2009-01-01 | BWBR0025616 | Verordening huishoudelijke heffingen (PVV) 2009

This commit is contained in:
Coornhert 2009-01-01 12:00:00 +00:00
parent 53b4f35f88
commit 429edb892b

View file

@ -16,20 +16,13 @@ citeertitel: Verordening huishoudelijke heffingen (PVV) 2009
Deze verordening neemt over de begripsbepalingen van de Verordening algemene bepalingen heffingen (PVV) 2005 en verstaat voorts onder:
a. a.
lidstaat : lidstaat van de Europese Gemeenschappen, niet zijnde Nederland;
b. b.
handelsverkeer : handelsverkeer tussen lidstaten en Nederland;
c. c.
derde land : staat, niet zijnde een lidstaat;
d. d.
omzet : omzet behaald met de onderneming over het kalenderjaar dat voorafgaat aan het tijdvak waarover wordt geheven;
e. e.
onderneming : slachterij, uitsnijderij of voorverpakker van vlees, uitgezonderd de in de onderneming waarvan de totale loonsom van het personeel dat vleesindustrie betrokken is bij het slachten, uitsnijden of voorverpakken van vlees minder bedraagt dan € 114.924,- per jaar;
f. f.
onderneming : bedrijf waarin de vleeswaren-, vleesconservenindustrie of in de baconindustrie wordt uitgeoefend, uitgezonderd de onderneming vleeswaren - waarvan de totale loonsom van het personeel dat betrokken is bij de industrie vleeswaren -, vleesconservenindustrie of baconindustrie minder bedraagt dan € 127.440,- per jaar;
g. g.
loonsom : de som van de brutolonen van de werknemers van een onderneming, als bedoeld in kolom 6 van de model loonstaat 2007 van de Belastingdienst, vermeerderd met het totaal van betaalde vergoedingen voor inleen- en uitzendarbeid volgens factuur, exclusief B.T.W.
a. lidstaat : lidstaat van de Europese Gemeenschappen, niet zijnde Nederland;
b. handelsverkeer : handelsverkeer tussen lidstaten en Nederland;
c. derde land : staat, niet zijnde een lidstaat;
d. omzet : omzet behaald met de onderneming over het kalenderjaar dat voorafgaat aan het tijdvak waarover wordt geheven;
e. onderneming : slachterij, uitsnijderij of voorverpakker van vlees, uitgezonderd de in de onderneming waarvan de totale loonsom van het personeel dat vleesindustrie betrokken is bij het slachten, uitsnijden of voorverpakken van vlees minder bedraagt dan € 114.924,- per jaar;
f. onderneming : bedrijf waarin de vleeswaren-, vleesconservenindustrie of in de baconindustrie wordt uitgeoefend, uitgezonderd de onderneming vleeswaren - waarvan de totale loonsom van het personeel dat betrokken is bij de industrie vleeswaren -, vleesconservenindustrie of baconindustrie minder bedraagt dan € 127.440,- per jaar;
g. loonsom : de som van de brutolonen van de werknemers van een onderneming, als bedoeld in kolom 6 van de model loonstaat 2007 van de Belastingdienst, vermeerderd met het totaal van betaalde vergoedingen voor inleen- en uitzendarbeid volgens factuur, exclusief B.T.W.
### Paragraaf 2. Slacht en export van vee
@ -41,35 +34,23 @@ g. g.
Het tarief van de in het eerste lid bedoelde heffing bedraagt:
a. a.
€ 1,07 per rund, waarvan € 0,09 niet als zodanig in mindering mag worden gebracht op de aan de leverancier uit te betalen prijs;
b. b.
€ 0,49 per kalf, waarvan € 0,04 niet als zodanig in mindering mag worden gebracht op de aan de leverancier uit te betalen prijs;
c. c.
€ 0,16 per jong kalf, waarvan € 0,01 niet als zodanig in mindering mag worden gebracht op de aan de leverancier uit te betalen prijs;
d. d.
€ 0,09 per varken, waarvan € 0,01 niet als zodanig in mindering mag worden gebracht op de aan de leverancier uit te betalen prijs;
e. e.
€ 0,09 per zeug, waarvan € 0,01 niet als zodanig in mindering mag worden gebracht op de aan de leverancier uit te betalen prijs;
f. f.
€ 0,05 per big, waarvan € 0,01 niet als zodanig in mindering mag worden gebracht op de aan de leverancier uit te betalen prijs;
g. g.
€ 0,39 per schaap, waarvan € 0,03 niet als zodanig in mindering mag worden gebracht op de aan de leverancier uit te betalen prijs;
h. h.
€ 0,10 per geit;
i. i.
€ 0,04 per jonge geit.
a. € 1,07 per rund, waarvan € 0,09 niet als zodanig in mindering mag worden gebracht op de aan de leverancier uit te betalen prijs;
b. € 0,49 per kalf, waarvan € 0,04 niet als zodanig in mindering mag worden gebracht op de aan de leverancier uit te betalen prijs;
c. € 0,16 per jong kalf, waarvan € 0,01 niet als zodanig in mindering mag worden gebracht op de aan de leverancier uit te betalen prijs;
d. € 0,09 per varken, waarvan € 0,01 niet als zodanig in mindering mag worden gebracht op de aan de leverancier uit te betalen prijs;
e. € 0,09 per zeug, waarvan € 0,01 niet als zodanig in mindering mag worden gebracht op de aan de leverancier uit te betalen prijs;
f. € 0,05 per big, waarvan € 0,01 niet als zodanig in mindering mag worden gebracht op de aan de leverancier uit te betalen prijs;
g. € 0,39 per schaap, waarvan € 0,03 niet als zodanig in mindering mag worden gebracht op de aan de leverancier uit te betalen prijs;
h. € 0,10 per geit;
i. € 0,04 per jonge geit.
**3.**
Als ondernemer die uitvoert als bedoeld in het eerste lid, wordt aangemerkt degene die één of meer dieren
a. a.
in het handelsverkeer brengt, dan wel
b. b.
naar derde landen uitvoert, dan wel
c. c.
aflevert aan een (rechts)persoon wiens bedrijf niet in Nederland is gevestigd, ongeacht of de ontvangst van die dieren door deze (rechts-)persoon in Nederland plaatsvindt.
a. in het handelsverkeer brengt, dan wel
b. naar derde landen uitvoert, dan wel
c. aflevert aan een (rechts)persoon wiens bedrijf niet in Nederland is gevestigd, ongeacht of de ontvangst van die dieren door deze (rechts-)persoon in Nederland plaatsvindt.
### Paragraaf 3. Handel in vee
@ -77,26 +58,13 @@ c. c.
**1.** De ondernemer die een onderneming drijft volgens de indeling als bedoeld in het tweede lid, is aan het productschap ter dekking van zijn huishoudelijke uitgaven een heffing voor het kalenderjaar 2009 verschuldigd op voet van het bepaalde in de leden 4, 5 en 6.
**2.** a. a.
De ondernemingen worden als volgt ingedeeld:
Groep I : ondernemingen die de handel in runderen uitoefenen;
Groep II ondernemingen die de handel in varkens uitoefenen;
Groep III : ondernemingen die de handel in paardachtigen uitoefenen;
Groep IV : ondernemingen die de handel in schapen/geiten uitoefenen.
**2.** a. De ondernemingen worden als volgt ingedeeld:
- Groep I : ondernemingen die de handel in runderen uitoefenen;
- Groep II ondernemingen die de handel in varkens uitoefenen;
- Groep III : ondernemingen die de handel in paardachtigen uitoefenen;
- Groep IV : ondernemingen die de handel in schapen/geiten uitoefenen.
b. b.
Naast de indeling in groepen als vermeld onder a, worden de ondernemingen ingedeeld in groepen naar het aantal personen werkzaam in deze onderneming.
b. Naast de indeling in groepen als vermeld onder a, worden de ondernemingen ingedeeld in groepen naar het aantal personen werkzaam in deze onderneming.
**3.** De indeling als bedoeld in het tweede lid, geschiedt naar de toestand op 1 maart van het betrokken kalenderjaar, met dien verstande dat ondernemingen die na 1 maart van het betrokken kalenderjaar worden aangevangen, ingedeeld worden naar de toestand op het tijdstip van aanvang van de onderneming.
@ -120,28 +88,12 @@ De heffing bedraagt voor ondernemingen, die zijn ingedeeld in:
- Groep II, III en IV : € 252,--
- Groep I, II, III en IV : € 259,--
**5.** a. a.
De ondernemer die een onderneming drijft, als bedoeld in het tweede lid, onder a, is voorts een toeslagheffing verschuldigd naar rato van het aantal in de onderneming werkzame personen op 1 maart van het betrokken kalenderjaar.
b. b.
Als in de onderneming werkzame personen als bedoeld in het eerste onderdeel worden aangemerkt:
de natuurlijke persoon of personen die leiding geven aan de onderneming of die de onderneming drijven;
personen, niet begrepen onder 1°, in dienst van de onderneming op grond van een arbeidsovereenkomst met een werkweek van 19 uur en meer;
personen, niet begrepen onder 1° en 2°, die werkzaamheden binnen de onderneming verrichten als meewerkend gezins- of familielid met een werkweek van 19 uur en meer.
1° 1°
de natuurlijke persoon of personen die leiding geven aan de onderneming of die de onderneming drijven;
2° 2°
personen, niet begrepen onder 1°, in dienst van de onderneming op grond van een arbeidsovereenkomst met een werkweek van 19 uur en meer;
3° 3°
personen, niet begrepen onder 1° en 2°, die werkzaamheden binnen de onderneming verrichten als meewerkend gezins- of familielid met een werkweek van 19 uur en meer.
**5.** a. De ondernemer die een onderneming drijft, als bedoeld in het tweede lid, onder a, is voorts een toeslagheffing verschuldigd naar rato van het aantal in de onderneming werkzame personen op 1 maart van het betrokken kalenderjaar.
b. Als in de onderneming werkzame personen als bedoeld in het eerste onderdeel worden aangemerkt:
1° de natuurlijke persoon of personen die leiding geven aan de onderneming of die de onderneming drijven;
2° personen, niet begrepen onder 1°, in dienst van de onderneming op grond van een arbeidsovereenkomst met een werkweek van 19 uur en meer;
3° personen, niet begrepen onder 1° en 2°, die werkzaamheden binnen de onderneming verrichten als meewerkend gezins- of familielid met een werkweek van 19 uur en meer.
**6.**