2026-03-01 | BWBR0047689 | Subsidieregeling JTF 2021–2027
This commit is contained in:
parent
dadf52b7ca
commit
428227ba39
1 changed files with 0 additions and 201 deletions
|
|
@ -2881,207 +2881,6 @@ Deze titel, bijlage 2 en artikel 9.2.2.1 vervallen met ingang van 1 januari 202
|
|||
|
||||
### Titel 3.2. Subsidietitel voor steun aan investeringen en bijbehorende opleidingen
|
||||
|
||||
### Artikel 3.2.1
|
||||
|
||||
In deze titel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
– *business case: * uitwerking van een investeringsplan;
|
||||
– *capaciteit:* door de duurzame bedrijfsuitrusting bepaalde, technisch maximale vermogen tot produceren per tijdseenheid;
|
||||
– *committed termsheet:* juridisch bindend document tussen onderneming en investeerder(s) met de voorwaarden van de investering;
|
||||
– *diversificatieproject:* een project dat de diversificatie inhoudt van de activiteit binnen een vestiging van de onderneming;
|
||||
– *duurzame bedrijfsuitrusting:* een investering die wordt geactiveerd op de balans van de onderneming;
|
||||
– *gewaarmerkte uncommitted termsheet: * niet juridisch bindend document tussen onderneming en investeerder(s) met daarin de belangrijkste voorwaarden om tot de investering te komen. De uncommitted termsheet gaat vooraf aan de committed termsheet;
|
||||
– *groene waterstof:* waterstof geproduceerd uit hernieuwbare bronnen zoals duurzame elektriciteit via elektrolyse of uit biogrondstoffen;
|
||||
– *randvoorwaardelijke infrastructuur:* infrastructuur die noodzakelijk geacht wordt voor de diversificatie en transformatie van het circulaire en klimaatneutrale bedrijfsleven in het werkingsgebied en die bijdraagt aan de transitie naar hernieuwbare energie en hernieuwbare of circulaire grondstoffen of bijdraagt aan het oplossen van lokale netcongestie;
|
||||
– *regionaal transitieplan:* het territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie, opgenomen als bijlage bij het nationaal JTF-programma 2021–2027;
|
||||
– *regionale innovatiestrategie:* RIS3, de regionale innovatiestrategie voor slimme specialisatie voor West-Nederland;
|
||||
– *sluitende financiering:* financiering van een project dat kan bestaan uit eigen middelen van de onderneming, vreemd vermogen en gevraagde subsidie(s). Het totaal van deze financiering is gelijk aan de projectkosten;
|
||||
– *Kansen voor West:* KvW, de intermediaire instantie voor JTF-regio IJmond;
|
||||
– *stimulerend effect:* stimulerend effect als bedoeld in artikel 6 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
|
||||
– *transformatieproject:* een fundamentele wijziging van het volledige productieproces van een bedrijf;
|
||||
– *uitbreidingsproject: * een project dat de uitbreiding van de capaciteit inhoudt, het betreft een uitbreiding van een bedrijf, hoofdkantoor van een bedrijf, of laboratorium van een bedrijf in dezelfde gemeente als waarin al een bedrijf van de ondernemer of een bedrijf van een tot hetzelfde concern behorende ondernemer is gevestigd;
|
||||
– *vestigingsproject:* een project waar geen sprake is van een uitbreidingsproject, maar nieuwe economische activiteiten inhoudt, voortkomende uit:
|
||||
|
||||
1. het stichten van een bedrijf;
|
||||
2. het stichten van een hoofdkantoor of laboratorium;
|
||||
3. het nieuw vestigen van een locatie van een in onderdeel 1 of onderdeel 2 genoemd bedrijf;
|
||||
– *werkingsgebied:* de JTF-regio IJmond, bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel b;
|
||||
– *werkingsgebied voor regionale investeringssteun:* het gebied binnen het werkingsgebied dat is opgenomen in de Regionale Steunkaart 2022-2027, zoals door de Europese Commissie goedgekeurd bij Steunmaatregel SA.100273 (2021/N).
|
||||
|
||||
### Artikel 3.2.2
|
||||
|
||||
**1.** Het doel van de subsidie op grond van deze titel is transformatie en diversificatie van de regionale economie en arbeidsmarkt conform het regionaal transitieplan. Deze transformatie wordt gerealiseerd in de vorm van steun aan een investeringsproject dat bijdraagt aan de transitie naar een circulaire en klimaatneutrale economie en de daarbij behorende scholing van nieuw of bestaand personeel in het werken binnen en met de te realiseren investeringen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, passen binnen:
|
||||
|
||||
a. Spoor 1 en Spoor 2 voor wat betreft de investeringen;
|
||||
b. Spoor 3 voor de opleidingscomponent.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Aanvrager draagt met de investeringen in het project bij aan de ontwikkeling van één of meer nieuwe waardeketens of economische ecosystemen binnen de drie transities die zijn opgenomen in het regionale transitieplan voor IJmond:
|
||||
|
||||
a. van een lineaire naar een circulaire economie;
|
||||
b. van een fossiele naar een klimaatneutrale economie;
|
||||
c. van een kwetsbare naar een weerbare beroepsbevolking.
|
||||
|
||||
**4.** Een aanvrager draagt met de om- of bijscholing van bestaande of nieuwe werknemers in het project bij aan het versterken van de competenties en vaardigheden van bestaande en nieuwe werknemers, niet zijnde standaardwerkzaamheden. Deze competenties en vaardigheden hangen voor de werkgever samen met de inzetbaarheid van deelnemers in het werken met de investeringen. Deze competenties en vaardigheden zijn voor de deelnemers gericht op hun toekomstbestendige inzetbaarheid op de arbeidsmarkt binnen de drie transities, bedoeld in het derde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.2.3
|
||||
|
||||
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie aan een onderneming die bijdraagt aan de transitie naar een circulaire en klimaatneutrale economie voor projecten die worden uitgevoerd in het werkingsgebied en die passen binnen de kaders van deze regeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.2.4
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor:
|
||||
|
||||
a. investeringen in duurzame bedrijfsuitrusting en daarbij behorende gebouwen; het gaat om een vestigingsproject van een onderneming;
|
||||
b. investeringen in duurzame bedrijfsuitrusting en daarbij behorende gebouwen; het gaat om een uitbreidingsproject van een mkb-onderneming;
|
||||
c. investeringen in duurzame bedrijfsuitrusting en daarbij behorende gebouwen; het gaat om een diversificatieproject van een mkb-onderneming;
|
||||
d. investeringen in duurzame bedrijfsuitrusting en daarbij behorende gebouwen; het gaat om een transformatieproject van een mkb-onderneming;
|
||||
e. bij- of omscholing en training van bestaand en nieuw personeel direct verbonden aan de realisatie, het doen en het gebruiken onderscheidenlijk bedienen van de investeringen, bedoeld in de onderdelen a, b, c of d.
|
||||
|
||||
**2.** Projecten zijn gericht op toekomstbestendigheid van de economie door diversificatie langs de lijnen van de drie transities of op groen perspectief door transformatie naar circulaire en klimaatneutrale productieprocessen in ondernemingen door het vervangen van fossiele grond- en brandstoffen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.2.5
|
||||
|
||||
**1.** Voor aanvragen die uiterlijk op 14 mei 2025 zijn ingediend, bedraagt het subsidieplafond € 12.500.000, met dien verstande dat er maximaal € 5.000.000 beschikbaar is voor projecten van grote ondernemingen.
|
||||
|
||||
**2.** Voor aanvragen die op of na 15 mei 2025 zijn ingediend, bedraagt het subsidieplafond € 10.500.000, met dien verstande dat er maximaal € 5.000.000 beschikbaar is voor projecten van grote ondernemingen.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.2.6
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 15 augustus 2023 09.00 uur tot en met 1 maart 2026 17.00 uur.
|
||||
|
||||
**2.** Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtf-webportal.nl/mijn/.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.2.7
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De subsidie bedraagt voor een:
|
||||
|
||||
a. kleine onderneming maximaal 30 procent van de subsidiabele kosten;
|
||||
b. middelgrote onderneming maximaal 20 procent van de subsidiabele kosten;
|
||||
c. grote onderneming maximaal 10 procent van de subsidiabele kosten.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidie bedraagt voor opleidingskosten maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten.
|
||||
|
||||
**3.** De subsidie voor investeringskosten in een project bedraagt maximaal € 4.000.000 per project.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De subsidie bedraagt niet meer dan de maximale steunruimte op basis van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, te berekenen op basis van de volgende artikelen van de Algemene groepsvrijstellingsverordening:
|
||||
|
||||
a. artikelen 13 en 14 inzake regionale investeringssteun en artikel 36, 36 bis, 38, 38 bis, 41, 47 en 56 ter voor investeringskosten;
|
||||
b. artikel 31 inzake opleidingssteun inzake kosten voor om-of bijscholing.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.2.8
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 1.11 komen uitsluitend de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
|
||||
|
||||
a. voor kosten van investeringen:
|
||||
|
||||
1° andere kosten als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel f, voor gebouwen, nader bepaald als de koopsom en overdrachtskosten of de aan derden verschuldigde verbouwkosten, exclusief de financieringskosten en de overdrachtsbelasting, of ingeval van huurkoop of financial lease de aanschafwaarde;
|
||||
2° andere kosten als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel f, voor duurzame bedrijfsuitrusting, nader bepaald als de koopsom, of ingeval van huurkoop of financial lease de aanschafwaarde;
|
||||
b. kosten voor investeringen als bedoeld in onderdeel a komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking, voor zover:
|
||||
|
||||
1° deze zijn geactiveerd op de balans;
|
||||
2° niet hoger zijn dan de taxatiewaarde, vastgesteld door een beëdigd taxateur;
|
||||
3° niet binnen twee jaar worden afgeschreven, tenzij het duurzame bedrijfsuitrusting is die met toepassing van de artikelen 3.31 tot en met 3.35 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 is aangewezen;
|
||||
c. voor infrastructurele kosten:
|
||||
|
||||
1° infrastructuur die noodzakelijk geacht wordt voor de diversificatie en transformatie van het circulaire en klimaatneutrale bedrijfsleven in het werkingsgebied en die bijdraagt aan de transitie naar hernieuwbare energie en hernieuwbare of circulaire grondstoffen of bijdraagt aan het oplossen van lokale netcongestie;
|
||||
2° proceskosten die rechtstreeks samenhangen met de planvoorbereiding van infrastructuur.
|
||||
d. voor kosten van bij- en omscholing:
|
||||
|
||||
1° andere kosten voor opleiding en training als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel f;
|
||||
2° in geval van opleiding en training voor competenties en vaardigheden niet zijnde standaardwerkzaamheden: loonverletkosten als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel b, voor de uren die medewerkers in dienst van de aanvrager deelnemen aan bij- en omscholing.
|
||||
|
||||
**2.** Een investering in duurzame bedrijfsuitrusting mag niet binnen twee jaar worden afgeschreven, tenzij de bedrijfsuitrusting willekeurig kan worden afgeschreven op grond van fiscale regelgeving.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.15 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:
|
||||
|
||||
a. investeringen in bedrijfsgebouwen of duurzame bedrijfsuitrusting die de subsidieontvanger heeft gekregen van een natuurlijk persoon of rechtspersoon die tot hetzelfde concern behoort;
|
||||
b. immateriële vaste activa als bedoeld in artikel 365 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.2.9
|
||||
|
||||
**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen zes maanden na de subsidieverlening.
|
||||
|
||||
**2.** De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid, inclusief het in gebruik nemen van de gerealiseerde capaciteit.
|
||||
|
||||
**3.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste en tweede lid, verlengen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.2.10
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
|
||||
|
||||
a. de totale subsidiabele kosten van het project minder bedragen dan € 500.000;
|
||||
b. de financiering van het project niet uiterlijk zes maanden na afgifte van de verleningsbeschikking aantoonbaar is;
|
||||
c. de activiteiten gericht zijn op hergebruik van producten, afvalstoffen of grondstoffen, waarbij er geen sprake is van een hoogwaardige toepassing of wanneer er sprake is van het opwerken van afval uitsluitend ten behoeve van export;
|
||||
d. het diversificatieproject betreft waarbij de nieuwe activiteit hetzelfde of een vergelijkbare activiteit is als de activiteit die eerder in de vestiging werd uitgeoefend.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.2.11
|
||||
|
||||
**1.** Gelet op artikel 1.20, tweede lid, wordt een project beoordeeld op alle onderdelen uit artikel 1.20, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Gelet op artikel 1.20, derde lid, kent de Minister van SZW per onderdeel als bedoeld in het eerste lid, maximaal de volgende hoeveelheid punten toe:
|
||||
|
||||
a. de mate waarin het project meer bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 20 punten;
|
||||
b. de mate waarin het project meer sociaaleconomisch integraal is: 15 punten;
|
||||
c. de mate waarin het technische en sociale innovatiegehalte hoger is: 15 punten;
|
||||
d. de mate waarin het economisch of financieel toekomstperspectief hoger is: 20 punten;
|
||||
e. de mate waarin de kwaliteit van het projectplan beter is: 15 punten;
|
||||
f. de mate waarin het project meer bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 15 punten.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.2.12
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van SZW verleent op aanvraag een voorschot vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30 van 30 procent van de verleende subsidie.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend wanneer de verleningsbeschikking een of meer opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, bedragen de voorschotten in totaal maximaal 80 procent van het verleende subsidiebedrag.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.2.13
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In aanvulling op het artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
|
||||
|
||||
a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
|
||||
b. de in het aanvraagformulier genoemde documenten, waarvoor door het Kansen voor West aangeleverde vaste formats worden gebruikt inclusief daaraan verbonden voorschriften.
|
||||
|
||||
**2.** Voor het door de Minister van SZW vastgestelde format voor het projectplan bedoeld in artikel 1.22, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, geldt het maximumaantal pagina’s. Een aanvraag die hieraan niet voldoet wordt afgewezen.
|
||||
|
||||
**3.** De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier via de link https://www.jtf-webportal.nl/mijn/.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.2.14
|
||||
|
||||
De subsidie bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door de artikelen 13, 14, 31, 36, 36bis, 38, 38bis, 41, 47 en 56ter van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.2.14a
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.26, vierde lid, kan de Minister van SZW op verzoek van de subsidieaanvrager of subsidieontvanger een wijzigingsverzoek in behandeling nemen voor een reeds ingediende aanvraag, toestemming verlenen voor de wijziging van een project waarvoor subsidie wordt verstrekt, of toestemming verlenen voor afwijking van de subsidieverleningsbeschikking, indien de wijziging of afwijking verband houdt met een wijziging in deze subsidietitel die plaatsvond na indiening van de subsidieaanvraag.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.2.15
|
||||
|
||||
Deze titel vervalt met ingang van 1 maart 2026, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
|
||||
|
||||
### Titel 3.3. Scholingsvouchers
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.1
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue