2014-11-01 | BWBR0035646 | Luchthavenbesluit Eindhoven
This commit is contained in:
parent
5727e4948e
commit
434ca2bbcd
1 changed files with 22 additions and 12 deletions
|
|
@ -39,31 +39,31 @@ Het beperkingengebied is samengesteld uit:
|
|||
|
||||
a. het gebied behorende bij de in artikel 4 van het Besluit militaire luchthavens genoemde grenswaarde van de geluidsbelasting van 35 Kosteneenheden, dat als zodanig is aangewezen op de kaart in bijlage 3 bij dit besluit;
|
||||
b. het gebied waarbinnen maximaal toelaatbare hoogten gelden voor objecten in, op of boven de grond zoals dat voortvloeit uit artikel 3.2.2., dat als zodanig is aangewezen op de kaarten in bijlagen 4 en 5 bij dit besluit;
|
||||
c. het gebied waarbinnen het verrichten of toelaten van een bepaalde activiteit binnen de in artikel 3.2.3 aangewezen categorieën niet is toegestaan, dat als zodanig is aangewezen op de kaart in bijlage 6 bij dit besluit.
|
||||
c. het gebied waarbinnen bepaald grondgebruik of een bestemming binnen de in artikel 3.2.3 aangewezen categorieën niet is toegestaan, dat als zodanig is aangewezen op de kaart in bijlage 6 bij dit besluit.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Functie en gebruik van de locatie
|
||||
## Hoofdstuk 3. Bestemming en gebruik van de grond
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3.1. Het luchthavengebied
|
||||
|
||||
### Artikel 3.1.1
|
||||
|
||||
De locaties die zijn bestemd voor het banenstelsel van de luchthaven, de rolbanen, de vliegtuigopstelplaatsen, de hangars en vliegtuigshelters en de locaties die benodigd zijn voor de uitvoering van de taken en functies die zijn toegekend aan de militaire luchthaven Eindhoven, alsmede het platform, de voorrijwegen en parkeerterreinen, de gebouwen voor passagiersafhandeling en de aankomst- en vertrekhallen van de burgerexploitant, zijn als zodanig aangewezen op de kaart in bijlage 1 bij dit besluit.
|
||||
De gronden die zijn bestemd en worden gebruikt voor het banenstelsel van de luchthaven, de rolbanen, de vliegtuigopstelplaatsen, de hangars en vliegtuigshelters en de gronden die benodigd zijn voor de uitvoering van de taken en functies die zijn toegekend aan de militaire luchthaven Eindhoven, alsmede het platform, de voorrijwegen en parkeerterreinen, de gebouwen voor passagiersafhandeling en de aankomst- en vertrekhallen van de burgerexploitant, zijn als zodanig aangewezen op de kaart in bijlage 1 bij dit besluit.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3.2. Het beperkingengebied
|
||||
|
||||
### Artikel 3.2.1
|
||||
|
||||
De artikelen 5 tot en met 14 van het Besluit militaire luchthavens zijn van toepassing ten aanzien van de functie en het gebruik van de locaties zoals aangewezen op de kaart in bijlage 3 bij dit besluit. Op deze kaart zijn tevens aangewezen de gebieden behorende bij de waarden van de geluidsbelasting hoger dan 40, 45 en 65 Kosteneenheden.
|
||||
De artikelen 5 tot en met 14 van het Besluit militaire luchthavens zijn van toepassing ten aanzien van de bestemming en het gebruik van de gronden zoals aangewezen op de kaart in bijlage 3 bij dit besluit. Op deze kaart zijn tevens aangewezen de gebieden behorende bij de waarden van de geluidsbelasting hoger dan 40, 45 en 65 Kosteneenheden.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.2.2
|
||||
|
||||
Artikel 16 van het Besluit militaire luchthavens is van toepassing ten aanzien van de maximaal toelaatbare hoogten van objecten in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer, onderscheidenlijk de veiligheid van het landen van luchtvaartuigen met behulp van een instrument landingssysteem, op de locaties zoals aangewezen op de kaarten in bijlagen 4 en 5 bij dit besluit.
|
||||
Artikel 16 van het Besluit militaire luchthavens is van toepassing ten aanzien van de maximaal toelaatbare hoogten van objecten in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer, onderscheidenlijk de veiligheid van het landen van luchtvaartuigen met behulp van een instrument landingssysteem, op de gronden zoals aangewezen op de kaarten in bijlagen 4 en 5 bij dit besluit.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.2.3
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Op de locaties die zijn aangewezen op de kaart in bijlage 6 bij dit besluit is het verrichten of toelaten van een activiteit binnen de volgende categorieën niet toegestaan:
|
||||
Op de gronden die zijn aangewezen op de kaart in bijlage 6 bij dit besluit is een grondgebruik of een bestemming binnen de volgende categorieën niet toegestaan:
|
||||
|
||||
a. oppervlaktewateren met een oppervlakte van meer dan 3 hectare;
|
||||
b. natuurbeschermingsgebieden en vogelbeschermingsgebieden;
|
||||
|
|
@ -71,9 +71,9 @@ c. vishouderijen met extramurale bassins;
|
|||
d. extramurale opslag of verwerking van organisch materiaal;
|
||||
e. afvalwaterzuiveringsinstallaties.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid is het verrichten of toelaten van een activiteit toegestaan voor zover deze in overeenstemming is met een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 10.17, zesde lid, juncto artikel 8.9 van de wet.
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid is dit grondgebruik of deze bestemming toegestaan voor zover dit in overeenstemming is met een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 10.17, zesde lid, juncto artikel 8.9 van de wet.
|
||||
|
||||
**3.** De verklaring van geen bezwaar wordt slechts afgegeven indien aan de hand van een door de aanvrager in te dienen fauna-effectstudie kan worden aangetoond dat het verrichten of toelaten van een activiteit niet leidt tot een toename van het risico op vogelaanvaringen voor het luchtverkeer van en naar de luchthaven.
|
||||
**3.** De verklaring van geen bezwaar wordt slechts afgegeven indien aan de hand van een door de aanvrager in te dienen fauna-effectstudie kan worden aangetoond dat een grondgebruik of een bestemming niet leidt tot een toename van het risico op vogelaanvaringen voor het luchtverkeer van en naar de luchthaven.
|
||||
|
||||
**4.** Aan de verklaring van geen bezwaar kunnen voorwaarden verbonden worden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -148,15 +148,25 @@ Voor het recreatief burgerluchtverkeer geldt als grenswaarde een maximum van 12.
|
|||
|
||||
### Artikel 5.1
|
||||
|
||||
Artikel 3.2.3, eerste lid, is niet van toepassing op het verrichten of toelaten van een activiteit voor zover deze activiteit rechtmatig is op de dag voorafgaande aan de dag van inwerkingtreding van dit besluit.
|
||||
Artikel 3.2.3, eerste lid, is niet van toepassing op een grondgebruik of een bestemming voor zover dit gebruik of die bestemming rechtmatig is op de dag voorafgaande aan de dag van inwerkingtreding van dit besluit.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.2
|
||||
|
||||
Evaluatie van de milieueffecten van dit besluit als bedoeld in artikel 11.5 van het Omgevingsbesluit vindt plaats op de wijze, omschreven in bijlage 9 behorende bij dit besluit.
|
||||
Evaluatie van de milieueffecten van dit besluit als bedoeld in artikel 7.39 van de Wet milieubeheer vindt plaats op de wijze, omschreven in bijlage 9 behorende bij dit besluit.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.3
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 1.1, onderdeel d, wordt onder recreatief burgerluchtverkeer mede verstaan: luchthavenluchtverkeer in de vorm van zweefvliegen, sleepvliegen of motorzweefvliegen als bedoeld in artikel 20 van het Besluit militaire luchthavens.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Voor het in het eerste lid genoemde burgerluchtverkeer geldt in aanvulling op:
|
||||
|
||||
a. artikel 4.3.1 als grenswaarde een maximum van 11.808 vliegtuigbewegingen per gebruiksjaar, en
|
||||
b. artikel 4.3.2 dat op zondag en op christelijke feestdagen:
|
||||
|
||||
i. sleepvliegen niet is toegestaan vóór 12.00 uur;
|
||||
ii. per dag tussen 10.00 uur en 12.00 uur niet meer dan drie starts met een motorzweefvliegtuig plaatsvinden.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.4
|
||||
|
||||
|
|
@ -202,7 +212,7 @@ Dit besluit wordt aangehaald als: Luchthavenbesluit Eindhoven.
|
|||
|
||||
## Bijlage 9. Evaluatie- en monitoringsprogramma
|
||||
|
||||
Artikel 11.5 van het Omgevingsbesluit bepaalt dat de milieugevolgen van een besluit ten behoeve waarvan een Milieueffectrapport is opgesteld, geëvalueerd moeten worden. Deze bepaling geldt ook voor het luchthavenbesluit Eindhoven en is een verantwoordelijkheid van de Minister van Defensie en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu.
|
||||
Artikel 7.39 van de Wet milieubeheer bepaalt dat de milieugevolgen van een besluit ten behoeve waarvan een Milieueffectrapport is opgesteld, geëvalueerd moeten worden. Deze bepaling geldt ook voor het luchthavenbesluit Eindhoven en is een verantwoordelijkheid van de Minister van Defensie en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu.
|
||||
|
||||
Doel van de evaluatie is het bepalen van de daadwerkelijke effecten van de activiteit op het milieu door het verzamelen van gegevens over de feitelijke ontwikkeling van de milieubelasting van de luchthaven en de omgeving en het toetsen van de prognoses over de effecten van die activiteit in het milieueffectrapport, opdat zo nodig bijgestuurd kan worden.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue