diff --git a/amvb/maatregelenbesluit-socialezekerheidswetten/BWBR0022445/README.md b/amvb/maatregelenbesluit-socialezekerheidswetten/BWBR0022445/README.md index 160689deadc..51861ef9540 100644 --- a/amvb/maatregelenbesluit-socialezekerheidswetten/BWBR0022445/README.md +++ b/amvb/maatregelenbesluit-socialezekerheidswetten/BWBR0022445/README.md @@ -65,7 +65,7 @@ b. dat deel van de uitkering dat niet tot uitbetaling zou komen, indien de benad **8.** Indien het niet nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 30, derde lid, van de Wet WIA, de werknemer niet in overwegende mate kan worden verweten weigert het UWV de uitkering over een periode van ten hoogste 26 weken gedeeltelijk door de uitkering te halveren. -**9.** Indien het niet nakomen van de verplichtingen, bedoeld in artikel 2:32, tweede lid, van de Wajong, de jonggehandicapte niet in overwegende mate kan worden verweten, weigert het UWV de uitkering over een periode van ten hoogste 26 weken gedeeltelijk door het bedrag aan uitkering te halveren. +**9.** Indien het niet nakomen van de verplichtingen, bedoeld in artikel 2:32, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wajong, de jonggehandicapte niet in overwegende mate kan worden verweten, weigert het UWV de uitkering over een periode van ten hoogste 26 weken gedeeltelijk door het bedrag aan uitkering te halveren. ### Artikel 3 @@ -128,11 +128,11 @@ b. het verrichten van voldoende re-integratie-inspanningen in de periode voorafg **4.** -De verplichtingen op grond van de Wet WIA, de IOW en de ZW worden ingedeeld in de derde categorie voor zover zij betrekking hebben op: +De verplichtingen op grond van de Wet WIA, de IOW, de ZW en de Wajong worden ingedeeld in de derde categorie voor zover zij betrekking hebben op: a. het voorkomen van het ontstaan en bestaan van een recht op uitkering, bedoeld in artikel 28 van de Wet WIA; -b. het vergroten van de mogelijkheden tot het verrichten van arbeid, bedoeld in artikel 29 van de Wet WIA, artikel 14, tweede lid, onderdeel c, van de IOW en artikel 29g van de ZW; of -c. inschakeling in de arbeid, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de Wet WIA en artikel 30, eerste lid, onderdelen b en c, van de ZW. +b. het vergroten van de mogelijkheden tot het verrichten van arbeid, bedoeld in artikel 29 van de Wet WIA, artikel 14, tweede lid, onderdeel c, van de IOW, artikel 29g van de ZW en artikel 2:31, tweede lid, onderdelen d en e, van de Wajong; of +c. inschakeling in de arbeid, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de Wet WIAartikel 30, eerste lid, onderdelen b en c, van de ZW en artikel 2:32, tweede lid, onderdelen c en d, van de Wajong. **5.** Onverminderd artikel 5 wordt ingedeeld in de derde categorie de verplichting om het bestaan van arbeidsongeschiktheid of verminderde arbeidsgeschiktheid te beperken, bedoeld in artikel 2:8, eerste lid, van de Wajong. @@ -142,7 +142,7 @@ De verplichtingen op grond van de in artikel 1, onderdelen b tot en met h, genoe a. het zich zodanig gedragen dat de belanghebbende door zijn doen en laten het Algemeen Werkloosheidsfonds, het Uitvoeringsfonds voor de overheid, de Werkhervattingskas, de eigenrisicodrager of het Toeslagenfonds niet benadeelt of zou kunnen benadelen, bedoeld in de artikelen 24, vijfde lid, van de WW, 45, eerste lid, onderdeel j, van de ZW en 13, eerste lid, van de IOW; b. het nalaten de arbeidsongeschiktheid opzettelijk te veroorzaken, bedoeld in de artikelen 45, eerste lid, onderdeel g, van de ZW, 28, onderdeel e, van de WAO, 28, eerste lid, juncto 88, tweede lid, van de Wet WIA, 46, onderdeel e, van de WAZ, 3:38, onderdeel e, van de Wajong; -c. het zich onthouden van verwijtbaar gedrag dat aangemerkt kan worden als een dringende reden in de zin van artikel 678 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of het op zijn verzoek laten beëindigen van de dienstbetrekking zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet kon worden gevergd, door een verzekerde die recht heeft op de loongerelateerde uitkering van de WGA-uitkering en die arbeid in dienstbetrekking verricht, bedoeld in artikel 30, derde lid, van de Wet WIA , of door een jonggehandicapte die recht heeft op arbeidsondersteuning en arbeid in dienstbetrekking verricht, bedoeld in artikel 2:32, tweede lid, van de Wajong; of +c. het zich onthouden van verwijtbaar gedrag dat aangemerkt kan worden als een dringende reden in de zin van artikel 678 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of het op zijn verzoek laten beëindigen van de dienstbetrekking zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet kon worden gevergd, door een verzekerde die recht heeft op de loongerelateerde uitkering van de WGA-uitkering en die arbeid in dienstbetrekking verricht, bedoeld in artikel 30, derde lid, van de Wet WIA , of door een jonggehandicapte die recht heeft op arbeidsondersteuning en arbeid in dienstbetrekking verricht, bedoeld in artikel 2:32, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wajong; of d. het, tijdens het tijdvak, bedoeld in artikel 25, negende lid, van de Wet WIA, zonder deugdelijke grond nalaten verweer te voeren tegen of instemmen met een beëindiging van de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 88, eerste lid, onderdeel d, van de Wet WIA. ### Artikel 7a