2024-10-01 | BWBW33099 | Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003

This commit is contained in:
Coornhert 2024-10-01 12:00:00 +00:00
parent 549923dc29
commit 4457910558

View file

@ -5184,8 +5184,12 @@ d. de naam en geboortedatum van de deelnemer aan het NT2-taaltraject die overeen
e. de behaalde taalniveaus uitgesplitst naar de vier taalvaardigheden Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken (alle taalonderdelen ten minste niveau 2);
f. de datum waarop de toetsresultaten zijn behaald.
*Ad a.*
De meeste ROCs noemen de Verklaring educatie een schoolverklaring, certificaat of diploma. Daarnaast komen benamingen voor als niveauoverzicht NT2 of scorelijst NT2, (toets)rapport, verklaring leerresultaten, of verklaring Trajecttoets/niveauR-toets.
*Ad f.*
Alleen als alle toetsonderdelen voor 1 januari 2007 zijn behaald kan er gedeeltelijke vrijstelling worden verleend.
De verzoeker is vrijgesteld van het afleggen van de onderdelen leesvaardigheid, luistervaardigheid, schrijfvaardigheid en spreekvaardigheid (TGN) als hij één van de volgende documenten overlegt:
@ -5213,15 +5217,13 @@ c. de verzoeker die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in art
d. de verzoeker die zich voor 1 januari 2015 bij DUO heeft aangemeld voor de naturalisatietoets of een onderdeel van die toets en van wie DUO voor 1 februari 2015 het verschuldigde examengeld heeft ontvangen;
e. de verzoeker die in een periode van twaalf maanden voorafgaande aan het verzoek tot vrijstelling:
1° in tenminste zes maanden minimaal 48 uur per maand werkzaamheden in loondienst heeft verricht (geldig vanaf 28 mei 2019);
2° winst uit onderneming, bedoeld in artikel 3.8 van de Wet inkomstenbelasting 2001, had die ten minste gelijk was aan (L / 40) * 48 * 6, waarbij L staat voor het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, met inbegrip van de vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15 van die wet (geldig vanaf 1 oktober 2020); of
1° in tenminste zes maanden minimaal 48 uur per maand werkzaamheden in loondienst heeft verricht (geldig vanaf 28 mei 2019);
2° winst uit onderneming, bedoeld in artikel 3.8 van de Wet inkomstenbelasting 2001, had die ten minste gelijk was aan M*48*6, waarbij M staat voor het minimumuurloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, met inbegrip van de vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15 van die wet; of
3° in ten minste zes maanden bijstand ontving op grond van artikel 2, eerste of tweede lid, van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (geldig vanaf 1 oktober 2020).
De onder 2° vermelde rekentool is gebaseerd op het gewijzigde artikel 2.4a Besluit inburgering, zoals dat luidde tot 1 januari 2022. Deze wijziging en rekentool is verwerkt in artikel 4, achtste lid, onder c, RNT. In deze formule is de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag als uitgangspunt genomen. De letter L staat voor WML-weekloon. Het getal 40 staat voor een werkweek van 40-uur; het getal 48 voor het aantal uren per maand en het getal 6 voor het aantal maanden.
Het onderdeel Oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt is een verplicht onderdeel van de naturalisatietoets. Een verzoeker, die niet voldoet aan de voorwaarden voor dit onderdeel heeft van DUO geen inburgeringsdiploma ontvangen.
Het onderdeel “Oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt” is een verplicht onderdeel van de naturalisatietoets. Een verzoeker, die niet voldoet aan de voorwaarden voor dit onderdeel heeft van DUO geen inburgeringsdiploma ontvangen.
Als een verzoeker bij de burgemeester of bij de IND aangeeft dat hij in aanmerking komt voor vrijstelling van het onderdeel “Oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt”, dan wordt de verzoeker doorverwezen naar DUO. DUO toetst dan of de verzoeker in aanmerking komt voor de deelvrijstelling en of verzoeker in het bezit gesteld kan worden van een inburgeringsdiploma.
Als een verzoeker bij de burgemeester of bij de IND aangeeft dat hij in aanmerking komt voor vrijstelling van het onderdeel Oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt, dan wordt de verzoeker doorverwezen naar DUO. DUO toetst dan of de verzoeker in aanmerking komt voor de deelvrijstelling en of verzoeker in het bezit gesteld kan worden van een inburgeringsdiploma.
In het kader van de naturalisatieprocedure moet de verzoeker nog wel de overige onderdelen van het inburgeringsexamen met goed gevolg afleggen (mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal, Kennis van de Nederlandse maatschappij en het participatieverklaringstraject).
@ -5238,11 +5240,15 @@ De leeftijd van de naturalisatieverzoeker op de datum van de beslissing op het n
**Ad b:**
Een verzoeker toont aan dat hij zijn werkzaamheden ten gevolge van vervroegde uittreding heeft gestaakt vóór het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd, door het overleggen van een verklaring van DUO, die die situatie bevestigt. De verzoeker moet als bewijs van de vervroegde uittreding ten behoeve van de verklaring van DUO een kopie overleggen aan DUO van de Ontheffing verzekeringsplicht volksverzekeringen van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). In de verklaring moet staan dat de verzoeker volledig met pensioen is.
Een verzoeker toont aan dat hij zijn werkzaamheden ten gevolge van vervroegde uittreding heeft gestaakt vóór het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd, door het overleggen van een verklaring van DUO, die die situatie bevestigt.
De verzoeker moet als bewijs van de vervroegde uittreding ten behoeve van de verklaring van DUO een kopie overleggen aan DUO van de Ontheffing verzekeringsplicht volksverzekeringen van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). In de verklaring moet staan dat de verzoeker volledig met pensioen is.
**Ad c:**
Een verzoeker toont aan dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 4 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, door het overleggen van een verklaring van DUO, die die situatie bevestigt. De verzoeker moet ten behoeve van de verklaring van DUO aan DUO een kopie van een beschikking van het UWV overleggen. Uit die beschikking moet blijken dat verzoeker volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is.
Een verzoeker toont aan dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 4 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, door het overleggen van een verklaring van DUO, die die situatie bevestigt.
De verzoeker moet ten behoeve van de verklaring van DUO aan DUO een kopie van een beschikking van het UWV overleggen. Uit die beschikking moet blijken dat verzoeker volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is.
**Ad d:**
@ -5257,13 +5263,15 @@ ii. moet DUO voor 1 februari 2015 het verschuldigde examengeld hebben ontvangen
**Ad e:**
DUO toetst vanaf 28 mei 2019 of een verzoeker in aanmerking komt voor een vrijstelling voor het onderdeel “Oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt” op grond van subonderdeel c 1°. Vanaf 1 oktober 2020 toetst DUO ook of een verzoeker in aanmerking komt voor een vrijstelling voor het onderdeel “Oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt” op grond van subonderdeel c 2° en 3°. Indien dit het geval is ontvangt de verzoeker een inburgeringsdiploma, als hij aan de overige voorwaarden voor het inburgeringsexamen voldoet.
DUO toetst vanaf 28 mei 2019 of een verzoeker in aanmerking komt voor een vrijstelling voor het onderdeel Oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt op grond van subonderdeel c 1°. Vanaf 1 oktober 2020 toetst DUO ook of een verzoeker in aanmerking komt voor een vrijstelling voor het onderdeel Oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt op grond van subonderdeel c 2° en 3°. Indien dit het geval is ontvangt de verzoeker een inburgeringsdiploma, als hij aan de overige voorwaarden voor het inburgeringsexamen voldoet.
Van het afleggen van het onderdeel participatieverklaringstraject is vrijgesteld:
a. de niet-inburgeringsplichtige naturalisatieverzoeker. In het kader van de naturalisatieprocedure overlegt de verzoeker het inburgeringsdiploma of het daarmee gelijkgestelde diploma of de stukken waaruit een gedeeltelijke vrijstelling blijkt aangevuld met de andere noodzakelijke stukken (zie de nrs. 1-6).
b. de inburgeringsplichtige naturalisatieverzoeker, van wie de inburgeringsplicht uiterlijk is gestart op 30 september 2017. Deze verzoeker heeft op grond van artikel 3, eerste lid, aanhef en onder h, Besluit Naturalisatietoets, de naturalisatietoets behaald, als hij het inburgeringsexamen met goed gevolg heeft afgelegd. Deze verzoeker zal een inburgeringsexamen hebben behaald zonder het onderdeel participatieverklaringstraject, dat immers is ingevoerd voor personen van wie de inburgeringsplicht op of na 1 oktober 2017 is gestart. In het kader van de naturalisatieprocedure overlegt de verzoeker het inburgeringsdiploma of daarmee gelijkgestelde diploma of de stukken waaruit een gedeeltelijke vrijstelling blijkt aangevuld met de andere noodzakelijke stukken (zie de nrs. 1-6).
c. De naturalisatieverzoeker, die een bewijs van DUO heeft overgelegd waaruit blijkt dat de verzoeker is vrijgesteld van het participatieverklaringstraject op grond van de discretionaire bevoegdheid van de Minister van SZW. Dit kan een brief zijn die de naturalisatieverzoeker van DUO heeft ontvangen waarin staat dat hij is vrijgesteld van het participatieverklaringstraject op grond van de discretionaire bevoegdheid van de Minister van SZW. De naturalisatieverzoeker die in aanmerking wil komen voor de vrijstelling kan zich hiervoor wenden tot DUO.
c. de naturalisatieverzoeker, die een bewijs van DUO heeft overgelegd waaruit blijkt dat de verzoeker is vrijgesteld van het participatieverklaringstraject op grond van de discretionaire bevoegdheid van de Minister van SZW. Dit kan een brief zijn die de naturalisatieverzoeker van DUO heeft ontvangen waarin staat dat hij is vrijgesteld van het participatieverklaringstraject op grond van de discretionaire bevoegdheid van de Minister van SZW. De naturalisatieverzoeker die in aanmerking wil komen voor de vrijstelling kan zich hiervoor wenden tot DUO.
Uit artikel 4, negende lid, Regeling naturalisatietoets Nederland kan niet worden afgeleid dat een vreemdeling die inburgeringsplichtig is onder de Wet inburgering 2021 het participatieverklaringstraject als bedoeld in de Wet inburgering 2013 moet hebben voltooid. Gelet hierop wordt van een naturalisatieverzoeker, die inburgeringsplichtig is op grond van de Wet inburgering 2021, niet verwacht dat hij het participatieverklaringstraject heeft afgelegd. Deze verzoeker hoeft bij de indiening van het naturalisatieverzoek dan ook geen participatieverklaring te overleggen.
##### 2.3. Ontheffing van het inburgeringsexamen
@ -5325,9 +5333,11 @@ Deze ontheffing kan worden verleend in de volgende drie gevallen:
Tot 1 juli 2013 gold dat voor ontheffing op grond van aantoonbaar geleverde inspanningen het haalbaarheidsonderzoek bij het ROC Amsterdam moest worden afgelegd en de Toets Gesproken Nederlands (TGN) moest worden gehaald. De door het ROC Amsterdam in dit kader opgestelde adviezen konden tot vijf jaar na hun afgiftedatum nog worden ingediend in een naturalisatieverzoek. Voor meer informatie hierover zie de Handleiding RWN zoals deze gold tot 1 juli 2013.
Het advies van DUO als bedoeld onder 3. kan ook worden verkregen door de vreemdeling die inburgeringsplichtig is onder de Wet inburgering 2021, als de aantoonbaar geleverde inspanningen overeenkomen met het gestelde in artikel 6, vierde lid, RNT Nederland en paragraaf 2.3.4 bij de toelichting op artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d) van de Handleiding RWN. Omdat de vreemdeling weliswaar inburgeringsplichtig is, maar artikel 4, negende lid, van de Regeling naturalisatietoets Nederland niet ziet op de Wi2021 hoeft hij niet het participatieverklaringstraject te hebben voltooid (zie ook paragraaf 2.2.3 van de toelichting op artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, RWN).
Let op! Een ontheffingsbeschikking van de inburgeringsplicht op grond van aantoonbaar geleverde inspanningen afgegeven door het college van B&W geeft niet automatisch recht op ontheffing van de naturalisatietoets.
Wel staat het de vreemdeling vrij om bij DUO een adviesaanvraag als hierboven bedoeld onder punt 3 in te dienen, waarbij de beschikking van B&W met onderliggende stukken (bijvoorbeeld bewijs van aantal gevolgde uren onderwijs, afgelegde examenpogingen, eerdere leerbaarheidstoets etc.) kan worden ingezonden. DUO zal deze gegevens vervolgens meewegen in haar advies. De vreemdeling moet dit advies van DUO overleggen bij zijn verzoek om naturalisatie.
Wel staat het de vreemdeling vrij om bij DUO een adviesaanvraag als hierboven bedoeld onder punt 3 in te dienen, waarbij de beschikking van B&W met onderliggende stukken (bijvoorbeeld bewijs van aantal gevolgde uren onderwijs, afgelegde examenpogingen, eerdere leerbaarheidstoets etc) kan worden ingezonden. DUO zal deze gegevens vervolgens meewegen in haar advies. De vreemdeling moet dit advies van DUO overleggen bij zijn verzoek om naturalisatie.
Bij twijfel over de echtheid van de beschikking of het advies van DUO, of bij twijfel of het participatieverklaringstraject is afgerond, kan DUO of het Informatiesysteem Inburgering (ISI) geraadpleegd worden.
@ -7720,12 +7730,10 @@ Een vrouw die naast de Nederlandse nationaliteit een tweede nationaliteit heeft
##### 1.2. Intrekking geen terugwerkende kracht
De intrekking van het Nederlanderschap op grond van artikel 14, tweede lid, werkt niet terug tot het moment van verkrijging of van verlening van het Nederlanderschap. Artikel 2, eerste lid, RWN regelt immers dat verlies geen terugwerkende kracht heeft, tenzij de wet anders bepaalt. Er is geen wetsartikel opgenomen in de rijkswet tot wijziging van de RWN (Stb. 2010, 242), noch in de RWN zelf dat anders bepaalt. Dit betekent dat het verlies intreedt op de datum van het besluit tot intrekking. Dit is anders bij verlies op grond van het eerste lid, waar terugwerkende kracht van het verlies wel aan de orde is.
De persoon die de Nederlandse nationaliteit heeft verloren op grond van het tweede lid kan de Nederlandse nationaliteit in beginsel niet herkrijgen (artikel 14, derde lid).
De omstandigheid dat deze persoon tot aan het besluit van intrekking Nederlander was en dus oud-Nederlander is, maakt dit niet anders. Door de ontneming van het Nederlanderschap wordt geacht de band met het koninkrijk definitief te zijn verbroken.
20101018530-06-201022-06-2010WBN2010/920101018530-06-201022-06-2010WBN2010/901-10-2010
De persoon die de Nederlandse nationaliteit heeft verloren op grond van het tweede lid kan de Nederlandse nationaliteit in beginsel niet herkrijgen (artikel 14, vijfde lid).
De omstandigheid dat deze persoon tot aan het besluit van intrekking Nederlander was en dus oud-Nederlander is, maakt dit niet anders. Door de ontneming van het Nederlanderschap wordt geacht de band met het koninkrijk definitief te zijn verbroken.
#### 2. Algemeen