diff --git a/amvb/inkomensbesluit-ioaw/BWBR0004091/README.md b/amvb/inkomensbesluit-ioaw/BWBR0004091/README.md index 4e4907290f0..d6755fbd80d 100644 --- a/amvb/inkomensbesluit-ioaw/BWBR0004091/README.md +++ b/amvb/inkomensbesluit-ioaw/BWBR0004091/README.md @@ -14,10 +14,7 @@ citeertitel: Inkomensbesluit IOAW ### Artikel 1 -In dit besluit wordt verstaan onder: - -a. de wet: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; -b. een stamrecht: een recht op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon. +In dit besluit wordt verstaan onder de wet: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (*Stb.* 1986, 565). ### Paragraaf 2. Inkomensbestanddelen @@ -32,22 +29,23 @@ b. winst uit bedrijf en zelfstandig uitgeoefend beroep. ### Artikel 3 -**1.** Onder opbrengst van arbeid als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt, voorzover bedoelde arbeid door een werknemer in de zin van de Wet financiering sociale verzekeringen wordt verricht, verstaan het loon in de zin van die wet. +**1.** Onder opbrengst van arbeid als bedoeld in artikel 2, onderdeel *a*, wordt, voor zover bedoelde arbeid in dienstbetrekking als bedoeld in artikel 3*a*, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (*Stb.* 1966, 64) wordt verricht, verstaan het loon in de zin van die wet. **2.** In afwijking van het eerste lid wordt niet als opbrengst van arbeid beschouwd: a. een aanspraak om na verloop van tijd of onder een voorwaarde een of meer uitkeringen of verstrekkingen te ontvangen, voor zover deze niet wordt gedekt door stortingen van de werknemer; -b. een uitkering op grond van de verplichte verzekering van de Werkloosheidswet (*Stb.* 1986, 566), de Ziektewet (*Stb.* 1967, 473) en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (*Stb.* 1977, 492), de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en een uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet, al dan niet vermeerderd met een toeslag op grond van de Toeslagenwet (*Stb.* 1986, 562); -c. een aanvulling op de in onderdeel b genoemde uitkeringen; -d. opbrengst van arbeid gedurende ten hoogste zes aaneengesloten maanden tot 25 procent van deze opbrengst, met een maximum van € 291,04 per maand, voor zover een uitkering wordt ontvangen en dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling. +b. een uitkering op grond van de verplichte verzekering van de Werkloosheidswet (*Stb.* 1986, 566), de Ziektewet (*Stb.* 1967, 473) en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (*Stb.* 1977, 492), al dan niet vermeerderd met een toeslag op grond van de Toeslagenwet (*Stb.* 1986, 562); +c. een aanvulling op de in onderdeel *b* genoemde uitkeringen; +d. een bedrag tot € 135,42 per maand, alsmede de helft van het meerdere tot een maximum van in totaal € 246,12 per maand, beide voorzover de belanghebbende uitkering ontvangt en behoort tot een categorie van personen voor wie een of meer van de verplichtingen bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de wet niet gelden op grond van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 35, vijfde lid, of 36, tweede lid, van de wet; +e. een bedrag tot € 135,42 per maand, alsmede de helft van het meerdere tot een maximum van in totaal € 246,12 per maand, beide voorzover de belanghebbende uitkering ontvangt en behoort tot een categorie van personen die overeenkomstig een verordening van het gemeentebestuur om redenen van medische of sociale aard is aangewezen op het verrichten van arbeid in deeltijd. ### Artikel 4 -**1.** Onder opbrengst van arbeid als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, worden, voor zover bedoelde arbeid wordt verricht in dienstbetrekking doch niet door een werknemer in de zin van de Wet financiering sociale verzekeringen, verstaan de gelden en alle andere voordelen welke als beloning voor die arbeid worden genoten. +**1.** Onder opbrengst van arbeid als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, worden, voor zover bedoelde arbeid wordt verricht in dienstbetrekking doch niet in de zin van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, verstaan de gelden en alle andere voordelen welke als beloning voor die arbeid worden genoten. -**2.** Ten aanzien van de gelden en alle andere voordelen uit de dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, is het bepaalde bij of krachtens artikel 16 van de Wet financiering sociale verzekeringen van overeenkomstige toepassing. +**2.** Ten aanzien van de gelden en alle andere voordelen uit de dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, is het bepaalde bij of krachtens de artikelen 5 tot en met 8 van de Coördinatiewet Sociale Verzekering van overeenkomstige toepassing. **3.** In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt niet als opbrengst van arbeid beschouwd een uitkering wegens derving van looninkomen. @@ -55,15 +53,15 @@ d. opbrengst van arbeid gedurende ten hoogste zes aaneengesloten maanden tot 25 **1.** Onder opbrengst van arbeid als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt, voorzover bedoelde arbeid niet in dienstbetrekking wordt verricht, verstaan het belastbaar loon uit tegenwoordige arbeid of belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden, bedoeld in hoofdstuk 3 en 7 van de Wet inkomstenbelasting 2001, behoudens voorzover het een werkzaamheid betreft als bedoeld in de artikelen 3.91, eerste lid, onderdelen a en b, en 3.92 van die wet. -**2.** Het bepaalde bij of krachtens artikel 13 van de Wet op de loonbelasting 1964 is met betrekking tot het bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige toepassing. +**2.** Het bepaalde bij of krachtens artikel 8 van de Coördinatiewet Sociale Verzekering is met betrekking tot het bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 5a -Vervallen +Onder opbrengst van arbeid wordt tevens verstaan een financiële tegemoetkoming op grond van de Wet financiering loopbaanonderbreking. ### Artikel 6 -**1.** Onder winst als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt verstaan de belastbare winst uit onderneming, bedoeld in paragraaf 3.2.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, vermeerderd met de ondernemersaftrek, bedoeld in paragraaf 3.2.4 van die wet, en de MKB-winstvrijstelling, bedoeld in paragraaf 3.2.5 van die wet, met dien verstande dat de bestanddelen van de winst, bedoeld in artikel 3.78, derde lid, onderdelen a, b en c, van die wet, niet geacht worden te behoren tot die winst. +**1.** Onder winst als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt verstaan de belastbare winst uit onderneming, bedoeld in paragraaf 3.2.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, vermeerderd met de ondernemersaftrek, bedoeld in paragraaf 3.2.4 van die wet, met dien verstande dat de bestanddelen van de winst, bedoeld in artikel 3.78, derde lid, onderdelen a, b en c, van die wet, niet geacht worden te behoren tot die winst. **2.** Indien de berekening van de in het eerste lid bedoelde winst leidt tot een negatief bedrag, wordt die winst op nihil gesteld. @@ -75,19 +73,26 @@ Vervallen Voor de toepassing van de wet wordt onder inkomen in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven verstaan: -a. een uitkering of inkomensvoorziening op grond van de verplichte verzekering van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen of een uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet of aan de zelfstandige of beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst, bedoeld in artikel 3:17 van die wet; +a. een uitkering op grond van de verplichte verzekering van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, of aanvullende uitkeringen op grond van hoofdstuk III, Afdeling III van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid (*Stb.* 1986, 567), alsmede uitkeringen die naar aard en strekking daarmede overeenkomen; b. een uitkering op grond van een particuliere verzekering wegens derving van inkomen, welke ten behoeve van de werknemer in het kader van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst is afgesloten; -c. een uitkering op grond van een pensioenregeling, voor zover niet begrepen onder a; -d. een uitkering op grond van een buitenlandse wettelijke sociale verzekeringsregeling, voor zover niet begrepen onder a, met uitzondering van een uitkering, die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering op grond van de Algemene Kinderbijslagwet of met zorg waarop aanspraak bestaat ingevolge een zorgverzekering als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet of op grond van artikel 6 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten; +c. een uitkering op grond van een pensioenregeling, voor zover niet begrepen onder *a*; +d. een uitkering op grond van een buitenlandse wettelijke sociale verzekeringsregeling, voor zover niet begrepen onder *a*, met uitzondering van een uitkering, die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering op grond van de Algemene Kinderbijslagwet of een verstrekking op grond van de Ziekenfondswet (*Stb.* 1964, 392) of de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten; e. een uitkering op grond van een regeling voor vervroegde uittreding of een regeling, die naar aard en strekking daarmee overeenkomt; f. een uitkering op grond van een regeling voor functioneel leeftijdsontslag; -g. loon dat uit vroegere dienstbetrekking wordt genoten, voor zover niet begrepen onder a, b, c, d, e of f; +g. loon dat uit vroegere dienstbetrekking wordt genoten, voor zover niet begrepen onder *a*, *b*, *c*, *d*, *e* of *f*; h. een toeslag op grond van de Toeslagenwet; i. een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet; -j. een uitkering op grond van de Algemene Ouderdomswet (Stb. 1985, 181); -k. een basisbeurs en een aanvullende beurs op grond van de Wet studiefinanciering 2000, alsmede een beurs die naar aard en strekking daarmee overeenkomt; -l. een bedrijfsbeëindigingsvergoeding van de door Onze Minister van Economische Zaken opgerichte Stichting ontwikkeling en sanering midden- en kleinbedrijf; en -m. een maandelijkse bedrijfsbeëindigingsvergoeding van de door Onze Minister van Landbouw en Visserij opgerichte Stichting ontwikkelings- en saneringsfonds voor de landbouw. +j. een uitkering op grond van de Algemene Ouderdomswet (*Stb.* 1985, 181); +k. een pensioen op grond van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 (*Stb.* 1977, 493); +l. een uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (*Stb.* 1986, 386); +m. een pensioen op grond van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers (*Stb.* 1977, 495); +n. een uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (*Stb.* 1984, 94); +o. een pensioen op grond van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet (*Stb.* 1986, 360); +p. een basisbeurs en een aanvullende beurs op grond van deWet studiefinanciering 2000, alsmede een beurs die naar aard en strekking daarmee overeenkomt; +q. een bedrijfsbeëindigingsvergoeding van de door Onze Minister van Economische Zaken opgerichte Stichting ontwikkeling en sanering midden- en kleinbedrijf; en +r. een maandelijkse bedrijfsbeëindigingsvergoeding van de door Onze Minister van Landbouw en Visserij opgerichte Stichting ontwikkelings- en saneringsfonds voor de landbouw; +s. premies die al dan niet eenmalig boven het rechtens geldende loon worden verstrekt voor het aanvaarden van arbeid, voor zover deze premies binnen een tijdvak van een jaar tezamen meer bedragen dan € 1.882,00; +t. een eenmalige premie voor het voltooien van een scholing of opleiding die noodzakelijk wordt geacht voor de inschakeling in de arbeid, voor zover deze premie meer bedraagt dan € 1.269,00. **2.** @@ -95,18 +100,26 @@ In afwijking van het eerste lid wordt niet als inkomen in verband met arbeid bes a. een aanspraak om na verloop van tijd onder een voorwaarde een of meer uitkeringen of verstrekkingen te ontvangen, voor zover deze niet wordt gedekt door stortingen van degene die het desbetreffende inkomen geniet; b. een eenmalige uitkering welke na beëindiging van de dienstbetrekking aan een werknemer in verband met die beëindiging wordt betaald; -c. 81% van het bedrag waarmee de arbeidsongeschiktheidsuitkering of inkomensvoorziening is verhoogd met toepassing van artikel 10 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, artikel 2:51 of 3:9 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, artikel 22 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 53 of 63 van de Werk en inkomen naar arbeidsvermogen of een combinatie van deze artikelen; -d. een uitkering die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering op grond van een wettelijke vrijwillige verzekering of een particuliere verzekering tegen loonderving, toegekend aan een directeur-grootaandeelhouder, die niet als werknemer in de zin van de Wet financiering sociale verzekeringen wordt beschouwd; -e. een uitkering in verband met geleden immateriële schade, voorzover dit gelet op de aard en de hoogte van de uitkering verantwoord is; -f. een eenmalige premie die door burgemeester en wethouders kan worden toegekend in het kader van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling van ten hoogste€ 2.239,00 per kalenderjaar; -g. een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk van ten hoogste € 95,– per maand met een maximum van € 764,– per jaar, dan wel een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk in het kader van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand van ten hoogste € 150,– per maand met een maximum van € 1.500,– per jaar; -h. periodieke uitkeringen uit hoofde van een stamrecht, dat is verkregen uit een eenmalige uitkering welke na beëindiging van de dienstbetrekking aan de werknemer in verband met die beëindiging is toegekend, mits de werknemer aantoont dat de eenmalige uitkering door de werkgever betaalbaar is gesteld om naar eigen inzicht van de werknemer te besteden. +c. 81% van het bedrag waarmee de arbeidsongeschiktheidsuitkering is verhoogd met toepassing van artikel 10 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, artikel 9 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, artikel 22 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of een combinatie van deze artikelen; +d. een uitkering die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering op grond van een wettelijke vrijwillige verzekering of een particuliere verzekering tegen loonderving, toegekend aan een directeur-grootaandeelhouder, wiens arbeidsverhouding niet als een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 3*a*, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, wordt beschouwd; +e. afkoopsommen als bedoeld in de artikelen 32*c* , 32*d* en 32*p* van de Liquidatiewet invaliditeitswetten (*Stb.* 1967, 307); +f. een uitkering in verband met geleden immateriële schade, voorzover dit gelet op de aard en de hoogte van de uitkering verantwoord is; +g. een vergoeding ingevolge het Reglement eenmalige silicosevergoeding oud-mijnwerkers; +h. subsidies die op grond van artikel 3 van de Wet inschakeling werkzoekenden worden verstrekt voor het onverplicht, in georganiseerd verband, verrichten van onbetaalde maatschappelijk nuttige activiteiten, voorzover deze subsidies: -**3.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, wordt onder pensioenregeling verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan voor de toepassing van de Wet op de loonbelasting 1964. +1°. binnen een tijdvak van een kalendermaand minder bedragen dan het bedrag, genoemd in artikel 43, tweede lid, onderdeel o, van de Algemene bijstandswet; en, +2°. worden verstrekt aan een langdurig werkloze als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wet inschakeling werkzoekenden, dan wel aan een belanghebbende, die behoort tot een categorie van personen voor wie een of meer van de verplichtingen, bedoeld in artikel 35, eerste lid, niet gelden op grond van de bij of krachtens de artikelen 35, vijfde lid, of 36, eerste of tweede lid, van de wet gestelde regels. -**4.** Onze Minister wijzigt de bedragen, genoemd in het tweede lid, onderdelen h en i , met ingang van een door hem te bepalen dag, voorzover de ontwikkeling van de in artikel 31, tweede lid, onderdelen j en k, van de Wet werk en bijstand genoemde bedragen, daartoe aanleiding geeft. +**3.** -**5.** Onze Minister wijzigt het bedrag, genoemd in artikel 3, tweede lid, onderdeel d, met ingang van een door hem te bepalen dag, voorzover de ontwikkeling van het in artikel 31, tweede lid, onderdeel o, van de Wet werk en bijstand genoemde bedrag daartoe aanleiding geeft. +Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel *c*, wordt onder pensioenregeling verstaan: + +a. een regeling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend ten doel heeft de verzorging van werknemers en gewezen werknemers bij invaliditeit en ouderdom en de verzorging van hun echtgenoten en van hun minderjarige kinderen en pleegkinderen door middel van pensioen; +b. een door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ingevolge het bepaalde in artikel 6, derde lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering aangewezen regeling. + +**4.** Onze Minister wijzigt de bedragen, genoemd in het eerste lid, onderdelen *s* en *t*, met ingang van een door hem te bepalen dag, voor zover de ontwikkeling van het in artikel 55, eerste en tweede lid, van de Algemene bijstandswet bedoelde netto-minimumloon daartoe aanleiding geeft. + +**5.** Onze Minister wijzigt de bedragen, genoemd in artikel 3, tweede lid, onderdelen *d* en *e*, met ingang van een door hem te bepalen dag, voorzover de ontwikkeling van de in artikel 43, tweede lid, onderdelen *l* en *m*, van de Algemene bijstandswet genoemde bedragen daartoe aanleiding geeft. ### Paragraaf 3. Bepaling van het inkomen @@ -128,21 +141,6 @@ h. periodieke uitkeringen uit hoofde van een stamrecht, dat is verkregen uit een In afwijking van artikel 3, eerste lid, en artikel 7, eerste lid, wordt de eenmalige uitkering op grond van artikel XV van de Wet premieheffing over uitkeringen (*Stb.* 1986, 639) niet als opbrengst van arbeid onderscheidenlijk als inkomen in verband met arbeid beschouwd. -### Artikel 9a - -In het eerste jaar waarop de Wet werk en bijstand betrekking heeft, blijft artikel 3, tweede lid, onderdelen d en e, van toepassing op de belanghebbende ten aanzien van wie op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet werk en bijstand op grond van artikel 3, tweede lid, onderdelen d of e, een bedrag niet als opbrengst van arbeid werd beschouwd, met dien verstande dat dat bedrag wordt vermenigvuldigd met: - -a. 1, in de eerste tot en met de derde maand na de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet werk en bijstand; -b. 0,75, in de vierde tot en met de zesde maand na de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet werk en bijstand; -c. 0,5, in de zevende tot en met de negende maand na de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet werk en bijstand; -d. 0,25, in de tiende tot en met de twaalfde maand na de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet werk en bijstand. - -### Artikel 9b - -**1.** Op een besluit omtrent het recht op uitkering genomen met toepassing van artikel 7, tweede lid, zoals dat artikellid luidde op 31 maart 2008, wordt op aanvraag door burgemeester en wethouders artikel 7, tweede lid, onderdeel j, toegepast met ingang van 1 april 2005 of indien de periodieke uitkeringen uit hoofde van een stamrecht als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel j, op een later tijdstip zijn ingegaan met ingang van dat tijdstip, mits deze aanvraag om toepassing leidt tot een hoger bedrag aan uitkering dan de vaststelling van het recht op uitkering zonder toepassing van artikel 7, tweede lid, onderdeel j. - -**2.** De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, kan worden ingediend tot 1 april 2009. - ### Artikel 10 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1987.