2025-01-01 | BWBR0047436 | Wet hersteloperatie toeslagen
This commit is contained in:
parent
291dc26ea6
commit
420f0d48ae
1 changed files with 30 additions and 20 deletions
|
|
@ -157,7 +157,7 @@ b. een verlaging, vaststelling op nihil of naar rato vaststelling als bedoeld in
|
|||
|
||||
**1.** In bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gevallen kan onder bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur te stellen regels op een voor 1 januari 2024 aan de Dienst Toeslagen gedaan verzoek van de belanghebbende een bijzondere tegemoetkoming worden toegekend indien sprake is van een schrijnend geval waarin toepassing van Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, de daarop berustende bepalingen of de Wet kinderopvang bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag heeft geleid tot ernstige onbillijkheden van overwegende aard, die zich hebben voorgedaan bij een beschikking tot vaststelling of tot terugvordering inzake de kinderopvangtoeslag, dan wel bij het niet toekennen van een persoonlijke betalingsregeling vanwege de onterechte kwalificatie opzet of grove schuld van de belanghebbende of diens partner ten aanzien van het ontstaan van de terugvordering inzake de kinderopvangtoeslag, welke onbillijkheden zodanig zijn dat het overduidelijk onredelijk is deze voor rekening van de belanghebbende te laten en waarvoor andere compensaties, herzieningen, hardheidstegemoetkomingen, O/GS-tegemoetkomingen als bedoeld in artikel 2.6 of vergoedingen ter zake van die onbillijkheden niet voldoende zijn.
|
||||
|
||||
**2.** In bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gevallen kan onder bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur te stellen regels op een aan de Dienst Toeslagen gedaan verzoek van het kind, pleegkind en voormalig pleegkind, de partner, het kind of de ouder van een overleden kind of de ex-partner een bijzondere tegemoetkoming worden toegekend indien sprake is van een schrijnend geval waarin toepassing van deze wet leidt tot ernstige onbillijkheden van overwegende aard, welke onbillijkheden zodanig zijn dat het overduidelijk onredelijk is deze voor rekening van dat kind, pleegkind of voormalig pleegkind, die partner, dat kind of die ouder van het overleden kind onderscheidenlijk die ex-partner, te laten en waarvoor de voorzieningen ter zake van die onbillijkheden niet voldoende zijn.
|
||||
**2.** In bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gevallen kan onder bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur te stellen regels op een aan de Dienst Toeslagen gedaan verzoek van de partner of het kind van een overleden aanvrager, het kind, pleegkind en voormalig pleegkind, de partner, het kind of de ouder van een overleden kind of de ex-partner een bijzondere tegemoetkoming worden toegekend indien sprake is van een schrijnend geval waarin toepassing van deze wet leidt tot ernstige onbillijkheden van overwegende aard, welke onbillijkheden zodanig zijn dat het overduidelijk onredelijk is deze voor rekening van die partner of dat kind van de overleden aanvrager, dat kind, pleegkind of voormalig pleegkind, die partner, dat kind of die ouder van het overleden kind onderscheidenlijk die ex-partner, te laten en waarvoor de voorzieningen ter zake van die onbillijkheden niet voldoende zijn.
|
||||
|
||||
**3.** De voordracht voor een krachtens het eerste en tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan twee weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Indien binnen die termijn door of namens een van de Kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een van de Kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld, wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend.
|
||||
|
||||
|
|
@ -545,14 +545,20 @@ b. hij zich kenbaar heeft gemaakt bij de Dienst Toeslagen als iemand die mogelij
|
|||
Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente kan brede ondersteuning bieden op de vijf leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg aan een ingezetene van die gemeente die:
|
||||
|
||||
a. een aanvrager van een kinderopvangtoeslag is en een aanvraag heeft ingediend tot toekenning van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7;
|
||||
b. een kind, een pleegkind of een voormalig pleegkind is dat in aanmerking komt voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12; of
|
||||
c. een ex-partner is die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend.
|
||||
b. een kind, een pleegkind of een voormalig pleegkind is dat in aanmerking komt voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12;
|
||||
c. een ex-partner is die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend;
|
||||
d. een partner is die in aanmerking komt voor een compensatie of tegemoetkoming, kwijtschelding van bestuursrechtelijke schulden of overneming en betaling van privaatrechtelijke schulden van de gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag als bedoeld in artikel 2.9a;
|
||||
e. een kind is dat in aanmerking komt voor een compensatie of tegemoetkoming, kwijtschelding van bestuursrechtelijke schulden of overneming en betaling van privaatrechtelijke schulden van de gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag als bedoeld in artikel 2.9b.
|
||||
|
||||
**2.** Brede ondersteuning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend ten behoeve van de personen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, alsmede hun gezin als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, van de Participatiewet en het thuiswonende kind of pleegkind ouder dan 18 jaar van de personen, bedoeld in het eerste lid, of van hun partner.
|
||||
**2.** Brede ondersteuning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend ten behoeve van de personen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, alsmede hun gezin als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, van de Participatiewet en het thuiswonende kind of pleegkind van 18 jaar of ouder van de personen, bedoeld in het eerste lid, of van hun partner.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste en tweede lid zijn in bijzondere omstandigheden van toepassing op een ingezetene van een andere gemeente, zo nodig in overleg met het college van die andere gemeente.
|
||||
|
||||
**4.** Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente verleent de brede ondersteuning op basis van een plan van aanpak dat ziet op het kunnen maken van een nieuwe start in het kader van herstel dat is opgesteld met de persoon die op basis van het eerste lid in aanmerking komt voor brede ondersteuning.
|
||||
**4.** Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente verleent de brede ondersteuning op basis van een plan van aanpak dat ziet op het kunnen maken van een nieuwe start in het kader van herstel dat is opgesteld met de persoon die op basis van het eerste lid in aanmerking komt voor brede ondersteuning. Het plan van aanpak wordt opgesteld binnen acht weken na het eerste gesprek waarin de hulpvraag voor brede ondersteuning is vastgesteld, tussen die persoon en het college van burgemeester en wethouders.
|
||||
|
||||
**4a.** Indien de hulpvraag een of meer materiële voorzieningen betreft, worden die voorzieningen uitsluitend toegekend indien die naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders noodzakelijk zijn voor het maken van een nieuwe start in het kader van herstel. De toekenning van die voorzieningen vindt plaats binnen zes maanden na het eerste gesprek.
|
||||
|
||||
**4b.** Het college van burgemeester en wethouders beëindigt de brede ondersteuning ten behoeve van een persoon als bedoeld in het eerste of tweede lid, indien die persoon naar het oordeel van dat college een nieuwe start in het kader van herstel heeft kunnen maken, maar uiterlijk twee jaar na het eerste gesprek.
|
||||
|
||||
**5.** Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente kan de uitvoering van dit artikel, behoudens de vaststelling van de rechten en plichten van de persoon die op basis van het eerste of tweede lid in aanmerking komt voor brede ondersteuning en de daarvoor noodzakelijke beoordeling van zijn omstandigheden, door derden laten verrichten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -922,11 +928,11 @@ De Dienst Toeslagen draagt zorg voor een goede afhandeling van de persoonlijke b
|
|||
|
||||
### Artikel 4a.5
|
||||
|
||||
Onze Minister verleent mandaat aan de Dienst Toeslagen om een beschikking als bedoeld in artikelen 2.9a, tweede lid, of 2.9b, tweede lid, te nemen, indien de betrokkene een verzoek als bedoeld in artikel 4a.2, derde lid, heeft gedaan dat ook betrekking heeft op een dergelijke beschikking.
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 4a.6
|
||||
|
||||
Op verzoek van de betrokkene voegt de Dienst Toeslagen voor zover mogelijk alle beschikkingen op grond van deze wet die de betrokkene betreffen samen tot één beschikking, die bestaat uit één of meer besluitonderdelen.
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 5. Commissies
|
||||
|
||||
|
|
@ -940,13 +946,13 @@ Op verzoek van de betrokkene voegt de Dienst Toeslagen voor zover mogelijk alle
|
|||
|
||||
### Artikel 5.2
|
||||
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling stelt Onze Minister commissies in met het oog op de uitvoering van de artikelen 2.1 tot en met 2.6 en 2.9, eerste lid.
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling stelt Onze Minister commissies in met het oog op de uitvoering van de artikelen 2.1 tot en met 2.6, 2.9, eerste lid, 2.9a en 2.9b.
|
||||
|
||||
**2.** De commissies hebben tot taak het dossier van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag dat door de Dienst Toeslagen aan hen is voorgelegd te voorzien van een advies over de toepassing van de artikelen 2.1 tot en met 2.6 en 2.9, eerste lid. De Dienst Toeslagen verstrekt daartoe aan de betrokken commissie een afschrift van de op de zaak betrekking hebbende gegevens, waaronder mede wordt begrepen de informatie die niet aan het dossier is toegevoegd, maar wel van invloed is geweest op de beoordeling of behandeling ervan.
|
||||
**2.** De commissies hebben tot taak het dossier van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag of de partner of het kind van een overleden aanvrager dat door de Dienst Toeslagen aan hen is voorgelegd te voorzien van een advies over de toepassing van de artikelen 2.1 tot en met 2.6 en 2.9, eerste lid, onderscheidenlijk de artikelen 2.9a en 2.9b. De Dienst Toeslagen verstrekt daartoe aan de betrokken commissie een afschrift van de op de zaak betrekking hebbende gegevens, waaronder mede wordt begrepen de informatie die niet aan het dossier is toegevoegd, maar wel van invloed is geweest op de beoordeling of behandeling ervan.
|
||||
|
||||
**3.** De Dienst Toeslagen zendt de beschikking omtrent de toepassing van de artikelen 2.1 tot en met 2.6 en 2.9, eerste lid aan de aanvrager van een kinderopvangtoeslag tezamen met het advies van de betrokken commissie en de gegevens die direct ten grondslag liggen aan de beschikking. Indien de beschikking in het nadeel van de aanvrager van een kinderopvangtoeslag afwijkt van het advies van de commissie, wordt in de beschikking de reden voor die afwijking vermeld.
|
||||
**3.** De Dienst Toeslagen zendt de beschikking omtrent de toepassing van de artikelen 2.1 tot en met 2.6 en 2.9, eerste lid, onderscheidenlijk de artikelen 2.9a en 2.9b, aan de aanvrager van een kinderopvangtoeslag, onderscheidenlijk de partner of het kind van een overleden aanvrager, tezamen met het advies van de betrokken commissie en de gegevens die direct ten grondslag liggen aan de beschikking. Indien de beschikking in het nadeel van de aanvrager van een kinderopvangtoeslag, onderscheidenlijk de partner of het kind van een overleden aanvrager, afwijkt van het advies van de commissie, wordt in de beschikking de reden voor die afwijking vermeld.
|
||||
|
||||
**4.** De Dienst Toeslagen verstrekt desgevraagd tevens het onderzoekdossier, inclusief die informatie die niet aan het dossier is toegevoegd, maar wel van invloed is geweest bij de beoordeling ervan, aan de aanvrager van een kinderopvangtoeslag.
|
||||
**4.** De Dienst Toeslagen verstrekt desgevraagd tevens het onderzoekdossier, inclusief die informatie die niet aan het dossier is toegevoegd, maar wel van invloed is geweest bij de beoordeling ervan, aan de aanvrager van een kinderopvangtoeslag, onderscheidenlijk de partner of het kind van een overleden aanvrager.
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de commissies.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1116,7 +1122,7 @@ Een beschikking tot toekenning van een tegemoetkoming aan een kind als bedoeld i
|
|||
|
||||
### Artikel 6.5
|
||||
|
||||
Een beschikking tot toekenning van ondersteuning als bedoeld in artikel 2.15, eerste, tweede of derde lid, of artikel 2.15a, eerste, tweede of derde lid, wordt door Onze Minister vastgesteld binnen zes weken nadat het plan van aanpak, bedoeld in artikel 2.15, vierde lid, of artikel 2.15a, vierde lid, is vastgesteld. Het plan van aanpak is vastgesteld op het moment dat het is ondertekend door de aanvrager, bedoeld in artikel 2.15, eerste lid, of de ex-partner, bedoeld in artikel 2.15a, eerste lid.
|
||||
Een beschikking tot toekenning van ondersteuning als bedoeld in artikel 2.15, eerste, tweede of derde lid, artikel 2.15a, eerste, tweede of derde lid, of artikel 2.15b, eerste, tweede en derde lid, wordt door Onze Minister vastgesteld binnen zes weken nadat het plan van aanpak, bedoeld in artikel 2.15, vierde lid, artikel 2.15a, vierde lid, of artikel 2.15b, vierde lid, is vastgesteld. Het plan van aanpak is vastgesteld op het moment dat het is ondertekend door de aanvrager, bedoeld in artikel 2.15, eerste lid, de ex-partner, bedoeld in artikel 2.15a, eerste lid, of de partner of het kind van een overleden aanvrager, bedoeld in artikel 2.15b, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.6
|
||||
|
||||
|
|
@ -1134,7 +1140,7 @@ De Dienst Toeslagen verleent de kwijtschelding, bedoeld in artikel 3.1, uiterli
|
|||
|
||||
### Artikel 6.8
|
||||
|
||||
**1.** Uitbetaling van compensatie of aanvullende compensatie voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.1 of artikel 2.14h, een O/GS-tegemoetkoming of een aanvullende O/GS-tegemoetkoming voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.6, het forfaitaire bedrag, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, het bedrag van maximaal € 10.000, bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, een incidentele noodvoorziening als bedoeld in artikel 2.8, artikel 2.14i of 2.18, een tegemoetkoming of vergoeding als bedoeld in artikel 2.15, tweede of derde lid, of artikel 2.15a, tweede of derde lid, een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.16 of 2.17, compensatie voor afgeloste bestuursrechtelijke schulden als bedoeld in artikel 3.13 of compensatie voor afgeloste privaatrechtelijke geldschulden en kosten als bedoeld in artikel 4.3 vindt plaats op een daartoe door de rechthebbende bestemde bankrekening die op diens naam staat.
|
||||
**1.** Uitbetaling van compensatie of aanvullende compensatie voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.1 of artikel 2.14h, een O/GS-tegemoetkoming of een aanvullende O/GS-tegemoetkoming voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.6, het forfaitaire bedrag, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, het bedrag van maximaal € 10.000, bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, een incidentele noodvoorziening als bedoeld in artikel 2.8, artikel 2.14i of 2.18, een tegemoetkoming of vergoeding als bedoeld in artikel 2.15, tweede of derde lid, artikel 2.15a, tweede of derde lid, of artikel 2.15b, tweede en derde lid, een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.16 of 2.17, compensatie voor afgeloste bestuursrechtelijke schulden als bedoeld in artikel 3.13 of compensatie voor afgeloste privaatrechtelijke geldschulden en kosten als bedoeld in artikel 4.3 vindt plaats op een daartoe door de rechthebbende bestemde bankrekening die op diens naam staat.
