2006-08-02 | BWBR0003482 | Algemeen militair ambtenarenreglement
This commit is contained in:
parent
d866666eee
commit
41892f9603
1 changed files with 126 additions and 95 deletions
|
|
@ -18,48 +18,66 @@ citeertitel: Algemeen militair ambtenarenreglement
|
|||
|
||||
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. Onze Minister: Onze Minister van Defensie;
|
||||
b. militair: de militaire ambtenaar in de zin van artikel 1, eerste en tweede lid, van de Militaire Ambtenarenwet 1931;
|
||||
c. militair in werkelijke dienst (tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald): de militair die:
|
||||
a. Onze Minister
|
||||
|
||||
1e. is aangesteld bij het beroepspersoneel, tenzij hij op non-aktiviteit is gesteld of hem buitengewoon verlof van lange duur is verleend;
|
||||
2e. behoort tot het reserve-personeel en als zodanig feitelijk onder de wapenen is;
|
||||
d. officiersrang: de rang van luitenant ter zee der 3e klasse of van tweede-luitenant of een hogere rang;
|
||||
e. «zeemacht, landmacht, luchtmacht en marechaussee»: de Koninklijke marine, de Koninklijke landmacht, de Koninklijke luchtmacht en de Koninklijke marechaussee;
|
||||
f. militaire inkomsten: alle beloningen in geld waarop de militair aanspraak kan maken krachtens de voor hem geldende bezoldigingsregeling of bezoldigingsregelingen, en krachtens de ter uitvoering van deze regeling of regelingen gegeven voorschriften;
|
||||
g. initiële opleiding: de opleiding als bedoeld in artikel 13, eerste lid.
|
||||
h. «de bevelhebber»
|
||||
Onze Minister van Defensie;
|
||||
b. militair
|
||||
|
||||
de bevelhebber van het desbetreffende krijgsmachtdeel of de commandant van het wapen der Koninklijke marechaussee;
|
||||
i. «de commandant»
|
||||
de militaire ambtenaar in de zin van artikel 1, eerste en tweede lid, van de Militaire Ambtenarenwet 1931;
|
||||
c. militair in werkelijke dienst – tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald – de militair die:
|
||||
|
||||
een bij ministeriële regeling aan te wijzen functionaris.
|
||||
j. marechaussee: de militaire ambtenaar aangesteld bij de Koninklijke landmacht en ingedeeld bij het Wapen der Koninklijke marechaussee.
|
||||
1. is aangesteld bij het beroepspersoneel, tenzij hij op non-activiteit is gesteld of hem buitengewoon verlof van lange duur is verleend;
|
||||
2. behoort tot het reservepersoneel en als zodanig feitelijk onder de wapenen is;
|
||||
d. officiersrang
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van dit besluit wordt mede begrepen onder rang, stand of klasse: de bij het koninklijk besluit van 20 juni 1956 (*Stb.* 361) met die rang, stand of klasse gelijkgestelde rang, stand of klasse.
|
||||
de rang van luitenant ter zee der 3^e klasse of van tweede-luitenant of een hogere rang;
|
||||
e. zeemacht, landmacht, luchtmacht en marechaussee
|
||||
|
||||
de Koninklijke marine, de Koninklijke landmacht, de Koninklijke luchtmacht en de Koninklijke marechaussee;
|
||||
f. militaire inkomsten
|
||||
|
||||
alle beloningen in geld waarop de militair aanspraak kan maken krachtens de voor hem geldende bezoldigingsregeling of bezoldigingsregelingen, en krachtens de ter uitvoering van deze regeling of regelingen gegeven voorschriften;
|
||||
g. initiële opleiding
|
||||
|
||||
de opleiding als genoemd in artikel 13, eerste lid;
|
||||
h. de commandant operationeel commando
|
||||
|
||||
de Commandant Zeestrijdkrachten, de Commandant Landstrijdkrachten, de Commandant Luchtstrijdkrachten, de Commandant Koninklijke Marechaussee, voor het desbetreffende commando;
|
||||
i. hoofd defensieonderdeel
|
||||
|
||||
1°. de Secretaris-Generaal, voor zover het betreft de Bestuursstaf;
|
||||
2°. de commandant operationeel commando voor het desbetreffende commando;
|
||||
3°. de directeur van de Defensie Materieel Organisatie, voor zover het betreft de Defensie Materieel Organisatie, met uitzondering van het deel ondergebracht in de Bestuursstaf;
|
||||
4°. de commandant van het Commando Dienstencentra, voor zover het betreft het Commando Dienstencentra.
|
||||
j. de commandant
|
||||
|
||||
een bij ministeriële regeling aan te wijzen functionaris;
|
||||
k. marechaussee
|
||||
|
||||
de militaire ambtenaar ingedeeld bij de Koninklijke Marechaussee.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van dit besluit wordt mede begrepen onder «rang», «stand» of «klasse»: de bij het koninklijk besluit van 20 juni 1956 (Stb. 361) met die rang, stand of klasse gelijkgestelde rang, stand of klasse.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt mede verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. echtgenote of echtgenoot:
|
||||
a. echtgenote of echtgenoot
|
||||
|
||||
1°. de geregistreerde partner;
|
||||
2°. degene die door de militair als partner is aangemeld bij de Stichting Pensioenfonds ABP en door het bestuur van dat fonds als zodanig is aangemerkt, op voorwaarde dat de militair een bewijs van die aanmelding heeft overgelegd aan de commandant;
|
||||
b. huwelijk:
|
||||
2°. degene die door de militair als partner is aangemeld bij de Stichting pensioenfonds ABP en door het bestuur van dat fonds als zodanig is aangemerkt, op voorwaarde dat de militair een bewijs van die aanmelding heeft overlegd aan de commandant;
|
||||
b. huwelijk
|
||||
|
||||
1°. het geregistreerd partnerschap;
|
||||
2°. de samenleving met de partner die door de militair als zodanig is aangemeld bij de Stichting Pensioenfonds ABP en door het bestuur van dat fonds als zodanig is aangemerkt.
|
||||
1°. geregistreerd partnerschap;
|
||||
2°. het samenleven met de partner die door de militair als zodanig is aangemeld bij de Stichting pensioenfonds ABP en door het bestuur van dat fonds als zodanig is aangemerkt.
|
||||
|
||||
**4.** De gelijkstellingen, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, onder 2° en onderdeel b, onder 2°, eindigen op de dag waarop de aanmelding van het partnerpensioen door de Stichting Pensioenfonds ABP wordt doorgehaald. De militair is verplicht die doorhaling aan de commandant te melden, waarbij hij een afschrift van de mededeling van die doorhaling verstrekt.
|
||||
**4.** De gelijkstellingen, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, onder 2° en onderdeel b, onder 2° eindigen op de dag waarop de aanmelding van het partnerpensioen door het Stichting Pensioenfonds ABP wordt doorgehaald. De militair meldt die doorhaling aan de commandant, waarbij hij een afschrift van de mededeling van die doorhaling verstrekt.
|
||||
|
||||
**5.** Voor de toepassing van de hoofdstukken 5, 7, 8, 9 en 10, alsmede de artikelen 130, 134, 135, 144 tot en met 148, en 150 tot en met 153, wordt onder «militair» mede begrepen hij die is aangesteld in burgerlijke openbare dienst om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger doorlopend werkzaam te zijn. Deze geestelijk verzorger wordt, in voorkomend geval, mede begrepen onder het beroepspersoneel. De overeenkomstige bepalingen van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie zijn op hem niet van toepassing.
|
||||
**5.** Voor de toepassing van de hoofdstukken 5, 7, 8, 9 en 10, alsmede de artikelen 126b,126d tot en met 126f, 130, 134 en 144 tot en met 148, wordt onder «militair» mede begrepen hij die bij het Ministerie van defensie op grond van artikel 6 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie is aangesteld in burgerlijke openbare dienst om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger doorlopend werkzaam te zijn. Deze geestelijk verzorger wordt, in voorkomend geval, mede begrepen onder het beroepspersoneel. De hoofdstukken 4, 5, 6, en 8, alsmede de artikelen 76, 70b, 70d, 70e en 70f, 85, 87a, 88, 93, 109, 110, 111, 127 en 127a van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie zijn op hem niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** Voor de toepassing van de hoofdstukken en artikelen, genoemd in het vijfde lid, op degene die is aangesteld in burgerlijke openbare dienst om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger doorlopend werkzaam te zijn, wordt in voorkomend geval onder bevelhebber verstaan: de commandant van het Defensie Interservice Commando.
|
||||
**6.** Voor de toepassing van de hoofdstukken en artikelen, genoemd in het vijfde lid, wordt voor de geestelijk verzorger als genoemd in het vijfde lid in voorkomend geval onder hoofd defensieonderdeel verstaan: de commandant van het Commando Dienstencentra.
|
||||
|
||||
**7.** Op degene die is aangesteld in burgerlijke openbare dienst om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger niet doorlopend werkzaam te zijn, is het vijfde en zesde lid van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat hij in voorkomend geval wordt medebegrepen onder het reserve-personeel.
|
||||
|
||||
**8.** Ten aanzien van de militair die een functie vervult bij de Bestuursstaf, het Commando DienstenCentra of de Defensie Materieel Organisatie met uitzondering van de delen van de Defensie Materieel Organisatie die zijn ondergebracht in de Bestuursstaf, worden de bevoegdheden van de bevelhebber in de hoofdstukken 3 en 7 tot en met 11, met uitzondering van de artikelen 13, 15, 98, 104, 120a, 134, eerste lid, en 138, uitgeoefend door respectievelijk de secretaris-generaal, de commandant van het Commando DienstenCentra en de directeur van de Defensie Materieel Organisatie.
|
||||
**7.** Op degene die is aangesteld in burgerlijke openbare dienst om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger niet doorlopend werkzaam te zijn, is het vijfde lid van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat hij in voorkomend geval wordt mede begrepen onder het reservepersoneel.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -107,7 +125,7 @@ d. het reserve-personeel, voor een bepaalde tijd.
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De bevelhebber maakt bij de werving bekend en verschaft informatie over:
|
||||
De commandant operationeel commando maakt bij de werving bekend en verschaft informatie over:
|
||||
|
||||
a. de voorwaarden voor aanstelling als bedoeld in artikel 5;
|
||||
b. de uiterlijke datum van inzending van de sollicitatieformulieren;
|
||||
|
|
@ -140,7 +158,7 @@ Om in aanmerking te komen voor een aanstelling dient de gegadigde:
|
|||
a. het Nederlanderschap te bezitten;
|
||||
b. te voldoen aan de eisen van lichamelijke en geestelijke geschiktheid die ter zake zijn gesteld bij of krachtens het Militair Keuringsreglement;
|
||||
c. zich schriftelijk bereid te verklaren tot het afleggen van de eed of belofte;
|
||||
d. afhankelijk van de functie dan wel de groepen van functies waarvoor hij is bestemd te voldoen aan, voor zover niet bij of krachtens wet anders is bepaald, door de bevelhebber vastgestelde bijzondere eisen inzake:
|
||||
d. afhankelijk van de functie dan wel de groepen van functies waarvoor hij is bestemd te voldoen aan, voor zover niet bij of krachtens wet anders is bepaald, door de commandant operationeel commando vastgestelde bijzondere eisen inzake:
|
||||
|
||||
1° leeftijd;
|
||||
2° vooropleiding;
|
||||
|
|
@ -214,65 +232,77 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** De militair wordt door de bevelhebber bij aanstelling in beginsel aangewezen voor het volgen van een initiële opleiding. Deze opleiding is ten minste gericht op het verkrijgen van de benodigde kennis en vaardigheid voor de eerste functie(s) waarvoor hij is bestemd.
|
||||
**1.** De militair wordt door de commandant operationeel commando bij aanstelling in beginsel aangewezen voor het volgen van een initiële opleiding. Deze opleiding is ten minste gericht op het verkrijgen van de benodigde kennis en vaardigheid voor de eerste functie(s) waarvoor hij is bestemd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Aan de aanwijzing voor een initiële opleiding kan de verplichting worden verbonden tot gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de kosten van de opleiding, indien de militair na het verstrijken van de voor hem geldende proeftijd:
|
||||
Aan de aanwijzing voor een initiële opleiding is de verplichting verbonden tot gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de kosten van de opleiding, indien de militair na het verstrijken van de voor hem geldende proeftijd:
|
||||
|
||||
a. wordt ontheven van de opleiding;
|
||||
b. voordat de tijd, bedoeld in de eerste volzin van het eerste of tweede lid van artikel 7 is verstreken, wordt ontheven van de functie waarvoor hij is opgeleid dan wel uit de dienst wordt ontslagen.
|
||||
|
||||
**3.** Onder de kosten van de opleiding vallen niet de tijdens de opleiding genoten militaire inkomsten. De bevelhebber kan ten aanzien van bepaalde opleidingen, gelet op de aard en duur daarvan, voor wat betreft de bezoldiging anders bepalen; in deze gevallen is artikel 14, vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Onder de kosten van de opleiding vallen niet de tijdens de opleiding genoten militaire inkomsten. De commandant operationeel commando kan ten aanzien van bepaalde opleidingen, gelet op de aard en duur daarvan, voor wat betreft de bezoldiging anders bepalen; in deze gevallen is artikel 14, vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Bij de berekening van het terug te betalen bedrag wordt uitgegaan van een evenwichtige verdeling van risico's tussen werkgever en werknemer.
|
||||
**4.** Bij de berekening van het terug te betalen bedrag wordt uitgegaan van een evenwichtige verdeling van risico´s tussen werkgever en werknemer.
|
||||
|
||||
**5.** Het bedrag van de terugbetalingsverplichting wordt naar evenredigheid verminderd naarmate de termijn als bedoeld in het tweede lid onder b, van artikel 14 is verstreken, met dien verstande dat, behoudens in bij ministeriële regeling te bepalen gevallen, de termijn ten hoogste 5 jaren bedraagt.
|
||||
**5.** Het bedrag van de terugbetalingsverplichting wordt naar evenredigheid verminderd naarmate de termijn als bedoeld in artikel 7 is verstreken.
|
||||
|
||||
**6.** De militair die is aangewezen voor het volgen van een initiële opleiding, kan daarvan door de commandant operationeel commando worden ontheven, indien hij niet voldoet aan de bij de opleiding gestelde eisen of indien ontheffing in het belang van de dienst of van de militair om andere redenen noodzakelijk is.
|
||||
|
||||
**7.** De commandant operationeel commando kan, indien de billijkheid dit vordert, een militair op wie een verplichting rust als bedoeld in het tweede lid geheel of gedeeltelijk van die verplichting ontheffen.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** De militair kan, al dan niet op eigen aanvraag, door de bevelhebber worden aangewezen voor het volgen van een opleiding om de benodigde kennis en vaardigheid te behouden voor de vervulling van zijn functie, dan wel te verkrijgen voor de vervulling van functies binnen de groepen van functies waarvoor hij is bestemd. Hij wordt tijdig in de gelegenheid gesteld tot het volgen van die opleiding.
|
||||
**1.** De militair kan, al dan niet op eigen aanvraag, door het hoofd defensieonderdeel worden aangewezen voor het volgen van een opleiding om de benodigde kennis en vaardigheid te behouden voor de vervulling van zijn functie, dan wel te verkrijgen voor de vervulling van functies binnen de groepen van functies waarvoor hij is bestemd. Hij wordt tijdig in de gelegenheid gesteld tot het volgen van die opleiding.
|
||||
|
||||
**2.** Aan de aanwijzing op aanvraag voor het volgen van een bijscholingsopleiding kan de verplichting worden verbonden dat de militair nog gedurende een door de bevelhebber te bepalen tijd deel zal blijven uitmaken van het beroepspersoneel.
|
||||
**2.** Aan de aanwijzing op aanvraag voor het volgen van een bijscholingsopleiding kan de verplichting worden verbonden dat de militair nog gedurende een door het hoofd defensieonderdeel te bepalen tijd deel zal blijven uitmaken van het beroepspersoneel, met dien verstande dat, behoudens in bij ministeriële regeling te bepalen gevallen, de termijn ten hoogste 5 jaren bedraagt.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De bevelhebber kan, overeenkomstig het vierde en vijfde lid van artikel 13, aan de aanwijzing op aanvraag voor het volgen van een bijscholingsopleiding, afhankelijk van de aard of de duur van de opleiding, de verplichting verbinden tot gehele of gedeeltelijke terugbetaling van hetgeen voor rekening van het rijk aan of ten behoeve van de militair tijdens of in verband met de opleiding is betaald, indien de militair:
|
||||
Het hoofd defensieonderdeel kan de aanwijzing op aanvraag voor het volgen van een bijscholingsopleiding, afhankelijk van de aard of de duur van de opleiding, de verplichting verbinden tot gehele of gedeeltelijke terugbetaling van hetgeen voor rekening van het rijk aan of ten behoeve van de militair tijdens of in verband met de opleiding is betaald, indien de militair:
|
||||
|
||||
a. wordt ontheven van de opleiding;
|
||||
b. voordat aan de in het tweede lid bedoelde verplichting is voldaan, wordt ontheven van de functie waarvoor hij is opgeleid, dan wel uit de dienst wordt ontslagen.
|
||||
|
||||
Het bedrag van de terugbetalingsverplichting wordt naar evenredigheid verminderd naarmate de termijn als bedoeld in het tweede lid is verstreken. Het vierde lid van artikel 13 is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Op de volgens het derde lid vastgestelde terugbetalingsverplichting wordt, gerelateerd aan het aantal maanden dat de opleiding is gevolgd, in mindering gebracht het minimumloon, vastgesteld naar analogie van hetgeen bij en krachtens de Wet minimumloon en minimum-vakantiebijslag is bepaald.
|
||||
|
||||
**5.** Het hoofd defensieonderdeel kent de militair een vergoeding toe voor de aan een bijscholingsopleiding verbonden noodzakelijke en te zijnen laste komende kosten.
|
||||
|
||||
**6.** De militair die is aangewezen voor het volgen van een bijscholingsopleiding, kan daarvan door het hoofd defensieonderdeel worden ontheven, indien hij niet voldoet aan de bij de opleiding gestelde eisen of indien ontheffing in het belang van de dienst of van de militair om andere redenen noodzakelijk is.
|
||||
|
||||
**7.** Het hoofd defensieonderdeel kan, indien de billijkheid dit vordert, een militair op wie een verplichting rust als bedoeld in het tweede of derde lid geheel of gedeeltelijk van die verplichting ontheffen.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.** De militair kan, al dan niet op eigen aanvraag – in voorkomend geval bij toepassing van artikel 20, dan wel artikel 43, eerste lid – door de bevelhebber worden aangewezen voor het volgen van een opleiding ter verkrijging van de benodigde kennis en vaardigheid voor de vervulling van functies binnen andere groepen van functies dan waarvoor hij tot dan toe was bestemd.
|
||||
**1.** De militair kan, al dan niet op eigen aanvraag – in voorkomend geval bij toepassing van artikel 20, dan wel artikel 43, eerste lid – door de commandant operationeel commando worden aangewezen voor het volgen van een opleiding ter verkrijging van de benodigde kennis en vaardigheid voor de vervulling van functies binnen andere groepen van functies dan waarvoor hij tot dan toe was bestemd.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 14 is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Artikel 14, tweede tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
De bevelhebber kent de militair een vergoeding toe voor de aan een bijscholings- of omscholingsopleiding verbonden noodzakelijke en te zijnen laste komende kosten.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
De militair die is aangewezen voor het volgen van een opleiding, kan daarvan door de bevelhebber worden ontheven, indien hij niet voldoet aan de bij de opleiding gestelde eisen of indien ontheffing in het belang van de dienst of van de militair om andere redenen noodzakelijk is.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 17a
|
||||
|
||||
De bevelhebber kan, indien de billijkheid dit vordert, een militair op wie een verplichting rust als bedoeld in de artikelen 13, 14 en 15 geheel of gedeeltelijk van die verplichting ontheffen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 17b
|
||||
|
||||
**1.** De militair die is aangesteld voor onbepaalde tijd die, zonder daarvoor ingevolge de overige bepalingen van dit hoofdstuk te zijn aangewezen, voor eigen rekening een studie of opleiding volgt of heeft voltooid die naar het oordeel van de bevelhebber mede dan wel volledig in het belang van de dienst is, kan in aanmerking komen voor een tegemoetkoming van respectievelijk 50% of 100% in gemaakte studie- en opleidingskosten.
|
||||
**1.** De militair die is aangesteld voor onbepaalde tijd die, zonder daarvoor ingevolge de overige bepalingen van dit hoofdstuk te zijn aangewezen, voor eigen rekening een studie of opleiding volgt of heeft voltooid die naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel mede dan wel volledig in het belang van de dienst is, kan in aanmerking komen voor een tegemoetkoming van respectievelijk 50% of 100% in gemaakte studie- en opleidingskosten.
|
||||
|
||||
**2.** De in het kader van de opleiding noodzakelijk gemaakte excursie-, reis- en verblijfkosten komen in aanmerking voor een tegemoetkoming van 50%, in geval van een studie of opleiding mede in het belang van de dienst, dan wel 100% in geval van een studie of opleiding volledig in het belang van de dienst, berekend op de voet van de bepalingen van het Besluit dienstreizen defensie.
|
||||
|
||||
**3.** De bevelhebber kan, bij een studie of opleiding mede in het belang van de dienst, in bijzondere gevallen bepalen dat de excursie- en verblijfkosten in aanmerking komen voor een tegemoetkoming van maximaal 75% en de reiskosten in aanmerking komen voor een tegemoetkoming van maximaal 100%.
|
||||
**3.** Het hoofd defensieonderdeel kan, bij een studie of opleiding mede in het belang van de dienst, in bijzondere gevallen bepalen dat de excursie- en verblijfkosten in aanmerking komen voor een tegemoetkoming van maximaal 75% en de reiskosten in aanmerking komen voor een tegemoetkoming van maximaal 100%.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Tenzij de bevelhebber om redenen van billijkheid anders bepaalt, is de militair verplicht tot terugbetaling van 50% van de aan hem verleende tegemoetkoming van 100% als bedoeld in het eerste en tweede lid in geval:
|
||||
Tenzij het hoofd defensieonderdeel om redenen van billijkheid anders bepaalt, is de militair verplicht tot terugbetaling van 50% van de aan hem verleende tegemoetkoming van 100% als bedoeld in het eerste en tweede lid in geval:
|
||||
|
||||
a. hem – zonder de aanduiding eervol – ontslag wordt verleend voordat de studie of opleiding met goed gevolg is afgesloten;
|
||||
b. is vastgesteld dat de studie of opleiding niet met goed gevolg is afgesloten op grond van omstandigheden die aan hem te wijten zijn.
|
||||
|
|
@ -283,13 +313,13 @@ b. is vastgesteld dat de studie of opleiding niet met goed gevolg is afgesloten
|
|||
|
||||
### Artikel 17c
|
||||
|
||||
**1.** De militair die is aangesteld voor onbepaalde tijd die, zonder daarvoor ingevolge de overige bepalingen van dit hoofdstuk te zijn aangewezen, voor eigen rekening een studie of opleiding volgt of heeft voltooid die naar het oordeel van de bevelhebber in het belang van de bevordering van de externe werkzekerheid van de militair is, kan in aanmerking komen voor een tegemoetkoming van 100% in gemaakte studie- en opleidingskosten. De militair komt alleen voor tegemoetkoming in aanmerking als de studie of opleiding is gericht op het wegnemen van opgelopen lacunes in de (beroeps)opleiding of het slechten van scholingsachterstand voor de arbeidsmarkt en niet indien zij louter is gericht op positieverbetering.
|
||||
**1.** De militair die is aangesteld voor onbepaalde tijd die, zonder daarvoor ingevolge de overige bepalingen van dit hoofdstuk te zijn aangewezen, voor eigen rekening een studie of opleiding volgt of heeft voltooid die naar het oordeel van de commandant operationeel commando in het belang van de bevordering van de externe werkzekerheid van de militair is, kan in aanmerking komen voor een tegemoetkoming van 100% in gemaakte studie- en opleidingskosten. De militair komt alleen voor tegemoetkoming in aanmerking als de studie of opleiding is gericht op het wegnemen van opgelopen lacunes in de (beroeps)opleiding of het slechten van scholingsachterstand voor de arbeidsmarkt en niet indien zij louter is gericht op positieverbetering.
|
||||
|
||||
**2.** De in het kader van de opleiding noodzakelijk gemaakte excursie-, reis- en verblijfkosten komen in aanmerking voor een tegemoetkoming van 100%, in geval van een studie of opleiding in het belang van de bevordering van de externe werkzekerheid van de militair, berekend op de voet van de bepalingen van het Besluit dienstreizen defensie.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Tenzij de bevelhebber om redenen van billijkheid anders bepaalt, betaalt de militair 50% van de aan hem verleende tegemoetkoming als bedoeld in het eerste en tweede lid terug in geval:
|
||||
Tenzij de commandant operationeel commando om redenen van billijkheid anders bepaalt, betaalt de militair 50% van de aan hem verleende tegemoetkoming als bedoeld in het eerste en tweede lid terug in geval:
|
||||
|
||||
a. hem – zonder de aanduiding eervol – ontslag wordt verleend voordat de studie of opleiding met goed gevolg is afgesloten;
|
||||
b. is vastgesteld dat de studie of opleiding niet met goed gevolg is afgesloten op grond van omstandigheden die aan hem te wijten zijn.
|
||||
|
|
@ -317,8 +347,9 @@ b. bevordering: het toekennen aan de militair van een hogere rang, waaronder med
|
|||
|
||||
Functietoewijzing, waarbij aan de duur van de functievervulling een maximum termijn kan worden verbonden, en ontheffing uit de functie geschieden:
|
||||
|
||||
a. door Onze Minister, indien aan de functie de rang van commandeur/brigade-generaal/commodore of een hogere rang is verbonden;
|
||||
b. door de bevelhebber, indien aan de functie een lagere rang is verbonden dan commandeur/brigade-generaal/commodore.
|
||||
a. door Onze Minister indien het de functie betreft van Commandant der Strijdkrachten, Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht en commandant operationeel commando;
|
||||
b. door de Secretaris-Generaal, indien het betreft de overige functies waaraan de rang van kapitein ter zee/kolonel of een hogere rang is verbonden;
|
||||
c. door de commandant operationeel commando, indien aan de functie een lagere rang is verbonden dan kapitein ter zee/kolonel.
|
||||
|
||||
**2.** De militair is gehouden de hem toegewezen functie te vervullen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -342,8 +373,8 @@ c. bij gebleken noodzaak in het belang van de dienst bij een ander krijgsmachtde
|
|||
|
||||
Voor bepaling van de functies die voor functietoewijzing beschikbaar zijn en voor de bepaling van welke militair deze functie kan vervullen:
|
||||
|
||||
a. maakt de bevelhebber periodiek de voor het krijgsmachtdeel van belang zijnde beschikbare functies bekend;
|
||||
b. wordt de militair door de bevelhebber periodiek in de gelegenheid gesteld zijn voorkeur kenbaar te maken voor toekomstige te vervullen functies.
|
||||
a. maakt de commandant operationeel commando periodiek de voor het krijgsmachtdeel van belang zijnde beschikbare functies bekend;
|
||||
b. wordt de militair door de commandant operationeel commando periodiek in de gelegenheid gesteld zijn voorkeur kenbaar te maken voor toekomstige te vervullen functies.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
|
|
@ -360,7 +391,7 @@ d. de door de militair kenbaar gemaakte voorkeur.
|
|||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
De bevelhebber stelt de betrokken militair indien mogelijk zes maanden, doch in ieder geval - tenzij het dienstbelang naar zijn oordeel noodzaakt tot afwijking - twee maanden vóór de vermoedelijke datum van ingang van functievervulling, in kennis van het voornemen tot functietoewijzing, onder vermelding van:
|
||||
De commandant operationeel commando stelt de betrokken militair indien mogelijk zes maanden, doch in ieder geval - tenzij het dienstbelang naar zijn oordeel noodzaakt tot afwijking - twee maanden vóór de vermoedelijke datum van ingang van functievervulling, in kennis van het voornemen tot functietoewijzing, onder vermelding van:
|
||||
|
||||
a. de functie;
|
||||
b. de standplaats;
|
||||
|
|
@ -369,9 +400,9 @@ d. een indicatie van de duur van de functievervulling.
|
|||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 19, eerste lid, kan de militair voor een periode van maximaal 12 maanden worden belast met de volledige waarneming van een functie. Onder volledige waarneming van een functie wordt verstaan het op aanwijzing van de bevelhebber verrichten van het volledige samenstel van werkzaamheden verbonden aan een andere functie dan die aan hem is toegewezen, met de daarmee gepaard gaande bevoegdheden en verantwoordelijkheden.
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 19, eerste lid, kan de militair voor een periode van maximaal 12 maanden worden belast met de volledige waarneming van een functie. Onder volledige waarneming van een functie wordt verstaan het op aanwijzing van de commandant operationeel commando verrichten van het volledige samenstel van werkzaamheden verbonden aan een andere functie dan die aan hem is toegewezen, met de daarmee gepaard gaande bevoegdheden en verantwoordelijkheden.
|
||||
|
||||
**2.** Voorts kan de militair door de bevelhebber tijdelijk worden belast met de waarneming van een deel van het samenstel van werkzaamheden verbonden aan een andere functie dan die aan hem is toegewezen.
|
||||
**2.** Voorts kan de militair door de commandant operationeel commando tijdelijk worden belast met de waarneming van een deel van het samenstel van werkzaamheden verbonden aan een andere functie dan die aan hem is toegewezen.
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
|
|
@ -391,7 +422,7 @@ e. een militair tot de rang van commandeur/brigade-generaal/commodore of tot een
|
|||
|
||||
**2.** De bevoegdheid tot de in het eerste lid, onderdeel *b*, bedoelde bevordering kan bij koninklijk besluit aan Onze Minister worden toegekend.
|
||||
|
||||
**3.** Bevordering van de overige militairen geschiedt door de bevelhebber.
|
||||
**3.** Bevordering van de overige militairen geschiedt door de commandant operationeel commando.
|
||||
|
||||
**4.** Aan de militair die een functie is toegewezen waaraan een hogere rang is verbonden dan de rang die hij bekleedt, wordt op de datum van ingang van functievervulling die hogere rang toegekend. Het toekennen van die rang kan tevens, voor een korte periode van voorbereiding, daaraan voorafgaand geschieden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -410,13 +441,13 @@ b. bij de landmacht, de luchtmacht en de marechaussee: de bevordering van korpor
|
|||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 27, derde en vierde lid, kan de militair die een initiële opleiding volgt en aan de eisen voldoet, bij afronding van delen van de opleiding door de bevelhebber worden bevorderd.
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 27, derde en vierde lid, kan de militair die een initiële opleiding volgt en aan de eisen voldoet, bij afronding van delen van de opleiding door de commandant operationeel commando worden bevorderd.
|
||||
|
||||
**2.** De bevelhebber kan aan de militair tijdens een opleiding een titulaire rang of tijdelijk een rang toekennen.
|
||||
**2.** De commandant operationeel commando kan aan de militair tijdens een opleiding een titulaire rang of tijdelijk een rang toekennen.
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
De militair bij de zeemacht die, anders dan bij wijze van initiële opleiding, een onderofficiersopleiding volgt, kan na afronding van die opleiding door de bevelhebber worden bevorderd tot korporaal.
|
||||
De militair bij de zeemacht die, anders dan bij wijze van initiële opleiding, een onderofficiersopleiding volgt, kan na afronding van die opleiding door de Commandant Zeestrijdkrachten worden bevorderd tot korporaal.
|
||||
|
||||
### Artikel 29a
|
||||
|
||||
|
|
@ -678,7 +709,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 51
|
||||
|
||||
**1.** Aan de militair aan wie ontslag wordt verleend nadat hij ten minste één jaar in werkelijke dienst is geweest, wordt op zijn verzoek de bevelhebber een getuigschrift uitgereikt.
|
||||
**1.** Aan de militair aan wie ontslag wordt verleend nadat hij ten minste één jaar in werkelijke dienst is geweest, wordt op zijn verzoek de commandant operationeel commando een getuigschrift uitgereikt.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -721,7 +752,7 @@ a. militair:
|
|||
de militair in werkelijke dienst;
|
||||
b. diensten:
|
||||
|
||||
activiteiten die zijn vereist voor het functioneren van de militaire organisatie, voor zover deze zijn ingesteld door de bevelhebber;
|
||||
activiteiten die zijn vereist voor het functioneren van de militaire organisatie, voor zover deze zijn ingesteld door het hoofd defensieonderdeel;
|
||||
c. werkzaamheden:
|
||||
|
||||
activiteiten die voortvloeien uit de door de militair vervulde functie, alsmede andere opgedragen activiteiten die om redenen van dienst of in het algemeen belang noodzakelijk zijn, doch die niet kunnen worden aangemerkt als diensten;
|
||||
|
|
@ -782,7 +813,7 @@ elk door defensiepersoneel in de praktijk brengen van onderwezen bekwaamheden te
|
|||
|
||||
**2.** Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt vóór 1 oktober voorafgaande aan het desbetreffende kalenderjaar ingediend bij de commandant.
|
||||
|
||||
**3.** De commandant wijst een aanvraag als bedoeld in het eerste en het vierde lid toe, tenzij het dienstbelang zich daartegen verzet. In ieder geval wordt de aanvraag afgewezen indien de tijdelijke verlenging van de arbeidsduur geen effect heeft op de formatie, onder door de bevelhebber nader vast te stellen voorwaarden.
|
||||
**3.** De commandant wijst een aanvraag als bedoeld in het eerste en het vierde lid toe, tenzij het dienstbelang zich daartegen verzet. In ieder geval wordt de aanvraag afgewezen indien de tijdelijke verlenging van de arbeidsduur geen effect heeft op de formatie, onder door het hoofd defensieonderdeel nader vast te stellen voorwaarden.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de militair een andere functie wordt toegewezen vervalt met ingang van de datum waarop hij de nieuwe functie gaat vervullen de toewijzing bedoeld in het derde lid. In afwijking van de datum genoemd in het tweede lid kan de militair bij zijn nieuwe commandant een aanvraag als bedoeld in het eerste lid indienen. Bij toewijzing geldt de verlenging van de arbeidsduur voor het resterende gedeelte van het lopende kalenderjaar.
|
||||
|
||||
|
|
@ -812,13 +843,13 @@ elk door defensiepersoneel in de praktijk brengen van onderwezen bekwaamheden te
|
|||
|
||||
**3.** In afwijking van het tweede lid kan de opname van spaaruren gedurende de functievervulling worden toegestaan, tenzij het dienstbelang zich hiertegen verzet.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de militair van functie wisselt kan de bevelhebber op aanvraag van de militair afwijken van het minimum aantal op te nemen spaaruren. Indien de militair wordt verplaatst kan de bevelhebber op aanvraag van de militair afwijken van het gestelde in het eerste lid dat de spaaruren in een aaneengesloten periode van ten minste 288 spaaruren worden opgenomen. Indien met een dergelijke aanvraag wordt ingestemd, dan wordt het gehele tegoed aan spaaruren opgenomen bij functiewisseling, voorafgaand aan de datum van plaatsing op de nieuwe functie.
|
||||
**4.** Indien de militair van functie wisselt kan het hoofd defensieonderdeel op aanvraag van de militair afwijken van het minimum aantal op te nemen spaaruren. Indien de militair wordt verplaatst kan het hoofd defensieonderdeel op aanvraag van de militair afwijken van het gestelde in het eerste lid dat de spaaruren in een aaneengesloten periode van ten minste 288 spaaruren worden opgenomen. Indien met een dergelijke aanvraag wordt ingestemd, dan wordt het gehele tegoed aan spaaruren opgenomen bij functiewisseling, voorafgaand aan de datum van plaatsing op de nieuwe functie.
|
||||
|
||||
**5.** Een aanvraag voor de opname van spaaruren wordt ten minste 6 maanden voorafgaande aan de gewenste datum van aanvang van de opnameperiode, ingediend bij de bevelhebber.
|
||||
**5.** Een aanvraag voor de opname van spaaruren wordt ten minste 6 maanden voorafgaande aan de gewenste datum van aanvang van de opnameperiode, ingediend bij het hoofd defensieonderdeel.
|
||||
|
||||
**6.** De in een kalenderjaar opgebouwde spaaruren vervallen na een periode van 10 kalenderjaren, te rekenen vanaf de dag van aanvang van het daarop volgende kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**7.** Indien vanwege dienstbelang dan wel persoonlijke omstandigheden de militair gedurende de periode van 10 jaar bedoeld in het zesde lid niet in de gelegenheid is gesteld de spaaruren op te nemen, maakt de bevelhebber in afwijking van het zesde lid met de militair afspraken over de opname van de spaaruren binnen de 2 daaropvolgende kalenderjaren.
|
||||
**7.** Indien vanwege dienstbelang dan wel persoonlijke omstandigheden de militair gedurende de periode van 10 jaar bedoeld in het zesde lid niet in de gelegenheid is gesteld de spaaruren op te nemen, maakt het hoofd defensieonderdeel in afwijking van het zesde lid met de militair afspraken over de opname van de spaaruren binnen de 2 daaropvolgende kalenderjaren.
|
||||
|
||||
**8.** Ten aanzien van de opname van spaaruren zijn de artikelen 64, 65, 66 en 67 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1321,7 +1352,7 @@ Indien de aard van de te verrichten diensten daartoe aanleiding geeft, kan Onze
|
|||
|
||||
### Artikel 60b
|
||||
|
||||
Door de bevelhebber kan aan de militair de verplichting worden opgelegd buiten de voor hem vastgestelde werktijden met het oog op eventuele dienstverrichting:
|
||||
Door het hoofd defensieonderdeel kan aan de militair de verplichting worden opgelegd buiten de voor hem vastgestelde werktijden met het oog op eventuele dienstverrichting:
|
||||
|
||||
a. zich op een bepaalde plaats ter beschikking te houden;
|
||||
b. binnen een bepaald gebied te verblijven of zich op bepaalde tijdstippen te melden.
|
||||
|
|
@ -1408,7 +1439,7 @@ De militair die voornemens is een verlof door te brengen buiten het land waar hi
|
|||
Aan de militair die met het oog op de besteding van een verlof waarop hij aanspraak kan doen gelden maar dat hem nog niet is verleend, met schriftelijke instemming van degene die tot het verlenen van het verlof bevoegd is, bepaalde voorzieningen heeft getroffen en:
|
||||
|
||||
a. aan wie het verlof wordt geweigerd om redenen die op het tijdstip waarop de instemming werd verleend niet konden worden voorzien, of
|
||||
b. wiens voorgenomen besteding van het verlof als gevolg van een verbod als bedoeld in het eerste lid geen doorgang kan vinden, kan door de bevelhebber een gehele of gedeeltelijke vergoeding worden toegekend van de geldelijke schade die hij als gevolg van die weigering of dat verbod heeft geleden.
|
||||
b. wiens voorgenomen besteding van het verlof als gevolg van een verbod als bedoeld in het eerste lid geen doorgang kan vinden, kan door het hoofd defensieonderdeel een gehele of gedeeltelijke vergoeding worden toegekend van de geldelijke schade die hij als gevolg van die weigering of dat verbod heeft geleden.
|
||||
|
||||
### Artikel 67a
|
||||
|
||||
|
|
@ -1426,7 +1457,7 @@ a. in het tijdvak van 1 juni tot 15 september: een aaneengesloten zomerverlof, o
|
|||
b. in het tijdvak van 1 december van het lopende kalenderjaar tot 1 februari van het daarop volgende jaar: een aaneengesloten winterverlof, omvattende 80 uren;
|
||||
c. In het tijdvak van 1 januari tot en met 31 december op een tijdstip naar eigen keuze: 32 uren, zoveel mogelijk op te nemen in aaneengesloten perioden van ten minste 4 uren.
|
||||
|
||||
**2.** De bevelhebber kan voor bijzondere gevallen van het eerste lid afwijkende vakantieverloftijdstippen vaststellen.
|
||||
**2.** Het hoofd defensieonderdeel kan voor bijzondere gevallen van het eerste lid afwijkende vakantieverloftijdstippen vaststellen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1669,7 +1700,7 @@ b. 10 werkdagen, indien het verblijf buiten Europa dan wel aan boord van een var
|
|||
|
||||
**2.** Aan de militair die is aangewezen voor het verrichten van dienst buiten Nederland in Europa, anders dan aan boord van een varend schip en om die reden naar verwachting ten minste 6 maanden achtereen buiten Nederland zal verblijven, wordt uiterlijk vóór de dag van vertrek inschepingsverlof verleend voor ten hoogste 5 werkdagen.
|
||||
|
||||
**3.** Ten aanzien van de militair die inschepingsverlof heeft genoten en die zijn bestemming niet volgt ten gevolge van omstandigheden afhankelijk van zijn wil of toedoen, kan de bevelhebber dat verlof aanmerken als verleend vakantieverlof.
|
||||
**3.** Ten aanzien van de militair die inschepingsverlof heeft genoten en die zijn bestemming niet volgt ten gevolge van omstandigheden afhankelijk van zijn wil of toedoen, kan het hoofd defensieonderdeel dat verlof aanmerken als verleend vakantieverlof.
|
||||
|
||||
### Artikel 84
|
||||
|
||||
|
|
@ -1679,7 +1710,7 @@ b. 10 werkdagen, indien het verblijf buiten Europa dan wel aan boord van een var
|
|||
|
||||
**3.** Aan de militair wordt na een verblijf voor dienst buiten Nederland in Europa, anders dan aan boord van een varend schip, van ten minste 6 maanden achtereen, ten hoogste 5 werkdagen ontschepingsverlof verleend.
|
||||
|
||||
**4.** De aanspraak op ontschepingsverlof dat binnen 12 maanden na terugkeer niet is genoten, vervalt. De bevelhebber kan bepalen dat het ontschepingsverlof alsnog na het verstrijken van dat tijdvak wordt verleend, indien naar zijn oordeel bijzondere omstandigheden, verband houdende met de dienst, het verlenen van ontschepingsverlof aan de betrokken militair binnen dat tijdvak hebben belet.
|
||||
**4.** De aanspraak op ontschepingsverlof dat binnen 12 maanden na terugkeer niet is genoten, vervalt. Het hoofd defensieonderdeel kan bepalen dat het ontschepingsverlof alsnog na het verstrijken van dat tijdvak wordt verleend, indien naar zijn oordeel bijzondere omstandigheden, verband houdende met de dienst, het verlenen van ontschepingsverlof aan de betrokken militair binnen dat tijdvak hebben belet.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4a. Buitengewoon verlof
|
||||
|
||||
|
|
@ -1708,17 +1739,17 @@ k. voor het afleggen van bezoeken of het voldoen aan oproepingen, verband houden
|
|||
In andere gevallen dan die, genoemd in artikel 85, kan aan de militair op zijn aanvraag buitengewoon verlof worden verleend, indien naar het oordeel van degene die bevoegd is het verlof te verlenen bijzondere redenen daartoe aanleiding geven, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. de commandant dit verlof slechts kan verlenen voor ten hoogste 10 werkdagen per kalenderjaar en
|
||||
b. de bevelhebber dit – zonder de onder a bedoelde beperking van het aantal werkdagen per kalenderjaar –, eveneens kan verlenen al of niet met behoud van militaire inkomsten of een gedeelte daarvan naar nader bij ministeriële regeling te stellen regels.
|
||||
b. het hoofd defensieonderdeel dit – zonder de onder a bedoelde beperking van het aantal werkdagen per kalenderjaar –, eveneens kan verlenen al of niet met behoud van militaire inkomsten of een gedeelte daarvan naar nader bij ministeriële regeling te stellen regels.
|
||||
|
||||
### Artikel 87
|
||||
|
||||
**1.** De bevelhebber kan, indien daartoe naar zijn oordeel aanleiding bestaat, aan de militair op diens aanvraag buitengewoon verlof van lange duur verlenen, al of niet met behoud van militaire inkomsten en volgens nader bij ministeriële regeling te stellen regels.
|
||||
**1.** Het hoofd defensieonderdeel kan, indien daartoe naar zijn oordeel aanleiding bestaat, aan de militair op diens aanvraag buitengewoon verlof van lange duur verlenen, al of niet met behoud van militaire inkomsten en volgens nader bij ministeriële regeling te stellen regels.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het verlof, bedoeld in het vorige lid, uitsluitend het persoonlijk belang van de militair dient, kan hem dat verlof slechts worden verleend zonder behoud van militaire inkomsten en voor ten hoogste zes maanden.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het verlof, bedoeld in het eerste lid, ten doel heeft de militair in de gelegenheid te stellen een functie buiten de krijgsmacht te vervullen en met de verlening van het verlof naar het oordeel van de bevelhebber niet alleen het persoonlijke belang van de militair, maar mede het algemeen belang wordt gediend, kan het verlof - onverminderd het bepaalde in het vierde lid - in beginsel worden verleend voor ten hoogste een jaar en zonder behoud van militaire inkomsten.
|
||||
**3.** Indien het verlof, bedoeld in het eerste lid, ten doel heeft de militair in de gelegenheid te stellen een functie buiten de krijgsmacht te vervullen en met de verlening van het verlof naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel niet alleen het persoonlijke belang van de militair, maar mede het algemeen belang wordt gediend, kan het verlof - onverminderd het bepaalde in het vierde lid - in beginsel worden verleend voor ten hoogste een jaar en zonder behoud van militaire inkomsten.
|
||||
|
||||
**4.** Indien het verlof, bedoeld in het eerste lid, ten doel heeft de militair in de gelegenheid te stellen anders dan in vaste dienst, hetzij een functie te vervullen in dienst van een volkenrechtelijke organisatie, hetzij tijdelijk werkzaam te zijn ten behoeve van de Nederlandse Antillen dan wel als deskundige ten behoeve van een vreemde mogendheid, en naar het oordeel van de bevelhebber met de verlening van het verlof in overwegende mate het algemeen belang wordt gediend, kan het verlof in beginsel worden verleend voor ten hoogste drie jaren en zonder behoud van militaire inkomsten.
|
||||
**4.** Indien het verlof, bedoeld in het eerste lid, ten doel heeft de militair in de gelegenheid te stellen anders dan in vaste dienst, hetzij een functie te vervullen in dienst van een volkenrechtelijke organisatie, hetzij tijdelijk werkzaam te zijn ten behoeve van de Nederlandse Antillen dan wel als deskundige ten behoeve van een vreemde mogendheid, en naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel met de verlening van het verlof in overwegende mate het algemeen belang wordt gediend, kan het verlof in beginsel worden verleend voor ten hoogste drie jaren en zonder behoud van militaire inkomsten.
|
||||
|
||||
**5.** Het verlof, bedoeld in de vorige leden, gaat niet eerder in dan na aanvaarding van dat verlof met de daaraan verbonden voorwaarden door de militair.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1770,7 +1801,7 @@ Het kort durend zorgverlof, bedoeld in hoofdstuk 5 van de Wet arbeid en zorg, wo
|
|||
|
||||
**5.** Het ouderschapsverlof wordt aan de militair verleend met behoud van 75% van zijn inkomsten.
|
||||
|
||||
**6.** De militair kan door de bevelhebber worden verplicht tot terugbetaling van de tijdens het ouderschapsverlof genoten inkomsten wanneer hem tijdens de verlofperiode of binnen één jaar na afloop van het ouderschapsverlof ontslag wordt verleend op zijn aanvraag dan wel niet op zijn aanvraag op grond van aan de militair te wijten omstandigheden of, wanneer hij is aangesteld voor bepaalde tijd, ter zake van het eindigen van de tijd waarvoor de aanstelling is geschied. De verplichting tot terugbetaling wordt beperkt tot een bedrag dat evenredig is aan het aantal maanden dat ontbreekt aan de periode van één jaar. Indien het ontslag verband houdt met een aanstelling als burgerlijk ambtenaar bij het Ministerie van Defensie of indiensttreding bij een andere overheidssector bestaat geen verplichting tot terugbetaling.
|
||||
**6.** De militair kan door het hoofd defensieonderdeel worden verplicht tot terugbetaling van de tijdens het ouderschapsverlof genoten inkomsten wanneer hem tijdens de verlofperiode of binnen één jaar na afloop van het ouderschapsverlof ontslag wordt verleend op zijn aanvraag dan wel niet op zijn aanvraag op grond van aan de militair te wijten omstandigheden of, wanneer hij is aangesteld voor bepaalde tijd, ter zake van het eindigen van de tijd waarvoor de aanstelling is geschied. De verplichting tot terugbetaling wordt beperkt tot een bedrag dat evenredig is aan het aantal maanden dat ontbreekt aan de periode van één jaar. Indien het ontslag verband houdt met een aanstelling als burgerlijk ambtenaar bij het Ministerie van Defensie of indiensttreding bij een andere overheidssector bestaat geen verplichting tot terugbetaling.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1945,7 +1976,7 @@ De commandant kan in afwijking hiervan de aanwijzing geven dat betrokkene zich m
|
|||
|
||||
### Artikel 96
|
||||
|
||||
**1.** De militair in werkelijke dienst die in contact staat of kort geleden heeft gestaan met een persoon die een ziekte heeft waarvoor ingevolge het krachtens de Wet bestrijding infectieziekten en opsporing ziekteoorzaken (Stb. 1928, 265) bepaalde een nominatieve aangifteplicht geldt, is verplicht daarvan ten spoedigste kennis te geven aan de voor hem aangewezen militair geneeskundige dienst.
|
||||
**1.** De militair in werkelijke dienst die in contact staat of kort geleden heeft gestaan met een persoon die een ziekte heeft waarvoor ingevolge het krachtens de Infectieziektenwet bepaalde een nominatieve aangifteplicht geldt, is verplicht daarvan ten spoedigste kennis te geven aan de voor hem aangewezen militair geneeskundige dienst.
|
||||
|
||||
**2.** In het geval, bedoeld in het eerste lid, mag de militair geen dienst verrichten en heeft hij geen toegang tot de plaats van zijn tewerkstelling dan met toestemming gegeven door of vanwege de voor hem aangewezen militair geneeskundige dienst. Hij is gehouden zich te gedragen naar de door of vanwege deze dienst gegeven aanwijzingen, welke mede kunnen bestaan in een verbod om zich naar een eenheid of onderdeel van de krijgsmacht te begeven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1961,7 +1992,7 @@ De commandant kan in afwijking hiervan de aanwijzing geven dat betrokkene zich m
|
|||
|
||||
### Artikel 98
|
||||
|
||||
De militair in werkelijke dienst kan worden verplicht zich te onderwerpen aan een geneeskundig of tandheelkundig onderzoek door of vanwege de voor hem aangewezen militair geneeskundige dienst, wanneer de bevelhebber dit noodzakelijk acht in verband met toelating tot een opleiding, plaatsing in een andere functie, plaatsing bij bepaalde onderdelen of in bepaalde gebieden, dan wel beëindiging van het verblijf in werkelijke dienst.
|
||||
De militair in werkelijke dienst kan worden verplicht zich te onderwerpen aan een geneeskundig of tandheelkundig onderzoek door of vanwege de voor hem aangewezen militair geneeskundige dienst, wanneer de commandant operationeel commando dit noodzakelijk acht in verband met toelating tot een opleiding, plaatsing in een andere functie, plaatsing bij bepaalde onderdelen of in bepaalde gebieden, dan wel beëindiging van het verblijf in werkelijke dienst.
|
||||
|
||||
### Artikel 99
|
||||
|
||||
|
|
@ -1987,9 +2018,9 @@ De uitslag van een onderzoek als bedoeld in artikel 18 van de Arbeidsomstandighe
|
|||
|
||||
### Artikel 104
|
||||
|
||||
**1.** De militair die zich niet kan verenigen met de in artikel 103 bedoelde uitslag, kan, indien het een onderzoek als bedoeld in artikel 93, tweede lid, of artikel 95, betreft, binnen drie maal vierentwintig uren en, zo het een onderzoek als bedoeld in de artikelen 97, 98 en 99 betreft, binnen zes weken, nadat de uitslag te zijner kennis is gebracht, schriftelijk onder opgave van de redenen daartegen zijn bedenkingen kenbaar maken bij de bevelhebber. Het indienen van de bedenkingen heeft geen schorsende werking.
|
||||
**1.** De militair die zich niet kan verenigen met de in artikel 103 bedoelde uitslag, kan, indien het een onderzoek als bedoeld in artikel 93, tweede lid, of artikel 95, betreft, binnen drie maal vierentwintig uren en, zo het een onderzoek als bedoeld in de artikelen 97, 98 en 99 betreft, binnen zes weken, nadat de uitslag te zijner kennis is gebracht, schriftelijk onder opgave van de redenen daartegen zijn bedenkingen kenbaar maken bij de commandant operationeel commando. Het indienen van de bedenkingen heeft geen schorsende werking.
|
||||
|
||||
**2.** Behalve indien de bevelhebber, na overleg met de betrokken militair geneeskundige dienst, de bedenkingen van de militair reeds aanstonds voldoende gegrond acht, wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van het bezwaarschrift, een hernieuwd geneeskundig of tandheelkundig onderzoek ingesteld.
|
||||
**2.** Behalve indien de commandant operationeel commando, na overleg met de betrokken militair geneeskundige dienst, de bedenkingen van de militair reeds aanstonds voldoende gegrond acht, wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van het bezwaarschrift, een hernieuwd geneeskundig of tandheelkundig onderzoek ingesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Het hernieuwd onderzoek geschiedt door een (of meer) daartoe door de inspecteur van de betrokken militair geneeskundige dienst aangewezen deskundige(n) die niet aan het voorafgaande onderzoek heeft (hebben) deelgenomen. De uitslag van het hernieuwd onderzoek wordt de militair zo spoedig mogelijk schriftelijk ter kennis gebracht.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2059,7 +2090,7 @@ De militair die buiten zijn woonplaats is tewerkgesteld en uitsluitend om redene
|
|||
|
||||
**3.** Een tegemoetkoming als bedoeld in het eerste en tweede lid kan in de aldaar bedoelde gevallen eveneens worden verleend aan de naaste betrekkingen van de niet in werkelijke dienst verblijvende militair of van de gewezen militair die wordt of - ten tijde van zijn overlijden - werd verpleegd in een zieken- of verplegingsinrichting.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de betrekkingen van de militair of de gewezen militair, in dit artikel, naar het oordeel van de bevelhebber niet alleen kunnen reizen, zijn de vorige leden van overeenkomstige toepassing op degene die hen begeleidt.
|
||||
**4.** Indien de betrekkingen van de militair of de gewezen militair, in dit artikel, naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel niet alleen kunnen reizen, zijn de vorige leden van overeenkomstige toepassing op degene die hen begeleidt.
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent het verlenen van de tegemoetkoming bedoeld in dit artikel.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2069,7 +2100,7 @@ De militair die buiten zijn woonplaats is tewerkgesteld en uitsluitend om redene
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Aan de militair in werkelijke dienst die ingevolge een dienstopdracht in het buitenland verblijft, kunnen door de bevelhebber voor rekening van het rijk berichten worden verzonden in geval van:
|
||||
Aan de militair in werkelijke dienst die ingevolge een dienstopdracht in het buitenland verblijft, kunnen door het hoofd defensieonderdeel voor rekening van het rijk berichten worden verzonden in geval van:
|
||||
|
||||
a. overlijden van belanghebbenden;
|
||||
b. ziekte of ongeval van belanghebbenden;
|
||||
|
|
@ -2078,13 +2109,13 @@ d. bijzondere gevallen, die naar het oordeel van de met berichtgeving belaste am
|
|||
|
||||
### Artikel 114
|
||||
|
||||
Aan de militair die om redenen van dienst verblijft buiten het land, waar zijn gezin woonachtig is, kan door de bevelhebber worden toegestaan voor rekening van het rijk voortijdig naar dat land terug te keren of over te komen, indien naar het oordeel van de bevelhebber omstandigheden in het gezin die terugkeer of die overkomst noodzakelijk maken.
|
||||
Aan de militair die om redenen van dienst verblijft buiten het land, waar zijn gezin woonachtig is, kan door het hoofd defensieonderdeel worden toegestaan voor rekening van het rijk voortijdig naar dat land terug te keren of over te komen, indien naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel omstandigheden in het gezin die terugkeer of die overkomst noodzakelijk maken.
|
||||
|
||||
### Artikel 114a
|
||||
|
||||
**1.** Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder kinderopvang en gastouderopvang hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onderdeel b onderscheidenlijk c, van de Wet kinderopvang.
|
||||
|
||||
**2.** Door de bevelhebber kan naar bij ministeriële regeling te stellen regels, financieel worden bijgedragen in de kosten van de militair voor kinderopvang of gastouderopvang van een of meerdere kinderen.
|
||||
**2.** Door het hoofd defensieonderdeel kan naar bij ministeriële regeling te stellen regels, financieel worden bijgedragen in de kosten van de militair voor kinderopvang of gastouderopvang van een of meerdere kinderen.
|
||||
|
||||
**3.** De bijdrage, als bedoeld in het tweede lid, eindigt met ingang van de dag waarop de militair ontslag wordt verleend.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2128,7 +2159,7 @@ a. aan de echtgenoot van de militair, dan wel
|
|||
b. indien de militair geen echtgenoot heeft nagelaten, aan of ten behoeve van het kind of de kinderen waarvoor aanspraak op kinderbijslag bestaat, dan wel
|
||||
c. indien de militair geen echtgenoot of kinderen als bedoeld onder b heeft nagelaten, aan zijn ouders, broers, zusters of kinderen waarvoor geen aanspraak op kinderbijslag bestaat, indien hij naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel in de noodzakelijke kosten van hun levensonderhoud grotendeels bijdroeg.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het eerste lid geen toepassing kan vinden, kan de bevelhebber de uitkering geheel of gedeeltelijk doen aanwenden ter bestrijding van de kosten van de laatste ziekte en de begrafenis of crematie van de militair.
|
||||
**2.** Indien het eerste lid geen toepassing kan vinden, kan het hoofd defensieonderdeel de uitkering geheel of gedeeltelijk doen aanwenden ter bestrijding van de kosten van de laatste ziekte en de begrafenis of crematie van de militair.
|
||||
|
||||
**3.** De uitkering is gelijk aan driemaal het bedrag van de bezoldiging waarop de militair op de dag van zijn overlijden aanspraak had, vermeerderd met het bedrag per maand van de andere inkomsten die in aanmerking worden genomen bij de vaststelling van de pensioengrondslag, ongeacht of hij daarover pensioenbijdrage was verschuldigd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2148,7 +2179,7 @@ Het hoofd defensieonderdeel kan artikel 118a van overeenkomstige toepassing verk
|
|||
|
||||
**2.** De naaste betrekkingen van een militair als bedoeld in het vorige lid hebben, indien de procedure, bedoeld in dat lid, niet kosteloos kan worden gevoerd, naar regels bij ministeriële regeling te stellen, aanspraak op een vergoeding van de kosten die ter zake voor hun rekening zijn gekomen.
|
||||
|
||||
**3.** De bevelhebber kan, indien een gezinslid van een militair vermist is geraakt ten gevolge van omstandigheden die naar zijn oordeel verband houden met de dienst van de militair, ten aanzien van die militair overeenkomstige voorzieningen treffen.
|
||||
**3.** Het hoofd defensieonderdeel kan, indien een gezinslid van een militair vermist is geraakt ten gevolge van omstandigheden die naar zijn oordeel verband houden met de dienst van de militair, ten aanzien van die militair overeenkomstige voorzieningen treffen.
|
||||
|
||||
### Artikel 120
|
||||
|
||||
|
|
@ -2204,9 +2235,9 @@ c. verminderd met:
|
|||
|
||||
**4.** Indien die gewezen militair over een periode ter zake van de dienstbetrekking waaraan de laatstgenoten bezoldiging is verbonden aanspraak heeft of had kunnen hebben op een uitkering op grond van de ZW of de WAO, is het verplichtingen- en sanctieregime van die wet over die periode van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** Indien ten aanzien van die wettelijke uitkering een verplichting wordt opgelegd of een sanctie wordt toegepast, wordt door de bevelhebber zoveel mogelijk dezelfde verplichting opgelegd dan wel een overeenkomstige sanctie toegepast op het verminderde bedrag van de laatstgenoten bezoldiging.
|
||||
**5.** Indien ten aanzien van die wettelijke uitkering een verplichting wordt opgelegd of een sanctie wordt toegepast, wordt door de commandant operationeel commando zoveel mogelijk dezelfde verplichting opgelegd dan wel een overeenkomstige sanctie toegepast op het verminderde bedrag van de laatstgenoten bezoldiging.
|
||||
|
||||
**6.** De aanspraak op doorbetaling van bezoldiging ingevolge artikel 120 vervalt, indien de gewezen militair zonder deugdelijke grond weigert de hem door de bevelhebber aangeboden gangbare arbeid, waartoe de militair geneeskundige dienst hem in staat acht, te aanvaarden.
|
||||
**6.** De aanspraak op doorbetaling van bezoldiging ingevolge artikel 120 vervalt, indien de gewezen militair zonder deugdelijke grond weigert de hem door de commandant operationeel commando aangeboden gangbare arbeid, waartoe de militair geneeskundige dienst hem in staat acht, te aanvaarden.
|
||||
|
||||
### Artikel 121
|
||||
|
||||
|
|
@ -2263,9 +2294,9 @@ wordt een bedrag uitgekeerd aan de volgende nagelaten betrekkingen:
|
|||
|
||||
1°. aan de langstlevende der echtgenoten, tenzij zij duurzaam gescheiden leefden;
|
||||
2°. bij ontstentenis van de onder 1° bedoelde echtgenote, ten behoeve van het kind of de kinderen voor wie de overledene aanspraak op kinderbijslag had;
|
||||
3°. bij ontstentenis van de onder 1° en 2° bedoelde betrekkingen, aan of ten behoeve van de ouders, broers, zusters of kinderen van de overledene, voor wie hij naar het oordeel van de bevelhebber grotendeels in de noodzakelijke kosten van levensonderhoud bijdroeg.
|
||||
3°. bij ontstentenis van de onder 1° en 2° bedoelde betrekkingen, aan of ten behoeve van de ouders, broers, zusters of kinderen van de overledene, voor wie hij naar het oordeel van de commandant operationeel commando grotendeels in de noodzakelijke kosten van levensonderhoud bijdroeg.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de overledene geen betrekkingen als bedoeld in het vorige lid nalaat, kan de bevelhebber het in dat lid bedoelde bedrag geheel of gedeeltelijk doen aanwenden ter bestrijding van de kosten van de laatste ziekte en de begrafenis of crematie.
|
||||
**2.** Indien de overledene geen betrekkingen als bedoeld in het vorige lid nalaat, kan de commandant operationeel commando het in dat lid bedoelde bedrag geheel of gedeeltelijk doen aanwenden ter bestrijding van de kosten van de laatste ziekte en de begrafenis of crematie.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -2346,7 +2377,7 @@ Aan de militair die is aangesteld bij het beroepspersoneel kan door Onze Ministe
|
|||
|
||||
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. vermoeden van een misstand: een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden van het zich voordoen in de organisatie waar de ambtenaar werkzaam is van een grove schending van wettelijke voorschriften of beleidsregels, een groot gevaar voor de gezondheid, de veiligheid of het milieu, dan wel een zeer onbehoorlijke wijze van functioneren, die het goed functioneren van de openbare dienst in gevaar kan brengen;
|
||||
a. vermoeden van een misstand: een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden van het zich voordoen in de organisatie waar de militair werkzaam is van een grove schending van wettelijke voorschriften of beleidsregels, een groot gevaar voor de gezondheid, de veiligheid of het milieu, dan wel een zeer onbehoorlijke wijze van functioneren, die het goed functioneren van de openbare dienst in gevaar kan brengen;
|
||||
b. het bevoegd gezag: de secretaris-generaal.
|
||||
|
||||
### Artikel 126h
|
||||
|
|
@ -2453,7 +2484,7 @@ b. De afspraken en aandachtspunten worden opgelegd in het personeelsdossier van
|
|||
|
||||
**1.** Indien de commandant of de militair in werkelijke dienst dit wenselijk vindt, wordt een beoordeling opgemaakt. De militair dient daartoe een aanvraag in bij de commandant.
|
||||
|
||||
**2.** De bevelhebber kan opdracht geven tot het opmaken van een beoordeling.
|
||||
**2.** Het hoofd defensieonderdeel en de commandant operationeel commando kunnen opdracht geven tot het opmaken van een beoordeling.
|
||||
|
||||
**3.** De militair wordt beoordeeld omtrent de wijze waarop hij zijn functie heeft vervuld en omtrent zijn gedrag in relatie tot die functie, gedurende het beoordelingstijdvak. Indien een militair naast de uit zijn functie voortvloeiende werkzaamheden andere opgedragen werkzaamheden of diensten heeft verricht, wordt hij tevens omtrent de wijze waarop hij die werkzaamheden of diensten heeft verricht en omtrent zijn gedrag in relatie tot die werkzaamheden of diensten beoordeeld. De beoordeling is gebaseerd op concrete handelingen, resultaten en gedragingen van de te beoordelen militair.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2487,9 +2518,9 @@ In geval van buitengewone omstandigheden kan Onze Minister de militair die in ve
|
|||
|
||||
### Artikel 134
|
||||
|
||||
**1.** De militair in werkelijke dienst is verplicht tijdens de voor hem vastgestelde werktijden het voor hem vastgestelde uniform te dragen. De vaststelling van het uniform geschiedt, voor zover Wij Ons dat niet hebben voorbehouden, door de bevelhebber.
|
||||
**1.** De militair in werkelijke dienst is verplicht tijdens de voor hem vastgestelde werktijden het voor hem vastgestelde uniform te dragen. De vaststelling van het uniform geschiedt, voor zover Wij Ons dat niet hebben voorbehouden, door de commandant operationeel commando.
|
||||
|
||||
**2.** Het kan de militair die al dan niet in werkelijke dienst verblijft door de bevelhebber worden toegestaan onder bepaalde omstandigheden het uniform al dan niet te dragen.
|
||||
**2.** Het kan de militair die al dan niet in werkelijke dienst verblijft door de commandant operationeel commando worden toegestaan onder bepaalde omstandigheden het uniform al dan niet te dragen.
|
||||
|
||||
### Artikel 135
|
||||
|
||||
|
|
@ -2505,7 +2536,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 138
|
||||
|
||||
De militair in werkelijke dienst kan door de bevelhebber worden verplicht tot sportbeoefening in dienstverband.
|
||||
De militair in werkelijke dienst kan door de commandant operationeel commando worden verplicht tot sportbeoefening in dienstverband.
|
||||
|
||||
### Artikel 139
|
||||
|
||||
|
|
@ -2529,15 +2560,15 @@ De commandant is bevoegd tot het gelasten van een onderzoek aan kleding dan wel
|
|||
|
||||
### Artikel 143
|
||||
|
||||
De militair kan worden verplicht te wonen op een bepaalde afstand van de plaats, waar hij in de regel dienst verricht, of in een ambts- of dienstwoning, indien dit naar het oordeel van de bevelhebber in het belang van de dienst nodig of gewenst is.
|
||||
De militair kan worden verplicht te wonen op een bepaalde afstand van de plaats, waar hij in de regel dienst verricht, of in een ambts- of dienstwoning, indien dit naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel in het belang van de dienst nodig of gewenst is.
|
||||
|
||||
### Artikel 144
|
||||
|
||||
**1.** De militair die een ambts- of dienstwoning bewoont, draagt de kosten van het onderhoud, dat volgens de wet en het plaatselijk gebruik voor rekening van de huurder komt, tenzij bij ministeriële regeling afwijkende regels worden gesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Ingeval de militair overlijdt behouden de achtergebleven gezinsleden gedurende de maand van het overlijden en de volgende drie maanden het gebruik van de ambts- of dienstwoning waarin zij met de militair woonden. De bevelhebber kan die termijn bekorten indien het belang van de dienst dit noodzakelijk maakt. Alsdan wordt door de bevelhebber naar billijkheid een schadevergoeding gegeven.
|
||||
**2.** Ingeval de militair overlijdt behouden de achtergebleven gezinsleden gedurende de maand van het overlijden en de volgende drie maanden het gebruik van de ambts- of dienstwoning waarin zij met de militair woonden. Het hoofd defensieonderdeel kan die termijn bekorten indien het belang van de dienst dit noodzakelijk maakt. Alsdan wordt door het hoofd defensieonderdeel naar billijkheid een schadevergoeding gegeven.
|
||||
|
||||
**3.** Bij vrijwillig verlaten van de ambts- of dienstwoning binnen de termijn gedurende welke de woning nog mag worden gebruikt, kan de bevelhebber een uitkering geven.
|
||||
**3.** Bij vrijwillig verlaten van de ambts- of dienstwoning binnen de termijn gedurende welke de woning nog mag worden gebruikt, kan het hoofd defensieonderdeel een uitkering geven.
|
||||
|
||||
### Artikel 145
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue