2008-01-01 | BWBR0020892 | Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling
This commit is contained in:
parent
a8556a95f9
commit
42714a28d7
1 changed files with 102 additions and 11 deletions
|
|
@ -45,39 +45,126 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De informatie over de inhoud van de basispensioenregeling, bedoeld in artikel 21 van de Pensioenwet dan wel artikel 48 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, bevat in ieder geval het volgende:
|
||||
|
||||
a. de ingangsdatum van de pensioenovereenkomst dan wel beroepspensioenregeling;
|
||||
b. de pensioensoorten, waarbij aangegeven wordt of nabestaandenpensioen, al dan niet samen met ouderdomspensioen, deel uitmaakt van de basispensioenregeling;
|
||||
c. het karakter van de pensioenovereenkomst, bedoeld in artikel 10 van de Pensioenwet, dan wel de beroepspensioenregeling, bedoeld in artikel 28 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, waarbij wordt vermeld welke risico’s door de werknemer dan wel beroepsgenoot gedragen worden;
|
||||
d. de wijze waarop de pensioenaanspraken worden vastgesteld;
|
||||
e. de ingangsdatum van het pensioen en de duur van de uitkering;
|
||||
f. de gevolgen van beëindiging van de deelneming voor de hoogte van de pensioenaanspraken waarbij aangegeven wordt welke pensioenaanspraken op risicobasis zijn;
|
||||
g. de gevolgen van arbeidsongeschiktheid voor de verwerving van pensioenaanspraken;
|
||||
h. een betalingsvoorbehoud van de werkgever;
|
||||
i. de mogelijkheid tot vrijwillige voortzetting, bedoeld in artikel 54 van de Pensioenwet dan wel artikel 65 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling; en
|
||||
j. de informatieverplichtingen van de werknemer dan wel beroepsgenoot jegens de werkgever en de uitvoerder.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Indien er sprake is van een premieovereenkomst dan wel premieregeling informeert de uitvoerder de werknemer dan wel beroepsgenoot over:
|
||||
|
||||
a. de bestemming van de premie waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen pensioen op opbouwbasis, pensioen op risicobasis, de kosten en de ontwikkeling van deze elementen in de tijd; en
|
||||
b. het verloop van de premie.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Tevens wordt informatie verstrekt over:
|
||||
|
||||
a. het wettelijk recht op waardeoverdracht, bedoeld in artikel 71 van de Pensioenwet dan wel artikel 82 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling of de mogelijkheid tot waardeoverdracht, bedoeld in artikel 75 van de Pensioenwet dan wel artikel 86 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling;
|
||||
b. de keuzemogelijkheden die er zijn ten aanzien van uitruil;
|
||||
c. het bestaan van een vrijwillige pensioenregeling en de pensioensoort waarop deze vrijwillige pensioenregeling betrekking heeft;
|
||||
d. welke informatie op verzoek wordt verstrekt op grond van artikel 46 van de Pensioenwet, artikel 57 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling en artikel 9;
|
||||
e. het actueel zijn van een korte- of langetermijnherstelplan; en
|
||||
f. de bij de uitvoerder geldende klachtenregeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
De Stichting Autoriteit Financiële Markten kan nadere regels stellen met betrekking tot het informeren van de deelnemer over de risico’s, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, voor zover het gaat om premieovereenkomsten dan wel premieregelingen met beleggingsvrijheid voor de deelnemer.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De informatie over toeslagverlening die op grond van de artikelen 21 en 38 tot en met 45 van de Pensioenwet dan wel de artikelen 48 tot en met 56 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt verstrekt heeft betrekking op:
|
||||
|
||||
a. het ambitieniveau en de voorwaarden die gelden bij de toeslagverlening;
|
||||
b. de wijze van financiering van voorwaardelijke toeslagverlening en, indien is gekozen voor financiering als bedoeld in artikel 137, eerste lid, onderdeel a, van de Pensioenwet dan wel artikel 132, eerste lid, onderdeel a, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, de hoogte van de voorziening in relatie tot de benodigde voorziening;
|
||||
c. de verwachtingen ten aanzien van toekomstige toeslagverlening; en
|
||||
d. de toeslagverlening over de afgelopen drie jaar waarbij wordt aangegeven of dit in overeenstemming met het gepresenteerde toeslagenbeleid is geweest.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de verlening van informatie over de verwachtingen ten aanzien van toekomstige toeslagverlening wordt door fondsen gebruik gemaakt van de continuïteitsanalyse.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Aan de deelnemers wordt jaarlijks een opgave van de verworven pensioenaanspraken verstrekt waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen een uitkeringsovereenkomst dan wel uitkeringsregeling, een kapitaalovereenkomst dan wel kapitaalregeling en een premieovereenkomst dan wel premieregeling.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De opgave van de reglementair te bereiken pensioenaanspraken bevat:
|
||||
|
||||
a. in geval van een uitkeringsovereenkomst dan wel uitkeringsregeling een opgave van de hoogte van het periodiek uit te keren pensioen vanaf de ingangsdatum van het pensioen;
|
||||
b. in geval van een kapitaalovereenkomst dan wel kapitaalregeling een opgave van de hoogte van het voor periodieke uitkeringen aan te wenden kapitaal op de ingangsdatum van het pensioen; of
|
||||
c. in geval van een premieovereenkomst dan wel premieregeling:
|
||||
|
||||
1°. de hoogte van de periodieke uitkering wanneer de premie voor de ingangsdatum van het pensioen reeds daarvoor wordt aangewend; en
|
||||
2°. de hoogte van het voor periodieke uitkeringen aan te wenden verzekerd kapitaal wanneer de premie voor de ingangsdatum van het pensioen reeds daarvoor wordt aangewend.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de in het tweede lid bedoelde opgave wordt ten aanzien van nabestaandenpensioen aangegeven wat de consequenties zijn van de gekozen wijze van financieren.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
De uitvoerder verstrekt de deelnemer bij beëindiging van de deelneming informatie over:
|
||||
|
||||
a. de mogelijkheid van afkoop, bedoeld in artikel 66 van de Pensioenwet dan wel artikel 78 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, voor zover er sprake is van een pensioenaanspraak onder de afkoopgrens;
|
||||
b. het recht op waardeoverdracht, bedoeld in artikel 71 van de Pensioenwet dan wel artikel 82 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, of de mogelijkheid tot waardeoverdracht, bedoeld in artikel 75 van de Pensioenwet dan wel artikel 86 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling;
|
||||
c. de consequenties van arbeidsongeschiktheid;
|
||||
d. het actueel zijn van een korte- of langetermijnherstelplan; en
|
||||
e. het vervallen van de dekking tegen het risico op overlijden indien nabestaandenpensioen werd verworven op basis van risicofinanciering.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
De uitvoerder verstrekt de gewezen partner bij scheiding informatie over de mogelijkheid van afkoop, bedoeld in artikel 68 van de Pensioenwet dan wel artikel 80 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, voor zover sprake is van een pensioenaanspraak onder de afkoopgrens.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** De uitvoerder informeert een deelnemer voorafgaand aan de deelneming in de vrijwillige pensioenregeling over de inhoud van de vrijwillige pensioenregeling, waarbij artikel 2, eerste en tweede lid, en artikel 3 van overeenkomstige toepassing zijn.
|
||||
|
||||
**2.** De informatie over de reglementair te bereiken pensioenaanspraken wordt overeenkomstig artikel 5, tweede lid, vastgesteld. Indien bij een premieovereenkomst of een premieregeling de premie wordt belegd wordt een indicatie gegeven van het te bereiken voor periodieke uitkeringen aan te wenden kapitaal op de pensioendatum en de daarbij gehanteerde veronderstellingen.
|
||||
|
||||
**3.** De indicatie van het te bereiken kapitaal, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend op basis van drie scenario’s: een historisch, een vier procent rendement en een pessimistisch opbrengstscenario.
|
||||
|
||||
**4.** De regels op grond van artikel 66, vierde lid, van het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Indien sprake is van een premieovereenkomst dan wel premieregeling waarbij de deelnemer tijdens de opbouwperiode de verantwoordelijkheid voor de beleggingen heeft overgenomen verstrekt de uitvoerder op verzoek van de deelnemer en de gewezen deelnemer informatie over alle beleggingsmogelijkheden, de feitelijke beleggingsportefeuille, de risicopositie en de kosten in verband met de beleggingen.
|
||||
|
||||
**2.** Bij een premieovereenkomst of premieregeling waarbij de premie wordt belegd verstrekt de pensioenuitvoerder op verzoek van de deelnemer, gewezen deelnemer of gewezen partner een indicatie van het te bereiken voor periodieke uitkeringen aan te wenden kapitaal op de pensioendatum en de daarbij gehanteerde veronderstellingen. Artikel 8, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** De pensioenuitvoerder verstrekt op verzoek van de deelnemer, gewezen deelnemer of gewezen partner een indicatie van de hoogte van de periodieke uitkeringen op de pensioendatum wanneer het kapitaal, bedoeld in het tweede lid en artikel 5, tweede lid, onderdelen b en c, onder 2°, daarvoor wordt aangewend.
|
||||
|
||||
**4.** Bij de indicatie, bedoeld in het derde lid, worden de op het moment van het verzoek bij de pensioenuitvoerder geldende tarieven gehanteerd. De periodieke uitkeringen worden gecorrigeerd voor te verwachten prijsinflatie. Bij regeling van Onze Minister wordt bepaald met welke te verwachten prijsinflatie gecorrigeerd wordt.
|
||||
|
||||
**5.** Bij het verstrekken van de indicatie, bedoeld in het derde lid, dient de pensioenuitvoerder er op te wijzen dat het risico dat de definitieve pensioenuitkering afwijkt van de indicatie bij de betrokkene ligt.
|
||||
|
||||
**6.** Het fonds verstrekt de deelnemer, de gewezen deelnemer, de gewezen partner of de pensioengerechtigde op verzoek de verklaring inzake beleggingsbeginselen bedoeld in artikel 145 van de Pensioenwet dan wel artikel 140 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
De uitvoerder verstrekt de deelnemer, de gewezen deelnemer, de gewezen partner of de pensioengerechtigde op verzoek:
|
||||
|
||||
a. het kortetermijnherstelplan, bedoeld in artikel 140 van de Pensioenwet dan wel artikel 135 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling;
|
||||
b. het langetermijnherstelplan, bedoeld in artikel 138 van de Pensioenwet dan wel artikel 133 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling;
|
||||
c. informatie over de hoogte van de dekkingsgraad;
|
||||
d. informatie over het van toepassing zijn van een aanwijzing als bedoeld in artikel 171 van de Pensioenwet dan wel artikel 166 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling; en
|
||||
e. informatie over de aanstelling van een bewindvoerder als bedoeld in artikel 173 van de Pensioenwet dan wel artikel 168 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling.
|
||||
|
||||
**8.** De uitvoerder verstrekt de deelnemer of gewezen deelnemer op verzoek informatie over de consequenties van uitruil als bedoeld in artikel 60, 61 of 62 van de Pensioenwet dan wel de artikelen 72, 73 of 74 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling voor de deelnemer.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
De informatie op grond van de artikelen 21, 38 tot en met 45 en 46, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, van de Pensioenwet dan wel de artikelen 48 tot en met 56, 57, eerste lid, onderdeel a en tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt kosteloos verstrekt. De informatie op grond van artikel 9, eerste en achtste lid, wordt eveneens kosteloos verstrekt.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Fondsbestuur
|
||||
|
||||
|
|
@ -126,7 +213,11 @@ f. de wijze waarop de overeenkomst wordt beëindigd, en de wijze waarop wordt ge
|
|||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Per geboden keuzemogelijkheid als bedoeld in artikel 60, 61 of 62 van de Pensioenwet dan wel artikel 72, 73, 74 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, wordt door de pensioenuitvoerder voor een door hem te bepalen periode voor alle deelnemers en gewezen deelnemers dezelfde ruilvoet of opbouwkeuzevoet vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** De ruilvoet en opbouwkeuzevoet worden zodanig vastgesteld dat sprake is van collectieve actuariële gelijkwaardigheid als bedoeld in de artikelen 60, vijfde lid, 61, vierde lid, en 62, eerste lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 72, vijfde lid, 73, vierde lid en 74, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid kan aan een gewezen deelnemer de ruilvoet worden toegekend, die geldt op de dag van beëindiging van de deelneming.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
|
|
@ -195,7 +286,7 @@ Overschrijding van de in dit hoofdstuk gestelde termijnen door de overdragende o
|
|||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
**1.** De overdrachtswaarde van pensioenaanspraken is tenminste gelijk aan de contante waarde van de over te dragen pensioenaanspraken op de overdrachtsdatum en wordt berekend op basis van het standaardtarief. Onze Minister stelt regels inzake het standaardtarief.
|
||||
**1.** De overdrachtswaarde van pensioenaanspraken is ten minste gelijk aan de contante waarde van de over te dragen pensioenaanspraken op de overdrachtsdatum en wordt berekend op basis van het standaardtarief. Onze Minister stelt regels inzake het standaardtarief. Het standaardtarief wordt berekend op basis van marktwaardering.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de overdrachtswaarde niet op basis van het standaardtarief berekend kan worden, worden de pensioenaanspraken met behoud van de actuariële gelijkwaardigheid eerst omgezet in pensioenaanspraken waarop het standaardtarief wel toegepast kan worden.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue