diff --git a/beleidsregel/buitenlandse-sociale-verzekeringen-duitse-belgische-en-luxemburgse-sociale-zeker/BWBR0035025/README.md b/beleidsregel/buitenlandse-sociale-verzekeringen-duitse-belgische-en-luxemburgse-sociale-zeker/BWBR0035025/README.md index bc50c6feaac..8003ce16e57 100644 --- a/beleidsregel/buitenlandse-sociale-verzekeringen-duitse-belgische-en-luxemburgse-sociale-zeker/BWBR0035025/README.md +++ b/beleidsregel/buitenlandse-sociale-verzekeringen-duitse-belgische-en-luxemburgse-sociale-zeker/BWBR0035025/README.md @@ -14,11 +14,11 @@ citeertitel: Buitenlandse sociale verzekeringen, Duitse, Belgische en Luxemburgs De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten. -*Dit besluit is een actualisering van het besluit van 7 april 2009, nr. CPP2009/93M. De actualisering houdt verband met de Wet uniformering loonbegrip en het nieuwe artikel 11d van de Wet LB.* +*Dit besluit is een actualisering van het besluit van 7 april 2009, nr. CPP2009/93M. De actualisering houdt verband met de Wet uniformering loonbegrip en het nieuwe artikel 11d van de Wet LB.* ## 1. Algemeen -In het besluit van 7 april 2009, nr. CPP2009/93M, Stcrt. nr. 76, zijn standpunten ingenomen over de wijze van berekenen van het belastbare loon naar Nederlandse fiscale maatstaven als een werknemer onder het socialezekerheidsstelsel van een ander land valt. Als gevolg van de Wet uniformering loonbegrip hebben er wijzigingen plaatsgevonden in de verschuldigdheid van de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw. Met ingang van 1 januari 2013 is de inhoudingsplichtige een inkomensafhankelijke bijdrage Zvw verschuldigd. Werknemers zijn over hun belastbare loon zelf niet meer bijdrageplichtig voor de Zvw en de belaste vergoeding die zij van hun werkgever ontvingen, is komen te vervallen. In artikel 11d van de Wet LB is bepaald dat de ter zake van het loon door de inhoudingsplichtige verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage niet tot het loon van de werknemer behoort. Artikel 11d van de Wet LB heeft ook gevolgen voor werknemers die onder het socialezekerheidsstelsel van een ander land vallen. De gevolgen hiervan zijn verwerkt in onderdeel 2.3 van dit besluit. +In het besluit van 7 april 2009, nr. CPP2009/93M, Stcrt. nr. 76, zijn standpunten ingenomen over de wijze van berekenen van het belastbare loon naar Nederlandse fiscale maatstaven als een werknemer onder het socialezekerheidsstelsel van een ander land valt. Als gevolg van de Wet uniformering loonbegrip hebben er wijzigingen plaatsgevonden in de verschuldigdheid van de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw. Met ingang van 1 januari 2013 is de inhoudingsplichtige een inkomensafhankelijke bijdrage Zvw verschuldigd. Werknemers zijn over hun belastbare loon zelf niet meer bijdrageplichtig voor de Zvw en de belaste vergoeding die zij van hun werkgever ontvingen, is komen te vervallen. In artikel 11d van de Wet LB is bepaald dat de ter zake van het loon door de inhoudingsplichtige verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage niet tot het loon van de werknemer behoort. Artikel 11d van de Wet LB heeft ook gevolgen voor werknemers die onder het socialezekerheidsstelsel van een ander land vallen. De gevolgen hiervan zijn verwerkt in onderdeel 2.3 van dit besluit. Verder zijn in onderdeel 4 enkele Duitse sociale verzekeringen toegevoegd in de opsomming van de fiscale gevolgen van de Duitse, Belgische en Luxemburgse sociale verzekeringen. @@ -125,7 +125,7 @@ In de aanvullende toelichting bij de aangifte inkomstenbelasting ‘Wonen in Ned #### . Op aanslag betaalde RSVZ-bijdrage -Bestuurders van een Belgische onderneming vallen onder het sociaal statuut der zelfstandigen. Zij moeten zich aansluiten bij een socialeverzekeringsfonds. Bij hen wordt geen RSZ-premie ingehouden, maar een bijdrage op aanslag geheven. Deze op aanslag betaalde bijdrage is naar aard en strekking vergelijkbaar met de bij werknemers ingehouden RSZ-premie. Hiervoor (onderdeel d) heb ik het standpunt ingenomen dat de met het rust- en overlevingspensioen verband houdende aanspraken en inhoudingen niet tot het in artikel 3.80 van de Wet IB bedoelde loon behoren. Over de jaren tot en met 2000 konden deze bestuurders het deel van de RSVZ-bijdrage dat betrekking had op het rust- en overlevingspensioen als beroepskosten in aanmerking nemen. Vanaf 1 januari 2001 is een einde gekomen aan de beroepskostenaftrek. Met de belastingherziening 2001 is echter niet beoogd een wijziging aan te brengen in de behandeling van de op aanslag betaalde RSVZ-bijdrage. Ik heb daarom het volgende goedgekeurd. +Bestuurders van een Belgische onderneming vallen onder het sociaal statuut der zelfstandigen. Zij moeten zich aansluiten bij een socialeverzekeringsfonds. Bij hen wordt geen RSZ-premie ingehouden, maar een bijdrage op aanslag geheven. Deze op aanslag betaalde bijdrage is naar aard en strekking vergelijkbaar met de bij werknemers ingehouden RSZ-premie. Hiervoor (onderdeel d) heb ik het standpunt ingenomen dat de met het rust- en overlevingspensioen verband houdende aanspraken en inhoudingen niet tot het in artikel 3.80 van de Wet IB bedoelde loon behoren. Over de jaren tot en met 2000 konden deze bestuurders het deel van de RSVZ-bijdrage dat betrekking had op het rust- en overlevingspensioen als beroepskosten in aanmerking nemen. Vanaf 1 januari 2001 is een einde gekomen aan de beroepskostenaftrek. Met de belastingherziening 2001 is echter niet beoogd een wijziging aan te brengen in de behandeling van de op aanslag betaalde RSVZ-bijdrage. Ik heb daarom het volgende goedgekeurd. #### . Goedkeuring @@ -159,7 +159,7 @@ In de tweede plaats staan tegenover de ‘cotisations sociales’ aanspraken op In de derde plaats staan tegenover de ‘cotisations sociales’ aanspraken op verzorging bij ziekte en vergoeding van ziektekosten. Deze premie komt niet in mindering op het loon aangezien deze aanspraken niet vergelijkbaar zijn met de in artikel 11, eerste lid, onderdeel e, van de Wet LB bedoelde aanspraken. -De vraag is hoe de ‘cotisations sociales’, na aftrek van de premie voor de ‘Assurance dépendance’, moet worden toegerekend aan de met de ZW-vergelijkbare aanspraken en de met de Zvw-vergelijkbare aanspraken. Het Gerechtshof Amsterdam heeft in de uitspraak van 15 november 2006, nr. 04/02922, ECLI:NL:GHAMS:2006:2675AZ, voor die toerekening het standpunt van partijen gevolgd. Dat standpunt was dat de ‘cotisations sociales’ na aftrek van de premie voor de Assurance dependance voor 50% toegerekend kon worden aan de met de ZW-vergelijkbare aanspraken en voor 50% aan met de Zvw-vergelijkbare aanspraken. Ik heb op zichzelf geen bezwaar tegen deze verdeling van de ‘cotisations sociales’. Hierbij merk ik op dat het werkgeversaandeel in de premie voor met de Zvw-vergelijkbare aanspraken op grond van artikel 11d van de Wet LB niet tot het loon behoort. Het werknemersaandeel in de premie voor met de ZW-vergelijkbare aanspraken komt wel in mindering op het loon. +De vraag is hoe de ‘cotisations sociales’, na aftrek van de premie voor de ‘Assurance dépendance’, moet worden toegerekend aan de met de ZW-vergelijkbare aanspraken en de met de Zvw-vergelijkbare aanspraken. Het Gerechtshof Amsterdam heeft in de uitspraak van 15 november 2006, nr. 04/02922, ECLI:NL:GHAMS:2006:2675AZ, voor die toerekening het standpunt van partijen gevolgd. Dat standpunt was dat de ‘cotisations sociales’ na aftrek van de premie voor de Assurance dependance voor 50% toegerekend kon worden aan de met de ZW-vergelijkbare aanspraken en voor 50% aan met de Zvw-vergelijkbare aanspraken. Ik heb op zichzelf geen bezwaar tegen deze verdeling van de ‘cotisations sociales’. Hierbij merk ik op dat het werkgeversaandeel in de premie voor met de Zvw-vergelijkbare aanspraken op grond van artikel 11d van de Wet LB niet tot het loon behoort. Het werknemersaandeel in de premie voor met de ZW-vergelijkbare aanspraken komt wel in mindering op het loon. ## 5. Belastbaarheid bepaalde Duitse, Belgische en Luxemburgse socialeverzekeringsuitkeringen @@ -181,11 +181,11 @@ De uitkeringen uit de Duitse Rentenversicherungen, de Belgische socialeverzekeri ### 5.2. Belgische gezinsbijslag en Duits Kindergeld -De Belgische kinderbijslag en het Duitse Kindergeld behoren met ingang van 1 januari 2001 ingevolge artikel 3.104, onderdeel q, van de Wet IB niet tot de te belasten inkomsten. Aangezien het Belgische kraamgeld, alsmede de Belgische adoptiepremie, en de Belgische kinderbijslag (tezamen aangeduid als gezinsbijslag) in onderling verband staan en als zodanig een bepaald geheel vormen, geldt de onbelastbaarheid ook ten aanzien van het kraamgeld en de adoptiepremie. Gevolg van de onbelastbaarheid is dat op grond van artikel 6.14, eerste lid, onderdeel a, van de Wet IB geen recht bestaat op aftrek van uitgaven voor levensonderhoud van kinderen waarvoor Belgische gezinsbijslag of Duits Kindergeld wordt ontvangen. +De Belgische kinderbijslag en het Duitse Kindergeld behoren met ingang van 1 januari 2001 ingevolge artikel 3.104, onderdeel q, van de Wet IB niet tot de te belasten inkomsten. Aangezien het Belgische kraamgeld, alsmede de Belgische adoptiepremie, en de Belgische kinderbijslag (tezamen aangeduid als gezinsbijslag) in onderling verband staan en als zodanig een bepaald geheel vormen, geldt de onbelastbaarheid ook ten aanzien van het kraamgeld en de adoptiepremie. Gevolg van de onbelastbaarheid is dat op grond van artikel 6.14, eerste lid, onderdeel a, van de Wet IB geen recht bestaat op aftrek van uitgaven voor levensonderhoud van kinderen waarvoor Belgische gezinsbijslag of Duits Kindergeld wordt ontvangen. ### 5.3. Belgisch tijdskrediet -Het tijdskrediet biedt de mogelijkheid tijdelijk de beroepsloopbaan volledig of gedeeltelijk te onderbreken. Gedurende de periode van onderbreking geniet de betrokkene een uitkering van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA). Deze uitkering is ingevolge artikel 3.81 van de Wet IB bij de genieter belast als loon. Op grond van artikel 15, paragraaf 1, juncto artikel 18, paragraaf 6, van het Verdrag met België is het heffingsrecht over deze RVA-uitkering die wordt betaald aan een inwoner van Nederland toegewezen aan België. Dit standpunt is eerder bekendgemaakt in een brief aan de Tweede Kamer van 13 januari 2003, nr. IFZ2003/21, V-N 2003/6.11. +Het tijdskrediet biedt de mogelijkheid tijdelijk de beroepsloopbaan volledig of gedeeltelijk te onderbreken. Gedurende de periode van onderbreking geniet de betrokkene een uitkering van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA). Deze uitkering is ingevolge artikel 3.81 van de Wet IB bij de genieter belast als loon. Op grond van artikel 15, paragraaf 1, juncto artikel 18, paragraaf 6, van het Verdrag met België is het heffingsrecht over deze RVA-uitkering die wordt betaald aan een inwoner van Nederland toegewezen aan België. Dit standpunt is eerder bekendgemaakt in een brief aan de Tweede Kamer van 13 januari 2003, nr. IFZ2003/21, V-N 2003/6.11. ### 5.4. Duits Erziehungsgeld @@ -201,8 +201,8 @@ De Duitse Altersteilzeitregeling is een regeling uit het Duitse Sozialgesetzbuch ## 6. Ingetrokken -Het besluit van 7 april 2009, nr. CPP2009/93M is ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit. +Het besluit van 7 april 2009, nr. CPP2009/93M is ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit. ## 7. Inwerkingtreding -Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2013. +Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2013.