From 4367525f1ccefd8c6bffbc7bbb6da278e9dce51c Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Jan 2024 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2024-01-01 | BWBR0022751 | Wet op het kindgebonden budget --- .../BWBR0022751/README.md | 31 +++++++++---------- 1 file changed, 15 insertions(+), 16 deletions(-) diff --git a/wet/wet-op-het-kindgebonden-budget/BWBR0022751/README.md b/wet/wet-op-het-kindgebonden-budget/BWBR0022751/README.md index c6c26d3f259..0c4e0cd7825 100644 --- a/wet/wet-op-het-kindgebonden-budget/BWBR0022751/README.md +++ b/wet/wet-op-het-kindgebonden-budget/BWBR0022751/README.md @@ -19,13 +19,13 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b. kindgebonden budget: een financiële bijdrage van het Rijk in de kosten voor kinderen; c. ouder: de verzekerde in de zin van de Algemene Kinderbijslagwet; -d. drempelinkomen: 108% van het twaalfvoud van het voor de maand januari van het berekeningsjaar geldende in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag per maand. +d. drempelinkomen: 108% van het twaalfvoud van het voor de maand januari van het berekeningsjaar geldende in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag per maand. **2.** De hoogte van het kindgebonden budget is afhankelijk van de draagkracht op basis van het inkomen en het vermogen. **3.** Artikel 4 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen is niet van toepassing. -**4.** In afwijking van artikel 7, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, bestaat geen aanspraak op kindgebonden budget indien de rendementsgrondslag, bedoeld in artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de ouder aan het begin van het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 127.582 of, indien de ouder het gehele berekeningsjaar dezelfde partner heeft, de gezamenlijke rendementsgrondslag, bedoeld in artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de ouder en zijn partner aan het begin van het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 161.329. Bij de bepaling van de rendementsgrondslag, bedoeld in de vorige zin, wordt geen rekening gehouden met de vrijstelling, bedoeld in artikel 5.13 van de Wet inkomstenbelasting 2001. +**4.** In afwijking van artikel 7, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, bestaat geen aanspraak op kindgebonden budget indien de rendementsgrondslag, bedoeld in artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de ouder aan het begin van het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 140.213 of, indien de ouder het gehele berekeningsjaar dezelfde partner heeft, de gezamenlijke rendementsgrondslag, bedoeld in artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de ouder en zijn partner aan het begin van het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 177.301. Bij de bepaling van de rendementsgrondslag, bedoeld in de vorige zin, wordt geen rekening gehouden met de vrijstelling, bedoeld in artikel 5.13 van de Wet inkomstenbelasting 2001. **5.** In afwijking van artikel 9, tweede lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, bestaat er wel aanspraak op kindgebonden budget voor een kind dat geen vreemdeling is of dat rechtmatig verblijf houdt in de zin van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000. @@ -37,20 +37,20 @@ d. drempelinkomen: 108% van het twaalfvoud van het voor de maand januari van het Het kindgebonden budget bedraagt voor een berekeningsjaar: -a. indien de ouder aanspraak heeft voor een kind: € 1.653; -b. indien de ouder aanspraak heeft voor twee of meer kinderen: € 1.532 per kind voor het tweede of volgende kind. +a. indien de ouder aanspraak heeft voor een kind: € 2.436; +b. indien de ouder aanspraak heeft voor twee of meer kinderen: € 2.436 per kind voor het tweede of volgende kind. **3.** Een ouder heeft aanspraak op een verhoging van het kindgebonden budget in een berekeningsjaar voor een kind met ingang van de kalendermaand na de maand waarin dat kind de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt. -**4.** Voor een kind dat 12 jaar of ouder is, maar jonger is dan 16 jaar bedraagt de verhoging van het kindgebonden budget € 267,00. +**4.** Voor een kind dat 12 jaar of ouder is, maar jonger is dan 16 jaar bedraagt de verhoging van het kindgebonden budget € 694,00. -**5.** Voor een kind dat 16 of 17 jaar is, bedraagt de verhoging van het kindgebonden budget met ingang van de kalendermaand na de maand waarin het kind de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt € 476,00. +**5.** Voor een kind dat 16 of 17 jaar is, bedraagt de verhoging van het kindgebonden budget met ingang van de kalendermaand na de maand waarin het kind de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt € 924,00. -**6.** De ouder die geen partner heeft, heeft aanspraak op een verhoging van het kindgebonden budget van € 3.848. +**6.** De ouder die geen partner heeft, heeft aanspraak op een verhoging van het kindgebonden budget van € 3.480. **7.** Bij een toetsingsinkomen van de ouder die geen partner heeft, van meer dan het drempelinkomen wordt de som van de bedragen waarop recht bestaat op grond van het tweede, vierde, vijfde en zesde lid verminderd met 6,75% van het verschil tussen het toetsingsinkomen en het drempelinkomen. -**8.** Bij een gezamenlijk toetsingsinkomen van de ouder en zijn partner van meer dan het met € 18.327,00 verhoogde drempelinkomen wordt de som van de bedragen waarop recht bestaat op grond van het tweede, vierde en vijfde lid verminderd met 6,75% van het verschil tussen het gezamenlijk toetsingsinkomen en het met € 18.327,00 verhoogde drempelinkomen. +**8.** Bij een gezamenlijk toetsingsinkomen van de ouder en zijn partner van meer dan het met € 9.030,00 verhoogde drempelinkomen wordt de som van de bedragen waarop recht bestaat op grond van het tweede, vierde en vijfde lid verminderd met 6,75% van het verschil tussen het gezamenlijk toetsingsinkomen en het met € 9.030,00 verhoogde drempelinkomen. **9.** Een ouder als bedoeld in het eerste en derde lid en zijn partner die tevens ouder is als bedoeld in het eerste lid worden voor de toepassing van deze wet geacht gezamenlijk één aanspraak te hebben. @@ -88,16 +88,15 @@ bedraagt het kindgebonden budget een volgens bij ministeriële regeling te stell **4.** Indien een verhoging als bedoeld in het tweede lid wordt toegepast, vindt deze verhoging plaats nadat het eerste lid toepassing heeft gevonden. -**5.** Het eerste lid vindt met ingang van 1 januari 2023 eenmalig geen toepassing voor de bedragen, bedoeld in artikel 2, tweede en zesde lid, en artikel 3, zesde lid. +**5.** Het eerste lid vindt met ingang van 1 januari 2024 eenmalig geen toepassing voor de bedragen, bedoeld in artikel 2, tweede, vierde tot en met zesde en achtste lid, en artikel 3, zesde lid. **6.** Met ingang van de hieronder genoemde data worden de bedragen, bedoeld in artikel 2, tweede en zesde lid, telkens als volgt verlaagd, waarbij de gewijzigde bedragen in de plaats treden van die bedragen en die gewijzigde bedragen door of namens Onze Minister worden medegedeeld in de Staatscourant: -a. met ingang van 1 januari 2024 met € 119; -b. met ingang van 1 januari 2025 met € 119; -c. met ingang van 1 januari 2026 met € 62; -d. met ingang van 1 januari 2028 met € 17. +a. met ingang van 1 januari 2025 met € 119; +b. met ingang van 1 januari 2026 met € 62; +c. met ingang van 1 januari 2028 met € 17. **7.** De verlaging, bedoeld in het zesde lid, vindt plaats nadat het eerste lid toepassing heeft gevonden, onverminderd het vijfde lid. @@ -107,18 +106,18 @@ Het kindgebonden budget blijft buiten beschouwing bij de verlening van andere op ### Artikel 5 -**1.** De Belastingdienst/Toeslagen is belast met de uitvoering van deze wet. +**1.** De Dienst Toeslagen is belast met de uitvoering van deze wet. **2.** De ouder die a. over het berekeningsjaar aanspraak heeft op een kindgebonden budget, en -b. over het berekeningsjaar reeds in aanmerking komt voor een andere tegemoetkoming waarvan de uitvoering is opgedragen aan de Belastingdienst/Toeslagen, +b. over het berekeningsjaar reeds in aanmerking komt voor een andere tegemoetkoming waarvan de uitvoering is opgedragen aan de Dienst Toeslagen, wordt geacht een aanvraag als bedoeld in artikel 15 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen voor het kindgebonden budget te hebben gedaan. -**3.** Voor de toepassing van artikel 16, eerste en tweede lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen wordt in het geval, bedoeld in het tweede lid, de aanvraag geacht te zijn gedaan op het moment waarop de Belastingdienst/Toeslagen bekend is geworden dat de ouder aanspraak heeft op een kindgebonden budget. +**3.** Voor de toepassing van artikel 16, eerste en tweede lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen wordt in het geval, bedoeld in het tweede lid, de aanvraag geacht te zijn gedaan op het moment waarop de Dienst Toeslagen bekend is geworden dat de ouder aanspraak heeft op een kindgebonden budget. ### Artikel 6