegd;
|
||||
|
||||
|
|
@ -50,6 +46,10 @@ Krachtens artikel 6, tweede lid, van de Wet op de lijkbezorging is het de behand
|
|||
|
||||
* doorhalen hetgeen niet van toepassing is
|
||||
|
||||
### Artikel 1a
|
||||
|
||||
Voor een beredeneerd verslag inzake de inachtneming van de zorgvuldigheidseisen, bedoeld in artikel 2 van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding, wordt het model in de bijlage bij dit besluit gevolgd.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
Het model-formulier van de mededeling van de behandelende arts aan de gemeentelijke lijkschouwer betreffende het overlijden ten gevolge van een niet-natuurlijke oorzaak niet zijnde levensbeëindiging op verzoek of hulp bij zelfdoding, bedoeld in artikel 7, derde lid, van de Wet op de lijkbezorging, luidt als volgt:
|
||||
|
|
@ -150,7 +150,7 @@ verklaart dat de behandelend arts van de overledene hem heeft medegedeeld dat de
|
|||
|
||||
verklaart te hebben geverifieerd hoe en met welke middelen het leven is beëindigd;
|
||||
|
||||
verklaart van de behandelend arts te hebben ontvangen een beredeneerd verslag inzake de inachtneming van de zorgvuldigheidseisen, bedoeld in artikel 2 van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding, volgens het model in de Bijlage, die een onderdeel vormt van dit besluit;
|
||||
verklaart van de behandelend arts te hebben ontvangen een beredeneerd verslag volgens het model, bedoeld in de bijlage bij het Besluit modellen artikel 9, tweede lid, Wet op de lijkbezorging;
|
||||
|
||||
verklaart in dit verband van de behandelend arts met dit overlijden wel/geen* schriftelijke wilsverklaring van de overledene te hebben ontvangen;
|
||||
|
||||
|
|
@ -180,170 +180,8 @@ Het besluit van 19 november 1997, Stb. 550, houdende vaststelling van de formuli
|
|||
|
||||
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding“Wet levensbeëindiging” moet zijn “Wet toetsing levensbeëindiging”in werking treedt.
|
||||
|
||||
## Bijlage . Modelverslag
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
Bij melding aan de gemeentelijke lijkschouwer van een niet-natuurlijke dood als gevolg van levensbeëindiging op verzoek of hulp bij zelfdoding verstrekt de behandelende arts aan de gemeentelijke lijkschouwer een beredeneerd verslag dat is opgesteld volgens onderstaand model.
|
||||
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit modellen artikel 9, tweede lid, Wet op de lijkbezorging.
|
||||
|
||||
**NOTA BENE**: Opdat de toetsingscommissies een goed oordeel kunnen geven, wordt U verzocht de antwoorden op de gestelde vragen te **motiveren**. Daarbij kan nadere informatie in bijlagen een waardevolle bijdrage leveren. Indien de ruimte voor beantwoording van een vraag tekortschiet maakt U dan ook gebruik van een bijlage. **Vergeet niet op de bijlage duidelijk aan te geven op welke vraag of vragen deze betrekking heeft**.
|
||||
|
||||
**GEGEVENS BETREFFENDE DE ARTS**
|
||||
|
||||
Achternaam:
|
||||
|
||||
Voorletters: geslacht: M/V
|
||||
|
||||
Functie:
|
||||
|
||||
○ huisarts
|
||||
|
||||
○ verpleeghuisarts
|
||||
|
||||
○ specialist: (naam specialisme)
|
||||
|
||||
○ andere arts, namelijk
|
||||
|
||||
Instellingsnaam (voorzover van toepassing):
|
||||
|
||||
Werkadres:
|
||||
|
||||
Postcode/Plaats:
|
||||
|
||||
**GEGEVENS BETREFFENDE DE OVERLEDENE**
|
||||
|
||||
Achternaam:
|
||||
|
||||
Voorletters: geslacht: M/V
|
||||
|
||||
Leeftijd op moment van overlijden:
|
||||
|
||||
Gemeente waarin overleden:
|
||||
|
||||
Waar heeft het overlijden plaatsgevonden?
|
||||
|
||||
○ thuis
|
||||
|
||||
○ ziekenhuis
|
||||
|
||||
○ verpleeghuis
|
||||
|
||||
○ verzorgingshuis
|
||||
|
||||
○ anders, namelijk
|
||||
|
||||
**I DE ZIEKTEGESCHIEDENIS**
|
||||
|
||||
1. Aan welke aandoening(en) leed de patiënt en sinds wanneer?
|
||||
|
||||
2. Welke medische therapieën zijn beproefd?
|
||||
|
||||
3. Was genezing van de patiënt nog mogelijk?
|
||||
|
||||
4. Waarin bestond het lijden van de patiënt?
|
||||
|
||||
4a. Kan het lijden van patiënt als ondraaglijk worden aangemerkt? (a.u.b. uw antwoord motiveren).
|
||||
|
||||
4b. Kan het lijden van patiënt als uitzichtloos worden aangemerkt? (a.u.b. uw antwoord motiveren).
|
||||
|
||||
5a. Wat is er op het gebied van palliatie gedaan?
|
||||
|
||||
5b. En wat was daarvan het resultaat?
|
||||
|
||||
5c. Waren er nog (andere) mogelijkheden om het lijden van patiënt te verlichten?
|
||||
|
||||
5d. Zo ja, hoe stond de patiënt tegenover deze alternatieven?
|
||||
|
||||
6. Op welke termijn werd naar schatting het overlijden verwacht indien niet tot levensbeëindiging op verzoek of hulp bij zelfdoding was overgegaan?
|
||||
|
||||
7. Op welke wijze is de patiënt voorgelicht over het ziekteproces (huidige situatie, verloop, de prognose enz.) ?
|
||||
|
||||
**II VERZOEK TOT LEVENSBEËINDIGING OF HULP BIJ ZELFDODING**
|
||||
|
||||
7a. Wanneer heeft de patiënt voor het eerst concreet om levensbeëindiging of hulp bij zelfdoding verzocht?
|
||||
|
||||
7b. Wanneer is dit verzoek herhaald?
|
||||
|
||||
7c. Ten overstaan van wie werd dit verzoek geuit?
|
||||
|
||||
7d. In het bijzijn van wie werd dit verzoek geuit?
|
||||
|
||||
8. Is al eerder over levensbeëindiging of hulp bij zelfdoding gesproken? Zo ja, in welk verband?
|
||||
|
||||
9a. Is een schriftelijke wilsverklaring aanwezig?
|
||||
|
||||
9b. Zo ja, van welke datum? (svp. deze verklaring bij het verslag voegen)
|
||||
|
||||
9c. Weet u of de patiënt al eerder een wilsverklaring heeft opgesteld? Zo ja, hoe vaak en van welke datum?
|
||||
|
||||
9d. Indien er geen schriftelijke wilsverklaring is, wat is daarvan de reden?
|
||||
|
||||
10. Zijn er aanwijzingen dat het verzoek door de patiënt is geuit onder druk of invloed van anderen?
|
||||
|
||||
11. Was de patiënt zich ten tijde van het verzoek ten volle bewust van de strekking van zijn/haar verzoek en van zijn/haar lichamelijke situatie?
|
||||
|
||||
11a. Uit welke omstandigheden kan dat worden opgemaakt?
|
||||
|
||||
**NB: **Levensbeëindigend handelen ten aanzien van patiënten wier lijden van psychische oorsprong is en niet in een medische context geplaatst kan worden, alsmede patiënten wier vermogen tot het uiten van een weloverwogen verzoek gestoord geweest kan zijn, bijvoorbeeld als gevolg van een depressie of dementie, behoort te worden gemeld volgens de procedure voor gevallen van levensbeëindiging zonder uitdrukkelijk verzoek. Volgens die procedure behoort ook de melding van levensbeëindigend handelen ten aanzien van minderjarige patiënten die jonger zijn dan twaalf jaar plaats te vinden.
|
||||
|
||||
12a. Is er over de levensbeëindiging overleg geweest met verplegend of verzorgend personeel?
|
||||
|
||||
12b. Zo ja, met wie en wat waren hun opvattingen?
|
||||
|
||||
12c. Zo nee, waarom niet?
|
||||
|
||||
13a. Heeft u over de levensbeëindiging overleg gehad met naasten?
|
||||
|
||||
13b. Zo ja, met wie en wat waren hun opvattingen?
|
||||
|
||||
13c. Zo nee, waarom niet?
|
||||
|
||||
**III CONSULTATIE**
|
||||
|
||||
14. Welke arts(en) is/zijn geraadpleegd?
|
||||
|
||||
15a. Wat is/zijn hun hoedanighe(i)d(en)?
|
||||
|
||||
○ huisarts
|
||||
|
||||
○ scen-arts
|
||||
|
||||
○ specialist
|
||||
|
||||
○ anders, nl.
|
||||
|
||||
15b. Was/waren deze medebehandelaar?
|
||||
|
||||
15c. Wat is/zijn hun verhouding tot u?
|
||||
|
||||
15d. Heeft de geraadpleegde arts een familieband met de patiënt
|
||||
|
||||
16. Wanneer heeft/hebben de geraadpleegde arts(en) de patiënt gezien?
|
||||
|
||||
17. NB: U wordt verzocht het schriftelijk verslag van de geconsulteerde arts(en) betreffende zijn/hun oordeel met betrekking tot
|
||||
|
||||
bij dit verslag te voegen.
|
||||
|
||||
**IV DE UITVOERING VAN DE LEVENSBEËINDIGING OP VERZOEK OF DE HULP BIJ ZELFDODING**
|
||||
|
||||
18a. Kruis aan:
|
||||
|
||||
Was sprake van:
|
||||
|
||||
○ levensbeëindiging op verzoek (ga naar vraag 18b.)
|
||||
|
||||
of
|
||||
|
||||
○ hulp bij zelfdoding?
|
||||
|
||||
18b. Door wie werd de levensbeëindiging op verzoek feitelijk toegepast?
|
||||
|
||||
19. Met welke middelen en op welke wijze werd het leven beëindigd?
|
||||
|
||||
20. Wie waren, behalve uzelf, bij de levensbeëindiging aanwezig?
|
||||
|
||||
**V OVERIGE OPMERKINGEN**
|
||||
|
||||
22. Zijn er nog punten die u onder de aandacht van de regionale toetsingscommissie wilt brengen en die u bij de beantwoording van de vragen niet kwijt kon?
|
||||
|
||||
Datum: Handtekening:
|
||||
|
||||
Naam:
|
||||
## Bijlage . Bijlage
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue