2002-09-01 | BWBR0002226 | Successiewet 1956
This commit is contained in:
parent
9df338ef33
commit
417f552884
1 changed files with 11 additions and 11 deletions
|
|
@ -322,13 +322,13 @@ onder letter *b:* het heffingspercentage over het gedeelte der belaste verkrijgi
|
|||
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
|
||||
| | I. echtgenoot, kinderen, afstammelingen in tweede of verdere graad, of een verkrijger als bedoeld in het tweede lid1Voor afstammelingen in de tweede of verdere graad bedraagt de belasting het ingevolge deze kolom verschuldigde, vermeerderd met 60% daarvan. | II. broers, zusters, bloedverwanten in de rechte opgaande lijn | III. andere verkrijgers, uitgezonderd de rechtspersonen bedoeld in het vierde lid | | | |
|
||||
| | a | b | a | b | a | b |
|
||||
| 0 – 19 994 | 0 | 5 | 0 | 26 | 0 | 41 |
|
||||
| 19 994 – 39 984 | 999 | 8 | 5 198 | 30 | 8 197 | 45 |
|
||||
| 39 984 – 79 961 | 2 598 | 12 | 11 195 | 35 | 17 192 | 50 |
|
||||
| 79 961 – 159 916 | 7 395 | 15 | 25 186 | 39 | 37 180 | 54 |
|
||||
| 159 916 – 319 826 | 19 388 | 19 | 56 368 | 44 | 80 355 | 59 |
|
||||
| 319 826 – 799 554 | 49 770 | 23 | 126 728 | 48 | 174 701 | 63 |
|
||||
| 799 554 en het hogere bedrag van de belaste verkrijging | 160 107 | 27 | 356 997 | 53 | 476 929 | 68 |
|
||||
| 0 – 19 994 | 0 | 5 | 0 | 26 | 0 | 41 |
|
||||
| 19 994 – 39 984 | 999 | 8 | 5 198 | 30 | 8 197 | 45 |
|
||||
| 39 984 – 79 961 | 2 598 | 12 | 11 195 | 35 | 17 192 | 50 |
|
||||
| 79 961 – 159 916 | 7 395 | 15 | 25 186 | 39 | 37 180 | 54 |
|
||||
| 159 916 – 319 826 | 19 388 | 19 | 56 368 | 44 | 80 355 | 59 |
|
||||
| 319 826 – 799 554 | 49 770 | 23 | 126 728 | 48 | 174 701 | 63 |
|
||||
| 799 554 en het hogere bedrag van de belaste verkrijging | 160 107 | 27 | 356 997 | 53 | 476 929 | 68 |
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -411,17 +411,17 @@ Van het recht van successie is vrijgesteld, hetgeen wordt verkregen:
|
|||
3°. door een instelling als wordt bedoeld in artikel 24, vierde lid, indien en voor zover aan de verkrijging niet een opdracht is verbonden, welke aan de verkrijging het karakter ontneemt van te zijn geschied in het algemeen belang en mits de verkrijging een bedrag van € 7 996 niet te boven gaat;
|
||||
4°. door de hierna genoemde personen tot de daarachter vermelde bedragen:
|
||||
|
||||
a. echtgenoot of verkrijger als bedoeld in artikel 24, tweede lid, letter a: € 467.848;
|
||||
a. echtgenoot of verkrijger als bedoeld in artikel 24, tweede lid, letter a: € 467.848;
|
||||
b. kinderen tot 23 jaar: € 3999 voor ieder jaar dat de verkrijger jonger is dan 23 jaar (een gedeelte van een jaar voor een vol jaar gerekend), met dien verstande dat de vrijstelling ten minste € 7996 bedraagt; indien het kind verkeert in een geval als is bedoeld onder *c*, bedraagt de vrijstelling ten minste € 11.994;
|
||||
c. kinderen ouder dan 23 jaar, die grotendeels op kosten van de overledene werden onderhouden en, hetzij ouder zijn dan 60 jaar, hetzij ten gevolge van ziekte of gebreken vermoedelijk in de eerstkomende drie jaren buiten staat zullen zijn om met arbeid die voor hun kracht berekend is, de helft te verdienen van hetgeen lichamelijk en geestelijk gezonde personen van gelijke leeftijd in staat zijn aan inkomen uit arbeid te verwerven: € 7996;
|
||||
d. kinderen voor wie de vrijstelling onder *b* en *c* genoemd niet van toepassing is: € 7996 indien het saldo van de verkrijging niet meer bedraagt dan € 23.987;
|
||||
e. verkrijger als bedoeld in artikel 24, tweede lid, letter b: € 467.848 en verkrijgers als bedoeld in artikel 24, tweede lid, letter c: € 233.924; indien de in genoemde bepalingen bedoelde gemeenschappelijke huishouding vier, drie of twee jaren heeft geduurd bedraagt de vrijstelling onderscheidenlijk € 187.137, € 140.351 en € 93.564;
|
||||
e. verkrijger als bedoeld in artikel 24, tweede lid, letter b: € 467.848 en verkrijgers als bedoeld in artikel 24, tweede lid, letter c: € 233.924; indien de in genoemde bepalingen bedoelde gemeenschappelijke huishouding vier, drie of twee jaren heeft geduurd bedraagt de vrijstelling onderscheidenlijk € 187.137, € 140.351 en € 93.564;
|
||||
f. ouders voor wie de vrijstelling onder *e* genoemd niet van toepassing is: € 39.978.
|
||||
|
||||
Indien in de gevallen, bedoeld onder de letters *a*, *b*, *c*, *e* en *f* meer dan het vrijgestelde wordt verkregen, is het recht slechts over het meerdere verschuldigd;
|
||||
5°. aan waarde van aanspraken ingevolge een pensioenregeling, aan waarde van lijfrenten alsmede aan waarde van aanspraken op periodieke uitkeringen bij overlijden;
|
||||
6°. door bloedverwanten in de rechte lijn in gevallen waarin 4°, letters *b*, *c*, *d*, *e* en *f* niet van toepassing is, indien de verkrijging € 7996 niet te boven gaat;
|
||||
7°. in andere gevallen, tot een bedrag van € 1732. Indien meer dan het vrijgestelde wordt verkregen, is het recht slechts over het meerdere verschuldigd;
|
||||
7°. in andere gevallen, tot een bedrag van € 1732. Indien meer dan het vrijgestelde wordt verkregen, is het recht slechts over het meerdere verschuldigd;
|
||||
8°. vervallen;
|
||||
9°. door een werknemer van de erflater of zijn echtgenoot of door een nabestaande van zodanige werknemer, voor zover het verkregene kan worden beschouwd als de voldoening aan een ter zake van de verrichte arbeid bestaande natuurlijke verbintenis als is bedoeld in artikel 3 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
|
|
@ -494,7 +494,7 @@ Wij behouden Ons voor bij algemene maatregel van bestuur regelen te stellen, ten
|
|||
|
||||
De vermogensbestanddelen, bedoeld in het eerste lid, zijn:
|
||||
|
||||
a. de bestanddelen van het vermogen van een onderneming van een ondernemer als bedoeld in artikel 3.4 of 3.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001 of van een medegerechtigdheid als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onderdeel a, van die wet, de bestanddelen van een gedeelte van een onderneming daaronder begrepen, mits het een onderneming betreft van de erflater of schenker die door de verkrijger rechtstreeks wordt voortgezet;
|
||||
a. de bestanddelen van het vermogen van een onderneming van een ondernemer als bedoeld in artikel 3.4 of 3.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001 of van een medegerechtigdheid als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onderdeel a, van die wet, de bestanddelen van een gedeelte van een onderneming daaronder begrepen, mits het een onderneming betreft van de erflater of schenker die door de verkrijger rechtstreeks wordt voortgezet;
|
||||
b. de aandelen in en winstbewijzen van een vennootschap welker kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld, niet zijnde een lichaam waarvan de feitelijke werkzaamheid bestaat in het, onmiddellijk of middellijk, beleggen van vermogen of daarmee overeenkomende werkzaamheid, die behoorden tot een aanmerkelijk belang in de zin van afdeling 4.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bij de erflater of schenker.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, wordt, volgens bij ministeriële regeling te stellen regels, slechts dat deel van de waarde van de aandelen of winstbewijzen in aanmerking genomen dat is toe te rekenen aan het deel van het vermogen van de vennootschap dat voor de toepassing van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 zou worden gerekend tot het ondernemingsvermogen, indien de vennootschap een rechtspersoon zou zijn als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, van die wet.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue