2007-04-12 | BWBR0012288 | Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
This commit is contained in:
parent
3daa825f16
commit
433f415ee3
1 changed files with 58 additions and 39 deletions
|
|
@ -6318,43 +6318,36 @@ Ten aanzien van asielzoekers uit Somalië is geen besluit genomen in de zin van
|
|||
|
||||
### [25]. Het asielbeleid ten aanzien van Sri Lanka
|
||||
|
||||
#### 1. Datum
|
||||
|
||||
Deze versie van deze landenparagraaf treedt in werking op de dag waarop C24 van kracht wordt.
|
||||
|
||||
#### 2. Achtergrond
|
||||
#### 1. Achtergrond
|
||||
|
||||
Deze landenparagraaf bevat het landgebonden asielbeleid voor Sri Lanka. Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid van C1 tot en met C23 en kan niet worden gezien als een uitzonderingsregeling. De algemene wet- en regelgeving blijft steeds de basis voor de individuele beoordeling van een asielaanvraag.
|
||||
|
||||
De beleidsconclusies in deze landenparagraaf zijn mede gebaseerd op het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa van 10 augustus 2004 over de situatie in Sri Lanka.
|
||||
Uit verschillende bronnen blijkt dat de veiligheidssituatie in Sri Lanka is verslechterd. Er vinden gevechten plaats in het noorden en oosten van Sri Lanka tussen de regeringstroepen en de Tamil Tijgers (LTTE). Ook in andere delen van Sri Lanka doen zich militaire confrontaties en aanvallen van de LTTE voor. Overleg tussen de regering van Sri Lanka en de LTTE eind oktober 2006 in Genève heeft geen resultaat opgeleverd. Als gevolg van het opgelaaide geweld is de mensenrechtensituatie verslechterd en het aantal ontheemden sterk toegenomen.
|
||||
|
||||
#### 3. Besluitmoratorium
|
||||
Het is onvoldoende duidelijk welke consequenties de opgelaaide strijd heeft voor de wijze waarop de Sri Lankaanse autoriteiten Tamils, ook bij de terugkeer, behandelen. Gelet hierop kan momenteel niet zorgvuldig worden beslist op asielverzoeken van Tamils, noch over de terugkeer van Tamils. Derhalve is een besluit- en vertrekmoratorium ingesteld.
|
||||
|
||||
Ten aanzien van asielzoekers uit Sri Lanka geldt geen besluit in de zin van artikel 43 Vw.
|
||||
Het besluitmoratorium is ingesteld omdat naar verwachting voor een korte periode onzekerheid zal bestaan over de situatie in het land van herkomst en op grond daarvan redelijkerwijs niet kan worden beslist of de aanvraag op een van de gronden in artikel 29 Vw kan worden toegewezen. Gelet hierop is tevens voor Tamils afkomstig uit Sri Lanka een vertrekmoratorium ingesteld. De moratoria zijn ingesteld tot en met 30 juni 2007.
|
||||
|
||||
#### 4. Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen
|
||||
Ten aanzien van de overige groepen in Sri Lanka is een besluit- en vertrekmoratorium niet aangewezen nu het gaat om een conflict tussen de Sri Lankaanse autoriteiten en de LTTE en er ook overigens geen redenen bestaan te veronderstellen dat zij bij terugkeer in het algemeen risico lopen op vervolging of een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM.
|
||||
|
||||
##### 4.1. Leden van de Liberation Tigers of Tamil Eelam
|
||||
#### 2. Besluitmoratorium
|
||||
|
||||
In Sri Lanka zelf is het verbod op de Liberation Tigers of Tamil Eelam op 4 september 2002 opgeheven in het licht van de vredesbesprekingen. Dit neemt echter niet weg dat individuele leden van de Liberation Tigers of Tamil Eelam nog onderwerp kunnen zijn van (strafrechtelijke) vervolging door de autoriteiten. Strafrechtelijke vervolging leidt in het algemeen niet tot de conclusie dat een asielzoeker verdragsvluchteling is. Wel moet steeds onderzocht worden of er sprake is van onevenredige of discriminatoire bestraffing die verband houdt met de gronden van het Vluchtelingenverdrag (zie C2/2.5).
|
||||
Ten aanzien van asielzoekers van de Tamil bevolkingsgroep uit Sri Lanka geldt een besluit in de zin van artikel 43 Vw. Dit besluit is gepubliceerd op 8 maart 2007 (Stcrt. 8 maart 2007, nr 48) en is inwerking getreden met ingang van 10 maart 2007.
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Liberation Tigers of Tamil Eelam-strijders wordt bijzondere aandacht besteed aan de vraag of de betrokkene zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als omschreven in artikel 1F Vluchtelingenverdrag.
|
||||
Voor asielzoekers van de Tamil bevolkingsgroep uit Sri Lanka geldt tot en met 30 juni 2007 een besluitmoratorium. Dit betekent dat tot en met 30 juni 2007 de individuele beslistermijn van aanvragen waarvan die termijn nog niet is volgelopen, wordt verlengd met één jaar. De reikwijdte van het besluitmoratorium beslaat niet die aanvragen die zijn ingediend vóór de invoering van de Vw op 1 april 2001. Voorts kan het voorkomen dat (ook) de (verlengde) beslistermijn reeds is verstreken. Echter, het ligt voor de hand dat het ook niet mogelijk is zorgvuldig te beslissen op deze aanvragen.
|
||||
|
||||
##### 4.2. Tamils
|
||||
Het instellen van een besluitmoratorium betekent niet dat in het geheel geen beslissingen meer mogelijk zijn in zaken ten aanzien waarvan het moratorium geldt. Het instellen van een besluitmoratorium houdt immers verband met de situatie in het land van herkomst. Daarom zijn nog wel beslissingen mogelijk in onder meer de zaken waarin:
|
||||
|
||||
Er is in Sri Lanka geen sprake van vervolging van Tamils als zodanig. Tamils hebben in regeringsgebied, waaronder Colombo, in het algemeen niet te vrezen voor vervolging of voor negatieve bejegening door derden. Hieruit volgt dat het enkele feit dat iemand Tamil is, niet tot verlening van een verblijfsvergunning asiel leidt.
|
||||
– artikel 30 Vw van toepassing is;
|
||||
– de asielzoeker de mogelijkheid heeft te vertrekken naar een derde land (artikel 31, tweede lid, onder h en i, Vw);
|
||||
– artikel 1F Vluchtelingenverdrag van toepassing is;
|
||||
– de asielzoeker een gevaar vormt voor de nationale veiligheid doordat er sprake is van een zodanig ernstig misdrijf dat de aanvraag om die reden wordt afgewezen (artikel 31, tweede lid, onder k, Vw juncto artikel 33, tweede lid, Vreemdelingenverdrag).
|
||||
|
||||
Om op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw voor een verblijfsvergunning asiel in aanmerking te komen, dient de betrokken asielzoeker aannemelijk te maken dat hij gegronde vrees voor vervolging heeft, gelegen in de persoonlijke feiten en omstandigheden van de betrokken asielzoeker. Voor een nadere uitwerking hiervan wordt verwezen naar het algemene beleid zoals verwoord in C2/2.
|
||||
Onder de werking van het besluitmoratorium zullen de individuele vreemdelingen wel in de gelegenheid worden gesteld zich omtrent de asielaanvraag te doen horen, met uitzondering van de Dublinprocedure die juist niet ziet op de inhoud van de asielaanvraag nu een ander land daar (mogelijk) verantwoordelijk voor is.
|
||||
|
||||
##### 4.3. Leden van politieke Tamilpartijen
|
||||
#### 3. Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen
|
||||
|
||||
Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa komt naar voren dat leden van politieke Tamilpartijen als de People's Liberation Organisation of Tamil Eelam, Eelam People's Democratic Party, Tamil Eelam Liberation Organization en Eelam People's Revolutionary Liberation Front, die zich in het verleden (openlijk) tegen de Liberation Tigers of Tamil Eelam hebben verzet, lastiggevallen kunnen worden door de Liberation Tigers of Tamil Eelam. Deze politieke Tamilpartijen hebben alle een paramilitaire vleugel die in het verleden hebben samengewerkt met de Sri Lankaanse veiligheidstroepen. Deze personen kunnen met name in het noorden en het oosten van Sri Lanka te maken krijgen met bedreigingen en in sommige gevallen met afpersing door de Liberation Tigers of Tamil Eelam. Het gaat hierbij veelal om lokale controverses. Er zijn geen aanwijzingen dat de Liberation Tigers of Tamil Eelam aanhangers van deze partijen tot in bijvoorbeeld Colombo lastig valt. Aanhangers van genoemde partijen kunnen slechts moeizaam de bescherming van de autoriteiten inroepen. Er is evenwel geen sprake van systematische bedreiging van aanhangers van deze partijen. Asielzoekers die zich op bovenstaande problemen beroepen kunnen zich in beginsel aan deze (lokale) problemen onttrekken door zich elders in Sri Lanka – bijvoorbeeld Colombo – te vestigen.
|
||||
|
||||
Om voor een verblijfsvergunning asiel in aanmerking te komen dienen leden van bovengenoemde poltieke partijen aannemelijk te maken dat zij vrees voor vervolging hebben vanwege hun lidmaatschap van een dezer partijen. Voorts kan bedreiging en afpersing op grond van het bovenstaande slechts tot verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw leiden, indien het leven van betrokkene onhoudbaar is geworden, de betrokken asielzoeker tevergeefs de bescherming van de Sri Lankaanse autoriteiten heeft weten in te roepen en er geen vestigingsalternatief elders in Sri Lanka voorhanden is.
|
||||
|
||||
Voor zover betrokkene actief is geweest bij de paramilitaire vleugel van de partij, wordt aandacht besteed aan de beoordeling of er aanwijzingen zijn dat betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag.
|
||||
|
||||
##### 4.4. Dienstplichtigen en deserteurs
|
||||
##### 3.1. Dienstplichtigen en deserteurs
|
||||
|
||||
In Sri Lanka bestaat geen dienstplicht. Het Sri Lankaanse leger is een vrijwilligersleger.
|
||||
|
||||
|
|
@ -6362,47 +6355,73 @@ Het normale beleid, zoals weergegeven in C2/2.12 is van toepassing.
|
|||
|
||||
Ten aanzien van Sri Lanka heeft zich niet de situatie voorgedaan dat militaire acties in totaliteit door de internationale gemeenschap zijn veroordeeld als strijdig met de grondbeginselen voor humaan gedrag of met de fundamentele normen die gelden tijdens een gewapend conflict.
|
||||
|
||||
#### 5. Traumatabeleid
|
||||
#### 4. Traumatabeleid
|
||||
|
||||
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/4.2 is van toepassing. Voor het overige zijn er met betrekking tot Sri Lanka geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
#### 6. Categoriale bescherming
|
||||
#### 5. Categoriale bescherming
|
||||
|
||||
Asielzoekers uit Sri Lanka komen niet op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel (zie C2/5).
|
||||
|
||||
#### 7. Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten
|
||||
#### 6. Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten
|
||||
|
||||
##### 7.1. Vlucht- en/of vestigingsalternatief
|
||||
##### 6.1. Vlucht- en/of vestigingsalternatief
|
||||
|
||||
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C4/2.2 is van toepassing.
|
||||
Aan Singhalezen en Moslims die een gegronde vrees voor vervolging hebben of een reëel risico lopen op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM door de Sri Lankaanse autoriteiten of de LTTE wordt geen vlucht- of vestigingsalternatief tegengeworpen.
|
||||
|
||||
Leden van politieke Tamilpartijen niet zijnde de Liberation Tigers of Tamil Eelam die zich in het verleden (openlijk) tegen de Liberation Tigers of Tamil Eelam hebben verzet, kunnen worden lastiggevallen door de Liberation Tigers of Tamil Eelam. Personen die zich hierop beroepen kunnen zich in beginsel aan deze (lokale) problemen onttrekken door zich elders in Sri Lanka – bijvoorbeeld Colombo – te vestigen. Bij de vraag of in een individueel geval een vluchtalternatief aanwezig is voor de betrokkene, zijn de individueel aangevoerde feiten en omstandigheden bepalend.
|
||||
|
||||
##### 7.2. Veilig land van herkomst
|
||||
##### 6.2. Veilig land van herkomst
|
||||
|
||||
Sri Lanka wordt niet beschouwd als veilig land van herkomst.
|
||||
|
||||
##### 7.3. Veilig derde land / land van eerder verblijf
|
||||
##### 6.3. Veilig derde land / land van eerder verblijf
|
||||
|
||||
Sri Lanka wordt niet beschouwd als veilig derde land.
|
||||
|
||||
##### 7.4. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
|
||||
##### 6.4. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
|
||||
|
||||
Het beleid zoals neergelegd in C4/3.11.3 is van toepassing. In paragraaf 4 van dit hoofdstuk is aangegeven ten aanzien van welke groepen sprake zou kunnen zijn van de bedoelde gedragingen. Voor de procedure omtrent getuigen van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid wordt verwezen naar C11/3.1.
|
||||
Het beleid zoals neergelegd in C4/3.11.3 is van toepassing. Voor de procedure omtrent getuigen van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid wordt verwezen naar C11/3.1.
|
||||
|
||||
Verder zijn er nog de volgende aandachtspunten.
|
||||
|
||||
1F-aspecten kunnen in alle Srilankaanse asielaanvragen voorkomen en beperken zich niet enkel tot de categorie Liberation Tigers of Tamil Eelam-strijders.
|
||||
1F-aspecten kunnen in alle Srilankaanse asielaanvragen voorkomen en beperken zich niet enkel tot de leden van de LTTE.
|
||||
|
||||
Tevens wordt in dit kader aandacht besteed aan leden van politieke Tamilpartijen voor zover zij actief zijn geweest bij de paramilitaire vleugel van de partij.
|
||||
|
||||
#### 8. Opvangmogelijkheden Amv’s
|
||||
#### 7. Opvangmogelijkheden Amv’s
|
||||
|
||||
Voor Amv’s is adequate opvang in Sri Lanka voorhanden. Amv’s van Sri Lankaanse nationaliteit komen derhalve niet in aanmerking voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bedoeld voor Amv’s. Bij de feitelijke terugkeer moet de toegang tot een concrete opvangplaats geregeld zijn, tenzij betrokkene zich zelfstandig kan handhaven.
|
||||
Voor Amv’s is adequate opvang in Sri Lanka voorhanden. Amv’s van Sri Lankaanse nationaliteit komen derhalve niet in aanmerking voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bedoeld voor Amv’s.
|
||||
|
||||
#### 9. Vertrekmoratorium
|
||||
#### 8. Vertrekmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van asielzoekers uit Sri Lanka geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.
|
||||
Ten aanzien van asielzoekers van de Tamil bevolkingsgroep uit Sri Lanka is een besluit genomen in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw. Dit besluit is gepubliceerd op 8 maart 2007 (Stcrt. 8 maart 2007, nr 48) en is inwerking getreden met ingang van 10 maart 2007.
|
||||
|
||||
##### 8.1. Toepasselijkheid
|
||||
|
||||
Voor asielzoekers van de Tamil bevolkingsgroep uit Sri Lanka geldt een vertrekmoratorium. Het vertrekmoratorium geldt tot en met 30 juni 2007. Van het vertrekmoratorium zijn de volgende categorieën uitgezonderd:
|
||||
|
||||
– Dublinclaimanten (zie artikel 30, eerste lid, onder a, Vw);
|
||||
– Tamils die rechtmatig verblijf hebben op een andere grond als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e en l, Vw (zie artikel 30, eerste lid, onder b, Vw);
|
||||
– Tamils die al eerder een aanvraag tot een verblijfsvergunning (asiel of regulier) hebben ingediend waarop nog niet onherroepelijk is beslist en die op grond van die aanvraag rechtmatig verblijf hebben als bedoeld in artikel 8, onder f, g en h, Vw (zie artikel 30, eerste lid, onder c, Vw);
|
||||
– Tamils die op grond van verdragsverplichtingen tussen Nederland en een ander land zullen worden overgedragen aan dat land van eerder verblijf (zie artikel 30, eerste lid, onder d, Vw);
|
||||
– Tamils die hebben verbleven in een derde land dat partij is bij het Vluchtelingenverdrag en niet aannemelijk hebben gemaakt dat het bedoelde land die verdragsverplichtingen ten aanzien van hen niet nakomt (zie artikel 31, tweede lid, onder h, Vw);
|
||||
– Tamils die in een ander land van eerder verblijf zullen worden toegelaten totdat zij elders duurzame bescherming hebben gevonden (zie artikel 31, tweede lid, onder i, Vw);
|
||||
– Tamils die een gevaar vormen voor de openbare orde of nationale veiligheid (zie artikel 31, tweede lid, onder k, Vw).
|
||||
|
||||
##### 8.2. Voortgezet recht op opvang
|
||||
|
||||
Het vertrekmoratorium heeft tot gevolg dat de opvang van Tamils die een asielaanvraag hebben ingediend en van wie de vertrektermijn reeds is verstreken, niet wordt beëindigd. Dit voortgezet recht op opvang volgt van rechtswege uit het besluit zoals gepubliceerd in de Stcrt. Het voortgezet recht op opvang eindigt tevens van rechtswege wanneer het vertrekmoratorium eindigt.
|
||||
|
||||
Gedurende het vertrekmoratorium wordt de vreemdeling geacht, conform artikel 45, vijfde lid, Vw, rechtmatig verblijf te hebben als bedoeld in artikel 8, onder j, Vw. Het is niet noodzakelijk dat door deze personen een nieuwe asielaanvraag wordt ingediend. Voor zover betrokkene niet (meer) in het bezit is van een document, dient een document te worden verstrekt (zie artikel 3.5 VV).
|
||||
|
||||
Tamils die een asielaanvraag hebben ingediend waarop nog niet onherroepelijk is beslist, maar die geen rechtmatig verblijf in Nederland hebben, worden daarmee tevens geacht rechtmatig verblijf te hebben, indien zij onder de reikwijdte van het vertrekmoratorium vallen. Dit betekent dat Tamils die onder het vertrekmoratorium vallen, niet langer belang hebben bij een eerder ingediend verzoek om een voorlopige voorziening, voor zover dit verzoek is gericht op het voorkomen van de verwijdering of de beëindiging van de voorzieningen.
|
||||
|
||||
##### 8.3. Verkrijgen van opvang wanneer de opvang reeds was beëindigd
|
||||
|
||||
Om opnieuw voor opvang in aanmerking te komen, is geen nieuwe asielaanvraag noodzakelijk. Wel moet men eerder een asielaanvraag hebben ingediend en moet men zich melden bij het AC Ter Apel om voor opvang in aanmerking te komen. Om logistieke redenen kan na de aanmelding besloten worden betrokkene door te verwijzen naar de tijdelijke noodvoorziening, alvorens te beoordelen of betrokkene conform het geldende vertrekmoratorium in aanmerking komt voor opvang.
|
||||
|
||||
Vreemdelingen die reeds voorafgaand aan de instelling van het vertrekmoratorium een tweede of volgende aanvraag hebben ingediend, welke nog niet heeft geleid tot een onherroepelijke afwijzing, kunnen zich ter verkrijging van opvang eveneens melden bij het AC Ter Apel.
|
||||
|
||||
Asielzoekers die al een tweede of volgende aanvraag hebben ingediend welke niet in de AC-procedure is afgedaan, hebben al opvang en hoeven zich dus niet te melden.
|
||||
|
||||
### [26]. Het asielbeleid ten aanzien van Turkije
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue