From 44520ec222e7c8d0aaf3c79fa2723268fdd1f3fa Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Jan 2007 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2007-01-01 | BWBR0007746 | Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen --- .../BWBR0007746/README.md | 36 +++++++++++-------- 1 file changed, 22 insertions(+), 14 deletions(-) diff --git a/wet/wet-vermindering-afdracht-loonbelasting-en-premie-voor-de-volksverzekeringen/BWBR0007746/README.md b/wet/wet-vermindering-afdracht-loonbelasting-en-premie-voor-de-volksverzekeringen/BWBR0007746/README.md index a14542e443b..886e7cd92f4 100644 --- a/wet/wet-vermindering-afdracht-loonbelasting-en-premie-voor-de-volksverzekeringen/BWBR0007746/README.md +++ b/wet/wet-vermindering-afdracht-loonbelasting-en-premie-voor-de-volksverzekeringen/BWBR0007746/README.md @@ -99,6 +99,8 @@ c. de artikelen 17, 18 en 20 in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en **3.** Als dienstbetrekking worden mede beschouwd de arbeidsverhoudingen, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onderdelen c, d, f en h, en 4, onderdelen a, b en e, van de Wet op de loonbelasting 1964. +**4.** Als werknemer worden mede beschouwd de in artikel 14, eerste lid, onderdelen f, g en h, bedoelde personen. + ## Hoofdstuk II. Verminderingen af te dragen loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen ### Artikel 3 @@ -132,7 +134,12 @@ Met betrekking tot een werknemer met een volledige arbeidsduur bedraagt: a. vervallen; b. vervallen; -c. de afdrachtvermindering onderwijs beloopt met betrekking tot de in artikel 14, eerste lid onderdelen a tot en met d en f, bedoelde werknemers:  € 2 500 per kalenderjaar. De afdrachtvermindering onderwijs beloopt met betrekking tot de in artikel 14, eerste lid, onderdeel e, bedoelde werknemer:  € 1 500 per kalenderjaar; +c. de afdrachtvermindering onderwijs met betrekking tot de: + +1°. in artikel 14, eerste lid, onderdelen a tot en met d en f, bedoelde werknemers: € 2500 per kalenderjaar; +2°. in artikel 14, eerste lid, onderdeel e, bedoelde werknemer: € 3000 per kalenderjaar; +3°. in artikel 14, eerste lid, onderdeel g, bedoelde werknemer: € 1200 per kalenderjaar; +4°. in artikel 14, eerste lid, onderdeel h, bedoelde werknemer: € 300 per procedure erkenning verworven competenties (EVC-procedure). **2.** Vervallen. @@ -218,11 +225,13 @@ b. de werknemer aangesteld als assistent in opleiding als bedoeld in artikel 9.6 c. de werknemer van een privaatrechtelijke rechtspersoon of de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek TNO met een loon overeenkomstig dat van een assistent in opleiding als bedoeld in artikel 9.60, vierde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, die een promotie-onderzoek verricht op de grondslag van een overeenkomst tussen die privaatrechtelijke rechtspersoon of de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek TNO enerzijds en een universiteit anderzijds ter zake van de begeleiding van het promotie-onderzoek van de werknemer; d. de werknemer die in het kader van zijn initiële opleiding aan een hogeschool in de zin van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek op de grondslag van een onderwijsarbeidsovereenkomst, gesloten tussen de hogeschool, de werkgever en hemzelf, op zijn opleiding aansluitende arbeid verricht in een bij ministeriële regeling aangewezen bedrijfssector en tevens niet is ingeschreven als student voor het volgen van in voltijdse vorm verzorgd onderwijs; e. de werknemer die een bij ministeriële regeling vast te stellen vorm van scholing volgt die gericht is op het op een startkwalificatieniveau brengen van personen die dat niveau missen; -f. degene die bij de inhoudingsplichtige op basis van een leer-werkovereenkomst het buitenschoolse praktijkgedeelte volgt van een leer-werktraject, een en ander als bedoeld in artikel 10b1 en 10b3 van de Wet op het voortgezet onderwijs. +f. degene die bij de inhoudingsplichtige op basis van een leer-werkovereenkomst het buitenschoolse praktijkgedeelte volgt van een leer-werktraject, een en ander als bedoeld in artikel 10b1 en 10b3 van de Wet op het voortgezet onderwijs; +g. degene die gedurende een periode van ten minste twee maanden een stage volgt in het kader van een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a of b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, op de grondslag van een in artikel 7.2.8 van die wet bedoelde overeenkomst, gesloten door de in artikel 7.2.9 van die wet genoemde partijen; +h. degene die een EVC-procedure volgt waarvoor een verklaring is afgegeven door een bij ministeriële regeling aangewezen instantie. -**2.** De in het eerste lid, onderdeel f, bedoelde persoon wordt voor de toepassing van deze wet en de krachtens deze wet uitgevaardigde regelingen, aangemerkt als werknemer met een volledige arbeidsduur. +**2.** De in het eerste lid, onderdelen f en h, bedoelde personen worden voor de toepassing van deze wet en de krachtens deze wet uitgevaardigde regelingen, aangemerkt als werknemer met een volledige arbeidsduur. -**3.** Het eerste lid, aanhef en onderdelen a en d, is niet van toepassing ingeval het loon van die werknemer die jonger is dan 25 jaar in het desbetreffende loontijdvak meer bedraagt dan diens toetsloon voor dat tijdvak. Het toetsloon voor de afdrachtvermindering onderwijs bedraagt € 20 882 per kalenderjaar. +**3.** Het eerste lid, aanhef en onderdelen a en d, is niet van toepassing ingeval het loon van die werknemer die jonger is dan 25 jaar in het desbetreffende loontijdvak meer bedraagt dan diens toetsloon voor dat tijdvak. Het toetsloon voor de afdrachtvermindering onderwijs bedraagt € 21 422 per kalenderjaar. **4.** De afdrachtvermindering onderwijs op de voet van het eerste lid, onderdelen b en c, is met betrekking tot een werknemer gedurende ten hoogste 48 maanden van toepassing. De afdrachtvermindering onderwijs op de voet van het eerste lid, onderdeel d, is met betrekking tot een werknemer ten hoogste 24 maanden van toepassing. Indien artikel 6, eerste lid, aanhef en onderdeel a, met betrekking tot een werknemer toepassing vindt, wordt de termijn van 48 maanden onderscheidenlijk 24 maanden met betrekking tot deze werknemer naar evenredigheid verlengd. @@ -233,11 +242,11 @@ Het eerste lid, aanhef en onderdeel e, is niet van toepassing indien: a. het loon van de werknemer in het desbetreffende loontijdvak meer bedraagt dan het in het derde lid, tweede volzin, genoemde toetsloon, of b. de werkgever niet over een verklaring beschikt waarin de Centrale organisatie werk en inkomen verklaart dat de werknemer vóór indiensttreding een werkloze is. -**6.** De inhoudingsplichtige bewaart een afschrift van de in het eerste lid, onderdelen a, b, c, d en f, bedoelde overeenkomst bij de loonadministratie. +**6.** De inhoudingsplichtige bewaart een afschrift van de in het eerste lid, onderdelen a, b, c, d, f en g, bedoelde overeenkomst bij de loonadministratie. -**7.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald welke gegevens de in het eerste lid, onderdelen a, b, c,d en f, bedoelde overeenkomsten ten minste dienen te bevatten voor de toepassing van deze wet alsmede welke partij of partijen de administratie voert onderscheidenlijk voeren die voortvloeit uit de overeenkomsten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d. +**7.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald welke gegevens de in het eerste lid, onderdelen a, b, c, d, f en g, bedoelde overeenkomsten ten minste dienen te bevatten voor de toepassing van deze wet alsmede welke partij of partijen de administratie voert onderscheidenlijk voeren die voortvloeit uit de overeenkomsten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d. -**8.** De inhoudingsplichtige bewaart een afschrift van de in het vijfde lid, onderdeel b, bedoelde verklaring bij de loonadministratie. +**8.** De inhoudingsplichtige bewaart een afschrift van de in het eerste lid, onderdeel h, en het vijfde lid, onderdeel b, bedoelde verklaringen bij de loonadministratie. ### Artikel 15 @@ -275,9 +284,8 @@ Vervallen Het in het eerste lid bedoelde percentage bedraagt: -a. met betrekking tot de in Nederland wonende zeevarende die aan de loonbelasting is onderworpen: 40 percent; -b. met betrekking tot de niet in Nederland wonende zeevarende die aan de loonbelasting is onderworpen: 10 percent; -c. met betrekking tot de zeevarende die niet aan de loonbelasting is onderworpen en premieplichtig is voor de volksverzekeringen: 10 percent. +a. met betrekking tot de in Nederland, een Lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte wonende zeevarende die aan de loonbelasting is onderworpen of premieplichtig is voor de volksverzekeringen: 40 percent; +b. met betrekking tot de niet in Nederland, een Lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Europese Economische Ruimte wonende zeevarende die aan de loonbelasting is onderworpen of premieplichtig is voor de volksverzekeringen: 10 percent. **3.** Op het in het eerste lid bedoelde loon is niet van toepassing artikel 1, eerste lid, onderdeel c, onder 1°, 2° en 4°, alsmede artikel 1, eerste lid, onderdeel c, onder 5°, voorzover sprake is van loon dat in geblokkeerde vorm wordt gespaard ingevolge een spaarloonregeling. @@ -354,7 +362,7 @@ d. het bedrag aan S&O-afdrachtvermindering met een berekening van dat bedrag. **3.** Het bedrag aan S&O-afdrachtvermindering beloopt 14 percent van het product van het aantal uren, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, en het gemiddelde uurloon als bedoeld in het vierde lid, vermeerderd met 28 percent van dat product voorzover dat product in het kalenderjaar niet uitgaat boven € 110 000. De vermeerdering met 28 percent blijft achterwege voorzover die vermeerdering reeds toepassing heeft gevonden bij een S&O-verklaring betreffende een eerdere periode van het kalenderjaar. -**4.** Het gemiddelde uurloon wordt gesteld op het uurloon dat de S&O-inhoudingsplichtige in 2004 gemiddeld heeft betaald aan zijn werknemers die in 2004 speur- en ontwikkelingswerk hebben verricht waarvoor een S&O-verklaring is afgegeven, waarbij dit gemiddelde loon naar boven wordt afgerond op een veelvoud van € 5. Ingeval de S&O-inhoudingsplichtige in het kalenderjaar 2004 zodanig speur- en ontwikkelingswerk niet heeft verricht, wordt als gemiddelde uurloon genomen hetgeen hij naar verwachting in 2006 aan gemiddeld uurloon betaalt aan werknemers die het speur- en ontwikkelingswerk waarop de aanvraag betrekking heeft, zullen verrichten met dien verstande dat geen hoger bedrag aan gemiddeld uurloon in aanmerking wordt genomen dan € 75. Bij ministeriële regeling van Onze Minister van Economische Zaken kunnen regels worden gesteld ter berekening van het gemiddelde uurloon. +**4.** Het gemiddelde uurloon wordt gesteld op het uurloon dat de S&O-inhoudingsplichtige over 2005 gemiddeld heeft betaald aan zijn werknemers die in 2005 speur- en ontwikkelingswerk hebben verricht waarvoor hij over een S&O-verklaring beschikt, waarbij dit gemiddelde loon naar boven wordt afgerond op een veelvoud van € 5. Ingeval de S&O-inhoudingsplichtige in het kalenderjaar 2005 zodanig speur- en ontwikkelingswerk niet heeft verricht, geldt als het gemiddelde uurloon een bedrag van € 28. **5.** Het totaal van de S&O-afdrachtvermindering over een kalenderjaar bedraagt per S&O-inhoudingsplichtige maximaal € 8 000 000 dan wel, ingeval de inhoudingsplichtige deel uitmaakt of in een deel van het kalenderjaar heeft uitgemaakt, van een fiscale eenheid, per fiscale eenheid. In het laatste geval wordt in de S&O-verklaring vastgesteld welk deel van het bedrag van € 8 000 000, betrekking heeft op de S&O-inhoudingsplichtige. @@ -371,9 +379,9 @@ d. het bedrag aan S&O-afdrachtvermindering met een berekening van dat bedrag. De S&O-inhoudingsplichtige aan wie een S&O-verklaring is afgegeven doet van het aantal uren dat zijn werknemers hebben besteed aan het speur- en ontwikkelingswerk in de periode waarop de verklaring betrekking heeft, mededeling aan Onze Minister van Economische Zaken indien: a. het aantal bestede uren minder is dan 90% van het in de S&O-verklaring opgenomen aantal, of -b. het product van het aantal bestede uren en het gemiddelde uurloon waarvan de S&O-verklaring uitgaat tenminste een bedrag van € 5 000 maal het aantal kalendermaanden waarop de S&O-verklaring betrekking heeft, lager is dan het product bedoeld in artikel 23, derde lid. +b. het product van het aantal bestede uren en het gemiddelde uurloon waarvan de S&O-verklaring uitgaat tenminste een bedrag van € 10 000 maal het aantal kalendermaanden waarop de S&O-verklaring betrekking heeft, lager is dan het product bedoeld in artikel 23, derde lid. -**3.** De S&O-inhoudingsplichtige doet de mededeling, bedoeld in het tweede lid, binnen twee kalendermaanden na afloop van de periode waarop de S&O-verklaring betrekking heeft en vermeldt daarbij het door zijn werknemers in de periode waarop de S&O-verklaring betrekking heeft gerealiseerde aantal uren speur- en ontwikkelingswerk. +**3.** De S&O-inhoudingsplichtige doet de mededeling, bedoeld in het tweede lid, binnen drie kalendermaanden na afloop van de periode waarop de S&O-verklaring betrekking heeft of, indien dat later is, binnen drie maanden na de afgifte van de S&O-verklaring. De S&O-inhoudingsplichtige vermeldt daarbij het door zijn werknemers in de periode waarop de S&O-verklaring betrekking heeft gerealiseerde aantal uren speur- en ontwikkelingswerk. **4.** Onze Minister van Economische Zaken kan bij ministeriële regeling nadere regels stellen ten aanzien van de inhoud van de mededeling en de indiening daarvan. @@ -463,7 +471,7 @@ Vervallen ### Artikel 31 -**1.** Bij het begin van het kalenderjaar wordt het in artikel 14, tweede lid, vermelde toetsloon vervangen door een ander toetsloon. +**1.** Bij het begin van het kalenderjaar wordt het in artikel 14, derde lid, vermelde toetsloon vervangen door een ander toetsloon. **2.** Het in artikel 14, derde lid, vermelde toetsloon wordt gesteld op 130 percent van het twaalfvoud van het in artikel 8, eerste lid, onderdeel *a*, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag, verminderd met het werknemersaandeel in de premie ingevolge afdeling 2 van hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen en vermeerderd met de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet.