From 42b0b47e9aeb2b550ce2cfaa5f5f22e684a2d406 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 1 Jul 2004 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2004-07-01 | BWBR0008659 | Huursubsidiewet --- wet/huursubsidiewet/BWBR0008659/README.md | 58 ++++++++++++----------- 1 file changed, 31 insertions(+), 27 deletions(-) diff --git a/wet/huursubsidiewet/BWBR0008659/README.md b/wet/huursubsidiewet/BWBR0008659/README.md index 2a3c353fe71..23f026e1949 100644 --- a/wet/huursubsidiewet/BWBR0008659/README.md +++ b/wet/huursubsidiewet/BWBR0008659/README.md @@ -54,15 +54,15 @@ p. woonwagen: een woonwagen als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder e, van de In deze wet en de bepalingen die daarop berusten wordt onder het gecorrigeerde verzamelinkomen verstaan: het verzamelinkomen, bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001, verminderd met: -a. indien in het peiljaar de zelfstandigenaftrek, bedoeld in artikel 3.76 van de Wet inkomstenbelasting 2001, is toegepast: € 1 355; +a. indien in het peiljaar de zelfstandigenaftrek, bedoeld in artikel 3.76 van de Wet inkomstenbelasting 2001, is toegepast: € 1 355; b. indien in het peiljaar loon wordt genoten: het hoogste van de uit de toepassing van de volgende onderdelen voortvloeiende bedragen: -1°. bij loon uit tegenwoordige dienstbetrekking: 12% van dat loon, maar niet minder dan € 119 en niet meer dan € 1 605; +1°. bij loon uit tegenwoordige dienstbetrekking: 12% van dat loon, maar niet minder dan € 119 en niet meer dan € 1 605; 2°. bij loon uit vroegere dienstbetrekking: € 487; -c. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen kosten van woon-werkverkeer (reiskostenforfait), maar niet meer dan € 939; -d. indien in het kalenderjaar 2000 loon uit dienstbetrekking wordt genoten: het bedrag van de in dat jaar in aanmerking genomen aftrekbare kosten terzake van inkomsten uit arbeid andere dan kosten van woon-werkverkeer, na toepassing van artikel 37, tweede lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, verminderd met 12% van het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking in dat jaar, maar met niet minder dan € 119 en met niet meer dan € 1 605; +c. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen kosten van woon-werkverkeer (reiskostenforfait), maar niet meer dan € 939; +d. indien in het kalenderjaar 2000 loon uit dienstbetrekking wordt genoten: het bedrag van de in dat jaar in aanmerking genomen aftrekbare kosten terzake van inkomsten uit arbeid andere dan kosten van woon-werkverkeer, na toepassing van artikel 37, tweede lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, verminderd met 12% van het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking in dat jaar, maar met niet minder dan € 119 en met niet meer dan € 1 605; e. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen renten van schulden, kosten van geldleningen daaronder begrepen, bedoeld in artikel 45, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964; -f. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen premies voor lijfrenten, maar niet meer dan € 2 804, verminderd met € 1 036, maar niet verder dan tot nihil; indien bij de echtgenoot van degene van wie het gecorrigeerd verzamelinkomen wordt berekend geen premies voor lijfrenten in aanmerking genomen zijn, worden de bedragen van € 2 804 en € 1 036 verhoogd tot € 5 608 respectievelijk € 2 072; +f. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen premies voor lijfrenten, maar niet meer dan € 2 804, verminderd met € 1 036, maar niet verder dan tot nihil; indien bij de echtgenoot van degene van wie het gecorrigeerd verzamelinkomen wordt berekend geen premies voor lijfrenten in aanmerking genomen zijn, worden de bedragen van € 2 804 en € 1 036 verhoogd tot € 5 608 respectievelijk € 2 072; g. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen uitgaven tot voorziening in het levensonderhoud van kinderen en pleegkinderen van 27 jaar en ouder, alsmede andere bloed- en aanverwanten in de rechte lijn of in de tweede graad van de zijlijn, bedoeld in artikel 46, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. **2.** In het eerste lid wordt onder loon verstaan loon in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001. @@ -73,8 +73,8 @@ In deze wet en de bepalingen die daarop berusten wordt onder het gecorrigeerde b a. het hoogste van de uit de toepassing van de volgende onderdelen voortvloeiende bedragen: -1°. bij loon uit tegenwoordige dienstbetrekking: 12% van dat loon, maar niet minder dan € 119 en niet meer dan € 1 605; -2°. bij loon uit vroegere dienstbetrekking: € 487; +1°. bij loon uit tegenwoordige dienstbetrekking: 12% van dat loon, maar niet minder dan € 119 en niet meer dan € 1 605; +2°. bij loon uit vroegere dienstbetrekking: € 487; b. de bedragen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c tot en met g. **4.** De in het eerste lid, onderdelen c tot en met g, en derde lid, onderdeel b, bedoelde correctieposten worden over het peiljaar 2001 voor het geheel in aanmerking genomen, over het peiljaar 2002 voor 2/3 deel en over het peiljaar 2003 voor 1/3 deel. Over het peiljaar 2004 en volgende peiljaren worden deze correctieposten niet meer in aanmerking genomen. @@ -110,7 +110,7 @@ d. meerpersoonsouderenhuishouden: het huishouden van een huurder die samen met e Bij de bepaling van het gezamenlijk inkomen: a. wordt elk persoonlijk inkomen dat negatief is op nul gesteld; -b. wordt het inkomen van een inwonend kind of pleegkind van de huurder of een medebewoner, dat op de peildatum jonger dan 23 jaar is, slechts in beschouwing genomen voor zover het meer dan € 4100 bedraagt. +b. wordt het inkomen van een inwonend kind of pleegkind van de huurder of een medebewoner, dat op de peildatum jonger dan 23 jaar is, slechts in beschouwing genomen voor zover het meer dan € 4100 bedraagt. **3.** @@ -146,9 +146,9 @@ d. in geval van huur van een woonwagen vermeerderd met het bedrag dat verschuldi Als servicekosten als bedoeld in het eerste lid, onder c, worden uitsluitend in aanmerking genomen: -a. kosten voor het in bedrijf zijn van lift-, ventilatie-, hydrofoor- en alarminstallaties, en van verlichting van door de huurder met anderen gemeenschappelijk gebruikte ruimten, met een maximum van € 12 per maand; -b. schoonmaakkosten van de lift en andere gemeenschappelijke ruimten, met een maximum van € 12 per maand; -c. de kosten voor de diensten van een huismeester, met een maximum van € 12 per maand; +a. kosten voor het in bedrijf zijn van lift-, ventilatie-, hydrofoor- en alarminstallaties, en van verlichting van door de huurder met anderen gemeenschappelijk gebruikte ruimten, met een maximum van € 12 per maand; +b. schoonmaakkosten van de lift en andere gemeenschappelijke ruimten, met een maximum van € 12 per maand; +c. de kosten voor de diensten van een huismeester, met een maximum van € 12 per maand; d. kapitaals- en onderhoudskosten van dienstruimten en gemeenschappelijke recreatieruimten, met een maximum van € 12 per maand. **4.** Als de huurder een deel van de woning heeft verhuurd, geldt als rekenhuur het bedrag, berekend overeenkomstig de voorgaande leden, verminderd met 25 procent van dat bedrag. @@ -270,10 +270,10 @@ c. na overschrijding van de bedragen, genoemd in het eerste lid, als over de maa Geen huursubsidie wordt toegekend als het rekeninkomen meer bedraagt dan: -a. € 16 948,69 per 1 juli 2004: € 18 700. bij een eenpersoonshuishouden; -b. € 22 711,70 per 1 juli 2004: € 25 075. bij een meerpersoonshuishouden; -c. € 15 042,81 per 1 juli 2004: € 16 625. bij een eenpersoonsouderenhuishouden; -d. € 19 625,99 per 1 juli 2004: € 21 675. bij een meerpersoonsouderenhuishouden. +a. € 16 948,69 per 1 juli 2004: € 18 700. bij een eenpersoonshuishouden; +b. € 22 711,70 per 1 juli 2004: € 25 075. bij een meerpersoonshuishouden; +c. € 15 042,81 per 1 juli 2004: € 16 625. bij een eenpersoonsouderenhuishouden; +d. € 19 625,99 per 1 juli 2004: € 21 675. bij een meerpersoonsouderenhuishouden. **2.** De in het eerste lid genoemde bedragen worden met ingang van 1 juli van elk jaar aangepast overeenkomstig artikel 27. @@ -283,10 +283,10 @@ d. € 19 625,99 per 1 juli 2004: € 21 675. bij een meerpersoonsouderenhuish Geen huursubsidie wordt toegekend als het rekenvermogen meer bedraagt dan: -a. € 18 378,10 per 1 juli 2004: € 20 300. bij een eenpersoonshuishouden, als de huurder op de laatste dag van het subsidiejaar jonger is dan 65 jaar; +a. € 18 378,10 per 1 juli 2004: € 20 300. bij een eenpersoonshuishouden, als de huurder op de laatste dag van het subsidiejaar jonger is dan 65 jaar; b. het bedrag, genoemd in artikel 5.5, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals dit luidt in het peiljaar, bij een meerpersoonshuishouden, als de huurder en de medebewoners op de laatste dag van het subsidiejaar jonger zijn dan 65 jaar; -c. € 31 424,28 per 1 juli 2004: € 34 725. bij een eenpersoonshuishouden of een eenpersoonsouderenhuishouden als de huurder op de laatste dag van het subsidiejaar 65 jaar of ouder is; -d. € 43 517,52 per 1 juli 2004: € 48 050. bij een meerpersoonshuishouden of een meerpersoonsouderenhuishouden, als de huurder of een medebewoner op de laatste dag van het subsidiejaar 65 jaar of ouder is. +c. € 31 424,28 per 1 juli 2004: € 34 725. bij een eenpersoonshuishouden of een eenpersoonsouderenhuishouden als de huurder op de laatste dag van het subsidiejaar 65 jaar of ouder is; +d. € 43 517,52 per 1 juli 2004: € 48 050. bij een meerpersoonshuishouden of een meerpersoonsouderenhuishouden, als de huurder of een medebewoner op de laatste dag van het subsidiejaar 65 jaar of ouder is. **2.** De in het eerste lid, onder a, c en d, genoemde bedragen worden met ingang van 1 juli van elk jaar aangepast overeenkomstig artikel 27. @@ -296,7 +296,7 @@ d. € 43 517,52 per 1 juli 2004: € 48 050. bij een meerpersoonshuishouden of ### Artikel 16 -**1.** De basishuur is het gedeelte van de rekenhuur dat voor rekening van de huurder blijft. De basishuur is het overeenkomstig de artikelen 17, 18 en 19 berekende bedrag van de normhuur verhoogd met € 12. +**1.** De basishuur is het gedeelte van de rekenhuur dat voor rekening van de huurder blijft. De basishuur is het overeenkomstig de artikelen 17, 18 en 19 berekende bedrag van de normhuur verhoogd met € 12. **2.** Voor de hoogte van de basishuur is het rekeninkomen bepalend. Met het oog hierop worden bij ministeriële regeling de rekeninkomens in inkomensklassen verdeeld en de daarbij behorende basishuren vermeld. @@ -315,7 +315,7 @@ Het minimum-inkomensijkpunt bedraagt, herrekend naar een jaarinkomen in het peil a. voor een eenpersoonshuishouden: de som van de bedragen, bedoeld in de artikelen 21, onder a, en 25, tweede lid, van de Wet werk en bijstand; b. voor een meerpersoonshuishouden: het bedrag, bedoeld in artikel 21, onder c, van de Wet werk en bijstand; c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: het bedrag, bedoeld in artikel 9, tiende lid onder a, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantietoeslag, bedoeld in artikel 29, negende lid onder c, van de Algemene Ouderdomswet, en verder vermeerderd met € 1675; -d. voor een meerpersoonsouderenhuishouden: twee maal het bedrag, bedoeld in artikel 9, tiende lid onder b, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantietoeslag, bedoeld in artikel 29, negende lid onder a, van de Algemene Ouderdomswet, en verder vermeerderd met € 1050. +d. voor een meerpersoonsouderenhuishouden: twee maal het bedrag, bedoeld in artikel 9, tiende lid onder b, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantietoeslag, bedoeld in artikel 29, negende lid onder a, van de Algemene Ouderdomswet, en verder vermeerderd met € 1050. **2.** Bij het minimum-inkomensijkpunt behoort een normhuur van € 166,08 per 1 juli 2004: € 179,61 . @@ -395,7 +395,7 @@ c. het deel van de rekenhuur boven de aftoppingsgrens wordt voor 50 procent gesu ### Artikel 22 -Geen huursubsidie wordt toegekend als deze minder dan € 4 per maand zou bedragen. +Geen huursubsidie wordt toegekend als deze minder dan € 4 per maand zou bedragen. ### Artikel 22a @@ -413,7 +413,7 @@ Vervallen **1.** -Als de rekenhuur gedurende het subsidietijdvak met een bedrag van € 20 of meer wordt gewijzigd, dan wel wordt gewijzigd door een onherroepelijke uitspraak van de huurcommissie of de rechter: +Als de rekenhuur gedurende het subsidietijdvak met een bedrag van € 20 of meer wordt gewijzigd, dan wel wordt gewijzigd door een onherroepelijke uitspraak van de huurcommissie of de rechter: a. wordt de hoogte van de huursubsidie, op aanvraag van de huurder dan wel ambtshalve, aan deze wijziging aangepast met ingang van de eerste dag van de kalendermaand waarover de gewijzigde huurprijs is verschuldigd; b. wordt, als door deze wijziging alsnog aanspraak op huursubsidie ontstaat, op aanvraag van de huurder alsnog huursubsidie toegekend over de resterende volle kalendermaanden van het subsidiejaar, waarbij de eerste dag van die periode als peildatum geldt. @@ -592,7 +592,7 @@ b. de bedragen die zijn genoemd in de artikelen 13, eerste lid, onder b , (maxim Hierbij wordt een correctie aangebracht naar de mate waarin de huurprijsontwikkeling in het voorafgaande subsidiejaar afweek van de verwachtingen waarvan werd uitgegaan bij de eerdere aanpassing van deze bedragen. -**2.** De in het eerste lid onder a genoemde bedragen kunnen, in afwijking van de aanhef van het eerste lid, bij algemene maatregel van bestuur worden aangepast met het percentage waarmee het bedrag, bedoeld in artikel 21, onder c, van de Wet werk en bijstand is aangepast. Indien de bedragen, bedoeld in het eerste lid, onder a, met ingang van 1 juli van enig jaar zijn aangepast op de wijze, bedoeld in het eerste lid, aanhef, en met ingang van 1 juli van het daaropvolgende jaar worden aangepast op de wijze, bedoeld in de eerste volzin, wordt toepassing gegeven aan het eerste lid, tweede volzin. +**2.** De in het eerste lid onder a genoemde bedragen kunnen, in afwijking van de aanhef van het eerste lid, bij algemene maatregel van bestuur worden aangepast met het percentage waarmee het bedrag, bedoeld in artikel 21, onder c, van de Wet werk en bijstand is aangepast. Indien de bedragen, bedoeld in het eerste lid, onder a, met ingang van 1 juli van enig jaar zijn aangepast op de wijze, bedoeld in het eerste lid, aanhef, en met ingang van 1 juli van het daaropvolgende jaar worden aangepast op de wijze, bedoeld in de eerste volzin, wordt toepassing gegeven aan het eerste lid, tweede volzin. **3.** Bij ministeriële regeling worden elk jaar, met ingang van 1 juli, de bedragen genoemd in de artikelen 13, eerste lid, onder a (maximale huurgrens), 14, eerste lid (maximum-inkomensgrens), en 15, eerste lid, onder a, c en d, (maximum-vermogensgrens) aangepast aan de ontwikkeling van de consumentenprijzen (alle huishoudens) in het peiljaar, als in januari volgend op het peiljaar in de Staatscourant bekendgemaakt. De maximum-inkomensgrens kan, naast de aanpassing daarvan volgens de eerste volzin, worden aangepast ter voorkoming van onbedoelde gevolgen van maatregelen met betrekking tot de inkomens boven het minimum-inkomensijkpunt. @@ -752,19 +752,19 @@ Onze Minister kan de uitbetaling van de huursubsidie geheel of gedeeltelijk opsc Onze Minister kan de toekenning herzien, als huursubsidie is toegekend: a. in afwijking van deze wet of de daarop berustende bepalingen, of -b. als gevolg van het niet naleven van de artikelen 30a, vierde lid, of 33, tweede lid. +b. als gevolg van het niet naleven van de artikelen 30a, vierde lid, of 33, tweede lid. **2.** Aan een besluit als bedoeld in het eerste lid kan terugwerkende kracht worden verleend over ten hoogste vijf subsidietijdvakken, voorafgaande aan het lopende subsidietijdvak: a. als de door de huurder of de medebewoners verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn geweest, dat een ander besluit zou zijn genomen indien de juiste of volledige gegevens bij Onze Minister bekend zouden zijn geweest, -b. als de artikelen 30a, vierde lid, of 33, tweede lid, niet worden nageleefd, of. +b. als de artikelen 30a, vierde lid, of 33, tweede lid, niet worden nageleefd, of. c. als de huurder redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat de huursubsidie ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend. **3.** Als het eerste lid toepassing vindt kan de ten onrechte of te veel uitbetaalde huursubsidie van de huurder worden teruggevorderd, of worden verrekend met aanspraken op huursubsidie van de huurder. Onze Minister stelt de hoogte van het terug te vorderen of te verrekenen bedrag en de wijze van terugvordering of verrekening vast. -**4.** Onze Minister kan, als de herziening haar grond vindt in het feit dat het aanvraagformulier, bedoeld in artikel 28, eerste lid, niet naar waarheid is ingevuld, dan wel de artikelen 30a, vierde lid, of 33 niet zijn nageleefd, het terug te vorderen bedrag verhogen met 25 procent, met dien verstande dat deze verhoging niet meer mag bedragen dan € 225 per subsidietijdvak waarover ten onrechte huursubsidie werd genoten. De verhoging kan worden betrokken bij een verrekening als bedoeld in het derde lid. +**4.** Onze Minister kan, als de herziening haar grond vindt in het feit dat het aanvraagformulier, bedoeld in artikel 28, eerste lid, niet naar waarheid is ingevuld, dan wel de artikelen 30a, vierde lid, of 33 niet zijn nageleefd, het terug te vorderen bedrag verhogen met 25 procent, met dien verstande dat deze verhoging niet meer mag bedragen dan € 225 per subsidietijdvak waarover ten onrechte huursubsidie werd genoten. De verhoging kan worden betrokken bij een verrekening als bedoeld in het derde lid. ### Artikel 37 @@ -918,7 +918,7 @@ De Wet individuele huursubsidie wordt ingetrokken. ### Artikel 56 -Indien artikel I, onder B en C, van het bij koninklijke boodschap van 26 juni 1995 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet en enige andere wetten teneinde de aanspraak van vreemdelingen jegens bestuursorganen op verstrekkingen, voorzieningen, uitkeringen, ontheffingen en vergunningen te koppelen aan het rechtmatig verblijf van de vreemdeling in Nederland (*kamerstukken* 24 233) tot wet wordt verheven en in werking treedt: +Indien artikel I, onder B en C, van het bij koninklijke boodschap van 26 juni 1995 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet en enige andere wetten teneinde de aanspraak van vreemdelingen jegens bestuursorganen op verstrekkingen, voorzieningen, uitkeringen, ontheffingen en vergunningen te koppelen aan het rechtmatig verblijf van de vreemdeling in Nederland (*kamerstukken* 24 233) tot wet wordt verheven en in werking treedt: a. met ingang van 1 juli van enig jaar, treedt artikel 10 in werking met ingang van die datum; b. met ingang van een andere datum dan 1 juli, treedt artikel 10 in werking met ingang van de 1 juli die volgt op die datum. @@ -927,6 +927,10 @@ b. met ingang van een andere datum dan 1 juli, treedt artikel 10 in werking met Vervallen +### Artikel 56b + +In afwijking van artikel 13, eerste lid, onderdeel a, aanhef, onderscheidenlijk onderdeel b, van de Huursubsidiewet, zoals die luidden na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel EA, van de wet van 26 januari 2004 tot wijziging van de Huursubsidiewet en enkele andere wetten (introductie van een nieuwe procedure voor huurders die een aanvraag om toekenning van huursubsidie indienen) (Stb. 61), luiden de daarin genoemde bedragen voor het tijdvak dat loopt van 1 juli 2003 tot en met 30 juni 2004: € 585,24 onderscheidenlijk € 317,03. + ### Artikel 57 **1.** Onze Minister brengt jaarlijks verslag uit aan de Staten-Generaal over de werking van deze wet.