2020-07-01 | BWBR0007625 | Wet educatie en beroepsonderwijs
This commit is contained in:
parent
b55009016e
commit
42b593f0f7
1 changed files with 59 additions and 135 deletions
|
|
@ -69,10 +69,10 @@ z. personeel:
|
|||
2. het onder a bedoelde personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld aan de instelling, tenzij het betreft de toepassing van de artikelen 4.1.1, 4.1.2 en 4.1.3, en de toepassing van daarmee verband houdende wettelijke bepalingen;
|
||||
aa. samenwerkingscollege: samenwerkingsverband tussen instellingen dat ertoe strekt onder gezamenlijke verantwoordelijkheid een of meer beroepsopleidingen of opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs te verzorgen, niet zijnde een fusie als bedoeld in artikel 2.1.8;
|
||||
bb. vervallen;
|
||||
cc. meldingsregister relatief verzuim: meldingsregister relatief verzuim als bedoeld in artikel 24h van de Wet op het onderwijstoezicht;
|
||||
dd. basisregister onderwijs: basisregister onderwijs als bedoeld in artikel 24b van de Wet op het onderwijstoezicht;
|
||||
ee. ondernemingsraad: een ondernemingsraad als bedoeld in de Wet op de ondernemingsraden;
|
||||
ff. lerarenregister: lerarenregister als bedoeld in artikel 4.4.1.
|
||||
cc. register onderwijsdeelnemers: register onderwijsdeelnemers als bedoeld in artikel 4 van de Wet register onderwijsdeelnemers;
|
||||
dd. ondernemingsraad: een ondernemingsraad als bedoeld in de Wet op de ondernemingsraden;
|
||||
ee. door verlettering vervallen;
|
||||
ff. lerarenregister: lerarenregister als bedoeld in artikel 4.4.1;
|
||||
gg. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
|
||||
hh. registervoorportaal: registervoorportaal als bedoeld in artikel 4.4.14;
|
||||
ii. basisgegevens: gegevens als bedoeld in artikel 4.4.6, eerste lid, onderdelen a tot en met d.
|
||||
|
|
@ -248,14 +248,14 @@ c. de opleiding niet binnen één jaar na de toewijzing is gestart.
|
|||
|
||||
Voor een andere dan een in artikel 1.1.1, onderdeel b, bedoelde instelling of een instelling zijn voor zover het betreft een beroepsopleiding ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan het eerste lid van overeenkomstige toepassing:
|
||||
|
||||
a. de artikelen 2.5.5a, eerste, tweede, vijfde tot en met zevende, en negende tot en met twaalfde lid, met dien verstande dat van de gegevens, bedoeld in artikel 2.5.5a, tweede lid, uitsluitend worden verstrekt de gegevens, bedoeld in de onderdelen a tot en met d, h tot en met j, l en o tot en met t, van dat lid;
|
||||
b. artikel 2.5.5b;
|
||||
c. artikel 2.5.5c, eerste en derde lid, met dien verstande dat artikel 2.5.5c, eerste lid, onderdeel a, wordt gelezen als: Onze Minister voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de beleidsvoorbereiding;
|
||||
d. artikel 2.5.5e;
|
||||
e. de artikelen 8.1.1a, 8.1.8 en 8.1.8a; en
|
||||
f. de artikelen 8.3.1 tot en met 8.3.3.
|
||||
a. artikel 2.5.5a, eerste, vijfde, zesde en negende tot en met twaalfde lid;
|
||||
b. artikel 2.5.5e;
|
||||
c. de artikelen 8.1.1a, 8.1.8 en 8.1.8a; en
|
||||
d. de artikelen 8.3.1 tot en met 8.3.3.
|
||||
|
||||
**11.** Voor een beroepsopleiding als bedoeld in de aanhef van het tiende lid kan bij ministeriële regeling een nadere specificatie worden gegeven van de gegevens, bedoeld in artikel 2.5.5a, tweede lid, voor zover dat lid van overeenkomstige toepassing is verklaard in het tiende lid, onderdeel a, en worden bepaald welke van die gegevens niet langer behoeven te worden verstrekt. Bij ministeriële regeling kunnen voorts regels worden gesteld omtrent de tijdstippen en de wijze van verstrekking van die gegevens. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ter uitvoering van artikel 2.5.5c, eerste en derde lid, voor zover die leden van overeenkomstige toepassing zijn verklaard in het tiende lid, onderdeel c, in ieder geval omtrent de inhoud en de samenstelling van die gegevens, de wijze waarop de gegevens uit het basisregister onderwijs worden verstrekt, de tijdstippen waarop de gegevens worden verstrekt, en de perioden waarop de gegevens betrekking hebben.
|
||||
### Artikel 1.4.2
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Titel 4a. Andere instellingen die een opleiding educatie verzorgen
|
||||
|
||||
|
|
@ -277,18 +277,14 @@ f. de artikelen 8.3.1 tot en met 8.3.3.
|
|||
|
||||
**8.**
|
||||
|
||||
Voor een andere dan een in artikel 1.1.1, onderdeel b, bedoelde instelling of een instelling zijn voor zover het betreft een opleiding educatie als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a, ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan het eerste lid van overeenkomstige toepassing:
|
||||
Voor een andere dan een in artikel 1.1.1, onderdeel b, bedoelde instelling of een instelling zijn voor zover het betreft een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan het eerste lid van overeenkomstige toepassing:
|
||||
|
||||
a. artikel 2.3.6a, eerste, tweede, vierde, vijfde, en zevende tot en met negende lid, met dien verstande dat van de gegevens, bedoeld in artikel 2.3.6a, tweede lid, uitsluitend worden verstrekt de gegevens, bedoeld in de onderdelen a tot en met c, e tot en met i, en k tot en met m, waarbij onderdeel g wordt gelezen als: het uitstroomniveau of het behaalde diploma en de datum waarop het diploma is behaald;
|
||||
b. artikel 2.3.6b;
|
||||
c. artikel 2.3.6c, eerste en tweede lid, met dien verstande dat artikel 2.3.6c, eerste lid, onderdeel a, wordt gelezen als: Onze Minister voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de beleidsvoorbereiding;
|
||||
d. artikel 2.3.6d;
|
||||
e. de artikelen 8.1.1a, 8.1.8 en 8.1.8a; en
|
||||
f. de artikelen 8.3.1 tot en met 8.3.3.
|
||||
a. artikel 2.3.6a, eerste, vierde en zevende tot en met negende lid;
|
||||
b. artikel 2.3.6d;
|
||||
c. de artikelen 8.1.1a, 8.1.8 en 8.1.8a; en
|
||||
d. de artikelen 8.3.1 tot en met 8.3.3.
|
||||
|
||||
**9.** Voor een opleiding educatie als bedoeld in de aanhef van het achtste lid kan bij ministeriële regeling een nadere specificatie worden gegeven van de gegevens, bedoeld in artikel 2.3.6a, tweede lid, voor zover dat lid van overeenkomstige toepassing is verklaard in het achtste lid, onderdeel a, en worden bepaald welke van die gegevens niet langer behoeven te worden verstrekt. Bij ministeriële regeling kunnen voorts regels worden gesteld omtrent de tijdstippen en de wijze van verstrekking van die gegevens. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ter uitvoering van artikel 2.3.6c, eerste en tweede lid, voor zover die leden van overeenkomstige toepassing zijn verklaard in het achtste lid, onderdeel c, in ieder geval omtrent de inhoud en de samenstelling van die gegevens, de wijze waarop de gegevens uit het basisregister onderwijs worden verstrekt, de tijdstippen waarop de gegevens worden verstrekt, en de perioden waarop de gegevens betrekking hebben.
|
||||
|
||||
**10.** Artikel 1.3.9 is van overeenkomstige toepassing op instellingen als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
**9.** Artikel 1.3.9 is van overeenkomstige toepassing op instellingen als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.4a.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -706,31 +702,13 @@ b. de betaling van de uitkering, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, indien he
|
|||
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag kan het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs gebruiken in het verkeer met de deelnemer op wie het nummer betrekking heeft.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** Vervallen.
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag verstrekt het persoonsgebonden nummer van iedere deelnemer aan een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs aan Onze Minister, tezamen de volgende gegevens van de deelnemer:
|
||||
|
||||
a. geslacht, geboortedatum en postcode van de woonplaats;
|
||||
b. de datum van inschrijving of einde inschrijving;
|
||||
c. de opleiding;
|
||||
d. de hoogste vooropleiding;
|
||||
e. het programma voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vakken);
|
||||
f. de behaalde certificaten en de data waarop de certificaten zijn behaald, alsmede de vakken waarin examen is afgelegd, de cijfers van het schoolexamen en het centraal examen, de eindcijfers en de uitslag van het eindexamen of het deeleindexamen;
|
||||
g. het uitstroomniveau of het behaalde diploma en de datum waarop het diploma is behaald alsmede, voor zover het Nederlands als tweede taal (NT2) betreft, het startniveau;
|
||||
h. het registratienummer van de instelling;
|
||||
i. indien van toepassing het volgen van de opleiding in voltijd of deeltijd;
|
||||
j. indien van toepassing het zijn van examendeelnemer;
|
||||
k. het aantal uren per week dat onderwijs wordt gevolgd aan de instelling;
|
||||
l. indien van toepassing de reden van het uitstromen;
|
||||
m. de locatie waar het onderwijs wordt gevolgd;
|
||||
n. indien van toepassing het samenwerkingscollege waar het onderwijs wordt gevolgd, en
|
||||
o. indien van toepassing op de deelnemer en voor zover de instelling dat wenst een organisatorische eenheid, bedoeld in artikel 9.1.7, eerste lid, onderdeel c, waarbinnen de deelnemer zijn opleiding voortgezet algemeen volwassenonderwijs volgt.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kan een nadere specificatie worden gegeven van de gegevens, bedoeld in het tweede en vijfde lid, en kan worden bepaald welke van de gegevens, bedoeld in het tweede en vijfde lid, niet langer behoeven te worden verstrekt. Bij ministeriële regeling kunnen voorts regels worden gesteld omtrent de tijdstippen en de wijze van verstrekking van de gegevens, bedoeld in het tweede en vijfde lid.
|
||||
**3.** Vervallen.
|
||||
|
||||
**4.** Het bevoegd gezag gebruikt bij de opgave aan burgemeester en wethouders, bedoeld in artikel 8.0.2, eerste lid, en artikel 8.1.8, eerste lid, het persoonsgebonden nummer van de betrokkene.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de gegevens over de nationaliteit van de deelnemer niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen worden deze gegevens door het bevoegd gezag verstrekt aan Onze Minister.
|
||||
**5.** Vervallen.
|
||||
|
||||
**6.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een opleiding in het kader van de uitvoering van subsidieregelingen van het Europees Sociaal Fonds.
|
||||
|
||||
|
|
@ -754,26 +732,11 @@ Daarbij worden in ieder geval de categorieën van ontvangers van dit andere pseu
|
|||
|
||||
### Artikel 2.3.6b
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister neemt de door het bevoegd gezag verstrekte persoonsgebonden nummers en andere gegevens, bedoeld in artikel 2.3.6a, tweede en vijfde lid, op in het basisregister onderwijs, nadat zij deze gegevens heeft getoetst op juistheid en volledigheid. Onze Minister verstrekt de gegevens, inclusief de gegevens, bedoeld in artikel 24c, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op het onderwijstoezicht, zoals zij voornemens is die gegevens in het basisregister onderwijs op te nemen, aan het bevoegd gezag. Onze Minister kan de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens uitsluitend met instemming van het bevoegd gezag wijzigen.
|
||||
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag verstrekt Onze Minister alle inlichtingen die zij nodig acht voor de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid. Het bevoegd gezag werkt eraan mee dat de in het basisregister onderwijs opgenomen gegevens juist en volledig zijn.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3.6c
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Gegevens inzake voortgezet algemeen volwassenenonderwijs uit het basisregister onderwijs kunnen worden gebruikt door:
|
||||
|
||||
a. Onze Minister voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de begrotings- en beleidsvoorbereiding en voor zover het betreft opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, de bekostiging van instellingen;
|
||||
b. de inspectie voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor het uitoefenen van het toezicht op het onderwijs.
|
||||
|
||||
**2.** Voor zover de door het bevoegd gezag op grond van artikel 2.3.6a verstrekte gegevens naar het oordeel van Onze Minister onjuist of onvolledig zijn, kan Onze Minister ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs van deze gegevens afwijken, in welk geval de door Onze Minister vastgestelde gewijzigde gegevens worden opgenomen in het basisregister onderwijs, nadat het desbetreffende besluit tot vaststelling van de bekostiging onherroepelijk is geworden.
|
||||
|
||||
**3.** Bij het gebruik, bedoeld in het eerste lid, kunnen persoonsgegevens worden verwerkt, indien dat noodzakelijk is voor de in het eerste lid genoemde doelen, onverminderd de verplichting voor de verwerkingsverantwoordelijke om passende technische en organisatorische maatregelen te treffen als bedoeld in artikel 25 van de Algemene verordening gegevensbescherming.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ter uitvoering van het eerste en derde lid, in ieder geval omtrent de inhoud en de samenstelling van de desbetreffende gegevens, de wijze waarop de gegevens uit het basisregister onderwijs worden verstrekt, de tijdstippen waarop de gegevens worden verstrekt en de perioden waarop de gegevens betrekking hebben.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister kan, voor zover het betreft opleidingen voortgezet algemeen volwassenen onderwijs, in het verkeer met het bevoegd gezag ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging het persoonsgebonden nummer gebruiken. In afwijking van het vierde lid wordt bij algemene maatregel van bestuur bepaald welke overige gegevens uit het basisregister onderwijs tezamen met het persoonsgebonden nummer hiervoor kunnen worden gebruikt.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3.6d
|
||||
|
||||
|
|
@ -781,7 +744,7 @@ Onverminderd het overigens bij of krachtens de wet bepaalde omtrent het gebruik
|
|||
|
||||
a. de registratie van gegevens van voortijdige schoolverlaters, bedoeld in artikel 8.3.2, eerste lid, eerste volzin;
|
||||
b. het systeem van doorverwijzing van voortijdige schoolverlaters naar onderwijs of arbeidsmarkt, bedoeld in artikel 8.3.2, eerste lid, tweede en derde volzin;
|
||||
c. verwerking van de gegevens, bedoeld in artikel 24f, derde en vierde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht en in artikel 8.1.8a, vierde lid, bij de registraties, bedoeld in onderdeel a, en het systeem van doorverwijzing, bedoeld in onderdeel b.
|
||||
c. verwerking van de gegevens, bedoeld in artikel 21, eerste en derde lid, van de Wet register onderwijsdeelnemers, bij de registraties, bedoeld in onderdeel a, en het systeem van doorverwijzing, bedoeld in onderdeel b.
|
||||
|
||||
### Titel 4. Subsidie Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven
|
||||
|
||||
|
|
@ -867,41 +830,17 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag kan het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding gebruiken in het verkeer met de deelnemer op wie het nummer betrekking heeft, of, indien de deelnemer minderjarig is, met de ouders, voogden of verzorgers van deze deelnemer.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** Vervallen.
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag verstrekt het persoonsgebonden nummer van iedere deelnemer aan een beroepsopleiding aan Onze Minister, tezamen met de volgende gegevens van de deelnemer:
|
||||
**3.** Vervallen.
|
||||
|
||||
a. geslacht, geboortedatum en postcode van de woonplaats;
|
||||
b. de datum van inschrijving of van de wijziging of beëindiging daarvan;
|
||||
c. de code, bedoeld in artikel 6.4.1, tweede lid, onder a, van het opleidingsdomein, het kwalificatiedossier of de kwalificatie waarvoor de deelnemer is ingeschreven en bij inschrijving voor een opleidingsdomein of een kwalificatiedossier het niveau, bedoeld in artikel 7.2.2, derde lid, van de beroepsopleiding;
|
||||
d. de leerweg;
|
||||
e. het al dan niet hebben van een handicap of chronische ziekte die extra ondersteuning vraagt van de instelling;
|
||||
f. de hoogste vooropleiding;
|
||||
g. vervallen;
|
||||
h. het uitstroomniveau of het behaalde diploma of certificaat, de datum waarop het diploma of certificaat is behaald en de cijfers of het eindcijfer van bij ministeriële regeling aan te wijzen examenonderdelen;
|
||||
i. de omvang van beroepspraktijkvorming, de datum van begin en einde daarvan, de afsluitdatum van de beroepspraktijkvormingsovereenkomst, het betrokken bedrijf dat of de betrokken organisatie die de beroepspraktijkvorming verzorgt en het opleidingsdomein, het kwalificatiedossier, de kwalificatie of het keuzedeel waarop de beroepspraktijkvorming is gebaseerd;
|
||||
j. het registratienummer van de instelling;
|
||||
k. vervallen;
|
||||
l. het volgen van de opleiding in voltijd of deeltijd;
|
||||
m. indien van toepassing het zijn van examendeelnemer;
|
||||
n. het al dan niet voor bekostiging in aanmerking komen van de deelnemer of het diploma;
|
||||
o. indien van toepassing de reden van het uitstromen;
|
||||
p. de locatie waar het onderwijs wordt gevolgd;
|
||||
q. de keuzedelen waarin examen is afgelegd en die met goed gevolg zijn afgesloten alsmede de datum waarop de keuzedelen met goed gevolg zijn afgesloten;
|
||||
r. de keuzedelen waarin examen is afgelegd en die niet met goed gevolg zijn afgesloten, alsmede de datum van de beëindiging van de inschrijving;
|
||||
s. de onderdelen van een kwalificatie en de keuzedelen waarvoor toepassing is gegeven aan artikel 7.2.3, eerste lid, en die met goed gevolg zijn afgesloten;
|
||||
t. indien van toepassing het samenwerkingscollege waar het onderwijs wordt gevolgd, en
|
||||
u. indien van toepassing op de deelnemer en voor zover de instelling dat wenst een organisatorische eenheid, bedoeld in artikel 9.1.7, eerste lid, onderdeel c, waarbinnen de deelnemer zijn beroepsopleiding volgt.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kan een nadere specificatie worden gegeven van de gegevens, bedoeld in het tweede en zevende lid, en kan worden bepaald welke van de gegevens, bedoeld in het tweede en zevende lid, niet langer behoeven te worden verstrekt. Bij ministeriële regeling kunnen voorts regels worden gesteld omtrent de tijdstippen en de wijze van verstrekking van de gegevens, bedoeld in het tweede en zevende lid.
|
||||
|
||||
**4.** Het bevoegd gezag kan het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding, al dan niet tezamen met een of meer van de gegevens, bedoeld in het tweede en zevende lid, gebruiken in het verkeer met Onze Minister ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging van de instelling.
|
||||
**4.** Het bevoegd gezag kan het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding, al dan niet tezamen met een of meer van de gegevens, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Wet register onderwijsdeelnemers, gebruiken in het verkeer met Onze Minister ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging van de instelling.
|
||||
|
||||
**5.** Het bevoegd gezag en het hoofd, bedoeld in artikel 1, onder d, van de Leerplichtwet 1969, gebruiken het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding in contacten met een gemeente in het kader van de Leerplichtwet 1969, tezamen met de gegevens die noodzakelijk zijn voor het toezicht op de naleving van die wet door de gemeente.
|
||||
|
||||
**6.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van de betrokkene bij de opgave, bedoeld in artikel 8.0.3, derde en vierde lid, en bij de opgave, bedoeld in artikel 8.1.8, eerste lid.
|
||||
|
||||
**7.** Indien de gegevens over de nationaliteit van de deelnemer niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen worden deze gegevens door het bevoegd gezag verstrekt aan Onze Minister.
|
||||
**7.** Vervallen.
|
||||
|
||||
**8.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding in het kader van de uitvoering van subsidieregelingen van het Europees Sociaal Fonds.
|
||||
|
||||
|
|
@ -927,30 +866,11 @@ Daarbij worden in ieder geval de categorieën van ontvangers van dit andere pseu
|
|||
|
||||
### Artikel 2.5.5b
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister neemt de door het bevoegd gezag verstrekte persoonsgebonden nummers en andere gegevens, bedoeld in artikel 2.5.5a, tweede en zevende lid, op in het basisregister onderwijs, nadat hij deze gegevens heeft getoetst op juistheid en volledigheid. Onze Minister verstrekt de gegevens, inclusief de gegevens, bedoeld in artikel 24c, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op het onderwijstoezicht, zoals hij voornemens is die gegevens in het basisregister onderwijs op te nemen, aan het bevoegd gezag. Onverminderd artikel 2.5.5c, tweede lid, kan Onze Minister de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens uitsluitend met instemming van het bevoegd gezag wijzigen.
|
||||
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag verstrekt Onze Minister alle inlichtingen die hij nodig acht voor de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid. Het bevoegd gezag werkt eraan mee dat de in het basisregister onderwijs opgenomen gegevens juist en volledig zijn.
|
||||
|
||||
**3.** Indien Onze Minister naar aanleiding van de toetsing, bedoeld in het eerste lid, redenen heeft om aan te nemen dat een bevoegd gezag in strijd handelt of heeft gehandeld met het bepaalde bij of krachtens deze wet en een onderzoek daarnaar door de inspectie nodig acht, verstrekt Onze Minister ten behoeve van dit onderzoek de persoonsgebonden nummers en andere gegevens van deelnemers aan een beroepsopleiding aan de inspectie. De inspectie meldt de uitkomst van het onderzoek aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister en de inspectie verstrekken ter uitvoering van artikel 107, vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 geen gegevens die zij op grond van het derde lid hebben ontvangen, tenzij deze gegevens noodzakelijk zijn voor nakoming van verplichtingen als referent in de zin van die wet dan wel voor het toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften met betrekking tot referenten in de zin van die wet.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5.5c
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Gegevens inzake beroepsonderwijs uit het basisregister onderwijs kunnen worden gebruikt door:
|
||||
|
||||
a. Onze Minister voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de bekostiging van instellingen en de begrotings- en beleidsvoorbereiding;
|
||||
b. de inspectie voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor het uitoefenen van het toezicht op het onderwijs.
|
||||
|
||||
**2.** Voor zover de door het bevoegd gezag op grond van artikel 2.5.5a verstrekte gegevens naar het oordeel van Onze Minister onjuist of onvolledig zijn, kan Onze Minister ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging van deze gegevens afwijken, in welk geval de door Onze Minister vastgestelde gewijzigde gegevens worden opgenomen in het basisregister onderwijs, nadat het desbetreffende besluit tot vaststelling van de bekostiging onherroepelijk is geworden.
|
||||
|
||||
**3.** Bij het gebruik, bedoeld in het eerste lid, kunnen persoonsgegevens worden verwerkt, indien dat noodzakelijk is voor de in het eerste lid genoemde doelen, onverminderd de verplichting voor de verwerkingsverantwoordelijke om passende technische en organisatorische maatregelen te treffen als bedoeld in artikel 25 van de Algemene verordening gegevensbescherming.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ter uitvoering van het eerste en derde lid, in ieder geval omtrent de inhoud en de samenstelling van de desbetreffende gegevens, de wijze waarop de gegevens uit het basisregister onderwijs worden verstrekt, de tijdstippen waarop de gegevens worden verstrekt en de perioden waarop de gegevens betrekking hebben.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister kan in het verkeer met het bevoegd gezag ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging het persoonsgebonden nummer gebruiken. In afwijking van het vierde lid wordt bij algemene maatregel van bestuur bepaald welke overige gegevens uit het basisregister onderwijs tezamen met het persoonsgebonden nummer hiervoor kunnen worden gebruikt.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5.5d
|
||||
|
||||
|
|
@ -963,7 +883,7 @@ Onverminderd het overigens bij of krachtens de wet bepaalde omtrent het gebruik
|
|||
a. een registratie van leerplichtige jongeren in het belang van het toezicht op de naleving van de Leerplichtwet 1969;
|
||||
b. de registratie van gegevens van voortijdige schoolverlaters, bedoeld in artikel 8.3.2, eerste lid, eerste volzin;
|
||||
c. het systeem van doorverwijzing van voortijdige schoolverlaters naar onderwijs of arbeidsmarkt, bedoeld in artikel 8.3.2, eerste lid, tweede en derde volzin;
|
||||
d. verwerking van de gegevens, bedoeld in artikel 24f, derde en vierde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht en in artikel 8.1.8a, vierde lid, bij de registraties, bedoeld in de onderdelen a en b, en het systeem van doorverwijzing, bedoeld in onderdeel c.
|
||||
d. verwerking van de gegevens, bedoeld in artikel 21, eerste en derde lid, van de Wet register onderwijsdeelnemers, bij de registraties, bedoeld in de onderdelen a en b, en het systeem van doorverwijzing, bedoeld in onderdeel c.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5.6
|
||||
|
||||
|
|
@ -1650,6 +1570,10 @@ c. in het Centraal register wordt geregistreerd dat de rechten, genoemd in artik
|
|||
|
||||
**2.** Onze Minister kan zich bij de toepassing van de beleidsregels laten adviseren door een onafhankelijke adviescommissie.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.1.4b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 6.1.5
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -1700,13 +1624,17 @@ Vervallen
|
|||
Onze Minister kan ten aanzien van een beroepsopleiding in de beroepsopleidende of beroepsbegeleidende leerweg, verzorgd door een niet uit ’s Rijks kas bekostigde instelling, het recht, bedoeld in artikel 1.4.1, ontnemen indien
|
||||
|
||||
a. gebleken is dat de kwaliteit van die opleiding langer dan één jaar onvoldoende is geweest,
|
||||
b. niet of niet meer voldaan wordt aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 1.4.1, eerste lid, of aan artikel 1.4.1, tiende lid, onderdelen a tot en met e, of
|
||||
b. niet of niet meer voldaan wordt aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 1.4.1, eerste lid, aan artikel 1.4.1, zesde lid, onderdelen a tot en met c, of aan de leveringsverplichting, bedoeld in artikel 12, eerste, derde en vierde lid, van de Wet register onderwijsdeelnemers, of
|
||||
c. in strijd is gehandeld met artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
**2.** Een beschikking op grond van het eerste lid houdt in dat aan de examens of onderdelen daarvan geen diploma als bedoeld in artikel 7.4.6 of certificaat als bedoeld in artikel 7.2.3 is verbonden en dat de registratie in het Centraal register wordt beëindigd.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een beroepsopleiding in een andere leerweg als bedoeld in artikel 1.4.1, lid 1a.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.2.2a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 6.2.3
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -2698,29 +2626,7 @@ c. die bij de instelling wordt verwijderd.
|
|||
|
||||
### Artikel 8.1.8a
|
||||
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag doet onverwijld opgave aan Onze Minister van de gegevens van degene die voldoet aan artikel 8.1.8, eerste lid, onderdelen a en b, en die het onderwijs of het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs aan de instelling gedurende een aaneengesloten periode van ten minste vier weken of een door het bevoegd gezag te bepalen kortere periode zonder geldige reden niet meer volgt.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister neemt de op grond van dit artikel door het bevoegd gezag verstrekte gegevens op in het meldingsregister relatief verzuim.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister bericht burgemeester en wethouders van de gemeente waar de betrokkene woon- of verblijfplaats heeft onverwijld na ontvangst van de opgave, bedoeld in het eerste lid, dat een zodanige opgave heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister verstrekt uit het meldingsregister relatief verzuim aan het betrokken bevoegd gezag en aan burgemeester en wethouders van de gemeente waar de betrokkene woon- of verblijfplaats heeft de ter zake van die betrokkene geregistreerde gegevens.
|
||||
|
||||
**5.** Burgemeester en wethouders van de gemeente waar de betrokkene woon- of verblijfplaats heeft melden aan Onze Minister telkens de status van de behandeling van de ter zake van de betrokkene gedane opgave, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister neemt de op grond van dit artikel door burgemeester en wethouders verstrekte gegevens op in het meldingsregister relatief verzuim.
|
||||
|
||||
**7.** Het betrokken bevoegd gezag en burgemeester en wethouders van de gemeente waar de betrokkene woon- of verblijfplaats heeft, zijn bevoegd het meldingsregister relatief verzuim te raadplegen voor zover het betreft de ter zake van die betrokkene geregistreerde gegevens.
|
||||
|
||||
**8.** Het bevoegd gezag kan de gegevens, bedoeld in het eerste lid, verstrekken aan burgemeester en wethouders van de gemeente waar de betrokkene woon- of verblijfplaats heeft.
|
||||
|
||||
**9.** Bij de verwerking van gegevens, bedoeld in dit artikel, wordt het persoonsgebonden nummer van de betrokkene gebruikt.
|
||||
|
||||
**10.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze van de verstrekking van gegevens op grond van het eerste en vijfde lid en wordt een nadere specificatie gegeven van de gegevens die op grond van het eerste en vijfde lid worden verstrekt.
|
||||
|
||||
**11.** De gegevens die worden verstrekt op grond van het eerste lid kunnen gegevens over gezondheid, gegevens waaruit religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen blijken en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.1 onderscheidenlijk paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming omvatten, voor zover deze persoonsgegevens noodzakelijk zijn met het oog op de informatieverstrekking over de achtergronden van het verzuim.
|
||||
|
||||
**12.** Op verzoek van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de betrokkene woon- of verblijfplaats heeft, komen hun rechten en verplichtingen als bedoeld in dit artikel toe aan burgemeester en wethouders van de contactgemeente, bedoeld in artikel 8.3.2, derde lid.
|
||||
Indien degene die voldoet aan artikel 8.1.8, eerste lid, onderdelen a en b, het onderwijs of het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs aan de instelling gedurende een aaneengesloten periode van ten minste vier weken of een door het bevoegd gezag te bepalen kortere periode zonder geldige reden niet meer volgt, ontstaat voor het bevoegd gezag de leveringsverplichting, bedoeld in artikel 12, derde lid, van de Wet register onderwijsdeelnemers.
|
||||
|
||||
### Titel 2. Vooropleidingseisen
|
||||
|
||||
|
|
@ -2797,7 +2703,7 @@ b. die niet meer aan een instelling is ingeschreven en evenmin is ingeschreven a
|
|||
|
||||
### Artikel 8.3.2
|
||||
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders dragen zorg voor registratie van de gegevens die het bevoegd gezag ingevolge artikel 8.1.8 heeft gemeld of waarover zij op grond van artikel 8.1.8a of op grond van artikel 24f, derde en vierde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht beschikken. Burgemeester en wethouders dragen bovendien zorg voor een systeem van doorverwijzing naar onderwijs of arbeidsmarkt van de in artikel 8.3.1 bedoelde voortijdige schoolverlaters en voor het onderhoud van dit systeem. Het systeem heeft mede betrekking op de gegevens waarover de gemeente beschikt in het kader van de uitvoering van de Leerplichtwet 1969. Burgemeester en wethouders volgen de deelname aan onderwijs en arbeidsmarkt van de personen, bedoeld in artikel 8.3.1, tweede lid, die de leeftijd van 23 jaren nog niet hebben bereikt. Voor de uitvoering van de eerste, tweede en vierde volzin kunnen bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden vastgesteld.
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders dragen zorg voor registratie van de gegevens die het bevoegd gezag ingevolge artikel 8.1.8 heeft gemeld of waarover zij op grond van artikel 21, eerste en derde lid, van de Wet register onderwijsdeelnemers beschikken. Burgemeester en wethouders dragen bovendien zorg voor een systeem van doorverwijzing naar onderwijs of arbeidsmarkt van de in artikel 8.3.1 bedoelde voortijdige schoolverlaters en voor het onderhoud van dit systeem. Het systeem heeft mede betrekking op de gegevens waarover de gemeente beschikt in het kader van de uitvoering van de Leerplichtwet 1969. Burgemeester en wethouders volgen de deelname aan onderwijs en arbeidsmarkt van de personen, bedoeld in artikel 8.3.1, tweede lid, die de leeftijd van 23 jaren nog niet hebben bereikt. Voor de uitvoering van de eerste, tweede en vierde volzin kunnen bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de vervulling van hun in het eerste lid bedoelde taken werken de colleges van burgemeester en wethouders samen binnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde regio's. Zij maken tevens afspraken met instellingen, scholen als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs, scholen en instellingen als bedoeld in de Wet op de expertisecentra en organisaties die zijn betrokken bij het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2859,6 +2765,10 @@ Het bevoegd gezag neemt deel aan het overleg, bedoeld in artikel 17a, negende li
|
|||
|
||||
**2.** Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, voldoet aan artikel 10b9 van de Wet op het voorgezet onderwijs.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.4.3
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Titel 5
|
||||
|
||||
### Artikel 8.5.1
|
||||
|
|
@ -2873,6 +2783,16 @@ Het bevoegd gezag neemt deel aan het overleg, bedoeld in artikel 17a, negende li
|
|||
|
||||
**2.** Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, voldoet aan artikel 10b9, eerste en tweede lid, van de Wet op de voortgezet onderwijs.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.5.3
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 8.5.4
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Titel 5a. Doorlopende leerroute vmbo-mbo
|
||||
|
||||
### Titel 6. Samenwerking tussen uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
|
||||
|
||||
### Artikel 8.6.1
|
||||
|
|
@ -3699,6 +3619,10 @@ Onze Minister brengt voor 1 januari 2002 verslag uit over de werking van deze we
|
|||
|
||||
Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Wet van 29 november 2017 tot wijziging van diverse onderwijswetten in verband met het pseudonimiseren van het persoonsgebonden nummer van een onderwijsdeelnemer ten behoeve van het bieden van voorzieningen in het kader van het onderwijs en de begeleiding van onderwijsdeelnemers (Stb. 508) aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en effecten van de artikelen 2.3.6a, negende tot en met twaalfde lid, en 2.5.5a, twaalfde tot en met vijftiende lid, in de praktijk.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.5.1b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 12.5.2
|
||||
|
||||
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1996, met uitzondering van:
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue