2006-03-08 | BWBR0004739 | Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer

This commit is contained in:
Coornhert 2006-03-08 12:00:00 +00:00
parent d0e40240d8
commit 4430a52f52

View file

@ -55,7 +55,7 @@ Vervallen
### Artikel 2b
**1.** Onze Minister kan regels stellen omtrent het verstrekken van extra informatie indien hij zulks noodzakelijk acht vanwege onvoldoende herkenbaarheid van de toepassing en besteding van een subsidie als bedoeld in artikel 6*a*, eerste lid, in de informatie die het provinciaal bestuur krachtens artikel 27, eerste lid van het Besluit financiële verhouding 2001, aan hem verstrekt.
**1.** Onze Minister kan regels stellen omtrent het verstrekken van extra informatie indien hij zulks noodzakelijk acht vanwege onvoldoende herkenbaarheid van de toepassing en besteding van een subsidie als bedoeld in artikel 6*a*, eerste lid, in de informatie die gedeputeerde staten krachtens artikel 27, eerste lid van het Besluit financiële verhouding 2001, aan hem verstrekken.
**2.** Onze Minister kan voorts een controleprotocol vaststellen ten behoeve van het onderzoek door overeenkomstig artikel 217, tweede lid, van de Provinciewet aangewezen accountants als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek naar de bestedingen van de in het eerste lid bedoelde subsidie.
@ -138,17 +138,17 @@ b. een jaarlijkse rapportage vóór 1 juli in 1999, 2000, 2001, 2002, 2003, 2004
### Artikel 4b
**1.** Indien een rapportage als bedoeld in artikel 4, onder *a*, te laat of in het geheel niet over een kalenderjaar wordt toegezonden, dan wel niet is opgesteld overeenkomstig artikel 4*a*, tweede lid, kan Onze Minister de beschikking tot vaststelling van de bijdrage, bedoeld in artikel 4, geheel of gedeeltelijk intrekken. Onze Minister kan het betaalde bedrag geheel of gedeeltelijk terugvorderen.
**1.** Indien een rapportage als bedoeld in artikel 4, onder a, te laat of in het geheel niet over een kalenderjaar wordt toegezonden, dan wel niet is opgesteld overeenkomstig artikel 4a, tweede lid, kan Onze Minister de beschikking tot vaststelling van de bijdrage, bedoeld in artikel 4, geheel of gedeeltelijk intrekken. Onze Minister kan het betaalde bedrag geheel of gedeeltelijk terugvorderen.
**2.** Onze Minister kent zo spoedig mogelijk na ontvangst van het teruggevorderde bedrag aan het provinciaal bestuur een twaalfde van dat bedrag toe.
**2.** Onze Minister kent zo spoedig mogelijk na ontvangst van het teruggevorderde bedrag aan de provincie een twaalfde van dat bedrag toe.
**3.** Indien het uitblijven van de rapportage mede het gevolg is van het niet of onvolledig verstrekken door een provinciaal bestuur van gegevens aan het Interprovinciaal Overleg, kent Onze Minister dat bestuur geen gedeelte van het teruggevorderde bedrag toe. Hij verdeelt dan het teruggevorderde bedrag over de overige provinciale besturen.
**3.** Indien het uitblijven van de rapportage mede het gevolg is van het niet of onvolledig verstrekken door gedeputeerde staten van gegevens aan het Interprovinciaal Overleg, kent Onze Minister dat de provincie waartoe gedeputeerde staten behoren geen gedeelte van het teruggevorderde bedrag toe. Hij verdeelt dan het teruggevorderde bedrag over de overige provincies.
**4.** Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien een rapportage als bedoeld in artikel 4, onder *b*, te laat of in het geheel niet in één van de in dat artikel, onder *b* , bedoelde kalenderjaren is ontvangen, dan wel die rapportage niet is opgesteld overeenkomstig de artikelen 4*a* en 4*d*.
**4.** Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien een rapportage als bedoeld in artikel 4, onder b, te laat of in het geheel niet in één van de in dat artikel, onder *b* , bedoelde kalenderjaren is ontvangen, dan wel die rapportage niet is opgesteld overeenkomstig de artikelen 4a en 4d.
### Artikel 4c
**1.** Het provinciaal bestuur verstrekt aan het Interprovinciaal Overleg ten behoeve van de rapportage, bedoeld in artikel 4, onder *a*, met ingang van 1996 telkens in januari van het lopende kalenderjaar de gegevens over de voortgang in hun provincie van het akoestisch onderzoek met betrekking tot de in artikel 3*a*, derde lid, onder *b*, bedoelde industrieterreinen.
**1.** Gedeputeerde staten verstrekken aan het Interprovinciaal Overleg ten behoeve van de rapportage, bedoeld in artikel 4, onder a, met ingang van 1996 telkens in januari van het lopende kalenderjaar de gegevens over de voortgang in hun provincie van het akoestisch onderzoek met betrekking tot de in artikel 3a, derde lid, onder b, bedoelde industrieterreinen.
**2.** Indien de gegevens niet of onvolledig zijn verstrekt, doet het Interprovinciaal Overleg daarvan mededeling in de rapportage.
@ -221,7 +221,7 @@ Onze Minister stelt ieder jaar voor 1 mei per provincie de subsidie ambtshalve v
**2.** Onze Minister kan, gelet op één of meer rapportages als bedoeld in artikel 4, onder b, de voor de uitvoering van deze paragraaf beschikbare subsidie, op aanvraag van het Interprovinciaal Overleg, één keer met € 1 815 120,86 verhogen.
**3.** De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, gaat vergezeld van een voorstel waarmee door alle provinciale besturen is ingestemd tot verdeling van de in het tweede lid genoemde subsidie over de provincies.
**3.** De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, gaat vergezeld van een voorstel waarmee door gedeputeerde staten van alle provincies is ingestemd tot verdeling van de in het tweede lid genoemde subsidie over de provincies.
**4.** Indien Onze Minister toepassing geeft aan het tweede lid, stelt hij de subsidie vast met inachtneming van de voorgestelde verdeling, bedoeld in het derde lid.
@ -257,7 +257,7 @@ De betaling van de voor iedere provincie voor de uitvoering van het saneringspro
### Artikel 6e
**1.** Indien uit de jaarlijkse rapportage, bedoeld in artikel 4, onder b, in 1999, 2000, 2001, 2002, 2003, 2004 of 2005 blijkt dat er nagenoeg geen kans is dat ten aanzien van alle in artikel 4*d* , tweede lid, onder *a*, bedoelde saneringsprogrammas de daarin genoemde maatregelen vóór 1 januari 2006 zijn uitgevoerd, kan Onze Minister het provinciaal bestuur de verplichting opleggen om op eigen kosten, met inachtneming van door Onze Minister te stellen richtlijnen, een onderzoek in te stellen naar de factoren die de oorzaak zijn van dit dreigend tekortschieten en de mogelijkheden deze weg te nemen, dan wel daarin verbetering te brengen.
**1.** Indien uit de jaarlijkse rapportage, bedoeld in artikel 4, onder b, in 1999, 2000, 2001, 2002, 2003, 2004 of 2005 blijkt dat er nagenoeg geen kans is dat ten aanzien van alle in artikel 4*d* , tweede lid, onder *a*, bedoelde saneringsprogrammas de daarin genoemde maatregelen vóór 1 januari 2006 zijn uitgevoerd, kan Onze Minister gedeputeerde staten de verplichting opleggen om op eigen kosten, met inachtneming van door Onze Minister te stellen richtlijnen, een onderzoek in te stellen naar de factoren die de oorzaak zijn van dit dreigend tekortschieten en de mogelijkheden deze weg te nemen, dan wel daarin verbetering te brengen.
**2.** Onze Minister maakt uiterlijk binnen 12 weken na ontvangst van de rapportage gebruik van zijn bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, of van de hem toekomende bevoegdheden met betrekking tot de vastgestelde subsidie.
@ -305,7 +305,7 @@ c. samenwerkingsverband: samenwerkingsverband waaraan in 1996 op grond van de Re
### Artikel 8a
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de verstrekking van informatie door het gemeentebestuur of het bestuur ten behoeve van de verantwoording van en de controle op de besteding van de subsidie.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de verstrekking van informatie door het college van burgemeester en wethouders of het bestuur ten behoeve van de verantwoording van en de controle op de besteding van de subsidie.
### Artikel 8b
@ -337,9 +337,9 @@ b. zij worden getroffen ten behoeve van:
3°. een ander geluidsgevoelig gebouw waarvan ten minste één verblijfsruimte als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder *b*, van het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen een geluidsbelasting ondervindt van meer dan 45 dB(A);
c. zij strekken tot een verlaging van de geluidsbelasting tot de volgende waarden:
1°. binnen de geluidsgevoelige ruimten van een woning: 40 dB(A), dan wel een door het gemeentebestuur doelmatig geoordeelde hogere waarde van ten hoogste 45 dB(A);
2°. binnen de ruimten van een ander geluidsgevoelig gebouw, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder *a*, van het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen: 35 dB(A), dan wel een door het gemeentebestuur doelmatig geoordeelde hogere waarde van ten hoogste 40 dB(A);
3°. binnen de ruimten van een ander geluidsgevoelig gebouw, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder *b*, van het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen: 40 dB(A), dan wel een door het gemeentebestuur doelmatig geoordeelde hogere waarde van ten hoogste 45 dB(A), en
1°. binnen de geluidsgevoelige ruimten van een woning: 40 dB(A), dan wel een door het college van burgemeester en wethouders doelmatig geoordeelde hogere waarde van ten hoogste 45 dB(A);
2°. binnen de ruimten van een ander geluidsgevoelig gebouw, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder *a*, van het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen: 35 dB(A), dan wel een door het college van burgemeester en wethouders doelmatig geoordeelde hogere waarde van ten hoogste 40 dB(A);
3°. binnen de ruimten van een ander geluidsgevoelig gebouw, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder *b*, van het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen: 40 dB(A), dan wel een door het college van burgemeester en wethouders doelmatig geoordeelde hogere waarde van ten hoogste 45 dB(A), en
d. de kosten ervan in redelijke verhouding staan tot kwaliteit, aard en gebruik van de woning of het andere geluidsgevoelige gebouw en tot het geluidwerend effect van de maatregelen.
**2.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld voor de toepassing van het criterium, bedoeld in het eerste lid, onder *d*, die een aanduiding geven van de gemiddelde kosten van de in de praktijk gangbare geluidwerende maatregelen.
@ -432,7 +432,7 @@ Vervallen
### Artikel 11
**1.** Onze Minister kan aan het gemeentebestuur of het bestuur op aanvraag subsidie verlenen terzake van de kosten van de voorbereiding en begeleiding van en het toezicht op geluidwerende maatregelen aan een ander geluidsgevoelig gebouw tegen wegverkeerslawaai.
**1.** Onze Minister kan aan de gemeente op aanvraag van het college van burgemeester en wethouders en aan het bestuur op aanvraag subsidie verlenen terzake van de kosten van de voorbereiding en begeleiding van en het toezicht op geluidwerende maatregelen aan een ander geluidsgevoelig gebouw tegen wegverkeerslawaai.
**2.** De subsidie kan slechts worden verleend voor een ander geluidsgevoelig gebouw dat een hogere geluidsbelasting vanwege een weg ondervindt dan een door Onze Minister jaarlijks gelijktijdig met de vaststelling van de subsidieplafonds voor de uitvoering van dit besluit, krachtens artikel 15.13, derde lid, van de Wet milieubeheer in de *Staatscourant* bekend te maken waarde.
@ -466,16 +466,16 @@ b. binnen welk tijdvak de voorbereiding plaats dient te vinden.
### Artikel 11d
**1.** Indien Onze Minister tevens een subsidie als bedoeld in artikel 11*f*, eerste lid, verleent voor de geluidwerende maatregelen, stelt hij bij die beschikking de subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht vast op 15% van het bedrag van de verlening van de subsidie voor de maatregelen.
**1.** Indien Onze Minister tevens een subsidie als bedoeld in artikel 11f, eerste lid, verleent voor de geluidwerende maatregelen, stelt hij bij die beschikking de subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht vast op 15% van het bedrag van de verlening van de subsidie voor de maatregelen.
**2.**
Onze Minister stelt de subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht vast op ten hoogste het bedrag van het voorschot, bedoeld in artikel 11*c*, eerste lid:
Onze Minister stelt de subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht vast op ten hoogste het bedrag van het voorschot, bedoeld in artikel 11c, eerste lid:
a. zodra hij van oordeel is dat het gemeentebestuur de geluidwerende maatregelen niet binnen afzienbare tijd op zal nemen in een programma van maatregelen als bedoeld in artikel 89, eerste lid, van de Wet geluidhinder, of
a. zodra hij van oordeel is dat het college van burgemeester en wethouders de geluidwerende maatregelen niet binnen afzienbare tijd op zal nemen in een programma van maatregelen als bedoeld in artikel 89, eerste lid, van de Wet geluidhinder, of
b. als vier jaren zijn verstreken na de verlening van de subsidie en geen aanvraag is ontvangen om een subsidie voor de geluidwerende maatregelen.
**3.** Indien Onze Minister besluit om de geluidwerende maatregelen niet vast te stellen krachtens artikel 90, vierde lid, van de Wet geluidhinder, stelt hij de subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht vast op de gemaakte kosten daarvan, met een maximum van 15% van de in artikel 11*c*, eerste lid, bedoelde geraamde kosten van de maatregelen.
**3.** Indien Onze Minister besluit om de geluidwerende maatregelen niet vast te stellen krachtens artikel 90, vierde lid, van de Wet geluidhinder, stelt hij de subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht vast op de gemaakte kosten daarvan, met een maximum van 15% van de in artikel 11c, eerste lid, bedoelde geraamde kosten van de maatregelen.
### Artikel 11e
@ -483,17 +483,17 @@ Vervallen
### Artikel 11f
**1.** Onze Minister kan aan het gemeentebestuur of het bestuur op aanvraag subsidie verlenen terzake van de kosten van het treffen van geluidwerende maatregelen aan een ander geluidsgevoelig gebouw tegen wegverkeerslawaai.
**1.** Onze Minister kan aan de gemeente op aanvraag van het college van burgemeester en wethouders en aan het bestuur op aanvraag subsidie verlenen terzake van de kosten van het treffen van geluidwerende maatregelen aan een ander geluidsgevoelig gebouw tegen wegverkeerslawaai.
**2.** Onze Minister kan een onderzoek instellen naar de kwaliteit en de kosten van de geluidwerende maatregelen waarvoor subsidie als bedoeld in het eerste lid is verleend.
**3.** Indien uit het onderzoek mocht blijken dat de geluidwerende maatregelen de geluidsbelasting niet hebben teruggebracht tot de waarden, bedoeld in artikel 8c, eerste lid, onder c, stelt Onze Minister het gemeentebestuur of het bestuur in de gelegenheid om de geluidwerende maatregelen binnen een door hem te bepalen termijn alsnog te voltooien of aan te vullen, dan wel opnieuw te treffen.
**3.** Indien uit het onderzoek mocht blijken dat de geluidwerende maatregelen de geluidsbelasting niet hebben teruggebracht tot de waarden, bedoeld in artikel 8c, eerste lid, onder c, stelt Onze Minister het college van burgemeester en wethouders of het bestuur in de gelegenheid om de geluidwerende maatregelen binnen een door hem te bepalen termijn alsnog te voltooien of aan te vullen, dan wel opnieuw te treffen.
**4.** De geluidwerende maatregelen zijn binnen de door Onze Minister gestelde termijn voltooid, aangevuld of opnieuw getroffen. Indien de betrokken maatregelen niet zijn getroffen, treft Onze Minister op kosten van het gemeentebestuur of het bestuur de nodige maatregelen.
**4.** De geluidwerende maatregelen zijn binnen de door Onze Minister gestelde termijn voltooid, aangevuld of opnieuw getroffen. Indien de betrokken maatregelen niet zijn getroffen, treft Onze Minister op kosten van de gemeente of het bestuur de nodige maatregelen.
**5.** Indien uit het onderzoek mocht blijken dat de kosten van de geluidwerende maatregelen niet voldoen aan artikel 8c, eerste lid, onder d, stelt Onze Minister het gemeentebestuur of het bestuur in de gelegenheid om daarover opheldering te verschaffen binnen een door hem te bepalen termijn.
**5.** Indien uit het onderzoek mocht blijken dat de kosten van de geluidwerende maatregelen niet voldoen aan artikel 8c, eerste lid, onder d, stelt Onze Minister het college van burgemeester en wethouders of het bestuur in de gelegenheid om daarover opheldering te verschaffen binnen een door hem te bepalen termijn.
**6.** Onze Minister kan een onafhankelijke instantie aanwijzen die belast is met de toepassing van het tweede, derde en vijfde lid. Hij doet daarvan mededeling aan de gemeentebesturen en de besturen.
**6.** Onze Minister kan een onafhankelijke instantie aanwijzen die belast is met de toepassing van het tweede, derde en vijfde lid. Hij doet daarvan mededeling aan de colleges van burgemeester en wethouders en de besturen.
**7.** De artikelen 11, tweede en derde lid, 11a en 11b zijn van overeenkomstige toepassing.
@ -515,7 +515,7 @@ Bij de subsidieverlening, bedoeld in artikel 11f, eerste lid, gelden als verplic
a. de kosten van de geluidwerende maatregelen de verleende subsidie niet met meer dan 5% overstijgen, en
b. de maatregelen worden getroffen binnen het in artikel 11g bedoelde tijdvak.
**2.** Het gemeentebestuur of het bestuur doet Onze Minister onverwijld mededeling van wijzigingen in omstandigheden die er naar verwachting toe leiden dat niet aan de in het eerste lid bedoelde verplichtingen wordt voldaan.
**2.** Het college van burgemeester en wethouders of het bestuur doet Onze Minister onverwijld mededeling van wijzigingen in omstandigheden die er naar verwachting toe leiden dat niet aan de in het eerste lid bedoelde verplichtingen wordt voldaan.
**3.** Onze Minister beslist binnen acht weken na ontvangst van een dergelijke mededeling omtrent wijziging of intrekking van de subsidieverlening.
@ -523,24 +523,24 @@ b. de maatregelen worden getroffen binnen het in artikel 11g bedoelde tijdvak.
**1.**
Het gemeentebestuur of het bestuur zendt Onze Minister binnen zestien weken na het einde van het tijdvak waarin de maatregelen getroffen moesten worden:
Het college van burgemeester en wethouders of het bestuur zendt Onze Minister binnen zestien weken na het einde van het tijdvak waarin de maatregelen getroffen moesten worden:
a. met gebruikmaking van een door Onze Minister ter beschikking te stellen formulier: een verklaring dat de geluidwerende maatregelen getroffen zijn;
b. een verklaring van getrouwheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
**2.** Onze Minister kan de termijn, bedoeld in het eerste lid, op schriftelijk verzoek van het gemeentebestuur of het bestuur verlengen, mits het verzoek binnen die termijn is ontvangen en voldoende gemotiveerd is.
**2.** Onze Minister kan de termijn, bedoeld in het eerste lid, op schriftelijk verzoek van het college van burgemeester en wethouders of het bestuur verlengen, mits het verzoek binnen die termijn is ontvangen en voldoende gemotiveerd is.
### Artikel 11j
Indien het gemeentebestuur of het bestuur de in artikel 11*i*, eerste lid, bedoelde stukken niet tijdig heeft toegezonden of indien de toegezonden stukken naar het oordeel van Onze Minister onvolledig zijn, stelt Onze Minister het gemeentebestuur of het bestuur binnen zes weken na de in artikel 11*i* gestelde termijn dan wel na ontvangst van de naar het oordeel van Onze Minister onvolledige stukken, in de gelegenheid om binnen een door Onze Minister te stellen termijn van ten hoogste acht weken alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.
Indien het college van burgemeester en wethouders of het bestuur de in artikel 11*i*, eerste lid, bedoelde stukken niet tijdig heeft toegezonden of indien de toegezonden stukken naar het oordeel van Onze Minister onvolledig zijn, stelt Onze Minister het college van burgemeester en wethouders of het bestuur binnen zes weken na de in artikel 11*i* gestelde termijn dan wel na ontvangst van de naar het oordeel van Onze Minister onvolledige stukken, in de gelegenheid om binnen een door Onze Minister te stellen termijn van ten hoogste acht weken alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.
### Artikel 11k
**1.** Behoudens het derde lid stelt Onze Minister de subsidie vast binnen twaalf weken na ontvangst van de stukken, bedoeld in artikel 11*i*, op het bedrag van de gemaakte kosten, met dien verstande dat de subsidie niet hoger is dan de verleende subsidie vermeerderd met 5%.
**2.** Indien het gemeentebestuur of het bestuur niet binnen de in artikel 11*j* bedoelde termijn aan zijn verplichtingen heeft voldaan, kan Onze Minister voor iedere week die het gemeentebestuur of het bestuur in gebreke blijft, bij de vaststelling van de subsidie een korting toepassen op het door hem vastgestelde bedrag. De korting bedraagt 2,5% van de verleende subsidie.
**2.** Indien het college van burgemeester en wethouders of het bestuur niet binnen de in artikel 11j bedoelde termijn aan zijn verplichtingen heeft voldaan, kan Onze Minister voor iedere week die het college van burgemeester en wethouders of het bestuur in gebreke blijft, bij de vaststelling van de subsidie een korting toepassen op het door hem vastgestelde bedrag. De korting bedraagt 2,5% van de verleende subsidie.
**3.** Indien het gemeentebestuur of het bestuur de in artikel 11*j* bedoelde termijn met twaalf weken heeft overschreden, stelt Onze Minister de subsidie vast, waarbij hij een korting toepast van ten minste 50% en ten hoogste 100% van de verleende subsidie.
**3.** Indien het college van burgemeester en wethouders of het bestuur de in artikel 11j bedoelde termijn met twaalf weken heeft overschreden, stelt Onze Minister de subsidie vast, waarbij hij een korting toepast van ten minste 50% en ten hoogste 100% van de verleende subsidie.
### Artikel 11l
@ -550,7 +550,7 @@ De korting, bedoeld in artikel 11k, tweede en derde lid, wordt bij de subsidieva
**1.**
Onze Minister kan aan het gemeentebestuur of het bestuur op aanvraag subsidie verlenen terzake van de kosten van:
Onze Minister kan aan de gemeente op aanvraag van het college van burgemeester en wethouders en aan het bestuur op aanvraag subsidie verlenen terzake van de kosten van:
a. verkeersmaatregelen of afschermende maatregelen tegen wegverkeerslawaai;
b. voorbereiding en begeleiding van en het toezicht op die maatregelen;
@ -558,7 +558,7 @@ c. geluidwerende maatregelen tegen wegverkeerslawaai, voor zover hij deze in pla
**2.** De subsidie, bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt afzonderlijk aangevraagd en verleend.
**3.** Onze Minister kan de subsidie desgevraagd verlenen aan Rijkswaterstaat, indien het gemeentebestuur met Rijkswaterstaat schriftelijk is overeengekomen dat deze de werkzaamheden zal verrichten, de uitvoering van de maatregelen daarbij inbegrepen.
**3.** Onze Minister kan de subsidie desgevraagd verlenen aan Rijkswaterstaat, indien het college van burgemeester en wethouders met Rijkswaterstaat schriftelijk is overeengekomen dat deze de werkzaamheden zal verrichten, de uitvoering van de maatregelen daarbij inbegrepen.
**4.** De subsidie, bedoeld in het eerste lid, onder *a* of *c*, wordt slechts verleend voor projecten die genoemd worden op een lijst die Onze Minister jaarlijks in de *Staatscourant* bekend maakt, gelijktijdig met de vaststelling van de subsidieplafonds voor de uitvoering van dit besluit krachtens artikel 15.13, derde lid, van de wet milieubeheer.
@ -625,9 +625,9 @@ b. onvoldoende gebruik gemaakt is van de mogelijkheid dat anderen in de kosten v
### Artikel 12e
**1.** Indien de maatregelen zullen worden uitgevoerd tegen de kosten van de laagst geprijsde offerte en die kosten niet meer dan 10% hoger zijn dan het bedrag van de subsidieverlening, stelt het gemeentebestuur of in het geval, bedoeld in artikel 12, derde lid Rijkswaterstaat Onze Minister schriftelijk in kennis van alle uitgebrachte offertes en van de redenen die ten grondslag liggen aan de gemaakte keuze.
**1.** Indien de maatregelen zullen worden uitgevoerd tegen de kosten van de laagst geprijsde offerte en die kosten niet meer dan 10% hoger zijn dan het bedrag van de subsidieverlening, stelt het college van burgemeester en wethouders of in het geval, bedoeld in artikel 12, derde lid Rijkswaterstaat Onze Minister schriftelijk in kennis van alle uitgebrachte offertes en van de redenen die ten grondslag liggen aan de gemaakte keuze.
**2.** In andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid dient het gemeentebestuur of -in het geval, bedoeld in artikel 12, derde lid Rijkswaterstaat bij Onze Minister een schriftelijk en gemotiveerd verzoek in om in te stemmen met de kosten van de uitvoering van de maatregelen.
**2.** In andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid dient het college van burgemeester en wethouders of -in het geval, bedoeld in artikel 12, derde lid Rijkswaterstaat bij Onze Minister een schriftelijk en gemotiveerd verzoek in om in te stemmen met de kosten van de uitvoering van de maatregelen.
**3.** Onze Minister beschikt binnen drie weken na ontvangst van het verzoek. Hij kan daarbij het bedrag van de subsidieverlening wijzigen.
@ -643,33 +643,33 @@ b. onvoldoende gebruik gemaakt is van de mogelijkheid dat anderen in de kosten v
### Artikel 12g
Onze Minister kan aan het gemeentebestuur of het bestuur op aanvraag subsidie verlenen terzake van kosten van het treffen van maatregelen tegen wegverkeerslawaai die strekken tot onttrekking aan de bestemming van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen.
Onze Minister kan aan de gemeente op aanvraag van het college van burgemeester en wethouders en aan het bestuur op aanvraag subsidie verlenen terzake van kosten van het treffen van maatregelen tegen wegverkeerslawaai die strekken tot onttrekking aan de bestemming van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen.
### Artikel 12h
**1.** Bij de subsidieverlening, bedoeld in artikel 12g, geldt de verplichting dat de maatregelen worden getroffen binnen het aangegeven tijdvak.
**2.** Het gemeentebestuur of bestuur doet Onze Minister onverwijld mededeling van wijzigingen in omstandigheden die er naar verwachting toe leiden dat niet aan de in het eerste lid bedoelde verplichtingen wordt voldaan.
**2.** Het college van burgemeester en wethouders of bestuur doet Onze Minister onverwijld mededeling van wijzigingen in omstandigheden die er naar verwachting toe leiden dat niet aan de in het eerste lid bedoelde verplichtingen wordt voldaan.
**3.** Onze Minister beslist binnen acht weken na ontvangst van een dergelijke mededeling omtrent wijziging of intrekking van de subsidieverlening.
### Artikel 12i
**1.** Het gemeentebestuur of het bestuur zendt Onze Minister binnen zestien weken na het einde van het tijdvak waarin de maatregelen getroffen moesten worden met gebruikmaking van een door Onze Minister ter beschikking te stellen formulier, een verklaring dat de in artikel 12g bedoelde maatregelen getroffen zijn.
**1.** Het college van burgemeester en wethouders of het bestuur zendt Onze Minister binnen zestien weken na het einde van het tijdvak waarin de maatregelen getroffen moesten worden met gebruikmaking van een door Onze Minister ter beschikking te stellen formulier, een verklaring dat de in artikel 12g bedoelde maatregelen getroffen zijn.
**2.** Onze Minister kan de termijn, bedoeld in het eerste lid, op schriftelijk verzoek van het gemeentebestuur of het bestuur verlengen, mits het verzoek binnen die termijn is ontvangen en voldoende gemotiveerd is.
**2.** Onze Minister kan de termijn, bedoeld in het eerste lid, op schriftelijk verzoek van het college van burgemeester en wethouders of het bestuur verlengen, mits het verzoek binnen die termijn is ontvangen en voldoende gemotiveerd is.
### Artikel 12j
Indien het gemeentebestuur of het bestuur het in artikel 12i, eerste lid, bedoelde formulier niet tijdig heeft toegezonden of indien het ingezonden formulier naar het oordeel van Onze Minister onvolledig is, stelt Onze Minister het gemeentebestuur of het bestuur binnen zes weken na het einde van de in artikel 12i bedoelde termijn dan wel na ontvangst van het naar het oordeel van Onze Minister onvolledige formulier, in de gelegenheid om binnen een door Onze Minister te stellen termijn van ten hoogste acht weken alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.
Indien het college van burgemeester en wethouders of het bestuur het in artikel 12i, eerste lid, bedoelde formulier niet tijdig heeft toegezonden of indien het ingezonden formulier naar het oordeel van Onze Minister onvolledig is, stelt Onze Minister het college van burgemeester en wethouders of het bestuur binnen zes weken na het einde van de in artikel 12i bedoelde termijn dan wel na ontvangst van het naar het oordeel van Onze Minister onvolledige formulier, in de gelegenheid om binnen een door Onze Minister te stellen termijn van ten hoogste acht weken alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.
### Artikel 12k
**1.** Behoudens het derde lid stelt Onze Minister de subsidie vast binnen twaalf weken na ontvangst van de stukken, bedoeld in artikel 12i, op het bedrag van de gemaakte kosten, met dien verstande dat de subsidie niet hoger is dan het bedrag dat volgt uit de toepassing van onderdeel 3 van bijlage A bij dit besluit.
**2.** Indien het gemeentebestuur of het bestuur niet binnen de in artikel 12i bedoelde termijn aan zijn verplichtingen heeft voldaan, kan Onze Minister voor iedere week die het gemeentebestuur of het bestuur in gebreke blijft, bij de vaststelling van de subsidie een korting toepassen op het door hem vastgestelde bedrag. De korting bedraagt 2,5% van de verleende subsidie.
**2.** Indien het college van burgemeester en wethouders of het bestuur niet binnen de in artikel 12i bedoelde termijn aan zijn verplichtingen heeft voldaan, kan Onze Minister voor iedere week die het college van burgemeester en wethouders of het bestuur in gebreke blijft, bij de vaststelling van de subsidie een korting toepassen op het door hem vastgestelde bedrag. De korting bedraagt 2,5% van de verleende subsidie.
**3.** Indien het gemeentebestuur of het bestuur de in artikel 12i bedoelde termijn met zestien weken heeft overschreden, stelt Onze Minister de subsidie vast, waarbij hij een korting toepast van 100% van de verleende subsidie.
**3.** Indien het college van burgemeester en wethouders of het bestuur de in artikel 12i bedoelde termijn met zestien weken heeft overschreden, stelt Onze Minister de subsidie vast, waarbij hij een korting toepast van 100% van de verleende subsidie.
### Afdeling 3. Subsidie geluidhinderbestrijding spoorweglawaai
@ -719,7 +719,7 @@ Vervallen
**1.**
Onze Minister kan aan het gemeentebestuur of het bestuur op aanvraag subsidie verlenen terzake van de kosten van:
Onze Minister kan aan de gemeente op aanvraag van het college van burgemeester en wethouders en aan het bestuur op aanvraag subsidie verlenen terzake van de kosten van:
a. geluidwerende maatregelen aan een ander geluidsgevoelig gebouw tegen spoorweglawaai;
b. voorbereiding en begeleiding van en het toezicht op die maatregelen.
@ -734,15 +734,15 @@ b. voorbereiding en begeleiding van en het toezicht op die maatregelen.
**1.**
Onze Minister kan aan het gemeentebestuur of het bestuur op aanvraag subsidie verlenen terzake van de kosten van:
Onze Minister kan aan de gemeente op aanvraag van het college van burgemeester en wethouders en aan het bestuur op aanvraag subsidie verlenen terzake van de kosten van:
a. afschermende maatregelen tegen spoorweglawaai, of geluidreducerende maatregelen aan de constructie van een spoorweg;
b. voorbereiding en begeleiding van en het toezicht op die maatregelen;
c. geluidwerende maatregelen tegen spoorweglawaai, voor zover hij deze in plaats van of in aanvulling op de onder *a* genoemde maatregelen heeft vastgesteld.
c. geluidwerende maatregelen tegen spoorweglawaai, voor zover hij deze in plaats van of in aanvulling op de onder a genoemde maatregelen heeft vastgesteld.
**2.** Onze Minister kan de subsidie aan de spoorwegexploitant verlenen, indien het gemeentebestuur met hem schriftelijk is overeengekomen dat hij de werkzaamheden zal verrichten, de uitvoering van de maatregelen daarbij inbegrepen.
**2.** Onze Minister kan de subsidie aan de spoorwegexploitant verlenen, indien het college van burgemeester en wethouders met hem schriftelijk is overeengekomen dat hij de werkzaamheden zal verrichten, de uitvoering van de maatregelen daarbij inbegrepen.
**3.** De subsidie, bedoeld in het eerste lid, onder *b*, wordt slechts verleend ten behoeve van maatregelen ter bescherming van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen die een hogere geluidsbelasting vanwege een spoorweg ondervinden dan een door Onze Minister jaarlijks gelijktijdig met de vaststelling van de susidieplafonds voor de uitvoering van dit besluit, krachtens artikel 15.13, derde lid, van de Wet milieubeheer in de *Staatscourant* bekend te maken waarde.
**3.** De subsidie, bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt slechts verleend ten behoeve van maatregelen ter bescherming van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen die een hogere geluidsbelasting vanwege een spoorweg ondervinden dan een door Onze Minister jaarlijks gelijktijdig met de vaststelling van de susidieplafonds voor de uitvoering van dit besluit, krachtens artikel 15.13, derde lid, van de Wet milieubeheer in de *Staatscourant* bekend te maken waarde.
**4.** Artikel 12, tweede, vierde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.