2007-01-12 | BWBR0009386 | Arbeidstijdenbesluit vervoer
This commit is contained in:
parent
31fb4ce218
commit
43f509373b
1 changed files with 75 additions and 14 deletions
|
|
@ -33,18 +33,19 @@ b. *verordening (EEG) nr. 3820/85:*
|
|||
verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1985 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer (PbEG L 370);
|
||||
c. *verordening (EEG) nr. 3821/85:*
|
||||
verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1985 betreffende de invoering van een controle-apparaat bij het wegvervoer (PbEG L 370);
|
||||
d. verordening (EG) nr. 2135/98:
|
||||
d. *verordening (EG) nr. 2135/98:*
|
||||
verordening (EG) nr. 2135/98 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 september 1998 (PbEG L 274) tot wijziging van verordening (EEG) nr. 3821/85 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer en tot wijziging van richtlijn nr. 88/599/EEG betreffende standaardprocedures voor de controle op de toepassing van verordening (EEG) nr. 3820/85 en verordening (EEG) nr. 3821/85;
|
||||
e. *vrachtauto: *motorrijtuig als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet goederenvervoer over de weg, alsmede een losse trekker als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel bb, van het Voertuigreglement;
|
||||
f. *bus:* motorrijtuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet personenvervoer 2000;
|
||||
g. *taxi:* auto waarmee taxivervoer wordt verricht als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Wet personenvervoer 2000;
|
||||
h. *bijrijder:* persoon die als functie heeft in een vrachtauto mee te rijden om de bestuurder daarvan behulpzaam te zijn en in voorkomende gevallen direct met het vervoer samenhangende werkzaamheden te verrichten;
|
||||
i. controleapparaat: controleapparaat als bedoeld in verordening (EEG) nr. 3821/85;
|
||||
j. tachograafkaart: kaart met geheugen als bedoeld in bijlage IB, hoofdstuk I, onder kk, van verordening (EEG) nr. 3821/85 voor gebruik in het controleapparaat, waaronder in ieder geval wordt verstaan een bestuurderskaart, een werkplaatskaart, een bedrijfskaart of een controlekaart;
|
||||
k. bestuurderskaart: tachograafkaart als bedoeld in bijlage IB, hoofdstuk I, onder t, van verordening (EEG) nr. 3821/85;
|
||||
l. werkplaatskaart: tachograafkaart als bedoeld in bijlage IB, hoofdstuk I, onder qq, van verordening (EEG) nr. 3821/85;
|
||||
m. bedrijfskaart: tachograafkaart als bedoeld in bijlage IB, hoofdstuk I, onder l, van verordening (EEG) nr. 3821/85;
|
||||
n. controlekaart: tachograafkaart, als bedoeld in bijlage IB, hoofdstuk I, onder o, van verordening (EEG) nr. 3821/85.
|
||||
i. *controleapparaat:* controleapparaat als bedoeld in verordening (EEG) nr. 3821/85;
|
||||
j. *tachograafkaart:* kaart met geheugen als bedoeld in bijlage IB, hoofdstuk I, onder kk, van verordening (EEG) nr. 3821/85 voor gebruik in het controleapparaat, waaronder in ieder geval wordt verstaan een bestuurderskaart, een werkplaatskaart, een bedrijfskaart of een controlekaart;
|
||||
k. *bestuurderskaart:* tachograafkaart als bedoeld in bijlage IB, hoofdstuk I, onder t, van verordening (EEG) nr. 3821/85;
|
||||
l. *werkplaatskaart:* tachograafkaart als bedoeld in bijlage IB, hoofdstuk I, onder qq, van verordening (EEG) nr. 3821/85;
|
||||
m. *bedrijfskaart:* tachograafkaart als bedoeld in bijlage IB, hoofdstuk I, onder l, van verordening (EEG) nr. 3821/85;
|
||||
n. *controlekaart:* tachograafkaart, als bedoeld in bijlage IB, hoofdstuk I, onder o, van verordening (EEG) nr. 3821/85;
|
||||
o. richtlijn 2002/15/EG: richtlijn 2002/15/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 11 maart 2002 betreffende de organisatie van de arbeidstijd van personen die mobiele werkzaamheden in het wegvervoer uitoefenen (PbEG L 80).
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt onder bestuurder, week en rusttijd verstaan hetgeen onder deze begrippen wordt verstaan in artikel 1, onderdelen 3, 4 en 5, van verordening (EEG) nr. 3820/85.
|
||||
|
||||
|
|
@ -73,7 +74,7 @@ Paragraaf 5.1 en – voorzover aangeduid als beboetbare feiten – de paragrafen
|
|||
Met uitsluiting van het Arbeidstijdenbesluit zijn dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen van toepassing op iedere verplaatsing over voor openbaar gebruik toegankelijke wegen in lege of beladen toestand, alsmede de direct daarmee samenhangende werkzaamheden, van:
|
||||
|
||||
a. een vrachtauto waarvan het kenteken- of registratiebewijs een laadvermogen van meer dan 500 kilogram vermeldt, alsmede een losse trekker;
|
||||
b. een bus;
|
||||
b. een bus, voor zover ingezet voor vervoer waarop verordening (EEG) nr. 3820/85 van toepassing is;
|
||||
c. een taxi, niet zijnde een ambulance.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . Uitsluiting van de toepasselijkheid van dit hoofdstuk
|
||||
|
|
@ -92,11 +93,13 @@ c. een taxi, niet zijnde een ambulance.
|
|||
|
||||
### Artikel 2.4:1
|
||||
|
||||
**1.** De werkgever en de persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet, bewaren de gegevens en bescheiden met betrekking tot de in artikel 4:3 van de wet neergelegde registratieverplichting tenminste 52 weken, gerekend vanaf de datum van registratie.
|
||||
**1.** Met uitzondering van de gegevens en bescheiden, bedoeld in verordening (EEG) nr. 3821/85, bewaren de werkgever en de persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet, de gegevens en bescheiden met betrekking tot de in artikel 4:3 van de wet neergelegde registratieverplichting ten minste 104 weken, gerekend vanaf de datum waarop de gegevens en bescheiden betrekking hebben.
|
||||
|
||||
**2.** De werknemer bewaart de gegevens en bescheiden met betrekking tot de in artikel 4:3 van de wet neergelegde registratieverplichting die tijdens zijn werkzaamheden, bedoeld in artikel 2.3:1, aanhef en onder a en b, zijn geregistreerd tot het tijdstip van deugdelijke overdracht aan de werkgever.
|
||||
**2.** De werkgever handelt in overeenstemming met artikel 14, tweede lid, van verordening (EEG) nr. 3821/85.
|
||||
|
||||
**3.** Bij regeling van Onze Ministers kunnen regels worden gesteld over de wijze van bewaren van de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens en bescheiden, en het overbrengen van de in het controleapparaat en op de bestuurderskaart geregistreerde gegevens naar de vestiging van de werkgever of de persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet.
|
||||
**3.** De werknemer bewaart de gegevens en bescheiden met betrekking tot de in artikel 4:3 van de wet neergelegde registratieverplichting die tijdens zijn werkzaamheden, bedoeld in artikel 2.3:1, aanhef en onder a en b, zijn geregistreerd tot het tijdstip van deugdelijke overdracht aan de werkgever.
|
||||
|
||||
**4.** Bij regeling van Onze Ministers kunnen regels worden gesteld over de wijze van bewaren van de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens en bescheiden, en het overbrengen van de in het controleapparaat en op de bestuurderskaart geregistreerde gegevens naar de vestiging van de werkgever of de persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . Werkmap
|
||||
|
||||
|
|
@ -224,6 +227,12 @@ g. de wijze van verwerking van de op een tachograafkaart of in een controleappar
|
|||
|
||||
**5.** De Dienst Wegverkeer wordt aangewezen als instantie tot uitvoering van de artikelen 5, 6, 8 en 11 van verordening (EEG) nr. 3821/85 , met uitzondering van tachograafkaarten.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . Maatwerkregister
|
||||
|
||||
### Artikel 2.4:15
|
||||
|
||||
De werkgever houdt een register bij van alle werknemers die instemming hebben verleend als bedoeld in artikel 2.5:9, tweede lid.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2.5. Arbeids- en rusttijden
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . Rusttijd
|
||||
|
|
@ -278,6 +287,22 @@ De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer:
|
|||
a. hetzij ten hoogste 35 maal in elke periode van 13 achtereenvolgende weken arbeid in nachtdienst verricht;
|
||||
b. hetzij ten hoogste 20 uren in elke periode van 2 achtereenvolgende weken arbeid verricht tussen 00.00 uur en 06.00 uur.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . Arbeid in nachtdienst ten aanzien van vervoer waarop verordening (EEG) nr. 3820/85 van toepassing is
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5:4a
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van de artikelen 2.2:2 en 2.3:1 is dit artikel uitsluitend van toepassing op de werknemer die vervoer verricht waarop verordening (EEG) nr. 3820/85 van toepassing is.
|
||||
|
||||
**2.** In plaats van artikel 5:8 van de wet wordt dit artikel toegepast.
|
||||
|
||||
**3.** Ten aanzien van de werknemer die arbeid verricht die geheel of gedeeltelijk is gelegen in de periode tussen 01.00 en 05.00 uur, geldt dat zijn totale arbeidstijd niet meer bedraagt dan 10 uur in de periode van 24 achtereenvolgende uren, te rekenen vanaf het begin van zijn arbeid.
|
||||
|
||||
**4.** Van het derde lid kan, met inachtneming van het vijfde lid, slechts bij collectieve regeling worden afgeweken. Elk beding waarbij op andere wijze dan in de vorige volzin is bepaald, wordt afgeweken van het derde lid, is nietig.
|
||||
|
||||
**5.** De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer een dagelijkse arbeidstijd heeft die niet meer bedraagt dan 12 uur in elke periode van 24 achtereenvolgende uren, te rekenen vanaf het begin van zijn arbeid.
|
||||
|
||||
**6.** Voor de toepassing van het derde en vijfde lid wordt de beschikbaarheidstijd, bedoeld in artikel 3, onder b, van richtlijn 2002/15/EG, naar de tekst zoals deze bij die richtlijn is vastgesteld, niet als arbeidstijd aangemerkt.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . Afwijkingen arbeid in nachtdienst
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5:5
|
||||
|
|
@ -305,11 +330,21 @@ b. hetzij ten hoogste 38 uren in elke periode van 2 achtereenvolgende weken arbe
|
|||
|
||||
### Artikel 2.5:6
|
||||
|
||||
**1.** Behoudens ten aanzien van voertuigen als bedoeld in artikel 4, onder 3 van verordening (EEG) nr. 3820/85 wordt in plaats van artikel 5:10, tweede tot en met zevende lid, van de wet, dit artikel toegepast.
|
||||
**1.** In de plaats van artikel 5:10, tweede tot en met zevende lid, van de wet, wordt dit artikel toegepast.
|
||||
|
||||
**2.** De bestuurder handelt overeenkomstig artikel 7, eerste en tweede lid, van verordening (EEG) nr. 3820/85.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . Maximale wekelijkse arbeidstijd
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Behoudens het eerste en tweede lid en artikel 2.5:3, organiseert de werkgever de arbeid zodanig, dat indien deze andere werkzaamheden dan rijden omvat dan wel mede omvat, de werknemer, voor zover hij vervoer verricht waarop verordening (EEG) nr. 3820/85 van toepassing is:
|
||||
|
||||
a. geen arbeidstijd langer dan zes uren achtereen zonder pauze heeft;
|
||||
b. ingeval de arbeidstijd zes uren of langer, doch niet meer dan negen uren bedraagt, een pauze van ten minste 30 minuten heeft, dan wel twee pauzes van elk ten minste 15 minuten;
|
||||
c. ingeval de arbeidstijd meer dan negen uren bedraagt, een pauze van ten minste 45 minuten heeft, dan wel verschillende pauzes van elk ten minste 15 minuten.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de toepassing van het derde lid kan de beschikbaarheidstijd, bedoeld in artikel 3, onder b, van richtlijn 2002/15/EG, naar de tekst zoals deze bij die richtlijn is vastgesteld, niet als pauze worden aangemerkt.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . Maximale wekelijkse arbeidstijd ten aanzien van vervoer waarop verordening (EEG) nr. 3820/85 niet van toepassing is
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5:7
|
||||
|
||||
|
|
@ -321,6 +356,32 @@ b. hetzij ten hoogste 38 uren in elke periode van 2 achtereenvolgende weken arbe
|
|||
|
||||
**4.** De werkgever organiseert de arbeid zodanig dat de werknemer in elke periode van 26 achtereenvolgende weken ten hoogste gemiddeld 48 uren per week arbeid verricht.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . Maximale wekelijkse arbeidstijd ten aanzien van vervoer waarop verordening (EEG) nr. 3820/85 van toepassing is
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5:8
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van de artikelen 2.2:2 en 2.3:1 is dit artikel uitsluitend van toepassing op de werknemer die vervoer verricht waarop verordening (EEG) nr. 3820/85 van toepassing is.
|
||||
|
||||
**2.** De werknemer verricht ten hoogste 60 uren per week arbeid, met dien verstande dat hij gedurende een periode van 16 achtereenvolgende weken ten hoogste gemiddeld 48 uren per week arbeid verricht.
|
||||
|
||||
**3.** Van het tweede lid kan met inachtneming van het vierde lid slechts bij collectieve regeling worden afgeweken. Elk beding waarbij op andere wijze dan in de vorige volzin is bepaald, wordt afgeweken van het tweede lid, is nietig.
|
||||
|
||||
**4.** De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer gedurende een periode van een week ten hoogste 60 uren arbeid verricht, met dien verstande dat hij gedurende een periode van 26 achtereenvolgende weken ten hoogste gemiddeld 48 uren per week arbeid verricht.
|
||||
|
||||
**5.** Voor de toepassing van het tweede en het vierde lid wordt niet als arbeidstijd aangemerkt beschikbaarheidstijd als bedoeld in artikel 3, onder b van richtlijn 2002/15/EG naar de tekst zoals deze bij die richtlijn is vastgesteld.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . Arbeidstijd en maatwerk
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5:9
|
||||
|
||||
**1.** Dit artikel kan uitsluitend worden toegepast indien dit bij collectieve regeling is overeengekomen.
|
||||
|
||||
**2.** Het derde lid kan uitsluitend worden toegepast indien een werknemer daarmee uitdrukkelijk schriftelijk instemt. Deze schriftelijke instemming geldt voor een periode van 26 achtereenvolgende weken en wordt telkens stilzwijgend voor een zelfde periode verlengd, tenzij de werknemer uitdrukkelijk te kennen geeft met een dergelijke verlenging niet in te stemmen. De werknemer maakt tijdig het niet instemmen met de stilzwijgende verlenging aan de werkgever kenbaar.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 2.5:8, vierde en vijfde lid, is van toepassing, met dien verstande dat in afwijking daarvan de werkgever de arbeid zodanig organiseert dat de werknemer in een periode van 26 achtereenvolgende weken ten hoogste gemiddeld 55 uren per week arbeid verricht.
|
||||
|
||||
**4.** Elk beding waarbij op een andere wijze dan in dit artikel is bepaald, wordt afgeweken van artikel 2.5:8, vierde lid, is nietig.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2.6. Vrijstellingen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.6:1
|
||||
|
|
@ -1461,7 +1522,7 @@ De registerloods mag na 4 aaneengesloten uren loodsen op afstand vanaf de wal pa
|
|||
|
||||
### Artikel 8:1
|
||||
|
||||
**1.** Het niet naleven van de artikelen 2.4:1, eerste en tweede lid, 2.4:2, eerste lid, 2.4:3, eerste lid, 2.4:4, 2.4:8 tot en met 2.4:10, 2.4:11, derde lid, 2.4:13, tweede, derde en vierde lid, 2.5:1, vierde lid, 2.5:3, 2.5:4, vierde lid, 2.5:5, derde lid, 2.5:6, tweede lid, 2.5:7, vierde lid, 2.6:1, derde lid, 2.7:1, 2.7:2 en 2.7:4, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, alsmede het bepaalde krachtens de artikelen 2.4:1, derde lid, 2.4:2, derde lid, 2.4:3, tweede lid, 2.4:12, onderdelen e, f en g, en 2.4:13, eerste lid, levert een beboetbaar feit op.
|
||||
**1.** Het niet naleven van de artikelen 2.4:1, eerste, tweede en derde lid, 2.4:2, eerste lid, 2.4:3, eerste lid, 2.4:4, 2.4:8 tot en met 2.4:10, 2.4:11, derde lid, 2.4:13, tweede, derde en vierde lid, 2.4:15, 2.5:1, vierde lid, 2.5:3, 2.5:4, vierde lid, 2.5:4a, vijfde lid, 2.5:5, derde lid, 2.5:6, tweede en derde lid, 2.5:7, vierde lid, 2.5:8, vierde lid, 2.5:9, derde lid, 2.6:1, derde lid, 2.7:1, 2.7:2 en 2.7:4, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, alsmede het bepaalde krachtens de artikelen 2.4:1, derde lid, 2.4:2, derde lid, 2.4:3, tweede lid, 2.4:12, onderdelen e, f en g, of 2.4:13, eerste lid, levert een beboetbaar feit op.
|
||||
|
||||
**2.** Behoudens de artikelen 2.4:4 en 2.4:13, tweede, derde en vierde lid, wordt, indien de bestuurder werknemer is, ingeval van het niet naleven van een tot de bestuurder gerichte bepaling de werkgever aangemerkt als degene die die bepaling niet heeft nageleefd.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue