2005-07-01 | BWBR0002957 | Tijdelijke Verstrekkingenwet maatschappelijke dienstverlening
This commit is contained in:
parent
45a1dfd911
commit
4238fb1edb
1 changed files with 41 additions and 38 deletions
|
|
@ -43,53 +43,56 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Paragraaf 1. De totstandkoming van het plan
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Provinciale staten leggen telkens voor een categorie van inrichtingen of instellingen aan Onze Minister een provinciaal plan voor waarin is aangegeven de wijze waarop in de jaren waarop het plan betrekking heeft in de behoefte aan inrichtingen en instellingen in de provincie kan worden voorzien.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de voorbereiding van het provinciale plan vragen gedeputeerde staten advies aan de betrokken gemeenteraden.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de voorbereiding van het provinciale plan vragen gedeputeerde staten advies aan het orgaan van overleg en advies voor het maatschappelijk en cultureel welzijn indien dit in de provincie aanwezig is. Onze Minister kan andere adviesinstanties aanwijzen.
|
||||
|
||||
**4.** Voor zover naar het oordeel van provinciale staten de behoefte aan inrichtingen of instellingen samenhangt met de behoefte in een andere provincie plegen zij omtrent de aan het provinciale plan te geven inhoud overleg met provinciale staten van die provincie.
|
||||
|
||||
**5.** Voor de eerste maal wordt het provinciale plan aan Onze Minister voorgelegd binnen een door Onze Minister te bepalen termijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister en Onze Ministers die het mede aangaat geven aan provinciale staten ter zake van hun in artikel 5, eerste lid, opgedragen taak beleidsregels omtrent de wijze waarop in het plan samenhang wordt aangebracht tussen tot de betrokken categorie behorende inrichtingen of instellingen en de met deze categorie samenhangende voorzieningen op het terrein van de gezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening en andere verwante terreinen.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister geeft regelen omtrent de voorbereiding, de inhoud, de omvang, de inrichting en de uitwerking van het provinciale plan.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** Nadat het provinciale plan aan Onze Minister is voorgelegd, geven provinciale staten toepassing aan de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure.
|
||||
|
||||
**2.** De kennisgeving van de terinzagelegging, bedoeld in artikel 3:12, eerste lid, van voornoemde wet, wordt tevens in de *Staatscourant* geplaatst.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van artikel 3:13, eerste lid, van voornoemde wet kunnen belanghebbenden hun zienswijze uitsluitend schriftelijk naar voren brengen.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
Provinciale staten leggen binnen acht weken na de laatste dag van de terinzagelegging, bedoeld in artikel 3:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, de over het plan uitgebrachte zienswijzen over aan Onze Minister en maken hun opmerkingen daarbij aan hem kenbaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
### Artikel 4a
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister stelt telkens voor een categorie van inrichtingen of instellingen een plan vast, waarin is aangegeven de wijze waarop in de jaren waarop het plan betrekking heeft in de behoefte aan inrichtingen of instellingen wordt voorzien.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de vaststelling van het plan wordt onder meer rekening gehouden met de mogelijkheden voor de bouw, de personeelsvoorziening en de uit de omvang van het plan voortvloeiende financiële consequenties.
|
||||
|
||||
**3.** Vervallen.
|
||||
**3.** Het plan wordt telkens voor een periode van ten hoogste vijf jaren vastgesteld.
|
||||
|
||||
**4.** Het plan wordt in de *Staatscourant* bekend gemaakt.
|
||||
**4.** Het plan kan tussentijds worden gewijzigd.
|
||||
|
||||
### Artikel 4b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 10, is op de voorbereiding van het plan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat provinciale staten:
|
||||
|
||||
a. belast zijn met de opstelling van het ontwerp, voorzover het de behoefte aan inrichtingen en instellingen in de desbetreffende provincie betreft;
|
||||
b. toepassing geven aan die afdeling.
|
||||
|
||||
**2.** In deze paragraaf wordt onder «het provinciale plan» verstaan: het ontwerp, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Bij de voorbereiding van het provinciale plan vragen gedeputeerde staten advies aan de betrokken gemeenteraden.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de voorbereiding van het provinciale plan vragen gedeputeerde staten advies aan het orgaan van overleg en advies voor het maatschappelijk en cultureel welzijn indien dit in de provincie aanwezig is. Onze Minister kan andere adviesinstanties aanwijzen.
|
||||
|
||||
**3.** Voor zover naar het oordeel van provinciale staten de behoefte aan inrichtingen of instellingen samenhangt met de behoefte in een andere provincie plegen zij omtrent de aan het provinciale plan te geven inhoud overleg met provinciale staten van die provincie.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister en Onze Ministers die het mede aangaat geven aan provinciale staten ter zake van hun in artikel 4b, eerste lid, onder a, opgedragen taak beleidsregels omtrent de wijze waarop in het plan samenhang wordt aangebracht tussen tot de betrokken categorie behorende inrichtingen of instellingen en de met deze categorie samenhangende voorzieningen op het terrein van de gezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening en andere verwante terreinen.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister geeft regelen omtrent de voorbereiding, de inhoud, de omvang, de inrichting en de uitwerking van het provinciale plan.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
Provinciale staten leggen binnen acht weken nadat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is verstreken, het plan, vergezeld van de over het plan naar voren gebrachte zienswijzen over aan Onze Minister en maken hun opmerkingen daarbij aan hem kenbaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** Het plan wordt telkens voor een periode van ten hoogste vijf jaren vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Het plan kan tussentijds worden gewijzigd.
|
||||
|
||||
**3.** Behoudens in de gevallen die naar het oordeel van Onze Minister een spoedeisend karakter hebben zijn op een tussentijdse wijziging de bepalingen omtrent de totstandbrenging van het plan van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Behoudens in de gevallen die naar het oordeel van Onze Minister een spoedeisend karakter hebben zijn op een tussentijdse wijziging de bepalingen omtrent de totstandbrenging van het plan van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. De uitvoering van het plan
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue