diff --git a/amvb/besluit-langdurige-zorg/BWBR0035948/README.md b/amvb/besluit-langdurige-zorg/BWBR0035948/README.md index 373ffacb034..25c7dcd7eae 100644 --- a/amvb/besluit-langdurige-zorg/BWBR0035948/README.md +++ b/amvb/besluit-langdurige-zorg/BWBR0035948/README.md @@ -108,10 +108,10 @@ b. in de lokale omgeving ten behoeve van het aangaan of onderhouden van sociale **2.** -Als een kleinschalige wooninitiatief als bedoeld in artikel 3.1.3, eerste lid, onderdeel a, van de wet, wordt aangemerkt een woonsituatie waarbij: +Als een kleinschalig wooninitiatief als bedoeld in artikel 3.1.3, eerste lid, onderdeel a, van de wet, wordt aangemerkt een woonsituatie waarbij: a. minimaal drie en maximaal zesentwintig bewoners een persoonsgebonden budget ontvangen, en -b. de bewoners verblijven op één woonadres als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, of op verschillende woonadressen binnen een straal van honderd meter, waarin ten minste één gemeenschappelijke verblijfsruimte aanwezig is die geschikt is voor het ontplooien van gezamenlijke activiteiten. +b. de bewoners verblijven op één woonadres als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet basisregistratie personen, of op verschillende woonadressen binnen een straal van honderd meter, waarin ten minste één gemeenschappelijke verblijfsruimte aanwezig is die geschikt is voor het ontplooien van gezamenlijke activiteiten. **3.** Bij ministeriële regeling kan het recht op woningaanpassingen nader worden geregeld en afhankelijk worden gesteld van daarbij te stellen voorwaarden. @@ -146,7 +146,7 @@ Indien de verzekerde is aangewezen op zorg, vermeldt het indicatiebesluit: a. de resultaten van het voorbereidend onderzoek, bedoeld in artikel 3.2.2, eerste lid; b. aandoeningen, beperkingen, stoornissen of handicaps als gevolg waarvan hij op de zorg is aangewezen; c. het zorgprofiel waarop hij is aangewezen; -d. dit onderdeel is nog niet in werking getreden. +d. bij ministeriële regeling te bepalen kenmerken van de verzekerde of van zijn zorgbehoefte die aanleiding kunnen geven tot de toekenning van meer zorg als bedoeld in artikel 3.1.1, tweede lid; e. voorwaarden en beperkingen die aan het geïndiceerde recht op zorg verbonden zijn; f. de datum met ingang waarvan hij recht heeft op zorg; en g. de geldigheidsduur van het indicatiebesluit. @@ -241,7 +241,7 @@ a. de ongehuwde verzekerde die in een instelling verblijft, b. de gehuwde verzekerden tezamen die beiden in een instelling verblijven, c. de gehuwde verzekerde die in een instelling verblijft en wiens echtgenoot verblijft in een instelling voor beschermd wonen. -**2.** De bijdrage, bedoeld in het eerste lid, bedraagt niet meer dan € 2.284,60 per maand. +**2.** De bijdrage, bedoeld in het eerste lid, bedraagt niet meer dan € 2.301,40 per maand. **3.** In het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, zijn de verzekerde en zijn echtgenoot tezamen slechts eenmaal de eigen bijdrage, berekend overeenkomstig het eerste en tweede lid, verschuldigd. @@ -249,7 +249,7 @@ c. de gehuwde verzekerde die in een instelling verblijft en wiens echtgenoot ver **1.** -In afwijking van artikel 3.3.2.1 geldt een eigen bijdrage per maand van 12,5% van het bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens artikel 3.3.2.4 voor: +In afwijking van artikel 3.3.2.1 bedraagt een eigen bijdrage per maand een twaalfde gedeelte van 12,5% van het bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens artikel 3.3.2.4 voor: a. de ongehuwde verzekerde gedurende de eerste zes maanden van verblijf in een instelling; b. de gehuwde verzekerden tezamen, zolang niet ten aanzien van elk van hen een periode van zes maanden is verstreken; @@ -266,11 +266,11 @@ c. de ongehuwde verzekerde die een volledig pakket thuis of een persoonsgebonden d. de gehuwde verzekerden tezamen die beiden een volledig pakket thuis of beiden een persoonsgebonden budget ontvangen; e. de gehuwde verzekerde die een volledig pakket thuis of een persoonsgebonden budget ontvangt en wiens echtgenoot verblijft in een instelling voor beschermd wonen, met dien verstande dat de verzekerde en zijn echtgenoot tezamen de eigen bijdrage slechts eenmaal verschuldigd zijn. -**3.** De eigen bijdrage, bedoeld in het eerste en tweede lid, bedraagt ten minste € 158,60 en niet meer dan € 832,60 per maand. +**3.** De eigen bijdrage, bedoeld in het eerste en tweede lid, bedraagt ten minste € 159,80 en niet meer dan € 838,60 per maand. **4.** -De eigen bijdrage wordt verminderd met € 136 per maand voor: +De eigen bijdrage wordt verminderd met € 136,80 per maand voor: a. de ongehuwde verzekerde die een persoonsgebonden budget ontvangt; b. de gehuwde verzekerden tezamen die beiden een persoonsgebonden budget ontvangen of van wie de één een persoonsgebonden budget en de ander een modulair pakket thuis ontvangt; @@ -314,11 +314,11 @@ c. het met toepassing van onderdeel b berekende bedrag wordt vermeerderd met 8% **1.** Voor de berekening van de eigen bijdrage, bedoeld in artikel 3.3.2.2, eerste en tweede lid, bestaat het bijdrageplichtig inkomen uit het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde verzekerde, onderscheidenlijk van de gehuwde verzekerden tezamen, vermeerderd met 8% van het vermogen van de ongehuwde verzekerde, onderscheidenlijk 8% van de opgetelde vermogens van de gehuwde verzekerden. -**2.** Op aanvraag van de verzekerde stelt het CAK, in afwijking van het eerste lid, het bijdrageplichtig inkomen voorlopig vast op grond van het inkomen en het vermogen van het lopende jaar, indien redelijkerwijs te verwachten is dat het bijdrageplichtig inkomen in het lopende jaar ten minste € 2.540 lager zal zijn dan het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in het eerste lid, dan wel indien de verzekerde algemene bijstand op grond van de Participatiewet ontvangt. +**2.** Op aanvraag van de verzekerde stelt het CAK, in afwijking van het eerste lid, het bijdrageplichtig inkomen voorlopig vast op grond van het inkomen en het vermogen van het lopende jaar, indien redelijkerwijs te verwachten is dat het bijdrageplichtig inkomen in het lopende jaar ten minste € 2.559 lager zal zijn dan het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in het eerste lid, dan wel indien de verzekerde algemene bijstand op grond van de Participatiewet ontvangt. **3.** De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, wordt gedaan uiterlijk drie maanden na afloop van het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft of uiterlijk drie maanden na de datum waarop de bijdrage, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld. -**4.** Indien het tweede lid is toegepast, vindt na afloop van het jaar en na ontvangst van de definitieve inkomens- en vermogensgegevens definitieve vaststelling plaats. Indien daarbij blijkt dat het bijdrageplichtig inkomen over het lopende jaar minder dan € 2.540 lager is geweest dan het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in het eerste lid, vindt definitieve vaststelling plaats overeenkomstig het eerste lid. +**4.** Indien het tweede lid is toegepast, vindt na afloop van het jaar en na ontvangst van de definitieve inkomens- en vermogensgegevens definitieve vaststelling plaats. Indien daarbij blijkt dat het bijdrageplichtig inkomen over het lopende jaar minder dan € 2.559 lager is geweest dan het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in het eerste lid, vindt definitieve vaststelling plaats overeenkomstig het eerste lid. **5.** Inkomen dat in het buitenland wordt belast, dan wel is vrijgesteld van belasting op grond van bepalingen van internationaal recht, wordt mede in aanmerking genomen als ware dit aan de Nederlandse belastingwetgeving onderworpen. Op aanvraag van de verzekerde wordt daarop de in het buitenland verschuldigde belasting in mindering gebracht. @@ -350,7 +350,7 @@ c. het met toepassing van onderdeel b berekende bedrag wordt vermeerderd met 8% ### Artikel 3.3.2.9 -**1.** Bij de berekening van de eigen bijdrage wordt afwezigheid uit de instelling, anders dan in verband met beëindiging van de zorgverlening, buiten beschouwing gelaten +**1.** Bij de berekening van de eigen bijdrage wordt afwezigheid uit de instelling, anders dan in verband met beëindiging van de zorgverlening, buiten beschouwing gelaten. **2.** Over een gedeelte van een maand is de eigen bijdrage gelijk aan het vastgestelde bedrag per maand, vermenigvuldigd met twaalf maal het aantal dagen waarover de bijdrage binnen die maand verschuldigd is en gedeeld door 365. @@ -457,16 +457,16 @@ Een persoonsgebonden budget wordt per kalenderjaar verstrekt. Het zorgkantoor verleent geen persoonsgebonden budget indien: -a. een verzekerde krachtens een indicatiebesluit is aangewezen op een bij ministeriële regeling genoemd zorgprofiel; +a. de verzekerde krachtens een indicatiebesluit is aangewezen op een bij ministeriële regeling genoemd zorgprofiel; b. de verzekerde weigert om het budgetplan met het zorgkantoor te bespreken of, na daartoe door het zorgkantoor te zijn opgeroepen, niet verschijnt; c. de verzekerde het door het zorgkantoor vastgestelde aanvraagformulier niet volledig en juist heeft ingevuld; -d. de verzekerde, gelet op de door hem verstrekte gegevens of bescheiden, voornemens is om het persoonsgebonden budget uitsluitend te besteden aan de inkoop van zorg bij gecontracteerde zorgaanbieders. +d. de verzekerde, gelet op de door hem verstrekte gegevens of bescheiden, voornemens is om het persoonsgebonden budget uitsluitend te besteden aan de inkoop van zorg bij zorgaanbieders die gecontracteerd zijn door de Wlz-uitvoerder. **2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de verlening of weigering van een persoonsgebonden budget. ### Artikel 3.6.3 -Een persoonsgebonden budget bedraagt ten hoogste een bij ministeriële regeling bepalen bedrag. Bij deze regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de: +Een persoonsgebonden budget bedraagt ten hoogste een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag. Bij deze regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de: a. vermindering van het bedrag voor de bestanddelen behandeling, kapitaallasten, kosten voor verblijf of andere bestanddelen, b. vermeerdering van het bedrag voor verzekerden die wonen in een kleinschalig wooninitiatief als bedoeld in artikel 3.1.3, tweede lid, @@ -480,11 +480,13 @@ c. de hoogte van het bedrag indien de verzekerde naast het persoonsgebonden budg **3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over in de overeenkomst op te nemen bedingen of voorwaarden en over het model, bedoeld in het eerste lid. Deze regels kunnen mede betrekking hebben op de ontbinding van de overeenkomst indien het persoonsgebonden budget wordt ingetrokken of gewijzigd. -**3.** De overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, behoeft de goedkeuring van het zorgkantoor en de Sociale verzekeringsbank. De goedkeuring kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het belang van de uitvoerbaarheid van het persoonsgebonden budget en van het budgetbeheer, bedoeld in artikel 3.3.3, zevende lid, van de wet. +**4.** De overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, behoeft de goedkeuring van het zorgkantoor en de Sociale verzekeringsbank. De goedkeuring kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het belang van de uitvoerbaarheid van het persoonsgebonden budget en van het budgetbeheer, bedoeld in artikel 3.3.3, zevende lid, van de wet. + +**5.** In afwijking van het eerste en het tweede lid kan de verzekerde zelf betalingen verrichten ten laste van zijn persoonsgebonden budget indien het gaat om kosten verbonden aan vervoer als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel f, van de wet waarvoor de verzekerde geen schriftelijke overeenkomst heeft gesloten. ### Artikel 3.6.5 -**1.** Bij ministeriële regeling worden maximumtarieven vastgesteld voor de verlening van zorg die vanuit het persoonsgebonden budget kunnen worden bekostigd. +**1.** Bij ministeriële regeling worden maximumtarieven vastgesteld voor de verlening van zorg die vanuit het persoonsgebonden budget kan worden bekostigd. **2.** @@ -521,10 +523,10 @@ d. ter verkrijging door de verzekerde van gelden voor het verrichten van betalin Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld in het belang van een goede uitvoering van het persoonsgebonden budget. Deze regels kunnen mede betrekking hebben op: a. de hulp van een vertegenwoordiger en beperkingen aan de kring van vertegenwoordigers, -c. de inhoud, intrekking en wijziging van de beschikking tot verlening en van de beschikking tot vaststelling van het persoonsgebonden budget, -d. de verantwoording en de controle, -e. het budgetplan, -f. de uitvoering door de Sociale verzekeringsbank van het budgetbeheer, de werkgeverstaken daaronder begrepen. +b. de inhoud, intrekking en wijziging van de beschikking tot verlening en van de beschikking tot vaststelling van het persoonsgebonden budget, +c. de verantwoording en de controle, +d. het budgetplan, +e. de uitvoering door de Sociale verzekeringsbank van het budgetbeheer, de werkgeverstaken daaronder begrepen. ### Paragraaf 7. Levering buiten Nederland @@ -669,10 +671,9 @@ De regio’s, bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, van de wet zijn: – Amstelland en de Meerlanden – Zuid-Holland Noord – Haaglanden -– Delft Westland Oostland +– Westland Schieland Delfland – Midden-Holland – Rotterdam -– Nieuwe Waterweg Noord – Zuid-Hollandse Eilanden – Waardenland – Zeeland @@ -957,24 +958,9 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 10.10 -**1.** Hoofdstuk 3, § 3.1 tot en met § 3.3 en de daarop berustende bepalingen zijn van toepassing op verzekerden als bedoeld in artikel 11.1.1, eerste en tweede lid, en 11.1.3 van de wet. +**1.** De verzekerde, bedoeld in artikel 11.1.1, zesde lid, van de wet of bedoeld in de artikelen 9.3a en 9.3b van de Regeling langdurige zorg, draagt bij in de kosten van de zorg, waarbij geldt dat hij een bijdrage verschuldigd is als bedoeld in § 3.2 van dit besluit. -**2.** - -Een verzekerde die op grond van artikel 11.1.2, eerste lid, zijn aanspraken of persoonsgebonden budget voortzet waarop hij bij of krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten recht had, draagt bij in de kosten van de zorg, waarbij geldt dat: - -a. hij een bijdrage verschuldigd is als bedoeld in § 3.2 van dit besluit, indien hij een persoonsgebonden budget ontvangt; -b. hij een bijdrage verschuldigd is als bedoeld in hoofdstuk III van het Bijdragebesluit zorg AWBZ, zoals dat hoofdstuk luidde onmiddellijk voorafgaand aan de intrekking van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, indien hij de extramurale zorg in natura voortzet, anders dan met een volledig pakket thuis; -c. hij een bijdrage verschuldigd is als bedoeld in hoofdstuk II, § 3, van het Bijdragebesluit zorg AWBZ, zoals die paragraaf luidde onmiddellijk voorafgaand aan de intrekking van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, indien hij de zorg voortzet met een volledig pakket thuis. - -**3.** - -De verzekerde, genoemd in artikel 11.1.1, zesde lid, van de wet, draagt bij in de kosten van de zorg, waarbij geldt dat: - -a. hij een bijdrage verschuldigd is als bedoeld in § 3.2 van dit besluit indien hij zorg met verblijf in een instelling of een volledig pakket thuis ontvangt, dan wel indien hij op grond van artikel 11.1.2, zevende lid, een persoonsgebonden budget ontvangt; -b. hij een bijdrage verschuldigd is als bedoeld in hoofdstuk III van het Bijdragebesluit zorg AWBZ, zoals dat hoofdstuk luidde onmiddellijk voorafgaand aan de intrekking van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, indien hij op grond van deze wet een modulair pakket thuis ontvangt; - -**4.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2016. +**2.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2017. ### Artikel 10.11