2014-01-01 | BWBR0007292 | Wet Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen
This commit is contained in:
parent
6d2751ad08
commit
424fbec98e
1 changed files with 27 additions and 91 deletions
|
|
@ -16,10 +16,10 @@ citeertitel: Wet Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen
|
|||
|
||||
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. Onze minister: Onze Minister van Justitie;
|
||||
a. Onze minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
|
||||
b. het Bureau: het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen, bedoeld in artikel 2, eerste lid;
|
||||
c. de raad: de raad van toezicht, bedoeld in artikel 3;
|
||||
d. de directie: de directie, bedoeld in artikel 3.
|
||||
c. de directie: de directie, bedoeld in artikel 3;
|
||||
d. de Kaderwet: de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -46,13 +46,15 @@ b. toepassing met zich brengen van de produktiemiddelen die het Bureau voor de v
|
|||
c. niet leiden tot concurrentievervalsing ten opzichte van private aanbieders van vergelijkbare diensten, en
|
||||
d. tegen kostendekkende tarieven worden verricht.
|
||||
|
||||
**6.** De Kaderwet is van toepassing op het Bureau. Onze minister oefent de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 11, 12, eerste lid, 14, tweede lid, 20 eerste lid, 21, eerste lid, 22, eerste lid, 23, eerste lid, 29, 32, aanhef en onder a, 34, tweede en derde lid, van de Kaderwet uit in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. De directie en het toezicht op de directie
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Algemeen
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
Het Bureau heeft een directie en een raad van toezicht.
|
||||
Het Bureau heeft een directie.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. De directie
|
||||
|
||||
|
|
@ -60,17 +62,11 @@ Het Bureau heeft een directie en een raad van toezicht.
|
|||
|
||||
**1.** De directie bestaat uit ten hoogste drie leden.
|
||||
|
||||
**2.** Het lidmaatschap van de directie is onverenigbaar met het lidmaatschap van de raad.
|
||||
|
||||
**3.** De leden van de directie worden aangesteld, geschorst en ontslagen door de raad van toezicht. Zij kunnen voor bepaalde tijd worden aangesteld.
|
||||
|
||||
**4.** De regeling van de bezoldiging en verdere rechtspositie van de leden van de directie behoeft de goedkeuring van Onze minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
|
||||
**2.** De rechtspositie van de leden van de directie, voor zover niet geregeld in de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, van de leden van de directie wordt geregeld bij regeling van Onze minister in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** De directie is belast met de dagelijkse leiding van het Bureau.
|
||||
|
||||
**2.** Alle bevoegdheden van het Bureau die niet bij of krachtens de wet aan de raad zijn opgedragen, komen toe aan de directie.
|
||||
De directie is belast met de dagelijkse leiding van het Bureau.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
|
|
@ -80,81 +76,37 @@ Het Bureau heeft een directie en een raad van toezicht.
|
|||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
In geval van schorsing of ontstentenis van een lid van de directie voorziet de raad in de waarneming van diens functie.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.** De directie is verantwoording verschuldigd aan de raad. Zij verstrekt de raad tijdig de voor de uitoefening van diens taak benodigde inlichtingen en andere gegevens.
|
||||
|
||||
**2.** De directie legt jaarlijks, en voorts tussentijds indien hiertoe naar het oordeel van de raad van toezicht aanleiding bestaat, aan de raad verantwoording af over het door haar gevoerde beleid.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. De raad van toezicht
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** De raad bestaat uit vijf leden, de voorzitter daaronder begrepen.
|
||||
|
||||
**2.** Een persoon in dienst van het Bureau kan niet tevens lid zijn van de raad.
|
||||
|
||||
**3.** Onze minister kan aan de leden van de raad een vacatiegeld toekennen ten laste van het Bureau.
|
||||
|
||||
**4.** De leden van de raad hebben aanspraak op vergoeding door het Bureau van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte reis- en verblijfkosten.
|
||||
|
||||
**5.** De leden van de raad hebben daarin op persoonlijke titel zitting en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** Onze minister benoemt, schorst en ontslaat in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de voorzitter en de overige leden van de raad.
|
||||
|
||||
**2.** De raad doet Onze minister voor iedere te vervullen plaats in de raad een aanbeveling van één persoon. De aanbeveling is met redenen omkleed. Onze minister wijkt niet van de aanbeveling af, dan na overleg met de raad.
|
||||
|
||||
**3.** De leden van de raad worden benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar. Zij kunnen eenmaal worden herbenoemd.
|
||||
|
||||
**4.** De leden van de raad kan tussentijds op eigen verzoek, dan wel om zwaarwichtige redenen ontslag worden verleend.
|
||||
|
||||
**5.** Zolang niet is voorzien in een vacature in de raad, vormen de overblijvende leden de raad. Indien alle leden ontbreken, benoemt Onze minister in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, onverwijld een of meer personen die tijdelijk de taken van de raad vervullen.
|
||||
|
||||
**6.** Degene die is benoemd ter vervanging van een tussentijds opengevallen plaats treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou moeten aftreden en is vervolgens voor een aansluitende periode éénmaal herbenoembaar.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** De raad ziet toe op de werkzaamheden van de directie en op de algemene gang van zaken in het Bureau. Hij staat de directie met raad ter zijde.
|
||||
|
||||
**2.** De raad regelt bij reglement zijn werkwijze, waaronder in ieder geval de openbaarheid van zijn vergaderingen.
|
||||
|
||||
**3.** De raad kan geen geldige besluiten nemen, indien niet ten minste drie leden ter vergadering aanwezig zijn.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
Aan de goedkeuring van de raad zijn onderworpen de besluiten van de directie met betrekking tot:
|
||||
|
||||
a. de reglementen, bedoeld in de artikelen 13 en 16, tweede lid;
|
||||
b. de begroting, bedoeld in artikel 17;
|
||||
c. investeringen die een door de raad vast te stellen bedrag te boven gaan;
|
||||
d. het verrichten van werkzaamheden als bedoeld in artikel 2, vijfde lid;
|
||||
e. het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon, indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor het Bureau;
|
||||
f. het oprichten of mede-oprichten van een privaatrechtelijke rechtspersoon of het deelnemen in een vennootschap;
|
||||
g. belangrijke reorganisaties.
|
||||
|
||||
**2.** Besluiten als bedoeld in het eerste lid, onder *f*, behoeven bovendien de goedkeuring van Onze minister en van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Organisatie en personeel
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. De organisatie
|
||||
## Hoofdstuk 3. Organisatie
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
De directie stelt bij reglement de hoofdlijnen vast van de organisatie van het Bureau.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Het personeel
|
||||
De directie stelt bij bestuursreglement de hoofdlijnen vast van de organisatie van het Bureau.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** Het personeel van het Bureau, de leden van de directie daaronder niet begrepen, wordt benoemd, geschorst en ontslagen door de directie.
|
||||
|
||||
**2.** De rechtspositie van het personeel van het Bureau is overeenkomstig de regels, zoals die gelden voor ambtenaren die zijn aangesteld bij de ministeries met dien verstande dat, waar in deze regels een bevoegdheid is toegekend aan een andere minister dan Onze Minister van Binnenlandse Zaken, deze bevoegdheid wordt uitgeoefend door de directie.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Financieel beheer en verslaglegging
|
||||
|
||||
|
|
@ -176,7 +128,7 @@ c. andere baten, hoe ook genoemd.
|
|||
|
||||
**4.** In afwijking van artikel 4:21, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is titel 4.2 van die wet van toepassing op de subsidies, bedoeld in het tweede en derde lid.
|
||||
|
||||
**5.** Onze minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport geven jaarlijks voor 1 september van enig kalenderjaar, doch niet dan nadat zij daarover met het Bureau hebben overlegd, het bedrag van de subsidie aan dat voor het daaropvolgende kalenderjaar aan het Bureau zal worden verstrekt en nemen dit bedrag op in de voorstellen van wet tot vaststelling van de begroting van onderscheidenlijk het Ministerie van Justitie en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
|
||||
**5.** Onze minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport geven jaarlijks voor 1 september van enig kalenderjaar, doch niet dan nadat zij daarover met het Bureau hebben overlegd, het bedrag van de subsidie aan dat voor het daaropvolgende kalenderjaar aan het Bureau zal worden verstrekt en nemen dit bedrag op in de voorstellen van wet tot vaststelling van de begroting van onderscheidenlijk het Ministerie van Veiligheid en Justitie en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
|
||||
|
||||
**6.** Indien de subsidie wordt verstrekt ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt zij verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
|
|
@ -186,17 +138,17 @@ c. andere baten, hoe ook genoemd.
|
|||
|
||||
**1.** De directie houdt zodanige aantekeningen omtrent de vermogenstoestand van het Bureau dat daaruit te allen tijde zijn rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
|
||||
|
||||
**2.** De directie stelt bij reglement de werkwijze vast voor het financiële beheer en de administratieve organisatie van het Bureau.
|
||||
**2.** De directie stelt bij bestuursreglement de werkwijze vast voor het financiële beheer en de administratieve organisatie van het Bureau.
|
||||
|
||||
**3.** Het boekjaar van het Bureau is het kalenderjaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
De directie stelt tijdig voor de afloop van het boekjaar een financiële begroting vast voor het volgende boekjaar. De begroting is in overeenstemming met het meerjarenbeleidsplan, bedoeld in artikel 18.
|
||||
De directie stelt tijdig voor de afloop van het boekjaar het ontwerp van een financiële begroting vast voor het volgende boekjaar. De begroting is in overeenstemming met het meerjarenbeleidsplan, bedoeld in artikel 18.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
**1.** Tegelijk met de opstelling van de financiële begroting stelt de directie een meerjarenbeleidsplan op. Het meerjarenbeleidsplan wordt vastgesteld door de raad.
|
||||
**1.** Tegelijk met de opstelling van het ontwerp van de financiële begroting stelt de directie een ontwerp van een meerjarenbeleidsplan op.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -207,9 +159,9 @@ b. een overzicht van de voorgenomen andere werkzaamheden van het Bureau, als bed
|
|||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
**1.** De raad zendt de door hem goedgekeurde begroting en het door hem vastgestelde meerjarenbeleidsplan voor 1 juli van het daaraan voorafgaande boekjaar toe aan Onze minister en aan Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
|
||||
**1.** De directie zendt de vastgestelde begroting en het vastgestelde meerjarenbeleidsplan voor 1 juli van het daaraan voorafgaande boekjaar toe aan Onze minister en aan Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
|
||||
|
||||
**2.** Bij toezending van de in het eerste lid bedoelde stukken kan de raad aan Onze minister een beredeneerd voorstel doen tot wijziging van de kostenopslag, bedoeld in artikel 408 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
**2.** Bij toezending van de in het eerste lid bedoelde stukken kan de directie aan Onze minister een beredeneerd voorstel doen tot wijziging van de kostenopslag, bedoeld in artikel 408 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
|
|
@ -219,29 +171,13 @@ Het meerjarenbeleidsplan behoeft de goedkeuring van Onze minister die deze niet
|
|||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.** Jaarlijks binnen drie maanden na afloop van het boekjaar maakt de directie een jaarrekening op en stelt een verslag van werkzaamheden vast.
|
||||
Binnen acht dagen na de vaststelling maakt het Bureau de jaarrekening openbaar door terinzagelegging op het kantoor van het Bureau. Van de terinzagelegging wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. De directie ziet erop toe dat aan een ieder die daarom verzoekt, inzage wordt verleend in de jaarrekening en het jaarverslag, en een volledig of gedeeltelijk afschrift daarvan wordt verstrekt tegen ten hoogste de kostprijs van het maken van zodanig afschrift.
|
||||
|
||||
**2.** De jaarrekening wordt vastgesteld door de raad. Zij behoeft de goedkeuring van Onze minister en van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
|
||||
|
||||
**3.** De jaarrekening voldoet aan het bepaalde daaromtrent in titel 9 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek met uitzondering van de artikelen 392 en de bepalingen welke een in aandelen verdeeld kapitaal van de vennootschap veronderstellen. Het verslag van werkzaamheden omvat in ieder geval mededelingen omtrent het gevoerde beleid gedurende het boekjaar, alsmede omtrent de doelmatigheid en doeltreffendheid van de werkwijze van het Bureau.
|
||||
|
||||
**4.** De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de raad aangewezen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek alsmede van een opgave van de gebeurtenissen na de balansdatum met belangrijke financiële gevolgen voor het Bureau, onder mededeling van de omvang van die gevolgen. Voorts gaat de jaarrekening vergezeld van een beoordeling omtrent de rechtmatigheid van de uitvoering van de bij of krachtens deze wet gestelde bepalingen, alsmede van de bij of krachtens het Burgerlijk Wetboek en de Wet op de jeugdzorg gestelde bepalingen, voor zover deze worden uitgevoerd door het Bureau. Bij de aanwijzing van de accountant wordt bedongen dat aan Onze minister of Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op diens verzoek inzicht wordt geboden in de controlewerkzaamheden.
|
||||
|
||||
**5.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de wijze waarop de beoordeling van de rechtmatigheid, bedoeld in het vierde lid, plaatsvindt.
|
||||
|
||||
**6.** De raad zendt de jaarrekening, het verslag van werkzaamheden en de stukken, bedoeld in het vierde lid, binnen vier maanden na afloop van het boekjaar toe aan Onze minister en aan Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Onze minister kan deze termijn in bijzondere omstandigheden verlengen, doch ten hoogste met zes maanden.
|
||||
|
||||
**7.** Binnen acht dagen na de goedkeuring maakt het Bureau de jaarrekening openbaar door terinzagelegging op het kantoor van het Bureau. Van de terinzagelegging wordt mededeling gedaan in de *Staatscourant*. De directie ziet erop toe dat aan een ieder die daarom verzoekt, inzage wordt verleend in de in het eerste lid genoemde stukken, en een volledig of gedeeltelijk afschrift daarvan wordt verstrekt tegen ten hoogste de kostprijs van het maken van zodanig afschrift.
|
||||
|
||||
**8.** Artikel 139 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de directie en, voor zover het betreft de jaarrekening, ook ten aanzien van de raad.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 5. Inlichtingen en voorziening bij nalatigheid
|
||||
## Hoofdstuk 5. Inlichtingen
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
**1.** De directie en de raad verstrekken Onze minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, desgevraagd alle voor de uitoefening van hun taak benodigde inlichtingen. Onze minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kunnen inzage verlangen van gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van hun taken redelijkerwijs nodig is.
|
||||
|
||||
**2.** Onze minister kan bepalen dat de directie inlichtingen als bedoeld in het eerste lid, aan hem verstrekt in de vorm van een periodieke rapportage.
|
||||
Onze minister kan bepalen dat de directie inlichtingen als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Kaderwet aan hem verstrekt in de vorm van een periodieke rapportage.
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
|
|
@ -249,7 +185,7 @@ De Gemeentelijke Sociale Diensten, Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten
|
|||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
Indien het Bureau zijn taken, bedoeld in artikel 2, derde en vierde lid, naar het oordeel van Onze minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport verwaarloost, kunnen zij voorzieningen treffen. Onze minister doet hiervan terstond mededeling aan de Staten-Generaal.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6. Wijziging van andere wetten
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue