From 43b1d47d72bc43793ed519a21d6fd3aa8cee2805 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Jul 2016 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2016-07-01 | BWBR0002063 | Wet op de economische delicten --- .../BWBR0002063/README.md | 14 +++++++------- 1 file changed, 7 insertions(+), 7 deletions(-) diff --git a/wet/wet-op-de-economische-delicten/BWBR0002063/README.md b/wet/wet-op-de-economische-delicten/BWBR0002063/README.md index 9a4b315c931..d289b39509d 100644 --- a/wet/wet-op-de-economische-delicten/BWBR0002063/README.md +++ b/wet/wet-op-de-economische-delicten/BWBR0002063/README.md @@ -89,6 +89,8 @@ de Bodemproductiewet 1939, artikel 3; Drinkwaterwet, de artikelen 15 en 17, tweede lid; +de Erfgoedwet, de artikelen 4.2, 4.3, 4.4, 4.5, 4.6, 4.7, 4.8, 4.22 en 4.23; + de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, de artikelen 3 tot en met 13, 77 tot en met 80, 96, 97, 99, 101, 102 tot en met 105, 107, 111 en 120; de Landbouwwet, de artikelen 17, 18, 20, 22, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 47, en 51; @@ -105,8 +107,6 @@ de verordening (EG) nr. 1338/2001 van de Raad van de Europese Unie van 28 juni de verordening (EU) nr. 1210/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2010 betreffende de echtheidscontrole van euromunten en de behandeling van euromunten die ongeschikt zijn voor de circulatie (PbEU 2010, L 339), de artikelen 3 en 4; -de Wet tot behoud van cultuurbezit, de artikelen 7, 8, 9, 14a en 14b; - de Wet dieren, de artikelen 2.2, negende en tiende lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tiende lid, onderdelen f tot en met q en onderdeel r, voor zover dat onderdeel betrekking heeft op regels als bedoeld in de onderdelen f tot en met q, 2.3, eerste lid, 2.5, eerste en tweede lid, 2.6, eerste en tweede lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, onder 2° en 3°, 2.7, eerste en tweede lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, met uitzondering van onderdeel a, onder 1°, 2.8, derde en vierde lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het vierde lid, onderdeel f, 2.11, eerste en tweede lid, artikel 2.16, eerste, derde en vierde lid, 2.20, eerste en tweede lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, onder 2°, d, g, h, i, j, k, en l, 2.23, en artikel 2.2, negende en tiende lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tiende lid, onderdelen b, c en d, en onderdeel r, voor zover dat onderdeel betrekking heeft op regels als bedoeld in de onderdelen b, c en d, 2.3, derde en vierde lid, 2.4, eerste, tweede en derde lid, voor zover deze overtredingen plaatsvinden in de uitoefening van een bedrijf waar dieren van krachtens artikel 2.3, tweede lid, aangewezen soorten of categorieën, worden gehouden, of een of meer van de voornoemde bepalingen in samenhang met artikel 6.2, eerste lid, artikel 6.4, eerste lid, of artikel 7.5, derde lid; de Wet explosieven voor civiel gebruik, de artikelen 3, 10 en 17, eerste lid; @@ -187,7 +187,7 @@ de Spoorwegwet, de artikelen 13, 27, tweede lid, onderdelen a tot en met c, 36, de Tabaks- en rookwarenwet, de artikelen 2, 3, 3a, 3b, 3c, 3e, 4, 5, 5a, 7, 8, 9, 9a, 10, 17a en 18; -de Telecommunicatiewet, de artikelen 3.9, 5.4, eerste en tweede lid, 5.6, tweede en derde lid, 7.7, derde en vierde lid, 10.6, 10.7, 13.4, tweede, derde en vierde lid, 18.2, voor zover het bevoegdheden betreft van Onze Minister van Economische Zaken, 18.7, 18.12, voor zover het bevoegdheden betreft van Onze Minister van Economische Zaken, en 18.17, eerste en derde lid; +de Telecommunicatiewet, de artikelen 3.9, 5.4, eerste en tweede lid, 5.6, tweede en derde lid, 7.7, derde en vierde lid, 10.6, 10.7, 13.4, tweede, derde en vierde lid, 18.2, voor zover het bevoegdheden betreft van Onze Minister van Economische Zaken, 18.7, 18.12, voor zover het bevoegdheden betreft van Onze Minister van Economische Zaken, en 18.17; de Uitvoeringswet verdrag chemische wapens, de artikelen 4 tot en met 8; @@ -295,9 +295,9 @@ de Wet van 28 juni 1989, *Stb*. 245, tot uitvoering van de Verordening nr. 2137/ de Wet van 19 december 1991, *Stb*. 710, tot aanpassing van de wetgeving aan de twaalfde richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen inzake het vennootschapsrecht, artikel IV, eerste en tweede lid, eerste en tweede volzin; -het Burgerlijk Wetboek, Boek 2 (Rechtspersonen), – voor zover van toepassing of van overeenkomstige toepassing op stichtingen en verenigingen als bedoeld in artikel 360, derde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen, naamloze vennootschappen, besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, Europese naamloze vennootschappen, Europese economische samenwerkingsverbanden, Europese coöperatieve vennootschappen of formeel buitenlandse vennootschappen als bedoeld in de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen – de artikelen 19, vijfde lid, tweede volzin, 56, tweede lid, 61, onder b en d, 63b, 75, 76a, tweede lid, 85, 91a, 94b, vierde lid, 94c, vijfde lid, 96, derde en vierde lid, 96a, zevende lid, tweede volzin, 105, vierde lid, laatste zin, 120, vierde lid, 153, 154, derde lid, 186, 194, 230, vierde lid, 263, 264, derde lid, 359b, vijfde lid, 362, zesde lid, laatste zin, 392a, 393, eerste lid, 394, derde lid, 395, 451, tweede lid, 452, vierde lid en 455, tweede lid; +het Burgerlijk Wetboek, Boek 2 (Rechtspersonen), – voor zover van toepassing of van overeenkomstige toepassing op stichtingen en verenigingen als bedoeld in artikel 360, derde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen, naamloze vennootschappen, besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, Europese naamloze vennootschappen, Europese economische samenwerkingsverbanden, Europese coöperatieve vennootschappen of formeel buitenlandse vennootschappen als bedoeld in de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen – de artikelen 10, eerste lid, 19, vijfde lid, tweede volzin, 56, tweede lid, 61, onder b en d, 63b, 75, 76a, tweede lid, 85, 91a, 94b, vierde lid, 94c, vijfde lid, 96, derde en vierde lid, 96a, zevende lid, tweede volzin, 105, vierde lid, laatste zin, 120, vierde lid, 153, 154, derde lid, 186, 194, 230, vierde lid, 263, 264, derde lid, 359b, vijfde lid, 362, zesde lid, laatste zin, 392a, 393, eerste lid, 394, derde lid, 395, 451, tweede lid, 452, vierde lid en 455, tweede lid; -Boek 3 (Vermogensrecht) van het Burgerlijk Wetboek, artikel 15d, eerste en tweede lid, en artikel 15e, eerste en tweede lid; +Boek 3 (Vermogensrecht) van het Burgerlijk Wetboek, de artikelen 15d, eerste en tweede lid, artikel 15e, eerste en tweede lid, en artikel 15i; de Winkeltijdenwet, de artikelen 2, 3, derde lid, 6, tweede lid, en 8, tweede lid; @@ -353,12 +353,12 @@ de Boswet, de artikelen 2, derde lid, 3, eerste en tweede lid, en 13, eerste lid de Crisis- en herstelwet, artikel 2.16; +de Erfgoedwet, de artikelen 5.1, eerste lid, en 5.10, eerste lid; + de Flora- en faunawet, de artikelen 8, 9, 11, 12, 12a, 14, eerste, tweede en derde lid, 15, eerste en tweede lid, 15a, 15b, 17, 18, eerste lid, 26, derde en vijfde lid, 47, 73, 75e en 79, tweede lid; de Kernenergiewet, de artikelen 14, 22, eerste lid, 26, tweede lid, 28, 33, eerste lid, 37, eerste lid, 39, 67, eerste en vierde lid, 68 en 76, derde lid; -de Monumentenwet 1988, de artikelen 11, 45, eerste lid, 53, eerste lid, en 56; - de Natuurbeschermingswet 1998, de artikelen 16, 17, vierde lid, 19c, vierde lid, 19d, eerste lid, 19ia, eerste lid, in samenhang met 16, 19ia, derde lid, in samenhang met 19c, vierde lid, en 19kc, eerste lid, 19kp, vijfde lid, 19koa, eerste lid, 19l, eerste lid, 20, derde lid, 21, tweede lid, 22, tweede lid, 46d, 47d, en 66; de Ontgrondingenwet, de artikelen 3, eerste en tweede lid, 3a, 7 en 12, eerste en tweede lid;