|
||||
|
||||
**2.** Uitbetaling van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 vindt indien het kind, pleegkind of voormalige pleegkind meerderjarig is, plaats op een daartoe door hem bestemde bankrekening die op diens naam staat.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1150,7 +1156,7 @@ De Dienst Toeslagen verleent de kwijtschelding, bedoeld in artikel 3.1, uiterli
|
|||
|
||||
**8.** Indien een rechthebbende als bedoeld in het eerste lid, een kind, pleegkind of voormalig pleegkind als bedoeld in het tweede lid, een wettelijke vertegenwoordiger als bedoeld in het derde lid, een curator of bewindvoerder als bedoeld in het vierde lid, een bewindvoerder als bedoeld in het vijfde lid, een werkgever, persoon, instelling of gemeentelijke kredietbank als bedoeld in het zesde lid, of een rechthebbende of een wettelijke vertegenwoordiger als bedoeld in het negende lid niet binnen een redelijke termijn een bankrekening heeft bestemd voor de uitbetaling, vindt de uitbetaling plaats op een bankrekening die op naam staat van de rechthebbende, het kind, pleegkind of voormalige pleegkind, de wettelijke vertegenwoordiger, de curator, de bewindvoerder, de werkgever, persoon, instelling of gemeentelijke kredietbank, onderscheidenlijk de rechthebbende of de wettelijke vertegenwoordiger, bedoeld in het negende lid.
|
||||
|
||||
**9.** Uitbetaling van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.14f vindt plaats op een daartoe door de rechthebbende bestemde bankrekening die op diens naam staat. Indien de rechthebbende minderjarig is, vindt de uitbetaling plaats op een bankrekening die daartoe is bestemd door diens wettelijke vertegenwoordiger en die op naam staat van de rechthebbende.
|
||||
**9.** Uitbetaling van een voorziening, aanvullende compensatie of een aanvullende O/GS-tegemoetkoming als bedoeld in de artikelen 2.9a of 2.9b of van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.14f vindt plaats op een daartoe door de rechthebbende bestemde bankrekening die op diens naam staat. Indien de rechthebbende minderjarig is, vindt de uitbetaling plaats op een bankrekening die daartoe is bestemd door diens wettelijke vertegenwoordiger en die op naam staat van de rechthebbende.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.9
|
||||
|
||||
|
|
@ -1166,13 +1172,13 @@ De Dienst Toeslagen verleent de kwijtschelding, bedoeld in artikel 3.1, uiterli
|
|||
|
||||
**6.** Uitbetaling van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.16 of 2.17 vindt plaats door de Dienst Toeslagen binnen vier weken nadat de beschikking tot toekenning is bekendgemaakt of, indien de rechthebbende daarom heeft verzocht, op een latere datum, doch niet later dan een jaar na dagtekening van de beschikking tot toekenning van die compensatie.
|
||||
|
||||
**7.** Uitbetaling van een tegemoetkoming of vergoeding als bedoeld in artikel 2.15, tweede of derde lid, of artikel 2.15a, tweede of derde lid, door Onze Minister en uitbetaling door de Dienst Toeslagen van een vergoeding als bedoeld in artikel 4.6, zesde lid, of artikel 4.7, vijfde lid, en betaling van schulden als bedoeld in artikel 4.6, tweede lid, of 4.7, tweede lid, vindt plaats binnen vier weken nadat de beschikking tot toekenning is bekendgemaakt.
|
||||
**7.** Uitbetaling van een tegemoetkoming of vergoeding als bedoeld in artikel 2.15, tweede of derde lid, artikel 2.15a, tweede of derde lid, of artikel 2.15b, tweede of derde lid, door Onze Minister en uitbetaling door de Dienst Toeslagen van een vergoeding als bedoeld in artikel 4.6, zesde lid, of artikel 4.7, vijfde lid, en betaling van schulden als bedoeld in artikel 4.6, tweede lid, of 4.7, tweede lid, vindt plaats binnen vier weken nadat de beschikking tot toekenning is bekendgemaakt.
|
||||
|
||||
**8.** Een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.16 of 2.17 wordt niet betaald indien zij minder dan € 24 bedraagt.
|
||||
|
||||
**9.** Uitbetaling van de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, vindt plaats door de Dienst Toeslagen binnen zes weken nadat de beschikking tot toekenning is bekendgemaakt of op een later moment indien de ex-partner daarom heeft verzocht, doch niet later dan een jaar na dagtekening van de beschikking tot toekenning van die compensatie.
|
||||
|
||||
**10.** Uitbetaling van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.14f vindt plaats door de Dienst Toeslagen binnen zes weken nadat de beschikking tot toekenning van die voorziening, onderscheidenlijk die tegemoetkoming, is bekendgemaakt of op een later moment indien de rechthebbende daarom heeft verzocht, doch niet later dan een jaar na dagtekening van die beschikking.
|
||||
**10.** Uitbetaling van een voorziening, aanvullende compensatie of een aanvullende O/GS-tegemoetkoming als bedoeld in de artikelen 2.9a of 2.9b of van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.14f vindt plaats door de Dienst Toeslagen binnen zes weken nadat de beschikking tot toekenning daarvan is bekendgemaakt of op een later moment indien de rechthebbende daarom heeft verzocht, doch niet later dan een jaar na dagtekening van die beschikking.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.10
|
||||
|
||||
|
|
@ -1184,6 +1190,10 @@ De Dienst Toeslagen verleent de kwijtschelding, bedoeld in artikel 3.1, uiterli
|
|||
|
||||
**4.** Onze Minister kan compensatie voor afgeloste bestuursrechtelijke schulden als bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, of compensatie voor afgeloste privaatrechtelijke schulden als bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, terugvorderen van de aanvrager, indien hij de aanvraag heeft ingediend nadat dit artikel in werking is getreden en hij bij de aanvraag opzettelijk onjuiste informatie heeft verstrekt of geen recht had op compensatie voor afgeloste bestuursrechtelijke schulden respectievelijk compensatie voor afgeloste privaatrechtelijke schulden en hij dit wist of redelijkerwijze behoorde te weten.
|
||||
|
||||
**5.** De Dienst Toeslagen kan compensatie of tegemoetkoming die is verstrekt op grond van de artikelen 2.9a of 2.9b terugvorderen van de aanvrager, indien deze aanvrager opzettelijk onjuiste informatie heeft verstrekt of geen recht had op die compensatie of tegemoetkoming en de aanvrager dit wist of redelijkerwijze behoorde te weten.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister kan een financiële tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.15b, tweede lid, terugvorderen, indien de partner of het kind van een overleden aanvrager bij het opstellen van het plan van aanpak, bedoeld in artikel 2.15b, vierde lid, opzettelijk onjuiste informatie heeft verstrekt of geen recht had op toekenning van een voorziening als bedoeld in artikel 2.9a onderscheidenlijk artikel 2.9b en hij dit wist of redelijkerwijze behoorde te weten.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.10a
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift dat is gericht tegen een beschikking van de Dienst Toeslagen die op grond van deze wet is gegeven zestien weken.
|
||||
|
|
@ -1224,13 +1234,13 @@ In afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht vangt de termijn
|
|||
|
||||
### Artikel 6.12
|
||||
|
||||
**1.** Indien een aanvrager van een kinderopvangtoeslag heeft verzocht om toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 en kenbaar heeft gemaakt in aanmerking te willen komen voor ondersteuning als bedoeld in artikel 2.21 door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarvan die aanvrager ingezetene is, kan de Dienst Toeslagen op verzoek van deze aanvrager het burgerservicenummer en de contactgegevens verstrekken aan dat college van burgemeester en wethouders om dat college in staat te stellen die aanvrager een aanbod van ondersteuning te doen op de vijf leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg.
|
||||
**1.** Indien een aanvrager van een kinderopvangtoeslag heeft verzocht om toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 en kenbaar heeft gemaakt in aanmerking te willen komen voor ondersteuning als bedoeld in artikel 2.21 door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarvan die aanvrager ingezetene is of indien een partner of kind van een overleden aanvrager als bedoeld in artikel 2.9a, onderscheidenlijk artikel 2.9b, kenbaar heeft gemaakt in aanmerking te willen komen voor ondersteuning door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarvan die partner of dat kind ingezetene is, kan de Dienst Toeslagen op verzoek van deze aanvrager, deze partner of dit kind, het burgerservicenummer en de contactgegevens verstrekken aan dat college van burgemeester en wethouders om dat college in staat te stellen die aanvrager, die partner, of dat kind een aanbod van ondersteuning te doen op de vijf leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een aanvrager van een kinderopvangtoeslag heeft verzocht om compensatie of een tegemoetkoming als bedoeld in deze wet en kenbaar heeft gemaakt in aanmerking te willen komen voor hulpverlening van Stichting Slachtofferhulp Nederland, kan de Dienst Toeslagen op verzoek van die belanghebbende zijn burgerservicenummer, en contactgegevens verstrekken aan die stichting, om die stichting in staat te stellen die belanghebbende een aanbod voor hulpverlening te doen bij emotionele en psychische problematiek.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de uitvoering van de artikelen in afdeling 2.2 verwerkt de Dienst Toeslagen gegevens van de ouder, diens partner of voormalige partner, en de pleegouder.
|
||||
|
||||
**4.** De Dienst Toeslagen verstrekt aan Onze Minister het burgerservicenummer en de contactgegevens van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 of een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, ten behoeve van de uitvoering van de artikelen 2.15 en 2.15a.
|
||||
**4.** De Dienst Toeslagen verstrekt aan Onze Minister het burgerservicenummer en de contactgegevens van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, een partner of kind van een overleden aanvrager als bedoeld in artikel 2.9a onderscheidenlijk artikel 2.9b, of een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, ten behoeve van de uitvoering van de artikelen 2.15, 2.15a en 2.15b.
|
||||
|
||||
**5.** De Dienst Toeslagen verstrekt aan Onze Minister de gegevens en inlichtingen die van belang kunnen zijn voor de uitvoering van de artikelen 3.13, 4.1 en 4.3.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1262,7 +1272,7 @@ c. van een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in art
|
|||
|
||||
**16.** Bij de uitvoering van artikel 4.1 verstrekt Onze Minister gegevens met betrekking tot de bij een aanvraag als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, ingediende schulden, de persoonsgegevens en, indien noodzakelijk, het burgerservicenummer van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, diens partner, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen b of c, of van een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, aan diens schuldeisers of kredietbank.
|
||||
|
||||
**17.** Bij een wens tot remigratie verstrekt Onze Minister aan het college van burgemeester en wethouders het burgerservicenummer en de contactgegevens van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 of van een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, indien die aanvrager of ex-partner kenbaar heeft gemaakt in aanmerking te willen komen voor ondersteuning door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarvan die aanvrager of ex-partner ingezetene wordt.
|
||||
**17.** Bij een wens tot remigratie verstrekt Onze Minister aan het college van burgemeester en wethouders het burgerservicenummer en de contactgegevens van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, de partner van een overleden aanvrager die in aanmerking komt voor een compensatie als bedoeld in artikel 2.9a, een kind van een overleden aanvrager die in aanmerking komt voor een compensatie als bedoeld in artikel 2.9b, of van een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, indien die aanvrager, partner, kind of ex-partner kenbaar heeft gemaakt in aanmerking te willen komen voor ondersteuning door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarvan die aanvrager of ex-partner ingezetene wordt.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.13
|
||||
|
||||
|
|
@ -1361,7 +1371,7 @@ b. het college van burgemeester en wethouder de brede ondersteuning beëindigt u
|
|||
|
||||
Voor zover toepassing gelet op het belang dat de bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard kan:
|
||||
|
||||
a. Onze Minister afwijken van artikel 2.15, 2.15a, 3.13, 4.1, 4.2 of 4.3;
|
||||
a. Onze Minister afwijken van artikel 2.15, 2.15a, 2.15b, 3.13, 4.1, 4.2 of 4.3;
|
||||
b. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in Hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, afwijken van artikel 3.6;
|
||||
c. de Sociale verzekeringsbank, genoemd in Hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, afwijken van artikel 3.7;
|
||||
d. het college van burgemeester en wethouders afwijken van artikel 3.8 of 2.21;
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue