diff --git a/amvb/inrichtingsbesluit-wvo/BWBR0005946/README.md b/amvb/inrichtingsbesluit-wvo/BWBR0005946/README.md index a449f3f73c3..cbc5c653a34 100644 --- a/amvb/inrichtingsbesluit-wvo/BWBR0005946/README.md +++ b/amvb/inrichtingsbesluit-wvo/BWBR0005946/README.md @@ -18,14 +18,15 @@ In dit besluit wordt verstaan onder: - *agrarisch opleidingscentrum:* een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs; - *basisberoepsgerichte leerweg:* de basisberoepsgerichte leerweg, genoemd in artikel 10b van de wet; +- *beroepsgericht keuzevak:* beroepsgericht keuzevak als bedoeld in artikel 10b, zevende lid, onderdeel a, of artikel 10d, zevende lid, onderdeel b, van de wet; +- *beroepsgericht programma:* beroepsgericht programma als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel c, 24, eerste lid, onderdeel c, of 25 eerste lid, onderdeel d, van het Eindexamenbesluit VO; - *bevoegd gezag:* het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1 van de wet; - *gemeenschappelijk deel:* het in artikel 12, vierde lid, onderdeel a, van de wet bedoelde onderdeel van het profiel; - *gemengde leerweg:* de gemengde leerweg, genoemd in artikel 10d van de wet; - *havo:* hoger algemeen voortgezet onderwijs, als bedoeld in artikel 8 van de wet; - *intelligentiequotiënt:* quotiënt dat de cognitieve capaciteiten van een leerling uitdrukt, vastgesteld op basis van scores op verbaal en op niet-verbaal gebied; -- *intersectoraal programma:* een intersectoraal programma als bedoeld in artikel 10b, vierde lid, onderdeel c, en artikel 10d, vierde lid, onderdeel c, van de wet; - *inspectie:* de inspectie, als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het onderwijstoezicht; -- *intrasectoraal programma:* een intrasectoraal programma als bedoeld in artikel 10b, vierde lid, onderdeel c, en artikel 10d, vierde lid, onderdeel c, van de wet; +- *instelling voor middelbaar beroepsonderwijs:* instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs; - *kaderberoepsgerichte leerweg:* de kaderberoepsgerichte leerweg, genoemd in artikel 10b van de wet; - *leerachterstand:* achterstand van een leerling in de domeinen technisch lezen, spellen, begrijpend lezen en inzichtelijk rekenen, gemeten op basis van didactische leeftijdseenheden (DLE) in relatie tot de didactische leeftijd (DL) op het moment van toetsing; - *leerwegondersteunend onderwijs:* onderwijs als bedoeld in artikel 10e van de wet; @@ -35,8 +36,9 @@ In dit besluit wordt verstaan onder: - *Onze Minister:* Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en voor wat betreft het onderwijs op het gebied van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel, Onze Minister van Economische Zaken; - *ouders:* ouders, voogden of verzorgers; - *praktijkonderwijs:* het praktijkonderwijs, bedoeld in artikel 10f van de wet; -- *profiel:* het profiel, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de wet; +- *profiel:* profiel, bedoeld in artikel 10, tweede lid, 10b, tweede lid, 10d, tweede lid, of 12, tweede lid, van de wet; - *profieldeel:* het in artikel 12, vierde lid, onderdeel b, van de wet bedoelde onderdeel van het profiel; +- *profielvak:* profielvak als bedoeld in artikel 10b, zesde lid, of artikel 10d, zesde lid, van de wet; - *regionaal opleidingscentrum:* een regionaal opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.1. van de Wet educatie en beroepsonderwijs; - *samenwerkingsverband:* samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1 van de wet; - *school:* een school voor vwo, een school voor havo, een school voor mavo, een school voor vbo of een school voor praktijkonderwijs; @@ -117,7 +119,7 @@ Vervallen ### Artikel 8 -Onverminderd het bepaalde in de artikelen 3 en 7 wordt een kandidaat-leerling niet toegelaten tot een school of afdeling, aangewezen op grond van artikel 24, vijfde lid, van de wet, dan nadat het bevoegd gezag zich ervan heeft vergewist dat dit onderwijs voor hem het meest aangewezen is, gelet op de bijzondere aard en doelstelling van het desbetreffende onderwijs. +Onverminderd het bepaalde in de artikelen 3 en 7 wordt een kandidaat-leerling niet toegelaten tot een school of profiel, aangewezen op grond van artikel 24, vijfde lid, van de wet, dan nadat het bevoegd gezag zich ervan heeft vergewist dat dit onderwijs voor hem het meest aangewezen is, gelet op de bijzondere aard en doelstelling van het desbetreffende onderwijs. ### Artikel 9 @@ -361,7 +363,7 @@ b. indien de leerling 3°. voordien buiten Nederland vergelijkbaar onderwijs heeft gevolgd, en 4°. daarbij geen of te weinig onderwijs in de desbetreffende taal of talen heeft gevolgd. -**3.** De leerling die op basis van het eerste lid, geen onderwijs volgt in de Franse taal of Duitse taal, volgt in de sector economie van de basisberoepsgerichte leerweg in plaats hiervan, naar keuze van de leerling, het vak Arabische taal, Turkse taal, Spaanse taal, maatschappijleer II, geschiedenis en staatsinrichting of aardrijkskunde. +**3.** De leerling die op basis van het eerste lid, geen onderwijs volgt in de Franse taal of Duitse taal, volgt in het profiel economie en ondernemen of het profiel horeca, bakkerij en recreatie van de basisberoepsgerichte leerweg in plaats hiervan, naar keuze van de leerling, het vak Arabische taal, Turkse taal, Spaanse taal, maatschappijkunde, geschiedenis en staatsinrichting of aardrijkskunde. ### Artikel 23 @@ -628,52 +630,70 @@ Vervallen ### Artikel 26h -**1.** De afdelingsvakken, bedoeld in artikel 10b, zevende lid, onderdeel a, van de wet, zijn bouwtechniek, metaaltechniek, elektrotechniek, voertuigentechniek, installatietechniek, grafimedia, transport en logistiek, verzorging, uiterlijke verzorging, administratie, handel en verkoop, mode en commercie, consumptief, en landbouw en natuurlijke omgeving. +**1.** + +De profielvakken, bedoeld in artikel 10b, zesde lid, van de wet zijn: + +a. bouwen, wonen en interieur; +b. produceren, installeren en energie; +c. mobiliteit en transport; +d. media, vormgeving en ICT; +e. maritiem en techniek; +f. zorg en welzijn; +g. economie en ondernemen; +h. horeca, bakkerij en recreatie; +i. groen; en +j. dienstverlening en producten. **2.** Het extra vak bedoeld in artikel 10b, negende lid, onderdeel d, van de wet, is Friese taal en cultuur. ### Artikel 26i -**1.** De afdelingsvakken, bedoeld in artikel 10d, zevende lid, onderdeel b, van de wet, zijn de vakken, genoemd in artikel 26h. +**1.** De profielvakken, bedoeld in artikel 10d, zesde lid, van de wet, zijn de vakken, genoemd in artikel 26h, eerste lid. -**2.** In het derde leerjaar volgt de leerling in de gemengde leerweg ten minste onderwijs in zes vakken waarin eindexamen kan worden afgelegd, niet behorend tot het gemeenschappelijk deel. Indien de leerling onderwijs in een derde moderne vreemde taal volgt of heeft gevolgd in enig voorafgaand leerjaar, is het aantal vakken, bedoeld in de eerste volzin, vijf. +**2.** In het derde leerjaar volgt de leerling in de gemengde leerweg ten minste onderwijs in een beroepsgericht programma en vijf algemene vakken waarin eindexamen kan worden afgelegd, niet behorend tot het gemeenschappelijk deel. Indien de leerling onderwijs in een derde moderne vreemde taal volgt of heeft gevolgd in enig voorafgaand leerjaar, is het aantal algemene vakken, bedoeld in de eerste volzin, vier. ### Artikel 26j -**1.** Het bevoegd gezag van een school voor vbo, een scholengemeenschap waarvan ten minste een school voor vbo deel uitmaakt of een agrarisch opleidingscentrum kan een bij ministeriële regeling aangewezen intrasectoraal of intersectoraal programma verzorgen voor zover dat bevoegd gezag gerechtigd is onderwijs te verzorgen in de afdelingen onderliggend aan het bijbehorende intrasectorale of intersectorale programma en overigens wordt voldaan aan het tweede tot en met vierde lid. Bij ministeriële regeling worden de afdelingen, bedoeld in de vorige volzin, aangewezen. +**1.** Bij ministeriële regeling worden beroepsgerichte keuzevakken vastgesteld die deel kunnen uitmaken van het beroepsgerichte programma van leerlingen in de basisberoepsgerichte, kaderberoepsgerichte en gemengde leerweg van het vmbo. -**2.** +**2.** Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat de school voldoende beroepsgerichte keuzevakken verzorgt waar leerlingen uit kunnen kiezen in het kader van hun beroepsgerichte programma. -Een intrasectoraal of intersectoraal programma als bedoeld in het eerste lid wordt niet verzorgd voordat - -a. het bevoegd gezag van het meest nabij gelegen regionaal opleidingencentrum en agrarisch opleidingscentrum heeft verklaard dat het programma in voldoende mate aansluit op het onderwijs dat door de desbetreffende instelling wordt verzorgd, en -b. uit overleg met werkgevers die werkzaam zijn op de regionale arbeidsmarkt is gebleken dat er voor leerlingen die het programma zullen volgen naar verwachting voldoende stageplaatsen beschikbaar zullen zijn. - -**3.** Indien het de gemengde leerweg betreft, kan het bevoegd gezag op iedere vestiging waar afsluitend onderwijs vbo of mavo kan worden verzorgd, een intrasectoraal of intersectoraal programma als bedoeld in het eerste lid verzorgen. - -**4.** Indien het de basisberoepsgerichte leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg betreft kan het bevoegd gezag alleen op de vestigingen waar het onderwijs in de in het eerste lid bedoelde afdelingen daadwerkelijk wordt verzorgd, het bijbehorende intrasectorale of intersectorale programma, bedoeld in het eerste lid, verzorgen. +**3.** Bij zijn keuze welke beroepsgerichte keuzevakken door de school worden verzorgd, consulteert het bevoegd gezag een of meer instellingen voor middelbaar beroepsonderwijs en een of meer regionale arbeidsmarktpartijen. ### Artikel 26k -**1.** Het bevoegd gezag van een school voor vbo, een scholengemeenschap waarvan ten minste een school voor vbo deel uitmaakt of een agrarisch opleidingscentrum kan het intersectorale programma «intersectoraal groen» verzorgen, indien dit is opgenomen in een regionaal plan onderwijsvoorzieningen als bedoeld in artikel 72, tweede lid, van de wet en overigens wordt voldaan aan het tweede tot en met vierde lid. +**1.** In samenwerking met een of meer instellingen voor middelbaar beroepsonderwijs en een of meer regionale arbeidsmarktpartijen kan het bevoegd gezag van een school voor vbo een nieuw beroepsgericht keuzevak ontwikkelen. -**2.** Het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, kan het intersectorale programma «intersectoraal groen» verzorgen indien het gerechtigd is onderwijs te verzorgen in de afdelingen onderliggend aan het programma, dan wel in één van deze afdelingen. In het laatste geval kan het bevoegd gezag het programma slechts verzorgen indien het een samenwerkingsovereenkomst heeft gesloten met het bevoegd gezag van een school voor vbo of van een agrarisch opleidingscentrum dat gerechtigd is onderwijs te verzorgen in de ontbrekende afdeling. Bij ministeriële regeling worden de afdelingen, bedoeld in de eerste volzin, per uitstroomdifferentiatie van het programma aangewezen. +**2.** Het bevoegd gezag stelt de medezeggenschapsraad van de school vooraf op de hoogte van het voornemen tot ontwikkeling van een nieuw beroepsgericht keuzevak. -**3.** De samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in het tweede lid, heeft in elk geval betrekking op de uitwisseling van expertise, de leerlingbegeleiding, de examinering en de vestiging of vestigingen waar het programma zal worden verzorgd. +**3.** Het bevoegd gezag meldt het voornemen tot ontwikkeling van een nieuw beroepsgericht keuzevak zo spoedig mogelijk aan Onze Minister door middel van een bij ministeriële regeling vastgesteld formulier. -**4.** Artikel 26j, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing op het intersectorale programma «intersectoraal groen». In afwijking van artikel 26j, vierde lid, kan het intersectorale programma «intersectoraal groen» verzorgd worden op iedere vestiging waar afsluitend onderwijs vbo in ten minste één van de onderliggende afdelingenkan worden verzorgd, indien het de basisberoepsgerichte leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg betreft. +**4.** Onze Minister brengt binnen zes weken na de melding schriftelijk advies uit over het voornemen. + +**5.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften gegeven worden over de procedure voor het melden van het voornemen tot ontwikkeling van beroepsgerichte keuzevakken. ### Artikel 26l -Vervallen +**1.** Een aanvraag tot goedkeuring van een nieuw ontwikkeld beroepsgericht keuzevak wordt ingediend bij Onze Minister door middel van een bij ministeriële regeling vastgesteld formulier. + +**2.** + +Bij ministeriële regeling worden voorwaarden vastgesteld waaraan nieuwe beroepsgerichte keuzevakken moeten voldoen. Daartoe behoren in elk geval voorwaarden met betrekking tot: + +a. de aard en omvang van het beroepsgerichte keuzevak; +b. de opbouw van de leerstof, gedifferentieerd naar de verschillende leerwegen waarin het beroepsgerichte keuzevak kan worden aangeboden; en +c. de mate waarin het nieuwe beroepsgerichte keuzevak zich onderscheidt van reeds bestaande beroepsgerichte keuzevakken. + +**3.** Onze Minister besluit binnen dertien weken op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid en laat zich daarbij adviseren door een onafhankelijke adviescommissie. + +**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften gegeven worden over de procedure voor het verlenen van goedkeuring aan nieuw ontwikkelde beroepsgerichte keuzevakken. + +**5.** Als Onze Minister de aanvraag inwilligt, neemt hij het nieuwe beroepsgerichte keuzevak uiterlijk met ingang van 1 augustus daaropvolgend op in de regeling, bedoeld in artikel 26j, eerste lid. ### Artikel 26m -Een bevoegd gezag dat een intrasectoraal of intersectoraal programma verzorgt als bedoeld in artikel 26j of artikel 26k, voldoet aan de voorschriften van artikel 10b, eerste lid, van de wet, indien dat programma wordt aangeboden: - -a. in de basisberoepsgerichte leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg, -b. in de basisberoepsgerichte leerweg en het onderwijs in ten minste één van de onderliggende afdelingen wordt aangeboden in de kaderberoepsgerichte leerweg, of -c. in de kaderberoepsgerichte leerweg en het onderwijs in ten minste één van de onderliggende afdelingen wordt aangeboden in de basisberoepsgerichte leerweg. +Vervallen ### Artikel 26n @@ -681,9 +701,9 @@ c. in de kaderberoepsgerichte leerweg en het onderwijs in ten minste één van d **2.** -Het bevoegd gezag kan toestaan dat een ontheffing, verleend voor de eerste twee leerjaren van het volgen van een tweede moderne vreemde taal, tevens geldt als ontheffing voor die taal voor de periode waarin de leerling onderwijs in de kaderberoepsgerichte, theoretische of gemengde leerweg volgt, met dien verstande dat Arabische taal, Turkse taal, Spaanse taal, maatschappijleer II, geschiedenis en staatsinrichting, of aardrijkskunde in de plaats komt van het onderwijs in de taal waarvoor de vrijstelling is verleend. Deze toestemming kan slechts worden verleend ten behoeve van leerlingen die: +Het bevoegd gezag kan toestaan dat een ontheffing, verleend voor de eerste twee leerjaren van het volgen van een tweede moderne vreemde taal, tevens geldt als ontheffing voor die taal voor de periode waarin de leerling onderwijs in de kaderberoepsgerichte, theoretische of gemengde leerweg volgt, met dien verstande dat Arabische taal, Turkse taal, Spaanse taal, maatschappijkunde, geschiedenis en staatsinrichting, of aardrijkskunde in de plaats komt van het onderwijs in de taal waarvoor de vrijstelling is verleend. Deze toestemming kan slechts worden verleend ten behoeve van leerlingen die: -a. op grond van artikel 22, eerste lid, beschikken over een ontheffing en deze ontheffing wordt voortgezet, +a. op grond van artikel 22, tweede lid, beschikken over een ontheffing en deze ontheffing wordt voortgezet, b. in de periode van de eerste twee leerjaren onderwijs in de Arabische taal, de Turkse taal, of Spaanse taal volgden, of c. onderwijs gaan volgen in de basisberoepsgerichte leerweg en die in het schooljaar voorafgaand aan het betrokken schooljaar leerwegondersteunend onderwijs volgden. @@ -701,7 +721,7 @@ c. onderwijs gaan volgen in de basisberoepsgerichte leerweg en die in het school Vervallen -### Paragraaf 4. Toevoeging gemengde leerweg en afdeling landbouw en natuurlijke omgeving in het kader van regionale samenwerking +### Paragraaf 4. Toevoeging gemengde leerweg en profielen in het kader van regionale samenwerking ### Artikel 27 @@ -711,10 +731,14 @@ Vervallen ### Artikel 28 -Een afdeling als bedoeld in artikel 10c, onderdeel d, van de wet kan op grond van artikel 72, derde lid, onderdeel f, van de wet worden toegevoegd aan een school voor vbo indien: +Het profiel groen, bedoeld in artikel 10b, derde lid, onderdeel i, van de wet kan op grond van artikel 72, derde lid, onderdeel f, van de wet worden toegevoegd aan een school voor vbo indien: a. het bevoegd gezag van een agrarisch opleidingscentrum deelneemt aan de desbetreffende regionale samenwerking, of -b. het bevoegd gezag van het agrarisch opleidingscentrum waarvan een vestiging het dichtst gelegen is bij de vestiging waar het onderwijs in de afdeling landbouw en natuurlijke omgeving zal worden verzorgd, heeft verklaard daarmee in te stemmen. +b. het bevoegd gezag van het agrarisch opleidingscentrum waarvan een vestiging het dichtst gelegen is bij de vestiging waar het onderwijs in het profiel groen zal worden verzorgd, heeft verklaard daarmee in te stemmen. + +### Artikel 28a + +Het profiel dienstverlening en producten, bedoeld in artikel 10b, derde lid, onderdeel j, van de wet kan op grond van artikel 72, derde lid, onderdeel g, van de wet worden toegevoegd aan een agrarisch opleidingscentrum indien het onderwijs binnen dat profiel voorbereidend beroepsonderwijs op het gebied van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel betreft. ### Paragraaf 5. Maatschappelijke stage @@ -753,7 +777,7 @@ d. een regeling voor de begeleiding van de leerling bij de stagebieder. ### Artikel 32 -**1.** In het derde en vierde leerjaar kunnen de lessen in afdelingsvakken of intrasectorale of intersectorale programma’s worden besteed aan stage. +**1.** In het derde en vierde leerjaar kunnen de lessen in profielvakken of beroepsgerichte keuzevakken worden besteed aan stage. **2.** Voor een school voor praktijkonderwijs bedraagt het in artikel 10f, vijfde lid, van de wet bedoelde aantal uren stage of arbeidstraining gedurende de cursusduur gemiddeld ten hoogste 50% van het aantal uren waarin onderwijs wordt verzorgd, met dien verstande dat voor leerlingen voor wie de partiële leerplicht nog niet is geëindigd, tot het einde van die leerplicht de stage of arbeidstraining per schoolweek ten hoogste 80% bedraagt van het aantal uren waarin in die week onderwijs wordt verzorgd. @@ -795,35 +819,20 @@ Met het oog op de stage kan het bevoegd gezag ten behoeve van de leerlingen een De inspectie hanteert voor zover van toepassing de volgende indicatoren voor de beoordeling van de leerresultaten: -a. het rendement van de eerste twee leerjaren; -b. het rendement van de overige leerjaren; -c. het gemiddelde cijfer van het centraal examen; -d. het gemiddelde verschil tussen het cijfer van het centraal examen en het cijfer van het schoolexamen. +a. het percentage leerlingen met een onvertraagde studievoortgang in de eerste twee leerjaren; +b. het percentage leerlingen met een onvertraagde studievoortgang in de overige leerjaren; +c. het niveau dat de leerling in het derde leerjaar daadwerkelijk heeft bereikt ten opzichte van het niveau dat de leerling gelet op het schooladvies, bedoeld in artikel 42, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs, naar verwachting in het derde leerjaar zou bereiken; en +d. het gemiddelde cijfer van het centraal examen. **2.** De indicatoren worden onderscheiden naar de in artikel 23a1, eerste lid, van de wet genoemde schoolsoorten en leerwegen. -**3.** +**3.** Bij de bepaling van de leerresultaten, bedoeld in het eerste lid , onder a tot en met d, kan rekening worden gehouden met groepskenmerken en individuele kenmerken van leerlingen, met dien verstande dat in elk geval rekening wordt gehouden met de sociaal-economische situatie van de leerlingen. -De in het eerste lid, onder a, genoemde indicator wordt bepaald door het verschil tussen: - -a. het niveau dat de leerling gelet op het onderwijskundig rapport van de directeur van de basisschool, bedoeld in artikel 42 van de Wet op het primair onderwijs, naar verwachting in het derde leerjaar bereikt, en -b. het niveau dat de leerling daadwerkelijk in dat leerjaar heeft bereikt. - -**4.** De in het eerste lid, onder b, genoemde indicator heeft betrekking op de mate waarin leerlingen in de leerjaren na het tweede leerjaar zonder vertraging of afstroom het diploma hebben behaald. Daarbij wordt een leerling aangemerkt als te zijn bevorderd indien deze aan het eind van het schooljaar is overgegaan naar het volgende leerjaar van dezelfde of een hogere opleiding. - -**5.** De in het eerste lid, onder c, genoemde indicator omvat een naar leerlingaantallen gewogen gemiddeld cijfer over alle vakken of een cluster van vakken. - -**6.** De in het eerste lid, onder d, genoemde indicator omvat het gemiddelde verschil tussen de cijfers van het schoolexamen en het centraal examen over een periode van drie jaren. - -**7.** Bij de bepaling van de leerresultaten, bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met c, kan rekening worden gehouden met de leerlingen die zijn aangewezen op leerwegondersteunend onderwijs. - -**8.** Bij de bepaling van de leerresultaten, bedoeld in het eerste lid , onder b of c, kan rekening worden gehouden met groepskenmerken en individuele kenmerken van leerlingen, met dien verstande dat in elk geval rekening wordt gehouden met de sociaal-economische situatie van de leerlingen. - -**9.** De scores waarop het oordeel over de in het eerste lid, onder a tot en met c, bedoelde indicatoren wordt gebaseerd, kunnen wegens bijzondere omstandigheden worden gecorrigeerd. +**4.** De scores waarop het oordeel over de in het eerste lid, onder a tot en met d, bedoelde indicatoren wordt gebaseerd, kunnen wegens bijzondere omstandigheden worden gecorrigeerd. ### Artikel 37a -Bij ministeriële regeling worden nadere regels gegeven met betrekking tot de berekening van de indicatoren, genoemd in artikel 37, eerste lid, waaronder begrepen de toe te passen correcties, bedoeld in het zevende en achtste lid van dat artikel. Voorts worden bij die regeling regels gegeven met betrekking tot: +Bij ministeriële regeling worden nadere regels gegeven met betrekking tot de berekening van de indicatoren, genoemd in artikel 37, eerste lid, waaronder begrepen de toe te passen correcties, bedoeld in het derde en vierde lid van dat artikel. Voorts worden bij die regeling regels gegeven met betrekking tot: a. de aard en de aantallen gegevens die ten minste nodig zijn voor de toepassing van de indicatoren; b. de normering waarop de inspectie het oordeel voldoende dan wel onvoldoende onderwijsresultaat baseert, na toepassing van de indicatoren;