2012-02-01 | BWBR0031842 | Reglement Participatiefonds voor de Expertisecentra voor het schooljaar 2012–2013

This commit is contained in:
Coornhert 2012-02-01 12:00:00 +00:00
parent f44dd2705e
commit 43772dbd8d

View file

@ -56,7 +56,7 @@ Andere gronden
6 *Betaald dan wel onbetaald ouderschapsverlof (artikelen 8.19, 8.20 en 8.21 CAO-PO).*
7 *Verlof wegens zwangerschap en/of bevalling.*
8 *Verlof wegens militaire dienst.*
9 *Studieverlof van de leraar die gebruik maakt van het Scholingsfonds als bedoeld in het Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland van 1 juli 2008. *
9 *Studieverlof van de leraar die gebruik maakt van het Scholingsfonds als bedoeld in het Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland van 1 juli 2008. *
1 *Afvloeiingsvolgorde:* de volgorde waarin personeel voor afvloeiing in aanmerking komt. Hierin is tevens het eindigen van dienstverbanden van rechtswege betrokken. Hoofdregel is dat eerst al het tijdelijk aangestelde personeel dient te zijn afgevloeid voordat vast personeel kan worden ontslagen.
2 *Andere gronden:* gronden welke niet genoemd zijn in enig ander lid van artikel 9 van het reglement en welke in ieder geval buiten de risicosfeer van het bevoegd gezag vallen.
@ -64,7 +64,7 @@ Andere gronden
4 *Benoeming in reguliere betrekking:* een (her)benoeming in een betrekking niet zijnde een vervangingsbetrekking.
5 *Bestuursvoorschriften:* de bestuursvoorschriften en bijlagen zoals die door het bestuur zijn vastgesteld ter bevordering van een correcte toepassing van het Reglement Participatiefonds.
6 *Bevoegd gezag:* het bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 wec, respectievelijk het bevoegd gezag van de rechtspersoon als bedoeld in artikel 69 wec en het Regionaal Expertisecentrum (rec) als bedoeld in artikel 28b wec, tenzij het bevoegd gezag door de minister van onderwijs, cultuur en wetenschap, op grond van bezwaren van godsdienstige of levensbeschouwelijke aard is uitgezonderd van aansluiting bij de stichting participatiefonds voor het onderwijs.
7 *CAO-PO:* de collectieve arbeidsovereenkomst voor het primair onderwijs zoals die tussen de Werkgeversvereniging Primair Onderwijs (WvPO) en de organisaties van werknemers in het onderwijs voor de -periode 1 januari 2009 tot 1 januari 2010 is overeengekomen en welke tot nader order van kracht blijft.
7 *CAO-PO:* de collectieve arbeidsovereenkomst voor het primair onderwijs zoals die tussen de Werkgeversvereniging Primair Onderwijs (WvPO) en de organisaties van werknemers in het onderwijs voor de -periode 1 januari 2009 tot 1 januari 2010 is overeengekomen en welke tot nader order van kracht blijft.
8 *Centrale diensten:* diensten zoals bedoeld in artikel 69 WEC.
9 *Contractactiviteiten:* activiteiten waarvoor een prijs bij derden in rekening wordt gebracht.
10 *Detachering:* de situatie dat onderwijspersoneel op eigen verzoek of met zijn instemming voor bepaalde tijd wordt belast met werkzaamheden bij een ander bevoegd gezag of buiten het onderwijs.
@ -82,7 +82,7 @@ Andere gronden
*Ingetrokken melding:* de ontslagmelding die is gedaan, wordt ingetrokken door het bevoegd gezag.
21 *Natuurlijk verloop:* de omvang in netto-loonkosten op jaarbasis van het eindigen of beëindigen van dienstverbanden zonder dat daar een uitkering op volgt welke op grond van het BWOO dan wel de WW en de bovenwettelijke regeling door UWV wordt uitbetaald. Een en ander uitgezonderd einde vervangingsbetrekking.
22 *Netto-loonkosten:* het betreft hier de bruto loonkosten minus de eventuele bruto kortingen vermeerderd met de werkgeverslasten.
23 *OALT:* Onderwijs in Allochtone Levende Talen zoals bedoeld in de voormalige Afdeling 10 van de WEC (die kwam te vervallen per 1 augustus 2004).
23 *OALT:* Onderwijs in Allochtone Levende Talen zoals bedoeld in de voormalige Afdeling 10 van de WEC (die kwam te vervallen per 1 augustus 2004).
24 *Onderwijsassistent in opleiding:* de functie als bedoeld in artikel 3.27 en 4.26 CAO-PO.
25 *Onderwijspersoneel:* directieleden, leraren en onderwijsondersteunend personeel in dienstbetrekking bij het bevoegd gezag als hierboven bedoeld en leden van het bestuur van die scholen die zijn benoemd door een raad van toezicht als bedoeld in artikel 28i, derde lid, WEC, voor zover die leden mede zijn benoemd op basis van een arbeidsovereenkomst of een akte van aanstelling.
26 *Ontslag:* beëindiging van een dienstverband voor onbepaalde tijd. Het eindigen of beëindiging van een dienstverband voor bepaalde tijd, of een tijdelijke uitbreiding van een (vast) dienstverband, wordt ongeacht de reden met ontslag gelijkgesteld.
@ -99,11 +99,11 @@ Ingetrokken ontslag: het voorgenomen ontslag dat niet geëffectueerd wordt, dan
Uitgesteld ontslag: een ontslag waarvan het vergoedingsverzoek op een bepaalde datum op grond van formatieve ontwikkelingen (de daling) kan worden toegewezen maar waarvan de ingangsdatum is uitgesteld omdat het bevoegd gezag het betreffende personeelslid op basis van andere middelen dan die -begrepen zijn onder normatieve formatie, aanvullende formatie en de opbrengst van de contractactiviteiten, in dienst houdt.
Ontslagdatum: de datum van het einde van het dienstverband.
27 *Outplacement:* Bij outplacement in de zin van het Reglement dient er sprake te zijn van een planmatige begeleiding door een derde van een met ontslag bedreigde werknemer bij het verwerven van een -reguliere betrekking elders, waarbij een brede oriëntatie op de arbeidsmarkt en een wezenlijke financiële inspanning van de werkgever kenmerkend zijn (zie de uitspraak van de Raad van State van 9 mei 2007, zaaknummer 200606432/1).
27 *Outplacement:* Bij outplacement in de zin van het Reglement dient er sprake te zijn van een planmatige begeleiding door een derde van een met ontslag bedreigde werknemer bij het verwerven van een -reguliere betrekking elders, waarbij een brede oriëntatie op de arbeidsmarkt en een wezenlijke financiële inspanning van de werkgever kenmerkend zijn (zie de uitspraak van de Raad van State van 9 mei 2007, zaaknummer 200606432/1).
28 *Participatiefonds:* de rechtspersoon als bedoeld in artikel 170, eerste lid van de WEC.
29 *Projectformatie:* additionele gelden als bedoeld in de artikelen 3.4 en 4.4 beiden aanhef en onder d van de CAO-PO.
30 *Samenwerkingsverband:* een bestuurlijke krachtenbundeling tussen zelfstandige bevoegde gezagsorganen zoals bedoeld in de beleidsregel van OC en W van 4 april 1997, kenmerk PO/PJ-97008394, Uitleg nummer 11, 16 april 1997 en 12 april 2002, kenmerk PO/KB-2002/14416, Uitleg nummer 11, 24 april 2002.
31 *Schooljaar:* een schooljaar loopt van 1 augustus tot en met 31 juli van het opvolgende kalenderjaar.
30 *Samenwerkingsverband:* een bestuurlijke krachtenbundeling tussen zelfstandige bevoegde gezagsorganen zoals bedoeld in de beleidsregel van OC en W van 4 april 1997, kenmerk PO/PJ-97008394, Uitleg nummer 11, 16 april 1997 en 12 april 2002, kenmerk PO/KB-2002/14416, Uitleg nummer 11, 24 april 2002.
31 *Schooljaar:* een schooljaar loopt van 1 augustus tot en met 31 juli van het opvolgende kalenderjaar.
32 *Schoolsoort:* het speciaal onderwijs, het voortgezet speciaal onderwijs en het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de WEC.
33 *Schoonmaakpersoneel:* personeel waarvan in de functieomschrijving is -opgenomen het schoonmaken en schoonhouden van de binnenzijde van het schoolgebouw en waarvoor de bekostiging is genormeerd in de materiële vergoeding.
34 *Uitvoeringsorganisatie Participatiefonds:* door het bestuur van het Participatiefonds aangewezen organisatie voor de uitvoering van de instroomtoets.
@ -114,20 +114,20 @@ Ontslagdatum: de datum van het einde van het dienstverband.
Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair onderwijs, BZA (Stb. 1995, 703).
*WEC:*
Wet op de Expertisecentra (Stb. 1998, 469).
Wet op de Expertisecentra (Stb. 1998, 469).
*BWOO:*
Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekspersoneel (Stb. 1994, 100).
Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekspersoneel (Stb. 1994, 100).
*BBWO:*
Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs (Stb. 2001, 61).
*WW en de bovenwettelijke regeling:* De Werkloosheidswet (Stb. 1986, 566) en de bovenwettelijke regeling als bedoeld in de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen (Stb. 1997, 768). De bovenwettelijke regeling vangt de vermindering van de uitkerings-aanspraken op als gevolg van de invoering van de WW voor het onderwijs.
*WW en de bovenwettelijke regeling:* De Werkloosheidswet (Stb. 1986, 566) en de bovenwettelijke regeling als bedoeld in de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen (Stb. 1997, 768). De bovenwettelijke regeling vangt de vermindering van de uitkerings-aanspraken op als gevolg van de invoering van de WW voor het onderwijs.
38 *Zij-instromers:* onbevoegden met een geschiktheidsverklaring als bedoeld in -artikel 162e WEC.
## 2. Premie
### 2. Verplichting tot betaling van premie
### 2. Verplichting tot betaling van premie
#### . Toelichting op artikel 2
@ -157,7 +157,7 @@ Het bevoegd gezag is verplicht, op de wijze zoals bepaald in de bestuursvoorschr
De kosten van werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet, worden conform artikel 132, derde lid van de WEC door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in mindering gebracht op de door het bevoegd gezag verkregen vergoeding van de uitgaven voor het personeel, tenzij het Participatiefonds instemt met het verzoek de uitkeringskosten ten laste van dit fonds te laten komen. Dit vergoedingsverzoek wordt aan de hand van een door het bevoegd gezag ingediende melding beoordeeld.
3.2 **Melden**
Van elk ontslag per of na 1 augustus 2012 wordt bij de Uitvoeringsorganisatie Participatiefonds melding gedaan. De melding wordt in ieder geval gedaan binnen 4 weken na de datum van beëindiging van het dienstverband. De beoordeling van het vergoedingsverzoek geschiedt door middel van een toetsing van deze melding.
Van elk ontslag per of na 1 augustus 2012 wordt bij de Uitvoeringsorganisatie Participatiefonds melding gedaan. De melding wordt in ieder geval gedaan binnen 4 weken na de datum van beëindiging van het dienstverband. De beoordeling van het vergoedingsverzoek geschiedt door middel van een toetsing van deze melding.
3.3 **Rappel**
Indien de melding het Participatiefonds niet heeft bereikt, rappelleert deze het bevoegd gezag éénmaal. Dit rappel geschiedt op basis van een periodieke vergelijking van de door UWV toegekende uitkeringen en de bij het Participatiefonds gemelde ontslagen.
@ -175,11 +175,11 @@ c Indien de termijnoverschrijding niet aan het bevoegd gezag is toe te rekenen.
Het vergoedingsverzoek wordt door het bevoegd gezag in ieder geval onderbouwd op de punten waar het reglement dit vereist.
3.4.1 Wanneer het vergoedingsverzoek niet compleet is, wordt het bevoegd gezag verzocht binnen 6 weken na dagtekening van de kennisgeving omtrent de onvolledigheid de opgave te completeren. Als het vergoedingsverzoek niet binnen 6 weken geheel gecompleteerd is, wordt het vergoedingsverzoek getoetst op basis van de gegevens welke bij het Participatiefonds aanwezig zijn, tenzij de termijnoverschrijding niet aan het bevoegd gezag is toe te rekenen.
3.4.1 Wanneer het vergoedingsverzoek niet compleet is, wordt het bevoegd gezag verzocht binnen 6 weken na dagtekening van de kennisgeving omtrent de onvolledigheid de opgave te completeren. Als het vergoedingsverzoek niet binnen 6 weken geheel gecompleteerd is, wordt het vergoedingsverzoek getoetst op basis van de gegevens welke bij het Participatiefonds aanwezig zijn, tenzij de termijnoverschrijding niet aan het bevoegd gezag is toe te rekenen.
3.4.2 Een vergoedingsverzoek zonder enige onderbouwing van de reden van ontslag wordt niet in behandeling genomen.
3.5 **Beslistermijn**
Zonder tegenbericht wordt binnen 8 weken nadat de melding door het Participatiefonds is ontvangen een beschikking gegeven. In het geval waarbij het Participatiefonds om aanvullende informatie heeft verzocht, wordt binnen 8 weken na het ontvangen van de aanvullende gegevens een beschikking gegeven.
Zonder tegenbericht wordt binnen 8 weken nadat de melding door het Participatiefonds is ontvangen een beschikking gegeven. In het geval waarbij het Participatiefonds om aanvullende informatie heeft verzocht, wordt binnen 8 weken na het ontvangen van de aanvullende gegevens een beschikking gegeven.
### 4. Toetsing
@ -210,10 +210,10 @@ Zonder tegenbericht wordt binnen 8 weken nadat de melding door het Participatief
Op het bevoegd gezag rust de verplichting in redelijkheid datgene te doen wat van het bevoegd gezag verwacht mag worden ter voorkoming van werkloosheid, respectievelijk om instroom in een werkloosheidsuitkering van betrokkene te voorkomen.
4.2 **Trapsgewijze toetsing**
De toetsing vindt trapsgewijs plaats. Eerst wordt de onvermijdbaarheid van het ontslag op grond van de door het bevoegd gezag aangegeven reden getoetst en vervolgens wordt de inspanning van het bevoegd gezag beoordeeld.
De toetsing vindt trapsgewijs plaats. Eerst wordt de onvermijdbaarheid van het ontslag op grond van de door het bevoegd gezag aangegeven reden getoetst en vervolgens wordt de inspanning van het bevoegd gezag beoordeeld.
4.3 **Onvermijdbaarheid ontslag**
Een ontslag dient gemeld te worden op basis van een van de gronden genoemd in de artikelen 7 tot en met 11. In deze artikelen is per ontslaggrond aangegeven hoe het bevoegd gezag de onvermijdbaarheid van het ontslag aantoont.
Een ontslag dient gemeld te worden op basis van een van de gronden genoemd in de artikelen 7 tot en met 11. In deze artikelen is per ontslaggrond aangegeven hoe het bevoegd gezag de onvermijdbaarheid van het ontslag aantoont.
4.4 **Inspanningsverplichting**
Bij elke melding wordt beoordeeld of aan het in artikel 4.1 gestelde is voldaan. Indien blijkt dat onvoldoende uitvoering is gegeven aan de activiteiten genoemd in het artikel dat op het ontslag van toepassing is, wordt het vergoedingsverzoek afgewezen. Het bevoegd gezag heeft tal van mogelijkheden en instrumenten van personeelsbeleid die gericht zijn op het voorkomen van een beroep op een werkloosheidsregeling. Omdat niet voor iedere soort ontslag eenzelfde inspanning kan worden verwacht, is bij iedere ontslaggrond zoals gesteld in de artikelen 7 tot en met 11, aangegeven aan welke eisen het bevoegd gezag dient te voldoen.
@ -243,7 +243,7 @@ B (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband)
De betreffende categorieën en een aantal van de activiteiten zijn opgenomen in de toelichting en in het formulier Opgave medewerker. Het bevoegd gezag informeert het Participatiefonds schriftelijk op welke wijze aan de inspanningsverplichting is voldaan.
Activiteiten in het kader van de inspanningsverplichting worden uitsluitend in de beoordeling van een vergoedingsverzoek meegenomen indien deze activiteiten hebben plaatsgevonden voorafgaand aan de datum van ontslag.
Activiteiten in het kader van de inspanningsverplichting worden uitsluitend in de beoordeling van een vergoedingsverzoek meegenomen indien deze activiteiten hebben plaatsgevonden voorafgaand aan de datum van ontslag.
4.4.1 **Schriftelijk bewijs**
@ -255,14 +255,14 @@ Als bewijsstuk wordt geaccepteerd een overzicht van de data waarop de voortgang
Als bewijsstuk wordt geaccepteerd een overzicht van de data waarop één of meer van de in de toelichting genoemde voorbeelden van activiteiten hebben plaatsgevonden. Het overzicht wordt door betrokkene schriftelijk bevestigd. Hiermee verklaart betrokkene dat de activiteiten hebben plaatsgevonden.
Als bewijsstuk wordt onder andere geaccepteerd een afschrift van een brief waarmee het bevoegd gezag bij collega schoolbesturen informeert of er voor betrokkene een vacature voorhanden is, dan wel een afschrift van een gespreksverslag waaruit blijkt dat de dreigende werkloosheid van betrokkene aan de orde is gesteld in overlegsituaties met collega schoolbesturen. Indien gebruik wordt gemaakt van een mobiliteitscentrum of arbeidspool wordt als bewijsstuk geaccepteerd een afschrift van de inschrijving bij het mobiliteitscentrum of de arbeidspool.
Als bewijsstuk wordt onder andere geaccepteerd een afschrift van een brief waarmee het bevoegd gezag bij collega schoolbesturen informeert of er voor betrokkene een vacature voorhanden is, dan wel een afschrift van een gespreksverslag waaruit blijkt dat de dreigende werkloosheid van betrokkene aan de orde is gesteld in overlegsituaties met collega schoolbesturen. Indien gebruik wordt gemaakt van een mobiliteitscentrum of arbeidspool wordt als bewijsstuk geaccepteerd een afschrift van de inschrijving bij het mobiliteitscentrum of de arbeidspool.
Als bewijsstuk wordt in elk geval geaccepteerd een afschrift van een aanbod, dan wel een afschrift van een offerte of van een factuur waaruit blijkt dat het schoolbestuur betrokkene voorafgaand aan zijn ontslag middels het aanbieden, en bij acceptatie bekostigen van faciliteiten, in de gelegenheid heeft gesteld zijn positie op de arbeidsmarkt te verbeteren.
Onder faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren wordt (niet-limitatief) verstaan trainingen, cursussen of workshops ter verbetering zowel van het persoonlijk niveau (sollicitatietraining, presentatietraining, coachingsgesprekken, een competentie- en beroepskeuzetest) als van het kennisniveau (praktijkgerichte bij- of omscholingscursussen).
Onder faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren wordt (niet-limitatief) verstaan trainingen, cursussen of workshops ter verbetering zowel van het persoonlijk niveau (sollicitatietraining, presentatietraining, coachingsgesprekken, een competentie- en beroepskeuzetest) als van het kennisniveau (praktijkgerichte bij- of omscholingscursussen).
Als bewijsstuk wordt overgelegd een schriftelijk aanbod van outplacement, gedateerd voorafgaand aan het ontslag, waarin het bedrag dat het bevoegd gezag bereid is voor zijn rekening te nemen wordt genoemd. Het aanbod dient substantieel en reëel te zijn in relatie tot de arbeidsmarktpositie van betrokkene.
4.4.2 Indien door het bevoegd gezag niet (volledig) aan de gevraagde inspanning kan worden voldaan, geeft het bevoegd gezag gemotiveerd aan wat daarvan de reden is.
4.4.2 Indien door het bevoegd gezag niet (volledig) aan de gevraagde inspanning kan worden voldaan, geeft het bevoegd gezag gemotiveerd aan wat daarvan de reden is.
4.5 **Onredelijkheid of onvoldoende onderbouwing**
Het vergoedingsverzoek wordt afgewezen indien er sprake is van kennelijke onredelijkheid in het standpunt van het bevoegd gezag, onverminderd het gestelde in artikel 3.
@ -289,7 +289,7 @@ Naast de in artikel 4.4 genoemde activiteiten, onderzoekt het bestuur van een ce
5.2.3 *Bij een ontslag op grond van formatieve ontwikkelingen van personeel in vaste dienst is het van belang om te weten wat de ontwikkelingen zijn geweest van de aanstellingen van het overige personeel in vaste en/of tijdelijke dienst. Hiervoor zijn vijf vragen opgesteld. Indien het antwoord op een of meer van deze vragen ja is, dient onderbouwd te worden waarom betrokkene niet voor deze functie in aanmerking kwam. Dit antwoord op de betreffende vragen dient onderbouwd te worden met behulp van artikel 8, dat wil zeggen, de onderdelen van artikel 8 die van toepassing zijn, toegespitst op deze situatie.*
5.2.4 *Bij een ontslag op grond van kwalitatieve fricties van personeel in vaste dienst is het van belang om te weten wat de ontwikkelingen zijn geweest van de aanstellingen van het overige personeel in vaste en/of tijdelijke dienst. Hiervoor zijn vijf vragen opgesteld. Indien het antwoord op een of meer van deze vragen ja is, dient onderbouwd te worden waarom betrokkene niet voor deze functie in aanmerking kwam. Dit antwoord op de betreffende vragen dient bij de onderbouwing van artikel 8 ook aan de orde te komen. Indien de bijgevoegde bescheiden wel aantonen waarom het personeel in tijdelijke dienst gehandhaafd moet blijven, maar niet waarom juist deze personeelsleden uit vaste dienst ontslagen moeten worden, wordt het ontslag van deze vaste personeelsleden tevens getoetst op grond van artikel 7, 7a, 7b.*
5.1 Het bevoegd gezag verstrekt bij de ontslagen per of na 1 augustus 2012 informatie over de personele bezetting, als het ontslag op grond van artikel 7, 7a, 7b, 8 of 11 gemeld wordt.
5.1 Het bevoegd gezag verstrekt bij de ontslagen per of na 1 augustus 2012 informatie over de personele bezetting, als het ontslag op grond van artikel 7, 7a, 7b, 8 of 11 gemeld wordt.
5.2 De te overleggen informatie onderbouwt de reden dat juist voor deze persoon (personen) het vergoedingsverzoek is ingediend, in de volgende situaties:
5.2.1 **Beëindiging tijdelijk dienstverband op grond van de formatieve ontwikkelingen**
@ -303,10 +303,10 @@ II Als er wel een vacature is, wordt het ontslag onderbouwd overeenkomstig artik
Het bevoegd gezag geeft aan of er een vacature beschikbaar is op de datum van ontslag.
I Als er geen vacature is, wordt het ontslag onderbouwd overeenkomstig artikel 8.
II Als er wel een vacature is, wordt het ontslag onderbouwd overeenkomstig artikel 8, waarbij ook het vakgebied van de vacature bij de onderbouwing wordt betrokken.
II Als er wel een vacature is, wordt het ontslag onderbouwd overeenkomstig artikel 8, waarbij ook het vakgebied van de vacature bij de onderbouwing wordt betrokken.
5.2.3 **Beëindiging vast dienstverband op grond van de formatieve ontwikkelingen**
Het bevoegd gezag geeft aan of er op de datum van ontslag sprake is van:
Het bevoegd gezag geeft aan of er op de datum van ontslag sprake is van:
a personeel in tijdelijke dienst dat gehandhaafd blijft;
b personeel in tijdelijke dienst dat in de periode tussen de ontslagaanzegging en de ontslagdatum in vaste dienst is benoemd;
@ -318,7 +318,7 @@ I Als van het gestelde onder a, b, c, d en e geen sprake is, wordt het ontslag o
II Als van het gestelde onder a, b, c, d, of e één of meer keren sprake is, wordt het ontslag wat betreft de formatieve ontwikkelingen onderbouwd op grond van artikel 7, 7a, 7b en wat betreft de functie bedoeld in a t/m e wordt op grond van artikel 8 onderbouwd waarom betrokkene niet in deze functie is benoemd.
5.2.4 **Beëindiging vast dienstverband op grond van kwalitatieve fricties**
Het bevoegd gezag geeft aan of er op de datum van ontslag sprake is van:
Het bevoegd gezag geeft aan of er op de datum van ontslag sprake is van:
a personeel in tijdelijke dienst dat gehandhaafd blijft;
b personeel in tijdelijke dienst dat in de periode tussen de ontslagaanzegging en de ontslagdatum in vaste dienst is benoemd;
@ -343,7 +343,7 @@ Het bevoegd gezag overlegt de onderlinge volgorde van ontslag als er sprake is v
6.3 Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen indien niet is voldaan aan het gestelde in artikel 4.4.
6.4 Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen indien wordt vastgesteld dat het bevoegd gezag zich, in strijd met de artikelen 60 jo 62 van de WPO, niet aan de uitspraak van de Commissie van Beroep heeft onderworpen.
### 7. Ontslag wegens daling rijksbekostiging personeel en financiële bijdragen van derden bij ontslagbeleid
### 7. Ontslag wegens daling rijksbekostiging personeel en financiële bijdragen van derden bij ontslagbeleid
**Lees dit artikel voordat u het formulier Daling rijksbekostiging invult.**
@ -359,7 +359,7 @@ Het bevoegd gezag overlegt de onderlinge volgorde van ontslag als er sprake is v
*Indien de ontslagruimte kleiner is dan de omvang van het ontslag, kan ontslag uit een vast dienstverband niet plaatsvinden omdat deelontslag niet is toegestaan. In het geval dat een tijdelijk dienstverband van rechtswege eindigt, dient een herbenoeming plaats te vinden welke gelijk is aan de omvang van de voorafgaande betrekking minus de ontslagruimte.*
*Aan de herbenoemingsverplichting van tijdelijk personeel is een ondergrens gesteld. Voor groepsleraren in het primair onderwijs is deze ondergrens 8 uur. Indien de omvang van de voorafgaande aanstelling minder dan 8 uur is, bedraagt de ondergrens de helft van de beëindigde aanstelling. Voor vakleraren en onderwijsondersteunend personeel wordt de één-uur-grens gehanteerd.*
*Aan de herbenoemingsverplichting van tijdelijk personeel is een ondergrens gesteld. Voor groepsleraren in het primair onderwijs is deze ondergrens 8 uur. Indien de omvang van de voorafgaande aanstelling minder dan 8 uur is, bedraagt de ondergrens de helft van de beëindigde aanstelling. Voor vakleraren en onderwijsondersteunend personeel wordt de één-uur-grens gehanteerd.*
7.2 Vergelijking van rijksbekostiging personeel en financiële bijdragen van derden
@ -394,7 +394,7 @@ Het bevoegd gezag overlegt een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden
Indien tegen het ontslagbesluit bezwaar en/of beroep is ingesteld, stelt het bevoegd gezag het Participatiefonds daarvan in kennis. Het Participatiefonds kan in het geval dat betrokkene tegen het ontslagbesluit rechtsmiddelen heeft aangewend de beslissing op de vergoedingsaanvraag aanhouden tot het moment waarop de in bezwaar dan wel beroep genomen (gerechtelijke) beslissing onherroepelijk is geworden.
In plaats van bovengenoemd afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 7, aan betrokkene is kenbaar gemaakt, kan het bevoegd gezag ook een afschrift van een beëindigingovereenkomst overleggen waaruit tenminste blijkt dat:
In plaats van bovengenoemd afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 7, aan betrokkene is kenbaar gemaakt, kan het bevoegd gezag ook een afschrift van een beëindigingovereenkomst overleggen waaruit tenminste blijkt dat:
1 het dienstverband met wederzijds goedvinden is beëindigd,
2 het bevoegd gezag heeft voorgesteld het dienstverband te beëindigen, en
@ -403,11 +403,11 @@ In plaats van bovengenoemd afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor
Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 7, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
7.2 **Vergelijking van rijksbekostiging personeel en financiële bijdragen van derden**
Ter beoordeling van een in het eerste lid bedoelde ontslag wordt een vergelijking van de rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden gemaakt. In deze vergelijking wordt de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden direct voorafgaand aan het ontslag vergeleken met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag. Het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt voor 65% in de vergelijking betrokken. Dit betekent dat bij de berekening van de rijksbekostiging wordt uitgegaan van 65% inzet van het budget voor de bekostiging van personeel.
Ter beoordeling van een in het eerste lid bedoelde ontslag wordt een vergelijking van de rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden gemaakt. In deze vergelijking wordt de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden direct voorafgaand aan het ontslag vergeleken met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag. Het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt voor 65% in de vergelijking betrokken. Dit betekent dat bij de berekening van de rijksbekostiging wordt uitgegaan van 65% inzet van het budget voor de bekostiging van personeel.
Vanaf 1 augustus 2012 vervalt de Regeling versterking cultuureducatie 2011-2012 en worden de met cultuureducatie gemoeide middelen toegevoegd aan de Regeling prestatiebox primair onderwijs.
Aangezien de Regeling prestatiebox primair onderwijs, anders dan de Regeling versterking cultuureducatie 20112012, wél onderdeel uitmaakt van de vergelijking, zullen de met de Regeling versterking cultuureducatie gemoeide middelen eenmalig eveneens in de vergelijking per 1 augustus 2012 worden betrokken.
Aangezien de Regeling prestatiebox primair onderwijs, anders dan de Regeling versterking cultuureducatie 20112012, wél onderdeel uitmaakt van de vergelijking, zullen de met de Regeling versterking cultuureducatie gemoeide middelen eenmalig eveneens in de vergelijking per 1 augustus 2012 worden betrokken.
Bij ontslagen per 1 augustus 2012 wegens opheffing van de betrekking, worden de middelen van de Regeling prestatiebox primair onderwijs niet volledig, maar slechts voor 65% bij de bekostigingsvergelijking meegeteld.
@ -427,7 +427,7 @@ Het ontslag wordt getoetst op het niveau van de centrale dienst indien er sprake
Indien er sprake is van uitgesteld ontslag, wordt het ontslag getoetst op bestuursniveau over drie schooljaren. In de vergelijking wordt de rijksbekostiging personeel en financiële bijdragen van derden zoals beschreven in artikel 7.2 in de schooljaren 20102011 en 20112012 vergeleken. Daarna volgt een vergelijking van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden tot de datum van het ontslag ten opzichte van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag.
De ontslagruimte per 1 augustus 2011 wordt opgeteld bij de ontslagruimte, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag. Tevens wordt bij de beoordeling bekeken of betrokkene op andere middelen dan begrepen in de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zoals is beschreven in artikel 7.2 in dienst is gehouden
De ontslagruimte per 1 augustus 2011 wordt opgeteld bij de ontslagruimte, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag. Tevens wordt bij de beoordeling bekeken of betrokkene op andere middelen dan begrepen in de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zoals is beschreven in artikel 7.2 in dienst is gehouden
7.4 **Natuurlijk verloop en andere ontslagen**
Ten gevolge van natuurlijk verloop en andere ontslagen komen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden beschikbaar. Om deze reden wordt de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode van zes maanden voorafgaand aan en per de datum van het gemelde ontslag in de vergelijking betrokken.
@ -458,7 +458,7 @@ Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag
1 extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en
2 (vervallen)
3 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of
4 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie).
4 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie).
1 (vervallen)
2 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of
@ -515,7 +515,7 @@ De reden voor het ontslag uit een tijdelijk dienstverband is gelegen in het feit
Uitsluitend voor zover het ontslag uit een vast dienstverband betreft, geldt het navolgende:
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag:
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag:
1 aantoont dat hij, omdat hij de werkgelegenheidsgarantie niet meer kon handhaven, met de vakcentrales in het DGO overleg heeft gevoerd en de maatregelen van het met de vakcentrales overeengekomen sociaal plan heeft uitgevoerd. Het bevoegd gezag overlegt hiertoe het door de vakcentrales getekende sociaal plan tezamen met documenten waaruit blijkt welke omvang van het formatieve probleem na uitvoering van het sociaal plan resteert.
2 schriftelijk verklaart dat
@ -532,7 +532,7 @@ Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde on
1 Dat zich in schooljaar 20122013 ten opzichte van schooljaar 20112012 een daling in de rijksbekostiging personeel en financiële bijdragen van derden heeft voorgedaan, en
2 de daling van de rijksbekostiging personeel en financiële bijdragen van derden, inclusief andere ontslagen en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. Indien van een dergelijke daling sprake is, is ontslagruimte, voor zo ver het betreft ontslag uit een tijdelijk dienstverband, aanwezig.
Ter beoordeling van een in het eerste lid bedoelde ontslag uit een tijdelijk dienstverband wordt een vergelijking van de rijksbekostiging personeel en financiële middelen van derden gemaakt. In deze vergelijking wordt de totale bekostiging van personeel direct voorafgaand aan het ontslag vergeleken met de totale bekostiging van personeel per de datum van het ontslag. Het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt voor 65% in de vergelijking betrokken. Dit betekent dat bij de berekening van de rijksbekostiging personeel en financiële middelen van derden wordt uitgegaan van 65% inzet van het budget voor de bekostiging van personeel.
Ter beoordeling van een in het eerste lid bedoelde ontslag uit een tijdelijk dienstverband wordt een vergelijking van de rijksbekostiging personeel en financiële middelen van derden gemaakt. In deze vergelijking wordt de totale bekostiging van personeel direct voorafgaand aan het ontslag vergeleken met de totale bekostiging van personeel per de datum van het ontslag. Het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt voor 65% in de vergelijking betrokken. Dit betekent dat bij de berekening van de rijksbekostiging personeel en financiële middelen van derden wordt uitgegaan van 65% inzet van het budget voor de bekostiging van personeel.
**Regeling versterking cultuureducatie 20112012**
@ -565,11 +565,11 @@ Bij een ontslag op grond van artikel 7A dient het bevoegd gezag te voldoen aan d
1 extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en
2 (vervallen)
3 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren;
4 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie).
4 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie).
1 (vervallen)
2 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of
3 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie).
3 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie).
### 7B. Ontslag wegens reorganisatie
@ -588,7 +588,7 @@ Bij een ontslag op grond van artikel 7A dient het bevoegd gezag te voldoen aan d
Indien een werkgever wegens reorganisatie, waaronder begrepen noodzakelijke bezuinigingen anders dan wegens daling rijksbekostiging personeel wil ontslaan, kan zon ontslag een grond zijn voor de toewijzing van een vergoedingsverzoek. Indien de werkgever meerdere personeelsleden wil ontslaan, is denkbaar dat ontslagen deels het gevolg zijn van daling van de rijksbekostiging personeel.
De reden voor het ontslag is gelegen in reorganisatie als bedoeld in artikel 13.2 lid 5 onder a van de CAO-PO.
De reden voor het ontslag is gelegen in reorganisatie als bedoeld in artikel 13.2 lid 5 onder a van de CAO-PO.
Het bevoegd gezag overlegt een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 7B, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
@ -614,11 +614,11 @@ Bij een ontslag op grond van artikel 7B dient het bevoegd gezag te voldoen aan d
1 extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en
2 (vervallen)
3 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of
4 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie).
4 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie).
1 (vervallen)
2 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of
3 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie).
3 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie).
### 8. Ontslag vanwege kwalitatieve fricties
@ -644,7 +644,7 @@ Bij een ontslag op grond van artikel 7B dient het bevoegd gezag te voldoen aan d
8.1 **Ontslaggrond**
Ontslag omdat het anders onmogelijk wordt om binnen het bevoegd gezag het gevraagde onderwijs te verzorgen of de verlangde taken uit te voeren kan een grond zijn voor toewijzing van een vergoedingsverzoek. Ontslag vanwege kwalitatieve fricties doet zich voor indien de bedoelde onmogelijkheid is onderbouwd en het natuurlijk verloop en andere ontslagen geen oplossing bieden. De kwalitatieve fricties mogen geen gevolg zijn van eigen beleid van het bevoegd gezag.
Ontslag omdat het anders onmogelijk wordt om binnen het bevoegd gezag het gevraagde onderwijs te verzorgen of de verlangde taken uit te voeren kan een grond zijn voor toewijzing van een vergoedingsverzoek. Ontslag vanwege kwalitatieve fricties doet zich voor indien de bedoelde onmogelijkheid is onderbouwd en het natuurlijk verloop en andere ontslagen geen oplossing bieden. De kwalitatieve fricties mogen geen gevolg zijn van eigen beleid van het bevoegd gezag.
Het bevoegd gezag overlegt een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 8, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
@ -751,7 +751,7 @@ h Andere gronden
*Hiertoe overlegt het bevoegd gezag een afschrift van de beschikking van UWV Groningen of, indien de eigen wachtgelder (nog) niet daadwerkelijk een werkloosheidsuitkering geniet, de akten van aanstelling waaruit blijkt dat er sprake is van eigen wachtgeldverplichtingen.*
*Een ontslag per laatste schooldag van het jaar omdat betrokkene is aangesteld per of na 1 maart van datzelfde schooljaar, kan op grond van dit artikellid worden gemeld indien betrokkene per 1 augustus voor minimaal eenzelfde omvang wordt herbenoemd in een reguliere betrekking. Hiertoe overlegt het bevoegd gezag de akte van aanstelling na 1 maart of het ontslagbesluit per de laatste schooldag, en de akte van benoeming per 1 augustus van het volgend schooljaar. Het kan hierbij dus niet gaan om een aanstelling in een vervangings-betrekking per 1 augustus.*
*Een ontslag per laatste schooldag van het jaar omdat betrokkene is aangesteld per of na 1 maart van datzelfde schooljaar, kan op grond van dit artikellid worden gemeld indien betrokkene per 1 augustus voor minimaal eenzelfde omvang wordt herbenoemd in een reguliere betrekking. Hiertoe overlegt het bevoegd gezag de akte van aanstelling na 1 maart of het ontslagbesluit per de laatste schooldag, en de akte van benoeming per 1 augustus van het volgend schooljaar. Het kan hierbij dus niet gaan om een aanstelling in een vervangings-betrekking per 1 augustus.*
*Onder de in dit artikellid bedoelde gronden valt niet het van rechtswege eindigen van een aanstelling. Er dient een in het reglement genoemde ontslaggrond te zijn, die aan betrokkene is medegedeeld waarom het tijdelijk dienstverband niet verlengd wordt.*
@ -784,7 +784,7 @@ De reden voor het ontslag is gelegen in:
I de ongeschiktheid voor de functie, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken van betrokkene;
II ongeschiktheid voor het onderwijs, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken;
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat het in redelijkheid niet anders dan tot het ontslag van betrokkene kon komen, ondanks het feit dat het betrokkene de mogelijkheden heeft geboden het functioneren te verbeteren en dat anderszins maatregelen zijn genomen om gedwongen ontslag te voorkomen. Het bevoegd gezag geeft aan hoe de beoordelingsprocedure is doorlopen.
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat het in redelijkheid niet anders dan tot het ontslag van betrokkene kon komen, ondanks het feit dat het betrokkene de mogelijkheden heeft geboden het functioneren te verbeteren en dat anderszins maatregelen zijn genomen om gedwongen ontslag te voorkomen. Het bevoegd gezag geeft aan hoe de beoordelingsprocedure is doorlopen.
Indien tegen het ontslagbesluit bezwaar en/of beroep is ingesteld, stelt het bevoegd gezag het Participatiefonds daarvan in kennis. Het Participatiefonds kan in het geval dat betrokkene tegen het ontslagbesluit rechtsmiddelen heeft aangewend de beslissing op de vergoedingsaanvraag aanhouden tot het moment waarop de in bezwaar dan wel beroep genomen (gerechtelijke) beslissing onherroepelijk is geworden.
@ -798,7 +798,7 @@ Tevens overlegt het bevoegd gezag een afschrift van het ontslagbesluit waarin de
Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 9 sub a aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub a, dient het bevoegd gezag bij een vast dienstverband te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie I, II, III en IV-A; Bij einde tijdelijk dienstverband dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie I, II en IV-B. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub a, stelt:
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub a, dient het bevoegd gezag bij een vast dienstverband te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie I, II, III en IV-A; Bij einde tijdelijk dienstverband dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie I, II en IV-B. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub a, stelt:
1 overzicht met data van functionerings- en beoordelingsgesprekken, lesbezoeken en begeleidingsgesprekken, die hebben plaatsgevonden in de periode van een jaar voorafgaand aan de ontslagdatum.
2 overzicht met data van re-integratiegesprekken.
@ -968,7 +968,7 @@ II **Commissie van Beroep, sector bestuursrecht van de Rechtbank, Centrale Raad
Het bevoegd gezag een afschrift van de uitspraak van de Commissie van Beroep, de sector bestuursrecht van de Rechtbank of de Centrale Raad van Beroep overlegt waarin het beroep van betrokkene ongegrond wordt verklaard. Het vergoedingsverzoek wordt vervolgens met inachtneming van de uitspraak getoetst op de in het ontslagbesluit vermelde ontslaggrond.
Het vergoedingsverzoek wordt afgewezen in het geval dat er afspraken gemaakt zijn omtrent de informatievoorziening aan de Commissie van Beroep, en aan het Participatiefonds blijkt dat op grond van de feiten en omstandigheden een vergoedingsverzoek moet worden afgewezen.
Het vergoedingsverzoek wordt afgewezen in het geval dat er afspraken gemaakt zijn omtrent de informatievoorziening aan de Commissie van Beroep, en aan het Participatiefonds blijkt dat op grond van de feiten en omstandigheden een vergoedingsverzoek moet worden afgewezen.
Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub f, dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 9 sub f, stelt:
@ -1084,7 +1084,7 @@ Bij een ontslag op grond van artikel 9 sub k, dient het bevoegd gezag te voldoen
1 (vervallen)
2 aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of
3 aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie).
l **Ontslag van de vervanger van een betrokkene, welke betrokkene gebruik heeft gemaakt van de regeling Spaarverlof als bedoeld in artikel 8.23 CAO-PO**
l **Ontslag van de vervanger van een betrokkene, welke betrokkene gebruik heeft gemaakt van de regeling Spaarverlof als bedoeld in artikel 8.23 CAO-PO**
De reden voor het ontslag is gelegen in de beëindiging van het verlof van de betrokkene die gebruik heeft gemaakt van de regeling Spaarverlof als bedoeld in artikel 8.23 CAO-PO.
@ -1110,7 +1110,7 @@ n **Ontslag uit een in- en doorstroombaan als gevolg van beëindiging van de sub
**Stb. 1999, 591**
**).**
Nadat eerst het Besluit in- en doorstroombanen per 1 januari 2003 is gewijzigd is het per 1 januari 2004 geheel vervallen. Sindsdien krijgen Gemeenten in het kader van de Wet Werk en Bijstand (WWB) een budget en daarmee de ruimte om een eigen afweging te maken over het aantal te subsidiëren banen. Een ontslag uit een in- en doorstroombaan (ID-baan) dat wordt veroorzaakt door beëindiging van de subsidie door de gemeente kan op grond van artikel 9 sub n worden gemeld.
Nadat eerst het Besluit in- en doorstroombanen per 1 januari 2003 is gewijzigd is het per 1 januari 2004 geheel vervallen. Sindsdien krijgen Gemeenten in het kader van de Wet Werk en Bijstand (WWB) een budget en daarmee de ruimte om een eigen afweging te maken over het aantal te subsidiëren banen. Een ontslag uit een in- en doorstroombaan (ID-baan) dat wordt veroorzaakt door beëindiging van de subsidie door de gemeente kan op grond van artikel 9 sub n worden gemeld.
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat er sprake is van ontslag als hierboven bedoeld. Het betreft uitsluitend een werknemer die in het kader van het Besluit ID-banen is aangesteld.
@ -1229,7 +1229,7 @@ v **Vervallen**
11.3 Ontslagmoment
*Indien het ontslag op een andere datum dan 1 januari of 1 augustus wordt geëffectueerd, geeft het bevoegd gezag aan welke daling aan het ontslag ten grondslag ligt en waarom betrokkene niet langer in dienst gehouden kan worden. *
*Indien het ontslag op een andere datum dan 1 januari of 1 augustus wordt geëffectueerd, geeft het bevoegd gezag aan welke daling aan het ontslag ten grondslag ligt en waarom betrokkene niet langer in dienst gehouden kan worden. *
11.1 **Ontslaggrond**
@ -1248,35 +1248,35 @@ In plaats van bovengenoemd afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor
Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 11, aan betrokkene is kenbaar gemaakt.
11.2 **Toetsingsmoment**
Omdat de materiële instandhouding op basis van kalenderjaar wordt toegekend, wordt de vergoeding per 31 december vergeleken met de vergoeding per 1 januari opvolgend.
Omdat de materiële instandhouding op basis van kalenderjaar wordt toegekend, wordt de vergoeding per 31 december vergeleken met de vergoeding per 1 januari opvolgend.
11.3 **Ontslagmoment**
Het ontslag van schoonmaakpersoneel wordt vaak met ingang van een volgend schooljaar geëffectueerd. Er bestaan derhalve drie mogelijkheden:
I het ontslag wordt geëffectueerd per 1 augustus volgend op de daling,
II het ontslag wordt geëffectueerd per 1 augustus voorafgaand aan een verwachte daling,
III het ontslag wordt geëffectueerd per 1 januari, op het moment van de daling van de vergoeding.
III het ontslag wordt geëffectueerd per 1 januari, op het moment van de daling van de vergoeding.
11.4.1 **Ontslag per 1 augustus volgend op de daling**
Indien het ontslag geëffectueerd wordt per 1 augustus 2012 volgend op de daling wordt de materiële instandhouding over de jaren 2011 en 2012 vergeleken. Toewijzing van het vergoedingsverzoek doet zich voor indien de daling in de vergoeding per 1 januari 2012 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2011, inclusief andere ontslagen en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag.
Indien het ontslag geëffectueerd wordt per 1 augustus 2012 volgend op de daling wordt de materiële instandhouding over de jaren 2011 en 2012 vergeleken. Toewijzing van het vergoedingsverzoek doet zich voor indien de daling in de vergoeding per 1 januari 2012 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2011, inclusief andere ontslagen en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag.
11.4.2 **Ontslag per 1 augustus voorafgaand aan een verwachte daling**
Indien het ontslag geëffectueerd wordt per 1 augustus 2012 voorafgaand aan een verwachte daling wordt de materiële instandhouding over de jaren 2012 en 2013 vergeleken. Toewijzing van het vergoedingsverzoek doet zich voor indien de daling in de vergoeding per 1 januari 2013 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2012 inclusief andere ontslagen en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag.
11.4.3 **Ontslag per 1 januari, op het moment van de daling**
Indien het ontslag geëffectueerd wordt per 1 augustus 2012 voorafgaand aan een verwachte daling wordt de materiële instandhouding over de jaren 2012 en 2013 vergeleken. Toewijzing van het vergoedingsverzoek doet zich voor indien de daling in de vergoeding per 1 januari 2013 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2012 inclusief andere ontslagen en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag.
11.4.3 **Ontslag per 1 januari, op het moment van de daling**
Indien het ontslag geëffectueerd wordt per 1 januari 2012 het moment van de daling, wordt de materiële instandhouding over de jaren 2012 en 2013 vergeleken. Toewijzing van het vergoedingsverzoek doet zich voor indien de daling in de vergoeding per 1 januari 2013 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2012, inclusief andere ontslagen en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag.
Indien het ontslag geëffectueerd wordt per 1 januari 2012 het moment van de daling, wordt de materiële instandhouding over de jaren 2012 en 2013 vergeleken. Toewijzing van het vergoedingsverzoek doet zich voor indien de daling in de vergoeding per 1 januari 2013 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2012, inclusief andere ontslagen en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag.
11.5.1 **Natuurlijk verloop en andere ontslagen**
Als gevolg van natuurlijk verloop en andere ontslagen komt budget beschikbaar. Bij de toetsing van een onder artikel 11.3 onder I bedoeld ontslag wordt daarom de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode vanaf 1 juli 2011 tot en met de datum van het ontslag betrokken.
11.5.2 Bij de toetsing van een onder artikel 11.3 onder II bedoeld ontslag wordt de verwachte omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode vanaf 1 februari 2012 tot en met 1 januari 2013 betrokken.
11.5.3 Bij de toetsing van een onder artikel 11.3 onder III bedoeld ontslag wordt de verwachte omvang van het natuurlijk verloop en andere ontslagen in een periode vanaf 1 juli 2012 tot en met 1 januari 2013 betrokken. Indien er sprake is van een daling in het budget wordt de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen op deze daling in mindering gebracht. In het geval dat er sprake is van een stijging in het budget wordt de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen bij deze stijging opgeteld.
Als gevolg van natuurlijk verloop en andere ontslagen komt budget beschikbaar. Bij de toetsing van een onder artikel 11.3 onder I bedoeld ontslag wordt daarom de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode vanaf 1 juli 2011 tot en met de datum van het ontslag betrokken.
11.5.2 Bij de toetsing van een onder artikel 11.3 onder II bedoeld ontslag wordt de verwachte omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode vanaf 1 februari 2012 tot en met 1 januari 2013 betrokken.
11.5.3 Bij de toetsing van een onder artikel 11.3 onder III bedoeld ontslag wordt de verwachte omvang van het natuurlijk verloop en andere ontslagen in een periode vanaf 1 juli 2012 tot en met 1 januari 2013 betrokken. Indien er sprake is van een daling in het budget wordt de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen op deze daling in mindering gebracht. In het geval dat er sprake is van een stijging in het budget wordt de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen bij deze stijging opgeteld.
11.6 **Benodigde gegevens**
Ter beoordeling van een ontslag als bedoeld in het eerste lid, overlegt het bevoegd gezag afhankelijk van de onder artikel 11.3 genoemde mogelijkheden:
a een opgave van de materiële instandhouding over de jaren 2011 en 2012 en een gespecificeerde opgave in netto-loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode vanaf 1 juli 2011 tot en met de datum van het ontslag; of
b een opgave van de materiële instandhouding over de jaren 2012 en 2013 en een gespecificeerde opgave van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode van 1 februari 2012 tot en met 1 januari 2013; of
c een opgave van de materiële instandhouding over de jaren 2011 en 2012 en een gespecificeerde opgave van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode van 1 juli 2012 tot en met 1 januari 2013;
a een opgave van de materiële instandhouding over de jaren 2011 en 2012 en een gespecificeerde opgave in netto-loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode vanaf 1 juli 2011 tot en met de datum van het ontslag; of
b een opgave van de materiële instandhouding over de jaren 2012 en 2013 en een gespecificeerde opgave van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode van 1 februari 2012 tot en met 1 januari 2013; of
c een opgave van de materiële instandhouding over de jaren 2011 en 2012 en een gespecificeerde opgave van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode van 1 juli 2012 tot en met 1 januari 2013;
d bij meerdere ontslagen uit vaste dienst een opgave van de onderlinge volgorde van de ontslagen, of bij meerdere beëindiging van tijdelijke dienstverbanden de door het bevoegd gezag vastgestelde onderlinge ontslagvolgorde.
11.7 **Inspanningsverplichting**
@ -1301,7 +1301,7 @@ Bij een ontslag op grond van artikel 11 dient het bevoegd gezag te voldoen aan c
12.1 **Ter uitwerking van de in dit reglement opgenomen bepalingen omtrent toetsing van het ontslag worden door het bevoegd gezag de volgende formulieren gehanteerd en toelichtingen verstrekt:**
De melding van een ontslag genoemd in artikel 7, 7A of 7B bestaat uit:
De melding van een ontslag genoemd in artikel 7, 7A of 7B bestaat uit:
a een ingevuld formulier Opgave medewerker;
b een ingevuld formulier Opgave rijksbekostiging of, indien het de melding van het ontslag bij een centrale dienst betreft, een ingevuld formulier Opgave schoonmaakpersoneel/personeel Centrale Dienst;
@ -1406,7 +1406,7 @@ Dit reglement kan worden aangehaald als het Reglement Participatiefonds voor
#### 32. Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 februari 2012 en heeft betrekking op niet voortgezette en beëindigde dienstverbanden die zijn of worden geëffectueerd in de periode van 1 augustus 2012 tot en met 31 juli 2013. Voor genoemde niet voortgezette en beëindigde dienstverbanden is dit reglement voor onbepaalde tijd van kracht.
Dit reglement treedt in werking op 1 februari 2012 en heeft betrekking op alle ontslagen die zijn of worden geëffectueerd per of na 1 augustus 2012. Dit reglement is voor onbepaalde tijd van kracht.
#### 33. Bekendmaking