2017-03-01 | BWBR0016664 | Overleveringswet

This commit is contained in:
Coornhert 2017-03-01 12:00:00 +00:00
parent 03505f7f54
commit 42bed480a7

View file

@ -212,7 +212,7 @@ Op basis van een signalering als bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, kan
### Artikel 16
Een vreemdeling die op grond van artikel 54, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering is aangehouden, kan op bevel van de officier of hulpofficier van justitie in het arrondissement waar hij werd aangehouden worden opgehouden, indien gegronde redenen bestaan voor de verwachting dat te zijnen aanzien onverwijld een signalering als bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, zal worden gedaan dan wel een Europees aanhoudingsbevel zal worden ontvangen. Artikel 61, eerste en derde lid, van dat wetboek is van overeenkomstige toepassing.
Een vreemdeling die op grond van artikel 54, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering is aangehouden, kan op bevel van de officier of hulpofficier van justitie in het arrondissement waar hij werd aangehouden worden opgehouden, indien gegronde redenen bestaan voor de verwachting dat te zijnen aanzien onverwijld een signalering als bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, zal worden gedaan dan wel een Europees aanhoudingsbevel zal worden ontvangen. Artikel 56a, eerste tot en met derde lid, van dat wetboek is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 17
@ -225,13 +225,14 @@ Een vreemdeling die op grond van artikel 54, vierde lid, van het Wetboek van Str
Nadat de opgeëiste persoon is aangehouden, wordt hem onverwijld schriftelijk mededeling gedaan van:
a. het recht een afschrift van het Europees aanhoudingsbevel te ontvangen, bedoeld in artikel 23, derde lid;
b. het recht op bijstand van een raadsman, bedoeld in de artikelen 30 en 62;
b. het recht op bijstand van een raadsman, bedoeld in artikel 43a, en de mogelijkheid te verzoeken om aanwijzing van een advocaat in de uitvaardigende lidstaat, bedoeld in artikel 21a;
c. het recht op vertolking, bedoeld in artikel 30, en het recht op vertaling, bedoeld in artikel 23, derde lid, vierde en vijfde volzin;
d. het recht om gehoord te worden, bedoeld in artikel 24.
d. het recht om gehoord te worden, bedoeld in artikel 24;
e. de in artikel 27c, derde lid, onder g en h, van het Wetboek van Strafvordering bedoelde rechten.
Aan de opgeëiste persoon die de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst, wordt de mededeling van rechten in een voor hem begrijpelijke taal gedaan.
Aan de opgeëiste persoon die de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst, wordt de mededeling van rechten in een voor hem begrijpelijke taal gedaan. De artikelen 27e en 488b van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
**4.** Na de opgeëiste persoon te hebben gehoord, kan elke officier van justitie of hulpofficier bevelen dat hij gedurende drie dagen, te rekenen vanaf het tijdstip van de voorlopige aanhouding, in verzekering gesteld zal blijven. De termijn van inverzekeringstelling kan door de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam éénmaal met drie dagen worden verlengd.
**4.** Na de opgeëiste persoon te hebben gehoord, kan elke officier van justitie of hulpofficier bevelen dat hij gedurende drie dagen, te rekenen vanaf het tijdstip van de voorlopige aanhouding, in verzekering gesteld zal blijven. De termijn van inverzekeringstelling kan door de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam éénmaal met drie dagen worden verlengd. Bij zijn verhoor kan de opgeëiste persoon zich door zijn raadsman doen bijstaan.
**5.** Indien de opgeëiste persoon buiten het arrondissement Amsterdam is aangehouden en in verzekering is gesteld, wordt hij binnen de termijnen van het vierde lid overgedragen aan de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam.
@ -243,7 +244,7 @@ Aan de opgeëiste persoon die de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst,
**1.** De rechter-commissaris kan, op vordering van de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam, de bewaring van de opgeëiste persoon bevelen.
**2.** Alvorens een bevel ingevolge het eerste lid te geven, hoort de rechter-commissaris zo mogelijk de opgeëiste persoon.
**2.** Alvorens een bevel ingevolge het eerste lid te geven, hoort de rechter-commissaris zo mogelijk de opgeëiste persoon. Bij zijn verhoor kan de opgeëiste persoon zich door zijn raadsman doen bijstaan.
### Artikel 19
@ -274,16 +275,22 @@ b. zodra de bewaring twintig dagen heeft geduurd en het Europees aanhoudingsbeve
**4.** De opgeëiste persoon die overeenkomstig het eerste lid werd aangehouden, wordt binnen vierentwintig uren na zijn aanhouding geleid voor de officier van justitie, of bij diens afwezigheid, voor de hulpofficier van justitie in het arrondissement waar hij werd aangehouden.
**5.** De officier van justitie of hulpofficier van justitie, als bedoeld in het vierde lid, kan bevelen dat de opgeëiste persoon gedurende drie dagen, te rekenen vanaf het tijdstip van de aanhouding, in verzekering gesteld zal blijven.
**5.** Na de opgeëiste persoon te hebben gehoord, kan de officier van justitie of hulpofficier van justitie, bedoeld in het vierde lid, bevelen dat deze persoon gedurende drie dagen, te rekenen vanaf het tijdstip van de aanhouding, in verzekering gesteld zal blijven. Bij zijn verhoor kan de opgeëiste persoon zich door zijn raadsman doen bijstaan.
**6.** Indien de opgeëiste persoon buiten het arrondissement Amsterdam is aangehouden en in verzekering is gesteld, wordt hij binnen de termijn van inverzekeringstelling overgedragen aan de officier van justitie bij het arrondissementsparket Amsterdam.
**7.** Het zesde lid kan buiten toepassing blijven indien de opgeëiste persoon tegenover de officier van justitie in het arrondissement waar hij is aangehouden heeft verklaard, in te stemmen met zijn onmiddellijke overlevering, de officier van justitie bij het arrondissementsparket Amsterdam heeft beslist dat de opgeëiste persoon ter beschikking zal worden gesteld van de uitvaardigende justitiële autoriteit en de feitelijke overlevering binnen de termijn van de inverzekeringstelling kan plaatsvinden.
**8.** Na de opgeëiste persoon te hebben gehoord, kan de officier van justitie bij het arrondissementsparket Amsterdam bevelen dat deze in verzekering gesteld zal blijven tot het tijdstip waarop de rechtbank over zijn gevangenhouding beslist.
**8.** Na de opgeëiste persoon te hebben gehoord, kan de officier van justitie bij het arrondissementsparket Amsterdam bevelen dat deze in verzekering gesteld zal blijven tot het tijdstip waarop de rechtbank over zijn gevangenhouding beslist. Bij zijn verhoor kan de opgeëiste persoon zich door zijn raadsman doen bijstaan.
**9.** Het bevel tot inverzekeringstelling kan te allen tijde zowel door de rechtbank als door de officier van justitie bij het arrondissementsparket Amsterdam, ambtshalve of op verzoek van de opgeëiste persoon of diens raadsman, worden opgeheven.
#### Paragraaf Ba. Advocaat in uitvaardigende lidstaat
### Artikel 21a
De opgeëiste persoon die is aangehouden, kan verzoeken een advocaat in de uitvaardigende lidstaat aan te wijzen met het oog op het, door het verstrekken van informatie en advies, verlenen van bijstand aan zijn raadsman in Nederland ten behoeve van de procedure voor overlevering in Nederland. De officier van justitie stelt na ontvangst van het verzoek de uitvaardigende justitiële autoriteit terstond van het verzoek in kennis; de termijnen voor de behandeling van het Europees aanhoudingsbevel gelden onverkort.
#### Paragraaf C. Beslissing over de overlevering
### Artikel 22
@ -316,7 +323,7 @@ b. zodra de bewaring twintig dagen heeft geduurd en het Europees aanhoudingsbeve
**2.** De griffier van de rechtbank doet onverwijld aan de officier van justitie en aan de opgeëiste persoon mededeling van het voor het verhoor bepaalde tijdstip. Die mededeling alsmede, zo een bevel tot medebrenging is gegeven, een afschrift van dat bevel wordt aan de opgeëiste persoon betekend.
**3.** Indien niet blijkt dat de opgeëiste persoon reeds een raadsman heeft, geeft de voorzitter aan het bestuur van de raad voor rechtsbijstand last tot toevoeging van een raadsman.
**3.** In geval de opgeëiste persoon geen raadsman heeft, geeft de voorzitter aan het bestuur van de raad voor rechtsbijstand last tot aanwijzing van een raadsman.
### Artikel 25
@ -330,7 +337,7 @@ b. zodra de bewaring twintig dagen heeft geduurd en het Europees aanhoudingsbeve
### Artikel 26
**1.** De rechtbank onderzoekt de identiteit van de opgeëiste persoon op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, van het Wetboek van Strafvordering, alsmede de ontvankelijkheid van het Europees aanhoudingsbevel en de mogelijkheid van overlevering. De rechtbank is tevens bevoegd de identiteit van de opgeëiste persoon vast te stellen op de wijze, bedoeld in artikel 27a, tweede lid, van dat wetboek, indien over zijn identiteit twijfel bestaat. Artikel 29a, tweede lid, van dat wetboek is van overeenkomstige toepassing.
**1.** De rechtbank onderzoekt de identiteit van de opgeëiste persoon op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, van het Wetboek van Strafvordering, alsmede de ontvankelijkheid van het Europees aanhoudingsbevel en de mogelijkheid van overlevering. De rechtbank is tevens bevoegd de identiteit van de opgeëiste persoon vast te stellen op de wijze, bedoeld in artikel 27a, tweede lid, van dat wetboek, indien over zijn identiteit twijfel bestaat. Artikel 29c, tweede lid, van dat wetboek is van overeenkomstige toepassing.
**2.** De officier van justitie geeft ter zitting van de rechtbank zijn opvatting over de verzochte overlevering en legt een schriftelijke samenvatting, waarin, in voorkomend geval, de beslissing tot staking van de vervolging is vermeld, aan de rechtbank over. De opgeëiste persoon en diens raadsman worden eveneens in de gelegenheid gesteld tot het maken van ter zake dienende opmerkingen omtrent het Europees aanhoudingsbevel en de in verband daarmede te nemen beslissingen.
@ -377,7 +384,7 @@ f. de mogelijkheid dat de opgeëiste persoon, nadat hij naar het grondgebied van
### Artikel 30
**1.** De artikelen 37 tot en met 39, 45 tot en met 49, 50, eerste lid, 260, eerste lid, 268, 269, vijfde lid, 271, 272, 273, derde lid, 274 tot en met 277, 279, 281, 286, 288, vierde lid, 289, eerste en derde lid, 290 tot en met 301, 318 tot en met 322, 324 tot en met 327, 328 tot en met 331, 345, eerste lid, 346, 357, 362, 363 en 365, eerste tot en met vijfde lid van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
**1.** De artikelen 260, eerste lid, 268, 269, vijfde lid, 271, 272, 273, derde lid, 274 tot en met 277, 279, 281, 286, 288, vierde lid, 289, eerste en derde lid, 290 tot en met 301, 318 tot en met 322, 324 tot en met 327, 328 tot en met 331, 345, eerste lid, 346, 357, 362, 363 en 365, eerste tot en met vijfde lid van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
**2.** De in het eerste lid genoemde artikelen vinden geen toepassing voor zover deze betrekking hebben op een getuige wiens identiteit niet of slechts ten dele blijkt.
@ -457,7 +464,7 @@ Bij de feitelijke overlevering deelt de officier van justitie aan de uitvaardige
**2.** Een verklaring overeenkomstig het eerste lid kan op het moment van inverzekeringstelling worden afgelegd voor elke officier van justitie. Nadien kan de verklaring uitsluitend worden afgelegd ten overstaan van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Amsterdam of de rechter-commissaris. De afgelegde verklaring kan niet worden herroepen.
**3.** De officier van justitie, bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, of de rechter-commissaris is bevoegd de identiteit van de opgeëiste persoon vast te stellen op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Artikel 29a, tweede lid, van dat wetboek is van overeenkomstige toepassing.
**3.** De officier van justitie, bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, of de rechter-commissaris is bevoegd de identiteit van de opgeëiste persoon vast te stellen op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Artikel 29c, tweede lid, van dat wetboek is van overeenkomstige toepassing.
**4.** De opgeëiste persoon kan zich bij het afleggen van de verklaring doen bijstaan door een raadsman. Hierop wordt, zo hij zonder raadsman verschijnt, zijn aandacht gevestigd door de justitiële autoriteit, bevoegd tot het in ontvangst nemen van de verklaring.
@ -502,6 +509,20 @@ b. indien blijkt dat tegen de opgeëiste persoon in Nederland een strafrechtelij
**3.** In geval van overlevering krachtens deze paragraaf is artikel 14 niet van toepassing.
#### Paragraaf F. Recht op rechtsbijstand
### Artikel 43a
**1.** De opgeëiste persoon heeft in de procedure voor overlevering door Nederland het recht zich door een raadsman te doen bijstaan. De artikelen 28, 28a, 28c, tweede lid, 29a, eerste lid, 37, 38, 43 tot en met 45 en 124 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
**2.** Indien de opgeëiste persoon krachtens deze wet wordt aangehouden, stelt de hulpofficier van justitie het bestuur van de raad voor rechtsbijstand hiervan in kennis, opdat het bestuur een raadsman aanwijst. De artikelen 28b, eerste lid, tweede volzin, en 39 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
**3.** Indien de raadsman niet binnen twee uur na de in het tweede lid bedoelde kennisgeving beschikbaar is, kan officier van justitie of met toestemming van de officier van justitie de hulpofficier van justitie beginnen met het horen van de opgeëiste persoon in verband met de beslissing over de inverzekeringstelling, bedoeld in de artikelen 17, vierde lid, en 21, vijfde lid.
**4.** De opgeëiste persoon voor wie ingevolge het tweede lid een raadsman beschikbaar is, wordt de gelegenheid verschaft om voorafgaand aan zijn verhoor in verband met de in het derde lid bedoelde beslissing gedurende ten hoogste een half uur met hem een onderhoud te hebben.
**5.** Indien een persoon die geen raadsman heeft overeenkomstig deze wet zijn vrijheid wordt benomen anders dan uit kracht van een Europees aanhoudingsbevel of een Nederlands bevel tot aanhouding of voorlopige aanhouding, dan wel tot inverzekeringstelling of tot verlenging van de termijn daarvan wijst het bestuur van de raad voor rechtsbijstand, na mededeling van de vrijheidsbeneming door het openbaar ministerie, een raadsman aan.
## Hoofdstuk III. Overlevering aan Nederland
### Artikel 44
@ -553,6 +574,10 @@ De uitvaardigende officier van justitie is met het oog op de behandeling en uitv
De voorwaarden die door de buitenlandse uitvoerende justitiële autoriteit in overeenstemming met het op 13 juni 2002 door de Raad vastgestelde kaderbesluit betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten van de Europese Unie (PbEG L 190) worden gesteld bij de overlevering van de opgeëiste persoon aan Nederland, zijn verbindend voor iedere persoon of instantie die in Nederland is belast met een publieke taak.
### Artikel 48a
Na ontvangst van een kennisgeving van de uitvoerende justitiële autoriteit dat de opgeëiste persoon heeft verzocht om aanwijzing van een in Nederland ingeschreven advocaat met het oog op het, door het verstrekken van informatie en advies, verlenen van bijstand aan zijn raadsman in de uitvoerende lidstaat ten behoeve van de procedure voor overlevering in die lidstaat, verstrekt de uitvaardigende officier van justitie, al dan niet door tussenkomst van die autoriteit, de daarvoor benodigde gegevens aan de opgeëiste persoon. Deze verstrekking vindt onverwijld plaats; de termijnen voor behandeling van het Europees aanhoudingsbevel gelden onverkort.
## Hoofdstuk IV. Andere vormen van rechtshulp
### Afdeling 1. Op verzoek van het buitenland
@ -676,9 +701,7 @@ Personen die krachtens deze wet in verzekering of in bewaring zijn gesteld, of w
### Artikel 62
**1.** Het bij en krachtens artikel 40 van het Wetboek van Strafvordering bepaalde is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een krachtens deze wet in verzekering gestelde opgeëiste persoon.
**2.** Indien een persoon overeenkomstig deze wet zijn vrijheid wordt ontnomen anders dan uit kracht van een Europees aanhoudingsbevel of een Nederlands bevel tot aanhouding of voorlopige aanhouding, dan wel tot inverzekeringstelling of tot verlenging van de termijn daarvan geeft de voorzitter van de rechtbank in het arrondissement waarin hij zich bevindt een last tot toevoeging aan het bestuur van de raad voor rechtsbijstand. De officier van justitie geeft de voorzitter onverwijld schriftelijk kennis, dat toevoeging moet plaatshebben.
Artikel 490, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 63