2008-03-01 | BWBR0004045 | Werkloosheidswet
This commit is contained in:
parent
23ca5762b6
commit
43330ef1c0
1 changed files with 15 additions and 24 deletions
|
|
@ -503,7 +503,7 @@ c. wegens een combinatie van de hier bedoelde omstandigheden, kan, ook indien de
|
|||
|
||||
**4.** Verzoekt de belanghebbende binnen een redelijke termijn echter om bekendmaking van de in het derde lid bedoelde beschikking, dan wordt deze zo spoedig mogelijk verstrekt.
|
||||
|
||||
**5.** Indien het een aanvraag betreft tot toekenning van een uitkering op grond van artikel 18 of artikel 61 dan wel van uitkering die verband houdt met een verleende ontheffing op grond van artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945, wordt, in afwijking van het tweede lid, de aanvraag ingediend bij het UWV.
|
||||
**5.** Indien het een aanvraag betreft tot toekenning van een uitkering op grond van artikel 18, artikel 61 of artikel 61a, dan wel van uitkering die verband houdt met een verleende ontheffing op grond van artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945, wordt, in afwijking van het tweede lid, de aanvraag ingediend bij het UWV.
|
||||
|
||||
### Artikel 22a
|
||||
|
||||
|
|
@ -1158,7 +1158,9 @@ Een werknemer heeft recht op uitkering op grond van dit hoofdstuk, indien hij va
|
|||
|
||||
### Artikel 61a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** De nagelaten betrekkingen van een werknemer hebben recht op uitkering op grond van dit hoofdstuk over de periode vanaf de dag na overlijden tot en met één maand na de dag van het overlijden, ten bedrage van het loon dat de werknemer laatstelijk rechtens toekwam, indien zij van een werkgever, die verkeert in een omstandigheid als bedoeld in artikel 61, een overlijdensuitkering te vorderen hebben.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 674, derde en vierde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 63 zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het recht op uitkering op grond van dit artikel. De artikelen 19, 20, 21, 64 en 65 zijn niet van toepassing met betrekking tot het recht op uitkering op grond van dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 62
|
||||
|
||||
|
|
@ -1169,17 +1171,13 @@ Geen recht op uitkering op grond van dit hoofdstuk heeft de werknemer, wiens die
|
|||
a. een duidelijke samenhang bestaat tussen de omstandigheden die tot het eindigen van de dienstbetrekking leidden en de omstandigheden, die tot die toestand hebben geleid; of
|
||||
b. de werknemer een recht heeft op betaling van loon, vakantiegeld, vakantiebijslag of andere bedragen als bedoeld in artikel 61, dat geen verband houdt met een toestand als bedoeld in artikel 61 en dat niet geldend kan worden gemaakt uitsluitend wegens die toestand.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** Bij de overeenkomstige toepassing van artikel 20, eerste lid, onderdeel b, eindigt het recht op uitkering niet ten aanzien van het aantal uren dat de werknemer voor de in het eerste lid bedoelde werkgever arbeid verricht, tenzij sprake is van onverminderde loonbetaling over die uren. Aan de werknemer die wegens ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid of een uitkering ontvangt op grond van hoofdstuk 3 van de Wet arbeid en zorg, wordt het in artikel 20 bedoelde vereiste van beschikbaarheid om arbeid te aanvaarden niet gesteld.
|
||||
|
||||
Geen recht op uitkering over de in artikel 64, eerste lid, onderdeel b, bedoelde termijn van opzegging, heeft de werknemer die niet beschikbaar is om arbeid te aanvaarden, tenzij de werknemer:
|
||||
**3.** De werknemer heeft of de nagelaten betrekkingen hebben geen recht op uitkering indien de aanvraag om een uitkering is ingediend nadat 26 weken zijn verstreken na de dag waarop de werkgever is komen te verkeren in een toestand als bedoeld in artikel 61. Het UWV is bevoegd in bijzondere gevallen af te wijken van de eerste zin.
|
||||
|
||||
a. wegens ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling ongeschikt is tot het verrichten van arbeid;
|
||||
b. een uitkering ontvangt op grond van hoofdstuk 3 van de Wet arbeid en zorg; of
|
||||
c. arbeid als werknemer of werkzaamheden verricht uit hoofde waarvan hij niet als werknemer wordt beschouwd.
|
||||
**4.** Indien de werkgever, bedoeld in artikel 61 of artikel 61a, een vaste inrichting heeft op het grondgebied van ten minste één lidstaat van de Europese Unie of een in ten minste één andere lidstaat van de Europese Unie wonende of gevestigde vaste vertegenwoordiger, bestaat slechts recht op uitkering op grond van dit hoofdstuk indien de werknemer zijn arbeid voor deze werkgever gewoonlijk verricht of verrichtte voor een vaste inrichting van de werkgever in Nederland of een in Nederland wonende of gevestigd vaste vertegenwoordiger van de werkgever.
|
||||
|
||||
**3.** De werknemer heeft geen recht op uitkering indien de aanvraag om een uitkering is ingediend nadat 26 weken zijn verstreken na de dag waarop de werkgever is komen te verkeren in een toestand als bedoeld in artikel 61. Het UWV is bevoegd in bijzondere gevallen af te wijken van de eerste zin.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de werkgever, bedoeld in artikel 61, een vaste inrichting heeft op het grondgebied van ten minste één lidstaat van de Europese Unie of een in ten minste één andere lidstaat van de Europese Unie wonende of gevestigde vaste vertegenwoordiger, bestaat slechts recht op uitkering op grond van dit hoofdstuk indien de werknemer zijn arbeid voor deze werkgever gewoonlijk verricht of verrichtte voor een vaste inrichting van de werkgever in Nederland of een in Nederland wonende of gevestigd vaste vertegenwoordiger van de werkgever.
|
||||
**5.** Indien de dienstbetrekking op grond waarvan de werknemer recht heeft op een uitkering is aangevangen in de periode van 26 kalenderweken, bedoeld in artikel 16, tweede lid, wordt bij de overeenkomstige toepassing van artikel 20, eerste lid, onderdelen a en b, het aantal hele kalenderweken in aanmerking genomen dat de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 61, in die periode heeft geduurd.
|
||||
|
||||
### Artikel 63
|
||||
|
||||
|
|
@ -1215,18 +1213,7 @@ c. het vakantiegeld, de vakantiebijslag en de bedragen, die de werkgever in verb
|
|||
|
||||
### Artikel 65
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Op de uitkering, bedoeld in artikel 64, worden geheel in mindering gebracht:
|
||||
|
||||
a. de inkomsten uit arbeid als werknemer en uit werkzaamheden uit hoofde waarvan hij niet als werknemer wordt beschouwd, verricht tijdens de periode, bedoeld in artikel 64, eerste lid, onderdelen a en b;
|
||||
b. de vakantiedagen en vakantiebijslag verworven uit arbeid als werknemer en uit werkzaamheden uit hoofde waarvan hij niet als werknemer wordt beschouwd, verricht tijdens de periode, bedoeld in artikel 64, eerste lid, onderdelen a en b;
|
||||
c. de door een werkgever niet zijnde de werkgever, bedoeld in artikel 61, verrichte betalingen van bedragen die hij in verband met de dienstbetrekking met de werknemer aan derden verschuldigd is; en
|
||||
d. de inkomsten wegens loonderving over de periodes, bedoeld in artikel 64, eerste lid, onderdelen a en b.
|
||||
|
||||
De eerste zin is niet van toepassing indien de werknemer deze inkomsten, vakantiedagen, vakantiebijslag of betalingen reeds ontving naast respectievelijk de inkomsten, vakantiedagen, vakantiebijslag of betalingen uit de dienstbetrekking uit hoofde waarvan hij recht op uitkering op grond van dit hoofdstuk heeft.
|
||||
|
||||
**2.** Door de werkgever, bedoeld in artikel 61, verrichte betalingen van verplichtingen als bedoeld in artikel 64, eerste lid, onderdelen a, b en c, worden voor ieder van die verplichtingen afzonderlijk toegerekend aan de periode voorafgaand aan een periode als bedoeld in die onderdelen, indien de werknemer een vordering tot betaling van die verplichtingen heeft op de werkgever die op die beide periodes betrekking heeft.
|
||||
Voor de werknemer wiens recht op uitkering gedeeltelijk is geëindigd op grond van de overeenkomstige toepassing van artikel 20, eerste lid, onderdeel a of b, bedraagt de uitkering de op grond van artikel 64 vastgestelde uitkering, vermenigvuldigd met het aantal uren werkloosheid per kalenderweek, gedeeld door het aantal arbeidsuren in de dienstbetrekking met de werkgever, bedoeld in artikel 61, voorafgaande aan het intreden van het verlies van arbeidsuren waarnaar zijn recht is berekend. Het aantal arbeidsuren voorafgaande aan het intreden van het verlies van arbeidsuren wordt bepaald met toepassing van artikel 16. Indien de dienstbetrekking met de werkgever, bedoeld in artikel 61, is aangevangen in de periode van 26 kalenderweken, bedoeld in artikel 16, tweede lid, wordt daarbij het aantal hele kalenderweken in aanmerking genomen dat die dienstbetrekking in die periode heeft geduurd.
|
||||
|
||||
### Artikel 66
|
||||
|
||||
|
|
@ -1234,7 +1221,7 @@ De eerste zin is niet van toepassing indien de werknemer deze inkomsten, vakanti
|
|||
|
||||
**2.** Het UWV verhaalt de door werkgevers verschuldigde premies op grond van Wet financiering sociale verzekeringen over de uitkering, bedoeld in dit hoofdstuk, op de werkgever.
|
||||
|
||||
**3.** De vorderingen van het UWV, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn bevoorrecht op alle goederen van de werkgever en gaan boven alle andere voorrechten met uitzondering van die van de artikelen 287 en 288 onder a, alsmede die van artikel 284 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
**3.** De vorderingen van het UWV, bedoeld in het tweede lid, zijn bevoorrecht op alle goederen van de werkgever en gaan boven alle andere voorrechten met uitzondering van die van de artikelen 287 en 288 onder a, alsmede die van artikel 284 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
### Artikel 67
|
||||
|
||||
|
|
@ -1246,7 +1233,7 @@ c. onder werknemer ook verstaan: de persoon die uitsluitend omdat hij 65 jaar of
|
|||
|
||||
### Artikel 68
|
||||
|
||||
**1.** De artikelen 17 tot en met 21, 28, 35, 41, 42, 42a en 47 zijn niet van toepassing op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering en de betaling van de uitkering op grond van dit hoofdstuk.
|
||||
**1.** De artikelen 17, 17a, 17b, 18, 19, eerste lid, onderdelen e tot en met l, derde lid, vijfde lid en zevende tot en met tiende lid, 28, 35, 41, 42, 42a en 47 zijn niet van toepassing op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering en de betaling van de uitkering op grond van dit hoofdstuk.
|
||||
|
||||
**2.** Voor zover bij of krachtens dit hoofdstuk niet anders is bepaald zijn de overige artikelen van deze wet en de daarop berustende bepalingen, voor zoveel nodig, van overeenkomstige toepassing op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering en de betaling van de uitkering op grond van dit hoofdstuk.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1812,6 +1799,10 @@ De artikelen 19, 20, 27, 43 en 79 en de daarop berustende bepalingen zoals deze
|
|||
|
||||
Wijzigt deze wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 130t
|
||||
|
||||
Hoofdstuk IV en de daarop berustende bepalingen zoals deze luidden op de dag voor inwerkingtreding van de Wet van 6 december 2007 tot wijziging van hoofdstuk IV van de Werkloosheidswet teneinde enkele vereenvoudigingen te realiseren en uitkering bij overlijden toe te voegen (Stb. 2007, 545) blijven van toepassing met betrekking tot een recht op uitkering waarvan de eerste dag van de periode, bedoeld in artikel 64, eerste lid, onderdeel a, is gelegen op of voor die dag doch op of na 1 oktober 2006.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk XI. Straf- en slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 131
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue